Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014XC0318(01)

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

OJ C 79, 18.3.2014, p. 7–10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

18.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 79/7


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

2014/C 79/07

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

inzake beschermde geografische aanduidingen en beschermde oorsprongsbenamingen  (2)

„UPPLANDSKUBB”

EG-nummer: SE-PDO-0005-01084-10.01.2013

BGA ( ) BOB ( X )

1.   Naam

”Upplandskubb”

2.   Lidstaat of derde land

Zweden

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 2.4.

Brood, gebak, suikerwerk, biscuits en andere bakkerswaren

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

Het product is een type brood met de naam „Upplandskubb”.

„Upplandskubb” is een rustiek brood met een kleur variërend van ontbijtkoek tot grijsbruin. „Upplandskubb” wordt gebakken in een cilindrische bakvorm met een diameter van 16-23 cm. Het brood wordt verkocht in overlangs gesneden plakken die in vieren zijn gedeeld. Dit betekent dat een snee van dit brood een segment is van een cirkel, met een hoek van circa negentig graden. De lengte/hoogte van het verkochte brood kan variëren. Het brood heeft geen korst. De afgeronde rand is relatief glad en heeft een zacht oppervlak.

Het brood heeft een fijne, compacte, stevige textuur, is vanbinnen ietwat plakkerig en heeft kleine holtes. Het brood heeft een korrelige, kruimelige textuur. Het is een voedzaam brood met een middellange nasmaak.

Aroma: Lage tot gemiddelde intensiteit, met de enigszins zoetzure smaak van roggebrood, tonen van stroop en een licht gebrand gistaroma.

Smaak: Een zoetige smaak met nuances van stroop en zaden, een uitgesproken roggesmaak en een licht bittere noot in de nasmaak. Laag zoutgehalte. Laag zuurgehalte.

Kan vers of diepgevroren worden verkocht.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

Het roggemeel moet zijn geproduceerd in Uppland en zijn gemaakt van rogge die is geteeld in Uppland. Het roggemeel kan zijn gemalen in een molen met slijpsteen of in een pletmolen. Het meel moet grof volkorenmeel zijn dat alle delen van de roggekorrel bevat, dat wil zeggen korrel, kiem en zemel. Het meel moet ongezeefd zijn.

Het tarwemeel moet zijn geproduceerd in Uppland en zijn gemaakt van tarwe die is geteeld in Uppland. Het tarwemeel kan zijn gemalen in een molen met slijpsteen of in een pletmolen. Het kan gezeefd of ongezeefd zijn.

De stroop moet traditionele lichte stroop of donkere stroop zijn. „Upplandskubb” mag niet met andere stropen worden gemaakt, zoals „broodstroop”, „zwarte stroop”, „bakstroop” of „witte stroop”.

Het meel kan verrijkt zijn met vitamine B.

Het antioxidant ascorbinezuur (E300) is toegestaan als additief.

Deze beperkingen moeten ervoor zorgen dat de traditionele kenmerken van het brood bewaard blijven.

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De productie moet plaatsvinden in het afgebakende geografische gebied. Het brood wordt gebakken door de cilindrische bakvorm te koken in een waterbad.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken, enz.

Om de herkomst van het brood te garanderen, moet „Upplandskubb” binnen het geografische gebied van een etiket of andere markering worden voorzien. Het brood kan buiten het geografische gebied worden gesneden en verpakt. Als het brood in „Upplandskubb”-sneden is gesneden, moet het onmiddellijk worden verpakt opdat de kwaliteit niet achteruitgaat, bijv. door uitdroging.

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering

De etiketten op verpakkingen van „Upplandskubb” moeten de volgende gegevens bevatten:

 

Het woord „Upplandskubb”

 

Het officiële EU-logo van de beschermde oorsprongsbenaming

 

De datum waarop het is gebakken, en, indien van toepassing, is ingevroren

 

De naam en contactgegevens van de producent

 

Merknamen mogen worden vermeld, mits deze niet lovend van aard zijn en de koper niet kunnen misleiden.

4.   Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied

„Upplandskubb” wordt gemaakt in het geografische gebied van het landschap Uppland. Het landschap Uppland ligt in het oosten van Zweden. Het beslaat een oppervlakte van 12 738 km2.

5.   Verband met het geografische gebied

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied

Het geografische gebied Uppland bestaat uit zacht glooiend landschap. De centrale delen van deze regio bestaan voornamelijk uit vruchtbare kleigrond, terwijl de hoger gelegen delen bedekt zijn met morene. Kenmerkend voor het landschap zijn de eskers (smeltwaterruggen), waaronder de Uppsala Esker en de Stockholm Esker, die zijn ontstaan toen het landijs smolt.

Het Zweedse Meteorologische en Hydrologische Instituut beschrijft het klimaat in Uppland als volgt:

„Naast Öland en Gotland is Uppland het Zweedse landschap met de minste hoogteverschillen; het hoogste punt ligt slechts 113 meter boven zeeniveau. Dit betekent dat de temperatuur bijna geheel bepaald wordt door de afstand tot de zee in het oosten en tot op zekere hoogte door de afstand tot het Mälarmeer in het zuiden. Gedurende de koudste maanden van het jaar varieert de gemiddelde temperatuur tussen – 3 °C op de buitenste eilanden van de eilandengroep bij Stockholm in februari en – 5 °C in het centrale noordelijke deel van het landschap in januari. In juli, de warmste maand, is de gemiddelde temperatuur in vrijwel het gehele landschap rond 16 °C. Met 15,5 °C zijn de eilanden voor de noordoostkust het koudste gebied, terwijl het centrum van Stockholm met 17 °C het warmst is. De gemeten jaarlijkse neerslag is het laagst op de eilanden die het verst uit de kust liggen (450 mm), en het hoogst verder landinwaarts achter de noordoostkust (tot 650 mm).”

De landbouw heeft zich ontwikkeld in harmonie met de geologie, topografie, grondsoorten en het klimaat van het gebied.

De roggeteelt speelt sinds de middeleeuwen een belangrijke rol in Uppland. Rond 1570 werd 33 tot 50 procent van het graanteeltareaal gebruikt voor rogge; dit kon in sommige gebieden oplopen tot ruim 50 procent. De teelt van tarwe begon later. Aan het begin van de negentiende eeuw besloeg de tarweteelt 10-20 procent van het totale landbouwareaal in het gebied, samen met erwten, haver en gemengde graangewassen.

Kenmerkend voor „Upplandskubb” is dat het wordt gemaakt van rogge en tarwe uit het geografische gebied, vermengd met stroop, water en gist, dat vervolgens tot een deeg wordt gekneed en lange tijd moet rijzen op een koele plaats. De bakvorm wordt vervolgens afgesloten met een deksel en in een waterbad geplaatst, waar het brood langdurig wordt gebakken. Het brood wordt niet in een oven gebakken. „Upplandskubb” moet worden gebakken in een cilindrische bakvorm met een deksel. Traditioneel wordt hiervoor een blik, melkfles, melkkan of melkemmer met deksel gebruikt. De inhoud van de bakvorm kan tussen 2 en 8 liter liggen. Na het bakken moet het brood 10 tot 24 uur in een bakdoek gewikkeld rusten voordat het kan worden gesneden.

Bij het bakken van de „Upplandskubb” komt een menselijke factor kijken door de speciale bereidingswijze, waarvoor goede praktische kennis van de deegbereiding noodzakelijk is om de ingrediënten en benodigdheden zo in te zetten dat het brood zijn specifieke kenmerken krijgt. „Upplandskubb” kan in bakvormen van verschillende afmetingen en met verschillende soorten meel worden gebakken op een elektrisch, gas- of houtgestookt fornuis. Dat betekent dat kennis van aanpassing van het meel, water, de afmeting van de bakvorm en rijs- en baktijden afhankelijk van de specifieke omstandigheden van persoon op persoon moet worden overgedragen. Deze kennis wordt samen met de bakbenodigdheden overgedragen.

5.2.   Specificiteit van het product

„Upplandskubb” is een rustiek brood met een kleur variërend van ontbijtkoek tot grijsbruin. Voordat het wordt aangesneden, moet het brood een cilindrische vorm hebben met een diameter van 16-23 cm. De inhoud van de cilinder kan tussen 2 en 8 liter liggen. De cilinder wordt overlangs in vieren gedeeld.

Zoals hierboven beschreven, wordt het brood overlangs in vier delen gesneden verkocht. Dit betekent dat een typische snee van dit brood een segment is van een cirkel, en een hoek heeft van circa 90 graden.

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)

De karakteristieke eigenschappen van „Upplandskubb” hangen nauw samen met de morfologische kenmerken alsmede de klimatologische omstandigheden en bodemgesteldheid van het geografische gebied.

Het Zweedse grondgebied strekt zich uit over ongeveer 14 breedtegraden en 13 lengtegraden en kent derhalve verschillende klimaatzones. Landijs in combinatie met de klimaatzones heeft ook invloed op de grondsoorten in het gebied en bepaalt welke gewassen met een hoge kwaliteit kunnen worden verbouwd. Uppland wordt gezien als de eerste regio in Zweden waar rogge werd verbouwd. Waarschijnlijk kwam rogge uit Finland, waar deze graansoort al voor onze jaartelling bekend was. Er zijn van oudsher banden tussen Finland en Uppland. Rogge werd geïntroduceerd in Uppland omdat het relatief goed tegen droogte kan, waardoor het geschikt is om in de Upplandse grond te worden geteeld, en vanwege de vraag van middeleeuwse Duitse immigranten in de nabijgelegen Zweedse hoofdstad (Stockholm ligt in Uppland) naar rogge met een hoge bak- en bewaarkwaliteit. In het midden van de zestiende eeuw maakte Olaus Petri (1493-1552) melding van roggebrood in historische delen van Zweden, waartoe Uppland behoort. Uit documenten komt naar voren dat de staatsdomeinen in Uppland hun roggeteelt in de zestiende eeuw uitbreidden en de winst wisten te verhogen dankzij gunstige natuurlijke omstandigheden en de ontwikkeling van nieuwe technologie. Dit heeft in het verleden bijgedragen aan Upplands reputatie van graanexporterende regio. Het is daarom niet waarschijnlijk dat „Upplandskubb” met graan uit andere regio’s werd gebakken.

Van de middeleeuwen tot aan de vroege twintigste eeuw werd het meest gegeten brood gemaakt van rogge uit de regio. Tarwebrood werd slechts bij uitzondering gemaakt en werd pas in de tweede helft van de twintigste eeuw de „gebruikelijke” broodsoort in Uppland.

Het gebruikelijke brood in de regio was hard bros gebakken roggebrood, dat zeer geschikt was voor de traditionele voedselbewaring. Tijdens de kerst werd in Uppland traditioneel luxer voedsel gegeten. Uit mondelinge en schriftelijke overlevering blijkt dat „Upplandskubb” met kerst werd gebakken als traktatie voor landarbeiders, en later ook voor stedelingen, en dat het ook tarwemeel bevatte, dat veel exclusiever was dan roggemeel. „Upplandskubb” is lastiger te bakken dan bros gebakken brood, en hiervoor zijn dan ook meer kennis van de bereiding en in de regio geproduceerd meel van goede kwaliteit nodig.

De bereidingswijze, met lange rijstijden bij een lage temperatuur en een lange baktijd bij een lage temperatuur, en het feit dat het brood slechts langzaam afkoelt omdat het zodanig in doeken wordt gewikkeld dat het weinig vocht verliest, wat een vochtig brood oplevert, zorgen ervoor dat de smaak zich op bijzondere wijze ontwikkelt en dat het brood veel langer houdbaar blijft. Het brood wordt gezoet, wat ook bijdraagt aan zijn bijzondere smaak en lange houdbaarheid. De cilindervormige bakvorm zorgt ervoor dat het brood gelijkmatig gaar wordt en betekent dat er goed gebruik kan worden gemaakt van kookgerei, daar de binnenste bakvorm en de bakvorm die wordt gebruikt voor het waterbad ook voor andere kookdoeleinden kunnen worden gebruikt. Deze combinatie van eigenschappen maakt dit brood uniek in de broodcultuur.

De goede reputatie van „Upplandskubb” blijkt uit verschillende feiten. De in 1895 opgerichte „School voor huishoudkunde” (Fackskolan för huslig ekonomi) in Uppsala schoolde leraren en huishoudsters in koken, voeding en huishoudkunde. De school nam het brood op in haar receptenverzameling, zodat leerlingen uit heel Zweden bekend raakten met „Upplandskubb” als een regionale broodsoort. In moderne teksten over de culinaire tradities van Uppland wordt „Upplandskubb” een typisch brood uit de regio genoemd.

Volgens Carina Eliardsson uit Getingarne is „Upplandskubb” verankerd in de boerentraditie. Zij vertelt dat „Upplandskubb” bij haar thuis altijd wordt gebakken met kerst, momenteel volgens een recept van de grootmoeder van haar schoonvader.

Dat „Upplandskubb” een goede reputatie heeft, blijkt wel uit het feit dat de gouverneur van de provincie Uppsala bij buitenlandse afgevaardigden die een bezoek brengen aan de regio vaak „Upplandskubb” op het menu zet.

Tijdens de opstelling van deze aanvraag zijn er diverse oproepen gedaan tot het leveren van bijdragen, en er zijn uitvoerige gesprekken gevoerd met circa veertig mensen over recepten, tradities, ervaringen en herinneringen met betrekking tot „Upplandskubb”. Net als de schriftelijke bronnen bevestigen deze gesprekken dat „Upplandskubb” zijn oorsprong vindt in Uppland.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(Artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3))

http://www.slv.se/upload/dokument/livsmedelsforetag/vagledningar/Skyddade%20ursprungsbeteckningar/Ans%c3%b6kan%20SUB%20Upplandskubb%20final%20inkl%20bilagor.pdf


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012.

(3)  Vgl. voetnoot 2.


Top