Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2008/187E/02

NOTULEN
Dinsdag, 4 september 2007

OJ C 187E , 24.7.2008, p. 22–86 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

24.7.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 187/22


NOTULEN

(2008/C 187 E/02)

VERLOOP VAN DE VERGADERING

VOORZITTER: Adam BIELAN

Ondervoorzitter

1.   Opening van de vergadering

De vergadering wordt om 9.00 uur geopend.

2.   Debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (bekendmaking van de ingediende ontwerpresoluties)

De navolgende leden of fracties hebben overeenkomstig artikel 115 van het Reglement voor de hiernavolgende ontwerpresoluties verzoeken ingediend om het houden van een debat:

I.

BIRMA

Geoffrey Van Orden, Colm Burke, Laima Liucija Andrikienė, Nickolay Mladenov, Nirj Deva en Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie, over Birma (B6-0330/2007)

Pasqualina Napoletano, Glenys Kinnock en Paulo Casaca, namens de PSE-Fractie, over Birma (B6-0331/2007)

Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie, over Birma-Myanmar (B6-0337/2007)

Jules Maaten, Frédérique Ries, Marco Cappato, Marco Pannella en Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie, over Birma (B6-0339/2007)

Wojciech Roszkowski, Gintaras Didžiokas, Hanna Foltyn-Kubicka, Mieczysław Edmund Janowski en Ryszard Czarnecki, namens de UEN-Fractie, over de mensenrechten in Birma-Myanmar (B6-0343/2007)

Frithjof Schmidt en Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie, over Birma (Myanmar) (B6-0347/2007)

II.

BANGLADESH

Pasqualina Napoletano en Robert Evans, namens de PSE-Fractie, over Bangladesh (B6-0333/2007)

Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie, over de mensenrechten in Bangladesh (B6-0335/2007)

Alexander Lambsdorff, Marios Matsakis en Frédérique Ries, namens de ALDE-Fractie, over de mensenrechten in Bangladesh (B6-0338/2007)

Charles Tannock, Nirj Deva, Bernd Posselt, Eija-Riitta Korhola, Geoffrey Van Orden en Thomas Mann, namens de PPE-DE-Fractie, over Bangladesh (B6-0341/2007)

Hanna Foltyn-Kubicka, Inese Vaidere, Ryszard Czarnecki en Adam Bielan, namens de UEN-Fractie, over Bangladesh (B6-0344/2007)

Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie, over Bangladesh (B6-0346/2007)

III.

FINANCIERING VAN DE SPECIALE RECHTBANK VOOR SIERRA LEONE

Pasqualina Napoletano en Elena Valenciano Martínez-Orozco, namens de PSE-Fractie, over de speciale rechtbank voor Sierra Leone (B6-0332/2007)

Ryszard Czarnecki, Hanna Foltyn-Kubicka en Eugenijus Maldeikis, namens de UEN-Fractie, over de financiering van de speciale rechtbank voor Sierra Leone (B6-0334/2007)

Luisa Morgantini en Gabriele Zimmer, namens de GUE/NGL-Fractie, over de financiering van de speciale rechtbank voor Sierra Leone (B6-0336/2007)

Johan Van Hecke en Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie, over de financiering van de speciale rechtbank voor Sierra Leone (B6-0340/2007)

Nirj Deva, Bernd Posselt, Geoffrey Van Orden en Eija-Riitta Korhola, namens de PPE-DE-Fractie, over de financiering van de speciale rechtbank voor Sierra Leone (B6-0342/2007)

Marie Anne Isler Béguin, Hélène Flautre en Mikel Irujo Amezaga, namens de Verts/ALE-Fractie, over de financiering van de speciale rechtbank voor Sierra Leone (B6-0348/2007).

De spreektijd zal worden verdeeld overeenkomstig artikel 142 van het Reglement.

3.   Evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving (debat)

Verslag over de evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving [2007/2024(INI)] — Commissie interne markt en consumentenbescherming.

Rapporteur: Jacques Toubon (A6-0295/2007)

Jacques Toubon leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Pervenche Berès (rapporteur voor advies van de Commissie ECON) en Charlie McCreevy (lid van de Commissie).

Het woord wordt gevoerd door Malcolm Harbour, namens de PPE-DE-Fractie, Robert Goebbels, namens de PSE-Fractie, Karin Riis-Jørgensen, namens de ALDE-Fractie, Eoin Ryan, namens de UEN-Fractie, Heide Rühle, namens de Verts/ALE-Fractie, Godfrey Bloom, namens de IND/DEM-Fractie, Petre Popeangă, namens de ITSFractie, Jana Bobošíková, niet-ingeschrevene, Andreas Schwab, Evelyne Gebhardt, Hans-Peter Martin, John Purvis, Arlene McCarthy, Alexander Stubb, Gabriela Creţu, Luisa Fernanda Rudi Ubeda en Wolfgang Bulfon.

VOORZITTER: Luigi COCILOVO

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Charlotte Cederschiöld, Edit Herczog, Zuzana Roithová, Lasse Lehtinen, Zita Pleštinská, Barbara Weiler, Silvia-Adriana Ţicău, Małgorzata Handzlik en Charlie McCreevy.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.8 van de notulen van 04.09.2007.

4.   Statuut van de Europese besloten vennootschap en Veertiende richtlijn vennootschapsrecht (debat)

Mondelinge vraag (O-0042/2007) van Giuseppe Gargani, namens de Commissie JURI, aan de Commissie: Stand van zaken in de wetgevingsprocedure betreffende het „Statuut van de Europese besloten vennootschap” en de „Veertiende richtlijn vennootschapsrecht” (B6-0137/2007)

Giuseppe Gargani licht de mondelinge vraag toe.

Charlie McCreevy (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag.

Het woord wordt gevoerd door Klaus-Heiner Lehne, namens de PPE-DE-Fractie, Gary Titley, namens de PSEFractie, Sharon Bowles, namens de ALDE-Fractie, Jean-Paul Gauzès, Manuel Medina Ortega en Charlie McCreevy.

Het debat wordt gesloten.

5.   Risico van sluiting van de scheepswerven te Gdansk (debat)

Verklaring van de Commissie: Risico van sluiting van de scheepswerven te Gdansk

Charlie McCreevy (lid van de Commissie) legt de verklaring af.

Het woord wordt gevoerd door Janusz Lewandowski, namens de PPE-DE-Fractie, Bogusław Liberadzki, namens de PSE-Fractie, Bronisław Geremek, namens de ALDE-Fractie, Marcin Libicki, namens de UENFractie, Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie, Witold Tomczak, namens de IND/DEM-Fractie, Maciej Marian Giertych, niet-ingeschrevene, Józef Pinior, Hanna Foltyn-Kubicka, Mary Lou McDonald, Genowefa Grabowska, Mirosław Mariusz Piotrowski en Charlie McCreevy.

Het debat wordt gesloten.

(In afwachting van de stemmingen wordt de vergadering om 11.15 uur onderbroken en om 11.30 uur hervat.)

VOORZITTER: Edward McMILLAN-SCOTT

Ondervoorzitter

6.   Mededeling van de Voorzitter

De Voorzitter doet de volgende mededeling:

Zoals u kunt zien zijn er twee nieuwe schermen geïnstalleerd in de vergaderzaal. Ze zijn groter en bieden meer mogelijkheden dan de oude schermen.

Dit is de eerste fase van een project, dat tot doel heeft de kwaliteit en de presentatie van de informatie over het verloop van de plenaire vergadering te verbeteren, zowel voor de leden als voor het publiek.

Met name zal na elke hoofdelijke stemming gedurende korte tijd een grafiek verschijnen die de verdeling van de stemmen in de vergaderzaal weergeeft. Deze nieuwe techniek wordt al in vele nationale parlementen gebruikt en toont enkel en alleen de gegevens met betrekking tot de hoofdelijke stemmingen die in detail in de notulen gepubliceerd worden.

Overeenkomstig een besluit dat het Bureau gisteravond heeft genomen zal de Conferentie van voorzitters evenwel in al haar wijsheid donderdag een besluit nemen over de vraag of de fractievoorzitters in de toekomst al dan niet permanent gebruik wensen te maken van deze technische mogelijkheid. Voorlopig hebben de fracties, die deze ochtend geraadpleegd zijn, besloten het gebruik van deze grafiek toe te staan voor het vragenuur van vandaag bij wijze van experiment.

7.   Stemmingen

Nadere bijzonderheden betreffende de uitslagen van de stemmingen (amendementen, aparte stemmingen, stemmingen in onderdelen, ...) zijn opgenomen in de bijlage „Stemmingsuitslagen” bij de notulen.

7.1.   NUTS — wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 (Toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU) *** I (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie [COM(2007)0095 — C6-0091/2007 — 2007/0038(COD)] — Commissie regionale ontwikkeling.

Rapporteur: Gerardo Galeote (A6-0285/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 1)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0360)

7.2.   Regels voor het gebruik van analysebestanden van Europol * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het initiatief van de Republiek Finland met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot wijziging van het besluit van de Raad houdende vaststelling van de regels voor het gebruik van analysebestanden van Europol [16336/2006 — C6-0048/2007 — 2007/0802(CNS)] — Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Rapporteur: Agustín Díaz de Mera García Consuegra (A6-0288/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 2)

INITIATIEF VAN DE REPUBLIEK FINLAND, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0361)

7.3.   Natuurrampen (stemming)

Ontwerpresoluties B6-0323/2007, B6-0324/2007, B6-0325/2007, B6-0326/2007 en B6-0327/2007

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 3)

ONTWERPRESOLUTIE RC-B6-0323/2007

(ter vervanging van B6-0323/2007, B6-0324/2007, B6-0325/2007 en B6-0327/2007)

ingediend door de volgende leden:

Ioannis Varvitsiotis, Antonios Trakatellis, Konstantinos Hatzidakis, Ioannis Gklavakis, Nikolaos Vakalis, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Gerardo Galeote, Georgios Papastamkos, Antonis Samaras, Manolis Mavrommatis, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Giorgos Dimitrakopoulos en Roberta Alma Anastase, namens de PPE-DE-Fractie,

Martin Schulz, Hannes Swoboda en Stavros Lambrinidis, namens de PSE-Fractie,

Prodromos Prodromou, Elizabeth Lynne, Alfonso Andria en Jean Marie Beaupuy, namens de ALDEFractie,

Cristiana Muscardini, Liam Aylward en Sebastiano (Nello) Musumeci, namens de UEN-Fractie,

Francis Wurtz, Dimitrios Papadimoulis, Roberto Musacchio, Kyriacos Triantaphyllides en Willy Meyer Pleite, namens de GUE/NGL-Fractie,

Jens-Peter Bonde en Georgios Karatzaferis, namens de IND/DEM-Fractie,

Marios Matsakis is medeondertekenaar van de ontwerpresolutie, namens de ALDE-fractie.

Aangenomen (P6_TA(2007)0362)

(Ontwerpresolutie B6-0326/2007 komt te vervallen.)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Vittorio Prodi diende een mondeling amendement op amendement 4 in, dat in aanmerking werd genomen.

7.4.   Betere regelgeving in de Europese Unie (stemming)

Verslag over betere regelgeving in de Europese Unie [2007/2095(INI)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Katalin Lévai (A6-0273/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 4)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0363)

7.5.   Wetgeving verbeteren 2005: toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid — 13de jaarverslag (stemming)

Verslag over de wetgeving verbeteren 2005: toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid — 13de jaarverslag [2006/2279(INI)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Bert Doorn (A6-0280/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 5)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0364)

7.6.   Vereenvoudiging van de regelgeving (stemming)

Verslag over een strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving [2007/2096(INI)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Giuseppe Gargani (A6-0271/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 6)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0365)

7.7.   Institutionele en juridische gevolgen van het gebruik van „soft law”- instrumenten (stemming)

Verslag over de institutionele en juridische gevolgen van het gebruik van „soft law”-instrumenten [2007/2028(INI)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Manuel Medina Ortega (A6-0259/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 7)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0366)

7.8.   Evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving (stemming)

Verslag over de evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving [2007/2024(INI)] — Commissie interne markt en consumentenbescherming.

Rapporteur: Jacques Toubon (A6-0295/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 8)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0367)

*

* *

Het woord wordt gevoerd door Monica Frassoni, die wenst dat in de toekomst bij de opstelling van het vergaderrooster rekening wordt gehouden met het feit dat de eerste vergaderperiode van september samenvalt met het begin van het schooljaar, hetgeen volgens haar niet wenselijk is, en Thomas Wise, over het vragenuur.

8.   Stemverklaringen

Schriftelijke stemverklaringen:

De schriftelijke stemverklaringen in de zin van artikel 163, lid 3 van het Reglement zijn opgenomen in het volledig verslag van deze vergadering.

Mondelinge stemverklaringen:

Natuurrampen — RC-B6-0323/2007: Hubert Pirker, Agnes Schierhuber, Andreas Mölzer, Glyn Ford, Linda McAvan, Nirj Deva

Verslag Katalin Lévai — A6-0273/2007: Miroslav Mikolášik, Zita Pleštinská

Verslag Jacques Toubon — A6-0295/2007: Czesław Adam Siekierski, Avril Doyle

9.   Rectificaties stemgedrag/Voorgenomen stemgedrag

De rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag staan op de website „Séance en direct”, „Résultats des votes (appels nominaux)/Result of votes (Roll-call votes)” en in de gedrukte versie van bijlage „Uitslag van de hoofdelijke stemmingen”.

De elektronische versie op Europarl zal regelmatig tot uiterlijk twee weken na de dag van stemming worden bijgewerkt.

Na het verstrijken van deze termijn zal de lijst van rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag worden gesloten met het oog op vertaling en publicatie in het Publicatieblad.

*

* *

Bogusław Liberadzki heeft laten weten dat zijn stemapparaat niet werkte bij de stemming over het verslag Jacques Toubon — A6-0295/2007.

VOORZITTER: Hans-Gert PÖTTERING

Voorzitter

10.   Plechtige vergadering — Portugal

Van 12.00 uur tot 12.30 uur komt het Parlement in plechtige vergadering bijeen ter gelegenheid van het bezoek van Anibal António Cavaco Silva, President van de Republiek Portugal.

(De vergadering wordt om 12.35 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat.)

VOORZITTER: Hans-Gert PÖTTERING

Voorzitter

11.   Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering

Bernadette Bourzai heeft laten weten dat zij weliswaar aanwezig was, maar dat haar naam niet op de presentielijst staat.

De notulen van de vorige vergadering worden goedgekeurd.

12.   Samenstelling commissies en delegaties

Op verzoek van de PSE-Fractie bekrachtigt het Parlement de volgende benoemingen:

Commissie AGRI: Giovanna Corda

Delegatie voor de betrekkingen met de Zuidoost-Aziatische landen en de Associatie van Zuidoost- Aziatische staten (ASEAN): Giovanna Corda

13.   Indiening door de Raad van het ontwerp van algemene begroting — Begrotingsjaar 2008

Indiening door de Raad van het ontwerp van algemene begroting — Begrotingsjaar 2008

Emanuel Santos (fungerend voorzitter van de Raad) licht de begroting toe. geeft een toelichting.

Het woord wordt gevoerd door Kyösti Virrankoski (rapporteur voor de algemene begroting 2008), Ville Itälä (rapporteur), Reimer Böge (voorzitter van de Commissie BUDG), en Dalia Grybauskaitė (lid van de Commissie).

Het punt wordt gesloten.

14.   Vervoer van gevaarlijke goederen over land *** I (debat)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land [COM(2006)0852 — C6-0012/2007 — 2006/0278(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Bogusław Liberadzki (A6-0253/2007)

Het woord wordt gevoerd door Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie).

Bogusław Liberadzki leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Renate Sommer, namens de PPE-DE-Fractie, Brian Simpson, namens de PSEFractie, Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie, Leopold Józef Rutowicz, namens de UENFractie, Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie, en Jacky Henin, namens de GUE/NGL-Fractie.

VOORZITTER: Gérard ONESTA

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Luca Romagnoli, namens de ITS-Fractie, Jörg Leichtfried, Nathalie Griesbeck, Alyn Smith, Silvia-Adriana Ţicău en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 5.3 van de notulen van 05.09.2007.

15.   Goederenlogistiek in Europa — sleutel tot duurzame mobiliteit (debat)

Verslag over de goederenlogistiek in Europa — sleutel tot duurzame mobiliteit [2006/2228(INI)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Inés Ayala Sender (A6-0286/2007)

Inés Ayala Sender leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie).

Het woord wordt gevoerd door Satu Hassi (rapporteur voor advies van de Commissie ITRE), Mathieu Grosch, namens de PPE-DE-Fractie, Gilles Savary, namens de PSE-Fractie, Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie, Liam Aylward, namens de UEN-Fractie, Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie, Erik Meijer, namens de GUE/NGL-Fractie, Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie, Andreas Mölzer, namens de ITS-Fractie, Georg Jarzembowski, Silvia-Adriana Ţicău, Josu Ortuondo Larrea, Margrete Auken, Marian-Jean Marinescu, Bogusław Liberadzki, Nathalie Griesbeck, Corien Wortmann-Kool, Zita Gurmai, Luís Queiró, Teresa Riera Madurell, Reinhard Rack en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.5 van de notulen van 05.09.2007.

16.   Gemeenschappelijk Europees luchtruim (debat)

Mondelinge vraag (O-0035/2007) van Paolo Costa, namens de Commissie TRAN, aan de Commissie: Opbouw van een gemeenschappelijk Europees luchtruim (Single European Sky) door middel van functionele luchtruimblokken (COM(2007)0101 def.) (B6-0135/2007)

Gilles Savary licht, ter vervanging van de steller, de mondelinge vraag toe.

Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie) beantwoordt de vraag

Het woord wordt gevoerd door Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie, Brian Simpson, namens de PSE-Fractie, Seán Ó Neachtain, namens de UEN-Fractie, Vladimír Remek, namens de GUE/NGL-Fractie, en Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie.

VOORZITTER: Diana WALLIS

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Reinhard Rack, Ulrich Stockmann, Mieczysław Edmund Janowski, Saïd El Khadraoui, Silvia-Adriana Ţicău en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

17.   Vragenuur (vragen aan de Commissie)

Het Parlement behandelt een reeks vragen aan de Commissie (B6-0138/2007).

Eerste deel

Vraag 31 (Silvia Ciornei): Gedwongen arbeid in Europa.

Franco Frattini (vice-voorzitter van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Silvia Ciornei, Reinhard Rack en Danutė Budreikaitė.

Vraag 32 (Manuel Medina Ortega): Bestrijding van de internationale criminaliteit en het Hof van Justitie van de EU.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Manuel Medina Ortega, Andreas Mölzer en Hubert Pirker.

Vraag 33 (Mairead McGuinness): Rol van EU-onderzoek in verband met het Europese levensmiddelenbeleid.

Janez Potočnik (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Mairead McGuinness, Jim Allister en John Purvis.

Tweede deel

Vraag 34 (Brian Crowley): Beheer van de EU-begroting.

Dalia Grybauskaitė (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Brian Crowley, Paul Rübig en Reinhard Rack.

Vraag 35 (Marie Panayotopoulos-Cassiotou): Plaats van wetenschappen en vakken in het kader van „Onderwijs en opleiding 2010”.

Ján Figeľ beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Marie Panayotopoulos-Cassiotou.

Vraag 36 (Silvia-Adriana Ţicău): Voortijdige schoolverlaters.

Ján Figeľ beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Silvia-Adriana Ţicău en Kathy Sinnott.

Vraag 37 (Esko Seppänen): ETI.

Ján Figeľ beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Esko Seppänen, John Purvis en Danutė Budreikaitė.

Vragen 38 en 39 zullen schriftelijk beantwoord worden.

Vraag 41 (Dimitrios Papadimoulis): Absoluut verbod om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd om te zetten in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd in de openbare sector in Griekenland.

Vladimír Špidla (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Dimitrios Papadimoulis.

Vraag 42 (Sarah Ludford): Gelijke kansen.

Vladimír Špidla beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Sarah Ludford.

Het woord wordt gevoerd door Proinsias De Rossa over het bundelen van de vragen 43 tot 47.

Vraag 43 (Richard Howitt): Met daden ondersteunen van onafhankelijk leven.

Vraag 44 (Evangelia Tzampazi): Bevordering van het zelfstandig wonen van gehandicapten.

Vraag 45 (Proinsias De Rossa): Rechten van personen met een handicap.

Vraag 46 (Grażyna Staniszewska): Mainstreaming voor gehandicapten.

Vraag 47 (Kathy Sinnott): Vertegenwoordiging van mensen met een handicap.

Vladimír Špidla beantwoordt de vragen alsmede de aanvullende vragen van Richard Howitt, Evangelia Tzampazi, Proinsias De Rossa en Kathy Sinnott.

De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie Bijlage bij het Volledig verslag van de vergadering).

Het vragenuur aan de Commissie wordt gesloten.

18.   Samenstelling Parlement

Margrietus van den Berg heeft kennis gegeven van zijn ontslagneming als lid van het Parlement, met ingang van 01.09.2007.

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van het Reglement constateert het Parlement dat deze zetel vacant is met ingang van 01.09.2007 en stelt de betrokken lidstaat hiervan in kennis.

19.   Ingekomen stukken

De volgende stukken zijn ontvangen:

1)

van de parlementaire commissies:

1.1)

verslagen:

*** I Verslag over het voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (COM(2006)0479 — C6-0294/2006 — 2006/0163(COD)) — Commissie EMPL

Rapporteur: Mario Mantovani (A6-0245/2007)

* Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (COM(2006)0791 — C6-0066/2007 — 2006/0277(CNS)) — Commissie AFCO

Rapporteur: Andrew Duff (A6-0267/2007)

*** I Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (COM(2006)0093 — C6-0081/2006 — 2006/0031(COD)) — Commissie IMCO

Rapporteur: Gisela Kallenbach (A6-0276/2007)

*** I Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG tot invoering van een communautaire code voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft (COM(2006)0919 — C6-0030/2007 — 2006/0295(COD)) — Commissie ENVI

Rapporteur: Françoise Grossetête (A6-0277/2007)

Verslag over de toepassing van Richtlijn 2000/43/EG van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (2007/2094(INI)) — Commissie LIBE

Rapporteur: Kathalijne Maria Buitenweg (A6-0278/2007)

1.2)

aanbevelingen voor de tweede lezing:

*** II Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma „Drugspreventie en voorlichting” voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma „Grondrechten en justitie” (08698/4/2007 — C6-0258/2007 — 2005/0037B(COD)) — Commissie LIBE

Rapporteur: Inger Segelström (A6-0308/2007)

(De vergadering wordt om 19.35 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat.)

VOORZITTER: Alejo VIDAL-QUADRAS

Ondervoorzitter

20.   EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade (debat)

Verslag over de EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade [2007/2005(INI)] — Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Rapporteur: Alessandro Foglietta (A6-0303/2007)

Alessandro Foglietta leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Markos Kyprianou (lid van de Commissie).

Het woord wordt gevoerd door Renate Sommer, namens de PPE-DE-Fractie, Edite Estrela, namens de PSEFractie, Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie, Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie, Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie, Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie, Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie, John Bowis, Karin Scheele, Marios Matsakis, Carl Schlyter, Bairbre de Brún, die betreurt dat er geen vertolking is uit het Iers, Urszula Krupa, Bogusław Sonik, Dorette Corbey, Marian Harkin, Esko Seppänen, Kathy Sinnott, Pilar Ayuso, Catherine Stihler, Jean Marie Beaupuy, Avril Doyle, Daciana Octavia Sârbu, Anneli Jäätteenmäki, Christa Klaß, Marusya Ivanova Lyubcheva, Danutė Budreikaitė, Richard Seeber, Anna Hedh, Eija-Riitta Korhola, Miroslav Mikolášik, Cristian Stănescu, namens de ITS-Fractie, en Markos Kyprianou.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.7 van de notulen van 05.09.2007.

21.   Voor menselijke voeding bestemde verduurzaamde melk (wijziging van Richtlijn 2001/114/EG) * — Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/1999) * — Aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk (wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97) * (debat)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2001/114/EG inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde, geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde verduurzaamde melk [COM(2007)0058 — C6-0083/2007 — 2007/0025(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Elisabeth Jeggle (A6-0282/2007)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten [COM(2007)0058 — C6-0084/2007 — 2007/0026(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Elisabeth Jeggle (A6-0283/2007)

Verslag over het voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk [COM(2007)0058 — C6-0085/2007 — 2007/0027(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Elisabeth Jeggle (A6-0284/2007)

Het woord wordt gevoerd door Mariann Fischer Boel (lid van de Commissie).

Elisabeth Jeggle leidt de verslagen in.

Het woord wordt gevoerd door Struan Stevenson, namens de PPE-DE-Fractie, Rosa Miguélez Ramos, namens de PSE-Fractie, Kyösti Virrankoski, namens de ALDE-Fractie, Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, namens de UENFractie, Alyn Smith, namens de Verts/ALE-Fractie, Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie, Peter Baco, niet-ingeschrevene, Agnes Schierhuber, Bernadette Bourzai, Jorgo Chatzimarkakis, Andrzej Tomasz Zapałowski, Jim Allister, Esther De Lange, Csaba Sándor Tabajdi, Zdzisław Zbigniew Podkański, Mairead McGuinness, Wiesław Stefan Kuc, Carmen Fraga Estévez, Czesław Adam Siekierski, Albert Deß, Monica Maria Iacob-Ridzi en Mariann Fischer Boel.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 7.1 van de notulen van 05.09.2007, punt 7.2 van de notulen van 05.09.2007 en punt 7.3 van de notulen van 05.09.2007.

22.   Agenda van de volgende vergadering

De agenda voor de vergadering van morgen is vastgesteld (PE 393.244/OJME).

23.   Sluiting van de vergadering

De vergadering wordt om 23.40 uur gesloten.

Harald Rømer

Secretaris-generaal

Marek Siwiec

Ondervoorzitter


PRESENTIELIJST

Ondertekend door:

Adamou, Agnoletto, Aita, Albertini, Allister, Alvaro, Anastase, Andersson, Andrejevs, Andrikienė, Angelilli, Antoniozzi, Arif, Arnaoutakis, Ashworth, Assis, Athanasiu, Attard-Montalto, Attwooll, Aubert, Audy, Auken, Ayala Sender, Aylward, Ayuso, Baco, Badia i Cutchet, Baeva, Bărbuleţiu, Barón Crespo, Barsi-Pataky, Batten, Battilocchio, Batzeli, Bauer, Beaupuy, Beazley, Becsey, Beer, Belder, Belet, Belohorská, Bennahmias, Beňová, Berend, Berès, Berlato, Berlinguer, Berman, Bielan, Binev, Birutis, Blokland, Bloom, Bobošíková, Böge, Bösch, Bonde, Bono, Bonsignore, Booth, Borghezio, Borrell Fontelles, Bourzai, Bowis, Bowles, Bozkurt, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Breyer, Březina, Brie, Brok, Brunetta, Budreikaitė, van Buitenen, Buitenweg, Bulfon, Bullmann, van den Burg, Burke, Buruiană-Aprodu, Bushill-Matthews, Busk, Buşoi, Busuttil, Cabrnoch, Calabuig Rull, Callanan, Camre, Capoulas Santos, Cappato, Carlotti, Carlshamre, Carnero González, Carollo, Casa, Casaca, Cashman, Casini, Caspary, Castex, Castiglione, Catania, Cederschiöld, Cercas, Chatzimarkakis, Chichester, Chiesa, Chmielewski, Christensen, Chruszcz, Chukolov, Ciornei, Claeys, Clark, Cocilovo, Coelho, Cohn-Bendit, Corbett, Corbey, Corda, Cornillet, Correia, Coşea, Paolo Costa, Cottigny, Coûteaux, Cramer, Corina Creţu, Gabriela Creţu, Crowley, Marek Aleksander Czarnecki, Ryszard Czarnecki, Daul, Davies, De Blasio, de Brún, Degutis, Demetriou, De Michelis, Deprez, De Rossa, De Sarnez, Descamps, Désir, Deß, Deva, De Veyrac, De Vits, Díaz de Mera García Consuegra, Dičkutė, Didžiokas, Dillen, Dîncu, Dombrovskis, Doorn, Douay, Dover, Doyle, Drčar Murko, Duchoň, Dührkop Dührkop, Duff, Duka-Zólyomi, Dumitrescu, Ebner, Ehler, El Khadraoui, Esteves, Estrela, Ettl, Jill Evans, Jonathan Evans, Robert Evans, Färm, Fajmon, Falbr, Farage, Fatuzzo, Fava, Fazakas, Ferber, Fernandes, Fernández Martín, Ferrari, Anne Ferreira, Elisa Ferreira, Figueiredo, Flautre, Florenz, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Fontaine, Ford, Fourtou, Fraga Estévez, Frassoni, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, García Pérez, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gebhardt, Gentvilas, Geremek, Geringer de Oedenberg, Gewalt, Gibault, Gierek, Giertych, Gill, Gklavakis, Glante, Glattfelder, Gobbo, Goebbels, Goepel, Golik, Gomes, Gottardi, Goudin, Grabowska, Grabowski, Graça Moura, Graefe zu Baringdorf, de Grandes Pascual, Grech, Griesbeck, Gröner, de Groen-Kouwenhoven, Groote, Grosch, Grossetête, Gruber, Guardans Cambó, Guellec, Guerreiro, Guidoni, Gurmai, Guy-Quint, Gyürk, Hänsch, Hall, Hammerstein, Hamon, Handzlik, Harangozó, Harbour, Harkin, Hasse Ferreira, Hassi, Haug, Hazan, Hedh, Hellvig, Henin, Hennicot-Schoepges, Hennis-Plasschaert, Herczog, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Holm, Honeyball, Hoppenstedt, Horáček, Howitt, Hudacký, Hudghton, Hughes, Hutchinson, Hyusmenova, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, in 't Veld, Irujo Amezaga, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jäätteenmäki, Jałowiecki, Janowski, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jensen, Jöns, Jørgensen, Jordan Cizelj, Juknevičienė, Kacin, Kaczmarek, Kallenbach, Kamall, Karas, Karim, Kasoulides, Kaufmann, Kauppi, Kazak, Tunne Kelam, Kelemen, Kilroy-Silk, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Klinz, Knapman, Koch, Kohlíček, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kósáné Kovács, Koterec, Kozlík, Krahmer, Krasts, Kratsa-Tsagaropoulou, Krehl, Kristovskis, Krupa, Kuc, Kudrycka, Kuhne, Kułakowski, Kušķis, Kusstatscher, Kuźmiuk, Lagendijk, Laignel, Lamassoure, Lambert, Lambrinidis, Lambsdorff, Landsbergis, Lang, De Lange, Langen, Laperrouze, La Russa, Lauk, Lavarra, Lax, Lechner, Le Foll, Lefrançois, Lehideux, Lehne, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Jean-Marie Le Pen, Marine Le Pen, Le Rachinel, Lévai, Lewandowski, Liberadzki, Libicki, Lichtenberger, Lienemann, Liotard, Lipietz, Locatelli, Lombardo, López-Istúriz White, Louis, Lucas, Ludford, Lulling, Lundgren, Lynne, Lyubcheva, Maaten, McAvan, McCarthy, McDonald, McGuinness, McMillan-Scott, Madeira, Maldeikis, Manders, Maňka, Thomas Mann, Mantovani, Marinescu, Markov, Marques, Martens, David Martin, Hans-Peter Martin, Martinez, Martínez Martínez, Masiel, Masip Hidalgo, Maštálka, Mathieu, Mato Adrover, Matsakis, Matsis, Matsouka, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Medina Ortega, Meijer, Méndez de Vigo, Menéndez del Valle, Meyer Pleite, Miguélez Ramos, Mihăescu, Mihalache, Mikko, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Mölzer, Mohácsi, Moisuc, Montoro Romero, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Morillon, Morin, Morţun, Mulder, Musacchio, Muscardini, Muscat, Myller, Napoletano, Nassauer, Nattrass, Navarro, Neris, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Obiols i Germà, Occhetto, Öger, Özdemir, Olajos, Olbrycht, Ó Neachtain, Onesta, Onyszkiewicz, Oomen-Ruijten, Ortuondo Larrea, Őry, Ouzký, Oviir, Paasilinna, Pack, Paleckis, Panayotopoulos-Cassiotou, Panayotov, Pannella, Panzeri, Papadimoulis, Paparizov, Papastamkos, Parish, Paşcu, Patriciello, Patrie, Peillon, Pęk, Alojz Peterle, Petre, Pflüger, Piecyk, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pinior, Piotrowski, Pirker, Piskorski, Pistelli, Pleštinská, Plumb, Podestà, Podgorean, Podkański, Pöttering, Pohjamo, Poignant, Polfer, Poli Bortone, Pomés Ruiz, Popeangă, Portas, Posdorf, Posselt, Prets, Pribetich, Vittorio Prodi, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Raeva, Ransdorf, Rasmussen, Remek, Resetarits, Reul, Ribeiro e Castro, Riera Madurell, Ries, Riis-Jørgensen, Rivera, Rizzo, Rogalski, Roithová, Romagnoli, Romeva i Rueda, Rosati, Roszkowski, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Rudi Ubeda, Rübig, Rühle, Rutowicz, Ryan, Sacconi, Saïfi, Sakalas, Saks, Salinas García, Samaras, Samuelsen, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Sartori, Saryusz-Wolski, Savary, Savi, Sbarbati, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schenardi, Schierhuber, Schlyter, Frithjof Schmidt, Olle Schmidt, Schmitt, Schöpflin, Jürgen Schröder, Schroedter, Schulz, Schuth, Schwab, Seeber, Seeberg, Segelström, Seppänen, Şerbu, Severin, Siekierski, Silva Peneda, Simpson, Sinnott, Siwiec, Skinner, Smith, Sommer, Søndergaard, Sonik, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Spautz, Speroni, Staes, Stănescu, Staniszewska, Starkevičiūtė, Šťastný, Stavreva, Sterckx, Stevenson, Stihler, Stockmann, Stoyanov, Strejček, Strož, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Svensson, Swoboda, Szabó, Szájer, Szejna, Szent-Iványi, Szymański, Tabajdi, Tajani, Takkula, Tannock, Tarand, Tatarella, Thomsen, Ţicău, Ţîrle, Titford, Titley, Toia, Toma, Tomaszewska, Tomczak, Toubon, Toussas, Trakatellis, Triantaphyllides, Trüpel, Turmes, Tzampazi, Uca, Ulmer, Urutchev, Vaidere, Vakalis, Vălean, Valenciano Martínez-Orozco, Vanhecke, Van Hecke, Van Lancker, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vaugrenard, Veneto, Ventre, Veraldi, Vergnaud, Vidal-Quadras, Vigenin, de Villiers, Virrankoski, Vlasák, Vlasto, Voggenhuber, Wagenknecht, Wallis, Walter, Watson, Henri Weber, Manfred Weber, Weiler, Weisgerber, Whittaker, Wieland, Wiersma, Wijkman, Willmott, Wise, von Wogau, Wohlin, Bernard Wojciechowski, Janusz Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wurtz, Yáñez-Barnuevo García, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zani, Zapałowski, Zatloukal, Ždanoka, Zdravkova, Zieleniec, Zimmer, Zingaretti, Zvěřina, Zwiefka


BIJLAGE I

STEMMINGSUITSLAGEN

Afkortingen en tekens

+

aangenomen

-

verworpen

vervallen

Ing.

ingetrokken

HS (..., ..., ...)

hoofdelijke stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

ES (..., ..., ...)

elektronische stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

so

stemming in onderdelen

as

aparte stemming

am

amendement

CA

compromisamendement

DD

desbetreffend deel

S

amendement tot schrapping

=

gelijkluidende amendementen

§

paragraaf

art

artikel

overw

overweging

OR

ontwerpresolutie

GOR

gezamenlijke ontwerpresolutie

Geh. S

geheime stemming

1.   NUTS — wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 (Toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU) *** I

Verslag: Gerardo GALEOTE (A6-0285/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

2.   Regels voor het gebruik van analysebestanden van Europol *

Verslag: Agustín DÍAZ DE MERA GARCÍA CONSUEGRA (A6-0288/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

3.   Natuurrampen

Ontwerpresoluties: (B6-0323/2007, B6-0324/2007, B6-0325/2007, B6-0326/2007, B6-0327/2007)

Betreft

am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0323/2007

(PPE-DE, PSE, ALDE, UEN, GUE/NGL, IND/DEM)

§ 3

2

Verts/ALE

 

+

 

§ 4

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 6

1

PPE-DE

 

+

 

na § 18

7

PSE

 

+

 

§ 21

6

PSE

 

-

 

§ 22

3

Verts/ALE

ES

+

307, 263, 19

§ 23

4

Verts/ALE

 

+

mondeling gewijzigd

na § 23

5

Verts/ALE

ES

+

342, 274, 20

§ 24

8

PSE

 

Ing.

 

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

Ontwerpresoluties van de fracties

B6-0323/2007

 

PPE-DE

 

 

B6-0324/2007

 

ALDE

 

 

B6-0325/2007

 

GUE/NGL

 

 

B6-0326/2007

 

Verts/ALE

 

 

B6-0327/2007

 

PSE

 

 

Verzoeken om stemming in onderdelen

Verts/ALE

§ 4

1ste deel: gehele tekst behalve de woorden „om buitengewone ... te creëren”

2de deel: deze woorden

Diversen

Vittorio Prodi stelde het volgende mondelinge amendement op am 4 voor:

vraagt de Commissie om toezicht te houden op degelijke, doelmatige en daadwerkelijke gebruikmaking van alle noodfondsen die de lidstaten ter beschikking gesteld worden om de gevolgen van de natuurrampen te bestrijden, en roept de lidstaten op te zorgen voor terugbetaling bij oneigenlijk gebruik van steunverlening door de Gemeenschap, bijvoorbeeld als herbebossingsplannen niet uitgevoerd worden, en voor de actualisering van het kadaster;

Cristiana Muscardini, Liam Aylward en Sebastiano (Nello) Musumeci zijn medeondertekenaars van resolutie B6-0323/2007 (PPE-DE-Fractie), namens de UEN-Fractie.

Marios Matsakis is medeondertekenaar van de gezamenlijke ontwerpresolutie (RC-B6-0323/2007), namens de ALDE-Fractie.

4.   Betere regelgeving in de Europese Unie

Verslag: Katalin LÉVAI (A6-0273/2007)

Betreft

am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

5.   De wetgeving verbeteren 2005: toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid — 13de jaarverslag

Verslag: Bert DOORN (A6-0280/2007)

Betreft

am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

overw B

1

ITS

 

-

 

overw D

2

ITS

 

-

 

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

6.   Strategie voor vereenvoudiging van de regelgeving

Verslag: Giuseppe GARGANI (A6-0271/2007)

Betreft

am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

7.   Institutionele en juridische gevolgen van het gebruik van „soft law”- instrumenten

Verslag: Manuel MEDINA ORTEGA (A6-0259/2007)

Betreft

am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

8.   Evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving

Verslag: Jacques TOUBON (A6-0295/2007)

Betreft

am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

§ 9

2

PSE

HS

-

262, 389, 11

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

§ 10

3

PSE

HS

-

266, 388, 14

§ 11

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 16

13

Verts/ALE

HS

-

294, 360, 8

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2/HS

+

412, 217, 40

§ 17

12/rev

PPE-DE

HS

+

580, 66, 25

4

PSE

 

 

§ 18

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 23

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 24

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 29

5

PSE

 

-

 

§ 31

6

PSE

 

-

 

§ 32

11

PPE-DE

 

+

 

§

oorspronkelijke tekst

 

 

§ 33

7

PSE

 

-

 

§ 37

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

§ 40

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 43

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 44

8

PSE

 

+

 

§ 45

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

§ 46

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

3

+

 

overw A

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

overw F

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

overw G

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

overw K

1

PSE

 

Ing.

 

9

PPE-DE, PSE

 

+

 

§

oorspronkelijke tekst

 

 

overw O

10/rev

PPE-DE

 

+

 

§

oorspronkelijke tekst

 

 

stemming: resolutie (als geheel)

HS

+

534, 119, 27

Verzoeken om hoofdelijke stemming

GUE/NGL: eindstemming

PSE: am 2, 3, 12, eindstemming

Verts/ALE: § 16 (2de deel), am 13

Verzoeken om aparte stemming

PPE-DE: overw G, § 9

PSE: § 37

Verts/ALE: overw F, § 37

Verzoeken om stemming in onderdelen

PSE

§ 11

1ste deel: gehele tekst behalve het woord „zeer”

2de deel: niet van toepassing op de Nederlandse tekst

§ 23

1ste deel: gehele tekst behalve het woord „ruimschoots”

2de deel: niet van toepassing op de Nederlandse tekst

§ 40

1ste deel: t/m „... 1%;”

2de deel: rest

Verts/ALE

overw A

1ste deel: gehele tekst behalve de woorden „en lagere prijzen”

2de deel: deze woorden

§ 18

1ste deel: gehele tekst behalve de woorden „stelt vast dat ... consumenten zijn;”

2de deel: deze zin

§ 43

1ste deel: t/m „... EU te verbeteren”

2de deel: rest

§ 45

1ste deel: t/m „... moet blijven nemen”

2de deel: rest

PSE, Verts/ALE

§ 16

1ste deel: t/m „... Brussel;”

2de deel: rest (HS)

§ 24

1ste deel: gehele tekst behalve de woorden „alsook voor de verdere liberalisering van de markten voor postdiensten”

2de deel: deze woorden

§ 46

1ste deel:„is van mening ... verzekerd zijn”

2de deel:„is van mening ... instrument kan zijn”

3de deel: het woord „interne”


BIJLAGE II

UITSLAG VAN DE HOOFDELIJKE STEMMINGEN

1.   Verslag Toubon A6-0295/2007

Amendement 2

Voor: 262

ALDE: Harkin

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Rizzo, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Bonde, Sinnott

NI: Baco, Battilocchio, Belohorská, De Michelis, Martin Hans-Peter

PSE: Andersson, Arif, Assis, Athanasiu, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beňová, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, van den Burg, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Correia, Cottigny, Creţu Corina, Creţu Gabriela, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Dîncu, Douay, Dührkop Dührkop, Dumitrescu, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Gomes, Gottardi, Grabowska, Grech, Gröner, Groote, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Hasse Ferreira, Haug, Hazan, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koterec, Krehl, Kuhne, Lambrinidis, Le Foll, Lefrançois, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mihalache, Mikko, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Neris, Obiols i Germà, Occhetto, Öger, Paasilinna, Paleckis, Paparizov, Paşcu, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Plumb, Podgorean, Poignant, Pribetich, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Tzampazi, Van Lancker, Vaugrenard, Vigenin, Walter, Weiler, Wiersma, Willmott, Yáñez-Barnuevo García

UEN: Angelilli, Berlato, Borghezio, Czarnecki Ryszard, Foglietta, Gobbo, Muscardini, Speroni, Tatarella

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt Frithjof, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Tegen: 389

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Attwooll, Baeva, Bărbuleţiu, Beaupuy, Birutis, Busk, Buşoi, Cappato, Carlshamre, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hellvig, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Morţun, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Şerbu, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toma, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Krupa, Lundgren, Nattrass, Titford, Tomczak, Whittaker, Wise, Wojciechowski Bernard, Železný

ITS: Binev, Chukolov, Claeys, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mihăescu, Mölzer, Moisuc, Popeangă, Romagnoli, Schenardi, Stănescu, Stoyanov, Vanhecke

NI: Allister, Bobošíková, Chruszcz, Giertych, Helmer

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Burke, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Herranz García, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kelemen, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Patriciello, Petre, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pirker, Pleštinská, Podestà, Posdorf, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szabó, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Ventre, Vernola, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wijkman, Wohlin, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zatloukal, Zdravkova, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

UEN: Aylward, Camre, Crowley, Didžiokas, Foltyn-Kubicka, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, La Russa, Maldeikis, Masiel, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Ryan, Szymański, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Onthoudingen: 11

GUE/NGL: Toussas

IND/DEM: Coûteaux, Louis, de Villiers

NI: Kilroy-Silk, Kozlík, Rivera

PPE-DE: Belet, McMillan-Scott

UEN: Bielan

Verts/ALE: van Buitenen

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Tegen: Othmar Karas

2.   Verslag Toubon A6-0295/2007

Amendement 3

Voor: 266

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Rizzo, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Bonde, Krupa, Sinnott, Tomczak

ITS: Binev, Chukolov, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mölzer, Moisuc, Popeangă, Romagnoli, Schenardi, Stănescu, Stoyanov

NI: Battilocchio, Chruszcz, De Michelis, Giertych, Martin Hans-Peter

PSE: Andersson, Arif, Assis, Athanasiu, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beňová, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, van den Burg, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Correia, Cottigny, Creţu Corina, Creţu Gabriela, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Dîncu, Douay, Dührkop Dührkop, Dumitrescu, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Gomes, Gottardi, Grabowska, Grech, Gröner, Groote, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Hasse Ferreira, Haug, Hazan, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hutchinson, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koterec, Krehl, Kuhne, Lambrinidis, Le Foll, Lefrançois, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Lyubcheva, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mihalache, Mikko, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Neris, Obiols i Germà, Occhetto, Öger, Paasilinna, Paleckis, Paparizov, Paşcu, Patrie, Piecyk, Pinior, Plumb, Podgorean, Pribetich, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Tzampazi, Van Lancker, Vaugrenard, Vigenin, Walter, Weiler, Wiersma, Willmott, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Gobbo

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt Frithjof, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Tegen: 388

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Attwooll, Baeva, Bărbuleţiu, Beaupuy, Birutis, Bowles, Budreikaitė, Busk, Buşoi, Cappato, Carlshamre, Chatzimarkakis, Ciornei, Cocilovo, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hellvig, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Morţun, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Şerbu, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toma, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Toussas

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Titford, Whittaker, Wise, Wojciechowski Bernard, Železný

ITS: Claeys, Dillen, Mihăescu, Vanhecke

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Helmer

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Burke, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Herranz García, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kelemen, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Patriciello, Petre, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pirker, Pleštinská, Podestà, Posdorf, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szabó, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Ventre, Vernola, Vidal-Quadras, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wohlin, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zatloukal, Zdravkova, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Borghezio, Camre, Crowley, Czarnecki Ryszard, Didžiokas, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, La Russa, Libicki, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Ryan, Speroni, Szymański, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Onthoudingen: 14

IND/DEM: Coûteaux, Louis, de Villiers

NI: Baco, Kilroy-Silk, Kozlík, Rivera

PPE-DE: Belet, Wijkman

PSE: Hughes, McAvan, McCarthy, Titley

Verts/ALE: van Buitenen

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Tegen: Christine De Veyrac, Othmar Karas

Onthoudingen: Neena Gill, Peter Skinner, Glenis Willmott, David Martin, Richard Corbett, Glenys Kinnock, Brian Simpson, Mary Honeyball, Michael Cashman, Richard Howitt

3.   Verslag Toubon A6-0295/2007

Amendement 13

Voor: 294

ALDE: Attwooll, Bowles, Davies, Duff, Hall, Harkin, Juknevičienė, Lynne, Resetarits, Samuelsen

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Rizzo, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Belder, Blokland, Coûteaux, Louis, Sinnott, de Villiers

ITS: Binev, Chukolov, Claeys, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mölzer, Moisuc, Romagnoli, Schenardi, Stănescu, Stoyanov

NI: Battilocchio, De Michelis, Martin Hans-Peter

PPE-DE: Burke, Cabrnoch, Cederschiöld, Coelho, Doyle, Duchoň, Fajmon, Higgins, McGuinness, Mitchell, Rübig, Schierhuber, Seeber, Seeberg, Siekierski, Strejček, Sumberg, Vlasák, Zahradil, Zvěřina

PSE: Andersson, Arif, Assis, Athanasiu, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, van den Burg, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Correia, Cottigny, Creţu Corina, Creţu Gabriela, De Keyser, De Rossa, De Vits, Dîncu, Douay, Dührkop Dührkop, Dumitrescu, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Gomes, Gottardi, Grabowska, Grech, Gröner, Groote, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Hasse Ferreira, Haug, Hazan, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koterec, Krehl, Kuhne, Lambrinidis, Le Foll, Lefrançois, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mihalache, Mikko, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Neris, Obiols i Germà, Occhetto, Öger, Paasilinna, Paleckis, Paparizov, Paşcu, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Plumb, Podgorean, Poignant, Pribetich, Riera Madurell, Rosati, Rothe, Roure, Sacconi, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schapira, Scheele, Segelström, Severin, Simpson, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Tzampazi, Van Lancker, Vaugrenard, Vigenin, Walter, Weiler, Willmott, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Camre, Gobbo

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt Frithjof, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Tegen: 360

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Baeva, Bărbuleţiu, Beaupuy, Birutis, Budreikaitė, Busk, Buşoi, Cappato, Carlshamre, Chatzimarkakis, Ciornei, Cocilovo, Cornillet, Costa, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Ferrari, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hellvig, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, Jäätteenmäki, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Morţun, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Ries, Riis-Jørgensen, Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Şerbu, Staniszewska, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toma, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Bloom, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Krupa, Lundgren, Nattrass, Titford, Tomczak, Whittaker, Wise, Wojciechowski Bernard, Železný

ITS: Vanhecke

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Chruszcz, Giertych, Helmer, Rivera

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Bushill-Matthews, Busuttil, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Chichester, Chmielewski, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Herranz García, Hieronymi, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kelemen, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Patriciello, Petre, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pirker, Pleštinská, Podestà, Posdorf, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Silva Peneda, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Stubb, Sturdy, Sudre, Surján, Szabó, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Ventre, Vernola, Vidal-Quadras, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wijkman, Wohlin, Záborská, Zaleski, Zatloukal, Zdravkova, Zieleniec, Zwiefka

PSE: Lehtinen, Schaldemose, Siwiec, Titley

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Borghezio, Crowley, Czarnecki Ryszard, Didžiokas, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, La Russa, Libicki, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Ryan, Speroni, Szymański, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Onthoudingen: 8

ALDE: in 't Veld, Starkevičiūtė

NI: Baco, Kilroy-Silk, Kozlík

PPE-DE: Rack

PSE: Roth-Behrendt

Verts/ALE: van Buitenen

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Othmar Karas, Hans-Peter Martin, Hubert Pirker, Bernard Poignant, Reinhard Rack, Sarah Ludford, Christel Schaldemose

Tegen: Edit Herczog

4.   Verslag Toubon A6-0295/2007

Paragraaf 16/2

Voor: 412

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Baeva, Bărbuleţiu, Beaupuy, Birutis, Budreikaitė, Busk, Buşoi, Cappato, Carlshamre, Chatzimarkakis, Ciornei, Cocilovo, Cornillet, Costa, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Ferrari, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hellvig, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, Jensen, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Maaten, Manders, Mohácsi, Morillon, Morţun, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Ries, Riis-Jørgensen, Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Şerbu, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toma, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Henin, Wurtz

IND/DEM: Coûteaux, Krupa, Louis, Tomczak, de Villiers, Wojciechowski Bernard

ITS: Claeys, Dillen, Mihăescu, Vanhecke

NI: Allister, Battilocchio, Bobošíková, Chruszcz, De Michelis, Giertych, Helmer, Rivera

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Bushill-Matthews, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casini, Caspary, Castiglione, Chichester, Chmielewski, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Herranz García, Hieronymi, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kelemen, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Patriciello, Petre, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pirker, Pleštinská, Podestà, Posdorf, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Surján, Szabó, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vernola, Vidal-Quadras, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, Wohlin, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zatloukal, Zdravkova, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Athanasiu, Barón Crespo, Berès, Bono, Bourzai, Carlotti, Casaca, Cashman, Castex, Chiesa, Corbett, Corda, Correia, Cottigny, Dîncu, Douay, Dumitrescu, Fernandes, Ferreira Anne, Gill, Glante, Goebbels, Guy-Quint, Hamon, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Kósáné Kovács, Le Foll, Lefrançois, Lehtinen, Lienemann, Lyubcheva, McCarthy, Mihalache, Mikko, Napoletano, Navarro, Neris, Öger, Paasilinna, Paleckis, Paparizov, Patrie, Peillon, Pinior, Podgorean, Rosati, Sakalas, Saks, Sârbu, Savary, Schapira, Severin, Simpson, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Ţicău, Titley, Vaugrenard, Willmott, Yáñez-Barnuevo García

UEN: Angelilli, Berlato, Borghezio, Didžiokas, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, La Russa, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Pęk, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Speroni, Szymański, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Tegen: 217

ALDE: Attwooll, Bowles, Davies, Degutis, Duff, Hall, Harkin, Jäätteenmäki, Juknevičienė, Ludford, Matsakis, Resetarits, Samuelsen

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Guerreiro, Guidoni, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Rizzo, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Zimmer

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Bonde, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Sinnott, Titford, Whittaker, Wise, Železný

ITS: Binev, Chukolov, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mölzer, Moisuc, Popeangă, Romagnoli, Schenardi, Stănescu, Stoyanov

NI: Martin Hans-Peter

PPE-DE: Burke, Cederschiöld, Coelho, Doyle, Goepel, Higgins, Koch, McGuinness, Mitchell, Rübig, Schierhuber, Seeber, Seeberg, Sumberg, Ventre

PSE: Andersson, Arif, Assis, Batzeli, Beňová, Berlinguer, Berman, Bösch, Borrell Fontelles, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, Capoulas Santos, Carnero González, Christensen, Corbey, Creţu Corina, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Dührkop Dührkop, El Khadraoui, Ettl, Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Ferreira Elisa, Ford, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gomes, Gottardi, Gröner, Groote, Gurmai, Haug, Hazan, Hedh, Hutchinson, Jöns, Jørgensen, Koterec, Krehl, Kuhne, Lambrinidis, Leichtfried, Leinen, Liberadzki, McAvan, Madeira, Martínez Martínez, Matsouka, Medina Ortega, Myller, Obiols i Germà, Occhetto, Piecyk, Plumb, Pribetich, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Sacconi, dos Santos, Schaldemose, Scheele, Schulz, Segelström, Siwiec, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Tzampazi, Van Lancker, Walter, Weiler, Wiersma, Zingaretti

UEN: Aylward, Crowley, Ó Neachtain, Ryan

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt Frithjof, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Onthoudingen: 40

ALDE: in 't Veld, Staniszewska, Starkevičiūtė

NI: Baco, Belohorská, Kilroy-Silk, Kozlík

PPE-DE: Busuttil, Casa, Rack

PSE: Ayala Sender, Badia i Cutchet, van den Burg, Calabuig Rull, Cercas, Creţu Gabriela, Estrela, García Pérez, Grabowska, Grech, Gruber, Hänsch, Hasse Ferreira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Masip Hidalgo, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Moreno Sánchez, Muscat, Paşcu, Riera Madurell, Roure, Salinas García, Sánchez Presedo, Sornosa Martínez, Vigenin

UEN: Camre

Verts/ALE: van Buitenen

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Harlem Désir, Alain Hutchinson

Tegen: Othmar Karas, Hans-Peter Martin, Hubert Pirker, Reinhard Rack

5.   Verslag Toubon A6-0295/2007

Amendement 12/rev.

Voor: 580

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Attwooll, Baeva, Bărbuleţiu, Beaupuy, Birutis, Bowles, Budreikaitė, Busk, Buşoi, Cappato, Carlshamre, Chatzimarkakis, Ciornei, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hellvig, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Morţun, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Şerbu, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toma, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Sinnott, Wojciechowski Bernard

ITS: Mihăescu, Popeangă

NI: Battilocchio, Belohorská, Bobošíková, De Michelis, Helmer, Rivera

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Burke, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Herranz García, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kelemen, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Patriciello, Petre, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pirker, Pleštinská, Podestà, Posdorf, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szabó, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vernola, Vidal-Quadras, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, Wohlin, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zatloukal, Zdravkova, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Athanasiu, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beňová, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, van den Burg, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Cottigny, Creţu Corina, Creţu Gabriela, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Dîncu, Douay, Dührkop Dührkop, Dumitrescu, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Elisa, Ford, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Gomes, Gottardi, Grabowska, Grech, Gröner, Groote, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Hasse Ferreira, Haug, Hazan, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kuhne, Lambrinidis, Le Foll, Lefrançois, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mihalache, Mikko, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Neris, Obiols i Germà, Occhetto, Öger, Paasilinna, Paleckis, Paparizov, Paşcu, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Plumb, Podgorean, Poignant, Pribetich, Riera Madurell, Rosati, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Tzampazi, Van Lancker, Vaugrenard, Vigenin, Walter, Weiler, Wiersma, Willmott, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Borghezio, Didžiokas, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Gobbo, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, La Russa, Libicki, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Ryan, Speroni, Szymański, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, Hammerstein, Harms, Hassi, Horáček, Irujo Amezaga, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt Frithjof, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Tegen: 66

ALDE: in 't Veld

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Rizzo, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Bonde, Booth, Clark, Coûteaux, Farage, Goudin, Knapman, Krupa, Louis, Lundgren, Nattrass, Titford, Tomczak, de Villiers, Whittaker, Wise, Železný

NI: Allister, Chruszcz, Giertych, Martin Hans-Peter

PPE-DE: Karas, Marinescu

UEN: Crowley, Czarnecki Ryszard

Verts/ALE: de Groen-Kouwenhoven, Hudghton

Onthoudingen: 25

ALDE: Cocilovo

ITS: Binev, Chukolov, Claeys, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mölzer, Moisuc, Romagnoli, Schenardi, Stănescu, Stoyanov, Vanhecke

NI: Baco, Kilroy-Silk, Kozlík

PPE-DE: Ventre

PSE: Hedh, Roth-Behrendt

UEN: Camre

Verts/ALE: van Buitenen

6.   Verslag Toubon A6-0295/2007

Resolutie

Voor: 534

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Attwooll, Baeva, Bărbuleţiu, Beaupuy, Birutis, Bowles, Budreikaitė, Busk, Buşoi, Cappato, Carlshamre, Chatzimarkakis, Ciornei, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hellvig, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Kazak, Klinz, Krahmer, Kułakowski, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lehideux, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Morţun, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Şerbu, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toma, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Aita, Catania, Guidoni, Musacchio, Ransdorf

IND/DEM: Sinnott, Wojciechowski Bernard

ITS: Mihăescu, Moisuc, Popeangă

NI: Allister, Baco, Battilocchio, Belohorská, Bobošíková, Chruszcz, De Michelis, Giertych, Helmer, Kozlík, Rivera

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Audy, Ayuso, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brepoels, Březina, Brunetta, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Evans Jonathan, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Ganţ, García-Margallo y Marfil, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Graça Moura, Gräßle, Grosch, Grossetête, Guellec, Gutiérrez-Cortines, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Herranz García, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kauppi, Kelam, Kelemen, Klamt, Klaß, Klich, Koch, Konrad, Kónya-Hamar, Korhola, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Lulling, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Ouzký, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Patriciello, Petre, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pirker, Pleštinská, Podestà, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szabó, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vernola, Vidal-Quadras, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, Wortmann-Kool, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zatloukal, Zdravkova, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Assis, Athanasiu, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beňová, Berlinguer, Berman, Bono, Borrell Fontelles, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, van den Burg, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carnero González, Casaca, Cashman, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Correia, Cottigny, Creţu Corina, Creţu Gabriela, De Rossa, Désir, De Vits, Dîncu, Douay, Dührkop Dührkop, Dumitrescu, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Elisa, Ford, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Gottardi, Grabowska, Grech, Groote, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Hasse Ferreira, Haug, Hazan, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kuhne, Lambrinidis, Le Foll, Lefrançois, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Lienemann, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mihalache, Mikko, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Neris, Obiols i Germà, Occhetto, Öger, Paasilinna, Paparizov, Paşcu, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Plumb, Podgorean, Poignant, Pribetich, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schaldemose, Schapira, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Tzampazi, Vaugrenard, Vigenin, Walter, Weiler, Wiersma, Willmott, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Berlato, Bielan, Borghezio, Camre, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Gobbo, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, La Russa, Libicki, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Pęk, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Speroni, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Tegen: 119

ALDE: Resetarits

GUE/NGL: Adamou, Brie, de Brún, Figueiredo, Guerreiro, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Papadimoulis, Pflüger, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Toussas, Triantaphyllides, Uca, Wagenknecht, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Bonde, Booth, Clark, Coûteaux, Farage, Goudin, Knapman, Krupa, Louis, Lundgren, Nattrass, Titford, Tomczak, de Villiers, Wise, Železný

ITS: Binev, Chukolov, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Martinez, Mölzer, Romagnoli, Schenardi, Stănescu, Stoyanov

NI: Kilroy-Silk, Martin Hans-Peter

PPE-DE: Barsi-Pataky, Brejc, De Veyrac, Fajmon, Hieronymi, López-Istúriz White, Őry, Posdorf, Sonik, Strejček, Ventre, Vlasák, Vlasto, Wohlin

PSE: Carlotti, Castex, De Keyser, Hedh, Hutchinson, Van Lancker

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Harms, Hassi, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt Frithjof, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Onthoudingen: 27

ALDE: Harkin

GUE/NGL: Agnoletto, Remek, Rizzo

ITS: Claeys, Dillen, Vanhecke

PPE-DE: Burke, Doyle, Higgins, McGuinness, Mitchell, Seeber

PSE: Bösch, Färm, Ferreira Anne, Gröner, Laignel, Rothe, Scheele

UEN: Aylward, Crowley, Didžiokas, Ó Neachtain, Ryan, Szymański

Verts/ALE: van Buitenen

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Etelka Barsi-Pataky, Christine De Veyrac, Göran Färm, Dominique Vlasto, Antonio López-Istúriz White

Tegen: Kathy Sinnott, Ruth Hieronymi


AANGENOMEN TEKSTEN

 

P6_TA(2007)0360

NUTS — wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 (Toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU) *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (COM(2007)0095 — C6-0091/2007 — 2007/0038(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0095),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 285, lid 1 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0091/2007),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0285/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gewijzigde voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

P6_TC1-COD(2007)0038

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 4 september 2007 met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2007 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in eerste lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Verordening (EG) nr. 176/2008.)

P6_TA(2007)0361

Regels voor het gebruik van analysebestanden van Europol *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over het initiatief van de Republiek Finland met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot wijziging van het besluit van de Raad houdende vaststelling van de regels voor het gebruik van analysebestanden van Europol (16336/2006 — C6-0048/2007 — 2007/0802(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het initiatief van de Republiek Finland (16336/2006) (1),

gelet op artikel 10, lid 1, van de Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst), ondertekend op 26 juli 1995 te Brussel (2),

gelet op artikel 30, lid 1, onder b), artikel 30, lid 2, en artikel 34, lid 2, onder c), van het EU-Verdrag,

gelet op artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0048/2007),

gelet op het besluit van de Raad van 3 november 1998 houdende vaststelling van de regels voor het gebruik van analysebestanden van Europol (3),

gelet op de akte van de Raad van 27 november 2003 tot vaststelling op grond van artikel 43, lid 1, van de Europol-Overeenkomst, van een protocol tot wijziging van die overeenkomst (4),

gelet op de artikelen 93 en 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0288/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het initiatief van de Republiek Finland als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Raad de tekst dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het initiatief van de Republiek Finland;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering van de Republiek Finland.

DOOR DE REPUBLIEK FINLAND/DE RAAD VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

ARTIKEL 1, PUNT 4, LETTER B)

Artikel 12, lid 3 (Besluit van de Raad)

„3. Met de analysewerkzaamheden en de verbreiding van analyseresultaten mag onmiddellijk na overleg van het analysebestand worden begonnen in overeenstemming met artikel 12, lid 1 van de Europol-Overeenkomst. Mocht de raad van bestuur de directeur van Europol opdracht geven een aanmaakopdracht te wijzigen of een analysebestand te sluiten dan moeten gegevens die niet in het bestand mogen worden opgenomen of, indien het analysebestand wordt gesloten, alle in het bestand opgenomen gegevens onmiddellijk geschrapt worden.”;

„3. Met de analysewerkzaamheden mag onmiddellijk na overleg van het analysebestand worden begonnen in overeenstemming met artikel 12, lid 1 van de Europol-Overeenkomst. De raad van bestuur zal alleen zijn goedkeuring aan de overdracht van de analyseresultaten hechten nadat het gemeenschappelijk controleorgaan commentaar heeft geleverd op de opening van een dergelijk bestand. Mocht de raad van bestuur de directeur van Europol opdracht geven een aanmaakopdracht te wijzigen of een analysebestand te sluiten dan moeten gegevens die niet in het bestand mogen worden opgenomen of, indien het analysebestand wordt gesloten, alle in het bestand opgenomen gegevens onmiddellijk geschrapt worden.”;

Amendement 2

ARTIKEL 1, PUNT 6

Artikel 15, leden 4 en 5 (Besluit van de Raad)

6) In artikel 15 worden de leden 4 en 5 geschrapt.

Schrappen.


(1)  PB C 41 van 24.2.2007, blz. 5.

(2)  PB C 316 van 27.11.1995, blz. 2.

(3)  PB C 26 van 30.1.1999, blz. 1.

(4)  PB C 2 van 6.1.2004, blz. 1.

P6_TA(2007)0362

Natuurrampen

Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over natuurrampen

Het Europees Parlement,

gelet op artikel 2, 6 en 174 van het EG-Verdrag,

gezien zijn resoluties van 7 september 2006 over bosbranden en overstromingen in Europa (1), 5 september 2002 over overstromingen in Europa (2), 14 april 2005 over de droogte in Portugal (3), 12 mei 2005 over de droogte in Spanje (4), 8 september 2005 over natuurrampen (branden en overstromingen) in Europa (5), en 18 mei 2006 over natuurrampen (bosbranden, droogte en overstromingen) aspecten voor de landbouw (6), in verband met de regionale ontwikkeling (7) en milieuaspecten (8),

gezien de twee gezamenlijke openbare hoorzittingen van zijn Commissie regionale ontwikkeling, zijn Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en zijn Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling over een Europese strategie voor natuurrampen (20 maart 2006), en de Europese noodhulpmacht voor civiele bescherming: Europe aid (5 oktober 2006),

gezien Beschikking 2001/792/EG, Euratom van de Raad van 23 oktober 2001 tot vaststelling van een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming (9) en het binnenkort aan te nemen herschikte besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming, en het standpunt van 24 oktober 2006 van het Parlement daarover (10),

gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (COM(2005)0108) en het standpunt van 18 mei 2006 van het Parlement daarover (11),

gezien het verslag-Michel Barnier van 9 mei 2006, getiteld „Een Europese noodhulpmacht voor civiele bescherming: Europe aid”,

gezien zijn resolutie van 25 april 2007 betreffende het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn over beoordeling en beheer van overstromingsrisico's (12),

gezien Beschikking 2007/162/EG, Euratom van de Raad van 5 maart 2007 tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming (13),

gezien de conclusies van de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken van 12 en 13 juni 2007 over vergroting van de coördinatiecapaciteit van het Centrum voor waarneming en informatie (MIC) in het kader van het communautair mechanisme voor civiele bescherming,

gezien het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van 11 december 1997 van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de ratificatie van het Protocol van Kyoto op 4 maart 2002 door de Gemeenschap,

gezien Verordening (EG) nr. 2152/2003 van 17 november 2003 (Forest Focus-verordening) (14),

gezien punt 12 van de conclusies van de voorzitter van de Europese Raad van 15 en 16 juni 2006 te Brussel betreffende het reactievermogen van de Europese Unie op noodsituaties, crises en rampen,

gezien de mededeling van de Commissie over de aanpak van waterschaarste en droogte in de Europese Unie (COM(2007)0414),

gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.

overwegende dat verwoestende branden en zware overstromingen in de zomer van 2007 dood en verderf hebben gezaaid in geheel Europa, met name in Griekenland en het Verenigd Koninkrijk, waarbij EU-lidstaten, alsmede perifere regio's, vooral Martinique en Guadalupe, die te lijden hadden van de orkaan Dean, en ook kandidaatlanden en de directe buurlanden van de EU getroffen werden; dat er alleen al in juli even veel land in vlammen is opgegaan als gedurende heel 2006 en dat er zich in augustus in Griekenland een grote nationale tragedie heeft voltrokken ten gevolge van één van de dodelijkste bosbrandrampen in de wereld sinds 1871,

B.

overwegende dat er deze zomer in Europa in totaal meer dan 700 000 hectare vegetatie en bos, waaronder gebieden van communautair belang (SCI) van het netwerk NATURA 2000 en andere ecologisch waardevolle gebieden, met onderlinge ecologische verbindingen over heel het rampgebied, in vlammen opgegaan zijn, en dat Griekenland, Italië, Bulgarije, Cyprus, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Spanje (met name de Canarische eilanden en de provincie Castillón), Oekraine, Turkije en Albanië het zwaarst zijn getroffen,

C.

overwegende dat de recente en verwoestende bosbranden in Griekenland meer dan 60 mensenlevens en een groot aantal gewonden geëist hebben, dat er meer dan 250 000 hectare verbrand zijn — duizenden hectare bos en kreupelhout, met verlies aan vee en dierenleven, verwoesting van huizen en eigendommen, en een aantal dorpen die van de kaart geveegd zijn,

D.

overwegende dat op hetzelfde moment andere delen van Europa, met name het Verenigd Koninkrijk, met zware overstromingen te kampen hadden, resulterend in minstens 10 doden en naar schatting vijf miljard EUR schade aan huizen, scholen, infrastructuurvoorzieningen en de landbouw, ontregelingen in de drinkwatervoorziening van meer dan 420 000 mensen, verdrijving van grote aantallen mensen en aanzienlijke verliezen voor bedrijfsleven, landbouw en toeristische industrie; overwegende dat Italië getroffen is door ernstige overstromingen in het centraal gebied van het Noorden, en door droogte en branden in het Zuiden, terwijl er zich een extreme droogte voorgedaan heeft in Oost-Europa, vooral Roemenië,

E.

overwegende dat het communautair mechanisme voor civiele bescherming binnen een periode van twee maanden twaalf maal voor hetzelfde soort noodgeval geactiveerd is, in zeven van de twaalf gevallen gelijktijdig; overwegende dat de bijstand van de lidstaten niet toereikend was om in al die noodgevallen te zorgen voor een snelle, adequate reactie van de civiele bescherming,

F.

overwegende dat met de alsmaar hetere en drogere zomerseizoenen in Zuid-Europa bosbranden en andere lopende vuren een steeds terugkerend verschijnsel zijn, maar toch van jaar tot jaar opvallend variëren in intensiteit en geografische locatie; dat de ontwikkeling van het rampzalig verschijnsel mede wordt beïnvloed door de klimaatverandering en, zoals ook staat in de reeds aangehaalde mededeling van de Commissie, gekoppeld is aan het toenemend aantal hittegolven en droogteperioden; dat investering in de bestrijding van de klimaatverandering daarom ook een investering is in de preventie van catastrofale droogtes en bosbranden, en dat het herstel van de bossen in periodes van droogte, die bovendien steeds langer worden, moeilijker is na een brand, met bodemverschraling als bijkomend risico,

G.

gezien de schadelijke economische en sociale gevolgen van de natuurrampen voor de regionale economie, de productieve bedrijvigheid en het toerisme,

H.

overwegende dat het groot aantal branden van dit jaar in Zuid-Europa en hun omvang door een aantal factoren bepaald worden, o.a. de klimaatverandering, gebrekkige definiëring en onderhoud van bosgebieden, en een samenspel van natuurlijke oorzaken en menselijke onachtzaamheid, maar ook misdadig gedrag, samen met ondoelmatige uitvoering van wetten die illegale bouwactiviteit op verbrande gronden verbieden,

I.

overwegende dat de Europese Unie moet erkennen dat de natuurrampen door droogte en branden in het Middellandse-zeegebied een specifiek karakter hebben en aanpassingen moet aanbrengen in de instrumenten voor preventie, onderzoek, risicobeheersing, bescherming van de burgerbevolking en solidariteit;

1.

betuigt zijn medeleven en grote solidariteit met de nabestaanden van de doden en de inwoners van de getroffen gebieden;

2.

brengt hulde aan de brandweermensen, beroepskrachten en vrijwilligers, die onvermoeibaar hebben gewerkt en hun leven op het spel gezet om branden te blussen, mensen te redden en de schade van de natuurrampen van deze zomer te beperken, en aan de vele individuele burgers die hun best gedaan hebben om hun levensomstandigheden en hun leefomgeving veilig te stellen;

3.

vraagt de Commissie om mobilisatie van het huidig EU-solidariteitsfonds (EUSF) op de meest flexibele wijze, onverwijld en zonder tijdrovende procedures of administratieve belemmeringen; meent dat de noodzakelijke middelen onmiddellijk beschikbaar moeten worden gesteld om het leed te verzachten en tegemoet te komen aan de noden van de slachtoffers van natuurrampen en hun naaste familieleden door middel van het EUSF en andere instrumenten van de Gemeenschap (bijvoorbeeld de structuurfondsen of het Europees landbouw- en plattelandsontwikkelingsfonds — EARDF), en alle mogelijke andere financiële middelen, met inachtneming van de uitvoeringsvoorwaarden voor de fondsen van de Gemeenschap, zoals het partnerschapsprinciep en duurzame ontwikkeling;

4.

verzoekt de Commissie met klem om buitengewone communautaire, met name financiële, steunmiddelen te creëren om steun te verlenen voor het herstel van de gebieden die zware schade hebben geleden, de productiemogelijkheden in de getroffen gebieden te herstellen, de uitbreiding van de werkgelegenheid weer op gang te brengen en de nodige maatregelen te treffen om de sociale kosten door verlies aan werkgelegenheid en andere bronnen van inkomsten te compenseren;

5.

benadrukt dat de procedure om toegang te krijgen tot EU-middelen voor het herstel van landbouwgronden na overstromingen en branden moet worden versneld en dat er meer financiële middelen beschikbaar gesteld moeten worden voor bescherming tegen overstromingen; vraagt de Commissie en de lidstaten om een overzicht van de beste werkwijzen op te maken en voor elke partij beschikbaar te stellen, met inachtneming van de laatste stand van het onderzoek naar het toegenomen gevaar voor overstromingen en bosbranden als gevolg van de gebruikswijze van land en woongebieden en de droogleggingstechnieken; dringt er bij de lidstaten op aan om voor zover mogelijk natuurlijke afvloeiing en waterbehoud in het milieu te bevorderen en tegelijk de mogelijkheden tot beheersing van overstromingsgevaar en de afvloeiingsvoorzieningen uit te breiden om de schade door uitzonderlijk zware regenval te beperken;

6.

betuigt zijn erkentelijkheid voor de solidariteit van de Europese Unie, de lidstaten en andere landen bij de hulpverlening aan de getroffen gebieden bij bosbranden, door vliegtuigen, brandbestrijdingsapparatuur en expertise beschikbaar te stellen, en voor de lofwaardige hulpverlening aan de autoriteiten en reddingsdiensten; meent dat de omvang en weerslag van dit soort fenomenen dikwijls het regionaal en nationaal vlak en de overeenkomstige mogelijkheden overstijgen en dringend een daadwerkelijke Europese inzet vergen;

7.

erkent de bijdrage van het Centrum voor waarneming en informatie (MIC) aan de ondersteuning en vergemakkelijking van het mobiliseren en coördineren van de hulp van de civiele bescherming in de noodsituaties; constateert echter dat de middelen van de lidstaten om bosbranden, speciaal vanuit de lucht, te bestrijden beperkt zijn en dat het voor de lidstaten niet altijd mogelijk is om hulp aan te bieden als de hulpmiddelen voor het eigen land nodig zijn; stelt daarom vast dat sommige lidstaten minder hulp dan andere ontvangen hebben en voor hulpverlening op bilaterale overeenkomsten met landen van buiten de EU hebben moeten vertrouwen; betreurt dan ook dat in een aantal gevallen de Europese Unie als zodanig geen blijk van voldoende solidariteit gegeven heeft;

8.

dringt er bij de Raad met de meeste nadruk op aan om onverwijld tot een besluit over de nieuwe solidariteitsfondsverordening te komen, gelet op het feit dat het Parlement zijn standpunt reeds in mei 2006 heeft aangenomen; acht de vertraging die de Raad in dit geval veroorzaakt heeft, onaanvaardbaar; meent dat het met de nieuwe verordening, die onder meer de drempels voor beroep op het solidariteitsfonds van de EU verlaagt, mogelijk zal zijn om schade effectiever, flexibeler en op tijd op te vangen; dringt er bij het Portugese voorzitterschap en de ministers van financiën, milieu, landbouw en regionale ontwikkeling van de EU op aan om onverwijld snelle en krachtige maatregelen te nemen; stelt daarom voor om een buitengewone gezamenlijke Raadsbijeenkomst van de bevoegde ministers te beleggen, in aanwezigheid van waarnemers van het Europees Parlement en de Commissie;

9.

dringt aan op oprichting van een Europese noodhulpmacht die onmiddellijk op noodsituaties zou kunnen reageren, zoals voorgesteld in het verslag van Europees commissaris Barnier, en betreurt het gebrek aan respons en follow-up; onderstreept ook de noodzaak om door te gaan met de ontwikkeling van een snelle reactiecapaciteit die gebaseerd is op de mechanismen voor civiele bescherming van de lidstaten, zoals gevraagd door de Europese Raad van 16 en 17 juni 2006 in Brussel; verzoekt de Commissie om een concreet voorstel ter zake te ontwikkelen; benadrukt de rol van de lidstaten en hun plaatselijke overheden in de doeltreffende voorkoming en bestrijding van vuurhaarden;

10.

dringt er bij de Commissie op aan om van de lidstaten informatie te vragen over de bestaande operationele programma's tegen natuurrampen, alsmede over hun ervaringen bij de uitvoering van die programma's, en de doeltreffendheid van de voorkoming, paraatheid en tegenmaatregelen na te gaan, teneinde ervaringen uit te wisselen en conclusies te trekken inzake spoedmaatregelen, de coördinatie van bestuurlijke en operationele organen en de beschikbaarheid van de nodige personele en materiële middelen; verzoekt de Commissie om na te gaan welke mogelijkheden er bestaan tot samenwerking met de buurlanden van de EU en andere derde landen bij de bestrijding van rampzalige branden, uitwisseling van optimale praktijken en capaciteiten tijdens de gevaarlijke zomermaanden om beter voorbereid te zijn op de zomer van 2008;

11.

is van mening dat de ervaring van de afgelopen jaren en het recent verleden duidelijk leert dat voorbereiding en reactievermogen van de civiele bescherming van de Gemeenschap op bosbranden en andere lopende vuren verbeterd moeten worden en dringt er bij de Commissie met nadruk op aan om een initiatief in die zin te nemen;

12.

vraagt de Commissie om zich te buigen over mogelijkheden om op vooraf overeengekomen voorwaarden toegang te krijgen tot aanvullende capaciteit om snel te reageren op grootschalige noodsituaties die door anderen, waaronder de commerciële markt, beschikbaar zou kunnen worden gesteld; suggereert om de kosten van een dergelijke capaciteit op afroep door middel van het financieringsinstrument voor civiele bescherming te dekken;

13.

verheugt zich over de recente Beschikking 2007/162/EG van de Raad van 5 maart 2007 tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming en meent dat de acties die steun in het kader van dit instrument ontvangen, moeten zorgen voor zichtbare uiting van de Europese solidariteit en een verdere Europese toegevoegde waarde moeten verlenen aan doeltreffende aanpak van natuurrampen; maakt zich echter ongerust dat het voor dit instrument gereserveerd bedrag onvoldoende is voor doeltreffende uitvoering van zijn ruim toegemeten taken;

14.

beklemtoont de noodzaak van betere maatregelen voor de preventie van natuurrampen en kijkt daarbij reikhalzend uit naar de publicatie in 2008 van twee studies van de Commissie over de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie voor de preventie van natuurrampen; stelt verder voor dat de Commissie nagaat of de open coördinatiemethode gebruikt kan worden om natuurrampen te voorkomen door algemene zorg voor het grondgebied om de retentietijd van watermassa's te verhogen, en algemene zorg voor bosgebieden om de brandbelasting en de verspreiding en uitbreidingsnelheid van branden zo veel mogelijk te verminderen; wijst erop dat de teruggewonnen biomassa de economische uitvoerbaarheid van de operatie kan helpen bewerkstelligen;

15.

dringt er bij de Commissie op aan om meer onderzoek te doen naar mogelijkheden om de methoden en materialen voor bosbrandpreventie en -bestrijding te verbeteren, en de planning en ruimtelijke ordening kritisch te onderzoeken; verzoekt de lidstaten krachtige maatregelen te nemen om hun wetgeving ter bescherming van de bossen te verbeteren en uit te voeren en om af te zien van commercialisering, verandering van bestemming en privatisering, zodat wederrechtelijke inbezitneming en speculatie worden beperkt; verzoekt om alle beschikbare know-how in de EU, waaronder satellietsystemen, voor dit doel aan te wenden;

16.

betreurt dat zo veel van de bosbranden door brandstichting ontstaan blijken en is bijzonder bezorgd dat bosbranden in Europa steeds meer aan brandstichtingsdelicten toe te schrijven zijn; verzoekt de lidstaten om de straffen op misdrijven die het milieu schaden en met name het veroorzaken van bosbranden aan te scherpen en denkt dat prompt en doeltreffend onderzoek ter vaststelling van de verantwoordelijkheden, gevolgd door passende strafmaatregelen, nalatigheden en opzettelijke gedragingen zullen ontmoedigen;

17.

maakt zich zorgen over het toenemend aantal door extreme weersomstandigheden veroorzaakte rampen, die volgens deskundigen hoofdzakelijk toe te schrijven zijn aan de klimaatverandering door de opwarming van de aarde; dringt er dan ook bij de lidstaten op aan om het nodige te doen om de Kyotodoelstellingen te halen en vraagt de Commissie om initiatieven te ontplooien die naleving van de toezeggingen van Kyoto waarborgen en follow-up garanderen; roept de Commissie en alle belanghebbende publieke autoriteiten op om bij het vaststellen van de budgetten en reservemiddelen voor de hulpdiensten rekening te houden met de klimaatverandering en de toegenomen kans op rampen zoals overstromingen en bosbranden;

18.

verzoekt de Commissie om te blijven samenwerken met nationale autoriteiten bij het uitstippelen van beleid dat de ecologische gevolgen van branden zoveel mogelijk beperkt; vraagt een herbebossingsbeleid dat van eerbied voor biologische en klimatologische en milieukenmerken uitgaat; beklemtoont de noodzaak van het verzamelen en opslaan van gegevens over de natuurlijke hulpbronnen van alle lidstaten door het instellen van „Groene Nationale Rekeningen” in de vorm van een voor alle burgers toegankelijke databank;

19.

benadrukt dat er bij natuurrampen bij elke aanwending van de civiele beschermingsregelingen speciale zorg aan de speciale behoeften van personen met een handicap te besteden is;

20.

meent dat maatregelen voor de vrijwillige civiele bescherming onverwijld dienen te worden bevorderd en gesteund, waaronder elementaire opleiding en uitrusting, zo mogelijk met toepassing van geavanceerde technologie, aangezien het een van de belangrijkste middelen is waarover de lidstaten beschikken als ze moeten optreden in noodsituaties tengevolge van natuurrampen; vraagt de Europese Unie en haar lidstaten om de samenleving het bewustzijn van de waarde van ons bosbezit, zijn rijkdommen en de voordelen van zijn behoud bij te brengen en voor actieve deelname van het maatschappelijk middenveld te zorgen door georganiseerd vrijwilligerswerk of andere methoden;

21.

meent dat een voorafgaande voorwaarde voor de bescherming en plaatselijke verzorging van bosgebieden de programmering op lange termijn en uitvoering van regionale en plattelandsontwikkelingsplannen is, die de ontvolking van plattelandsgebieden tegengaat, nieuwe en gedifferentieerde inkomstenbronnen op het platteland tot stand brengt, vooral voor de jongere generatie, en de noodzakelijke gemoderniseerde infrastructuur opricht om op het platteland blijvend toerisme en dienstverlening aan te trekken;

22.

benadrukt dat natuurrampen en met name bosbranden dit jaar een grote bedreiging zijn geweest voor monumenten en plaatsen van oudheidkundige betekenis die van groot belang voor het Europees cultureel erfgoed zijn; onderstreept daarbij de bedreiging van het oude Olympia, waar de Olympische spelen ontstaan zijn, en zijn museum, vooral als monument van het werelderfgoed; vraagt dat er onmiddellijk middelen ter beschikking gesteld worden om herstelwerkzaamheden uit te voeren als plaatsen die tot het Europees erfgoed behoren, door de aanhoudende bosbranden beschadigd worden;

23.

dringt er bij de lidstaten op aan om te zorgen dat alle verbrande bosgebieden bos blijven en onder herbebossingsprogramma's vallen, ook met verplicht opgelegde voorwaarden, en dat er geen veranderingen in de ruimtelijke ordening toegestaan worden, om doeltreffende wetgeving op bescherming en degelijke ruimtelijke ordening uit te voeren, o.a. duurzame land- en bosbouwmethoden, watergebruik en doeltreffende beheersing van de gevaren, en om onmiddellijk een uitgebreide beleidsvoering uit te stippelen om het toerisme en de plaatselijke economische activiteiten te herstellen;

24.

vraagt de Commissie om toezicht te houden op degelijke, doelmatige en daadwerkelijke gebruikmaking van alle noodfondsen die de lidstaten ter beschikking gesteld worden om de gevolgen van de natuurrampen te bestrijden, en roept de lidstaten op te zorgen voor terugbetaling bij oneigenlijk gebruik van steunverlening door de Gemeenschap, bijvoorbeeld als herbebossingsplannen niet uitgevoerd worden, en voor de actualisering van het kadaster;

25.

spreekt zijn afkeuring uit over de legaliseringspraktijk voor illegale bouwactiviteiten in beschermde gebieden, over het algemeen zonder vergunning, en dringt erop aan om alle pogingen om de beschermingvan bosgebieden te verminderen door middel van wijzigingen in de Griekse grondwet (artikel 24) onmiddellijk te staken;

26.

stelt voor om een delegatie van het Parlement naar de landen te sturen die het ergst door de recente natuurrampen getroffen zijn, om de bevolking zijn solidariteit te betuigen, de omvang van de verwoesting aan menselijk leven, eigendommen, sociale weefsels, milieu en economie vast te stellen en bruikbare conclusies voor betere preventie en doeltreffender optreden in antwoord op vergelijkbare uitzonderingstoestanden in de Europese Unie in de toekomst te trekken;

27.

verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie en de parlementen en regeringen van de lidstaten.


(1)  PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 240.

(2)  PB C 272 E van 13.11.2003, blz. 471.

(3)  PB C 33 E van 9.2.2006, blz. 599.

(4)  PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 414.

(5)  PB C 193 E van 17.8.2006, blz. 322.

(6)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 363.

(7)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 369.

(8)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 375.

(9)  PB L 297 van 15.11.2001, blz. 7.

(10)  PB C 313 E van 20.12.2006, blz. 100.

(11)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 331.

(12)  Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0143.

(13)  PB L 71 van 10.3.2007, blz. 9.

(14)  PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1.

P6_TA(2007)0363

Betere regelgeving in de Europese Unie

Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over betere regelgeving in de Europese Unie (2007/2095(INI))

Het Europees Parlement,

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 oktober 2000 over het verslag van de Commissie aan de Europese Raad: „De wetgeving verbeteren 1998 — Een gedeelde verantwoordelijkheid” en „De wetgeving verbeteren 1999” (1),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 29 november 2001 over het Witboek van de Commissie over Europese governance (2),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 april 2003 over de verslagen van de Commissie „De wetgeving verbeteren 2000” en „De wetgeving verbeteren 2001” (3),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 februari 2004 over het verslag van de Commissie „Een betere wetgeving 2002” (4),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2004 over de mededeling van de Commissie over de vereenvoudiging en verbetering van de communautaire regelgeving (5),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 april 2004 over de toetsing van de impact van de communautaire regelgeving en de raadplegingsprocedures (6),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over een strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving (7),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 de wetgeving verbeteren 2004: toepassing van het subsidiariteitsbeginsel — 12e jaarverslag (8),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over het resultaat van de screening van wetgevingsvoorstellen die bij de wetgever hangende zijn (9),

gezien de mededeling van de Commissie van 14 november 2006 aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — ’Betere regelgeving in de Europese Unie: Een strategische evaluatie’ (COM(2006)0689),

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0273/2007),

A.

overwegende dat realisering van de doelstelling „Betere Regelgeving” een van de belangrijkste prioriteiten is voor de Europese Unie, want maximalisering van de voordelen van moderne, rationele en doelmatige wetgeving met minimalisering van de kosten daarvan levert het hoogste niveau op van productiviteit, groei, aanvaarding en daarmee uiteindelijk ook van werkgelegenheid in heel Europa,

B.

overwegende dat the Commissie in haar bovengenoemde mededeling van 14 november 2006 een analyse geeft van de vooruitgang die op gebied van betere regelgeving is bereikt, naast een overzicht van de nog wachtende opgaven, waarbij zij aanwijst wat er op zowel Europees als nationaal niveau nog moet gebeuren, en daarmee een algehele benadering kiest die erop is gericht de communautaire en de nationale wetgeving gemakkelijker toepasbaar en daarmee minder begrotelijk te maken,

C.

overwegende dat deze benadering, die voor de Commissie, de Raad en het Europees Parlement een bruikbaar instrument is voor de realisering van de Lissabon-strategie, een nauwe partnerschap op dit gebied vereist, in de eerste plaats tussen de Europese instellingen en vervolgens tussen die instellingen en de nationale autoriteiten,

D.

overwegende dat de Commissie in deze mededeling voorstelt het onderzoek van effectbeoordelingen grondiger aan te pakken, door de oprichting van een onafhankelijke Impact Assessment Board (effectbeoordelingscomité) onder het gezag van de voorzitter van de Commissie, en zich verbindt tot meer preventief optreden, waarbij zij in een vroeg stadium met de lidstaten overleg wil plegen om de correcte omzetting van belangrijke richtlijnen te vergemakkelijken,

E.

overwegende dat volgens de Commissie het Europees Parlement en de Raad voor een meer systematische effectbeoordeling van ingrijpende amendementen op haar voorstellen moeten zorgen, en meer prioriteit moeten geven aan in behandeling zijnde vereenvoudigingsvoorstellen, aan codificatie en aan intrekking van achterhaalde wetgeving,

F.

overwegende dat de Commissie voorstelt dat de lidstaten op hun beurt raadplegingsmechanismen en vereenvoudigingsprogramma's, voorzover nog niet voorhanden, ontwikkelen en handhaven, en een meer systematische beoordeling van de economische, sociale en ecologische effecten toepassen, en voor een betere toepassing van het Gemeenschapsrecht zorgen,

G.

overwegende dat het bij betere regelgeving niet uitsluitend gaat om het terugdringen van bureaucratie, vermindering van administratieve lasten, vereenvoudiging van bestaande wetgeving of deregulering, maar dat er ook voor moet worden gezorgd dat alle relevante overheids- en niet-overheidsactoren op alle niveaus worden betrokken bij het wetgevingsproces en dat er een nauw partnerschap wordt opgezet tussen de Europese instellingen en de nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten teneinde wetgeving van hoge kwaliteit te kunnen leveren,

H.

overwegende dat elke bestuurslaag zich voor betere regelgeving moet inzetten, wil men tot vermindering van de administratieve lasten komen,

I.

overwegende dat plaatselijke en regionale autoriteiten vaak tot taak krijgen EU-wetgeving uit te voeren en te handhaven,

J.

overwegende tenslotte dat de Commissie voorstelt dat de Europese Unie en de lidstaten een ambitieuze strategie opzetten teneinde de administratieve lasten te verminderen die uit zowel de Europese als de nationale wetgeving voortvloeien, en dat de gezamenlijke doelstelling op dit punt tegen 2012 zou moeten worden gerealiseerd,

1.

ondersteunt ten volle het proces van Betere regelgeving met het oog op een grotere doeltreffendheid, efficiëntie, samenhang, controleerbaarheid en transparantie van de EU- wetgeving; onderstreept echter dat hierbij aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan:

i)

volledige en gezamenlijke betrokkenheid van de Raad, de Commissie en het Europees Parlement;

ii)

brede en transparante raadpleging van alle belanghebbenden, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties;

iii)

aanscherping van de verantwoordingsplicht van de Europese instellingen voor het regelgevingsproces en van de algemene transparantie van dat proces, met name door de vergaderingen van de Raad toegankelijk te maken voor het publiek indien de Raad optreedt in zijn hoedanigheid van wetgever;

iv)

bij de vereenvoudiging moet op voet van gelijkheid rekening worden gehouden met economische, sociale, milieu- en gezondheidsoverwegingen, en mag niet alleen op de korte termijn worden gedacht;

v)

het vereenvoudigingsproces mag in geen geval leiden tot minder strenge normen dan in de huidige wetgeving;

2.

steunt het streven van de Commissie naar betere regelgeving en verlichting van de administratieve lasten; ziet de maatregelen die de Commissie in haar mededeling schetst als een duidelijk blijk van dit permanente streven, maar is van oordeel dat op een aantal terreinen nog meer gedaan moet worden om maximaal economisch profijt te kunnen trekken van de internemarktregelgeving;

3.

vraagt de Commissie dringend al het nodige te doen om het bestand aan bestaande gemeenschapswetgeving te stroomlijnen en te moderniseren met behulp van een adequate vereenvoudigingsstrategie, waarbij de lidstaten en belanghebbenden op gepaste wijze betrokken zijn; stelt echter nogmaals dat het doel van betere regelgeving weliswaar alle Europese instellingen aangaat, maar dat de belangrijkste rol bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen van goede kwaliteit, waarmee het hele vereenvoudigingsproces eigenlijk begint, aan de Commissie toekomt;

4.

verzoekt de Commissie meer aandacht te geven aan de toepassing, follow-up en evaluatie van de Gemeenschapswetgeving, als een essentieel onderdeel van het „Beter wetgeven”-proces;

5.

is het met de Commissie eens dat betere wetgeving niet bereikbaar is zonder een algeheel beeld van de economische, sociale, ecologische, gezondheidskundige en internationale effecten van elk wetgevingsvoorstel; stelt zich daarom geheel achter de oprichting, binnen de Commissie, van een onafhankelijke Impact Assessment Board (effectbeoordelingscomité) onder het gezag van de voorzitter van de Commissie, teneinde toe te zien op de toepassing van deze beginselen bij het opstellen van de effectbeoordelingen door het bevoegde personeel van de Commissie;

6.

benadrukt evenwel dat teneinde een minimumniveau aan onafhankelijk toezicht op het opstellen van effectbeoordelingen te garanderen, er een onafhankelijk panel van deskundigen moet worden opgericht om door middel van steekproeven toe te zien op de kwaliteit van de adviezen die door de Impact Assessment Board worden afgegeven, en dat vertegenwoordigen van belanghebbenden eraan moeten kunnen deelnemen;

7.

acht het noodzakelijk dat de Impact Assessment Board de hantering van een gemeenschappelijke methodologie voor alle effectbeoordelingen waarborgt, ter vermijding van tegenstrijdige aanpak en vergemakkelijking van de vergelijkbaarheid;

8.

wenst op gezette tijden te worden geïnformeerd over de besluiten van de „Impact Assessment Board” (een onafhankelijk effectbeoordelingscomité) onder toezicht van de voorzitter van de Commissie met het oog op een transparante dialoog tussen de beide instellingen;

9.

vraagt de Commissie om voor effectbeoordelingen te zorgen die voldoende scenario's en beleidsopties bieden (desnoods ook „stilzit”-opties) als basis voor kosteneffectieve, duurzame en sociaal aanvaardbare oplossingen;

10.

staat erop dat bij elke effectbeoordeling naar behoren wordt gelet op alle mogelijke significante effecten van een beleidsvoorstel op de maatschappij, het milieu, de economie en bovendien dat, vooral indien dit mogelijk is en consistent met de wetgeving in kwestie, er bij effectbeoordelingen eveneens naar behoren wordt gelet op alle mogelijke significante effecten voor kwetsbare of minderheidsgroepen alsmede op aspecten van gender mainstreaming en andere gevoelige doelgroepen, bijvoorbeeld etnische minderheden, opvoedende ouders, bejaarden en chronisch zieken en mensen met een handicap („sociale benchmarking”);

11.

verzoekt de Commissie om alle relevante betrokken partijen, met name nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten, te raadplegen tijdens de voorbereidingen van effectbeoordelingen, opdat plaatselijke of regionale verschillen op adequate wijze in aanmerking kunnen worden genomen, en om het Parlement, het Comité van de Regio's en alle relevante regionale en plaatselijke overheidsorganen tijdig in kennis te stellen van de resultaten van de effectbeoordeling;

12.

is van mening dat met het oog daarop alle belanghebbenden in alle fasen moeten worden geraadpleegd, waarbij voor openbare hoorzittingen meer gebruik zou kunnen worden gemaakt van de website van de Commissie, omdat de uitslag daarvan anders wellicht te ongewis wordt, en door middel van nieuwe en beter gestructureerde raadplegingsmethoden, zoals aangegeven in de mededeling van de Commissie „Naar een krachtige cultuur van raadpleging en dialoog — Algemene beginselen en minimumnormen voor raadpleging van de betrokken partijen door de Commissie” (COM(2002)0704); is van mening dat, in dit verband, de Commissie maximale transparantie in acht moet nemen door de reacties van belanghebbendepartijen te publiceren;

13.

benadrukt dat het Parlement en de Raad systematischer effectbeoordelingen van substantiële wijzigingen van voorstellen van de Commissie dienen uit te voeren;

14.

vraagt de Commissie dringend nader aan te geven in welk stadium de nog niet gepubliceerde effectbeoordelingen verkeren, door te vermelden of die beoordelingen nog hangende zijn dan wel ingetrokken, uitgesteld of om andere reden herstart enz., en de belanghebbenden over de nog aanhangige beoordelingen te raadplegen;

15.

staat erop dat de lidstaten een effectbeoordeling voorleggen voor initiatieven van hun kant op gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, op grond van artikel 34, lid 2 EU-Verdrag; is van mening dat de lidstaten zich moeten verbinden tot erkenning van een werkelijke verplichting op dit punt;

16.

steunt het streven van de Commissie om in behandeling zijnde voorstellen regelmatig te onderzoeken en eventueel in te trekken; houdt evenwel staande dat deze operatie moet worden bezien in het licht van de in de Verdragen vastgelegde prerogatieven die de verschillende gemeenschapsinstellingen bij het wetgevingsproces hebben, en met inachtneming van het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen;

17.

pleit voor regelgeving die op beginselen gebaseerd is en voor gerichtheid op kwaliteit in plaats van kwantiteit; beschouwt de discussie over betere regelgeving als een gelegenheid voor bezinning over regelgeving als proces om duidelijk omschreven beleidsdoelen te bereiken door alle belanghebbenden bij alle fasen van het proces te betrekken, van de voorbereidingsfase tot de handhavingsfase;

18.

beschouwt de ervaring met de Lamfalussy-procedure op het gebied van de regulering van de financiële markten en de dialoog tussen regelgevers en marktdeelnemers in het bijzonder als een nuttig voorbeeld voor een dynamisch regelgevingsproces;

19.

beschouwt de Lamfalussy-procedure als een bruikbaar instrument; acht afstemming van toezichtpraktijken essentieel; spreekt zijn waardering uit voor het werk van de comités van niveau 3 en onderschrijft hun pleidooi voor een adequaat instrumentarium; is van oordeel dat voldoende speelruimte voor de toezichthouders de regelgeving van veel beslommeringen rond detailkwesties kan ontdoen en tot adequate regels voor een dynamische markt kan leiden; wijst er echter op dat de politieke verantwoordelijkheid inzake de einddoelstellingen hierdoor niet mag worden weggenomen; beklemtoont dat de wetgevers het proces nauwlettend in het oog moeten houden en dat de bevoegdheden van het Parlement in het wetgevingsproces ten volle geëerbiedigd moeten worden;

20.

is van mening dat de Commissie de relevantie van wetgeving in wording permanent en niet alleen maar bij haar ambtsaanvaarding moet beoordelen en dat zij voorstellen die niet meer relevant zijn moet intrekken, waarbij speciale aandacht moet uitgaan naar voorstellen die al enige tijd in de maak zijn;

21.

beklemtoont dat vereenvoudiging ook vereist is in de contacten tussen de Commissie en de burgers, bijv. op het gebied van overheidsopdrachten, financiële diensten, onderzoeksprogramma's, regels inzake staatssteun en subsidieaanvragen;

22.

is het in principe eens met de snellere goedkeuring van hangende vereenvoudigingsvoorstellen, maar acht het noodzakelijk om geval per geval te bekijken of een voorstel ruimere implicaties heeft, en derhalve meer tijd vereist;

23.

is zich ervan bewust dat het wetgevingswerk binnen de Unie op een systematischer manier kan worden aangepakt; verzoekt de Commissie derhalve haar werkmethoden en organisatie te herzien, en te kiezen voor een horizontale aanpak van bepaalde kwesties, met het doel een grotere samenhang te verzekeren, mogelijke synergieën te benutten en tegenstrijdigheden te voorkomen;

24.

is van mening dat de Commissie rekening moet houden met de standpunten van het Parlement wanneer zij hangende voorstellen intrekt, teneinde het nodige vertrouwen tussen de Commissie en het Parlement te handhaven;

25.

is verheugd over de mededeling van de Commissie waarmee 68 voorstellen zijn ingetrokken die zij niet verenigbaar acht met de Lissabonstrategie en de beginselen van betere regelgeving, maar betreurt dat de Commissie het voorstel voor een richtlijn betreffende het statuut van de Europese onderlinge maatschappij heeft ingetrokken, terwijl dit een van de essentiële onderdelen van de Lissabonstrategie is, en verzoekt de Commissie dan ook nog in 2007 een initiatief te ontplooien om het statuut van de Europese onderlinge maatschappij en de Europese vereniging te formuleren;

26.

beseft dat Raad en Parlement moeten nagaan wat de gevolgen van ingrijpende amendementen hunnerzijds zullen zijn voor de effectbeoordeling van de Commissie; dringt aan op kosten-batenanalyses waarin de complexe kostenstructuur van de regelgeving beter tot uiting komt wanneer richtlijnen via nationale regelgeving geïmplementeerd worden en het nationale regelgevingskader waarbinnen bedrijven en personen werken veranderd wordt; dringt aan op transparantie van en onafhankelijk toezicht op de uitvoering van effectbeoordelingen onder volledige verantwoordelijkheid van de wetgevers in het kader van hun beleidsprioriteiten;

27.

verleent zijn volle steun aan elke inspanning van de Commissie die gericht is op een krachtiger handhaving van het gemeenschapsrecht over de gehele lijn, door middel van meer preventief optreden, dat gepaard moet gaan met overleg met de lidstaten in een vroeg stadium, om de correcte omzetting van belangrijke richtlijnen te vergemakkelijken, en acht het aan te bevelen dat het Europees Parlement naar behoren wordt betrokken bij zulke initiatieven;

28.

is van mening dat de Commissie, bij haar toezicht op de toepassing van het gemeenschapsrecht door de lidstaten, die lidstaten ook moet verplichten en niet alleen maar vragen om concordantietabellen en omzettingsnota's te overleggen, met name om de respectieve nationale omzettingsprocedures voor richtlijnen te kunnen controleren; is van mening dat de Commissie bij de lidstaten moet aandringen op invoering van een gemeenschappelijke referentiemethode;

29.

is van mening dat de nadruk op het belang van de effectbeoordelingen niet mag leiden tot een situatie bij de Commissie waarin middelen die bestemd zijn voor het toezicht op de juiste omzetting van het Gemeenschapsrecht en de behandeling van inbreukprocedures worden herbestemd voor de effectbeoordelingen; dringt aan op de noodzaak om de middelen die bestemd zijn voor het effectieve toezicht op de toepassing van het Gemeenschapsrecht te vermeerderen;

30.

betreurt dat de lidstaten veelal hun toevlucht nemen tot „vergulden” en verzoekt de Commissie na te gaan welke nadere maatregelen daartegen geboden zijn, zoals de invoering van een direct klaagrecht voor burgers; verlangt dat er „vervolg-effectbeoordelingen” komen om in kaart te brengen hoe besluiten in de lidstaten en op lager niveau feitelijk ten uitvoer worden gelegd; steunt het toegenomen gebruik, waar passend, van verordeningen;

31.

wijst andermaal op het belang van een verstandig gebruik van „sunset clauses” om te bereiken dat de regelgeving relevant blijft;

32.

houdt staande dat de Commissie in elk wetgevingsvoorstel dat zij indient, onduidelijke en overbodige uitdrukkingen dient te vermijden en bij voorkeur gewone en gebruikelijke taal moet bezigen, met behoud van de nodige terminologische nauwkeurigheid en rechtszekerheid; meent met name dat de gewoonte van onbegrijpelijke afkortingen en overmatig gebruik van onnodige citaten moet worden losgelaten; spoort alle bestuurslagen aan zich zo mogelijk van heldere taal te bedienen die voor burgers gemakkelijk te begrijpen is;

33.

verzoekt de Commissie er bij de ontwikkeling van betere regelgeving op toe te zien dat nieuwe verordeningen en de handhaving daarvan consistent, controleerbaar, transparant en begrijpelijk zijn voor belanghebbenden en begunstigden;

34.

verzoekt de Commissie in het geval van verordeningen ten behoeve van de lidstaten, regionale en plaatselijke autoriteiten en gespecialiseerde agentschappen vooraf oriëntatienota's betreffende de tenuitvoerlegging op te stellen;

35.

geeft nogmaals krachtige uitdrukking aan zijn standpunt dat betere regelgeving altijd de volledige betrokkenheid van het Parlement veronderstelt, als instelling in het interinstitutionele debat en als medewetgever bij de vaststelling van de aan de medebeslissing onderworpen wetgeving; benadrukt tevens dat het Parlement altijd de mogelijkheid behoudt om de juiste keuze van het vast te stellen rechtsinstrument (verordening, richtlijn of besluit) te onderzoeken, en/of te beoordelen of het gewenst is een beroep te doen op alternatieve regelgevingsmethoden;

36.

beveelt de Commissie aan alternatieven voor regelgeving ter verbetering van het functioneren van de interne markt zoals zelfregulering en wederzijdse erkenning van nationale regels te onderzoeken, met dien verstande dat zulks de democratische controle door het Europees Parlement en de parlementen van de lidstaten niet mag verhinderen; wijst erop dat de communautaire regelgeving gezien moet worden in de context van internationale concurrentie en globalisering;

37.

meent dat de nieuwe comitologieregels die de toetsing door het Parlement en de Raad van de uitvoerende bevoegdheden van de Commissie versterken, nog een extra manier opleveren voor vereenvoudiging van de gemeenschapswetgeving, aangezien dank zij die regels vergaande regelgevende bevoegdheden inzake niet-essentiële en technische details aan de Commissie kunnen worden overgedragen, zodat het Parlement en de Raad hun wetgevende werkzaamheden kunnen concentreren op meer wezenlijke bepalingen;

38.

stemt in met de conclusies van de zitting van de Europese Raad in het voorjaar van 2007 op het vlak van betere regelgeving, vooral met het besluit dat de administratieve lasten voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) ten gevolge van EU-wetgeving in 2012 met 25 % verlaagd moeten zijn; meent dat dit moet leiden tot een intelligenter, doeltreffender en gebruikersgerichter wetgeving, waarin overbodige lasten voor het MKB worden verminderd, zonder dat de normen in de huidige wetgeving worden afgezwakt; steunt met name het besluit van de Europese Raad om de lidstaten te verzoeken uiterlijk in 2008 nationale streefcijfers vast te stellen en verzoekt de Commissie en de lidstaten homogene toezichtmechanismen te formuleren waarmee dat proces in de lidstaten op nationaal, regionaal en lokaal vlak daadwerkelijk kan worden uitgevoerd;

39.

verzoekt de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen over hetgeen zij heeft bereikt en hetgeen zij nog voorheeft te bereiken terzake van de beloofde administratieve lastenverlichting;

40.

verzoekt de Commissie om in samenwerking met de Raad en het Europees Parlement institutionele hervormingen in de Gemeenschap door te voeren die tot grotere besparingen kunnen bijdragen, en die de samenwerking tussen de instellingen met het oog op betere en slimmere wetgeving kunnen vergemakkelijken;

41.

verzoekt de Commissie om bij haar verdere werkzaamheden met het oog op betere regelgeving rekening te houden met de resultaten van de studie over het vereenvoudigingsproces „Vereenvoudiging van het EU-milieubeleid” (10), waarom de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid heeft verzocht;

42.

uit zijn bezorgdheid over de uitkomst van verschillende onafhankelijke studies (11) dat de richtsnoeren van de Commissie over effectbeoordeling door de DG's van de Commissie niet ten volle worden nageleefd, dat de beoordeling en inschatting van economische gevolgen voorrang heeft gekregen op de beoordeling van ecologische, sociale en internationale gevolgen, dat de kosten van de wetgeving aanzienlijk meer worden beoordeeld dan de voordelen, en dat kortetermijnoverwegingen de bovenhand halen op de lange termijn; verwelkomt het voornemen van de Commissie om een effectbeoordelingscomité op te richten en een externe controle van het effectbeoordelingssysteem van de Commissie te laten verrichten; meent dat beide projecten ertoe zullen bijdragen dat de bovengenoemde aanhoudende tekortkomingen eindelijk worden weggewerkt;

43.

ondersteunt de conclusie van de studie „Vereenvoudiging van het EU-milieubeleid” dat effectbeoordeling van essentieel belang kan zijn om tot betere wetgeving te komen en dat de kwaliteit van sommige van deze effectbeoordelingen moet worden verbeterd; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen:

dat voldoende tijd en financiële middelen voor deze beoordelingen worden uitgetrokken;

dat economische, sociale, ecologische en gezondheidsaspecten bij effectbeoordelingen evenveel aandacht krijgen, zowel op korte als op lange termijn;

dat bij effectbeoordelingen niet alleen rekening wordt gehouden met de kosten van maatregelen, maar ook met de kosten van het niet aanpakken van problemen op het gebied van milieu, volksgezondheid of voedselveiligheid;

dat de effectbeoordeling transparant is en dat alle belanghebbende partijen hierbij aan bod komen;

dat de opzet van effectbeoordelingen ruim genoeg is en rekening houdt met de verschillende omstandigheden in de lidstaten;

erkent dat effectbeoordelingen ook een essentiële rol kunnen spelen ingeval door het Europees Parlement of de Raad voorgestelde amendementen potentieel een aanzienlijke impact hebben;

44.

verzoekt de Commissie informatie-uitwisseling aan te moedigen over beste praktijken in verband met de vereenvoudiging van het EU-milieubeleid in de lidstaten, zoals:

het gebruik van informatietechnologie om de administratieve lasten te verminderen;

de vereenvoudiging en samenvoeging van vergunningsregelingen en licentieovereenkomsten, met eerbiediging van de milieu- en gezondheidsnormen;

de vereenvoudiging en samenvoeging van vereisten inzake toezicht en rapportage, inclusief risicobeoordeling, met eerbiediging van de beginselen van transparantie en doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving;

45.

verzoekt de lidstaten mechanismen te ontwikkelen en te implementeren voor raadpleging van de regionale en plaatselijke autoriteiten tijdens het wetgevingsproces ten einde bij onderhandelingen op ministersniveau rekening te houden met hun standpunten, en hun rol bij het proces van omzetting en implementatie van de EU-wetgeving te vergroten;

46.

verzoekt de Commissie nauw samen te werken met alle autoriteiten in de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de omzetting van EU-wetgeving, en adviseert de Commissie tegelijkertijd om ook op lokaal niveau seminars te organiseren over het omzetten van communautaire wetgeving in nationale wetten, opdat er met behulp van eenvoudige en begrijpelijke middelen voor kan worden gezorgd dat de betrokken partijen direct de relevante informatie ter beschikking hebben;

47.

verzoekt de lidstaten om noodzakelijke, efficiënte en duidelijke procedures te ontwikkelen en te handhaven ter verbetering van de samenwerking tussen de regionale en centrale overheden, ter vergemakkelijking van het omzettingsproces en om recht te doen aan de steeds belangrijker rol van regio's met wetgevende bevoegdheden;

48.

spoort de autoriteiten in de lidstaten aan om formele omzettingsstrategieën te ontwikkelen, opdat ter verbetering en bespoediging van het omzettingsproces de rollen en verantwoordelijkheden van de regionale en nationale overheden duidelijk worden vastgelegd;

49.

spoort de Commissie aan waar mogelijk de richtsnoeren voor de omzetting van richtlijnen op hetzelfde moment als de richtlijnen zelf te publiceren, opdat de nationale en regionale overheden hiermee rekening kunnen houden alvorens het omzettingsproces op te starten, en opdat de omzetting in de lidstaten correct en tijdig verloopt;

50.

verzoekt de Commissie spoed te zetten achter de voltooiing van een uitgebreide, vrij toegankelijke openbare databank van nationale uitvoeringswetgeving, in voorkomende gevallen met inbegrip van regionale varianten;

51.

is van mening dat betere regelgeving niet mag leiden tot een verlaging van ecologische, sociale en kwalitatieve normen;

52.

verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat zij bij de omzetting van communautaire wetgeving natuurlijke of juridische personen geen verplichtingen opleggen die verdergaan dan uit hoofde van de om te zetten wetgeving is vereist, en die leiden tot onnodige administratieve lasten voor met name het MKB, dat de motor vormt van de duurzame ontwikkeling in de Europese regio's;

53.

verzoekt de Commissie om betere informatievoorziening omtrent omzetting en inbreukprocedures, om deze informatie te publiceren en gemakkelijk toegankelijk te maken op de website van de Commissie;

54.

verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.


(1)  PB C 197 van 12.7.2001, blz. 433.

(2)  PB C 153 E van 27.6.2002, blz. 314.

(3)  PB C 64 E van 12.3.2004, blz. 135.

(4)  PB C 98 E van 23.4.2004, blz. 155.

(5)  PB C 102 E van 28.4.2004, blz. 512.

(6)  PB C 104 E van 30.4.2004, blz. 146.

(7)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 136.

(8)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 128.

(9)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 140.

(10)  1P/A/ENVI/ST/2006-45.

(11)  Instituut voor Europees Milieubeleid (2004) „Duurzame Ontwikkeling in geïntegreerde effectbeoordelingen van de. Europese Commissie voor 2003; Instituut voor Europees Milieubeleid (2005): For better or for worse — The EU's „Better Regulation” Agenda and the environment; European Environment and Sustainable Development Advisory Council (2006): Impact Assessments of European Commission Policies: Achievements and Prospects”.

P6_TA(2007)0364

Wetgeving verbeteren 2005: toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid — 13de jaarverslag

Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over de wetgeving verbeteren 2005: toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid — 13de jaarverslag (2006/2279(INI))

Het Europees Parlement,

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 oktober 2000 over het verslag van de Commissie aan de Europese Raad „De wetgeving verbeteren 1998 — Een gedeelde verantwoordelijkheid (1998)” en „De wetgeving verbeteren 1999” (1),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 29 november 2001 over het Witboek van de Commissie „Europese governance” (2),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 april 2003 over de verslagen van de Commissie aan de Europese Raad „De wetgeving verbeteren 2000” en „De wetgeving verbeteren 2001” (3),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 februari 2004 over het verslag van de Commissie „Een betere wetgeving 2002” (4),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2004 over de mededeling van de Commissie over de vereenvoudiging en verbetering van de communautaire wetgeving (5),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 april 2004 over de toetsing van de impact van de communautaire regelgeving en de raadplegingsprocedures (6),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement „Betere regelgeving met het oog op economische groei en meer banen in de Europese Unie” (COM(2005)0097),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over de strategie voor vereenvoudiging van de regelgeving (7),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over de wetgeving verbeteren 2004: toepassing van het subsidiariteitsbeginsel — 12e jaarverslag (8),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over het resultaat van de screening van wetgevingsvoorstellen die bij de wetgever hangende zijn (9),

gezien het verslag van de Commissie „De wetgeving verbeteren 2005” overeenkomstig artikel 9 van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid (13de verslag) (COM(2006)0289),

gezien het werkdocument van de Commissie — Meten van administratieve kosten en verminderen van administratieve lasten in de Europese Unie (COM(2006)0691),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten in de Europese Unie (COM(2007)0023),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Betere regelgeving in de Europese Unie: een strategische evaluatie (COM(2006)0689),

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6-0280/2007),

A.

overwegende dat het bereiken van de doelstelling „Betere wetgeving” een van de voornaamste prioriteiten is voor de EU, aangezien maximalisering van de voordelen van moderne, rationele en doeltreffende regelgeving bij gelijktijdige minimalisering van de kosten ervan het hoogste niveau van productiviteit, groei en uiteindelijk werkgelegenheid in heel Europa zou opleveren,

B.

overwegende dat het subsidiariteitsbeginsel een fundamentele rol speelt voor het vestigen van de autoriteit van de communautaire wetgeving en bij de besluitvorming of wetten al dan niet op het niveau van de EU moeten worden aangenomen, en derhalve een essentieel element is voor de controle op de scheiding der machten tussen de EU en de lidstaten, en tevens een nuttig instrument dat de lidstaten in staat stelt wetgevende bevoegdheden uit te oefenen,

C.

overwegende dat, met het oog op versterking van de rechtszekerheid, de volledige inachtneming van het evenredigheidsbeginsel voor zowel de Europese als de nationale wetgeving een duidelijke noodzaak is,

D.

overwegende dat het Hof van Justitie verantwoordelijk is voor het toezicht op de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

E.

overwegende dat de Europese wetgeving, die vaak het resultaat van een moeizaam politiek compromis is, soms aan duidelijkheid te wensen overlaat en dat lidstaten soms niet bij machte of niet bereid zijn haar op correcte wijze te implementeren,

F.

overwegende dat de reputatie en de doeltreffendheid van de Europese wetgeving worden aangetast door de onnodige en onevenredige administratieve lasten die vaak door de EU-voorschriften aan burgers en bedrijven worden opgelegd,

G.

overwegende dat een vermindering van de onnodige administratieve lasten met 25 % in de Europese Unie een belangrijke stimulans kan betekenen voor het Europees BNP en hiermee een waardevolle bijdrage kan leveren aan het bereiken van de Lissabon-doelstellingen,

H.

overwegende dat onnodige administratieve lasten, voortkomend uit Europese regelgeving, de effectiviteit en geloofwaardigheid van Europese regelgeving ondermijnen,

I.

overwegende dat Europese regelgeving burgers en bedrijven moet faciliteren in het maximaal profiteren van de interne markt en niet moet opzadelen met vermijdbare hoge kosten,

J.

overwegende dat het stroomlijnen van het acquis communautaire via simplificatie en vermindering van de onnodige administratieve lasten niet ten koste mag en hoeft te gaan van de rechtszekerheid en bescherming die uitgaat van Europese regelgeving,

1.

is het ermee eens dat het regelgevingsklimaat waarin bedrijven opereren medebepalend is voor hun concurrentievermogen, voor duurzame groei en de werkgelegenheid, en dat ervoor moet worden gezorgd dat het regelgevingsklimaat transparant, helder, effectief en in het algemeen van hoge kwaliteit is en blijft, wat een belangrijke doelstelling van het EU-beleid dient te zijn;

2.

is van menig dat slechte kwaliteit van de regelgeving in de lidstaten en op communautair niveau de rechtsstaat verzwakt en de burgers vervreemdt van hun instellingen;

3.

steunt ten volle alle inspanningen van de Commissie om door relevante initiatieven de doeltreffendheid en de toepassing van de communautaire wetgeving over de hele linie te versterken;

4.

is verheugd over het succes van het webportaal „Uw stem in Europa” en spoort de Commissie ertoe aan nog meer doeltreffende methodes te ontwikkelen voor het raadplegen van de belanghebbende partijen over alle aspecten van een wetgevingsvoorstel, met inbegrip van de effectbeoordeling, alvorens zij het voorstel indient;

5.

onderstreept het belang van op brede raadpleging der belanghebbenden gebaseerde adequate en onafhankelijke effectbeoordelingen en verzoekt de Commissie te zorgen voor een voldoende aantal scenario's en beleidsopties (waaronder de optie „niets doen”, als dat nodig is) als basis voor kosteneffectieve en duurzame oplossingen;

6.

juicht het toe dat de Commissie zich ertoe verplicht heeft de transparantie en aansprakelijkheid van haar groepen van deskundigen te verhogen en een inventaris op te stellen van de bestaande gevallen van zelfregulering en coregulering in de EU;

7.

onderstreept het belang dat communautaire instellingen en lidstaten, via regionale en plaatselijke autoriteiten, alsook op centraal ministerieel niveau, permanent toezicht houden op de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel;

8.

verwelkomt het actieprogramma van de Commissie om de administratieve kosten voor ondernemingen in de Europese Unie te meten en de onnodige en disproportionele administratieve lasten tegen 2012 met 25 % te reduceren;

9.

wijst erop dat de strategie voor een reductie met 25 % van toepassing is op onnodige administratieve lasten voor ondernemingen en dus geenszins kan worden gelijkgesteld aan deregulering en evenmin mag leiden tot wijziging van beleidsdoelen en ambitieniveau van de communautaire wetgeving mag leiden; vraagt de Commissie erop toe te zien dat de reductie van de onnodige administratieve lasten van regelgeving niet ten koste gaat van de oorspronkelijke doelstellingen van de regelgeving;

10.

steunt de conclusie dat dit een gezamenlijke doelstelling moet zijn die alleen kan worden bereikt als alle lidstaten en de Europese instellingen hun bijdrage leveren;

11.

onderstreept in het bijzonder dat een effectieve strategie ter vermindering van de onnodige Europese administratieve lasten zowel door de Commissie — voor wat betreft de onnodige administratieve lasten ten gevolge van Europese verordeningen en richtlijnen — alsook door de lidstaten — voor zover deze lasten voortkomen uit nationale wetgeving — moet worden geëffectueerd; vraagt de Commissie het voortouw te nemen en haar activiteiten ter vermindering van de onnodige administratieve lasten op EU-niveau niet afhankelijk te maken van de door de lidstaten op nationaal niveau ontplooide activiteiten met betrekking tot de vermindering van de onnodige administratieve lasten, voortkomend uit nationale wetgeving;

12.

is ingenomen met de identificatie door de Commissie van 13 aandachtsgebieden (de zogenaamde priority areas) waarbinnen de administratieve kosten zullen worden gemeten en de onnodige administratieve lasten zullen worden gereduceerd, als een pragmatisch en effectieve aanpak, maar vraagt de Commissie ook op den duur buiten de geïdentificeerde aandachtsgebieden de administratieve kosten te meten en de onnodige administratieve lasten te reduceren; is van mening dat dit onder meer zou kunnen geschieden tijdens de in de desbetreffende Europese regelgeving voorgeschreven evaluatie;

13.

maakt zich ernstig zorgen over het feit dat in de mededeling van de Commissie (COM(2007)0023) (bijlage I) wordt voorgesteld om het toepassingsgebied van het actieprogramma te beperken tot de verplichtingen van ondernemingen; is daarentegen van mening dat de strategie voor ontwikkeling en werkgelegenheid vereist dat het actieprogramma zich richt op alle administratieve lasten;

14.

onderstreept het belang van de betrokkenheid van stakeholders bij de identificatie van wetgevingsvoorstellen die onnodige administratieve lasten veroorzaken en de vaststelling van maatregelen die deze lasten verminderen; vraagt de Commissie binnen ieder afzonderlijk directoraat-generaal van de Commissie een dialoog op te zetten met Europese stakeholders, zowel binnen het verband van de 13 „priority areas”, als ook bij de identificatie van nieuwe „priority areas”;

15.

benadrukt dat de reductie van de onnodige administratieve lasten met 25 % een realistisch beeld moet geven van de effectieve lastenreductie; onderstreept daarom het belang dat een nulmeting wordt uitgevoerd en dat de doelstelling van een reductie met 25 % wordt gedefinieerd als een nettodoelstelling, die de toename van de onnodige administratieve lasten als gevolg van nieuwe Europese regelgeving meeneemt bij de uiteindelijke vaststelling, in 2012, of de onnodige administratieve lasten in de EU met een kwart zijn verminderd of niet;

16.

steunt het voorstel van de Commissie om drempels voor alle informatievereisten in te voeren en deze verplichtingen voor het midden- en kleinbedrijf waar mogelijk te beperken;

17.

benadrukt dat ieder afzonderlijk directoraat-generaal van de Commissie betrokken moet worden bij de reductie van de onnodige administratieve lasten; onderstreept dat ieder directoraat-generaal inzicht moet krijgen in de onnodige administratieve lasten die het veroorzaakt door een nulmeting uit te voeren en op basis van deze nulmeting zijn eigen reductiedoelstelling moet krijgen;

18.

vraagt de Commissie jaarlijks te publiceren welke maatregelen zijn genomen en welke maatregelen zij van plan is te nemen ter reductie van de onnodige administratieve lasten in de EU en de toename van de administratieve lasten in de EU als gevolg van nieuwe regelgeving, en welke netto procentuele bijdrage deze maatregelen zullen leveren aan het halen van de doelstelling van een reductie met 25 % in 2012;

19.

verwelkomt het voornemen van de Commissie om, totdat het in kaart brengen van de onnodige administratieve lasten in 2008 is voltooid, alvast op korte termijn een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de vermindering van de onnodige administratieve lasten door de meest in het oog springende onnodige administratieve lasten, middels de zogenaamde „fast-track actions”, te verminderen; verzoekt de Commissie om op basis van de ervaring van die lidstaten die reeds nulmetingen hebben uitgevoerd verdere gebieden waar eenvoudige reducties in de onnodige administratieve lasten kunnen worden bewerkstelligd te identificeren en reducties te formuleren;

20.

ondersteunt het streven van de Commissie om de onnodige administratieve lasten die worden veroorzaakt door nieuwe Europese regelgeving in kaart te brengen via de integratie van het Standard Cost Model (SCM) in de effectbeoordelingsprocedure; acht het van essentieel belang dat stakeholders helpen de nodige informatie voor de toepassing van het Standard Cost Model te vergaren; benadrukt dat de kwaliteit van de effectbeoordelingen moet worden gecontroleerd door de Impact Assessment Board (IAB) middels publiekelijk toegankelijke adviezen;

21.

benadrukt dat het Parlement geen wetgevingsvoorstellen van de Commissie in behandeling dient te nemen zonder dat deze vergezeld gaan van een onafhankelijk gecontroleerde effectbeoordeling die een evaluatie van onnodige administratieve lasten aan de hand van het Standard Cost Model omvat;

22.

is van mening dat de toegevoegde waarde van de effectbeoordelingsprocedures van de IAB voor het einde van 2008 dient te worden geëvalueerd; verzoekt de Commissie te dien einde indicatoren te ontwikkelen, waarbij dient te worden voortgebouwd op de reeds opgedane ervaringen van internationale organisaties en de lidstaten;

23.

stelt voor de onlangs in de begroting van de EU vrijgemaakte gelden voor een „pilot project minimizing administrative burdens” te gebruiken voor het opzetten van een onafhankelijk gremium van deskundigen dat steekproefsgewijs de uitgebrachte adviezen van de IAB controleert op hun kwaliteit, met name ten aanzien van de in kaart gebrachte onnodige administratieve lasten, alsmede toezicht houdt op de implementatie van het Europese actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten;

24.

benadrukt het belang van een duidelijk onderscheid tussen gevallen van verouderde, overbodige of excessieve informatieverplichtingen en gevallen waarin informatieverplichtingen noodzakelijk blijven om redenen die verband houden met de bescherming van de volksgezondheid, gezondheid, veiligheid, kwaliteit van het werk en de rechten van werknemers, het milieu of de financiële belangen van de Gemeenschap;

25.

stelt de noodzaak vast voor Raad en Parlement om vereenvoudigde voorstellen versneld aan te nemen en onderstreept derhalve de conclusie uit het Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven” van 16 december 2003 (10) om de werkmethoden van de Raad en het Parlement te wijzigen, door bijvoorbeeld te voorzien in ad hoc-structuren die specifiek belast zijn met de vereenvoudiging van de wetgeving;

26.

stelt voor dat de Commissie, parallel aan het actieplan ter vermindering van de onnodige administratieve lasten, een onderzoek laat instellen om:

a)

een methodiek te laten ontwikkelen om — naast de administratieve lasten — ook alle overige nalevingslasten (de kosten uit inhoudelijke verplichtingen van wetgeving) welke voortvloeien uit nieuwe wet- en regelgeving, dan wel uit wijzigingen in bestaande wet- en regelgeving, op een kwantitatief onderbouwde wijze in kaart te kunnen brengen en te meten,

b)

vervolgens met deelneming van stakeholders een pilootproject te starten om een dergelijke meetmethodiek inzake nalevingslasten toe te passen bij de effectbeoordelingen,

c)

deze methodiek te laten testen en evalueren door de IAB, en

d)

deze daarna standaard toe te passen en onderdeel te doen zijn van alle effectbeoordelingen;

27.

dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om na te denken over gevallen waar vaak andere partijen vereist zijn om dezelfde informatie te verstrekken, en een eind te maken aan duplicatie van informatie;

28.

roept de lidstaten op hun inspanningen uit te breiden om de lasten te verminderen die voortkomen uit „puur” nationale wetgeving;

29.

roept de lidstaten ook op om gedrukte informatie te vervangen door elektronisch geproduceerde informatie en door informatie op het Internet en bij dit laatste waar mogelijk gebruik te maken van geavanceerde Internet portals;

30.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.


(1)  PB C 197 van 12.7.2001, blz. 433.

(2)  PB C 153 E van 27.6.2002, blz. 314.

(3)  PB C 64 E van 12.3.2004, blz. 135.

(4)  PB C 98 E van 23.4.2004, blz. 155.

(5)  PB C 102 E van 28.4.2004, blz. 512.

(6)  PB C 104 E van 30.4.2004, blz. 146.

(7)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 136.

(8)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 128.

(9)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 140.

(10)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

P6_TA(2007)0365

Vereenvoudiging van de regelgeving

Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over een strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving (2007/2096(INI))

Het Europees Parlement,

gezien het interinstitutioneel akkoord „Beter wetgeven” van 16 december 2003 (1),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 oktober 2000 over het verslag van de Commissie aan de Europese Raad: „De wetgeving verbeteren 1998 — Een gedeelde verantwoordelijkheid” en „De wetgeving verbeteren 1999” (2),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 29 november 2001 over het Witboek van de Commissie „Europese governance” (3),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 april 2003 over de verslagen van de Commissie aan de Europese Raad „De wetgeving verbeteren 2000” en „De wetgeving verbeteren 2001” (4),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 februari 2004 over het verslag van de Commissie „Een betere wetgeving 2002” (5),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2004 over de mededeling van de Commissie over de vereenvoudiging en verbetering van de communautaire regelgeving (6),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 april 2004 over de toetsing van de impact van de communautaire regelgeving en de raadplegingsprocedures (7),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over de strategie voor vereenvoudiging van de regelgeving (8),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over „de wetgeving verbeteren 2004: toepassing van het subsidiariteitsbeginsel ‐ 12e jaarverslag” (9),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 mei 2006 over het resultaat van de screening van wetgevingsvoorstellen die bij de wetgever hangende zijn (10),

gezien het werkdocument van de Commissie van 14 november 2006„Eerste voortgangsrapport inzake de strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving” (COM(2006)0690),

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0271/2007),

A.

overwegende dat zowel de Commissie als de Raad en het Europees Parlement er inmiddels stelselmatig naar streven om de instrumenten ter vereenvoudiging van de wetgeving uit te voeren, te definiëren en te verbeteren,

B.

overwegende dat de vereenvoudiging van de wetgeving omwille van de duidelijkheid, de doeltreffendheid en de kwaliteit van de wetgeving een conditio sine qua non vormt voor de verwezenlijking van de doelstelling „Beter wetgeven”, die op zijn beurt een van de prioritaire acties van de Europese Unie vormt om optimale groei en werkgelegenheid te waarborgen,

C.

overwegende dat een van de belangrijkste resultaten van de vereenvoudiging is dat deze geleidelijk wordt uitgebreid tot alle sectoren waarin de Gemeenschap als regelgever optreedt,

D.

overwegende dat de met het interinstitutioneel akkoord „Beter wetgeven” beoogde verplichtingen en doelstellingen met name betrekking hebben op de vereenvoudiging en de vermindering van de omvang van de communautaire wetgeving, alsook op de impact van deze wetgeving in de lidstaten,

E.

overwegende dat bovengenoemd werkdocument van de Commissie een rechtstreeks vervolg [vormt] op mededeling (COM(2005)0535) van 25 oktober 2005 onder de titel „Uitvoering van het Lissabonprogramma van de Gemeenschap: een strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving”,

F.

overwegende dat genoemd werkdocument een nieuw lopend vereenvoudigingsprogramma voor de periode 2006-2009 bevat waarin maatregelen ter vereenvoudiging van de vorm worden aangekondigd die bestaan in 43 herschikkingen, 12 codificaties en 8 intrekkingen, alsook 46 andere maatregelen tot inhoudelijke vereenvoudiging, die generiek worden aangeduid als „herzieningen”,

G.

overwegende dat er naast bovengenoemde vereenvoudigingsmaatregelen nog eens 500 nieuwe wetgevingsinitiatieven op het programma staan (waarvan ongeveer 200 alleen al in 2007) die vervat zijn in een apart lopend programma dat specifiek gewijd is aan codificaties,

H.

overwegende dat de Commissie verklaart dat het codificatieprogramma indicatief blijft, aangezien de voltooiing van het codificatieproject afhankelijk is van de beschikbaarheid van de te codificeren wetteksten in alle talen, en dat zij tevens schrijft dat codificatie moet worden uitgesteld wanneer nieuwe wijzigingen van de wetteksten worden overwogen, hetgeen betekent dat de volgorde van de in het lopend programma opgenomen codificaties naar het inzicht van de Commissie kan veranderen naar gelang van deze twee factoren,

I.

overwegende dat de Commissie in haar reeds aangehaalde werkdocument aankondigt dat zij in haar voorstellen stelselmatiger een toelichting zal opnemen om de nagestreefde vereenvoudigingsdoelstellingen beter uit te leggen,

J.

overwegende dat de succesfactoren voor de vereenvoudigingsinitiatieven bestaan in grondig onderbouwde methodologieën, die nog verbeterd worden dankzij de raadpleging van alle betrokken actoren en door het opstellen van sectorale analyses, nauwe samenwerking tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad en meer gebruik van zelfregulering en coregulering,

K.

overwegende dat de op Europees niveau nagestreefde vereenvoudiging gepaard moet gaan met een passende vereenvoudiging op nationaal niveau, zodat de voordelen die de communautaire vereenvoudiging oplevert niet teniet worden gedaan door nationale regels of obstakels van technische aard,

1.

verzoekt de Commissie meer aandacht te besteden aan de uitvoering, toepassing en evaluatie van de Gemeenschapswetgeving, als een essentieel onderdeel van het „Beter wetgeven”-proces;

2.

is verheugd dat de vereenvoudigingsinitiatieven voor het eerst zijn opgenomen in het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2007, waarmee duidelijk wordt aangegeven dat de vereenvoudigingsstrategie een beleidsprioriteit moet zijn;

3.

verzoekt de Commissie de vereenvoudigingsinitiatieven voortaan stelselmatig op te nemen in een apart onderdeel van haar wetgevings- en werkprogramma, daarbij te vermelden welke prioriteit zij aan elk afzonderlijk vereenvoudigingsinitiatief wil toekennen en te dien einde reeds in haar jaarlijkse beleidsstrategie aan het begin van het jaarlijks wetgevingsprogrammeringsproces haar vereenvoudingsvoorstellen aan te geven; verzoekt haar tevens te vermijden dat er lange reeksen documenten in omloop worden gebracht met lijsten van vereenvoudigingsinitiatieven en dus te zorgen voor een zo getrouw mogelijk referentiekader;

4.

beveelt aan om voor alle vereenvoudigingsmaatregelen, net zoals dat voor de codificatie van het communautaire acquis is gebeurd (11), een interinstitutioneel akkoord te sluiten tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad over een versnelde werkmethode;

5.

verwelkomt de inspanningen die de Commissie zich getroost ter versterking van de codificatie van het acquis communautaire als primaire en elementaire vorm voor de vereenvoudiging van de regelgeving;

6.

verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden voor de moeilijkheden in verband met de vertaling en te vermijden dat de indiening van nieuwe wetgevingsvoorstellen een negatieve invloed heeft op de codificatie-initiatieven, en daarmee op het hele vereenvoudigingsproces; verzoekt de Commissie consequent te zijn en dus in haar wetgevings- en werkprogramma geen codificatieprojecten aan te kondigen voor materies waarvoor zij ook inhoudelijke wetgevingsvoorstellen wil indienen;

7.

stelt de Commissie voor, herschikking eens en voor altijd tot de gangbare wetgevingstechniek te verheffen, zodat ook wanneer er op bepaalde punten wijzigingen zijn aangebracht, voor elk initiatief de tekst in zijn geheel ter beschikking staat, waarin duidelijk is aangegeven welke delen nieuw en welke delen ongewijzigd zijn, zodat de communautaire wetgeving beter leesbaar en transparanter wordt;

8.

verzoekt de Commissie tevens om eraan te denken dat in gevallen waarin herschikking niet mogelijk is, in de regel binnen zes maanden moet worden overgegaan tot codificatie van het betrokken wetgevingsterrein; is van mening dat er, in overeenstemming met bovengenoemd interinstitutioneel akkoord, samen met de Raad en de Commissie speciale ad hoc structuren zouden kunnen worden opgezet, waarbij de betrokken partijen naar behoren worden betrokken, om de vereenvoudiging te bevorderen;

9.

is ingenomen met de toezegging van de Commissie te zullen zorgen voor goed onderbouwde methodologieën voor de vereenvoudigingswerkzaamheden; verzoekt de Commissie in dit verband werk te blijven maken van de raadpleging van de betrokken partijen, bijvoorbeeld door de reeds in oktober 2005 aangekondigde initiatieven op het gebied van landbouw en visserij uit te breiden tot andere beleidssectoren en door de maatregelen die zij in deze context op het gebied van het vennootschapsrecht en het auteursrecht wil nemen, verder te versterken; moedigt de Commissie aan meer werk te maken van sectorale analyses en van het meten van de administratieve lasten die de vigerende communautaire wetgeving met zich meebrengt;

10.

wijst op het fundamentele belang van samenwerking tussen de communautaire instellingen, die onontbeerlijk is voor het welslagen van elke vereenvoudigingsstrategie; benadrukt in dit verband dat het Europees Parlement duidelijk blijk heeft gegeven van zijn goede wil door zijn Reglement te wijzigen met het oog op de vergemakkelijking van de goedkeuringsprocedure voor codificaties en de invoering van een ad hoc wetgevingsprocedure voor herschikkingen;

11.

onderstreept andermaal dat de traditionele wetgevingsinstrumenten het gangbare middel moeten blijven om de in de Verdragen vastgelegde doelstellingen te bereiken; is van mening dat alternatieve methoden van regelgeving, zoals coregulering en zelfregulering, een zinvolle aanvulling of vervanging kunnen vormen voor wetgevingsmaatregelen, voor zover die methoden de resultaten van de wetgeving evenwaardig of meer verbeteren; onderstreept dat de toepassing van alternatieve methoden van regelgeving in ieder geval in overeenstemming moet zijn met het Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven”; wijst erop dat de Commissie de voorwaarden en grenzen moet bepalen waaraan de partijen bij de toepassing van die praktijken gehouden zijn, en dat deze in elk geval alleen dienen te worden gebruikt onder toezicht van de Commissie en onverminderd het recht van het Parlement, de toepassing ervan af te keuren;

12.

verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om te voorkomen dat het vereenvoudigingsproces — en meer in het algemeen de verbetering van de kwaliteit van de regelgeving — op Europees niveau, op nationaal niveau wordt belemmerd door nationale rechtsregels of technische obstakels; verzoekt haar dit proces ook op nationaal niveau te sturen en te volgen, bijvoorbeeld door als doorgeefluik te fungeren voorde beste praktijken die in de Europese Unie en in de lidstaten ontstaan en door aandacht te besteden aan de opmerkingen van de belanghebbenden;

13.

wijst erop dat regelmatige en zorgvuldige effectbeoordelingen een cruciale rol spelen in het vereenvoudigingsproces en dat de Raad en het Parlement deze beoordelingen in overweging moeten nemen wanneer zij een voorstel in de loop van het wetgevingsproces amenderen;

14.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.


(1)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

(2)  PB C 197 van 12.7.2001, blz. 433.

(3)  PB C 153 E van 27.6.2002, blz. 314.

(4)  PB C 64 E van 12.3.2004, blz. 135.

(5)  PB C 98 E van 23.4.2004, blz. 155.

(6)  PB C 102 E van 28.4.2004, blz. 512.

(7)  PB C 104 E van 30.4.2004, blz. 146.

(8)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 136.

(9)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 128.

(10)  PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 140.

(11)  Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten (PB C 102 van 4.4.1996, blz. 2).

P6_TA(2007)0366

Institutionele en juridische gevolgen van het begruik van „soft law”-instrumenten

Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over de institutionele en juridische gevolgen van het gebruik van „soft law”-instrumenten (2007/2028(INI))

Het Europees Parlement,

gelet op het EG-Verdrag, en in het bijzonder de artikelen 211, 230 en 249 ervan,

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie constitutionele zaken, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie cultuur en onderwijs (A6-0259/2007),

A.

overwegende dat het begrip „soft law”, dat gestoeld is op de dagelijkse praktijk, dubbelzinnig is en gevaarlijk, en niet in documenten van de instellingen van de Gemeenschap zou mogen worden gehanteerd,

B.

overwegende dat het onderscheid tussen dura lex/mollis lex van een dwaalopvatting uitgaat en daarom niet mag worden aanvaard of erkend,

C.

overwegende dat zogenoemde „soft law”-instrumenten zoals aanbevelingen, groen- en witboeken of conclusies van de Raad geen enkele juridische waarde of bindende werking hebben,

D.

overwegende dat soft law geen volledige rechtsbescherming biedt,

E.

overwegende dat gebruik op grote schaal van „soft law”-instrumenten een verschuiving van het unieke model van de Europese Gemeenschap naar dat van een traditionele internationale organisatie zal betekenen,

F.

overwegende dat er momenteel een discussie gaande is over de vraag hoe de regelgevende functie van de Europese Unie doeltreffender kan worden met betrekking tot zowel ’soft law’ als ’hard law’,

G.

overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in het Van Gend en Loos-arrest oordeelde dat het Verdrag: „meer is dan een overeenkomst welke slechts wederzijdse verplichtingen tussen de verdragsluitende mogendheden schept. [...] dat de Gemeenschap in het volkenrecht een nieuwe rechtsorde vormt ten bate waarvan de staten, zij het op een beperkt terrein, hun soevereiniteit hebben begrensd en waarbinnen niet slechts deze lidstaten, maar ook hun onderdanen gerechtigd zijn; dat het Gemeenschapsrecht derhalve, evenzeer als het [....] ten laste van particulieren verplichtingen in het leven roept, ook geëigend is rechten te scheppen welke zij uit eigen hoofde kunnen geldig maken. Dat deze laatste niet slechts ontstaan door uitdrukkelijke toekenning vanwege het Verdrag, maar evenzeer als weerslag van de duidelijke verplichtingen welke het Verdrag zowel aan particulieren, als aan de lidstaten en de gemeenschappelijke instellingen oplegt (1),

H.

overwegende dat het Gemeenschapsrecht derhalve onderscheiden kan worden van het volkenrecht omdat het niet alleen bindend is voor staten maar ook voor particulieren die er wettelijk afdwingbare rechten aan kunnen ontlenen en het een reeks instellingen impliceert, met inbegrip van het Europees Parlement dat rechtstreeks door de burgers van de Unie wordt gekozen; overwegende dat de Europese rechtsorde bovendien gestoeld is op democratie en de rechtsstaat, zoals blijkt uit artikel 6 en de preambule van het EU-Verdrag,

I.

overwegende dat dit betekent dat de EU-instellingen alleen mogen optreden in overeenstemming met het legaliteitsbeginsel, d.w.z. wanneer uit een rechtsgrondslag bevoegdheden voortvloeien en binnen de beperkingen van hun bevoegdheden; overwegende dat het Europese Hof van Justitie erop toeziet dat de instellingen zich hieraan houden,

J.

overwegende dat nu de Gemeenschap wetgevende bevoegdheid heeft, het de juiste gang van zaken is dat wetgeving door de democratische instellingen van de Europese Unie, te weten het Parlement en de Raad, wordt aangenomen, voorzover dit gelet op de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid geboden lijkt; overwegende dat de rechtszekerheid, de rechtsstaat, toegang tot de rechter en afdwingbare tenuitvoerlegging alleen kunnen worden gewaarborgd als wetgeving via de in het Verdrag neergelegde institutionele procedures wordt aangenomen; overwegende dat dit tevens impliceert dat het institutionele evenwicht dat in het Verdrag is neergelegd en ervoor zorgt dat de besluitvorming transparant verloopt, in acht moet worden genomen,

K.

overwegende dat wanneer de Gemeenschap de bevoegdheid heeft wetgeving uit te vaardigen, zij geen gebruik mag maken van „soft law” of „gedragscodes die zijn neergelegd in instrumenten waaraan geen juridisch bindende kracht is toegekend maar die desondanks een zeker — indirect — rechtsgevolg hebben en die bedoeld zijn om een praktisch effect te sorteren” (2) die van oudsher worden ingezet als er geen formele wetten kunnen worden uitgevaardigd en/of als een middel om een bepaald gedrag ingang te doen vinden en als zodanig kenmerkend voor het volkenrecht zijn,

L.

overwegende dat voor zover het Verdrag uitdrukkelijk in soft law voorziet, soft law-instrumenten legitiem zijn, mits zij maar niet gebruikt worden als een surrogaat voor wetgeving op gebieden waarop de Gemeenschap wetgevende bevoegdheden heeft en waarop een communautaire regeling ook met inachtneming van het subsidiariteit- en evenredigheidsbeginsel geboden lijkt, aangezien dit een schending zou betekenen van het beginsel van toekenning van specifieke bevoegdheden, en overwegende dat dit a fortiori van toepassing is op de mededelingen van de Commissie waarin Gemeenschapswetgeving wordt geïnterpreteerd; overwegende dat voorbereidende instrumenten, zoals groenen witboeken ook een legitiem gebruik van soft law vormen, evenals nota's en handleidingen die deCommissie publiceert om uit te leggen hoe zij het mededingings- en overheidssteunbeleid toepast,

M.

overwegende dat deze instrumenten, die bruikbaar zijn als hulpmiddelen voor uitlegging of voorbereiding van bindende wetgevingshandelingen, niet mogen worden beschouwd als wetgeving en ook geen normatieve werking mogen krijgen,

N.

overwegende dat een dergelijke situatie verwarring en onzekerheid zou brengen waar in het belang van de lidstaten en de burgers juist duidelijkheid en rechtszekerheid zouden moeten heersen,

O.

overwegende dat het Parlement het recht van initiatief van de Commissie respecteert maar ook vasthoudt aan zijn eigen recht om de Commissie te vragen een wetgevingsvoorstel voor te leggen (artikel 192 van het EG-Verdrag),

P.

overwegende dat de open coördinatiemethode nuttig kan zijn om de interne markt te voltooien, maar dat het te betreuren valt dat het Parlement en het Hof van Justitie hier nauwelijks bij betrokken worden; overwegende dat wegens het democratisch tekort bij de zogeheten open coördinatiemethode deze methode niet mag worden misbruikt om de ontbrekende wetgevingsbevoegdheid van de Gemeenschap te vervangen en de lidstaten op deze wijze feitelijke verplichtingen op te leggen die op wetgeving neerkomen, maar buiten de in het Verdrag omschreven wetgevingsprocedure om tot stand komen,

Q.

overwegende dat artikel 211 van het EG-Verdrag het volgende bepaalt: „Ten einde de werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt te verzekeren, doet de Commissie aanbevelingen (...) over de in dit Verdrag behandelde onderwerpen, indien het Verdrag dit uitdrukkelijk voorschrijft of indien zij dit noodzakelijk acht”, maar dat ingevolge artikel 249, alinea 5 aanbevelingen niet verbindend zijn en naar het oordeel van het Hof beschouwd moeten worden als „maatregelen die, zelfs ten opzichte van personen tot wie zij zijn gericht, niet bedoeld zijn om een bindend gevolg teweeg te brengen” (3), en geen rechten scheppen waarop individuen voor een nationale rechtbank aanspraak kunnen maken (4), terwijl artikel 230 van het EG-Verdrag de nietigverklaring van aanbevelingen uitsluit omdat zij niet bindend zijn,

R.

overwegende echter dat het Hof oordeelt dat dergelijke handelingen „niet beschouwd kunnen worden als zijnde zonder rechtsgevolg. De nationale rechtbanken moeten met aanbevelingen rekening houden wanneer zij oordelen over de geschillen die aan hen zijn voorgelegd, met name wanneer deze aanbevelingen kunnen helpen bij de interpretatie van de nationale maatregelen die zijn aangenomen om de aanbevelingen uit te voeren of wanneer aanbevelingen bedoeld zijn om bindende Gemeenschapsvoorschriften aan te vullen” (5),

S.

overwegende dat aanbevelingen, indien niet omzichtig genoeg toegepast, ertoe kunnen leiden dat bepaalde handelingen van de Commissie ultra vires gaan,

T.

overwegende dat artikel I-33 van het Verdrag tot instelling van een Grondwet voor Europa een bepaling bevat die overeenstemt met artikel 211 van het EG-Verdrag, maar waaraan de volgende zinsnede is toegevoegd: „Indien bij het Europees Parlement en de Raad een ontwerp van wetgevingshandeling is ingediend, stellen zij geen handelingen vast waarin de op het betrokken gebied toepasselijke wetgevingsprocedure niet voorziet”,

U.

overwegende dat de Commissie in 2005 op grond van artikel 211 van het EG-Verdrag een aanbeveling heeft aangenomen over het grensoverschrijdende beheer van auteursrechten ten behoeve van rechtmatige online-muziekdiensten dat is omschreven als „een soft-law-instrument (...) dat bedoeld is om de markt een kans te geven zich in de juiste richting te ontwikkelen” en dat duidelijk bedoeld is om de bestaande richtlijnen inzake auteursrechten in de informatiemaatschappij (6) en betreffende het verhuurrecht, uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (7) nader uit te werken, en overwegende dat de Commissie via soft law specifieke beleidsopties concretiseert omdat deze aanbeveling vooral tot doel heeft licenties over meerdere landen aan te moedigen en hiervoor een regeling aan te dragen,

V.

overwegende dat de Commissie lijkt te overwegen ook op andere gebieden waarop de Gemeenschap wetgevende bevoegdheid heeft, via aanbevelingen op te treden, zoals bij de regeling inzake heffingen op het kopiëren voor particulier gebruik en de beperking van de aansprakelijkheid van accountants;

W.

overwegende dat het ontwerp voor het Europees overeenkomstenrecht daarenboven nog steeds uit soft law bestaat,

X.

overwegende dat als de Gemeenschap over wetgevende bevoegdheid beschikt, maar het aan de nodige politieke wil lijkt te ontbreken om wetgeving uit te vaardigen, het gebruik van soft law ertoe kan leiden dat de eigenlijk voor de wetgeving bevoegde organen worden omzeild, de beginselen van democratie en rechtsstaat, als bedoeld in artikel 6 van het EU-Verdrag, alsmede van subsidiariteit en evenredigheid, als bedoeld in artikel 5 van het EG-Verdrag, met voeten worden getreden en dat dit ertoe kan leiden dat de Commissie haar bevoegdheden te buiten gaat,

Y.

overwegende dat soft law er ook voor zorgt dat het grote publiek de indruk krijgt te maken te hebben met een niet democratisch gelegitimeerde „superbureaucratie” die niet alleen ver van de burger afstaat, maar hem zelfs vijandig gezind is en bereid is afspraken met machtige belangenvertegenwoordigers te maken, waarbij de onderhandelingen noch transparant noch voor de burger begrijpelijk verlopen, enoverwegende dat legitieme verwachtingen bij derde partijen (zoals consumenten) gewekt worden, terwijl deze in rechte geen enkel middel hebben om deze te verdedigen tegen besluiten die voor hen negatieve rechtsgevolgen hebben,

Z.

overwegende dat het streven naar betere wetgeving niet mag worden misbruikt om de Commissie, als uitvoerend orgaan van de Gemeenschap, de mogelijkheid te bieden om via soft law-instrumenten wetgeving op te stellen, omdat de rechtsorde van de Gemeenschap hierdoor dreigt te worden ondermijnd aangezien het democratisch gekozen Parlement buiten spel wordt gezet, het Hof van Justitie er geen juridische controle op kan uitoefenen en de burger alle rechtsmiddelen wordt ontnomen;

AA.

overwegende dat er geen enkele procedure bestaat om het Parlement te raadplegen over het voorgestelde gebruik van soft law-instrumenten, zoals aanbevelingen en interpretatieve mededelingen,

1.

meent dat soft law in het kader van de Gemeenschap te vaak een dubbelzinnig en ondoeltreffend instrument vormt dat schadelijke gevolgen kan hebben voor de wetgeving van de Gemeenschap en het institutionele evenwicht en dat van soft law behoedzaam gebruik moet worden gemaakt, zelfs als het Verdrag in deze mogelijkheid voorziet;

2.

herinnert eraan dat zogenoemde „soft law” niet in de plaats kan komen van de wetshandelingen en -instrumenten die beschikbaar zijn om de continuïteit van het wetgevingsproces, met name op het gebeid van cultuur en onderwijs, te verzekeren;

3.

benadrukt dat elke EU-instelling waaronder ook de Europese Raad, zowel legislatieve als niet-legislatieve mogelijkheden moet overwegen alvorens op van-geval-tot-geval basis te besluiten eventuele, en welke, actie te ondernemen;

4.

acht de methode van open coördinatie uit juridisch oogpunt bedenkelijk, daar deze zonder voldoende parlementaire betrokkenheid en rechtelijk toezicht plaatsvindt; meent dat zij derhalve slechts in uitzonderingsgevallen dient te worden gebruikt en dat er naar mogelijkheden moet worden gezocht om het Parlement aan de procedure te laten deelhebben;

5.

betreurt het dat de Commissie soft law gebruikt als een surrogaat voor, ook met inachtneming van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel, op zich noodzakelijke EU-wetgeving en om jurisprudentie van het Hof van Justitie naar andere gebieden uit te breiden;

6.

verzoekt de instellingen om naar analogie met artikel I-33 van het Grondwettelijk Verdrag geen soft law-instrumenten aan te nemen zolang er wetgevingsvoorstellen op tafel liggen; is van mening dat ook volgens het vigerende recht deze verplichting reeds voortvloeit uit het in artikel 6 van het EU-Verdrag verankerde beginsel van de rechtsstaat;

7.

verzoekt de Commissie zich speciaal in te spannen om transparantie, zichtbaarheid en verantwoording tegenover het publiek te waarborgen bij het invoeren van niet-bindende rechtshandelingen van de Gemeenschap, alsmede om meer gebruik te maken van effectbeoordelingen in het besluitvormingsproces;

8.

verzoekt de Commissie speciale aandacht te schenken aan de effecten van soft law voor consumenten en aan de voor hen openstaande rechtsmiddelen, alvorens een maatregel voor te stellen die een soft lawinstrument inhoudt.

9.

is van mening dat, wat de mededelingen van de Commissie betreft, uit de groenboeken en witboeken geen rechtstreekse juridische verplichtingen ontstaan; is evenwel van oordeel dat uit de aanneming van raadplegingsdocumenten en politieke intentieverklaringen geen juridische verplichting tot uitvaardiging van dienovereenkomstige wettelijke regelingen mag worden afgeleid;

10.

is van mening dat interpretatieve mededelingen van de Commissie het legitieme doel hebben rechtszekerheid te scheppen, maar dat zij ook niet verder mogen gaan dan dat; vindt dat interpretatieve mededelingen wanneer zij nieuwe verplichtingen opleggen een ontoelaatbare rechtschepping via soft law vormen; meent dat een mededeling wanneer zij gedetailleerde regelingen bevat waarvan de bepalingen niet rechtstreeks teruggaan op de fundamentele vrijheden, nietig is op grond van een vormfout (8);

11.

is van mening dat mededelingen die aan bovengenoemde criteria beantwoorden, bijgevolg beperkt moeten blijven tot de gevallen waarin de wetgever, d.w.z. het Parlement en de Raad, de Commissie om de opstelling van een dergelijke interpretatieve mededeling hebben verzocht; vindt dat de concretisering van het Verdrag aan de wetgever voorbehouden is en de interpretatie ervan aan het Hof van Justitie;

12.

is van mening dat standaardisering en gedragscodes belangrijke elementen van zelfregulering zijn; vindt evenwel dat standaardisering niet tot overregulering mag leiden en daardoor een extra belasting vormen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen; is derhalve van oordeel dat in de betreffende rechtsgrondslagen waarborgen tegen overregulering dienen te worden opgenomen;

13.

wijst erop dat hoewel de Commissie bevoegd is gebruik te maken van prelegislatieve instrumenten, de prelegislatieve procedure niet mag worden misbruikt of onnodig verlengd; is van oordeel dat op gebieden zoals het onwerp voor het overeenkomstenrecht, de Commissie op een gegeven moment moet besluiten of zij al dan niet gebruik maakt van haar initiatiefrecht en op welke juridische grondslag zij dit baseert;

14.

benadrukt dat het Parlement, als enige democratisch gekozen instelling van de Gemeenschap, thans niet wordt geraadpleegd over het gebruik van „soft law”-instrumenten zoals aanbevelingen van de Commissie op grond van artikel 211 van het EG-Verdrag, interpretatieve mededelingen en andere documenten van soortgelijke strekking;

15.

meent dat interinstitutionele overeenkomsten alleen rechtsgevolgen kunnen hebben voor de betrekkingen tussen de EU-instellingen onderling en dat zij derhalve geen soft law vormen in de zin van rechtsgevolgen ten aanzien van derden;

16.

verzoekt de Commissie om in samenwerking met het Parlement een modus operandi te ontwikkelen die participatie van democratisch gekozen organen garandeert, eventueel via een Interinstitutioneel Akkoord, en aldus te komen tot een doelmatiger toetsing van de noodzaak tot invoering van „soft law”-instrumenten;

17.

verzoekt de Commissie het Parlement te raadplegen over de vraag hoe het Parlement kan worden geraadpleegd voordat de Commissie soft law-instrumenten goedkeurt zodat voorgestelde soft law-maatregelen nader kunnen worden onderzocht en voorkomen kan worden dat de Commissie misbruik van haar bevoegdheden maakt; stelt daartoe voor in overleg te treden over het sluiten van een interinstitutioneel akkoord terzake; is van mening dat daarin met name ook moet worden gestreefd naar een oplossing voor de tegenstrijdigheid die is ontstaan tussen het bepaalde in artikel 211, artikel 249, alinea 5 en artikel 230 van het EG-Verdrag en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waar het Hof de nationale rechtbanken ertoe verplicht in lopende rechtszaken rekening te houden met aanbevelingen, die volgens het Verdrag op zich niet verbindend zijn;

18.

benadrukt nogmaals dat het belangrijk is dat het Parlement als belangrijkste vertegenwoordiger van de belangen van de EU-burgers aan alle besluitvormingsprocessen deelneemt, om het huidige wantrouwen tegen de Europese integratie en Europese waarden te helpen wegnemen;

19.

benadrukt daarom dat de uitdrukking „soft law” en elk beroep daarop in officiële documenten van de Europese instellingen steeds moeten worden vermeden;

20.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.


(1)  Zaak 26/62 Van Gend & Loos, Jurispr. 1963, blz. 3.

(2)  Linda Senden, „Soft Law, Self-Regulation en Co-Regulations in European Law: Where do they meet?”, EJCL, Vol. 9, 1.1.2005.

(3)  Zaak C-322/88 Grimaldi, Jurispr. 1989, blz. 4407, paragraaf 16.

(4)  Grimaldi, paragraaf 16.

(5)  Grimaldi, paragraaf 18.

(6)  Richtlijn 2001/29/EG (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10).

(7)  Richtlijn 2006/115/EG (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 28).

(8)  Zaak C-57/95 Frankrijk/Commissie, Jurispr. 1997, I-1672, paragrafen 23 tot en met 26.

P6_TA(2007)0367

Evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving

Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2007 over evaluatie van de interne markt: hinderpalen en inefficiëntie bestrijden met betere implementatie en handhaving (2007/2024(INI))

Het Europees Parlement,

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's getiteld ’Een interne markt voor de burger — Tussentijds verslag voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2007’ (COM(2007)0060),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad getiteld ’Een agenda voor de burger — Concrete resultaten voor Europa’ (COM(2006)0211),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Europese Voorjaarsraad getiteld "Uitvoering van de hernieuwde Lissabon-strategie voor groei en werkgelegenheid — „Een jaar van goede resultaten” (COM(2006)0816),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's getiteld „Jaarlijkse beleidsstrategie 2008” (COM(2007)0065),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité getiteld ’De interne markt voor goederen: hoeksteen van het Europese concurrentievermogen’ (COM(2007)0035),

gezien het door de Commissie voorgelegde Groenboek over de herziening van het consumentenacquis (COM(2006)0744),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's getiteld ’Betere regelgeving in de Europese Unie: Een strategische evaluatie’ (COM(2006)0689),

gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 8 en 9 maart 2007,

onder verwijzing naar zijn resolutie van 14 maart 2007 over sociale diensten van algemeen belang in de Europese Unie (1),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 mei 2007 over de impact en gevolgen van uitsluiting van gezondheidsdiensten uit de richtlijn betreffende diensten op de interne markt (2),

gezien de slotverklaring van de Vierde Europese Conferentie over kleine en ambachtelijke ondernemingen die op 16 en 17 april 2007 in Stuttgart is gehouden,

gezien de Verklaring van Berlijn van 25 maart 2007,

gezien Economic Paper No 271 van de Commissie ’Steps towards a deeper economic integration: the Internal Market in the 21st century — A contribution to the Single Market Review’,

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0295/2007),

A.

overwegende dat de interne markt een enorme, in Europees verband ongekende vooruitgang betekent, die de consumenten een grotere keuze en lagere prijzen biedt, een competitieve en dynamische omgeving schept voor het bedrijfsleven en de uitwisseling van ideeën en ervaringen tussen de Europese culturen mogelijk maakt,

B.

overwegende dat de Lissabon-strategie de sociale cohesie als doelstelling op de voorgrond plaatst en daarmee een grotere nadruk legt op de sociale dimensie in het sectorbeleid van de Unie,

C.

overwegende dat de interne markt met zijn vier componenten, het vrije verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, een beslissende vooruitgang in de opbouw van Europa heeft betekend,

D.

overwegende dat de oprichting van de interne markt in 1992 gebaseerd was op de volgende drie beginselen:

mededinging: het mogelijk maken van de voltooiing van de interne markt op basis van regels van de sociale markteconomie, ondersteund door het recht op mededinging, wat een essentieel democratisch recht is, bedoeld om misbruik van economische macht in te tomen en niet alleen om de macht van de overheid te beperken,

samenwerking: het mogelijk maken van de verwezenlijking van grensoverschrijdende en communautaire ambities zoals vastgelegd in de Verdragen en communautaire programma's, en

solidariteit: de verschillende partijen verenigen en de doelstellingen van sociale, economische en territoriale cohesie nastreven,

E.

overwegende dat de Lissabon-strategie structurele hervormingen in de lidstaten en het openstellen van markten met zich mee zal brengen, maar ook een toenemende behoefte aan regelgeving om eerlijke concurrentie te garanderen,

F.

overwegende dat de goedkeuring van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (3) het mogelijk heeft gemaakt om aanzienlijke vooruitgang te boeken bij de totstandbrenging van de interne markt voor diensten,

G.

overwegende dat de euro de interne markt transparanter, efficiënter en toegankelijker heeft gemaakt,

H.

overwegende dat bij de overheden van de lidstaten nog steeds openlijke en verborgen protectionistische houdingen leven,

I.

overwegende dat er nog steeds vele hindernissen zijn voor de verwezenlijking van de vier fundamentele vrijheden in het Verdrag; dat verbetering van de werking van de interne markt en concentratie op de totstandbrenging van een interne markt zonder belemmeringen absoluut noodzakelijk is,

J.

overwegende dat gestreefd moet worden naar een dynamische, globale en flexibele aanpak van de interne markt om zo de steun van de medeburgers te verwerven,

K.

overwegende dat de openstelling van de netwerkindustrieën, zoals vervoer, telecommunicatie, postdiensten en overbrenging van energie, die per definitie ondernemingen en particulieren moeten verbinden, voltooid moet worden; dat deze industrieën qua ontwikkeling en openstelling de aangewezen instrumenten zijn om de interne markt te voltooien als onderdeel van een verantwoordelijke markteconomie die wordt vergemakkelijkt door doeltreffende regelmechanismen,

L.

overwegende dat de Europese Unie de afgelopen jaren diverse wettelijke maatregelen heeft genomen met het oog op versterking van de interne markt in financiële diensten, zoals bankdiensten, vermogensbeheer, verzekeringen, pensioenfondsen en boekhouding, die zowel voor het bedrijfsleven als de consument voordelen hebben opgeleverd en de EU tot wereldwijd leider, trendsetter en normensteller in de financiële dienstensector hebben gemaakt,

M.

overwegende dat er weliswaar goede vooruitgang is geboekt met het voltooiien van de interne markt voor financiële diensten in het wholesale-segment, maar dat er tot op heden zeer weinig bewijs is dat dit in ook maar enigszins significante mate wordt omgezet naar het consumentenniveau, vaak als gevolg van de culturele en traditionele voorkeuren van burgers, maar ook door juridische en fiscale belemmeringen,

N.

overwegende dat de Commissie de belangrijke verantwoordelijkheid heeft om toe te zien op de naleving van de mededingingsregels om een eerlijk en gelijkwaardige marktvoorwaarden voor EU-ondernemingen te garanderen alsmede de volledige verwezenlijking van de voordelen van de interne markt voor EU-consumenten,

O.

overwegende dat de Commissie ondanks het feit dat de lidstaten hun prerogatieven op belastinggebied zullen handhaven nog steeds een nuttige rol kan spelen bij bepaalde aspecten van het belastingbeleid, wat de totstandbrenging van een echte interne markt zal bevorderen,

P.

overwegende dat de administratieve lasten voor ondernemers, en in het bijzonder in het midden- en kleinbedrijf, moeten worden verminderd,

Q.

overwegende dat de Europese Unie minder innoverend is dan haar voornaamste concurrenten,

R.

overwegende dat de interne markt het meest efficiënte instrument is om de uitdagingen van de globalisering het hoofd te bieden door een concurrerender en dynamischer economie mogelijk te maken,

S.

overwegende dat de Commissie bij de tenuitvoerlegging van haar beleid en in het bijzonder het internemarktbeleid volledig rekening moet houden met de uitbreiding van de EU en met de impact hiervan in de nieuwe lidstaten, alsmede met nieuwe omstandigheden, namelijk maatschappelijke veranderingen en de technologische vooruitgang,

T.

overwegende dat de uitbreiding, die de kansen op de interne markt heeft vermeerderd, ook een uitdaging is voor het goed functioneren ervan door de toenemende heterogeniteit onder de leden; dat de heterogeniteit op het gebied van vennootschapsbelasting tot spanning tussen lidstaten kan leiden,

1.

is ingenomen met de actieve rol en de toekomstgerichte visie van de Commissie op de interne markt en met het werk dat zij met de evaluatie van de interne markt heeft verzet, en benadrukt dat het belangrijk is om alle belanghebbenden bij dit proces te betrekken;

2.

wenst dat de evaluatie van de interne markt gebruikt wordt om de burgers van Europa te laten zien welke voordelen zij kunnen hebben bij de voltooiing van de interne markt; roept de Commissie en de lidstaten op om de kloof die bestaat tussen de mogelijkheden en de realiteit van de interne markt te verkleinen;

3.

onderstreept dat het belangrijk is dat alle burgers baat hebben bij de interne markt; is van mening dat bepaalde kwetsbare groepen er niet volledig toegang toe hebben en herinnert aan verklaring nr. 22 bij de Slotakte bij het Verdrag van Amsterdam die bepaalt dat de instellingen van de Gemeenschap bij het vaststellen van maatregelen krachtens artikel 95 van het Verdrag rekening moeten houden met de behoeften van personen met een handicap;

4.

wenst dat de arbeidsrelatie met de nationale parlementen aangehaald wordt, zodat de vertegenwoordigers van de burgers in de lidstaten meer inzicht krijgen in de vraagstukken en de voordelen van de interne markt; wijst in dit verband op de constructieve dialoog tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement tijdens de jaarlijkse vergaderingen over de Lissabon-agenda als een goed voorbeeld dat navolging verdient;

5.

wijst erop dat het dringend geboden is gehoor te geven aan de conclusies van de slotverklaring van de Vierde Europese Conferentie over het ambacht en de kleine ondernemingen, gezien de wezenlijke rol die dergelijke ondernemingen in de Europese economie spelen; wenst daarom dat met deze conclusies rekening wordt gehouden bij de vaststelling en tenuitvoerlegging van het communautaire beleid, in het bijzonder bij de evaluatie van de interne markt en de herziening van het beleid voor het midden- en kleinbedrijf;

6.

betreurt het dat de lidstaten vinden dat zij op het praktische vlak onvoldoende eigen inbreng hebben met betrekking tot de interne markt;

7.

erkent dat in een interne markt rekening gehouden moet worden met de behoefte aan levenskwaliteit en bescherming van het milieu en de consument;

Het vertrouwen van de spelers in de interne markt versterken

8.

is van mening dat nieuwe beleidsinitiatieven meer moeten berusten op een analyse van de impact die zij hebben op markten, economische sectoren en het milieu alsmede in sociaal opzicht;

9.

wijst erop dat de sociale en territoriale cohesie een van de belangrijkste componenten van de interne markt is en dat het daarom van groot belang is om het vertrouwen van de burger in die markt te versterken door, met inachtneming van de culturele diversiteit van Europa, gemeenschappelijke sociale en milieudoelstellingen te bevorderen, zoals de totstandbrenging van aantrekkelijke banen, gelijke kansen en bescherming van de gezondheid en het milieu; verzoekt de Commissie de rol van Europa als hoedster op deze gebieden te bewaken en concurrentie tussen lidstaten in de regelgeving te vermijden;

10.

wijst er met nadruk op dat sociale cohesie in combinatie met consequente consumentenbescherming ertoe kan leiden dat de burgers meer oog krijgen voor de voordelen van de interne markt;

11.

acht het belangrijk dat het vrije verkeer van werknemers binnen de interne markt aangemoedigd wordt; wijst erop dat de mobiliteit van de werknemers binnen de grenzen van de Unie zeer belangrijk is voor het concurrentievermogen van de ondernemingen en innovatie bevordert door uitwisseling van kennis en meer concurrentie;

12.

benadrukt dat een goed internemarktbeleid essentieel is voor het bevorderen van innovatie door toenemende concurrentie, en voor een ondernemingsvriendelijk klimaat, dat van bijzonder belang is voor kleine en middelgrote ondernemingen; verzoekt de Commissie en de lidstaten met name concrete maatregelen in te voeren om het innovatiepotentieel van kleine en ambachtelijke ondernemingen te ondersteunen, met name instrumenten voor de financiering van innovatie die zijn aangepast aan de kenmerken van deze ondernemingen;

13.

dringt er bij de Commissie op aan om een algemene strategie inzake intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen en de bescherming van deze rechten verder te versterken ten einde innovatie te steunen, de industriële capaciteit van Europa te bevorderen en de groei te stimuleren; bepleit de totstandbrenging van een communautair octrooi en een hoogwaardige, rendabele en innovatievriendelijke juridische regeling voor Europese octrooien die de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen respecteert; neemt nota van de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de verbetering van het octrooistelsel in Europa (COM(2007)0165);

14.

is van mening dat een doelmatig mededingingsbeleid ertoe bijdraagt het vertrouwen van de consument te wekken door ervoor te zorgen dat de burgers kunnen profiteren van een grotere keuze, lagere prijzen en hogere kwaliteit; verzoekt de Commissie na te gaan hoe de maatregelen van het mededingingsbeleid beter geïntegreerd kunnen worden in het bredere internemarktbeleid;

15.

onderstreept het belang van de bestrijding van fraude en piraterij binnen de interne markt;

16.

is van mening dat maatregelen tegen klimaatverandering en voor een duurzame ontwikkeling van het allerhoogste belang zijn en alleen met een uitgebalanceerd mengsel van energievormen succesvol kunnen zijn en dat een internemarktbeleid dat duurzame en concurrerende energie bevordert, hierin een essentiële rol speelt; is verheugd over bovengenoemde conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel; betreurt evenwel dat de potentiële bijdrage van kernenergie hierbij onvoldoende tot zijn recht kwam;

17.

verzoekt de Commissie om in overeenstemming met sectie III, paragraaf 19, punt (i) van het mandaat van de IGC 2007 (4) met betrekking tot een aan de Verdragen te hechten Protocol over diensten van algemeen belang initiatieven te nemen om de rechtsonzekerheid omtrent de status van diensten van algemeen belang, met name de regels voor overheidssteun en overheidsopdrachten, weg te nemen; verwelkomt de initiatieven van de Commissie om de dubbelzinnigheden op het gebied van gezondheidsdiensten en sociale diensten van algemeen belang op de interne markt weg te nemen; is van oordeel dat gezonde en moderne diensten van algemeen belang nodig zijn om doelstellingen van algemeen belang te verwezenlijken, zoals sociale en territoriale samenhang, milieubescherming en culturele diversiteit;

18.

onderstreept de noodzaak om het consumentenrecht doeltreffender te maken; verwelkomt daarom het groenboek van de Commissie over de herziening van het consumentenacquis; stelt vast dat de huidige minimumbepalingen voor harmonisatie die zijn opgenomen in de acht richtlijnen waarop de evaluatie betrekking heeft, een bron van rechtsonzekerheid voor bedrijven en consumenten zijn; is — zonder evenwel vooruit te willen lopen op de uitkomst van de raadpleging — dan ook van mening dat de optie van de gemengde aanpak met een horizontaal instrument het meest geschikt lijkt om het vertrouwen van de consumenten te versterken;

19.

wijst erop dat maar 6% van de consumenten goederen over de grens kopen via elektronische handel; vindt het dan ook belangrijk dat het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende aankopen wordt vergroot door een eind te maken aan de versplintering van de interne markt in een digitale omgeving; verzoekt de Commissie daarom steun te geven aan een passend kader voor de ontwikkeling van de elektronische handel, een gunstiger economische omgeving te scheppen, en daartoe de kwaliteit van de wetgeving te verbeteren en de rechten van de consument en de situatie van kleine en middelgrote ondernemingen op de markt te versterken;

20.

benadrukt dat noch de consumenten, noch de dienstverleners altijd in staat zijn om vast te stellen welk rechtsstelsel op elk aspect van hun activiteiten van toepassing is; verzoekt de Commissie daarom voorstellen te doen voor verduidelijking van de interactie tussen particuliere internationale wettelijke instrumenten en internemarktinstrumenten, zodat duidelijk is wanneer de wet- of regelgeving van het eigen land dan wel die van het gastland geldt en er geen leemtes meer zijn in de aansprakelijkheidsregels voor dienstverleners;

21.

pleit voor continue ontwikkeling van ontwerpstandaarden om de toegankelijkheid voor gehandicapten, ouderen en kinderen verder te verbeteren; wijst op de belangrijke gevolgen die dit heeft gehad op gebieden als stadsbussen, liften, elektrische apparatuur en informatie- en communicatietechnologie (ICT), doordat nu ook kwetsbare burgers van de voordelen van de interne markt profiteren, er meer zekerheid is en wordt voorkomen dat er belemmeringen voor de industrie in de Unie optreden;

22.

beklemtoont dat de gunning van overheidsopdrachten eerlijk en transparant moet verlopen, onder naleving van de voorschriften ter zake, en dat overheidsopdrachten eveneens kunnen bijdragen aan de bevordering van innovatie en technologische ontwikkeling en aan het oplossen van maatschappelijke en milieuproblemen, inclusief de toegang voor gehandicapten; verzoekt de Commissie de lidstaten ertoe aan te moedigen de toegang van het midden- en kleinbedrijf tot overheidsopdrachten te verbeteren en precommerciële plaatsing van overheidsopdrachten te gebruiken om de innovatiecapaciteit van de interne markt te vergroten;

23.

is van oordeel dat het vrije verkeer van goederen van vitaal belang is voor de interne markt; wijst erop dat 25 % van de goederen die in de Europese Unie worden gefabriceerd nog steeds niet onder harmonisatiemaatregelen valt; juicht daarom het initiatief van de Commissie toe om de werking van de interne markt op dat gebied te verbeteren; roept de lidstaten op om ruimschoots gebruik te maken van wederzijdse erkenning om ervoor te zorgen dat deze fundamentele vrijheid uitgeoefend kan worden in het belang van consumenten en ondernemingen;

24.

benadrukt dat het belangrijk is de belemmeringen weg te nemen voor de oprichting van een „gemeenschappelijke betalingsruimte”, alsook voor de verdere liberalisering van de markten voor postdiensten, waarbij de financiering van een efficiënte universele dienst moet worden gewaarborgd;

25.

is van mening dat verdere financiële integratie in de Europese Unie nodig is om bij te dragen aan duurzame groei, met name door lagere transactiekosten, meer mogelijkheden voor risicodeling en een efficiëntere toekenning van middelen;

26.

is van mening dat de huidige BTW- en accijnssystemen de voltooiing van de interne markt in de weg staan, vooral wat betreft grensoverschrijdende handel; vraagt de Commissie om belastingproblemen met persoonlijke postorders en internetwinkelen te onderzoeken en met voorstellen te komen die het eenvoudiger maken voor EU-burgers om ten volle te profiteren van het vrije verkeer van goederen;

27.

vraagt om bijzondere aandacht voor de problemen van het midden- en kleinbedrijf met de interne markt, met name door verbeteringen voor wat betreft de kosten en de snelheid van het opstartproces, de beschikbaarheid van risicokapitaal, de kosten en snelheid van betalingsdiensten en de mobiliteit van personen, goederen en diensten; dringt er bij de Commissie op aan te garanderen dat risicokapitaal van het Europees Investeringsfonds het midden- en kleinbedrijf en innovatieve ondernemingen doeltreffend bereikt;

28.

is van mening dat informele netwerken zoals het SOLVIT-netwerk en het netwerk van Europese centra voor de consument (ECC-Net) belangrijke aanvullingen zijn op de formele en juridische instrumenten die de burger en de ondernemer ter beschikking staan; is ingenomen met het initiatief tot oprichting van het informatienetwerk voor de interne markt (IMI — Internal Market Information System); verzoekt de Commissie dringend meer middelen en personeel beschikbaar te stellen en haar voorlichtingsstrategie te verbeteren zodat burgers en bedrijfsleven van het bestaan van deze netwerken afweten en om ze volledig doeltreffend te maken;

29.

is van mening dat onderzoek moet worden gedaan naar meer raadpleging en gebruik van geschikte mechanismen om sneller geschillen op te lossen, dringt er derhalve op aan dat er een effectief en snel arbitragemechanisme op EU-niveau wordt opgericht om geschillen over regels betreffende de interne markt snel op te lossen;

Terugdringen van de administratieve lasten

30.

juicht het initiatief van de Commissie toe om de administratieve lasten van het bedrijfsleven te reduceren en dringt aan op verdere inspanningen in deze zin om de toegang tot de interne markt te verbeteren zonder de noodzakelijke bescherming van de burgers, consumenten en werknemers aan te tasten;

31.

onderstreept dat wederzijdse erkenning een belangrijk onderdeel van de interne markt is, wat niet betekent dat geen harmonisatie moet plaatsvinden als dit zinvol is;

32.

onderstreept echter ook dat de gemeenschappelijke markt van de 21e eeuw moet werken volgens regels die noodzakelijk zijn en voldoen aan het evenredigheidsbeginsel; is van mening dat meer harmonisatie noodzakelijk kan zijn op bepaalde gebieden, in het bijzonder op het gebied van de retailmarkt voor financiële diensten (met inbegrip van betaalmiddelen) en de werking van het belastingstelsel; verwelkomt het groenboek van de Commissie over financiële diensten voor consumenten in de interne markt (COM(2007)0226) en verzoekt de Commissie om met erkenning van het lokale karakter van financiële diensten voor consumenten, op de ingezette weg voort te gaan door de voorwaarden te scheppen voor een interne markt waaraan consumenten en leveranciers naar believen kunnen deelnemen; is van mening dat er altijd voor gezorgd moet worden dat mogelijke initiatieven vaker worden uitgetest op de consument; verzoekt de Commissie ten aanzien van het laatstgenoemde punt voorstellen te doen voor een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting;

33.

benadrukt dat ’betere’ regelgeving niet noodzakelijkerwijs ’minder’ regelgeving inhoudt; dringt er bij de Commissie op aan om nieuwe initiatieven in overweging te nemen ter verbetering van de werking en de integratie van de interne markt en ter consolidering en vereenvoudiging van de wetgeving;

34.

is van mening dat de adviesprocedures van de Commissie transparanter en gerichter moeten zijn om te zorgen dat alle partijen daaraan deelnemen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf;

35.

gelooft dat het verbeteren van de concurrentie door regelgevingshervorming de stimulans is die Europa nodig heeft om de productiviteit te verhogen; herhaalt dat de rechten van het Parlement in de context van de regelgevingshervorming volledig moeten worden gerespecteerd;

36.

is van mening dat de effectbeoordelingen van de Commissie consistenter moeten zijn en rekening moeten houden met de standpunten van alle belanghebbenden; juicht daarom de oprichting van de raad voor effectbeoordeling van de Commissie toe en verzoekt de Commissie deze adviezen openbaar te maken; verlangt dat het Europees Parlement meer effectbeoordelingen uitvoert ter ondersteuning van zijn voorstellen;

37.

verzoekt de Commissie een „internemarkttest” op te nemen in de instrumenten voor betere regelgeving, zoals bepleit door het Parlement, en wel om ervoor te zorgen dat regelgevers altijd rekening houden met de gevolgen van hun maatregelen voor de vier vrijheden van de interne markt, naast de overige aspecten die zij in aanmerking moeten nemen, met name duurzaamheid en werkgelegenheid;

38.

herinnert eraan dat ook evaluatie achteraf van de wetgeving moet plaatsvinden om er zeker van te zijn dat regels werken zoals de bedoeling is en om onvoorziene negatieve effecten op te sporen;

39.

steunt de opvatting van de Commissie dat co-en zelfregulering instrumenten kunnen zijn die wetgevingsinitiatieven op bepaalde terreinen kunnen aanvullen, met eerbiediging van de prerogatieven van de wetgever; wijst er tevens op dat nauwere samenwerking op bepaalde gebieden kan evolueren naar harmonisatie op vrijwillige basis;

40.

is van mening dat gebrekkige omzetting een van de grootste obstakels voor de voltooiing van de interne markt vormt en dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het verbeteren van de omzetting en uitvoering van EU-wetgeving; is verheugd over de vastgestelde verbetering van de omzetting in nationaal recht en de nieuwe doelstelling van de bovengenoemde Europese Raad van Brussel om het percentage van de wetgevingsteksten die niet worden omgezet geleidelijk terug te dringen tot 1 %; roept de lidstaten op om niet te vervallen in nationale overreglementering (gold-plating);

41.

onderstreept het belang van versterking en verbetering van de administratieve samenwerking tussen de voor de interne markt bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten;

De internationale dimensie

42.

betreurt het dat bepaalde lidstaten maatregelen nemen om hun nationale markt te beschermen; benadrukt het belang van de totstandbrenging van gelijke mededingingsvoorwaarden op de interne markt; onderstreept dat een goed werkende interne markt in het kader van de globalisering een concurrentievoordeel is voor Europa;

43.

verzoekt de Commissie om bij de uitwerking van het interne beleid systematisch te kijken naar en rekening te houden met het beleid dat op dit gebied wordt gevoerd door de belangrijkste partners van de Europese Unie (VS, Rusland, China, India, Brazilië, Japan, enz.) om het concurrentievermogen van de EU te verbeteren en belemmeringen voor de wereldhandel weg te nemen;

44.

onderstreept dat beleidsinitiatieven ter verbetering van het concurrentievermogen niet moeten leiden tot verlaging van de Europese normen; herinnert aan het belang van de ontwikkeling van een opbouwende en evenwichtige dialoog met de externe partners om invloed te kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van internationale normen;

45.

neemt nota van het initiatief van de Commissie om een algemene inventarisatie te maken van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU; onderstreept dat doeltreffende defensieve handelsinstrumenten essentieel kunnen zijn voor concurrentievermogen, groei en werkgelegenheid in een snel veranderende wereldeconomie; herhaalt dat de EU zoals in het verleden het voortouw moet blijven nemen bij het verbeteren en verstevigen van de discipline in WTO-verband;

46.

is van mening dat de EU alleen succes zal hebben op de wereldmarkt als zij het innovatievermogen van haar handelspartners kan evenaren en zelfs verbeteren; onderstreept dat de EU specifieke maatregelen nodig heeft om de interne markt innoverender te maken; roept de EU-instellingen tevens op om de Unie voortaan als eenheid te positioneren ten aanzien van tendensen in de wereldeconomie, zodat zowel de doelmatigheid van de handelsbescherming als het duurzame concurrentievermogen van de EU verzekerd zijn; is van mening dat een transatlantische interne markt hiervoor een geschikt instrument kan zijn;

*

* *

47.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.


(1)  Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0070.

(2)  Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0201.

(3)  PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

(4)  Bijlage I bij de Conclusies van het Voorzitterschap, Europese Raad, Brussel, 21-22 juni 2007.


Top