Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008CN0275

Zaak C-275/08: Beroep ingesteld op 24 juni 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Bondsrepubliek Duitsland

OJ C 223, 30.8.2008, p. 28–29 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/28


Beroep ingesteld op 24 juni 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Bondsrepubliek Duitsland

(Zaak C-275/08)

(2008/C 223/44)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: G. Wilms en D. Kukovec, gemachtigden)

Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland

Conclusies

vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 6 juncto artikel 9 van richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (1), omdat het datacentrum Baden-Württemberg een overheidsopdracht voor de terbeschikkingstelling en het onderhoud van een software-applicatie heeft geplaatst zonder een aanbestedingsprocedure op Europees niveau te organiseren;

de Bondsrepubliek Duitsland te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Het voorwerp van het onderhavige beroep is de sluiting van een overeenkomst voor de terbeschikkingstelling van een voor de registratie van motorvoertuigen gebruikte software-applicatie tussen het datacentrum Baden-Württemberg en de Anstalt für Kommunale Datenverarbeitung in Bayern (AKDB). De betrokken gunningsbeslissing is genomen in het kader van een procedure van gunning via onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht, waarbij uitsluitend met de AKDB is onderhandeld.

Volgens de Commissie is het feit dat de overeenkomst in Duitsland reeds het voorwerp van een beroepsprocedure in de zin van richtlijn 89/665/EEG vormde, irrelevant voor de vaststelling van een niet-nakoming, omdat er, gelet op zowel de doelstelling als de partijen en de afloop van de procedure, fundamentele verschillen bestaan tussen een beroepsprocedure voor de nationale rechter en een niet-nakomingsprocedure op grond van artikel 226 EG.

De betrokken overeenkomst betreft een overheidsopdracht voor leveringen in de zin van artikel 1, sub a, van richtlijn 93/36/EEG. De waarde van de opdracht bedraagt, voor zover de Commissie weet, ongeveer 1 miljoen EUR en overschrijdt derhalve in aanzienlijke mate de drempelwaarde van de richtlijn. Het datacentrum is een publiekrechtelijke rechtspersoon die is opgericht met de bijzondere, in het algemeen belang liggende doelstelling, de elektronische gegevensverwerking bij de overheid te coördineren en te ondersteunen. Zij staat bovendien overwegend onder de zeggenschap van de deelstaat Baden-Württemberg, die meer dan de helft van de leden van de raad van bestuur aanwijst. Zij is dus een aanbestedende dienst in de zin van artikel 1, sub b, van richtlijn 93/36/EEG die verplicht is tot inachtneming van de in de richtlijn vastgelegde procedures bij de plaatsing van overheidsopdrachten die binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De omstandigheid dat het datacentrum en de AKDB beide publiekrechtelijke rechtspersonen zijn, is voor de toepasselijkheid van richtlijn 93/36/EEG zonder betekenis.

Voor zover de Commissie weet, is niet gebleken van feiten die een onderhandse gunning van de opdracht, bijvoorbeeld in de vorm van een procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van opdracht, zouden rechtvaardigen. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie is de procedure van gunning via onderhandelingen een uitzondering en mag deze alleen worden toegepast in „limitatief opgesomde” gevallen. De bewijslast met betrekking tot de buitengewone omstandigheden rust op de lidstaat die zich daarop wil beroepen. Aangezien verweerster deze bewijsplicht in het onderhavige geval evenwel niet is nagekomen, moet de Commissie concluderen dat de Bondsrepubliek Duitsland met de sluiting van de betrokken overeenkomst, zonder een aanbestedingsprocedure op Europees niveau te organiseren, in strijd met artikel 6 juncto artikel 9 van richtlijn 93/36/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen heeft gehandeld.


(1)  PB L 199, blz. 1.


Top