Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62016TN0681

Zaak T-681/16: Beroep ingesteld op 23 september 2016 — Henkel Electronic Materials (Belgium)/Commissie

OJ C 441, 28.11.2016, p. 23–24 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

28.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 441/23


Beroep ingesteld op 23 september 2016 — Henkel Electronic Materials (Belgium)/Commissie

(Zaak T-681/16)

(2016/C 441/27)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Henkel Electronic Materials (Belgium) (Westerlo, België) (vertegenwoordigers: N. Reypens, C. Docclo en T. Verstraeten, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

de onderhavige zaak wegens verknochtheid voegen met zaak T-131/16 voor de mondelinge behandeling en het arrest;

de in dit verzoekschrift aangevoerde middelen tot nietigverklaring ontvankelijk en gegrond verklaren;

de artikelen 1 en 2 van het bestreden besluit (1) nietig verklaren;

subsidiair, artikel 2 van het bestreden besluit nietig verklaren, voor zover het geen overgangsmaatregelen bevat;

de Commissie verwijzen in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van het beroep voert de verzoekende partij zeven middelen aan.

1.

Eerste middel: kennelijk onjuiste beoordeling bij het aanwijzen van de wetgevende handelingen die in de beweerde staatssteun voorzien en onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging van artikel 1, onder d), van verordening (EU) 2015/1589. (2)

2.

Tweede middel: onjuiste opvatting van de feiten bij de beschrijving van de referentieregeling, kennelijk onjuiste beoordeling in de analyse ervan en onjuiste rechtsopvatting bij de toepassing van artikel 107, lid 1, VWEU en artikel 1, onder a), van verordening (EU) 2015/1589.

3.

Derde middel: onjuiste beoordeling van een economisch voordeel en onjuiste rechtsopvatting bij de toepassing van artikel 107, lid 1, VWEU en artikel 1, onder a), van verordening (EU) 2015/1589.

4.

Vierde middel: onjuiste beoordeling van de selectiviteitsvoorwaarde om de bestreden regeling als staatssteun te kwalificeren, in de zin artikel 107, lid 1, VWEU en artikel 1, onder a), van verordening (EU) 2015/1589 en onjuiste beoordeling bij de analyse van de mechanismen van de bestreden regeling.

5.

Vijfde middel: onjuiste beoordeling bij de analyse van de rechtvaardiging van de voorwaarden voor toepassing van de bestreden regeling.

6.

Zesde middel: onjuiste beoordeling bij de evaluatie van het voordeel dat zou zijn gehaald uit de bestreden regeling en gebrek aan nauwkeurigheid bij het onderzoek van de bestreden regeling.

7.

Zevende middel: schending van het gewettigd vertrouwen en de rechtszekerheid van de belastingplichtigen.


(1)  Besluit (EU) 2016/1699 van de Commissie van 11 januari 2016 betreffende de staatssteunregeling inzake vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) door België ten uitvoer gelegd (kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 9837) (PB 2016, L 260, blz. 61).

(2)  Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9).


Top