Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008TN0258

Zaak T-258/08: Beroep ingesteld op 30 juni 2008 — Rath/BHIM — Portela & Ca. (DIACOR)

OJ C 223, 30.8.2008, p. 54–54 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/54


Beroep ingesteld op 30 juni 2008 — Rath/BHIM — Portela & Ca. (DIACOR)

(Zaak T-258/08)

(2008/C 223/95)

Taal van het verzoekschrift: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Matthias Rath (Kaapstad, Zuid-Afrika) (vertegenwoordigers: U. Vogt, C. Kleiner en S. Ziegler, advocaten)

Verwerende partij: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Portela & Ca., SA (Mamede do Coronado, Portugal)

Conclusies

de beslissing van de tweede kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 30 april 2008 in zaak R 1630/2006-2 te vernietigen; en

de verwerende partij en eventueel de andere partij in de procedure voor de kamer van beroep te verwijzen in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Aanvrager van het gemeenschapsmerk: verzoeker

Betrokken gemeenschapsmerk: woordmerk „DIACOR” voor waren en diensten van de klassen 5, 16 en 41

Houder van het oppositiemerk of -teken in de oppositieprocedure: de andere partij in de procedure voor de kamer van beroep

Oppositiemerk of -teken: Portugese merkinschrijving nr. 137 311 van het merk „DIACOL” voor waren van klasse 79, overeenkomstig de ten tijde van de inschrijving geldende nationale classificatie van waren

Beslissing van de oppositieafdeling: toewijzing van de oppositie voor alle litigieuze waren van klasse 5

Beslissing van de kamer van beroep: verwerping van het beroep

Aangevoerde middelen: i) schending van regel 22, lid 6, van verordening nr. 2868/95 van de Commissie (1) doordat verschillende door de andere partij in de procedure voor de kamer van beroep overgelegde stukken niet in het Engels waren en aan verzoeker geen vertaling was verstrekt om de inhoud van het bewijs van gebruik te beoordelen; ii) schending van artikel 43, leden 2 en 3, van verordening nr. 40/94 van de Raad doordat de kamer van beroep ten onrechte heeft geoordeeld dat de andere partij in de procedure voor hem voldoende bewijs had aangedragen om gebruik van het oudere merk in Portugal voor alle waren waarvoor het was ingeschreven, aan te tonen; en iii) schending van artikel 8, lid 1, van verordening nr. 40/94 van de Raad doordat de conflicterende merken niet in die mate visueel, auditief of begripsmatig met elkaar overeenstemmen dat gevaar van verwarring ontstaat


(1)  Verordening (EG) nr. 2868/95 van de Commissie van 13 december 1995 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad inzake het gemeenschapsmerk (PB 1995 L 303, blz. 1).


Top