Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2007/211/48

Zaak C-317/07: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus (Finland) op 10 juli 2007 — Lahti Energia Oy

OJ C 211, 8.9.2007, p. 26–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

8.9.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 211/26


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus (Finland) op 10 juli 2007 — Lahti Energia Oy

(Zaak C-317/07)

(2007/C 211/48)

Procestaal: Fins

Verwijzende rechter

Korkein hallinto-oikeus/Finland

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Lahti Energia Oy

Andere partijen in de procedure: Lahden ympäristölautakunta, Hämeen ympäristökeskus, Salpausselän luonnonystävät ry

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2000/76/EG (1) aldus worden uitgelegd dat de richtlijn niet van toepassing is op de verbranding van gasvormig afval?

2)

Is een vergassingsinstallatie waar met behulp van pyrolyse gas wordt gewonnen uit afval, te beschouwen als een verbrandingsinstallatie als omschreven in artikel 3, punt 4, van Richtlijn 2000/76/EG, ook wanneer in die installatie een verbrandingsstaaf ontbreekt?

3)

Is de verbranding van het in de vergassingsinstallatie ontstane en daarna gereinigde productgas in de ketel van de krachtcentrale te beschouwen als een activiteit als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 2000/76/EG? Is het in dit kader van belang dat het gebruik van fossiele brandstoffen door gereinigd productgas wordt vervangen en dat de emissies van de krachtcentrale per energie-eenheid bij het gebruik van gereinigd productgas uit afval lager zijn dan bij andere brandstoffen? Is het voor de uitlegging van het toepassingsgebied van de richtlijn van belang of, gelet op de productietechnische aspecten en de onderlinge afstand, de vergassingsinstallatie en de krachtcentrale één installatie vormen, en of het in de vergassingsinstallatie ontstane gereinigde productgas verplaatsbaar is en bijvoorbeeld kan worden gebruikt voor het opwekken van energie, als brandstof of voor andere doeleinden elders?

4)

Onder welke voorwaarden kan het in de vergassingsinstallatie ontstane gereinigde productgas als een product worden beschouwd, zodat de bepalingen betreffende afval niet langer daarop van toepassing zijn?


(1)  Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PB L 332, blz. 91).


Top