Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51995PC0266(01)

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1956/88 van 9 juni 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van de door de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) vastgestelde Regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie

/* COM/95/266 def. - CNS 95/0150 */

OJ C 200, 4.8.1995, p. 15–16 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51995PC0266(01)

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1956/88 van 9 juni 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van de door de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) vastgestelde Regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie /* COM/95/266 DEF - CNS 95/0150 */

Publicatieblad Nr. C 200 van 04/08/1995 blz. 0015


Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1956/88 van 9 juni 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van de door de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) vastgestelde Regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie

(95/C 200/08)

COM(95) 266 def. - 95/0150(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 15 juni 1995)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gelet op het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1956/88 (1) de toepassing regelt van de Regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie die door de Visserijcommissie van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) op 10 februari 1988 is vastgesteld;

Overwegende dat de Europese Gemeenschap in het kader van de Visserijovereenkomst met Canada van 20 april 1995 ermee heeft ingestemd dat, om de controle en de inspectie in het gereglementeerde gebied van de NAFO te verbeteren, de Regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie gewijzigd wordt;

Overwegende dat bepalingen moeten worden vastgesteld voor de uitvoering van de controleaspecten van de genoemde Regeling,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1956/88 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan punt 2, onder ii), van de bijlage wordt het volgende toegevoegd:

"De vaartuigen worden op niet-discriminerende wijze geïnspecteerd. Het aantal inspecties moet gerelateerd zijn aan de omvang van de vloten, waarbij rekening wordt gehouden met hun antecedenten op het gebied van de naleving van de voorschriften. De verdragsluitende partijen zorgen ervoor dat hun inspecteurs zeer zorgzaam optreden om schade aan de geïnspecteerde lading of het geïnspecteerde vistuig te vermijden. De visserijactiviteiten of de gewone activiteiten aan boord worden zo weinig mogelijk gehinderd. Bemanning en vaartuigen die de NAFO-instandhoudings- en rechtshandhavingsmaatregelen opvolgen, worden ongemoeid gelaten. De inspecties worden alleen uitgevoerd om toe te zien op de naleving van de NAFO-voorschriften.".

2. De tweede alinea van punt 3 van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1956/88 wordt vervangen door:

"Elke verdragsluitende partij waarvan 10 of meer vaartuigen in het gereglementeerde gebied van de NAFO vissen, moet ten minste één inspectievaartuig inzetten. Van elke verdragsluitende partij moet ten minste één inspecteur aanwezig zijn in het verdragsgebied, telkens wanneer vaartuigen van die partij in het gereglementeerde gebied vissen.".

3. Aan punt 6, onder iv), van de bijlage wordt het volgende toegevoegd:

"Alle informatie inzake vermoedelijke onwettige handelingen en elk bewijs van vermoedelijke overtredingen worden zo snel mogelijk toegezonden aan de inspectieautoriteiten van de verdragsluitende partij waaronder het geïnspecteerde vaartuig ressorteert, en aan de uitvoerend secretaris van de NAFO.

Wanneer een NAFO-inspecteur een vaartuig rapporteert wegens een vermoedelijke ernstige overtreding van de instandhoudings- en rechtshandhavingsmaatregelen van de NAFO, moet hij, om de bewijsgegevens te beveiligen, de nodige maatregelen nemen, waaronder zo nodig het verzegelen van de luiken. Hij mag aan boord blijven tot de inspecteur van de verdragsluitende partij van het geïnspecteerde schip aan boord komt.

Wanneer een NAFO-inspecteur een vaartuig rapporteert wegens een vermoedelijke ernstige overtreding, moet hij dit onmiddelijk melden aan de uitvoerend secretaris van de NAFO.

Wanneer een NAFO-inspecteur een vermoedelijke ernstige overtreding heeft geconstateerd, moet hij, om de bewijsgegevens te beveiligen, de nodige maatregelen nemen, waaronder zo nodig het verzegelen van de luiken met het oog op inspectie aan de wal.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

(1) PB nr. L 175 van 6. 7. 1988, blz. 1.

Top