Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62009TN0159R(01)

Corrigendum op de mededeling in het Publicatieblad in zaak T 159/09 ( PB C 153 van 4.7.2009, blz. 44 )

OJ C 205, 29.8.2009, p. 52–52 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

29.8.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 205/52


Corrigendum op de mededeling in het Publicatieblad in zaak T-159/09

( Publicatieblad van de Europese Unie C 153 van 4 juli 2009, blz. 44 )

2009/C 205/95

De correcte tekst van de mededeling in het PB in zaak T-159/09, Biofrescos/Commissie, luidt als volgt:

„Beroep ingesteld op 21 april 2009 — Biofrescos — Comércio de Produtos Alimentares, Lda/Commissie van de Europese Gemeenschappen

(Zaak T-159/09)

2009/C 193/67

Procestaal: Portugees

Partijen

Verzoekende partij: Biofrescos — Comércio de Produtos Alimentares, Lda (Linda-a-Velha, Portugal) (vertegenwoordiger: A. Magalhães e Menezes, advocaat)

Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen

Conclusies

Nietigverklaring van beschikking C (2009) 72 def. van de Commissie van 16 januari 2009 waarbij is afgewezen het verzoek van verzoekster om kwijtschelding van douanerechten ten bedrage van 41 271,09 EUR en waarbij die rechten worden nagevorderd.

Middelen en voornaamste argumenten

Tussen september 2003 en februari 2005 heeft verzoekster diverse partijen bevroren garnalen uit Indonesië ingevoerd waarvoor zij om kwijtschelding van invoerrechten heeft verzocht op basis van de artikelen 220, lid 2, sub b, 236 en 239, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek. (1)

Volgens verzoekster heeft de Commissie voormelde bepalingen in elk geval geschonden om de volgende redenen. In de eerste plaats heeft de Commissie zich niet uitgesproken over alle argumenten die verzoekster heeft aangevoerd in haar verzoek om kwijtschelding van invoerrechten. In de tweede plaats is de motivering ontoereikend, onjuist en onbegrijpelijk. In de derde plaats heeft de Commissie de vergissing van de Indonesische autoriteiten onjuist uitgelegd en in de vierde en laatste plaats heeft zij als bewezen voorgesteld feiten die niet bewezen zijn en waarvoor de bewijslast rustte op de diverse autoriteiten die in de loop van de procedure met de zaak belast waren, en niet op verzoekster.


(1)  PB L 97, blz. 38.”


Top