EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52007AE0089

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de Herziening van de interne markt

OJ C 93, 27.4.2007, p. 25–30 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/25


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de Herziening van de interne markt

(2007/C 93/06)

Mevrouw Wallström, vice-voorzitter van de Europese Commissie, verzocht het Europees Economisch en Sociaal Comité op 5 oktober 2006 een verkennend advies op te stellen over het onderwerp: Herziening van de interne markt.

Het bureau van het EESC wees de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden door het Comité toe aan de afdeling Interne markt, productie en consumptie.

Gezien de urgentie van de werkzaamheden besloot het Europees Economisch en Sociaal Comité tijdens zijn 432e zitting van 17 en 18 januari 2007 (vergadering van 17 januari) de heer Cassidy aan te wijzen als algemeen rapporteur, en heeft het het volgende advies met 136 stemmen vóór, 42 stemmen tegen, bij 9 onthoudingen, goedgekeurd:

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1

Het EESC zou graag zien dat de volgende maatregelen deel gaan uitmaken van de prioriteiten van de Commissie voor de interne markt.

1.1.1

Om bestaande weerstand te kunnen wegnemen, is het voor de voltooiing van de interne markt nodig dat er evenwicht is tussen economische dynamiek, de sociale dimensie en duurzame ontwikkeling. Voltooiing van de interne markt is slechts mogelijk indien alle burgers — werkgevers, werknemers, consumenten enz. — inzien dat dit in hun persoonlijk belang is. Zoveel mogelijk mensen dienen de vruchten te plukken van de interne markt, met compenserende maatregelen voor hen die erop achteruitgaan. De kritische houding tegenover Europa kan slechts worden overwonnen als het beleid de bezorgdheid van de burger ter harte neemt. Communicatie alléén is niet genoeg.

1.1.2

Om in te spelen op de problemen van globalisering — het hoofd bieden aan wereldwijde concurrentie, zorgen voor groei en werkgelegenheid, scheppen van de vereiste infrastructuur, bestrijden van klimaatveranderingen, veiligstellen van de energievoorziening, reageren op de toenemende invloed van financiële markten op de gehele economie — en om te profiteren van de hieruit voortvloeiende kansen moeten alle mogelijkheden van de interne markt worden benut. Maatregelen ter bevordering van liberalisering en concurrentie dienen dus gepaard te gaan met ondersteunend werkgelegenheids- en op groei gericht macro-economisch beleid, inclusief maatregelen voor de opbouw van een kennismaatschappij. De overkoepelende doelstelling van de Europese Unie blijft het streven naar een voortdurende verbetering van de omstandigheden waaronder de volkeren leven en werken (doelstelling uit de Preambule van het Verdrag van Rome, in alle volgende teksten overgenomen). Dit zal wezenlijk bijdragen aan de voltooiing van de interne markt.

1.1.3

Europa moet meer investeren in onderwijs, opleiding en onderzoek op nationaal en Europees niveau. Investeringen in onderwijs, opleiding en onderzoek zijn een noodzaak en geen luxe voor Europa. De totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte en levenslang leren is dus een prioriteit.

1.1.4

De geloofwaardigheid van het EU-onderzoeksbeleid heeft forse deuken opgelopen door de herhaalde tegenslag bij de invoering van het Gemeenschapsoctrooi. Aangezien er binnen een redelijke termijn geen overeenstemming is bereikt over de formulering van dit instrument, dat cruciaal is voor de kenniseconomie die de EU verbeten najaagt, zou thans serieus overwogen moeten worden of het wel raadzaam is dit instrument de eerste tijd voor alle lidstaten te laten gelden als het onmogelijk blijft om unanieme overeenstemming te bereiken (1).

1.1.5

Behalve de belangrijke kwestie van de octrooien en daarmee samenhangend van de intellectuele eigendom, moet volgens het EESC ook de kwestie van de economische informatie op EU-niveau worden aangepakt. In dit verband vraagt het EESC zich af of er stappen nodig zijn ter versterking van de rol en ter verbetering van het profiel, onder economische actoren, van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) (2), om het concurrentievermogen van Europese ondernemingen te helpen handhaven en om te voorkomen dat concurrenten van buiten de EU „inbreken op ”vertrouwelijke gegevens over productie, onderzoek en innovatie.

1.1.6

In het kader van de transatlantische betrekkingen zouden de Commissie en de Raad strengere eisen moeten stellen wat het naleven van het non-discriminatiebeginsel van de kant van de VS betreft. Zij zouden bijvoorbeeld moeten pleiten voor de ontmanteling van het „Committee on Foreign Investments in the US ”(CFIUS), dat meer dan 30 jaar geleden is ingesteld om buitenlandse deelnemingen in Amerikaanse bedrijven te analyseren en eventueel te verbieden op grond van het — niet nader gedefinieerde — criterium „nationale veiligheid”. Verder worden handelsconflicten tussen buitenlandse en Amerikaanse bedrijven altijd uitgelegd in het voordeel van de laatstgenoemde.

1.1.6.1

Als het niet mogelijk is discriminatie uit te bannen in het kader van fusies/verwervingen of van handelspraktijken, dan zou de EU serieus moeten overwegen die zaken aanhangig te maken bij het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, dan wel zelf een orgaan in te stellen als het CFIUS. Die principes zouden ook moeten worden toegepast in de betrekkingen met de andere partners van de EU.

1.1.7

Het project voor betere regelgeving kan voorwaarden voor het bedrijfsleven vereenvoudigen, alsook meer transparantie voor burgers en consumenten scheppen. Minder regelgeving leidt echter niet noodzakelijk tot een betere regelgeving. Het EESC is ook voorstander van rechtsinstrumenten op belangrijke terreinen, zoals die waar minimumvoorschriften gelden inzake gezondheid en veiligheid en waar invoering van nationale wetgeving niet adequaat is.

1.1.8

Ook collectieve overeenkomsten tussen de sociale partners, in veel lidstaten een essentieel onderdeel van de politieke besluitvorming, kunnen bijdragen aan beleidsvorming en aanvaarding van maatregelen op Europees niveau. Hiertoe dienen beide partijen bij de sociale dialoog dan echter wel bereid te zijn.

1.1.9

De Europese Commissie en de lidstaten hebben beloofd om de administratieve last voor ondernemingen tegen 2012 te verminderen met 25 %. Het EESC is evenwel bang dat de belofte te vaag is en concreter moet worden gemaakt. Als er geen doordachtere aanpak komt, zal mislukking de geloofwaardigheid slechts verder ondermijnen.

1.1.10

De keuze van de verordening als rechtsinstrument waar mogelijk zou voor een helderder wettelijk klimaat scheppen en voor samenhang kunnen zorgen.

1.1.11

De interne markt is gebaseerd op wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en diploma's, zoals voor verloskundigen, die ondanks Europese richtlijnen hiervan niet hebben kunnen profiteren.

1.1.12

Het EESC wijst erop dat toenemende harmonisatie, zelfs met 27 landen, hoe moeilijk het ook is, een belangrijk onderdeel van de interne markt is.

1.1.13

De sociale partners zouden bij elke stap moeten worden geraadpleegd om te garanderen dat de vereiste mate van administratieve vereenvoudiging en betere regelgeving binnen een redelijke termijn tot stand komen. Tastbare resultaten op dit gebied zijn belangrijk, wil de Unie haar geloofwaardigheid bij de burgers niet verder verliezen.

1.1.14

Ook zou er meer werk moeten worden gemaakt van verbetering van de interne markt voor diensten. Zo niet, dan kan de interne markt niet als voltooid worden beschouwd. Het Comité onderschrijft de amendementen van het Europees Parlement op de dienstenrichtlijn, die grotendeels met de voorstellen van het Comité stroken. Enkele onderdelen dienen nog te worden verduidelijkt, zoals op het gebied van diensten van algemeen belang. Nu het Europees Parlement de dienstenrichtlijn heeft goedgekeurd, verwachten ondernemingen echt de vruchten te kunnen plukken van de vrijheid van grensoverschrijdende dienstverlening.

1.1.15

Op het gebied van financiële diensten (3) heeft het EESC opgeroepen tot dynamische consolidatie, waarbij gold plating (optuigen van regels) vermeden wordt; het heeft er echter tevens op gewezen dat dit moet gebeuren in de geest van de Lissabonstrategie, terwijl de specifieke kenmerken van het Europese sociale model recht wordt gedaan. Dit geldt ook voor grensoverschrijdende verlening van zulke diensten (bijv. handel in aandelen, meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten) en fundamentele financiële diensten, zoals het verlenen van universele toegang tot een bankrekening. Gezien de toenemende invloed van financiële transacties op de economie en van dynamische en creatieve innovaties op dit terrein (zoals hedge funds en private equity), moet regelgeving voor de sector aandacht schenken aan hieruit voortvloeiende systeemrisico's en gevolgen voor de echte economie, terwijl voorwaarden worden geschapen ter voorkoming van contraproductieve effecten. Het EESC roept de Commissie op om zo snel mogelijk met wetgevingsvoorstellen te komen op grond waarvan institutionele beleggers meer informatie moeten verstrekken over hun investerings- en stembeleid. Dergelijke wetsvoorstellen liggen in het verlengde van het Actieplan van de Commissie voor de modernisering van het vennootschapsrecht en van de corporate governance.

1.1.16

Belastingmaatregelen — voor zover zij op Europees niveau kunnen worden genomen — moeten de voltooiing van de interne markt dichterbij brengen, met dien verstande dat daarbij het eerder genoemde evenwicht tussen economische dynamiek, sociale dimensie en duurzame ontwikkeling in het oog moet worden gehouden. Dit omvat ook de harmonisering van de belastingvoet voor vennootschapsbelasting en het voorkomen van dubbele belasting. Dubbele belastingheffing hoort niet in de interne markt thuis.

1.1.17

Het EESC verzoekt de Commissie voorts te kijken naar beperkingen door lidstaten, overheidsinstanties of beroepsgroepen (4).

1.1.18

De kern is dat productontwerp van verzekeringsproducten, bijvoorbeeld, in hoge mate beïnvloed wordt door lokale wettelijke en belastingvoorschriften. Dit geldt voor verplichte verzekeringen, maar ook voor veel andere essentiële verzekeringsproducten, bijvoorbeeld door misleidende oplossingen, zoals de dekking tegen natuurrampen als onderdeel van een brandverzekering of de dekking tegen terreurdaden via een regulier verzekeringsproduct.

1.1.19

Eén van de hinderpalen voor de voltooiing van de interne markt is de handhaving van aanzienlijke beperkingen voor het vrije verkeer van werknemers. Het EESC spoort lidstaten die vrij verkeer niet toestaan aan om de belemmeringen voor mobiliteit van werknemers op te heffen. Vrij verkeer van personen is een van de fundamentele onderdelen van de interne markt en mobiliteit heeft ook zijn aantrekkelijke kanten voor werknemers.

1.1.20

Het MKB lijkt onvoldoende vruchten te plukken van de interne markt. De aanzienlijke barrières voor de dienstverlening in de EU leiden ertoe dat het MKB slechts 20 % van alle handel in Europa voor zijn rekening neemt. De dienstenrichtlijn zou het bedrijfsleven en de werkgelegenheid flink moeten stimuleren, met name via het voorgestelde controlemechanisme en het gebruik van contactpunten voor buitenlandse dienstverleners.

1.1.21

Transparantie en openheid bij overheidsopdrachten is essentieel voor het functioneren van de interne markt. In vervolg op het in 2004 goedgekeurde wetgevingspakket voor overheidsopdrachten is het van groot belang dat de huidige herziening van de zogenaamde „rechtsmiddelenrichtlijnen ”zonder dralen wordt voortgezet. De door de Commissie gedane voorstellen voor hervorming zouden niet mogen verwateren, vooral wat betreft een toereikende opschortende termijn tussen het gunningsbesluit en de ondertekening van een contract, en wat betreft de gevolgen van een contract dat niet in werking kan treden indien niet aan bepaalde in de aankondiging vermelde criteria is voldaan.

1.1.22

Over het openen van de markt voor overheidsopdrachten moet uitvoerig worden overlegd met publieke en particuliere belanghebbenden, die aanzienlijk van mening verschillen over de te hanteren aanpak. Bij de openstelling van de markt voor openbare aanbestedingen moet rekening worden gehouden met belangrijke factoren als werkgelegenheids-, sociale en milieuoverwegingen, die in dit proces van even grote betekenis zijn.

1.1.23

Het SOLVIT-netwerk voor geschillenoplossing werkt naar tevredenheid en zou idealiter wettelijke barrières kunnen wegnemen (vaak op grond van verkeerde toepassingen, als gevolg van een gebrek aan informatie, onvoldoende opleiding van ambtenaren en protectionisme). In de nationale hoofdsteden is in ieder geval behoefte aan meer middelen en personeel. Een goed opgezette reclamecampagne zou het MKB moeten doordringen van het bestaan en de mogelijkheden van dit mechanisme.

1.1.24

Het EESC heeft een gedetailleerde lijst opgesteld van belemmeringen voor de interne markt (5) om inzichtelijk te maken wat op regelgevingsgebied de problemen zijn die een Europese interne markt nog in de weg staan. De belemmeringen zijn niet altijd aan nationale regeringen te wijten.

1.1.25

In het kielzog van het Interinstitutioneel Akkoord van 2003 werkt het EESC samen met de Europese Commissie aan een gegevensbank (PRISM II) om Europese initiatieven voor co- en zelfregulering in kaart te brengen (6). Het EESC en vooral de leden van de Waarnemingspost voor de interne markt (WIM) zijn een bron die de Commissie en de lidstaten wordt aanbevolen om te raadplegen. Met name de WIM houdt jaarlijks hoorzittingen in verschillende lidstaten, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar werkgelegenheidsaspecten in de nieuwe lidstaten.

1.1.26

Gezien de deskundigheid die het in huis heeft en zijn representativiteit, denkt het Comité een rol te kunnen spelen bij het opstellen van de effectbeoordelingen die de Commissie systematisch wil invoeren. Het is van essentieel belang dat wetgevingsvoorstellen verschillende standpunten weergeven en met steekhoudende en objectieve argumenten worden onderbouwd. Indien effectbeoordelingen eerst naar het EESC worden gestuurd, dat de kans krijgt zich over deze beoordelingen uit te spreken voordat zij naar de Europese instellingen worden gestuurd, zouden Europese wetgevingsvoorstellen, in de geest van het „partnerschap voor Europese vernieuwing”, een veel grotere kans van slagen hebben (7).

1.1.27

Tot slot zouden stimulering van de voordelen van de interne markt voor consumenten en aanmoediging om hiervan profijt te trekken als een prioriteit beschouwd moeten worden om de voltooiing van de interne markt voortvarend ter hand te nemen.

2.   Inleiding

2.1

Dit advies is opgesteld naar aanleiding van een aan het Europees Economisch en Sociaal Comité gericht verzoek van 5 oktober 2006 om een verkennend advies, afkomstig van commissaris Wallström, vice-voorzitter van de Europese Commissie.

2.2

De opdracht luidde om na te denken over de door de Europese Commissie gestelde prioriteiten, met het oog op het verslag dat moet worden voorgelegd tijdens de Voorjaarstop 2007, en vervolgens voor het eindverslag.

2.3

Gezien de korte termijn waarbinnen het Comité moest werken, is besloten zich te richten op enkele hoofdzaken en -terreinen waar volgens het Comité verbetering wenselijk is.

3.   Algemene opmerkingen

3.1

Het idee dat aan de interne markt ten grondslag lag, was de vervanging van verschillende nationale regelgevingen door regelgeving die in de gehele EU zou gelden, om gelijke voorwaarden te scheppen die de Europese economie de kans geven al haar mogelijkheden te benutten. In feite wordt EG-regelgeving te vaak ervaren als een aanvulling op, in plaats van een vervanging van, nationale regelgeving.

3.2

Een factor die aan belang heeft gewonnen, is „globalisering”, die zowel gevaren inhoudt als kansen biedt. De confrontatie kan alleen worden aangegaan indien alle mogelijkheden van de interne markt worden aangegrepen.

3.3

In deze context staat het EESC achter het idee van de Europese Commissie voor een nieuwe beleidsagenda, gebaseerd op een nieuw partnerschap, waarbij de instellingen doeltreffender met elkaar samenwerken. Deze gedeelde agenda houdt in dat nationale, regionale en lokale regeringen ook verantwoordelijk zijn om resultaten te boeken en om Europa dichter bij de burger te brengen.

3.4

Het idee dat meer wetgeving op de een of andere manier leidt tot „meer Europa ”moet bestreden worden. Is wetgeving de kortste weg naar het gewenste doel? Van belang is ook het stimuleren van alternatieven voor wetgeving, zoals goede praktijken via co- en zelfregulering of collectieve overeenkomsten; toepassing van deze praktijken op ruimere schaal moet worden aangemoedigd; maar ook de sociale dialoog, die de Commissie volgens het Verdrag wordt geacht te stimuleren, moet worden bevorderd met het oog op de totstandkoming van collectieve overeenkomsten.

3.5

Maar het doeltreffende gebruik en de kwaliteit van effectbeoordelingen, evaluaties en openbare raadplegingen dienen in het wetgevings- en beleidsvormingsproces beter te worden gegarandeerd (leverde de ontwerpwetgeving de beoogde resultaten op? zo niet, waarom?). In verband hiermee zal het Comité ook een verkennend advies uitbrengen over „Kwaliteitsnormen die volgens de sociale partners en andere maatschappelijke organisaties bij effectbeoordelingen gehanteerd moeten worden t.a.v. inhoud, procedures en methoden”.

3.6

Op sommige gebieden is de interne markt geslaagd, met gevolgen voor grote groepen consumenten (bijv. ten aanzien van productveiligheid of verkoopgaranties), terwijl op andere gebieden de vooruitgang zich traag in resultaten heeft omgezet of voor de eindgebruiker onzichtbaar blijft (bijv. financiële dienstverlening of het Gemeenschapsoctrooi).

3.7

Het scheppen van werkgelegenheid en de mobiliteit van werknemers behoren tot de belangrijkste doelstellingen van de interne markt, en onderwijs- en opleidingsprogramma's moeten meer worden afgestemd op de totstandbrenging van de „kenniseconomie”. Maar de voltooiing van de interne markt kan op zich de problemen op de Europese arbeidsmarkt niet oplossen; er moeten ook bijkomende, proactieve maatregelen worden genomen.

3.8

Wetsvoorstellen dienen zo opgesteld te zijn dat zij vlot te begrijpen zijn voor de potentiële eindgebruikers, en niet alleen voor de wetgevende overheid. Hetzelfde zou moeten gelden voor regelgeving.

3.9

Het initiatief „Betere Wetgeven ”verdient meer aandacht. In diverse adviezen is het EESC hierop ingegaan (8). Er zijn tal van voorbeelden, zowel van raadplegingen van de Commissie, als van lidstaten waaruit blijkt dat nationale overheden richtlijnen bij de omzetting in nationale wetgeving „optuigen ”(de zgn. gold plating). Dit heeft meer gevolgen voor het MKB dan voor grote ondernemingen. MKB-eigenaren moeten vaak alle taken combineren, die grote organisaties aan specialisten kunnen uitbesteden.

3.10

Betere uitvoering en naleving is een eerste vereiste voor het bestaan van een interne markt. Het EESC-advies over de „Praktijken van en betrekkingen tussen de EU en de nationale overheden”  (9) vestigt de aandacht op de volgende tekortkomingen:

in sommige lidstaten is er weinig contact tussen de in Brussel onderhandelende ambtenaren en degenen die in de lidstaat belast zijn met de uitvoering,

in andere lidstaten heerst verwarring omdat verschillende overheidsdiensten over verschillende onderdelen van een richtlijnvoorstel onderhandelen; de betrokken regeringen hebben bijgevolg niet altijd een samenhangend standpunt.

3.11

Betere uitvoering en naleving zijn een waarborg tegen de versnippering van de interne markt.

3.12

Er is een overduidelijk gebrek aan samenhang binnen de nationale overheden, terwijl de doeltreffendheid van de Europese Unie bedreigd wordt door lidstaten die hun eigen besluiten niet nakomen. In sommige lidstaten is er op nationaal niveau sprake van een gebrekkig communicatie- en voorlichtingsbeleid over aspecten van de interne markt, inclusief succesverhalen. Regeringen, nationale parlementen en de media voelen zich niet moreel verplicht om hun rol te vervullen. De sociale partners en het maatschappelijk middenveld dienen meer bij de zaak betrokken te worden om de burgers van Europa echt duidelijk te maken dat zij integraal deel uitmaken van de ontwikkelingen, inclusief de stagnerende grondwet. De aandacht mag echter niet alleen worden gericht op communicatieproblemen. Willen we het vertrouwen van de burger in de EU terugwinnen, dan moeten we blijven zoeken naar een oplossing voor de dringende problemen van de Unie.

Brussel, 17 januari 2007

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

D. DIMITRIADIS


(1)  PB C 185 van 8.8.2006.

(2)  Nadere inlichtingen op: www.enisa.europa.eu

(3)  Advies over het Witboek over financiële diensten, PB C 309 van 16.12.2006.

(4)  Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake de erkenning van beroepskwalificaties, PB L 255 van 30.9.2005.

(5)  De waarnemingspost voor de interne markt van het EESC heeft een uitgebreide lijst opgesteld, die te raadplegen is op de website:

http://eesc.europa.eu/smo/news/index_en.asp.

(6)  Deze gegevensbank zal in de eerste helft van 2007 toegankelijk zijn op de website van de Waarnemingspost voor de interne markt

(http://eesc.europa.eu/smo/index_en.asp).

(7)  PB C 221 van 8.9.2005.

(8)  Met name de adviezen over Beter wetgeven, (PB C 315 van 23.12.2006) rapporteur: de heer Retureau, Verbetering van de tenuitvoerlegging en handhaving van de Europese wetgeving, (PB C 315 van 23.12.2006), rapporteur: de heer van Iersel, PB C 24, 31.1.2006, Vereenvoudigingsstrategie, (PB C 309 van 16.12.2006), rapporteur: de heer Cassidy, een informatief rapport over Co- en zelfregulering in de interne markt: huidige stand van zaken,, rapporteur: de heer Vever, en de publicatie van de Waarnemingspost voor de interne markt: What is the state of the enlarged Single Market, oktober 2004, EESC-C-2004-07-EN. Bijlage I bevat een lijst van recente, door het EESC goedgekeurde adviezen.

(9)  PB C 325 van 30.12.2006, rapporteur: de heer van Iersel.


BIJLAGE

bij het Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Het volgende wijzigingsvoorstel op het herziene ontwerpadvies is verworpen ten gunste van een door de voltallige vergadering goedgekeurd wijzigingsvoorstel, maar kreeg minstens een kwart van de uitgebrachte stemmen:

„1.1.11

Het EESC wijst erop dat ingrijpende harmonisatie, zelfs met 27 landen, hoe moeilijk het ook is, een belangrijk onderdeel van de interne markt is. Daarom is wederzijdse erkenning zo belangrijk.”

Stemuitslag

89 stemmen vóór,

72 stemmen tegen,

24 onthoudingen.

De volgende wijzigingsvoorstellen, die ten minste een kwart van de uitgebrachte stemmen kregen, zijn tijdens het debat verworpen:

Par. 1.1.16 schrappen

Het EESC verzoekt de Commissie en de lidstaten (of overheidsinstanties) voorts te kijken naar beperkingen door beroepsgroepen  (1) .

Stemuitslag

67 stemmen voor schrapping,

93 stemmen tegen,

33 onthoudingen.

Par. 1.1.17 schrappen

„De kern is dat productontwerp van verzekeringsproducten, bijvoorbeeld, in hoge mate beïnvloed wordt door lokale wettelijke en belastingvoorschriften. Dit geldt voor verplichte verzekeringen, maar ook voor veel andere essentiële verzekeringsproducten, bijvoorbeeld door misleidende oplossingen, zoals de dekking tegen natuurrampen als onderdeel van een brandverzekering of de dekking tegen terreurdaden via een regulier verzekeringsproduct.”

Stemuitslag

82 stemmen voor schrapping,

94 stemmen tegen,

20 onthoudingen.

Par. 1.1.18 als volgt wijzigen

Eén van de hinderpalen voor de voltooiing van de interne markt is de handhaving van aanzienlijke beperkingen voor het vrije verkeer van werknemers. Het EESC spoort lidstaten die vrij verkeer niet toestaan aan om de belemmeringen voor mobiliteit van werknemers op te heffen. Vrij verkeer van personen is een van de fundamentele onderdelen van de interne markt en mobiliteit heeft ook zijn aantrekkelijke kanten voor werknemers. Ten gevolge van de verschillen in normen en regels tussen de lidstaten begint er echter een interne markt voor werknemers te ontstaan die op alle punten tekortschiet: deze interne markt voldoet in geen enkel opzicht aan de voorwaarden voor een level playing field waarop voor zovele andere deelterreinen van de interne markt consistent wordt aangedrongen. Uit zaken als Laval —op 9 januari 2007 door het Europees Hof van Justitie behandeld — en Viking Line blijkt duidelijk dat op dit vlak dringend iets moet gebeuren. Bovendien zou het in plaats van arbeidskrachten te vragen daarheen te gaan waar de banen zijn, gemakkelijker en meer in overeenstemming met de wensen van werknemers zijn om banen te creëren daar waar de arbeidskrachten zijn. Dit vraagt om een doeltreffend vestigings-, regionaal en structuurbeleid ter ondersteuning van de interne markt. Een dergelijk beleid zou ook het begrip van de burgers voor Europa aanzienlijk vergroten.”

Stemuitslag

79 stemmen voor wijziging,

99 stemmen tegen,

17 onthoudingen.

Laatste zin par. 3.1 schrappen

„Het idee dat aan de interne markt ten grondslag lag, was de vervanging van verschillende nationale regelgevingen door regelgeving die in de gehele EU zou gelden, om gelijke voorwaarden te scheppen die de Europese economie de kans geven al haar mogelijkheden te benutten. In feite wordt EG-regelgeving te vaak ervaren als een aanvulling op, in plaats van een vervanging van, nationale regelgeving.”

Stemuitslag

85 stemmen voor wijziging,

86 tegen,

23 onthoudingen.


(1)  Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake de erkenning van beroepskwalificaties, PB L 255.


Top