Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008CN0250

Zaak C-250/08: Beroep ingesteld op 10 juni 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk België

OJ C 223, 30.8.2008, p. 25–25 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/25


Beroep ingesteld op 10 juni 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk België

(Zaak C-250/08)

(2008/C 223/38)

Procestaal: Nederlands

Partijen

Verzoekster: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: R. Lyal en P. van Nuffel, gemachtigden)

Verweerder: Koninkrijk België

Conclusies

vast te stellen dat het Koninkrijk België niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van de artikelen 18, 43 en 56 van het EG-Verdrag en van de artikelen 31 en 40 van de EER-Overeenkomst doordat, in het Vlaams Gewest, voor de berekening van een belastingvoordeel bij de aankoop van een tot nieuwe hoofdverblijfplaats bestemd onroerend goed, het bedrag aan registratierechten betaald bij de aankoop van een vroegere hoofdverblijfplaats enkel in aanmerking wordt genomen wanneer deze in het Vlaams Gewest lag en niet wanneer deze in een andere lidstaat dan België of een EVA-staat lag;

het Koninkrijk België te veroordelen tot de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De Belgische wetgeving inzake registratierechten, zoals van kracht in het Vlaamse Gewest, voorziet in een vermindering van registratierechten bij de aankoop van een hoofdverblijfplaats in het Vlaams Gewest, voor een bedrag dat overeenkomt met het bedrag aan registratierechten betaald bij de aankoop van een vorige hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest, op voorwaarde dat in dezelfde periode de vorige hoofdverblijfplaats wordt verkocht. De Commissie is van mening dat deze wetgeving, onder overigens gelijke omstandigheden, aan personen die verhuizen binnen het Vlaams Gewest een belastingvoordeel geeft dat niet wordt toegestaan aan personen die vanuit een andere lidstaat dan België naar het Vlaams Gewest verhuizen. De Commissie is van mening dat deze wetgeving de burgers van de Unie die gebruik maken van het recht van vrij verkeer discrimineert, dat ze de burgers van de Unie die gebruik maken van het recht van vestiging discrimineert en dat ze een beperking inhoudt voor investeringen in onroerend goed in het Vlaams Gewest met kapitaal uit andere lidstaten dan België en, dus, dat deze wetgeving in principe in strijd is met, respectievelijk, art. 18 EG-Verdrag, art. 43 EG-Verdrag en art. 31 EER-Overeenkomst, en art. 56 EG-Verdrag en art. 40 EER-Overeenkomst. De Commissie is van mening dat er in deze zaak geen dwingende redenen van algemeen belang zijn die deze verdragsinbreuken zouden kunnen rechtvaardigen. Verweerder kan zich ook niet beroepen op de noodzaak om de samenhang van het belastingstelsel te verzekeren, vermits het in deze zaak gaat om twee van elkaar losstaande fiscale situaties die, ieder, enkel worden beheerst door de eigen regels van toepassing op de betrokken situatie.


Top