Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013AE2819

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Slimme regelgeving - Inspelen op de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen COM(2013) 122 final

OJ C 327, 12.11.2013, p. 33–37 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

12.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 327/33


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Slimme regelgeving - Inspelen op de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen

COM(2013) 122 final

2013/C 327/07

Rapporteur: mevrouw DARMANIN

Corapporteur: de heer BURNS

De Europese Commissie heeft op 18 april 2013 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te raadplegen over de

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Slimme regelgeving - Inspelen op de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen

COM(2013) 122 final.

De afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 27 juni 2013 goedgekeurd.

Het Comité heeft tijdens zijn op 10 en 11 juli 2013 gehouden 491e zitting (vergadering van 11 juli) onderstaand advies uitgebracht, dat met 156 stemmen vóór en 2 tegen, bij 2 onthoudingen, werd goedgekeurd.

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1

Het EESC vindt het een goede zaak dat de Commissie het streven naar slimme regelgeving hoog op de agenda zet. Regelgeving is noodzakelijk, maar moet wel goed worden ontworpen zodat EU-beleidsdoelen tegen zo laag mogelijke kosten worden verwezenlijkt. Het EESC prijst de inspanningen die de Europese Commissie zich sinds jaar en dag getroost om het ontwerpen en toepassen van betere regelgevingsinstrumenten te bevorderen, waarbij het ook gaat om effectbeoordelingen (EB's) en inschakeling van belanghebbenden.

1.2

In dit verband wijst het EESC op het volgende:

a)

Slimme regelgeving is voor het gehele bedrijfsleven noodzakelijk, maar vooral voor kleine en met name micro-ondernemingen, die door rompslomp extra zwaar worden getroffen.

b)

Alle diensten van de Commissie zij eraan herinnerd dat de test voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) integrerend onderdeel uitmaakt van EB's. De Europese wetgever wordt verzocht om bij het opstellen van effectbeoordelingen en wetgevingsteksten rekening te houden met de specifieke kenmerken van kleine en micro-ondernemingen binnen de mkb-groep.

c)

Het EESC is ingenomen met het REFIT-programma, bedoeld om lasten en inefficiënte maatregelen voor het mkb in kaart te brengen. Dit programma zou gebruikt moeten worden om bestaande regelgeving die niet langer doelmatig is op te sporen en om voor te stellen deze in te trekken, alsook om bestaande wetgeving te versterken. Het EESC zou graag zien dat de Commissie zo snel mogelijk met nieuwe fitness checks (gezondheidstests) komt, waarbij de prioriteit moet uitgaan naar teksten die deel uitmaken van de in de mededeling genoemde top 10 van meest belastende wetgevingsteksten, met speciale nadruk op micro-ondernemingen.

d)

Een beginsel van het REFIT-programma is dat EB's gebruiksvriendelijker worden gemaakt door een standaardformaat te hanteren en een duidelijke samenvatting te verschaffen waarin de belangrijkste kwesties worden benadrukt, inclusief de implementatiekosten voor met name micro-ondernemingen.

e)

Het EESC is er voorstander van dat er op termijn één enkel, onafhankelijk effectbeoordelingscomité (Impact Assessment Board, IAB) in het leven wordt geroepen voor alle EU-instellingen. Deze onafhankelijke IAB zou externe deskundigen moeten inschakelen om Commissievoorstellen nader onder de loep te nemen, teneinde te garanderen dat de verschillende betrokken concepten goed worden begrepen.

f)

Het EESC onderschrijft dat micro-ondernemingen geen groepsvrijstellingen moeten krijgen, maar dat er bij wetgevingsvoorstellen veeleer moet worden uitgegaan van een benadering per geval, nadat er een grondige effectbeoordeling is gemaakt.

g)

De Commissie zou in een bijlage gedetailleerd moeten aangeven welke wijzigingen er n.a.v. de raadpleging zijn aangebracht en wat daarvoor de redenen zijn.

h)

De Commissie zou voortdurend moeten toezien op het mkb-scorebord, dat via een centrale coördinerende dienst in nauwe samenwerking met mkb-organisaties is opgezet.

i)

Het EESC pleit voor een nieuw programma om onnodige regelgevingsdruk te verminderen en ervoor te zorgen dat slimmere regelgeving er niet toe leidt dat bedrijven ervan vrijgesteld worden om de regels inzake bescherming van werknemers, gendergelijkheids- of milieunormen toe te passen. In dit verband dringt het er sterk op aan om de groep Stoiber een nieuw mandaat te geven voor de periode tot 2020, zodat deze, in samenwerking met mkb-organisaties, beleidsmaatregelen die met name op kleine en micro-ondernemingen betrekking hebben, in de gaten kan houden en ten uitvoer kan leggen.

j)

Het EESC verzoekt Raad en Parlement om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven ook te beperken bij de beleidsvorming rond EU-wetgeving.

k)

Het EESC stelt voor dat de lidstaten op het vlak van slimme regelgeving goede praktijken uitwisselen teneinde overregulering (goldplating) te voorkomen.

2.   Commissievoorstel

2.1

In november 2011 heeft de Commissie een verslag gepubliceerd, getiteld "Regeldruk voor het mkb verminderen – EU-regelgeving aanpassen aan de behoeften van micro-ondernemingen (1)", waarin maatregelen worden voorgesteld die specifiek voor het mkb zijn bedoeld. In dit verslag wordt ingegaan op het "denk eerst klein"-beginsel uit de Small Business Act (2) (SBA), dat inhoudt dat bij het opstellen van wetgeving rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het mkb en dat de bestaande regelgeving moet worden vereenvoudigd. Ook toonde de Commissie zich bereid om de mkb-regeldruk aan te pakken via het nieuwe programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Regulatory Fitness and Performance Programme - REFIT) (3), dat in december 2012 is gelanceerd.

2.2

De voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad bedoelde Commissiemededeling "Slimme regelgeving - Inspelen op de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen (4)", die op 7 maart 2013 is goedgekeurd, bevat een overzicht van alle maatregelen die de Commissie sinds 2011 heeft genomen betreffende de regeldruk voor het mkb. In deze mededeling wordt bekeken welke vooruitgang er is geboekt op het vlak van:

het bespreken van de rol van effectbeoordelingen voor mkb-regelgeving;

de invoering van een jaarlijks mkb-scorebord;

de waarborging van gezonde regelgeving te zorgen via check-ups.

3.   Opmerkingen

3.1   Het opstellen van slimme regelgeving is voor het mkb, en met name voor micro-ondernemingen, van cruciaal belang.

3.1.1

Initiatieven voor betere regelgeving worden door het EESC altijd gesteund en aangemoedigd, zoals uit zijn adviezen duidelijk blijkt (5). Slimme regelgeving is voor het gehele bedrijfsleven noodzakelijk, maar vooral voor kleine en micro-ondernemingen, die door rompslomp onevenredig zwaar worden getroffen. Bij het opstellen van nieuwe wetgeving en in het gehele besluitvormingsproces dient toepassing van het "denk eerst klein"-beginsel dan ook als leidraad te fungeren.

3.1.2

Middelgrote en kleine ondernemingen lopen uiteen naargelang van hun omvang, werkterrein, doelstellingen, financiering, management, geografie en rechtspositie (6). Bij het opstellen van regelgeving voor deze bedrijven moeten beleidsmakers deze verschillen in aanmerking nemen. Ze moeten in het achterhoofd houden dat afzonderlijke wetgevingsteksten misschien niet bijzonder veel druk veroorzaken, maar dat kleine of micro-ondernemingen die van plan zijn om nieuwe ideeën uit te werken, bestaande markten te vergroten of meer personeel in dienst te nemen, door met name de opeenstapeling van regels en wetgeving worden ontmoedigd.

3.1.3

Dit heeft tot gevolg dat vele bedrijven uit het mkb, met name kleine en micro-ondernemingen, wetgeving veeleer zien als iets waardoor bedrijven in hun ontwikkeling worden gesmoord in plaats van als een middel om groei in de hand te werken. Volgens het EESC zal slimmere regelgeving op EU-niveau geen effect sorteren tenzij bij wetgeving duidelijk wordt aangegeven welke bedrijven men ermee tracht te helpen en welke vrijstellingen (indien daarvan al sprake is) deze bedrijven krijgen of mogen claimen. Het EESC dringt er derhalve sterk op aan om volledig werk te maken van de mkb-test gedurende alle effectbeoordelingen die in de verschillende DG's worden gemaakt. Het EESC is van mening dat in de mkb-test ook moet worden gekeken naar de kosten en baten die voorstellen kunnen hebben in het licht van de bedrijfsgrootte, waarbij een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Wordt er geen behoorlijke mkb-test uitgevoerd, dan krijgt het voorstel een negatief advies van de Impact Assessment Board.

3.2   De rol van effectbeoordelingen

3.2.1

Effectbeoordelingen (7) spelen volgens het EESC dan ook een belangrijke rol in de Europese beleidsvorming in mkb-aangelegenheden. Het Comité dringt erop aan dat de Commissie met uitgebreide, doelgerichte en logische effectbeoordelingen komt. Het EESC herinnert de Commissie eraan dat het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel in acht moeten worden genomen. In effectbeoordelingen moet ook een kostenanalyse worden gemaakt. Door de hogere kosten waarmee bedrijven als gevolg van regulering worden geconfronteerd, worden sommige activiteiten die zonder regulering winstgevend zouden zijn, onrendabel. Hierdoor worden bepaalde marginale bedrijven uit de markt gedrukt, hetgeen een negatieve weerslag heeft op het potentieel aan particuliere economische activiteiten. Het EESC verzoekt de Commissie om jaarlijks een door onafhankelijke derden geverifieerde verklaring uit te geven waarin wordt aangegeven wat de totale nettokosten zijn voor bedrijven als gevolg van de regelgevingsvoorstellen. In deze verklaring moet ook melding worden gemaakt van belangrijke wijzigingen van beleidsvoorstellen als gevolg van effectbeoordelingen.

3.2.2

Effectbeoordelingen zijn weliswaar technische documenten, maar door hun omvang en taalgebruik kunnen zij ontoegankelijk worden, vooral voor kleine ondernemingen die een bijdrage willen leveren. Het Comité raadt aan de effectbeoordelingen gebruiksvriendelijker te maken (8) door een standaardmodel te gebruiken en er een duidelijke samenvatting aan toe te voegen waarin de hoofdpunten worden opgesomd en aandacht wordt besteed aan elke mkb-subgroep.

3.2.3

Het EESC pleit voor een onafhankelijk en transparant onderzoek van ontwerpeffectbeoordelingen door belanghebbenden, met inbegrip van bedrijfsorganisaties die kleine, middelgrote en micro-ondernemingen vertegenwoordigen, om ervoor te zorgen dat zij van hoge kwaliteit zijn en volgens de richtsnoeren zijn opgesteld (9).

3.2.4

In effectbeoordelingen moet tot in detail worden nagegaan hoe en in welke mate gebruik moet worden gemaakt van speciale maatregelen en modellen (zoals vrijstellingen, vereenvoudigingen, enz.) om de regeldruk voor het mkb te verminderen. Het EESC juicht het toe dat de mkb-toets vaker wordt toegepast, maar wijst erop dat grondig en per geval moet worden nagegaan welke impact de regelgeving heeft op de drie verschillende subgroepen en dat vervolgens moet worden onderzocht in hoeverre micro-ondernemingen een vrijstelling kunnen krijgen voor nieuwe regelgeving of in aanmerking komen voor een 'light versie' daarvan.

3.2.5

Het EESC constateert dat de Commissie lijkt af te stappen van haar plannen om micro-ondernemingen algemene vrijstelling te verlenen van EU-regelgeving bij de uitvoering van effectbeoordelingen. Het EESC juicht deze stap toe en onderstreept het feit dat slimme wetgeving moet worden afgestemd op de kenmerken en de omvang van het bedrijf en niet te gecompliceerd mag zijn. Mits aan deze voorwaarden wordt voldaan, kunnen bedrijfseigenaren hier gemakkelijk op reageren door passende interne procedures te ontwikkelen die aan de doelstellingen van slimme wetgeving voldoen.

3.2.6

Micro- en kleine ondernemingen erkennen dat zij dichter bij hun klanten staan dan grote multinationals. Zij erkennen ook dat klanten steeds vaker gebruik willen maken van lokale bedrijven die ethisch verantwoord bezig zijn en de lokale omgeving een warm hart toedragen. Het EESC wijst de Commissie erop dat het daarom essentieel is dat bedrijven zich aan de kwaliteitsnormen en -regels houden die voor ondernemingen, hun producten en hun diensten gelden, als zij succesvol willen zijn en op verschillende markten willen blijven concurreren. Als micro-ondernemingen worden vrijgesteld van regelgeving inzake consumenten- en milieubescherming, bijvoorbeeld, is het mogelijk dat zij daar later schade van ondervinden (10).

3.2.7

Onverminderd het bovenstaande vindt het EESC dat met effectbeoordelingen ook zorgvuldig dient te worden gemeten welk domino-effect er kan uitgaan van maatregelen die bedoeld zijn om de rompslomp te verminderen door de regelgeving voor het mkb te wijzigen. Ze kunnen namelijk neveneffecten veroorzaken die het sociale evenwicht en de betrekkingen met de overheidsadministratie (zwartwerk, kennis van fiscale gegevens, sociale bijdragen, kwalificatie en aard van arbeidsovereenkomsten, enz.) kunnen aantasten.

Slimme regelgeving voor het mkb moet er van nature voor zorgen dat er geen of in ieder geval geen negatieve externe effecten mee gepaard gaan. Het EESC herinnert de Commissie er dan ook aan dat slimme regelgeving de rechten van werknemers (11) niet mag ondermijnen en hun basisniveau van bescherming, uit het oogpunt van met name gezondheid en veiligheid op het werk, niet mag verminderen.

3.3   Het scorebord voor het mkb

3.3.1

Het EESC is blij met de invoering van een jaarlijks scorebord voor het mkb, waardoor het mogelijk wordt specifieke maatregelen in het hele besluitvormingsproces te volgen. Wij zijn benieuwd naar de implementatie en resultaten ervan.

3.3.2

Het EESC vindt dat de Commissie het scorebord voor het mkb voortdurend in de gaten moet houden door middel van een gecentraliseerde coördinatiedienst, in nauwe samenwerking met de verschillende instellingen en organen van de EU. Ook de lidstaten en mkb-organisaties worden uitgenodigd om hieraan deel te nemen.

3.4   Verbetering van de raadpleging van het mkb

3.4.1

Het EESC is ingenomen met het feit dat belanghebbenden tijdens de voorbereidings- en raadplegingsfase kunnen beschikken over routekaarten die informatie verschaffen over eventuele initiatieven van de Commissie. Raadplegingen van belanghebbenden moeten op grote schaal bekend worden gemaakt zodat zij tijdig kunnen reageren. Zij moeten echter niet op kwantiteit, maar op kwaliteit zijn gebaseerd en worden onderbouwd door empirisch bewijs verkregen tijdens interviews met echte bedrijfsmensen, inclusief werknemers, en ondernemingsorganisaties, bezoeken of observatie van micro- en kleine ondernemingen. Het EESC wijst de Commissie erop dat routekaarten altijd een eerste ruwe schatting van de verwachte kosten moeten bevatten zodat belanghebbenden de mogelijke effecten op hun reikwijdte kunnen checken. Het Comité herinnert de Commissie eraan dat uitgebreide raadpleging van belanghebbenden cruciaal is voor het verzamelen van gegevens van hoge kwaliteit, evenals voor het opstellen van voorstellen voor slimme regelgeving.

3.4.2

Nadat de raadpleging heeft plaatsgevonden blijven veel bedrijfsverenigingen en hun leden achter met de vraag of hun pogingen om mogelijke problemen en mogelijke oplossingen in kaart te helpen brengen wel nut hebben gehad. Het EESC pleit ervoor dat sommigen van hen officieel als externe deskundigen zouden moeten worden ingeschakeld door de IAB om Commissievoorstellen nader onder de loep te nemen, teneinde te garanderen dat goed wordt begrepen wat er allemaal op het spel staat.

3.4.3

Het EESC heeft geconstateerd dat het aantal gedelegeerde handelingen dat door wetgevers wordt vastgesteld de laatste jaren relatief is toegenomen. Veel van de besluiten die via gedelegeerde handelingen worden genomen, hebben aanzienlijke gevolgen voor het mkb. Daarom vindt het Comité dat ook bepaalde belangrijke gedelegeerde handelingen, die wellicht substantiële economische, sociale en/of milieueffecten hebben voor een specifieke sector of voor de belangrijkste stakeholders, tijdens de raadpleging aan bod moeten komen.

3.4.4

Het EESC breekt een lans voor een echte, structurele "mkb-dialoog" met verschillende partijen bij het opstellen van wetgeving. Dit partnerschap moet ervoor zorgen dat alle kleine en middelgrote ondernemingen en hun organisaties, met name bedrijfsverenigingen van kleine ondernemers die het "denk eerst klein"-beginsel en het "only once"-beginsel van de Small Business Act  (12) toepassen, hieraan deelnemen om maximale efficiency te bereiken.

3.4.5

Het EESC is in principe voorstander van het Enterprise Europe Network (EEN). Het betreurt dat het potentieel van dit netwerk nog niet is benut omdat veel Europese kleine en middelgrote ondernemingen kennelijk niet weten dat het bestaat. De diensten die door het EEN worden aangeboden, moeten in nauwe samenwerking met mkb-organisaties worden afgestemd op de reële wensen en behoeften van het mkb.

Het Comité is van mening dat gastorganisaties van het Enterprise Europe Network ertoe moeten worden aangemoedigd om meer middelen uit te trekken voor de behoeften van het mkb in de contacten met de overheid. Het Comité is van mening dat deze ondersteuning vooral gericht moet zijn op de kleinste ondernemingen, die rechtstreeks moeten worden geraadpleegd door hun lokale Enterprise Europe Network Center in het geval van regelgevingskwesties. De resultaten van het persoonlijk contact en de input van mkb-organisaties moeten door alle diensten van de Commissie in overweging worden genomen teneinde het "denk eerst klein"-beginsel in praktijk te brengen.

3.4.6

Het EESC is verheugd dat het mandaat van de Groep van onafhankelijke deskundigen op hoog niveau inzake administratieve lasten (13) (de groep Stoiber) is verlengd. Het EESC zou vooral graag zien dat de groep een nieuwe belangrijke rol krijgt en de Commissie gaat helpen met de voorbereiding, monitoring en uitvoering van het beleid inzake micro- en kleine ondernemingen, in nauwe samenwerking met mkb-organisaties en vakbonden.

3.4.7

Het EESC neemt kennis van de top 10 van meest belastende EU-wetgeving voor het mkb (14). Het Comité verzoekt de Commissie zo snel mogelijk op zijn bevindingen te reageren met de publicatie van specifieke vereenvoudigingsvoorstellen.

3.5   Rekening houden met de behoeften van het mkb

3.5.1

Het EESC is er voorstander van om de totstandkoming van mkb-beleid te onderwerpen aan een gezondheidstest voor de regelgeving (15) (het zogenaamde REFIT-programma). Het EESC kijkt met belangstelling uit naar de resultaten van de proefevaluaties (16), en dringt er bij de Commissie op aan om nieuwe gezondheidstests op te nemen in haar programma voor 2014 op gebieden die van cruciaal belang zijn voor het genereren van groei en werkgelegenheid. De Commissie zou alle uitgevoerde en geplande gezondheidstests op haar website moeten publiceren.

3.5.2

Daarnaast stelt het EESC voor een alomvattende gezondheidstest uit te voeren voor EU-regelgeving waar bedrijven mee te maken krijgen wanneer zij handel drijven met derde landen. Het EESC is van mening dat de regeldruk voor deze bedrijven hoog is en dat een gezondheidstest een aanzienlijke bijdrage zou kunnen leveren aan het EU-beleid voor slimme regelgeving, groei en handel.

3.5.3

De Commissie zou het REFIT-programma moeten gebruiken om zo snel mogelijk aan te geven welke regelgeving en welke hangende voorstellen kunnen worden ingetrokken omdat ze achterhaald zijn, en verder te gaan met de consolidatie van de bestaande regelgeving, in het kader van de vereenvoudiging. Alle doelstellingen voor vermindering van de regeldruk moeten meetbaar zijn en gericht zijn op tastbare, positieve veranderingen voor het bedrijfsleven.

3.5.4

Het EESC is van mening dat een betere keuze van rechtsinstrumenten moet worden gebruikt, waaronder mechanismen voor zelf- en coregulering (17).

3.6   Naar betere governance en een coördinatiemechanisme voor de totstandkoming van mkb-beleid

3.6.1

Het EESC wijst erop dat slimme regelgeving de gedeelde verantwoordelijkheid is van eenieder die betrokken is bij de EU-beleidsvorming op zowel Europees als nationaal niveau.

3.6.2

Op Europees niveau:

Terwijl de Commissie toezegt dat zij de administratieve kosten voor bedrijven zo laag mogelijk wil houden, zouden ook de Raad en het Parlement vergelijkbare stappen moeten nemen om de administratieve rompslomp voor bedrijven terug te dringen of te beperken tot het niveau van de Commissievoorstellen.

Als de Raad en het Parlement dit niveau overstijgen, dienen zij hiervoor een rechtvaardiging te geven. Het EESC roept het Parlement en de Raad dan ook op zich ertoe te verbinden om voor fundamentele wijzigingen van Commissievoorstellen effectbeoordelingen uit te voeren.

3.6.3

Op nationaal niveau:

Het EESC is van mening dat het beginsel van slimme regelgeving alleen zal werken indien er ook een slimme toepassing is. De lidstaten moeten voorkomen dat vereenvoudigingsmaatregelen die op EU-niveau worden genomen bij omzetting in nationale wetgeving worden tenietgedaan. Overregulering belemmert de ontwikkeling van de ondernemingszin. Het EESC stelt dan ook voor om een specifieke opleiding verplicht te stellen voor politici, departementale ambtenaren en anderen die betrokken zijn bij de omzetting van EU-regelgeving in nationale wetten.

Dit neemt echter niet weg dat lidstaten desgewenst hogere normen kunnen hanteren.

Het EESC dringt er bij de Commissie op aan om de lidstaten ondersteuning te bieden in de vorm van vergaderingen en workshops voor overheidsambtenaren, om het uitvoeringsproces te stroomlijnen. Voorts zou de Commissie de follow-up van de uitvoering zorgvuldig moeten coördineren, in nauwe samenwerking met de verschillende DG's en met de lidstaten.

Het EESC stelt voor dat de Commissie en de lidstaten nauwer gaan samenwerken om voorbeelden van beste praktijken op het gebied van effectbeoordelingen uit te wisselen, ten einde vergelijkbare, transparante en flexibele procedures te ontwikkelen. Ook dringt het er bij de lidstaten op aan om meer voorbeelden van beste praktijken als het gaat om de vereenvoudiging van mkb-regelgeving uit te wisselen (18) (zoals -e-government oplossingen voor ondernemingen, om te kunnen voldoen aan de regelgeving en deze te begrijpen (19)).

Brussel, 11 juli 2013

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Henri MALOSSE


(1)  http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/simplification/sme/sme_en.htm.

(2)  Zie het advies van rapporteur Lannoo Evaluatie van de "Small Business Act" voor Europa, PB C 376 van 22.12.2011, blz. 51

(3)  http://ec.europa.eu/governance/better_regulation/documents/1_EN_ACT_part1_v8.pdf

(4)  http://ec.europa.eu/governance/better_regulation/documents/1_EN_ACT_part1_v4.pdf

(5)  Zie het advies van rapporteur Pegado Liz Slimme regelgeving, PB C 248 van 25.8.2011, blz. 87.

(6)  Zie het advies van rapporteur Cabra de Luna Diversiteit van ondernemingsvormen (initiatiefadvies), PB C 318 van 23.12.2009, blz. 22.

Voorbeeld: Beoefenaars van vrije beroepen moeten als groep strenge beroepsregels in acht nemen om de belangen van hun cliënten en het algemeen belang te dienen.

(7)  Zie paragraaf 4 A van het advies van rapporteur Pegado Liz Slimme regelgeving, PB C 248, 25.8.2011, blz. 87.

(8)  De recente effectbeoordeling over het Pakket inzake technische controles omvatte 102 pagina's, en die over gegevensbescherming maar liefst 241.

(9)  Zie paragraaf 4 B van het advies van rapporteur Pegado Liz Slimme regelgeving, PB C 248, 25.8.2011, blz. 87.

(10)  BEUC – Smart regulation - BEUC response to the stakeholder consultation http://ec.europa.eu/governance/better_regulation/smart_regulation/consultation_2012/docs/registered_organisations/beuc_en.pdf

(11)  http://www.etuc.org/IMG/pdf/our_priorities_soc_dial_in_smes.pdf.

(12)  Idem, par. 2

(13)  http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/admin_burden/ind_stakeholders/ind_stakeholders_en.htm.

(14)  http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-168_en.htm?locale=FR.

(15)  http://ec.europa.eu/governance/better_regulation/documents/1_NL_ACT_part1_v2.pdf.

(16)  http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/evaluation/docs/fitness_check_en.pdf.

(17)  http://www.eesc.europa.eu/?i=portal.en.self-and-co-regulation

(18)  http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/admin_burden/best_practice_report/best_practice_report_en.htm

Zie het volgende voorbeeld: http://www.bru.gov.mt/15-6-reduction-in-administrative-burden-registered_news-posted-on-17th-december-2012. Malta heeft begin 2006 een Better Regulation Unit (BRU) opgericht, nadat de regering had toegezegd de voorwaarden te zullen scheppen voor een betere regelgeving.

(19)  http://www.irma-international.org/viewtitle/21237/ Ron Craig "E-government and SMEs".


Top