Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62011TN0299

Zaak T-299/11: Beroep ingesteld op 6 juni 2011 — European Dynamics Luxembourg e.a./BHIM

OJ C 232, 6.8.2011, p. 37–38 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.8.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 232/37


Beroep ingesteld op 6 juni 2011 — European Dynamics Luxembourg e.a./BHIM

(Zaak T-299/11)

2011/C 232/64

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: European Dynamics Luxembourg SA (Ettelbrück, Luxemburg) Evropaïki Dynamiki — Proigmena Systimata Tilepikoinonion Pliroforikis kai Tilematikis AE (Athene, Griekenland) en European Dynamics Belgium SA (Brussel, België) (vertegenwoordigers: N. Korogiannakis en M. Dermitzakis, advocaten)

Verwerende partij: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

Conclusies

de beslissing van het BHIM waarbij verzoeksters op basis van de offerte die zij in het kader van openbare aanbesteding nr. AO/021/10 voor „Externe dienstverlening voor programma- en projectbeheer en technische expertise op het gebied van informatietechnologieën” hadden ingediend, als derde contractant in het cascadesysteem zijn uitgekozen, hetgeen hun bij brief van 28 maart 2011 is meegedeeld, en alle daarmee verband houdende beslissingen van het BHIM, daaronder begrepen die om de overeenkomst aan de eerste en de tweede contractant in het cascadesysteem te gunnen, nietig verklaren;

het BHIM gelasten de schade te vergoeden die verzoeksters in verband met de betrokken aanbestedingsprocedures hebben geleden, ten bedrage van 6 500 000 EUR;

voorts het BHIM gelasten de schade te vergoeden die verzoeksters ingevolge het verlies van een kans hebben geleden, alsook de schade aan hun reputatie en geloofwaardigheid, ten bedrage van 650 000 EUR

het BHIM verwijzen in de kosten van het geding en in de andere kosten die verzoeksters in verband met dit beroep hebben gemaakt, zelfs indien het onderhavige beroep wordt verworpen.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters drie middelen aan.

1)

Eerste middel: schending van artikel 100, lid 2, van verordening nr. 1605/2002. (1) In het bijzonder is de motiveringsplicht geschonden omdat geen toereikende rechtvaardiging of verklaring aan verzoeksters is gegeven en de relatieve verdiensten van de succesvolle inschrijvers niet zijn meegedeeld.

2)

Tweede middel: schending van het bestek, aangezien bij de beoordeling met vereisten rekening is gehouden die niet in het bestek waren vermeld.

3)

Derde middel: kennelijke beoordelingsfouten en vage en ongefundeerde opmerkingen van het beoordelingscomité.

4)

Vierde middel: discriminerende behandeling van inschrijvers; niet-inachtneming van criteria voor uitsluiting van de winnende inschrijvers, schending van de artikelen 93, lid 1, sub f, 94 en 96 van verordening nr. 1605/2002 en van de artikelen 133, sub a, en 134, sub b, van verordening nr. 2342/2002 (2) alsmede schending van het beginsel van behoorlijk bestuur. De tweede winnende inschrijver had uitgesloten moeten worden.


(1)  Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248, blz. 1).

(2)  Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357, blz. 1).


Top