Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012AR1671

Advies van het Comité van de Regio's — EU-mechanisme voor civiele bescherming

OJ C 277, 13.9.2012, p. 164–170 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

13.9.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 277/164


Advies van het Comité van de Regio's — EU-mechanisme voor civiele bescherming

2012/C 277/16

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

is ermee ingenomen dat het mechanisme een minder reactief en ad-hockarakter krijgt en geïntegreerder, doeltreffender en optimaler wordt;

wijst erop dat de lokale en regionale overheden meestal een sleutelrol spelen bij de beheersing van crisissituaties en daarom betrokken zouden moeten worden bij de voorbereiding van risicobeoordelings- en -beheersplannen;

vindt dat de EU samen met de nationale autoriteiten moet zorgen voor meer cursussen voor personeelsleden van lokale en regionale overheden, zodat adequaat op crisissituaties kan worden gereageerd;

is absoluut van mening dat de EU een platform zou moeten oprichten waarmee de lidstaten en hun lokale en regionale overheden informatie en ervaringen kunnen uitwisselen over rampenbestrijding;

onderstreept dat de in het besluit opgenomen definities en genoemde verzoeken om hulp n.a.v. een grote ramp of een dreigende grote ramp verduidelijkt en geconcretiseerd dienen te worden;

meent dat risicobeheersplannen aan de hand van een standaardmodel zouden moeten worden opgesteld zodat verschillende plannen inhoudelijk met elkaar kunnen worden vergeleken;

is ervan overtuigd dat er een tijdschema moet komen voor de indiening en regelmatige bijwerking van de risicobeheersplannen door de lidstaten.

Rapporteur

Adam BANASZAK (PL/EA), lid van de regioraad van Kujavië-Pommeren

Referentiedocument

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende een EU-mechanisme voor civiele bescherming

COM(2011) 934 final

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemene opmerkingen

1.

is ermee ingenomen dat het voorstel voortvloeit uit het beleid van de Europese Commissie om de maatregelen waarmee wordt gereageerd op rampen, te optimaliseren en samenhangender te maken, en dat het ook bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en aan het vergroten van de veiligheid van EU-burgers in het kader van het programma van Stockholm en de EU-strategie voor interne veiligheid.

2.

De nieuwe voorstellen zijn gebaseerd op de uitgevoerde evaluatie van de wetgeving inzake civiele bescherming en op de ervaringen die in het verleden zijn opgedaan in crisissituaties.

3.

Tot tevredenheid van het Comité van de Regio's (CvdR) vormt het voorstel de volgende stap van de Commissie op weg naar een vereenvoudiging en verbetering van de wetgeving. Het combineert in één wetgevingsvoorstel voor de periode 2014-2020 de huidige maatregelen betreffende samenwerking op het gebied van civiele bescherming op EU-niveau, die door de volgende twee wetsinstrumenten worden gereguleerd: Beschikking 2007/779/EG, Euratom van de Raad van 8 november 2007 tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming en Beschikking 2007/162/EG, Euratom van de Raad van 5 maart 2007 tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming.

4.

Meestal spelen de lokale en regionale overheden een sleutelrol bij de beheersing van crisissituaties. Daarom moet een van de doelstellingen van de wetgeving inzake civiele bescherming informatieverspreiding zijn onder de instanties die op regionaal en lokaal niveau verantwoordelijk zijn voor de respons op crisissituaties.

5.

Het versterkte mechanisme draagt bij tot de uitvoering van de solidariteitsclausule. Bijzondere aandacht is besteed aan nauwe coördinatie tussen civiele bescherming en humanitaire hulp, alsmede aan samenhang met acties die in het kader van ander EU-beleid en andere EU-instrumenten worden uitgevoerd, in het bijzonder op de terreinen justitie, vrijheid en veiligheid. Samenhang met andere EU-financieringsinstrumenten moet dubbele financiering uitsluiten.

6.

Het CvdR onderschrijft de beginselen van solidariteit, samenwerking, coördinatie en wederzijdse ondersteuning tussen landen, regio's en lokale gemeenschappen in de EU op het gebied van civiele bescherming. De Commissie stelt terecht dat een meer geïntegreerde Europese respons bij rampen vraagt om een verschuiving van ad-hoc- naar van tevoren geplande maatregelen, de invoering van een geïntegreerd opleidings- en oefenbeleid, zeer uiteenlopende rampenpreventiemaatregelen (bijv. op het gebied van milieubescherming, klimaatverandering, overstromingen, brandgevaar, veiligheid, gezondheidsbescherming en regionaal beleid) en vergemakkelijking van verdere samenwerking tussen de deelnemende landen.

7.

De EU moet samen met de nationale autoriteiten zorgen voor meer cursussen voor personeelsleden van lokale en regionale overheden, zodat in voldoende mate en vooral adequaat een eerste respons op crisissituaties kan worden gegeven.

8.

Het nemen van civielebeschermingsmaatregelen behoort tot de essentiële taken van de afzonderlijke lidstaten. Het mechanisme mag dan ook geen afbreuk doen aan de in de eerste plaats eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten om mensen, het milieu en eigendommen op hun grondgebied tegen rampen te beschermen. Het EU-mechanisme voor civiele bescherming moet in de eerste plaats zijn bedoeld om de acties die de lidstaten op dit terrein ondernemen, te ondersteunen, te coördineren en aan te vullen.

9.

Van groot belang is meer samenwerking met de lidstaten en lokale en regionale overheden t.a.v. maatregelen ter bescherming van de bevolking in buitengewoon ernstige situaties.

10.

De EU moet nagaan waar het concreet ontbreekt aan middelen, en nauwkeurig bepalen hoe zij de lidstaten zou kunnen helpen met hun inspanningen om hun paraatheid te vergroten, met name wat de lokale en regionale overheden betreft. De lidstaten en de EU moeten trachten de huidige middelen te benutten teneinde geen extra financiële en administratieve rompslomp te creëren voor o.a. de lokale en regionale overheden.

11.

Het CvdR is absoluut van mening dat de EU een platform zou moeten oprichten waarmee de lidstaten en hun lokale en regionale overheden informatie en ervaringen kunnen uitwisselen over rampenbestrijding.

12.

De lidstaten moeten met hulp van de EU de lokale en regionale overheden vroegtijdig betrekken bij de respons op rampen en daarbij gebruikmaken van het multilevelgovernancesysteem uit het cohesiebeleid.

13.

Het CvdR kan zich vinden in het voorstel om de specifieke doelstellingen te richten op preventie, een gegarandeerde paraatheid voor rampen, en de bevordering van een snelle en efficiënte respons bij grote rampen of de dreiging daarvan.

Bestaande tekortkomingen en wegwerking ervan

14.

Het uitgangspunt voor nadere maatregelen ter vereenvoudiging en verbetering van het functioneren van het voorgestelde mechanisme moet verdere vereenvoudiging van de wetgeving en de geldende procedures zijn (het voorstel vormt een grote stap in die richting), alsook de waarborging van transparantie en eenduidigheid, zodat de administratieve rompslomp vermindert. Een standaardmodel zou nuttig kunnen zijn voor het opstellen van specifieke risicobeheersplannen. Het ontbreken van zo'n model vergroot ook het risico op tegenstrijdigheden met andere risicopreventieplannen. Het ontbreken van informatie over de reikwijdte van risicobeheersplannen en hun basisinhoud maakt de uitwerking ervan duurder, maakt het lastiger plannen met elkaar te vergelijken en ondergraaft bovenal de zin van de verplichting voor de lidstaten om plannen in te dienen.

15.

De lokale en regionale overheden kunnen in geval van rampen onmiddellijk reageren aangezien ze de lokale geografische en sociale omstandigheden door en door kennen. De lidstaten zouden de lokale en regionale overheden moeten betrekken bij de voorbereiding van risicobeoordelings- en -beheersplannen, omdat deze overheden vaak over meer vaardigheden en kennis beschikken dan het nationale niveau, en bijvoorbeeld risico's beter kunnen inschatten.

16.

De financiële bepalingen m.b.t. vervoer uit het voorstel gaan in de juiste richting en zouden meer acties in kortere tijd mogelijk moeten maken en ertoe moeten leiden dat meer landen de middelen gaan benutten, daar vervoer een van de grootste kostenposten is bij internationale missies.

17.

Het CvdR staat achter de maatregelen van de Commissie om geschikte vervoermiddelen gemakkelijker toegankelijk te maken, teneinde de ontwikkeling van een snelleresponscapaciteit op EU-niveau te bevorderen, mits doel en reikwijdte van deze maatregelen en de voorwaarden voor de potentiële toepassing ervan duidelijk worden gespecificeerd. Het vindt het positief dat de Commissie de vervoermiddelen kan aanvullen door het financieren van aanvullende vervoermiddelen die nodig zijn voor een snelle respons bij grote rampen.

18.

Essentieel is dat het mechanisme een minder reactief en ad-hockarakter krijgt en geïntegreerder, doeltreffender en optimaler wordt. Het huidige ad-hochulpconcept moet absoluut echt plaatsmaken voor vroegtijdige planning en snelle respons.

19.

Het CvdR begrijpt de bedoeling van de Commissie om de in het instrument voorkomende begrippen ruim te definiëren: dat moet het mechanisme voor civiele bescherming flexibeler maken en beter doen functioneren. Het vindt echter dat de definities in artikel 4 van het besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende een EU-mechanisme voor civiele bescherming - met name die van de begrippen „ramp” en „grote ramp” - zouden moeten worden verduidelijkt. Dat zou in de toekomst eventuele onregelmatigheden bij de benutting van de via het mechanisme verstrekte steunmiddelen door de lidstaten kunnen voorkomen.

20.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat zowel de toegang tot de cruciale responscapaciteit en de vervoersmogelijkheden moeten worden vergroot als de procedures moeten worden vereenvoudigd, zodat zo goed mogelijk op crises gereageerd en het preventiebeleid beter geïntegreerd kan worden.

21.

Het CvdR waardeert de inspanningen van de Commissie om de responscapaciteit in noodsituaties te verbeteren door de opleidings- en oefenactiviteiten op te voeren en adequate rampenplannen uit te werken.

Grondslagen van het beleid inzake civiele bescherming: preventie, paraatheid, respons en de externe dimensie

22.

Het CvdR kan zich erin vinden dat het mechanisme is gebaseerd op de vier belangrijkste grondslagen van het beleid inzake civiele bescherming - preventie, paraatheid, respons en de externe dimensie - en dat deze zijn aangevuld met financiële bepalingen.

23.

Het is voorstander van maatregelen die de lidstaten en derde landen moeten aanmoedigen te kiezen voor een geïntegreerde rampenbeheersing.

24.

Teneinde te voorkomen dat rampen aan mensen, het milieu of eigendommen schade berokkenen, moeten er maatregelen worden genomen om de kennisbasis betreffende rampenrisico's te verbeteren en constant bij te werken, en om de uitwisseling van kennis, informatie en goede praktijkvoorbeelden te bevorderen. Ook is het noodzakelijk de lidstaten en derde landen bewuster te maken van het belang van risicopreventie en hen te ondersteunen bij het nemen van maatregelen, waarbij de nadruk vooral moet liggen op de uitwerking van risicobeheersplannen.

25.

De Commissie stelt de juiste maatregelen voor m.b.t. paraatheid, bijv. het oprichten van een Europees centrum voor respons in noodsituaties (ERC), het beheren van een gemeenschappelijk Europees noodcommunicatie- en informatiesysteem (CECIS), het bijdragen tot de ontwikkeling van systemen voor de vroegtijdige opsporing van en waarschuwing voor rampen, het creëren en in stand houden van teams van deskundigen, modules en andere responscapaciteiten, en het uitvoeren van ondersteunende en aanvullende acties (t.a.v. opleiding en verspreiding van kennis en ervaringen). Het CvdR is wel van mening dat er meer duidelijkheid moet komen over de inhoud van de verzoeken die de lidstaten aan het ERC kunnen richten. De in het voorstel opgenomen zin „Dit verzoek dient zo concreet mogelijk te zijn” is veel te vaag. Ook moet het ERC worden afgestemd op de bestaande nationale en regionale structuren.

26.

Het CvdR ziet het nut in van de maatregelen die de Commissie voorstelt voor het geval een lidstaat om hulp verzoekt wanneer een grote ramp plaatsvindt of dreigt plaats te vinden, met name de maatregelen die de mobilisatie van teams, deskundigen, modules en andere interventiesteun dan die welke voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties beschikbaar is gesteld, moeten vergemakkelijken.

27.

Het CvdR staat achter het initiatief van de Commissie om een Europese responscapaciteit voor noodsituaties te ontwikkelen, in de vorm van een vrijwillige pool van vooraf vastgelegde responscapaciteiten van lidstaten. De kwaliteitseisen voor die responscapaciteit dienen samen met de lidstaten te worden vastgesteld. Als een lidstaat deze capaciteiten in een specifieke noodsituatie niet beschikbaar kan stellen, moet hij de Commissie met opgave van redenen daarover informeren. Het CvdR vindt dat er meer helderheid moet komen over de manier waarop dat dient te gebeuren. Daarnaast moet duidelijk worden gemaakt dat de responscapaciteit in een specifieke noodsituatie niet langer beschikbaar hoeft te worden gesteld als die op nationaal niveau nodig is.

28.

De aan de Commissie opgegeven redenen waarom responscapaciteiten niet beschikbaar kunnen worden gesteld, moeten bij de bijwerking van risicobeheersplannen in aanmerking worden genomen.

29.

Het CvdR kan zich vinden in de maatregelen van de Commissie voor regelmatige evaluatie van de Europese responscapaciteit voor noodsituaties, want een efficiënt functioneren daarvan zal de geformuleerde doelstellingen helpen verwezenlijken.

Slotopmerkingen

30.

Het CvdR staat achter de door de Commissie voorgestelde bepaling dat de uit hoofde van het besluit toegekende financiële bijstand alle in het Financieel Reglement voorziene vormen kan aannemen, met name subsidies, onkostenvergoedingen, overheidsopdrachten of bijdragen aan trustfondsen.

31.

Het CvdR steunt de Commissie in haar streven om synergie en complementariteit met andere EU-instrumenten te realiseren en gelijktijdige financiële ondersteuning via andere financiële instrumenten uit te sluiten.

32.

Het is doelmatig dat de Commissie passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van gefinancierde acties de financiële belangen van de Unie adequaat worden beschermd door de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten.

33.

Volgens het CvdR moeten echter wel de in het besluit opgenomen definities en genoemde verzoeken om hulp n.a.v. een grote ramp of een dreigende grote ramp verduidelijkt en geconcretiseerd worden, teneinde eventuele onregelmatigheden als gevolg van onnauwkeurige begrippen uit te sluiten.

II.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

Artikel 4, lid 2 - Definities

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In dit besluit wordt verstaan onder

2.   „grote ramp”: elke situatie die nadelige gevolgen voor mensen, het milieu of eigendommen heeft of kan hebben en aanleiding kan zijn tot een verzoek om bijstand in het kader van het mechanisme;

In dit besluit wordt verstaan onder

2.   „grote ramp”: elke situatie die nadelige gevolgen voor mensen, het milieu of eigendommen heeft of kan hebben en ;

Wijzigingsvoorstel 2

Artikel 6 - Risicobeheersplannen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Met het oog op effectieve samenwerking in het kader van het mechanisme delen de lidstaten de Commissie hun risicobeheersplannen mee.

1.   Met het oog op effectieve samenwerking in het kader van het mechanisme delen de lidstaten de Commissie hun risicobeheersplannen mee .

2.   Bij het opstellen van de risicobeheersplannen wordt rekening gehouden met nationale en andere relevante risicobeoordelingen en gestreefd naar samenhang met andere relevante plannen die in de betreffende lidstaat zijn vastgesteld.

2.   Bij het opstellen van de risicobeheersplannen wordt rekening gehouden met nationale en andere relevante risicobeoordelingen en gestreefd naar samenhang met andere relevante plannen die in de betreffende lidstaat zijn vastgesteld.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat hun risicobeheersplannen uiterlijk eind 2016 gereed zijn en dat de Commissie dan beschikt over de meest actuele versie van die plannen.

   

   De lidstaten zorgen ervoor dat hun risicobeheersplannen gereed zijn en dat de Commissie beschikt .

Motivering

Het ontbreken van een standaardmodel voor risicobeheersplannen kan leiden tot aanzienlijke verschillen tussen de afzonderlijke plannen. Verder dient de rol van de lokale en regionale overheden te worden vermeld en benadrukt, want juist deze overheden kunnen in geval van rampen onmiddellijk reageren aangezien ze de lokale geografische en sociale omstandigheden door en door kennen. Ook moet er een tijdschema komen voor de indiening en regelmatige bijwerking van de plannen door de lidstaten en dienen zij te worden verplicht die onverwijld ad hoc bij te werken als zich plotseling onvoorziene veranderingen in de huidige plannen voordoen.

Wijzigingsvoorstel 3

Artikel 7, onder (a) - Algemene paraatheidsacties van de Commissie

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De Commissie voert de volgende acties uit in verband met de paraatheid:

(a)

oprichten en beheren van het Europees Centrum voor respons in noodsituaties (ERC), waarvan de capaciteit voldoende zal zijn om vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week operationeel te zijn en dat ten dienste zal staan van de lidstaten en de Commissie ten behoeve van het mechanisme;

De Commissie voert de volgende acties uit in verband met de paraatheid:

(a)

oprichten en beheren van het Europees Centrum voor respons in noodsituaties (ERC), waarvan de capaciteit voldoende zal zijn om vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week operationeel te zijn en dat ten dienste zal staan van de lidstaten en de Commissie ten behoeve van het mechanisme;

Motivering

Bij de oprichting en het beheer van het ERC moet er in ieder geval voor worden gewaakt dat er op Europees niveau parallelle structuren of onduidelijke operationele procedures ontstaan. Daarom moet artikel 7 van het voorstel voor een besluit, dat betrekking heeft op het ERC, stipuleren dat er rekening wordt gehouden met nationale en regionale structuren en dat het centrum hierop wordt afgestemd.

Wijzigingsvoorstel 4

Artikel 11, leden 3 en 7 - Europese responscapaciteit voor noodsituaties

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Er wordt een Europese responscapaciteit voor noodsituaties ontwikkeld, in de vorm van een vrijwillige pool van vooraf vastgelegde responscapaciteiten van lidstaten.

1.   Er wordt een Europese responscapaciteit voor noodsituaties ontwikkeld, in de vorm van een vrijwillige pool van vooraf vastgelegde responscapaciteiten van lidstaten.

2.   Op basis van referentiescenario's bepaalt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, het soort en aantal capaciteiten dat nodig is voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties (hierna „capaciteitsdoelen” genoemd).

2.   Op basis van referentiescenario's bepaalt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, het soort en aantal capaciteiten dat nodig is voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties (hierna „capaciteitsdoelen” genoemd).

3.   De Commissie stelt kwaliteitseisen vast voor de capaciteiten die voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties worden vastgelegd. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze capaciteiten.

3.   De Commissie stelt kwaliteitseisen vast voor de capaciteiten die voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties worden vastgelegd. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze capaciteiten.

4.   De Commissie stelt een proces vast voor de certificatie en registratie van de capaciteiten die de lidstaten beschikbaar stellen voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties en voert het beheer over dit proces.

4.   De Commissie stelt een proces vast voor de certificatie en registratie van de capaciteiten die de lidstaten beschikbaar stellen voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties en voert het beheer over dit proces.

5.   De lidstaten inventariseren en registreren op vrijwillige basis de capaciteiten die zij voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties vastleggen. Multinationale modules die worden geleverd door twee of meer lidstaten, worden door de betrokken lidstaten gezamenlijk geregistreerd.

5.   De lidstaten inventariseren en registreren op vrijwillige basis de capaciteiten die zij voor de Europese responscapaciteit voor noodsituaties vastleggen. Multinationale modules die worden geleverd door twee of meer lidstaten, worden door de betrokken lidstaten gezamenlijk geregistreerd.

6.   De capaciteiten die ten behoeve van de Europese responscapaciteit voor noodsituaties worden geregistreerd, worden beschikbaar gesteld voor responsoperaties in het kader van het mechanisme wanneer de Commissie, via het ERC, een daartoe strekkend verzoek doet. Wanneer een lidstaat deze capaciteiten in een specifieke noodsituatie om dwingende redenen niet beschikbaar kan stellen, dient hij de Commissie daar zo spoedig mogelijk van in kennis te stellen, met opgave van redenen.

6.   De capaciteiten die ten behoeve van de Europese responscapaciteit voor noodsituaties worden geregistreerd, worden beschikbaar gesteld voor responsoperaties in het kader van het mechanisme wanneer de Commissie, via het ERC, een daartoe strekkend verzoek doet. Wanneer een lidstaat deze capaciteiten in een specifieke noodsituatie om dwingende redenen niet beschikbaar kan stellen, dient hij de Commissie daar zo spoedig mogelijk van in kennis te stellen, met opgave van redenen.

7.   Wanneer de capaciteiten worden ingezet, blijven zij onder het commando en de leiding van de lidstaten staan. De Commissie draagt zorgt voor de coördinatie van de verschillende capaciteiten via het ERC. Zolang capaciteiten niet worden ingezet bij acties in het kader van het mechanisme, blijven zij beschikbaar voor de nationale doeleinden van de lidstaten.

7.   Wanneer de capaciteiten worden ingezet, blijven zij onder het commando en de leiding van de lidstaten staan. De Commissie draagt zorgt voor de coördinatie van de verschillende capaciteiten via het ERC.

8.   De lidstaten en de Commissie zorgen voor gepaste zichtbaarheid van de interventies van de Europese responscapaciteit voor noodsituaties.

8.   De lidstaten en de Commissie zorgen voor gepaste zichtbaarheid van de interventies van de Europese responscapaciteit voor noodsituaties.

Wijzigingsvoorstel 5

Artikel 15 - Respons bij grote rampen binnen de Unie

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Wanneer binnen de Unie een grote ramp plaatsvindt of dreigt plaats te vinden kan een lidstaat via het ERC om bijstand verzoeken. Dit verzoek dient zo concreet mogelijk te zijn.

1.   Wanneer binnen de Unie een grote ramp plaatsvindt of dreigt plaats te vinden kan een lidstaat via het ERC om bijstand verzoeken. Dit verzoek dient concreet te zijn

Motivering

Als de lidstaten duidelijkere informatie moeten verstrekken in hun verzoeken om hulp n.a.v. grote rampen, kan via het mechanisme doeltreffender, gerichter en kostenefficiënter bijstand worden geboden en kunnen de geformuleerde doelstellingen sneller worden gerealiseerd, hetgeen bij rampen van zeer groot belang is.

Brussel, 19 juli 2012

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Mercedes BRESSO


Top