Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015TN0722

Zaak T-722/15: Beroep ingesteld op 4 december 2015 — Interessengemeinschaft privater Milchverarbeiter Bayerns/Commissie

OJ C 59, 15.2.2016, p. 38–40 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

15.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 59/38


Beroep ingesteld op 4 december 2015 — Interessengemeinschaft privater Milchverarbeiter Bayerns/Commissie

(Zaak T-722/15)

(2016/C 059/45)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Interessengemeinschaft privater Milchverarbeiter Bayerns e.V. (Mertingen, Duitsland) (vertegenwoordigers: C. Bittner en N. Thies, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

het bestreden besluit nietig verklaren voor zover dit

in artikel 1 vaststelt dat in Duitsland voor de in Bayern uitgevoerde melkkwaliteitstests in strijd met artikel 108, lid 3, VWEU aan de betrokken melkveebedrijven in Bayern staatssteun is verleend, en dat deze staatssteun sinds 1 januari 2007 onverenigbaar is met de interne markt;

in de artikelen 2 tot en met 4 ten aanzien van de begunstigden de terugvordering beveelt van deze staatssteun vermeerderd met rente;

de Commissie verwijzen in de kosten van verzoekende partij.

Middelen en voornaamste argumenten

Met het onderhavige beroep vordert verzoekende partij de gedeeltelijke nietigverklaring van besluit C(2015) 6295 final van de Commissie van 18 september 2015 inzake de door Duitsland verleende staatssteun voor melkkwaliteitstests in het kader van de wet melk en vetten SA.35484 (2013/C) (ex SA.35484 [2012/NN]).

Ter ondersteuning van het beroep voert verzoekende partij zes middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van artikel 108, lid 2, VWEU, in samenhang met de artikelen 6, lid 1, en 20, lid 1, eerste zin, van verordening (EG) nr. 659/1999 (1)

Volgens verzoekende partij steunt het betreden besluit op feitelijke en juridische overwegingen die niet het voorwerp vormden van het besluit tot inleiding van de procedure.

2.

Tweede middel: schending van artikel 107, lid 1, VWEU, doordat de middelen worden aangemerkt als staatsmiddelen

Volgens verzoekende partij zijn de middelen uit de heffing niet als staatsmiddelen aan te merken omdat zij niet waren onderworpen aan voortdurende overheidscontrole en ter beschikking stonden van de nationale overheidsinstanties. De nationale overheidsinstanties hebben slechts de betalingen van de Beierse zuivelbedrijven doorgegeven aan de met de uitvoering van de melkkwaliteitstests belaste Milchprüfring.

3.

Derde middel: schending van artikel 107, lid 1, VWEU, doordat de financiering van de melkkwaliteitstests werd aangemerkt als staatssteun ten voordele van de Beierse zuivelbedrijven

De kosten van de melkkwaliteitstests vormen geen lasten die de Beierse zuivelbedrijven normaal gezien dienen te dragen. De controles gebeurden in het algemeen belang. Bovendien stonden tegenover de vermeende voordelen van de zuivelbedrijven kosten in de vorm van een verplichte heffing.

4.

Vierde middel (subsidiair): schending van artikel 107, lid 3, VWEU

Verzoekende partij betoogt dat verwerende partij de litigieuze middelen in de periode 2000-2006 als verenigbaar met de interne markt heeft beschouwd. Sindsdien zijn de litigieuze middelen niet veranderd. Hieruit kan worden afgeleid dat de beoordelingsmarge van verwerende partij bijgevolg in die zin was beperkt dat deze de sinds 1 januari 2007 verleende litigieuze middelen had moeten beschouwen als verenigbaar met de interne markt.

5.

Vijfde middel (subsidiair): schending van artikel 108, leden 1 en 3, VWEU, voor zover de financiering van de melkkwaliteitstests wordt aangemerkt als nieuwe staatssteun waarvoor bijgevolg een kennisgeving is vereist

6.

Zesde middel (subsidiair): schending van het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen

Verzoekende partij stelt ten slotte dat de Commissie voor de periode 2000-2006 had vastgesteld dat de financiering van de melkkwaliteitstests verenigbaar was met de interne markt. Bovendien heeft zij de financiering van de melkkwaliteitstests in februari 2012 nog bestaande staatssteun genoemd. Hierdoor heeft zij het gewettigd vertrouwen gewekt, dat in elk geval geen terugvordering van de beweerde staatssteun zou worden bevolen.


(1)  Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB L 83, blz. 1).


Top