Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014IE5388

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over een industriebeleid van de EU voor de voedsel- en drankensector

OJ C 332, 8.10.2015, p. 28–35 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

8.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/28


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over een industriebeleid van de EU voor de voedsel- en drankensector

(2015/C 332/04)

Rapporteur:

Ludvík JÍROVEC

Corapporteur:

Edwin CALLEJA

Op 10 juli 2014 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) besloten overeenkomstig artikel 29, lid 2, van zijn reglement van orde een initiatiefadvies op te stellen over de

Voedsel- en drankensector.

De adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI), die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 4 mei 2015 goedgekeurd.

Het Comité heeft tijdens zijn op 27 en 28 mei 2015 gehouden 508e zitting (vergadering van 27 mei 2015) het volgende advies uitgebracht, dat met 151 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 5 onthoudingen, is goedgekeurd.

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.   Conclusies

1.1.1.   Trends

Belangrijke demografische trends tussen nu en 2050 zijn o.a. groei en vergrijzing van de bevolking, verstedelijking en toenemende ongelijkheid. In 2050 zal de wereldbevolking 9,1 miljard bedragen, 34 % meer dan nu. Die bevolkingsgroei zal bijna geheel voor rekening komen van ontwikkelingslanden. De verstedelijking zal steeds sneller gaan, zodat in 2050 ongeveer 70 % van de wereldbevolking in steden zal wonen (nu is dat 49 %). Om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen moet de productie van voedsel met 70 % toenemen (los van voedsel dat gebruikt wordt voor biobrandstoffen) (1).

1.1.2.   De rol van de Europese voedsel- en drankindustrie

De Europese voedsel- en drankindustrie zal een ontwikkelingsstrategie moeten uitstippelen in een context van bescheiden economische groei, minder natuurlijke hulpbronnen, structureel hoge grondstoffen- en energieprijzen en moeilijke toegang tot kapitaal. Innovatie zal beslissend zijn voor haar concurrentievermogen.

Dit vraagt erom de sector klaar te stomen voor de toekomstige uitdagingen. Onderhavig EESC-advies richt zich op belangrijke beleidsterreinen waar maatregelen nodig zijn om een gunstig ondernemingsklimaat te creëren. Dat zou de voedsel- en drankindustrie in staat moeten stellen duurzame groei te realiseren, te innoveren en banen te scheppen en tegelijkertijd de consument veilige, voedzame en betaalbare producten van goede kwaliteit te blijven bieden.

1.1.3.   Pleidooi voor een sectorspecifiek beleid voor de Europese voedsel- en drankindustrie

Het EESC is groot voorstander van een sectoraal beleid voor de Europese voedsel- en drankindustrie dat op haar specifieke behoeften is afgestemd. Het denkt dat daartoe een nieuw mandaat nodig is voor het forum op hoog niveau voor een betere werking van de voedselvoorzieningsketen voor de periode 2015-2019. Het vorige mandaat van dit forum liep op 31 december 2014 af.

1.2.   Aanbevelingen

Het EESC vestigt de aandacht van Europese Commissie, Europees Parlement, Europese Raad en de regeringen van de lidstaten op onderstaande prioriteiten voor de verdere ontwikkeling van de Europese voedsel- en drankindustrie. Ook wil het de ondernemingen in die sector wijzen op de initiatieven en acties die van hen worden verwacht.

1.2.1.   Voltooiing van de interne markt

Commissie en lidstaten moeten toewerken naar de voltooiing van de interne markt, met een gegarandeerd vrij verkeer van voedingsmiddelen en dranken. Dit is een absolute voorwaarde om de concurrentiekracht van de voedings- en drankbedrijven in de EU te verbeteren en impliceert niet automatisch méér wetgeving, maar maatregelen voor betere toepassing van bestaande regels.

De Commissie moet de vooruitgang in kaart brengen en monitoren die wordt geboekt met:

het door haar geleide REFIT-programma. Dit zou aan de voltooiing van de interne markt voor voedingsmiddelen moeten bijdragen zonder dat de huidige normen t.a.v. de arbeidsvoorwaarden van werknemers uit het oog worden verloren;

de recente hervorming van het GLB. Deze moet worden uitgevoerd zonder concurrentieverstoringen tussen de lidstaten te creëren en op zo’n manier dat duurzame productie wordt gestimuleerd;

de „plechtige belofte” van de EU m.b.t. stage-/opleidingsplaatsen. Voor de implementatie daarvan is de volledige steun van de lidstaten nodig.

1.2.2.   Facilitering van de internationale handel in voedingsmiddelen en dranken

Het EESC herhaalt de oproep uit zijn advies van 4 januari 2010 over handel en voedselzekerheid (2) dat voedselzekerheid een centrale doelstelling moet blijven in alle mondiale handelsbesprekingen.

De internationale onderhandelingsstrategie van de EU moet gericht zijn op eliminatie van de belemmeringen voor de EU-export en vereenvoudiging van de handel door toepassing van internationaal erkende normen in de landen met het grootste potentieel voor handelsexpansie. De Commissie zou het volgende moeten doen:

streven naar succesvolle afsluiting van belangrijke handelsovereenkomsten van de EU waarover nog wordt overlegd (o.a. met de VS, Japan en Zuid-Aziatische landen), want die kunnen de Europese voedsel- en drankenproducenten grote voordelen opleveren;

toezicht houden op de uitvoering van lopende handelsakkoorden;

trachten bilaterale en multilaterale overeenkomsten beter op elkaar af te stemmen;

zorgen voor wederkerige behandeling, zowel bij het verlagen van tarifaire belemmeringen als bij het uit de weg ruimen van non-tarifaire belemmeringen (NTB’s), en in stand houden van de bestaande EU-normen voor consumenten-, milieu- en gezondheidsbescherming.

De Commissie moet meer steun geven voor internationalisering van het mkb. Overheidssteun blijft essentieel om:

gunstige exportomstandigheden te creëren door eliminatie van handelsbelemmeringen;

toegang tot handelsfinanciering te vergemakkelijken (exportkredieten en -verzekeringen);

exportbevordering d.m.v. publiek-private samenwerking te stimuleren;

informatie te verzamelen over importregels van derde landen en die over te brengen aan mkb-organisaties.

1.2.3.   Initiatieven van de voedsel- en drankensector zelf ter versterking van personele middelen en behoud van werkgelegenheid

Het is hard nodig dat de sector zelf zijn imago verbetert, met name onder jongeren. Er moet gekwalificeerder personeel worden aangenomen. Dat vereist:

grotere beschikbaarheid van kwalitatief goede informatie in de lidstaten over de sectorale arbeidsmarkt om de informatieasymmetrie tussen werkgevers en potentiële werknemers aan te pakken en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden op te sporen en te verhelpen;

regelmatige validatie van cursussen van hogeronderwijsinstellingen door o.a. vertegenwoordigers uit de voedsel- en drankindustrie om ervoor te zorgen dat beroepsopleidingen relevant blijven;

deelname van alle nieuw aan te werven werknemers in de voedsel- en drankensector — en niet alleen jongeren — aan stage-/opleidingsprogramma’s. Dit is vooral belangrijk voor de ontsluiting van het potentieel van herintredende vrouwen en oudere werknemers die op zoek zijn naar andere loopbaanmogelijkheden;

personeel en middelen voor opleidingen en voor programma’s in het kader van een leven lang leren om de kwalificaties van arbeidskrachten op peil te houden. Sociaal overleg is hierbij essentieel.

Het EESC moedigt de oprichting aan van een kennis- en innovatiegemeenschap (KIG) in de voedsel- en drankensector, aangezien een KIG niet alleen een belangrijke verbintenis vormt om vóór 2020 meer in O&O te investeren, maar ook aanzienlijk bijdraagt aan banenschepping en groei.

Tot slot wijst het EESC op het belang van:

bescherming van de rechten van Europese werknemers en consumenten;

volledige en daadwerkelijke ratificatie, implementatie en handhaving van de fundamentele normen van de IAO;

Europese kwaliteitsnormen in de voedsel- en drankensector.

1.2.4.   Totstandbrenging van een duurzame voedselvoorzieningsketen

Het EESC wijst er nogmaals op dat het nuttig is het beleid ter bevordering van duurzame consumptie en productie en het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa nauw op elkaar af te stemmen (3). Het spoort de lidstaten aan dit beleid d.m.v. het stappenplan en het Europees semester ten uitvoer te leggen (4). Daarom ook zou het graag willen dat er een alomvattend plan komt om een duurzame voedselketen tot stand te brengen. De Commissie zou een mededeling over duurzame voedselsystemen moeten uitbrengen.

Tijdens de Wereldtentoonstelling in Milaan zou het EESC grote bekendheid moeten geven aan de aanbevelingen uit dit advies en andere adviezen over voedsel die de voorbije maanden zijn uitgebracht.

1.2.5.   Voedselverspilling

Het EESC herhaalt zijn standpunt (5) dat de EU een definitie alsook een gezamenlijke en algemeen afgestemde methode nodig heeft om verlies en verspilling van voedsel te kwantificeren en onder meer het hergebruik en de nuttige toepassing van onverkocht voedsel in kaart te brengen. Het is echter wel zaak om nu al concrete acties op touw te zetten, zonder de uitkomsten van lopende Europese en mondiale onderzoeken af te wachten. Daarbij moet worden gedacht aan initiatieven om de hele voedselketen bewuster te maken van voedselverspilling en om goede praktijken te ontwikkelen en te verspreiden.

Elk toekomstig industriebeleid voor de voedsel- en drankensector dient te getuigen van een evenwichtige benadering en moet voedselverspilling tegengaan. Beleid ter voorkoming van voedselverspilling moet de gehele voedselketen betreffen, van de fase voorafgaand aan de oogst tot en met de consument.

Ook zou goed moeten worden gekeken naar het fiscale aspect (btw) en zouden nationale maatregelen moeten worden gecoördineerd om donaties aan voedselbanken te vereenvoudigen als middel om minder voedsel te verspillen.

1.2.6.   Een eerlijke toeleveringsketen

Het EESC blijft, net als in zijn advies van 9 mei 2013 (6), ijveren voor een bedrijfscultuuromslag om eerlijke handelspraktijken in de volledige levensmiddelenketen ingang te doen vinden. Het juicht het dan ook toe dat distributeurs en voedsel- en drankenproducenten zich inzetten voor de ontwikkeling van een vrijwillig initiatief ter bevordering van eerlijke handelsbetrekkingen in de hele voedselvoorzieningsketen (SCI — Supply Chain Initiative (7)).

1.2.7.   O&O en innovatie

De voedselsector staat voor grote uitdagingen maar de middelen voor O&O zijn beperkt. Het EESC vindt dat O&O zeer doelgericht moet zijn en dat in de eerste plaats samen met de sector moet worden vastgesteld welke aanpak dit vereist. Verder moeten innovaties volgens het EESC met name zijn gebaseerd op de verwachtingen van de consument om geaccepteerd en een succes te worden.

1.2.8.   Kleine en middelgrote ondernemingen in de voedsel- en drankensector

Het naleven van EU-wetgeving vormt een zware belasting voor het mkb. De voortdurende wijzigingen en het gebrek aan harmonisatie, bijvoorbeeld t.a.v. etiketteringsvereisten, leiden tot rompslomp en staan groei in de weg. Het EESC meent dat bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de specifieke behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen, met name om de administratieve lasten te verminderen. Voorzichtigheid is echter geboden bij het maken van uitzonderingen voor deze ondernemingen, vooral t.a.v. voedselveiligheid, want die kunnen negatieve gevolgen hebben en hen uit de markt drukken.

1.2.9.

Het EESC dringt er bij de Commissie op aan om een rapport op te stellen waarin wordt beoordeeld of er voor alcoholhoudende dranken informatie over de ingrediënten en de voedingswaarde zou moeten worden verstrekt.

2.   Stand van zaken in de europese voedsel- en drankindustrie

2.1.

De Europese voedsel- en drankindustrie is de grootste productiesector in de economie van de EU met een jaarlijkse omzet van meer dan 1 biljoen EUR en 4,25 miljoen directe arbeidsplaatsen. Deze industrie maakt deel uit van een waardeketen die in totaal 32 miljoen mensen werk verschaft en goed is voor 7 % van het bbp van de EU. 99,1 % van de ondernemingen in de sector behoort tot het mkb (8).

2.2.

Het percentage particuliere O&O-investeringen bedraagt 0,27 % van de omzet. Het scorebord voor 2012 van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) bevestigde trends uit voorgaande jaren, met name dat de EU het niveau van particulier O&O heeft gehandhaafd, maar dit niveau nog steeds achterblijft bij dat van haar internationale concurrenten (9).

2.3.

De Europese voedsel- en drankindustrie verwerkt 70 % van alle landbouwproducten in de EU en levert de Europese consument veilige en voedzame levensmiddelen van goede kwaliteit.

2.4.

In 2012 bedroeg de mondiale export van verwerkte voedingsmiddelen en dranken vanuit Europa 86,2 miljard EUR (10), waarmee de sector de grootste exporteur van dit soort producten ter wereld is. Bovendien kende de handelsbalans van de EU in 2012 een recordoverschot van 23 miljard EUR. De afgelopen twintig jaar is de handel in voedingsmiddelen en dranken tussen de lidstaten verdrievoudigd en bedraagt nu ongeveer 450 miljard EUR (11).

2.5.

De voedsel- en drankensector is een veerkrachtige, niet-conjunctuurgebonden economische pijler die in alle lidstaten sterk aanwezig is, en levert zeker een belangrijke bijdrage aan de inspanningen van de Europese productie-industrie om haar aandeel in het bbp te verhogen naar 20 %, een streefcijfer dat door de Europese Commissie in het kader van de Europa 2020-strategie is geformuleerd (12). Het EESC spreekt daarvoor nogmaals zijn steun uit en herhaalt dat naast dit streefcijfer ook het kwaliteitsaspect nadrukkelijk aandacht verdient (13).

2.6.

Uit belangrijke concurrentie-indicatoren blijkt echter dat de sector zijn concurrentievoordelen aan het kwijtraken is. Terwijl de mondiale vraag toenam, daalde het exportmarktaandeel jaar na jaar (exportwaarde in 2012: 16,1 % t.o.v. 20,5 % in 2002) (14).

2.7.

In onderhavig initiatiefadvies wijst het EESC erop welke maatregelen nodig zijn om deze negatieve trend te keren en de concurrentiepositie van de Europese voedsel- en drankensector zowel op de interne markt als wereldwijd te verbeteren.

2.8.

Consumenten hebben recht op betrouwbare en evenwichtige informatie over alcoholhoudende dranken, zodat ze met kennis van zaken beslissingen kunnen nemen over hun consumptie. Voor alle alcoholhoudende dranken, ongeacht hun alcoholgehalte, zouden dezelfde regels moeten gelden. Het EESC dringt er bij de Commissie op aan onverwijld het rapport op te stellen dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1169/2011 in december 2014 had moeten worden ingediend en waarin wordt beoordeeld of alcoholhoudende dranken in de toekomst zouden moeten voldoen aan de vereiste om informatie te verstrekken over de ingrediënten en de voedingswaarde.

3.   Inspanningen voor meer industriële activiteit in europa

3.1.   Initiatieven van de Europese instellingen

De Raad Concurrentievermogen heeft de bijdrage onderkend die alle industriële sectoren aan de Europese economie kunnen leveren en aangemoedigd tot uitvoering van sectorale initiatieven door de Commissie (15).

Kort daarna publiceerde de Commissie een mededeling getiteld „Voor een heropleving van de Europese industrie” (COM(2014) 14 final)  (16). Verder hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de EU twee maanden later, tijdens hun top in maart 2014, onderstreept dat Europa zijn industriebasis moet ontwikkelen. Ze wezen op het belang van stabiele, eenvoudige en voorspelbare regelgeving en waren het erover eens dat op alle beleidsterreinen aandacht moet worden geschonken aan het concurrentievermogen van de industrie (17).

In de tussentijd verscheen het eindverslag van het forum op hoog niveau (FHN) voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen  (18), een lichaam dat in 2009 door de Europees commissaris voor Industrie en Ondernemerschap was opgericht. Dit forum hechtte tijdens zijn laatste vergadering op 15 oktober 2014 unaniem zijn goedkeuring aan aanbevelingen voor de ontwikkeling van een industriebeleid voor de levensmiddelensector (19). Het EESC heeft bij het opstellen van onderhavig advies met deze aanbevelingen rekening gehouden.

Nu kijkt het EESC ernaar uit om bij te dragen aan aanvullende initiatieven van de Europese Commissie, zoals haar aanwezigheid op de Expo in Milaan dit jaar waar voedselveiligheid een centraal thema zal zijn van haar paviljoen. Voorts staat voor oktober 2015 de publicatie van een studie gepland over de concurrentiepositie van de Europese voedsel- en drankindustrie.

De onlangs geopende Wereldtentoonstelling in Milaan (Expo 2015) heeft als thema „Voedsel voor de planeet, energie voor het leven”. De Europese Commissie stimuleert een discussie over de vraag hoe wetenschap en innovatie kunnen bijdragen tot de voedselzekerheid en duurzaamheid in de wereld. Hiermee krijgt het EESC een uitgelezen kans om de standpunten uit dit advies en andere adviezen over voedsel die de voorbije maanden zijn uitgebracht, voor het publiek te presenteren als inbreng voor de discussie. Deze discussie zou prima gehouden kunnen worden op de Expo-stand van de Europese Commissie tijdens één of meer voorlichtingsseminars die speciaal hiertoe worden georganiseerd.

3.2.   Gezamenlijke besluiten van voedselproducenten en vakbonden

In maart 2014 ondertekenden FoodDrinkEurope en Effat (Europese vakfederatie voor voedselindustrie, landbouw en toerisme) een gezamenlijke verklaring over de noodzaak van sectorale maatregelen op Europees niveau voor de voedsel- en drankensector.

4.   Kernpunten voor de ontwikkeling van een industriebeleid voor de europese voedsel- en drankensector

4.1.   De werking van de voedselvoorzieningsketen op de interne markt voor voedingsmiddelen en dranken verbeteren

4.1.1.

De levensmiddelenwetgeving in de EU is sterk geharmoniseerd en de sector profiteert aanzienlijk van de kansen die de interne markt biedt. De handel tussen de lidstaten is de afgelopen tien jaar fors gegroeid en heeft nu een aandeel van 20 % in de Europese voedsel- en drankenproductie. Toch maken bedrijven nog altijd melding van verschillende interpretaties en uiteenlopende implementatie van de wetgeving inzake voedselnormen. Verdere integratie zou leiden tot nieuwe groeimogelijkheden (20).

Het verbeteren van de betrekkingen tussen ondernemingen in de voedselvoorzieningsketen is eveneens essentieel voor een concurrentiekrachtige voedsel- en drankensector (21).

4.1.2.

Van het allergrootste belang is de monitoring door de Commissie van de doeltreffendheid van het Europees initiatief voor de toeleveringsketen (22) en van de handhaving van regelgeving op nationaal niveau (23). Het SCI is een belangrijk gezamenlijk vrijwillig initiatief van stakeholderorganisaties uit de hele voedselvoorzieningsketen. Het voorziet in een systeem voor het verbeteren van de onderlinge handelsbetrekkingen en het oplossen van onderlinge commerciële geschillen.

4.2.   Duurzame werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit bevorderen

4.2.1.

In een poging de vaardigheden van de arbeidskrachten in de sector te verbeteren, hebben Effat en FoodDrinkEurope in 2013 een gezamenlijk rapport uitgebracht met een overzicht van de vereiste maatregelen op het vlak van opleiding en bekwaamheden om de uitdagingen op de arbeidsmarkt te kunnen aangaan (24).

4.2.2.

Ze formuleerden ook een „plechtige belofte” m.b.t. stage-/opleidingsplaatsen voor jongeren in de voedsel- en drankindustrie (25), teneinde zulke plaatsen van hoge kwaliteit in bedrijven in de hele EU, met name kleine en middelgrote ondernemingen, te stimuleren.

4.3.   Internationale handel versterken

4.3.1.

Met een positieve handelsbalans van 23 miljard EUR in 2012 blijft de EU de grootste exporteur van voedingsmiddelen en dranken ter wereld, hoewel haar aandeel in de mondiale handel in deze producten kleiner wordt. Daarentegen is het exportmarktaandeel van landen als China en Brazilië de afgelopen jaren constant toegenomen (26).

4.3.2.

Niettegenstaande de algemene erkenning dat voedselveiligheid het allerbelangrijkste is (27), vormt vergroting van de export een van de voornaamste bronnen van groei voor elke industrie. Nu de bevolking in opkomende landen steeds rijker wordt, zou de sector moeten worden toegerust om aan de stijgende mondiale vraag te kunnen beantwoorden.

4.3.3.

Een multilateraal WHO-verdrag van formaat zou de meest doeltreffende oplossing zijn geweest om markten te openen, maar tijdens opeenvolgende onderhandelingsrondes is het niet gelukt een alomvattende overeenkomst te bereiken.

4.3.4.

Daarom worden bilaterale handelsakkoorden steeds belangrijker. Die hebben voor de Europese industrie in het algemeen en de voedsel- en drankensector in het bijzonder al goede resultaten opgeleverd. In de lopende onderhandelingen over TTIP zouden zowel tarifaire als non-tarifaire belemmeringen (NTB’s) moeten worden aangepakt, waarbij de nadruk moet liggen op wederkerige behandeling voor Europese voedingsmiddelen en dranken. De belangen van de Europese consument zouden echter op geen enkele manier mogen worden geschaad. De uitkomst van deze onderhandelingen zou de Europese levensmiddelensector geen windeieren moeten leggen (28).

4.3.5.

Het bevorderingsbeleid van de EU is een goed instrument om munt te slaan uit het wereldwijde positieve imago van Europese levensmiddelen en om de belangrijkste eigenschappen van Europese voedselproducten voor het voetlicht te brengen.

4.4.   Bijdragen aan duurzame productie en consumptie

4.4.1.

Het EESC schreef in 2012 in een advies (29): „Een duurzame consumptie en productie houdt in dat gebruik wordt gemaakt van diensten en producten die een hogere meerwaarde opleveren terwijl ze minder natuurlijke hulpbronnen verbruiken, en bezet daarmee een centrale plaats in strategieën die tot doel hebben de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren en een groene economie te bevorderen.”.

4.4.2.

De Europese voedsel- en drankindustrie is afhankelijk van de beschikbaarheid van genoeg en scherp geprijsde agrarische grondstoffen die voldoen aan specifieke kwaliteitscriteria.

4.4.3.

Een van de grootste uitdagingen is voedselverspilling, want in de Europese voedselketen wordt jaarlijks ongeveer 90 miljoen ton voedsel weggegooid. Daarmee worden ook de hulpbronnen verspild die zijn gebruikt om dat voedsel te produceren, zoals grondstoffen, water, mest- en brandstoffen. Sommige belangrijke initiatieven ter zake gaven aanleiding tot partnerschappen met relevante stakeholders, zoals de campagne „Elke kruimel telt” en de samenstelling van een toolkit voor het bedrijfsleven. In EESC-advies uit 2013 over de preventie en beperking van voedselverspilling (NAT/570) wordt inzicht in deze problematiek gegeven en passeren mogelijke oplossingen de revue.

4.4.4.

De Europese Commissie heeft aanbevolen hulpbronnenefficiëntie in de voedselsector aan te merken als prioriteit, en heeft een uitgebreide raadpleging gehouden over de duurzaamheid van het Europese voedselsysteem (30).

4.4.5.

Duurzaamheid zou vanuit een breder perspectief moeten worden bekeken: niet alleen vanuit milieu-, maar ook vanuit sociaal en economisch oogpunt. Dat was het geval in een gezamenlijke verklaring van elf organisaties uit de voedselketen in het kader van het FHN (31).

4.5.   Creëren van een Innovatie-unie

4.5.1.

In de Europese voedsel- en drankensector wordt weinig in O&O geïnvesteerd in vergelijking met andere producerende subsectoren en de voedsel- en drankindustrie wereldwijd (32).

4.5.2.

Kennis- en innovatiegemeenschappen in de sector moeten worden aangemoedigd en ondersteund. Dergelijke gemeenschappen plannen 7 à 15 jaar vooruit, maar hebben ook doelstellingen voor de korte en middellange termijn, zoals het essentiële streven naar verhoging van de O&O-investeringen voor 2020 en bevordering van groei en werkgelegenheid.

Voedsel- en drankbedrijven stuiten op enorm veel problemen als ze innovatieve producten en processen willen introduceren. Kleine en middelgrote ondernemingen lijden daar het meest onder, omdat hun organisatie klein is, hun capaciteiten beperkt zijn en ze de noodzakelijke managementvaardigheden, ervaring en strategische visie missen. Goedkeuringsprocedures voor het op de markt brengen van nieuwe producten moeten worden versneld, maar daarbij moet wel het voorzorgsbeginsel in acht worden genomen, d.w.z. dat hoe dan ook alleen producten op de markt mogen worden gebracht die veilig zijn voor de gezondheid van de consument.

4.6.   Vermindering van administratieve lasten, met name voor het mkb

4.6.1.

Vooral de kleine en middelgrote ondernemingen in de sector lijden onder de wildgroei aan structuren en de bijbehorende onnodige administratieve rompslomp. Die belemmert in belangrijke mate het concurrentievermogen en moet dan ook specifiek worden aangepakt, zonder dat echter de voedselveiligheid en de rechten van werknemers en consumenten in het gedrang komen.

4.6.2.

De Commissie heeft in het kader van het REFIT-programma een belangrijke stap gezet om ervoor te zorgen dat EU-wetgeving op het bedrijfsleven wordt toegesneden en het concurrentievermogen bevordert (33).

Brussel, 27 mei 2015.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Henri MALOSSE


(1)  http://www.fao.org/fileadmin/templates/wsfs/docs/expert_paper/How_to_Feed_the_World_in_2050.pdf

(2)  PB C 255 van 22.9.2010, blz. 1.

(3)  COM(2011) 571 final.

(4)  PB C 191 van 29.6.2012, blz. 6.

(5)  PB C 161 van 6.6.2013, blz. 46.

(6)  EESC-advies over de stand van zaken in de handelsbetrekkingen tussen grote distributiebedrijven en levensmiddelenleveranciers (PB C 133 van 9.5.2013, blz. 16).

(7)  http://www.supplychaininitiative.eu/

(8)  Bron: Data and Trends of the European Food and Drink Industry 2013-2014.

http://www.fooddrinkeurope.eu/uploads/publications_documents/Data__Trends_of_the_European_Food_and_Drink_Industry_2013-20141.pdf

(9)  Bron: EU Scorebord 2012 van industriële O&O-investeringen, JRC en DG RTD.

(10)  http://www.fooddrinkeurope.eu/uploads/publications_documents/Data__Trends_of_the_European_Food_and_Drink_Industry_2013-20141.pdf

(11)  http://ec.europa.eu/internal_market/publications/docs/20years/achievements-web_en.pdf

(12)  http://ec.europa.eu/about/juncker-commission/docs/pg_nl.pdf

(13)  EESC-advies over een heropleving van de Europese industrie (PB C 311 van 12.9.2014, blz. 47).

(14)  Bron: UN Comtrade 2012.

(15)  http://register.consilium.europa.eu/doc/srv?l=NL&f=ST%2017202%202013%20INIT

(16)  http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52014DC0014

(17)  http://register.consilium.europa.eu/doc/srv?l=EN&t=PDF&gc=true&sc=false&f=ST%207%202014%20INIT

(18)  http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2010:210:0004:0005:NL:PDF

(19)  http://europa.eu/rapid/press-release_IP-14-1139_nl.htm

(20)  http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52014SC0014

(21)  Zie EESC-advies, PB C 133 van 9.5.2013, blz. 16.

(22)  http://www.supplychaininitiative.eu/

(23)  COM(2014) 472.

(24)  http://www.effat.org/en/node/10599

(25)  http://ec.europa.eu/education/policy/vocational-policy/doc/alliance/fooddrinkeurope-effat-pledge_en.pdf

(26)  http://www.fooddrinkeurope.eu/uploads/publications_documents/Data__Trends_of_the_European_Food_and_Drink_Industry_2013-20141.pdf

(27)  PB C 255 van 22.9.2010, blz. 1.

(28)  Zie het gezamenlijke standpunt van Copa-Cogeca en FoodDrinkEurope: http://www.fooddrinkeurope.eu/news/statement/agri-food-chain-reps-call-on-negotiators-to-resolve-non-tariff-measures-in/

(29)  PB C 191 van 29.6.2012, blz. 6.

(30)  http://ec.europa.eu/environment/eussd/food.htm

(31)  Gezamenlijke verklaring van 7 maart 2014 over acties voor een duurzamere Europese voedselketen: http://www.fooddrinkeurope.eu/news/press-release/europes-food-chain-partners-working-towards-more-sustainable-food-systems/

(32)  Zie voetnoot 15.

(33)  http://europa.eu/rapid/press-release_IP-14-682_nl.htm


Top