Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014XC0702(02)

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

OJ C 205, 2.7.2014, p. 22–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

2.7.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 205/22


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

(2014/C 205/11)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen  (2)

„Pecorino crotonese”

EG-nr.: IT-PDO-0005-01111 — 13.05.2013

BGA ( ) BOB ( X )

1.   Naam

„Pecorino crotonese”

2.   Lidstaat of derde land

Italië

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.3. Kaas

3.2.   Beschrijving van het product waarop de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

De kaas met de beschermde oorsprongsbenaming „Pecorino crotonese” is een harde, halfgekookte kaas die uitsluitend uit volle schapenmelk wordt bereid.

Bij het op de markt brengen voor consumptie in de vorm van een verse, halfharde, gerijpte of nog te raspen kaas heeft het product onderstaande fysieke kenmerken. Vorm: cilindrisch, met een vlakke onder- en bovenkant en een rechte of enigszins bolle opstaande kant. Gewicht: tussen 0,5 en 5 kg; kazen die langer dan zes maanden zijn gerijpt, kunnen tot 10 kg wegen. Afmetingen: deze verschillen naargelang het gewicht van de kaas - bij een gewicht tussen 0,5 en 5 kg varieert de hoogte van de opstaande kant tussen 6 en 15 cm, terwijl de doorsnede van de onder- en bovenkant 10-20 cm bedraagt; bij een gewicht van meer dan 5 kg varieert de hoogte van de opstaande kant tussen 15 en 20 cm en bedraagt de doorsnede van de onder- en bovenkant 20-30 cm.

Op de totale droge stof moet het vetgehalte minimaal 40 % bedragen; het eiwitgehalte moet boven 25 g/100 g uitkomen en het watergehalte mag niet beneden 30 g/100 g liggen; de afdrukken van de korf die voor de bereiding is gebruikt, moeten goed zichtbaar zijn op de kaas.

„Pecorino crotonese Fresco” (vers): witte of naar strogeel neigende korst. Hij heeft een duidelijke, zachte en licht zurige smaak en een dunne korst met daarop de afdrukken van de korf waarin hij is bereid. Het is een melkwitte zachte, uniforme en roomachtige kaas met weinig gaten.

„Pecorino crotonese Semiduro” (halfhard): dikke, bruinachtige korst. Intense en harmonieuze smaak. Het is een halfharde, compacte kaas met weinig gaten.

De lang gerijpte (meer dan zes maanden) „Pecorino crotonese Stagionato”: de harde bruine korst kan worden ingesmeerd met olie of een bezinksel van olijfolie. Intense en opvallende smaak, met een zeer licht pikante nasmaak. Deze kaas heeft een naar strogeel neigende kleur en weinig gaten.

Organoleptische eigenschappen: wanneer de kaas wordt aangebroken, geeft hij een lichte geur van schapenmelk af, die een harmonieus boeket vormt met andere kenmerkende geuren als hooi, rijpe weidegrassen, hazelnoot en rook.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

Melk: volle rauwe schapenmelk, die afhankelijk van de geldende normen een warmtebehandeling heeft ondergaan of is gepasteuriseerd.

Stremsel: leb van geitenlammeren.

De ontwikkeling van melkzuurbacteriën die van nature in de te verkazen melk voorkomen, en het gebruik van natuurlijke giststoffen uit wei (sieri innesti) of melk (lattoinnesto) die in het productiegebied aanwezig of daaruit afkomstig zijn, zijn toegestaan.

Zout: steenzout (NaCl).

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)

Het jaarlijkse basisrantsoen bestaat hoofdzakelijk uit voedergewassen uit het afgebakende geografische gebied. De dieren waarvan de gebruikte melk afkomstig is, grazen veelal buiten en krijgen groenvoer en hooi dat in het productiegebied is verbouwd. Het voer kan worden aangevuld met uit het afgebakende geografische gebied afkomstige concentraten die vrij zijn van genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s), vooral in de winter wanneer de schapen niet naar buiten kunnen. De hoeveelheid aanvullend voer mag maximaal 40 % van het basisrantsoen bedragen. De schapen worden afwisselend binnen en buiten gehouden: de kudden kunnen vrij grazen en ’s avonds naar de schaapskooi terugkeren, maar de dieren worden wel in de gaten gehouden en gevaccineerd en zo nodig verzorgd. De kudden weiden van september tot juni.

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

Houden van de schapen, melkproductie, verkazing en rijping.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering

„Pecorino crotonese” (BOB) wordt geheel of in stukken in de handel gebracht, conform de geldende regelgeving. Het etiket op de stukken „Pecorino crotonese” bevat naast de wettelijk verplichte informatie de volgende aanduidingen: het logo van „Pecorino crotonese”, gevolgd door de vermelding „Beschermde oorsprongsbenaming” of „BOB”, de symbolen van de Unie en eventueel verwijzingen naar de EU-verordening, en de handelsnaam en het adres van het productie- of verpakkingsbedrijf. In geval van producten die voor de internationale markt zijn bestemd, mogen de vermelding „Beschermde oorsprongsbenaming” en het logo van de EU in de taal van het land van bestemming zijn gesteld. Het logo van het product bestaat uit twee onderdelen: links de grafische voorstelling, rechts de belettering. Het logo moet via een brandmerk of met een reliëfstempel op de kaas worden aangebracht; de belettering komt op de opstaande kant.

Image

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Het gebied waar de kaas wordt geproduceerd en de rijpingsfase doorloopt, bestrijkt het gehele administratieve gebied van de volgende gemeenten in de provincie Crotone: Belvedere Spinello, Caccuri, Carfizzi, Casabona, Castelsilano, Cerenzia, Cirò, Cirò Marina, Cotronei, Crotone, Crucoli, Cutro, Isola di Capo Rizzuto, Melissa, Mesoraca, Pallagorio, Petilia Policastro, Rocca di Neto, Roccabernarda, San Mauro Marchesato, San Nicola Dell’Alto, Santa Severina, Savelli, Scandale, Strongoli, Umbriatico, Verzino; het gehele administratieve gebied van de volgende gemeenten in de provincie Catanzaro: Andali, Belcastro, Botricello, Cerva, Cropani, Marcedusa, Petronà, Sellia, Sersale, Simeri Crichi, Soveria Simeri, Zagarise; het gehele administratieve gebied van de volgende gemeenten in de provincie Cosenza: Bocchigliero, Calopezzati, Caloveto, Campana, Cariati, Cropalati, Crosia, Mandatoriccio, Crosia, Paludi, Pietrapaola e San Giovanni in Fiore, Scala Coeli, Terravecchia.

5.   Verband met het geografische gebied

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied

Het productiegebied is vanuit geografisch, historisch en cultureel oogpunt een homogeen gebied en valt grotendeels samen met het gebied van Marchesato di Crotone, dat sinds 1390 deze naam draagt.

Het productiegebied wordt gemarkeerd door de aanwezigheid van kleiheuvels uit het Plioceen die typerend zijn voor de provincie Crotone en door de aan die provincie grenzende bergstrook die van Sila Piccola naar Sila Grande loopt. Dit geografische gebied heeft fysiek gezien veel onderlinge verbindingen: de hoogvlakte van de Sila dient s zomers grotendeels als natuurlijk grasland voor de kudden die zich op de heuvels tussen de bovengenoemde bergen en de Ionische Zee bevinden. De specifieke ligging van dit gebied beïnvloedt het klimaat ter plaatse, dat wordt gekenmerkt door koude winters en warme zomers, met niettemin relatief beperkte temperatuurverschillen, een constante vochtigheid en een gemiddelde relatieve luchtvochtigheid van 58 %.

Het productiegebied van „Pecorino crotonese” telt 398 schapenfokkerijen met in totaal ongeveer 49 000 stuks vee. Deze zijn de afgelopen tien jaar met zo’n 4 % gegroeid, terwijl in Italië in het algemeen juist een dalende trend wordt waargenomen.

De dieren worden afwisselend binnen en buiten op grasland gehouden, in combinatie met transhumance. Het productiegebied biedt ruime mogelijkheden om te grazen (de oppervlakte cultuurgrond voor weiden en blijvende graslanden bedraagt meer dan 40 % van het totaal) en herbergt plantenfamilies die vanuit zoötechnisch oogpunt als weinig interessant of zelfs als onkruid worden beschouwd, maar die overvloedig aanwezig zijn in de marginale zones die kenmerkend zijn voor dit gebied. De weiden zijn er voldoende homogeen. De flora van de natuurlijke weiden van Marchesato bestaat voornamelijk uit verse plantaardige essences, zoals lokale ecotypen van raaigras, klaver, cichorei, esparcette en luzerne.

In het betrokken gebied heeft het vak van kaasmeester enige prestige. Dit vak staat in een lange gevestigde traditie. Bovendien zijn de vroeger gehanteerde technieken intact gebleven, doordat de kaasbereiding een familieaangelegenheid is. De kennis van de kaasmaker is van groot belang voor het specifieke karakter van deze kaas, die handmatig wordt bereid. Het is dus essentieel dat de kaasmeester precies weet vast te stellen wanneer de stremming van de melk plaatsvindt, voordat hij de wrongel met een plaatselijk gereedschap, de miscu, in stukjes ter grootte van een rijstkorrel breekt. Dankzij de vorm van dit gereedschap kan de wrongel met kracht worden gebroken, waardoor een grote hoeveelheid vet vrijkomt; aan de resterende wei, die er melkachtig uitziet en ter plaatse lacciata wordt genoemd, kan worden afgelezen of de massa op de juiste wijze is bewerkt. Voordat de wrongel in de korf wordt geplaatst, wordt hij met een stokje geroerd (frugatura) en handmatig aangedrukt. Ook dit zijn belangrijke stappen in de kaasbereiding. Vervolgens wordt de wrongel opnieuw geroerd en gedraaid en in korven aangedrukt, waarna hij in de lacciata (wei) wordt ondergedompeld. Dan komt de fase van de verzuring van de kaas, die een of meer dagen in beslag kan nemen en aan de rijping voorafgaat. Tijdens de rijping ontwikkelen zich aan de oppervlakte van de kaas bepaalde kenmerkende schimmels. De kaasmeester houdt daarop toezicht en hij moet de schimmels weten te herkennen om de naar behoren gerijpte stukken te selecteren. Tijdens de rijping stelt de kaasmeester ook het moment vast waarop de kazen moeten worden gedraaid, geborsteld of gewassen en met olijfolie of een bezinksel van olijfolie moeten worden ingesmeerd.

5.2.   Specificiteit van het product

„Pecorino crotonese” onderscheidt zich door:

zijn lichte geur van schapenmelk, die een harmonieus boeket vormt met andere kenmerkende geuren als hooi, rijpe weidegrassen, hazelnoot en rook, zonder dat een bepaalde geur overheerst; hoogstens kan de geur van schapen licht de overhand hebben;

compacte kaasmassa met weinig gaten. De consistentie in de mond is bijzonder weinig elastisch; men voelt de korrels van de structuur die na flink kauwen goed in de mond smelten. Te merken is dat er vet aanwezig is, maar een boterachtige textuur wordt niet ervaren. Het kauwen en de lichaamswarmte zorgen voor dezelfde aromatische sensatie als bij het aansnijden van de kaas, maar dan nog completer en uitgesprokener, vooral bij het doorslikken. In dit stadium wordt de mond met het typische aroma van het product gevuld; dit aangename aroma blijft lang hangen;

de zichtbare afdrukken van de korf op de kaas.

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)

Specifiek kenmerk van het afwisselend binnen en buiten fokken is dat het voer van de dieren hoofdzakelijk bestaat uit wilde flora van het beschreven gebied. „Pecorino crotonese” dankt zijn karakteristieke aroma’s aan bepaalde bestanddelen, zoals terpenen en sesquiterpenen, die alleen bepaalde plantenfamilies in behoorlijke hoeveelheden bevatten, bijv. grassen, kruis-, scherm- en samengesteldbloemigen en andere planten die door schapen tijdens het grazen worden gegeten. Deze bestanddelen komen in voedergewassen echter slechts in zeer geringe percentages voor. De bedoelde bestanddelen zijn bijzonder aromatisch en omdat ze zich slechts in specifieke planten ontwikkelen, geeft hun aanwezigheid in de kaas aan waar de dieren hebben geweid. De organoleptische eigenschappen van „Pecorino crotonese” worden door wilde microflora bepaald. Dankzij de traditionele transhumance worden de schapen tevens behoed voor de omgevings- en voedselstress tijdens de warme zomers en blijven de aromatische bestanddelen van de melk bewaard.

Het klimaat in het gebied heeft een doorslaggevende invloed op het rijpingsproces en draagt bij aan de specifieke structuur van „Pecorino crotonese”. De typerende vochtigheidsgraad van het productiegebied heeft in de loop der eeuwen geholpen de rijpingstechnieken vast te stellen en vormt een belangrijke natuurlijke hulpbron voor de rijping van de kaas. Voor een adequate rijping van het product mag de vochtigheidsgraad niet te hoog zijn, omdat de kaas dan niet volledig kan drogen, maar ook niet te variabel, omdat het dan niet mogelijk is tijdens de rijpingsperiode homogene omstandigheden te waarborgen. Een constante vochtigheidsgraad maakt geleidelijke rijping van „Pecorino crotonese” mogelijk. Hierdoor ontstaat zijn kenmerkende compacte fysieke structuur zonder gaten.

Er bestaat een onlosmakelijke band tussen het product en de bevolking van dit gebied. Deze band wordt concreet zichtbaar in de verkazingstechniek die is gebaseerd op de eeuwenoude traditie van de plaatselijke kaasmeesters. Hierdoor staat de regio Crotone nog altijd bekend om de manier waarop er melk wordt verwerkt. Dat de arbeid bijna uitsluitend in familieverband wordt verricht, garandeert de continuïteit van de traditie en verklaart de hoge specialiseringsgraad en het ambachtelijke karakter van de productie; de kaasbereiding blijft afhankelijk van menselijke hulpbronnen die elders niet beschikbaar zijn. Hoe belangrijk deze technische vaardigheden zijn, blijkt wanneer bepaalde taken handmatig worden verricht: dat geldt voor de stremming, het in de vorm plaatsen en de verschillende handelingen in verband met de verwerking en controle van de kaas tijdens de rijping.

Het gebruik van natuurlijke giststoffen uit wei (sieri innesti) of melk (lattoinnesto) die in het productiegebied aanwezig of daaruit afkomstig zijn, zorgt voor een sterke microbiologische binding met het productiegebied. De uit lokaal geproduceerde melk afkomstige wei levert de typische melkzuurbacteriën uit het gebied van oorsprong en draagt op die manier bij aan het specifieke karakter van het product.

„Percorino crotonese” is volledig geïntegreerd in het plattelandsmilieu van het productiegebied. Bewijsstukken uit vroeger tijden, nog van voor de middeleeuwen, getuigen van de bereiding van de kaas, en in documenten uit de zestiende eeuw staat vermeld dat het product werd geëxporteerd. Tijdens de periode van de Oostenrijkse onderkoningen (1707-1734) werd de kaas in grote hoeveelheden uitgevoerd. Begin januari 1712 verkocht de eerwaarde Giacinto Tassone di Cutro in Napels aan de Napolitaanse handelaar Aniello Montagna „200 cantara kaas uit Crotone van het huidige seizoen van het lopende jaar; de kaas is niet opgezwollen of door wormen aangevreten en heeft geen gaten of barsten”. De afgelopen vijfentwintig jaar is de naam „Pecorino crotonese” zonder onderbreking op handelsetiketten en door een organisatie van lokale veehouders gebruikt. Tevens zijn er buiten de regio talrijke pogingen ondernomen om het product na te maken.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(Artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3))

De bevoegde instantie heeft de nationale procedure voor de indiening van bezwaarschriften tegen de registratieaanvraag voor de BOB „Pecorino crotonese” ingeleid (zie Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr. 46 van 23 februari 2012).

De geconsolideerde tekst van het productdossier kan worden geraadpleegd op de volgende internetsite: http://www.politicheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/3335

ofwel

door rechtstreeks de homepage van de site van het Italiaanse ministerie van Landbouw, Levensmiddelen en Bosbouw (http://www.politicheagricole.it) te openen en te klikken op „Qualità e sicurezza” [Kwaliteit en veiligheid] (rechtsboven in het scherm) en vervolgens op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE” [Productdossiers die voor onderzoek aan de EU zijn overgelegd].


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012.

(3)  Zie voetnoot 2.


Top