Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008CN0214

Zaak C-214/08 P: Hogere voorziening ingesteld op 22 mei 2008 door Philippe Guigard tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 11 maart 2008 in zaak T-301/05, Guigard/Commissie

OJ C 223, 30.8.2008, p. 19–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/19


Hogere voorziening ingesteld op 22 mei 2008 door Philippe Guigard tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 11 maart 2008 in zaak T-301/05, Guigard/Commissie

(Zaak C-214/08 P)

(2008/C 223/31)

Procestaal: Frans

Partijen

Rekwirant: Philippe Guigard (vertegenwoordigers: S. Rodrigues en C. Bernard-Glanz, advocaten)

Andere partij in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen

Conclusies

de hogere voorziening ontvankelijk te verklaren;

het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 11 maart 2008 in zaak T-301/05 te vernietigen;

de conclusies inzake nietigverklaring en schadevergoeding van verzoekster in eerste aanleg toe te wijzen;

de verwerende partij in eerste aanleg te verwijzen in het geheel van de kosten van het beroep tot nietigverklaring en de hogere voorziening.

Middelen en voornaamste argumenten

Rekwirant voert drie middelen aan ter ondersteuning van zijn hogere voorziening.

Met zijn eerste middel, dat uit twee onderdelen bestaat, betoogt rekwirant allereerst dat de Commissie de Vierde Overeenkomst van Lomé (1) verkeerd heeft uitgelegd.

De vergissing betreft in de eerste plaats het feit dat het Gerecht heeft geoordeeld dat het uit hoofde van artikel 313, lid 2, sub k, van de Overeenkomst van Lomé aan de nationale ordonnateur staat om over de aanwerving van consulenten en andere deskundigen voor technische bijstand te beslissen, zonder daarbij rekening te houden met de bevoegdheid tot begrotingstoezicht en het beheer van de middelen die bij deze Overeenkomst aan de Commissie zijn toegekend en de verplichting van deze laatste instelling om de nationale ordonnateur technische bijstand te verlenen bij de onderhandeling van de overeenkomsten.

De door het Gerecht begane vergissing bestaat er daarnaast uit dat het heeft geoordeeld dat het verzoek van de nationale ordonnateur aan de Commissie ter verkrijging van toestemming voor de hernieuwing van de arbeidsovereenkomst van rekwirant, een uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 314 van de Overeenkomst van Lomé moest bevatten om de bij die bepaling voorziene termijn van dertig dagen te doen ingaan, terwijl een dergelijk vereiste geenszins uit dit artikel voortvloeit. Volgens rekwirant had het Gerecht dus, als het voornoemd artikel juist had uitgelegd, de niet-naleving van deze termijn door de Commissie moeten vaststellen.

Met zijn tweede middel betoogt rekwirant vervolgens dat het bestreden arrest een kennelijke tegenstrijdigheid in de motivering ervan bevat aangaande het middel inzake schending van artikel 317, sub a, van de Overeenkomst van Lomé, dat enerzijds te laat zou zijn opgeworpen en anderzijds inhoudelijk zou zijn verward met het middel inzake schending van artikel 313, lid 2, sub k, van diezelfde Overeenkomst. Volgens rekwirant kan eenzelfde middel niet tegelijk niet-ontvankelijk en ongegrond worden verklaard.

Met zijn derde middel betoogt rekwirant ten slotte dat het Gerecht voorbij is gegaan aan zijn rechten van verdediging doordat het in de eerste plaats geen rekening heeft gehouden met alle door hem ter terechtzitting ontwikkelde argumenten en daarnaast de strekking heeft verdraaid van zijn middel inzake schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel van goed bestuur en de bescherming van gewettigd vertrouwen.


(1)  Vierde Overeenkomst gesloten tussen de staten van Afrika, het Caribische Gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de Europese Economische Gemeenschap, ondertekend te Lomé op 15 december 1989 (goedgekeurd bij besluit 91/400/EGKS, EEG van de Raad en de Commissie van 25 februari 1991 betreffende de sluiting van de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst, PB L 229, blz. 1), zoals gewijzigd bij de Overeenkomst ondertekend te Mauritius op 4 november 1995 (PB 1998, L 156, blz. 3).


Top