Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62016CN0546

Zaak C-546/16: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Órgano Administrativo de Recursos Contractuales de la Comunidad Autónoma de Euskadi (Spanje) op 28 oktober 2016 — Montte S.L./Musikene

OJ C 22, 23.1.2017, p. 8–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

23.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/8


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Órgano Administrativo de Recursos Contractuales de la Comunidad Autónoma de Euskadi (Spanje) op 28 oktober 2016 — Montte S.L./Musikene

(Zaak C-546/16)

(2017/C 022/12)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Órgano Administrativo de Recursos Contractuales de la Comunidad Autónoma de Euskadi

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Montte S.L.

Verwerende partij: Musikene

Prejudiciële vragen

1)

Verzet richtlijn 2014/24/EU (1) van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG zich tegen een nationale wettelijke bepaling zoals artikel 150, lid 4, TRLCSP (2), of tegen een uitlegging en toepassing van een dergelijke bepaling, die aanbestedende diensten de mogelijkheid biedt om in het bestek van een openbare aanbestedingsprocedure gunningscriteria op te nemen die in opeenvolgende eliminatiefasen worden toegepast op inschrijvingen die niet voldoen aan een vooraf vastgesteld minimumaantal punten?

2)

Indien het antwoord op de eerste vraag ontkennend luidt, verzet de voornoemde richtlijn 2014/24 zich tegen een nationale wettelijke bepaling, of tegen een uitlegging of toepassing van een dergelijke bepaling, die in de openbare procedure verwijst naar het bovengenoemde systeem van in opeenvolgende eliminatiefasen toepasselijke gunningscriteria, wanneer dit ertoe leidt dat er in de laatste fase onvoldoende inschrijvingen overblijven om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen?

3)

Indien het antwoord op de tweede vraag bevestigend luidt, verzet de voornoemde richtlijn 2014/24 zich tegen een clausule als de onderhavige, waarin de factor prijs alleen wordt meegewogen voor inschrijvingen die ten minste 35 van de 50 punten hebben behaald voor de technische criteria, omdat zij geen waarborg biedt voor een daadwerkelijke mededinging of omdat zij strijdig is met de verplichting van de richtlijn om de opdracht te gunnen aan de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding?


(1)  PB 2014, L 94, blz. 65.

(2)  Gecodificeerde tekst van de wet inzake het plaatsen van overheidsopdrachten.


Top