EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003AR0332

Advies van het Comité van de Regio's over de Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Op weg naar duurzame productie Vorderingen bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging

OJ C 121, 30.4.2004, p. 45–46 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

30.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 121/45


Advies van het Comité van de Regio's over de Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's „Op weg naar duurzame productie Vorderingen bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging”

(2004/C 121/10)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,

Gezien de Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement „Op weg naar duurzame productie — Vorderingen bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging” (COM(2003) 354 def.)

Gezien het besluit van de Commissie van 19 juni 2003 om het CvdR hierover conform artikel 265, 1e alinea, van het EG-Verdrag te raadplegen

Gezien het besluit van de voorzitter van 23 januari 2003 om de commissie „Duurzame ontwikkeling” met het opstellen van een advies over dit onderwerp te belasten

Gezien het Witboek van de Commissie over milieuaansprakelijkheid (COM(2000) 66 def.) en het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (COM(2002) 17 def. — COD/2002/0021)

Gezien het zesde milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap „Milieu 2010: onze toekomst, onze keuze”

Gezien het besluit van de Commissie van 31 mei 1999 over de vragenlijst die genoemd word in Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC)

Gezien het ontwerpadvies van het Comité van de Regio's (CDR 332/2003 rev. 1), dat op 5 maart 2004 is goedgekeurd door de commissie „Duurzame ontwikkeling” (rapporteur: de heer CORREIA, voorzitter van de gemeenteraad van Tavira (P/EVP);

Overwegende dat:

1.

in Richtlijn 96/61/EG over geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging een geïntegreerde aanpak van de vergunningenprocedure voor industriële installaties en de vaststelling van emissiegrenzen op basis van de beste beschikbare technieken voorop staan;

2.

de installaties in kwestie vóór oktober 2007 de beste beschikbare technieken moeten toepassen en aan alle andere vereisten van de richtlijn moeten voldoen (1);

3.

exploitanten en autoriteiten, om de doelstellingen van de richtlijn te kunnen verwezenlijken, moeten weten hoeveel tijd nodig is voor de modernisering van de bestaande installaties en op tijd de noodzakelijke maatregelen in gang moeten zetten;

4.

in veel lidstaten en in de meeste toetredingslanden meer en snellere maatregelen nodig blijken te zijn ter verwezenlijking van deze doelstelling;

5.

de toepassing van de richtlijn ten dele valt onder de bevoegdheid van lokale en regionale overheden, die verantwoordelijk zijn voor (de afgifte van) milieuvergunningen;

heeft tijdens zijn 54e zitting van 21 en 22 april 2004 (vergadering van 22 april) het volgende advies met algemene stemmen goedgekeurd:

Standpunten en aanbevelingen van het Comité van de Regio's

1.

De Commissie wijst in haar Mededeling terecht op het volgende: een hoog niveau van milieubescherming, het hoofddoel van de richtlijn, kan in een aantal lidstaten en in de meeste kandidaat-lidstaten alleen worden bereikt als de autoriteiten die met de tenuitvoerlegging zijn belast extra inspanningen leveren en een constructieve interactie met de exploitanten van de installaties en andere belanghebbenden aangaan.

2.

Er moet meer worden samengewerkt en meer onderzoek worden verricht, en de uitwisseling van informatie en beste beschikbare technieken dient te worden geïntensiveerd (het succes van de richtlijn hangt af van deze factoren). Daarom zou deze sector speciale aandacht moeten krijgen in het kaderprogramma voor onderzoek.

3.

Er zou een tussentijdse balans van de toepassing van richtlijn moeten worden opgemaakt om te zien of extra maatregelen nodig zijn én om het beleid verder te ontwikkelen.

4.

De Commissie heeft terecht een brede Europese raadplegingsronde in gang gezet waarin de toepassing, de stand van zaken en de eerste officiële verslagen aan de orde komen. Op deze manier kan men een goed beeld krijgen van de mate waarin de richtlijn is omgezet en bekijken of er voor de verwezenlijking van de doelstellingen extra maatregelen nodig zijn.

5.

Mocht blijken dat het huidige flexibele systeem, waarbij de lidstaten zelf emissiegrenswaarden mogen vaststellen, niet voldoet, dan moet er een meer uniforme aanpak komen. Een en ander kan wel meer problemen veroorzaken. Enerzijds voor de exploitanten die niet genoeg geld hebben om hun installaties aan te passen aan de nieuwe normen, en anderzijds voor de lokale en regionale overheden, die in hun belangrijke rol als vergunningverleners in dit verband een speciale bijdrage zullen moeten leveren. Om dit probleem het hoofd te bieden, dient gebruik te worden gemaakt van de hiervoor beschikbare middelen uit de structuurfondsen, temeer daar achterstand op milieugebied het internationale concurrentievermogen van de Europese industrie in gevaar kan brengen.

6.

Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zouden de regionale overheden een belangrijke rol toebedeeld moeten krijgen, zodat zij actief kunnen meewerken aan de uitwerking van nieuwe maatregelen. Ook zou speciale aandacht moeten worden besteed aan de toewijzing van de administratieve en financiële middelen die nodig zijn voor de toepassing van de Richtlijn op regionaal niveau.

Brussel, 22 april 2004.

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

Peter STRAUB


(1)  Voor installaties in de kandidaat-lidstaten geldt een langere overgangsperiode.


Top