Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015TN0591

Zaak T-591/15: Beroep ingesteld op 13 oktober 2015 — Transavia Airlines/Commissie

OJ C 398, 30.11.2015, p. 74–76 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 398/74


Beroep ingesteld op 13 oktober 2015 — Transavia Airlines/Commissie

(Zaak T-591/15)

(2015/C 398/87)

Procestaal: Nederlands

Partijen

Verzoekende partij: Transavia Airlines (Schiphol, Nederland) (vertegenwoordigers: R. Elkerbout en M. R. Baneke, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

Verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

artikel 1, lid 3, en (voor zover zij artikel 1, lid 3, betreffen) de artikelen 3, 4 en 5 van het besluit van de Europese Commissie nietig te verklaren; en

de Europese Commissie in de kosten te verwijzen.

Middelen en voornaamste argumenten

Verzoekende partij verzoekt de gedeeltelijke vernietiging van Besluit (EU) 2015/1227 van de Commissie van 23 juli 2014 betreffende de steunmaatregel SA.22614 (C 53/07) ten uitvoer gelegd door Frankrijk ten gunste van de chambre de commerce et d’industrie de Pau-Béarn, Ryanair, Airport Marketing Services en Transavia (kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 5085) (PB L 201, p. 109).

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij zes middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, vervat in artikel 41 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en de rechten van verdediging.

Verzoekende partij is niet voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit in de gelegenheid gesteld om haar zienswijzen naar voren te brengen.

De Commissie heeft het verzoek van verzoekende partij van 25 augustus 2015 tot toegang tot bepaalde documenten uit het dossier niet mogen ontzeggen.

2.

Tweede middel, ontleend aan een schending van artikel 107, lid 1, VWEU aangezien de gestelde steunmaatregelen ten onrechte zijn toegerekend aan de Franse staat.

De Commissie heeft ten onrechte de „chambre de commerce et d’industrie de Pau-Béarn” als overheidsorgaan aangemerkt.

De Commissie spreekt zichzelf tegen bij haar beoordeling van het karakter van de „chambre de commerce et d’industrie de Pau-Béarn”.

3.

Derde middel, ontleend aan een schending van artikel 107, lid 1, VWEU aangezien de toets van de marktdeelnemer in een markteconomie verkeerd is toegepast.

De Commissie heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij de winstgevendheidstoets heeft toegepast, in plaats van een vergelijking te maken met het markttarief.

De Commissie heeft de winstgevendheidstoets verkeerd toegepast, door de beweegredenen van de luchthaven van Pau om de overeenkomst met verzoekende partij aan te gaan, buiten beschouwing te laten, een te korte tijdshorizon te hanteren en niet duidelijk te maken welke inkomsten en voordelen voor de luchthaven van Pau zij heeft meegewogen.

4.

Vierde middel, ontleend aan een schending van artikel 107, lid 1, VWEU aangezien ten onrechte is geoordeeld dat het vermeende economische voordeel selectief is.

5.

Vijfde middel, ontleend aan een schending van artikel 107, lid 1, VWEU aangezien nagelaten is om te beoordelen of de vermeende economische voordelen ook daadwerkelijk nadelige effecten hebben voor de mededinging.

6.

Zesde middel, ontleend aan een schending van artikel 107, lid 1, en artikel 108, lid 2, VWEU aangezien een beoordelingsfout is gemaakt en het recht onjuist is opgevat door vast te stellen dat de steun aan verzoekende partij gelijk was aan de gecumuleerde verliezen voor de luchthaven van Pau in de periode 2006 tot 2009, terwijl er eigenlijk had moeten worden nagaan welk voordeel verzoekende partij in de praktijk heeft genoten.


Top