Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62007CA0430

Zaak C-430/07: Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 juni 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — Exportslachterij J. Gosschalk & Zoon BV/Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Beschikking 2000/764/EG — Testen op en epizoötiebewaking ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie — Verordening (EG) nr. 2777/2000 — Marktondersteuningsmaatregelen — Veterinaire maatregelen — Bijdrage van Gemeenschap aan financiering van gedeelte van kosten voor tests — Richtlijn 85/73/EEG — Mogelijkheid voor lidstaten om niet door Gemeenschap gefinancierde deel van kosten te financieren door heffing van nationale retributies voor vleeskeuring of voor bestrijding van epizoötieën)

OJ C 205, 29.8.2009, p. 5–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

29.8.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 205/5


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 juni 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — Exportslachterij J. Gosschalk & Zoon BV/Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

(Zaak C-430/07) (1)

(Beschikking 2000/764/EG - Testen op en epizoötiebewaking ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie - Verordening (EG) nr. 2777/2000 - Marktondersteuningsmaatregelen - Veterinaire maatregelen - Bijdrage van Gemeenschap aan financiering van gedeelte van kosten voor tests - Richtlijn 85/73/EEG - Mogelijkheid voor lidstaten om niet door Gemeenschap gefinancierde deel van kosten te financieren door heffing van nationale retributies voor vleeskeuring of voor bestrijding van epizoötieën)

2009/C 205/07

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Raad van State

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Exportslachterij J. Gosschalk & Zoon BV

Verwerende partij: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Nederlandse Raad van State — Uitlegging van artikel 1, lid 3, van beschikking 2000/764/EG van de Commissie van 29 november 2000 betreffende het testen van runderen op boviene spongiforme encefalopathie en tot wijziging van beschikking 98/272/EG inzake epizoötiebewaking ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 305, blz. 35), van artikel 2, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 2777/2000 van de Commissie van 18 december 2000 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt (PB L 321, blz. 47), van artikel 1, lid 2, sub b, van verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 160, blz. 103), van verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PB L 160, blz. 21) en van artikel 5, lid 4, laatste zin, van richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 32, blz. 14), gewijzigd en gecodificeerd bij richtlijn 96/43/EG (PB L 162, blz. 1) — BSE-tests — Goedgekeurde snelle tests — Exclusieve financiering door de Gemeenschap of verplichte medefinanciering door de lidstaten met doorberekening van de kosten aan de ondernemingen door middel van retributies — Arrest in zaak C-239/01, Duitsland/Commissie

Dictum

1)

Artikel 2, lid 1, van verordening (EG) nr. 2777/2000 van de Commissie van 18 december 2000 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 111/2001 van de Commissie van 19 januari 2001, moet aldus worden uitgelegd dat die bepaling van toepassing is op de tests voor de opsporing van boviene spongiforme encefalopathie die tijdens de maanden mei en juni 2001 in Nederland verplicht werden uitgevoerd op alle vlees afkomstig van runderen die ouder waren dan 30 maanden en voor menselijke consumptie werden geslacht.

2)

Artikel 2, lid 1, van verordening nr. 2777/2000, zoals gewijzigd bij verordening nr. 111/2001, moet aldus worden uitgelegd dat het daarbij met ingang van 1 januari 2001 opgelegde verbod op het in de handel brengen van vlees van runderen die ouder zijn dan 30 maanden en niet negatief hebben gereageerd op een test voor de opsporing van boviene spongiforme encefalopathie, een veterinaire maatregel is in de zin van artikel 1, lid 2, sub d, van verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die een onderdeel vormt van de programma’s voor de uitroeiing van en de controle op boviene spongiforme encefalopathie.

3)

Artikel 2, lid 2, van verordening nr. 2777/2000, zoals gewijzigd bij verordening nr. 111/2001, en de artikelen 4 en 5, lid 4, tweede alinea, van richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG, zoals gewijzigd en gecodificeerd bij richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996, moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat de lidstaten nationale retributies heffen ter financiering van de kosten verbonden aan de tests voor de opsporing van boviene spongiforme encefalopathie. Het totaalbedrag van de retributies voor slachtwerkzaamheden betreffende voor menselijke consumptie bestemde runderen moet worden vastgesteld met inachtneming van de beginselen voor communautaire retributies, volgens welke, enerzijds, dat bedrag niet hoger mag zijn dan de gemaakte kosten, die de loonkosten en sociale premies alsook de administratiekosten in het kader van de uitvoering van dergelijke testen omvatten, en anderzijds, directe of indirecte restitutie van dergelijke retributies verboden is.


(1)  PB C 297 van 8.12.2007.


Top