Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62011CN0295

Zaak C-295/11: Beroep ingesteld op 10 juni 2011 — Italiaanse Republiek/Raad van de Europese Unie

OJ C 232, 6.8.2011, p. 21–22 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.8.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 232/21


Beroep ingesteld op 10 juni 2011 — Italiaanse Republiek/Raad van de Europese Unie

(Zaak C-295/11)

2011/C 232/34

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri, gemachtigde, en S. Fiorentino, Avvocato dello Stato)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

nietig verklaren het besluit van de Raad van 10 maart 2011 houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming (2011/167/EU) (1);

de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De Italiaanse Republiek voert ter onderbouwing van haar beroep vier middelen aan.

In de eerste plaats voert zij aan dat de Raad een machtiging tot nauwere samenwerking heeft verleend buiten de daartoe in artikel 20, lid 1, eerste alinea, EU, vastgestelde grenzen. Volgens deze bepaling is deze procedure enkel toegestaan in het kader van de niet-exclusieve bevoegdheden van de Unie. De Unie heeft namelijk exclusieve bevoegdheid om „Europese titels” in te voeren, die op de rechtsgrondslag van artikel 118 VWEU zijn gebaseerd.

In de tweede plaats stelt zij dat de machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan in het onderhavige geval gevolgen heeft die indruisen tegen — of althans niet stroken met — de doelstelling waarvoor de Verdragen in deze procedure hebben voorzien. Voor zover deze machtiging misschien niet tegen de letter maar minstens tegen de geest van artikel 118 VWEU ingaat, is sprake van schending van artikel 326, lid 1, VWEU. Laatstgenoemde bepaling verlangt dat de verdragen en het recht van de Unie bij nauwere samenwerking worden geëerbiedigd.

In de derde plaats is volgens de Italiaanse Republiek het besluit houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan vastgesteld zonder dat de voorwaarde die uit de bewoordingen „in laatste instantie” (last resort) voortvloeit, passend is onderzocht en dienaangaande een geschikte motivering is verstrekt.

In de vierde plaats, ten slotte, voert zij aan dat het besluit houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan schending van artikel 326 VWEU oplevert, aangezien dit besluit afbreuk doet aan de interne markt doordat het een belemmering in de handel tussen de lidstaten vormt en discriminatie van sommige ondernemingen meebrengt, zodat het de mededinging verstoort. Bovendien leidt dit besluit niet tot een versterking van het integratieproces van de Unie, waardoor het tevens in strijd is met artikel 20, lid 1, tweede alinea, EU.


(1)  PB L 76, blz. 53.


Top