Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011XG0401(01)

Belgische nationale procedure voor de toekenning van beperkte verkeersrechten

OJ C 101, 1.4.2011, p. 28–33 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

1.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 101/28


Belgische nationale procedure voor de toekenning van beperkte verkeersrechten

2011/C 101/08

Overeenkomstig met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 847/2004 inzake onderhandelingen over en de uitvoering van overeenkomsten inzake luchtvaartverbindingen tussen lidstaten en derde landen, publiceert de Europese Commissie de volgende nationale procedure voor de verdeling van luchtverkeersrechten onder de in aanmerking komende communautaire luchtvaartmaatschappijen waar die rechten zijn overeenkomstig luchtvaartovereenkomsten met derde landen.

KONINKRIJK BELGIË

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER

LUCHTVAART

Koninklijk besluit betreffende de aanwijzing van communautaire luchtvaartmaatschappijen en de toekenning van verkeersrechten met het oog op de exploitatie van geregelde luchtdiensten tussen België en niet-EU landen

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Verordening (EG) nr. 847/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake onderhandelingen over en de uitvoering van overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen;

Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 5, §2 ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001;

Gelet op de wet van 3 mei 1999 met betrekking tot de geregelde luchtvervoerders;

Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;

Gelet op advies nr. 47.574/4 van de Raad van State, gegeven op 6 januari 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, punt 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van onze eerste minister en van de staatssecretaris voor Mobiliteit,

HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:

Artikel 1

Dit besluit bepaalt de nadere regels voor de aanwijzing van communautaire luchtvaartmaatschappijen en de toekenning van verkeersrechten met het oog op de exploitatie van geregelde luchtdiensten tussen België en niet-EU landen.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1.   Communautaire luchtvaartmaatschappij: elke luchtvaartmaatschappij met een geldige exploitatievergunning verleend in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap.

2.   Verkeersrecht: het recht van een luchtvaartmaatschappij om op een bepaalde luchtverbinding passagiers, vracht en/of post, afzonderlijk of gecombineerd, tegen vergoeding te vervoeren.

3.   Directeur-generaal: de directeur-generaal van het directoraat-generaal Luchtvaart.

4.   Directoraat-generaal Luchtvaart: directoraat binnen de FOD Mobiliteit en Vervoer bevoegd voor de luchtvaart.

5.   Geregelde luchtdiensten: een reeks vluchten, toegankelijk voor het publiek en bestemd voor het vervoer van passagiers, post en/of vracht, afzonderlijk of gecombineerd, tegen vergoeding. Deze reeks vluchten wordt uitgevoerd:

6.   Bilaterale luchtvaartovereenkomst: luchtvaartovereenkomst gesloten tussen België en een niet-EU land alsook elke andere luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en een niet-EU land.

7.   Aanwijzing: voorrecht toegekend aan een luchtvaartmaatschappij om geregelde luchtdiensten in het kader van een bilaterale luchtvaartovereenkomst te exploiteren. Deze aanwijzing kan ofwel aan één luchtvaartmaatschappij (enkelvoudige aanwijzing) ofwel aan meerdere luchtvaartmaatschappijen (meervoudige aanwijzing) worden toegekend, in overeenstemming met de bepalingen van de betrokken bilaterale luchtvaartovereenkomst.

8.   Toegankelijkheid: mogelijkheid overeenkomstig de bepalingen van een bilaterale luchtvaartovereenkomst, om aangewezen te worden en/of om het gewenste aantal vluchten op een bepaalde route te exploiteren.

9.   Minister: de minister bevoegd voor de luchtvaart.

10.   IATA-seizoen: zomer- of winterseizoen zoals omschreven door de International Air Transport Association (IATA).

Artikel 3

Dit besluit alsook het tijdschema voor de bilaterale onderhandelingen van luchtvaartovereenkomsten tussen België en niet-EU landen worden op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer gepubliceerd. Alle aanvullende informatie betreffende de luchtvaartovereenkomsten, de verkeersrechten en de aanwijzing kan worden verkregen bij het directoraat-generaal Luchtvaart.

Artikel 4

1.   Enkel een communautaire luchtvaartmaatschappij gevestigd in België volgens het Gemeenschapsrecht kan worden aangewezen en verkeersrechten toegekend krijgen.

Te dien einde dient ze een aanvraag in bij de directeur-generaal per aangetekend schrijven in één van de landstalen of in de Engelse taal.

Bij deze aanvraag wordt een dossier gevoegd met:

1.

de exploitatievergunning, het bewijs luchtvaartexploitant (AOC), behalve wanneer deze documenten door België zijn afgegeven;

2.

het verzekeringsbewijs;

3.

elementen die aantonen dat de vestiging van de communautaire luchtvaartmaatschappij in België overeenstemt met het Gemeenschapsrecht;

4.

de elementen die de operationele en financiële draagkracht aantonen in de zin van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap;

5.

de volgende inlichtingen betreffende de geplande geregelde luchtdiensten:

a)

de geplande luchtverbinding (route, wekelijkse frequentie, uurregelingen, tussenlandingen, seizoensgebonden karakter of niet );

b)

het transporttype (vracht, passagiers, post);

c)

het passagiersverkeer (verkeersprognoses, segmentatie van de klanten, belangrijkste werkelijke vertrekpunten en bestemmingen);

d)

het luchtvaartuigtype, zijn configuratie in verschillende klassen en zijn capaciteit;

e)

de geplande aanvangsdatum en de voorzienbare duur van de exploitatie alsook informatie betreffende de eventuele vroegere exploitatie door de aanvrager van de betrokken luchtverbinding;

f)

informatie betreffende de marktomvang en in het bijzonder over de eventueel al aangeboden of op korte termijn voorzienbare capaciteit voor deze luchtverbinding;

g)

de manier waarop de voorgestelde vluchten zullen worden uitgevoerd:

i)

gebruik van de luchtvaartuigen ingeschreven op het bewijs luchtvaartexploitant (AOC) van de aanvrager;

ii)

beroep op een regeling van gedeelde vluchtcodes met een andere (al dan niet communautaire) luchtvaartmaatschappij;

iii)

het huren van een luchtvaartuig of van luchtvaartuigcapaciteit;

iv)

elke andere vorm van samenwerking met één of meerdere andere luchtvaartmaatschappijen;

h)

de manier waarop de vluchten aan het publiek worden aangeboden en op de markt worden gebracht (voorgestelde tarieven, toegang van het publiek tot de diensten, distributiekanalen);

i)

de categorieën van geluidsemissie en de andere milieukenmerken van de luchtvaartuigen waarvan het gebruik wordt gepland;

6.

de eventuele aanvaarding door de aanvrager om in uitzonderlijke omstandigheden de nodige capaciteit ter beschikking te stellen ten einde aan de nationale of internationale behoeften van België te kunnen voldoen.

2.   In afwijking van §1, lid 3, zullen enkel de elementen bedoeld in punt 5 van §1, lid 3 en, in voorkomend geval, wijzigingen aan de elementen bedoeld in punten 1 tot 4 van §1, lid 3 worden bijgevoegd bij de aanvraag van een communautaire luchtvaartmaatschappij die na de inwerkingtreding van dit besluit al een dossier met alle in punten 1 tot 4 van §1, lid 3 bedoelde elementen heeft ingediend.

Artikel 5

Enkel de aanvragen ingediend in overeenstemming met artikel 4 worden door de directeur-generaal in acht genomen en op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer gepubliceerd.

Bij het onderzoek van een aanvraag kan de directeur-generaal op elk ogenblik:

1.

aanvullende informatie aan de communautaire luchtvaartmaatschappij vragen, en/of

2.

hoorzittingen met alle aanvragers organiseren.

Artikel 6

De aanwijzing en/of de gevraagde verkeersrechten worden automatisch door de minister aan een communautaire luchtvaartmaatschappij toegekend voor zover de bilaterale luchtvaartovereenkomst tussen België en het betrokken niet-EU land geen beperking voorziet:

1.

van het aantal communautaire luchtvaartmaatschappijen die kunnen worden aangewezen;

2.

van het aantal vluchten die op de bepaalde routes kunnen worden uitgevoerd.

De betrokken luchtvaartmaatschappij wordt in kennis gesteld van deze toekenning.

Artikel 7

In de gevallen waarin de bilaterale luchtvaartovereenkomsten een beperking voorzien:

1.

van het aantal communautaire luchtvaartmaatschappijen die kunnen worden aangewezen, of

2.

van het aantal frequenties die op de bepaalde routes kunnen worden uitgevoerd,

wordt de aanvraag in de eerste plaats onderzocht op basis van de toegankelijkheid tot de aanwijzing en/of de gevraagde verkeersrechten.

Artikel 8

Indien er geen toegankelijkheid meer bestaat om de aanvrager in staat te stellen geregelde luchtdiensten op de betrokken routes uit te voeren, wordt hij binnen 15 werkdagen na ontvangst van zijn aanvraag daarvan per aangetekend schrijven in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt eveneens op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer gepubliceerd.

Indien er nog een voldoende toegankelijkheid bestaat om de aanvrager in staat te stellen geregelde luchtdiensten op de betrokken routes uit te voeren, stelt de directeur-generaal hem daarvan binnen 15 werkdagen schriftelijk en via de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer in kennis.

De in België gevestigde communautaire luchtvaartmaatschappijen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat ze 15 werkdagen de tijd hebben vanaf de datum van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid om zich kandidaat te stellen voor een aanwijzing en/of de toekenning van verkeersrechten.

De concurrerende aanvragen worden op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer gepubliceerd.

Artikel 9

Wanneer er geen concurrerende aanvragen zijn of wanneer aan alle aanvragen kan worden voldaan, aanvaardt de minister de aanvraag of aanvragen en maakt hij zijn beslissing bekend binnen 15 werkdagen door middel van een aangetekende brief en via een publicatie op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

Artikel 10

Wanneer meerdere communautaire luchtvaartmaatschappijen hun wil uiten om aangewezen te worden of om verkeersrechten op een bepaalde route toegekend te krijgen en dat onmogelijk aan alle aanvragen kan worden voldaan, worden de concurrerende aanvragen door de directeur-generaal onderzocht op basis van het volledige dossier bedoeld in artikel 4.

De directeur-generaal stuurt binnen dertig werkdagen per aangetekende brief aan de concurrerende aanvragers een ontwerpbeslissing over de toekenning van verkeersrechten en/of de aanwijzing. De datum van verzending van deze ontwerpbeslissing wordt op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer gepubliceerd.

De communautaire luchtvaartmaatschappijen die een aanvraag hebben ingediend, kunnen door middel van een aangetekende brief hun opmerkingen aan de directeur-generaal meedelen binnen een termijn van tien werkdagen vanaf de datum van verzending van de ontwerpbeslissing:

1.

indien opmerkingen worden meegedeeld, neemt de minister binnen de vijftien werkdagen na de ontvangst van deze opmerkingen een definitieve beslissing over de toekenning van verkeersrechten en/of de aanwijzing, die aan de aanvragers per aangetekende brief meegedeeld wordt en gepubliceerd wordt op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer;

2.

indien geen opmerkingen worden meegedeeld, wordt de ontwerpbeslissing een definitieve beslissing van de minister tot toekenning van verkeersrechten en/of aanwijzing, die aan de aanvrager(s) per aangetekende brief wordt meegedeeld en gepubliceerd wordt op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

Artikel 11

De aanvragen bedoeld in dit besluit worden op een doorzichtige en niet-discriminerende manier onderzocht.

Elke beslissing of ontwerpbeslissing over de toekenning van verkeersrechten en/of de aanwijzing houdt, zonder volgorde van voorrang of belangrijkheid, rekening met:

1.

de elementen bedoeld in artikel 4 meegedeeld door de communautaire luchtvaartmaatschappij;

2.

de aangeboden garanties betreffende de duurzaamheid van de exploitatie en de integratie ervan in een samenhangend bedrijfsplan;

3.

het optimale gebruik van de beperkte verkeersrechten;

4.

het prioritair karakter van exploitaties uitgevoerd door middel van de eigen luchtvaartuigen van de communautaire luchtvaartmaatschappij (in eigendom of in huur) op de verrichtingen waarbij de communautaire luchtvaartmaatschappij zich tevreden stelt met het commercialiseren van vluchten door middel van overeenkomsten met betrekking tot gedeelde vluchtcodes voor vluchten uitgevoerd door een andere luchtvaartmaatschappij;

5.

het belang van alle categorieën gebruikers;

6.

de vergemakkelijkte toegang tot nieuwe routes, markten, regio's, zowel via nieuwe aansluitingen als vanuit of naar verschillende Belgische luchthavens;

7.

de bijdrage tot het bieden van een afdoende concurrentie;

8.

de eventuele effecten van de exploitatie op de creatie van directe of indirecte arbeidsplaatsen in de luchtvaartsector;

9.

in ondergeschikte orde, de anciënniteit van de wil van een communautaire luchtvaartmaatschappij, uitgedrukt op een actieve en terugkerende wijze, om de gevraagde verkeersrechten te bekomen.

De minister verduidelijkt de hierboven opgesomde criteria met het oog op het garanderen van hun objectiviteit en transparantie.

Artikel 12

Een communautaire luchtvaartmaatschappij die een aanwijzing en/of verkeersrechten in het kader van een bilaterale luchtvaartovereenkomst tussen België en een niet-EU land verkrijgt, is verplicht:

1.

de exploitatie van de betrokken luchtdiensten te beginnen ten laatste op het einde van het IATA-seizoen volgend op dat van de notificatie van de beslissing tot aanwijzing en/of toekenning van verkeersrechten;

2.

de betrokken luchtdiensten te exploiteren in overeenstemming met het dossier bedoeld in artikel 4. De eigenlijke exploitatie kan niet zodanig afwijken van het oorspronkelijk project dat een andere luchtvaartmaatschappij bij de oorspronkelijke toekenning zou kunnen zijn gekozen;

3.

zich te schikken naar de eventueel door de directeur-generaal bepaalde vereisten, naar de beslissingen en toelatingen van de luchtvaartautoriteiten van de niet-EU landen betrokken bij de exploitatie van de betrokken luchtdiensten evenals naar elke internationale regelgeving hieromtrent;

4.

de stopzetting of onderbreking van de exploitatie van de betrokken luchtdiensten onmiddellijk aan de directeur-generaal te melden. Indien de onderbreking meer dan twee seizoenen duurt, wordt de beslissing tot toekenning van verkeersrechten en/of aanwijzing ambtshalve ingetrokken op het einde van het tweede seizoen, tenzij de communautaire luchtvaartmaatschappij uitzonderlijke omstandigheden buiten haar wil kan inroepen.

Het directoraat-generaal Luchtvaart houdt toezicht op de naleving van de verplichtingen bedoeld in het eerste lid.

Artikel 13

Het voordeel van de aanwijzing en/of de toekenning van verkeersrechten is persoonlijk en kan niet worden overgedragen. Dit voordeel is van onbeperkte duur behoudens intrekking van de beslissing.

Artikel 14

Wanneer een luchtvaartmaatschappij de in artikel 12, §1 bedoelde verplichtingen niet naleeft of de luchtvaartveiligheid ernstig in gevaar brengt, kan de minister de beslissing tot aanwijzing en/of toekenning van verkeersrechten opschorten of intrekken.

Artikel 15

1.   Elke communautaire luchtvaartmaatschappij gevestigd in België volgens het Gemeenschapsrecht heeft het recht om het gebruik van verkeersrechten op een bepaalde route door een andere luchtvaartmaatschappij aan te vechten en zichzelf kandidaat te stellen voor een beter gebruik van deze verkeersrechten.

Te dien einde dient zij bij de directeur-generaal een behoorlijk met redenen omkleed dossier in dat kan worden geraadpleegd door de luchtvaartmaatschappij wier gebruik van de verkeersrechten wordt aangevochten.

Dit betwistingrecht kan slechts worden uitgeoefend na een periode van 2 jaar exploitatie na de oorspronkelijke toekenning.

2.   In voorkomend geval herziet de minister op basis van het dossier en eventuele hoorzittingen de oorspronkelijke toekenning van verkeersrechten en het gebruik ervan en besluit hij:

1.

ofwel om geen gevolg te geven aan deze aanvraag;

2.

ofwel om een nieuwe toekenningprocedure op te starten.

Ingeval de verkeersrechten van een communautaire luchtvaartmaatschappij slechts worden uitgeoefend door middel van een samenwerking met een andere luchtvaartmaatschappij zonder gebruik te maken van haar eigen luchtvaartuigen, onderzoekt de minister onverwijld opnieuw de oorspronkelijke beslissing indien een concurrerende luchtvaartmaatschappij uitdrukkelijk verzoekt om de betrokken luchtdiensten met haar eigen luchtvaartuigen te exploiteren.

De eventuele wijziging van de volledige of gedeeltelijke toekenning van verkeersrechten en/of aanwijzing heeft niet eerder dan de eerste dag van het tweede IATA-seizoen na dat van de beslissing uitwerking.

Artikel 16

Met het oog op een correcte beoordeling van de markten, routes en aanvragen van communautaire luchtvaartmaatschappijen verschaffen deze laatste regelmatig statistische gegevens met betrekking tot de exploitaties waarvoor ze zijn aangewezen aan het directoraat-generaal Luchtvaart.

De minister bepaalt de schaling van deze statistische gegevens en de periodiciteit waarmee ze dienen te worden verschaft.

Artikel 17

1.   Verkeersrechten verleend op een bepaalde route vóór de inwerkingtreding van dit besluit en die al beperkt waren of zijn geworden, kunnen het voorwerp zijn van een betwistingprocedure zoals bedoeld in artikel 15.

In dit geval zorgt het directoraat-generaal Luchtvaart ervoor dat een oplossing kan worden gevonden, vóór het opstarten van de procedure, door de heronderhandeling van de beperkte verkeersrechten overeengekomen in de luchtvaartovereenkomst gesloten met het betrokken niet- EU land.

2.   De procedure bedoeld in §1 is eveneens van toepassing op de aanwijzing.

Artikel 18

De wet van 3 mei 1999 met betrekking tot de geregelde luchtvervoerders wordt opgeheven.

Artikel 19

Dit besluit treedt in werking twee maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 20

Onze minister bevoegd voor de Luchtvaart is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gedaan te Brussel, 18 augustus 2010.

Van Koningswege

De eerste minister

Yves LETERME

De staatssecretaris voor Mobiliteit

Etienne SCHOUPPE


Top