Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011XC0726(01)

Tenuitvoerlegging van de artikelen 35, 36, 43, 55 en 64 van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten ( „de Veilingverordening” ) door de lidstaten en de relevantie daarvan voor de aanwijzing van veilingplatforms overeenkomstig artikel 26 van die verordening — Transparantiemaatregelen met betrekking tot de inschrijvingsdocumenten, als bedoeld in artikel 92 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en artikel 130, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften daarvan, die tussen de Commissie en de lidstaten worden uitgewisseld in het kader van de aanwijzing van de enige veilingtoezichthouder overeenkomstig artikel 24 van de Veilingverordening en de aanwijzing van de veilingplatforms overeenkomstig artikel 26 van die verordening

OJ C 220, 26.7.2011, p. 12–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

26.7.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 220/12


Tenuitvoerlegging van de artikelen 35, 36, 43, 55 en 64 van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten („de Veilingverordening”) door de lidstaten en de relevantie daarvan voor de aanwijzing van veilingplatforms overeenkomstig artikel 26 van die verordening

Transparantiemaatregelen met betrekking tot de inschrijvingsdocumenten, als bedoeld in artikel 92 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en artikel 130, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften daarvan, die tussen de Commissie en de lidstaten worden uitgewisseld in het kader van de aanwijzing van de enige veilingtoezichthouder overeenkomstig artikel 24 van de Veilingverordening en de aanwijzing van de veilingplatforms overeenkomstig artikel 26 van die verordening

2011/C 220/02

1.   Inleiding

Bij de herziening van de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten („ETS”), die een onderdeel vormde van het klimaat- en energiepakket van 2008, is overeengekomen dat met ingang van de derde handelsperiode, die in 2013 begint, veiling van emissierechten de regel wordt in plaats van de uitzondering (1). Bovendien moet met ingang van 2012 15 % van de luchtvaartemissierechten worden geveild (2). De Commissie werd belast met de vaststelling van een verordening inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van emissierechten (3). Op 12 november 2010 heeft de Commissie deze verordening (de „Veilingverordening”) vastgesteld (4).

De artikelen 24 en 26 van de Veilingverordening voorzien in gezamenlijke-aanbestedingsprocedures van de Commissie en de lidstaten voor de aanwijzing van de enige veilingtoezichthouder („EVT”) en de gemeenschappelijke veilingplatforms („GVP's”).

De gezamenlijke-aanbestedingsprocedures ter aanwijzing van de EVT en de GVP's behelzen een gezamenlijke actie overeenkomstig artikel 91, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (het „Financieel Reglement”) (5) en artikel 125 quater van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 23 december 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (de „uitvoeringsvoorschriften”) (6).

Overeenkomstig artikel 125 quater, derde alinea, van de uitvoeringsvoorschriften dienen de Commissie en de lidstaten afspraken te maken over de praktische regelingen voor het verloop van de gezamenlijke aanbesteding. De Commissie en de lidstaten stellen de praktische regelingen voor het verloop van de gezamenlijke aanbestedingen vast middels een gezamenlijke-aanbestedingsovereenkomst voor de aanwijzing van de EVT enerzijds en een gezamenlijke-aanbestedingsovereenkomst voor de aanwijzing van de GVP's anderzijds.

2.   Aanbesteding met het oog op de aanwijzing van een gereglementeerde markt als veilingplatform in het kader van de Veilingverordening

Krachtens de Veilingverordening (7) mogen veilingen alleen worden gehouden door een overeenkomstig de richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten (de „MiFID”) erkende gereglementeerde markt (8). Deze gereglementeerde markt(en) moet(en) worden aangewezen middels een openbare-aanbestedingsprocedure in overeenstemming met het recht van de Unie.

Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 26 van de Veilingverordening een gereglementeerde markt als veilingplatform aanwijzen middels een gezamenlijke actie met de Commissie overeenkomstig artikel 91, lid 1, derde alinea, van het Financieel Reglement, zijn overeenkomstig artikel 125 quater, eerste alinea, van de uitvoeringsvoorschriften de voor de Commissie geldende procedurele bepalingen op het aanbestedingsproces van toepassing.

Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 30 van de Veilingverordening hun eigen veilingplatform aanwijzen, moeten zij daartoe gebruik maken van een selectieprocedure die in overeenstemming is met het toepasselijke recht van de Unie en met de toepasselijke nationale wetgeving inzake openbare aanbestedingen. Duitsland, Polen en het Verenigd Koninkrijk hebben besloten eigen veilingplatforms aan te wijzen.

Afhankelijk van de wijze waarop elke lidstaat de MiFID in nationaal recht heeft omgezet, kan het voor sommige lidstaten noodzakelijk zijn hun nationale omzettingsbesluiten voor de MiFID zodanig aan te passen dat op hun grondgebied gevestigde gereglementeerde markten (en hun marktexploitanten (9)) gemachtigd kunnen worden tot het veilen van de in artikel 4, leden 2 en 3, van de Veilingverordening bedoelde veilingproducten. Artikel 35, lid 4, van de Veilingverordening verplicht evenwel geen enkele lidstaat zijn nationale omzettingsbesluiten voor de MiFID zodanig te wijzigen dat op zijn grondgebied gevestigde gereglementeerde markten (en hun marktexploitanten) gemachtigd kunnen worden om veilingproducten te veilen overeenkomstig de Veilingverordening.

Met betrekking tot de gezamenlijke aanbestedingen voor de aanwijzing van veilingplatforms door de lidstaten en de Commissie overeenkomstig artikel 26, leden 1 en 2, van de Veilingverordening, bepaalt artikel 97, lid 1, van het Financieel Reglement dat de opdrachten worden gegund op basis van de gunningscriteria nadat de geschiktheid van de economische subjecten die niet krachtens de uitsluitingscriteria zijn uitgesloten, aan de hand van de selectiecriteria is beoordeeld. Voorts kan elke inschrijver of gegadigde krachtens artikel 135, lid 3, van de uitvoeringsvoorschriften worden verzocht het bewijs te leveren dat hij naar nationaal recht gemachtigd is het voorwerp van de opdracht te produceren, bijvoorbeeld middels een verklaring onder ede, een attest of een uitdrukkelijke vergunning. Dit kan een bewijs van erkenning als gereglementeerde markt voor de veiling van veilingproducten omvatten. Welke bewijsstukken precies nodig zijn om aan artikel 135, lid 3, van de uitvoeringsvoorschriften te voldoen, en op welk tijdstip deze bewijsstukken moeten worden ingediend, wordt vermeld in de in artikel 92 van het Financieel Reglement bedoelde inschrijvingsdocumenten, die door de Commissie worden gepubliceerd in de S-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie (http://ted.europa.eu/TED/main/HomePage.do) (10). Er kan evenwel niet worden uitgesloten dat de inschrijvers of gegadigden worden verzocht de vereiste bewijsstukken binnen de in artikel 140 van de uitvoeringsvoorschriften bedoelde indieningstermijn voor inschrijvingen of deelnemingsaanvragen over te leggen.

Inschrijvers of gegadigden hoeven slechts in één lidstaat als gereglementeerde markt te zijn erkend om offertes te mogen indienen overeenkomstig artikel 135, lid 3, van de uitvoeringsvoorschriften. Het zijn de inschrijvers of gegadigden die bij de bevoegde instanties van de lidstaten moeten nagaan hoe artikel 35, lid 4, van de Veilingverordening ten uitvoer is gelegd.

3.   Tenuitvoerlegging door de lidstaten van andere bepalingen van de Veilingverordening die relevant zijn voor de aanwijzing van een gereglementeerde markt als veilingplatform

De lidstaten zijn ook verplicht hun nationale wetgeving zo nodig aan te passen om uitvoering te geven aan de volgende bepalingen van de Veilingverordening: artikel 36, lid 1, en artikel 43 betreffende de regels inzake marktmisbruik; artikel 55, leden 1, 3 en 4, betreffende de regels inzake witwassen van geld, financiering van terrorisme en criminele activiteiten; en artikel 64, lid 2, betreffende de regels inzake het opzetten van een buitengerechtelijk mechanisme binnen de gereglementeerde markt.

De tenuitvoerlegging van deze artikelen door de lidstaat waar de gereglementeerde markt die als veilingplatform wordt aangewezen (of zijn marktexploitant) is gevestigd, is niet van invloed op het besluit tot toewijzing van de opdracht in het kader van de gezamenlijke-aanbestedingsprocedure ter aanwijzing van het veilingplatform, maar kan een noodzakelijke voorwaarde zijn voor de uitvoering van het resulterende contract. Indien de uitvoering van het contract in het gedrang komt omdat de lidstaat waar de als veilingplatform aangewezen gereglementeerde markt (of zijn marktexploitant) is gevestigd, bovengenoemde bepalingen niet ten uitvoer heeft gelegd, kan het contract onverwijld worden opgezegd.

Indien de tenuitvoerlegging van bovengenoemde artikelen door de lidstaat evenwel impliceert dat veilingplatforms over bepaalde capaciteiten moeten beschikken, kan van een veilingplatform in voorkomend geval worden verlangd dat het bij zijn inschrijving of deelnemingsaanvraag het bewijs levert over de vereiste capaciteiten te beschikken, ongeacht of de lidstaat waar het veilingplatform is gevestigd, het relevante artikel van de Veilingverordening reeds volledig ten uitvoer heeft gelegd of niet. Zo bepaalt artikel 55, lid 4, van de Veilingverordening bijvoorbeeld dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (11) (de „AML-richtlijn”) van toepassing zijn op de op hun grondgebied gevestigde veilingplatforms. De nationale maatregelen ter omzetting van artikel 34, lid 1, van de AML-richtlijn houden in dat de lidstaat garandeert dat het betrokken veilingplatform passende en toereikende maatregelen en procedures instelt om transacties die met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme verband houden, te voorkomen en te verhinderen. Van een veilingplatform kan worden verlangd dat het bij zijn inschrijving of deelnemingsaanvraag aantoont in staat te zijn tot het instellen en toepassen van die maatregelen en procedures. Het zijn de inschrijvers of gegadigden die bij de bevoegde instanties van de lidstaten moeten nagaan hoe artikel 36, lid 1, artikel 43, artikel 55, leden 1, 3 en 4, en artikel 64, lid 2, van de Veilingverordening ten uitvoer zijn gelegd.

4.   Overzicht van de tenuitvoerlegging door de lidstaten

Een lijst van de lidstaten die de Commissie ervan in kennis hebben gesteld dat zij de in de hoofdstukken 2 en 3 geschetste aanpassingen van hun nationaal recht aan het doorvoeren zijn of reeds hebben doorgevoerd, met inbegrip van een indicatief tijdschema voor de nationale uitvoeringsmaatregelen, wordt bekendgemaakt op de website http://ec.europa.eu/clima/policies/ets/auctioning_en.htm. Deze lijst heeft ten doel inschrijvers of gegadigden te informeren over de mate waarin en de wijze waarop artikel 35, artikel 36, lid 1, artikel 43, artikel 55, leden 1, 3 en 4, en artikel 64, lid 2, van de Veilingverordening in de jurisdicties van de onderscheiden lidstaten ten uitvoer zijn gelegd. De Commissie is niet verantwoordelijk voor juistheid, volledigheid of actualiteit van de gegevens in deze lijst.

5.   Transparantiemaatregelen met betrekking tot de inschrijvingsdocumenten voor de aanwijzing via aanbesteding van de EVT en de GVP's

Krachtens artikel 90, lid 1, van het Financieel Reglement moeten alle opdrachten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (PB). De inschrijvingsdocumenten worden gespecificeerd in artikel 130, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften. Artikel 121 van de uitvoeringsvoorschriften laat andere vormen van bekendmaking toe, mits deze niet aan de bekendmaking in het PB voorafgaan en mits zij verwijzen naar het in het PB gepubliceerde bericht, dat als enige authentiek is.

In het geval van de gezamenlijke aanbestedingen ter aanwijzing van de EVT overeenkomstig artikel 24 van de Veilingverordening en ter aanwijzing van de GVP's overeenkomstig artikel 26 van de Veilingverordening, bevatten de in artikel 92 van het Financieel Reglement bedoelde inschrijvingsdocumenten, die in artikel 130 van de uitvoeringsvoorschriften nader worden gespecificeerd, commercieel gevoelige informatie. De gezamenlijke-aanbestedingsovereenkomsten verplichten de Commissie ertoe die informatie met de lidstaten te delen.

Teneinde te garanderen dat alle marktdeelnemers gelijke toegang hebben tot deze informatie neemt de Commissie zich voor om, tegelijk met de mededeling aan de lidstaten, de belangrijkste ontwerp-documenten betreffende de aanbestedingen met het oog op de aanwijzing van de EVT en de GVP's openbaar te maken op de website http://ec.europa.eu/clima/policies/ets/auctioning_en.htm. De aldus openbaar gemaakte ontwerp-documenten kunnen tot op het tijdstip van publicatie in het PB — eventueel zelfs wezenlijk — worden gewijzigd. De openbaarmaking van ontwerp-inschrijvingsdocumenten vormt geen bekendmaking in de zin van artikel 90, lid 1, van het Financieel Reglement of van de artikelen 118, 119 en 120 van de uitvoeringsvoorschriften; zij verbindt noch de Commissie, noch de lidstaten die aan de gezamenlijke aanbestedingen deelnemen. Alleen de in het PB gepubliceerde bekendmakingen en inschrijvingsdocumenten zijn authentiek in de zin van artikel 121, eerste alinea, van de uitvoeringsvoorschriften.


(1)  Artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

(2)  Artikel 3 quater, lid 1, en artikel 3 quinquies, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

(3)  Artikel 3 quinquies, lid 3, en artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG als gewijzigd.

(4)  Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PB L 302 van 18.11.2010, blz. 1).

(5)  Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1).

(6)  Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1)

(7)  Zie artikel 35, lid 1, van de Veilingverordening.

(8)  Zie artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2010, blz. 1).

(9)  Zie artikel 4, lid 1, punt 13, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2010, blz. 1).

(10)  Deze documenten zijn ook toegankelijk via http://ec.europa.eu/clima/tenders/index_en.htm

(11)  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.


Top