Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62013CA0650

Zaak C-650/13: Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal d’instance de Bordeaux — Frankrijk) — Thierry Delvigne/Commune de Lesparre Médoc, Préfet de la Gironde (Prejudiciële verwijzing — Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Artikelen 39 en 49 — Europees Parlement — Verkiezingen — Stemrecht — Burgerschap van de Europese Unie — Terugwerkende kracht van de lichtere straf — Nationale wettelijke regeling die voorziet in ontneming van het stemrecht in het geval van een vóór 1 maart 1994 in laatste aanleg uitgesproken strafrechtelijke veroordeling)

OJ C 389, 23.11.2015, p. 3–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

23.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 389/3


Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal d’instance de Bordeaux — Frankrijk) — Thierry Delvigne/Commune de Lesparre Médoc, Préfet de la Gironde

(Zaak C-650/13) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 39 en 49 - Europees Parlement - Verkiezingen - Stemrecht - Burgerschap van de Europese Unie - Terugwerkende kracht van de lichtere straf - Nationale wettelijke regeling die voorziet in ontneming van het stemrecht in het geval van een vóór 1 maart 1994 in laatste aanleg uitgesproken strafrechtelijke veroordeling))

(2015/C 389/03)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal d’instance de Bordeaux

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Thierry Delvigne

Verwerende partijen: Commune de Lesparre Médoc, Préfet de la Gironde

Dictum

De artikelen 39, lid 2, en 49, lid 1, laatste zin, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich er niet tegen verzetten dat een wettelijke regeling van een lidstaat, als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, personen die, zoals verzoeker in het hoofdgeding, op grond van een vóór 1 maart 1994 onherroepelijk geworden uitspraak strafrechtelijk zijn veroordeeld wegens een ernstig misdrijf, van rechtswege van stemrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement uitsluit.


(1)  PB C 129 van 28.4.2014.


Top