Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52009AP0360

Elektronische-communicatienetwerken en -diensten, privacybescherming en consumentenbescherming ***II Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2009 over het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld, met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (16497/1/2008 – C6-0068/2009 – 2007/0248(COD))
P6_TC2-COD(2007)0248 Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 6 mei 2009 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2009/…/EG van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming
BIJLAGE

OJ C 212E , 5.8.2010, p. 260–261 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

5.8.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 212/260


Woensdag, 6 mei 2009
Elektronische-communicatienetwerken en -diensten, privacybescherming en consumentenbescherming ***II

P6_TA(2009)0360

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2009 over het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld, met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (16497/1/2008 – C6-0068/2009 – 2007/0248(COD))

2010/C 212 E/40

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (16497/1/2008 – C6-0068/2009),

gezien zijn in eerste lezing (1) geformuleerde standpunt inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0698),

gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2008)0723),

gelet op artikel 251, lid 2, van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6-0257/2009),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.

neemt kennis van de als bijlage aan deze resolutie gevoegde verklaringen van de Commissie;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Aangenomen teksten van 24.9.2008, P6_TA(2008)0452.


Woensdag, 6 mei 2009
P6_TC2-COD(2007)0248

Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 6 mei 2009 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2009/…/EG van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in tweede lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Richtlijn 2009/136/EG.)

Woensdag, 6 mei 2009
BIJLAGE

Verklaring van de Commissie inzake de universele dienst

(Overweging 3 bis) – Universele dienst

De Commissie neemt nota van de tekst van overweging 3 bis die door het Europees Parlement en de Raad is vastgesteld.

De Commissie bevestigt in dit verband haar standpunt, zoals uiteengezet in haar mededeling van 25 september 2008 inzake de omvang van de universele dienst met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en –diensten (COM(2008)0572); in de loop van 2009 zal zij een breed debat op EU-niveau genereren waarin een groot aantal verschillende benaderingen zal worden besproken en tevens alle belanghebbende partijen hun standpunt kenbaar kunnen maken.

De Commissie zal het debat samenvatten in een mededeling aan het Europees Parlement en de Raad en zal vóór 1 mei 2010 zo nodig met voorstellen komen met betrekking tot de universeledienstrichtlijn.

Verklaring van de Commissie inzake de meldingsplicht bij inbreuken met betrekking tot gegevens

Artikel 2, onder h en artikel 4, lid 3 – richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie

Met de hervorming van het regelgevingskader inzake elektronische communicatie wordt een nieuw concept ingevoerd voor de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming en privacy: een meldingsplicht voor aanbieders van elektronische-communicatiediensten en -netwerken. Dit is een belangrijke stap op weg naar meer veiligheid en een betere bescherming van de privacy, al beperkt het zich in dit stadium tot de elektronische-communicatiesector.

De Commissie neemt kennis van de wens van het Europees Parlement om de meldingsplicht bij inbreuken met betrekking tot persoonsgegevens niet te beperken tot de elektronische-communicatiesector, maar ook op te leggen aan andere entiteiten, bijvoorbeeld aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij. Een dergelijke aanpak zou volledig in lijn zijn met het algemene doel van het overheidsbeleid om de persoonsgegevens van EU-burgers beter te beschermen.

In dit verband bevestigt de Commissie haar standpunt, zoals uiteengezet tijdens de onderhandelingen over de hervorming van het regelgevingskader, namelijk dat de meldingsplicht voor aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten bij inbreuken met betrekking tot persoonsgegevens de weg effent voor een breder debat over algemeen toepasselijke vereisten met betrekking tot het melden van inbreuken op de privacy.

De Commissie zal derhalve onverwijld beginnen met de voorbereidende werkzaamheden, met inbegrip van een raadpleging van de belanghebbenden, opdat zij uiterlijk tegen eind 2011 zo nodig met passende voorstellen op dit gebied kan komen. Verder zal de Commissie overleg plegen met de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming om te bepalen in hoeverre er ruimte bestaat om de beginselen die zijn neergelegd in de bepalingen inzake inbreukmeldingen van Richtlijn 2002/58/EG onmiddellijk op andere sectoren van toepassing te verklaren, ongeacht de sector of het soort gegevens waar het om gaat.


Top