Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015CN0457

Zaak C-457/15: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Berlin (Duitsland) op 28 augustus 2015 — Vattenfall Europe Generation AG/Bundesrepublik Deutschland

OJ C 398, 30.11.2015, p. 14–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 398/14


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Berlin (Duitsland) op 28 augustus 2015 — Vattenfall Europe Generation AG/Bundesrepublik Deutschland

(Zaak C-457/15)

(2015/C 398/18)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Verwaltungsgericht Berlin

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Vattenfall Europe Generation AG

Verwerende partij: Bundesrepublik Deutschland

Prejudiciële vragen

1)

Leidt de opname van de categorie „activiteiten voor het verbranden van brandstof in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW” in bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG (1) ertoe dat daarmee de verplichting tot handel in emissierechten van een installatie voor elektriciteitsopwekking begint op het tijdstip waarop voor het eerst broeikasgassen worden uitgestoten en derhalve mogelijkerwijs vóór het tijdstip waarop voor het eerst elektriciteit door de installatie wordt opgewekt?

2)

Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:

Moet artikel 19, lid 2, van besluit 2011/278/EU (2) van de Commissie van 27 april 2011 aldus worden uitgelegd dat de emissie van broeikasgassen die plaatsvindt vóór de aanvang van de normale werking van een onder bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG vallende installatie, al op het tijdstip van de eerste emissie tijdens de bouwfase van de installatie de verplichting tot rapportage en inlevering van emissierechten door de exploitant in het leven roept?

3)

Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:

Moet artikel 19, lid 2, van besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat de nationale uitvoeringsbepaling in § 18, lid 4, van de Zuteilungsverordnung 2020 [toewijzingsbesluit 2020] op installaties voor elektriciteitsopwekking wordt toegepast om het tijdstip te bepalen waarop de verplichting tot handel in emissierechten ingaat?


(1)  Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275, blz. 32).

(2)  Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad [Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 2772] (PB L 130, blz. 1).


Top