EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31958R0003(01)

EGA Raad: Verordening Nº3 ter toepassing van artikel 24 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

OJ 17, 6.10.1958, p. 406–416 (DE, FR, IT, NL)
Danish special edition: Series I Volume 1952-1958 P. 63 - 70
English special edition: Series I Volume 1952-1958 P. 63 - 70
Greek special edition: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 12
Spanish special edition: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 11
Portuguese special edition: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 11
Special edition in Finnish: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Swedish: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Czech: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Estonian: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Latvian: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Lithuanian: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Hungarian Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Maltese: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Polish: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Slovak: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Slovene: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Bulgarian: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Romanian: Chapter 12 Volume 001 P. 3 - 10
Special edition in Croatian: Chapter 12 Volume 002 P. 3 - 10

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1958/3(1)/oj

31958R0003(01)

EGA Raad: Verordening Nº3 ter toepassing van artikel 24 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

Publicatieblad Nr. 017 van 06/10/1958 blz. 0406 - 0416
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1952-1958 blz. 0063
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1952-1958 blz. 0063
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0003


++++

VERORDENING No . 3

ter toepassing van artikel 24 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE ,

Gelet op de artikelen 24 , 25 en 217 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ;

Gelet op het voorstel van de Commissie ;

Overwegende dat beveiligingsmaatregelen moeten worden genomen voor elk der rubriceringsgraden die van toepassing zijn , op kennis waarvan de mededeling de defensiebelangen van een of meer Lid-Staten zou kunnen schaden en dat die maatregelen , zowel wat betreft die kennis zelf als wat de personen en ondernemingen betreft die daarvan op het grondgebied van de Lid-Staten kennis moeten nemen , onder toezicht van de Commissie moeten worden toegepast ;

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

EERSTE DEEL

ALGEMENE BEPALINGEN

Hoofdstuk I : Werkingssfeer

Artikel 1

Werkingssfeer ten aanzien van zaken

1 ) Deze verordening bepaalt de rubriceringsgraad en de beveiligingsmaatregelen welke toepasselijk zijn op de kennis verkregen door de Gemeenschap of medegedeeld door de Lid-Staten en bedoeld in de artikelen 24 en 25 van het Verdrag tot Oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie , hierna te noemen " het Verdrag " .

Deze kennis wordt hierna aangeduid als GKE ( gerubriceerde kennis van Euratom ) .

Wanneer echter een Staat kennis zoals bedoeld in artikel 25 mededeelt , zal de verordening op deze Staat slechts van toepassing zijn ingeval het gebruik dat hij van die kennis maakt binnen de werkingssfeer van het Verdrag valt .

2 ) De gegevens , inlichtingen , documenten , voorwerpen , reproduktiemiddelen en andere zaken welke betrekking hebben op de kennis bedoeld in het eerste lid , worden eveneens als GKE beschouwd .

Artikel 2

Wanneer zij betrekking hebben op activiteiten welke binnen de werkingssfeer van het Verdrag vallen , kunnen overeenkomsten , koopcontracten of akkoorden welke tussen een Lid-Staat en een natuurlijke of rechtspersoon na inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten , verlengd of vernieuwd , niet tegen deze verordening worden ingeroepen .

Echter kunnen beveiligingsmaatregelen van contractuele oorsprong , die v}}r inwerkingtreding van deze verordening van kracht werden tot op de datum vastgesteld bij de rechtshandeling welke aan die beveiligingsmaatregelen ten grondslag ligt , in de plaats van de bepalingen van deze verordening worden toegepast .

Artikel 3

Werkingssfeer ten aanzien van personen

a ) De instellingen , comités , diensten en inrichtingen der Gemeenschap ;

b ) de Lid-Staten en hun ambtelijke diensten ;

c ) de gemeenschappelijke ondernemingen en

d ) personen of ondernemingen , bedoeld in artikel 196 van het Verdrag ,

zijn verplicht de beveiligingsmaatregelen , in deze verordening bepaald , op GKE toe te passen en de nodige instructies te geven om naleving daarvan te verzekeren .

Artikel 4

Gemeenschappelijke ondernemingen

In de statuten van elke gemeenschappelijke onderneming wordt bepaald of zij wat de toepassing van deze verordening betreft , moet worden gelijkgesteld met de instellingen , diensten en inrichtingen van de Gemeenschap dan wel met de personen en ondernemingen bedoeld in artikel 196 van het Verdrag .

Artikel 5

Aanvullingen op de beveiligingsverordening

1 ) De voorschriften tot bescherming van GKE welke in deze verordening zijn voorzien , moeten als een minimum worden beschouwd .

2 ) De Gemeenschap en de Lid-Staten vullen binnen hun respectieve bevoegdheidssfeer de beveiligingsverordening in voorkomend geval aan , ten einde rekening te houden met plaatselijke omstandigheden ; zij kunnen haar door eigen voorschriften verscherpen , mits de eenvormige behandeling van GKE hierdoor niet wordt belemmerd .

Hoofdstuk II : Organisatie

Artikel 6

Beveiligingsbureau

Het beveiligingsbureau , ingesteld door de Commissie en werkzaam op haar gezag en onder haar verantwoordelijkheid

a ) coordineert _ en waakt over _ de algemene toepassing der beveiligingsmaatregelen ;

b ) ziet toe op de toepassing van die maatregelen in de instellingen , comités , diensten en inrichtingen van de Gemeenschap ;

c ) kan het toezicht op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen op GKE , voorzien in deze verordening , op het grondgebied van de Lid-Staten door de nationale autoriteiten doen geschieden en , indien het zulks nodig acht , zelf in samenwerking met deze autoriteiten dit toezicht uitoefenen ;

d ) stelt de wijzigingen voor die het met betrekking tot de toepassing van deze verordening nodig acht .

Artikel 7

Organen belast met de toepassing van de beveiligingsmaatregelen in de Lid-Staten

Iedere Lid-Staat wijst een staatsorgaan aan , dat ermede belast wordt binnen zijn rechtsgebied de beveiligingsmaatregelen voorzien in deze verordening toe te passen of te doen toepassen .

Artikel 8

Beveiligingsambtenaren

1 ) In iedere instelling , dienst en inrichting van de Gemeenschap , waar men met GKE werkt of deze onder zich heeft , wijst het beveiligingsbureau een ambtenaar _ hierna te noemen : beveiligingsambtenaar _ aan , die verantwoordelijk is voor de toepassing van deze verordening .

2 ) De ambtelijke diensten van de Lid-Staten alsmede iedere persoon of onderneming , bedoeld in artikel 196 van het Verdrag , die met GKE werken of deze onder zich hebben , wijzen in overeenstemming met het in artikel 7 bedoelde voor de beveiliging verantwoordelijke staatsorgaan een functionaris _ hierna te noemen : beveiligingsambtenaar _ aan , die voor de toepassing van deze verordening verantwoordelijk is .

3 ) De beveiligingsambtenaren hebben in het bijzonder tot taak :

a ) zorg te dragen voor de registratie bedoeld in artikel 23 ;

b ) een naar categorieën ingedeelde lijst bij te houden van alle personen die gemachtigd zijn toegang te hebben tot GKE ;

c ) het personeel te onderrichten omtrent zijn plichten met betrekking tot de geheimhouding ;

d ) de feitelijke beveiligingsmaatregelen te doen toepassen .

Hoofdstuk III : Rubricering en derubricering van GKE

Artikel 9

Beginsel

De rubriceringsgraden worden slechts toegepast voor zover zulks strikt noodzakelijk is .

Artikel 10

Rubriceringsgraden

GKE wordt naar gelang van de graad van geheimhouding ingedeeld als :

1 ) Eura - Zeer geheim : GKE waarvan ongeoorloofde mededeling buitengewoon ernstige gevolgen zou hebben voor de defensiebelangen van een of meer Lid-Staten ;

2 ) Eura - geheim : GKE waarvan ongeoorloofde mededeling ernstige gevolgen zou hebben voor de defensiebelangen van een of meer Lid-Staten ;

3 ) Eura - Vertrouwelijk : GKE waarvan ongeoorloofde openbaarmaking de defensiebelangen van een of meer Lid-Staten zou schaden ;

4 ) Eura - Dienstgeheim : GKE waarvan ongeoorloofde mededeling de defensiebelangen van een of meer Lid-Staten zou raken , maar die nochtans in mindere mate beveiligd behoeft te worden dan de als Eura - Vertrouwelijk ingedeelde documenten .

Artikel 11

Organen tot rubricering bevoegd

1 ) De Commissie rubriceert de kennis bedoeld in artikel 24 van het Verdrag :

a ) eerst voorlopig , als zij van mening is dat de openbaarmaking ervan de defensiebelangen van een of meer Lid-Staten zou kunnen schaden ;

b ) vervolgens definitief zodra de Lid-Staten hebben doen weten welke rubriceringsgraad zij toegepast wensen te zien . De strengste van de aldus gevraagde rubriceringsgraden wordt toegepast . De Commissie geeft hiervan kennis aan de Lid-Staten .

In overleg met de bevoegde organen der Lid-Staten stelt de Commissie een niet-limitatieve lijst op van de categorieën van kennis waarop een rubriceringsgraad moet worden toegepast , en herziet zij deze lijst op gezette tijden .

2 ) Wat de aanvragen om octrooi of om gebruiksmodel bedoeld in artikel 25 van het Verdrag betreft , doet de Commissie zowel aan de bevoegde Instellingen en organen van de Gemeenschap als aan de andere Lid-Staten mededeling van de rubriceringsgraad , die door de Staat van oorsprong wordt verlangd .

Artikel 12

Rubricering van documenten

1 ) De rubriceringsgraad die moet worden toegepast op een document dat betrekking heeft op een bepaalde GKE , wordt niet bepaald door de graad die op die GKE wordt toegepast , maar uitsluitend door de inhoud van het betreffende document .

Om schending van het geheim van documenten welke betrekking hebben op GKE van rubriceringsgraden Eura - Geheim en Eura - Zeer geheim te vermijden , moeten de verwijzingen naar deze documenten tot het minimum worden beperkt , opdat noch hun inhoud noch de rubriceringsgraad waaraan zij onderworpen zijn , bekend wordt .

Aan de rubriceringsgraad die op een document van toepassing is , zijn eveneens onderworpen :

a ) de kopieën van dit document ;

b ) de documenten betreffende onderzoekingen of produkties welke op grond van dit document hebben plaatsgevonden .

2 ) Indien een document dat betrekking heeft op GKE uit verscheidene delen bestaat , bepaalt het deel waarvoor de strengste rubriceringsgraad is vereist , de rubriceringsgraad voor het geheel .

Artikel 13

Wijzigingen in de rubriceringsgraad en opheffing van de geheimhouding

De rubriceringsgraad die op GKE wordt toegepast , kan worden gewijzigd of opgeheven overeenkomstig artikel 24 , lid 2 , alinea 5 en artikel 25 , lid 3 , van het Verdrag .

TWEEDE DEEL

BEPALINGEN BETREKKING HEBBENDE OP PERSONEN

Artikel 14

Toegang tot GKE

1 ) Alleen personen die gemachtigd zijn en voor wie het bovendien uit hoofde van hun functies volstrekt noodzakelijk is GKE te hebben of te verkrijgen , zijn gerechtigd toegang te hebben tot GKE of deze onder zich te hebben .

2 ) Voor toegang tot GKE van het stelsel Eura - Dienstgeheim is generlei machtiging vereist .

Artikel 15

Machtiging

1 ) Behoudens wanneer de Raad een uitzondering heeft gemaakt , wordt machtiging slechts verleend aan personen wier betrouwbaarheid overeenkomstig artikel 16 is onderzocht en die overeenkomstig artikel 17 het nodige onderricht hebben ontvangen .

2 ) De machtiging wordt schriftelijk gegeven . Dit document mag de gemachtigde niet onder zich hebben .

3 ) De beveiligingsambtenaren bedoeld in artikel 8 moeten met inachtneming van dezelfde bepalingen worden gemachtigd .

4 ) Tot het verlenen van machtiging zijn bevoegd :

a ) voor de leden van de instellingen , de leden van de comités , de ambtenaren en andere personeelsleden van de Gemeenschap waaronder begrepen allen die voor de Gemeenschap optreden , het beveiligingsbureau ;

b ) in alle andere gevallen de Lid-Staat , die ingevolge artikel 16 , lid 2 , eerste alinea , voor het betrouwbaarheidsonderzoek verantwoordelijk is .

De machtigingen verleend door het beveiligingsbureau of door een Lid-Staat worden door alle organen van de Gemeenschap en door alle Lid-Staten erkend .

5 ) Het beveiligingsbureau en de staatsorganen bedoeld in artikel 7 houden , elk wat hen zelf betreft , een lijst bij van de personen die gemachtigd zijn toegang te hebben tot GKE met de rubriceringsgraden Eura - Zeer geheim en Eura - Geheim .

Artikel 16

Betrouwbaarheidsonderzoek

1 ) Het betrouwbaarheidsonderzoek heeft ten doel zich ervan te overtuigen , dat de persoon in kwestie aan de nodige voorwaarden voldoet om toegang te kunnen verkrijgen tot GKE .

De omvang van het betrouwbaarheidsonderzoek is afhankelijk van de rubriceringsgraad waarvoor de machtiging wordt gevraagd .

2 ) Het betrouwbaarheidsonderzoek wordt steeds gehouden onder verantwoordelijkheid van de Lid-Staat waarvan de betrokkene de nationaliteit bezit . Indien hij niet de nationaliteit van een der Lid-Staten bezit , is die Lid-Staat verantwoordelijk , op wiens grondgebied de betrokkene zijn woonplaats heeft of gewoonlijk verblijft .

Indien de betrokkene gedurende een bepaalde tijd heeft vertoefd in een andere Lid-Staat dan die vermeld in de voorgaande alinea , of indien hij nauwe relaties in die Staat heeft , zal bedoelde Staat verzocht worden deel te nemen aan het onderzoek door de Lid-Staat , die verantwoordelijk is voor het betrouwbaarheidsonderzoek . Eerstbedoelde Staat deelt het resultaat van zijn bemoeiingen mede aan de Lid-Staat die voor het betrouwbaarheidsonderzoek verantwoordelijk is .

3 ) Het betrouwbaarheidsonderzoek wordt gehouden , overeenkomstig de voorschriften en richtlijnen welke ter zake in ieder der Lid-Staten gelden .

Behoudens wanneer de Raad een uitzondering heeft gemaakt , worden de aanvragen voor een onderzoek , welke uitgaan van het beveiligingsbureau en betrekking hebben op de leden der instellingen en de ambtenaren en andere personeelsleden van de Gemeenschap , waaronder begrepen allen die voor de Gemeenschap optreden , ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat die in de zin van lid 2 , eerste alinea , voor het betrouwbaarheidsonderzoek verantwoordelijk is . De aanvragen voor een onderzoek moeten vergezeld gaan van een door de belanghebbende gewaarmerkte opgave betreffende zijn persoon welke met name alle gegevens bevat omtrent zijn burgerlijke staat en die van zijn gezin , zijn werkzaamheden en woonplaats gedurende de laatste tien jaren .

Wat de ambtenaren en personeelsleden van de Lid-Staten betreft waaronder begrepen allen die voor de Lid-Staten optreden , alsmede de personen en ondernemingen , bedoeld in artikel 196 van het Verdrag , daaronder begrepen het personeel van deze ondernemingen , wordt het onderzoek gehouden op initiatief van de betrokken Lid-Staat .

4 ) Na afsluiting van het betrouwbaarheidsonderzoek wordt , zowel wat de leden van de instellingen als de ambtenaren en andere personeelsleden van de Gemeenschap betreft , waaronder begrepen allen die voor de Gemeenschap optreden , de volgende procedure toegepast :

a ) Na afloop van het onderzoek brengt de Lid-Staat , onder wiens verantwoordelijkheid krachtens lid 2 , eerste alinea , het onderzoek is gehouden , een advies uit aan het beveiligingsbureau . Dit advies moet vermelden of er , te oordelen naar het resultaat van het onderzoek , bezwaar tegen bestaat , de betrokkene te machtigen toegang te hebben tot GKE met een bepaalde rubriceringsgraad , dan wel of daartegen geen enkel bezwaar bestaat . Bij zijn advies houdt de Lid-Staat rekening met alle inlichtingen en gegevens , welke hem door een andere Lid-Staat die aan de uitvoering van het betrouwbaarheidsonderzoek heeft deelgenomen zijn verschaft .

b ) Indien het advies uitgebracht overeenkomstig sub a ) geen enkel bezwaar vermeldt , kan het beveiligingsbureau de machtiging aan de persoon in kwestie verlenen , als het van oordeel is dat zich daartegen geen ernstige redenen verzetten . De Lid-Staat die voor de uitvoering van het betrouwbaarheidsonderzoek verantwoordelijk is , wordt van de beslissing van het beveiligingsbureau in kennis gesteld .

c ) Indien het advies uitgebracht overeenkomstig sub a ) tot een negatieve conclusie komt , is het beveiligingsbureau aan dit advies gebonden en kan het de machtiging niet verlenen .

d ) Als na verlening van de machtiging inlichtingen ter kennis van het beveiligingsbureau of van een Lid-Staat komen , welke twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de gemachtigde persoon kunnen wekken , worden deze inlichtingen onmiddellijk medegedeeld aan de Lid-Staat , die krachtens lid 2 , eerste alinea , voor de uitvoering van het betrouwbaarheidsonderzoek verantwoordelijk is . Deze Lid-Staat neemt zijn aanvankelijk advies opnieuw in overweging en laat het beveiligingsbureau weten of de machtiging naar zijn oordeel moet worden geschorst . Het beveiligingsbureau volgt het advies van de Lid-Staat op , mits het in geval van een gunstig advies van mening is , dat zich daartegen geen ernstige redenen verzetten .

Artikel 17

Onderricht

1 ) Alle personen die tot de diensten van de Gemeenschap en van de Lid-Staten behoren en de personen bedoeld in artikel 196 van het Verdrag , die uit hoofde van hun bezigheden toegang hebben tot de GKE , moeten , bij hun indiensttreding en vervolgens op gezette tijden , door de beveiligingsambtenaar bedoeld in artikel 8 onderricht worden over de noodzakelijkheid van de geheimhouding en de wijze waarop deze in acht genomen moet worden .

2 ) Bij het geven van dit onderricht zal er nadrukkelijk op worden gewezen , dat elke tekortkoming ten aanzien van de verplichting het geheim van GKE te bewaren met name beschouwd kan worden als een inbreuk op de strafbepalingen welke van toepassing zijn inzake het in gevaar brengen van de veiligheid van de Staat .

3 ) De aldus onderrichte personen moeten een verklaring tekenen waarin zij bevestigen , dat zij het nodige onderricht hebben ontvangen en verklaren dienovereenkomstig te zullen handelen .

Artikel 18

Bezoeken en uitwisseling van gegevens

1 ) Indien een persoon behorende tot een der instellingen of een der diensten of inrichtingen van de Gemeenschap of onderworpen aan de rechtsmacht van een der Lid-Staten tijdens een bezoek kennis moet nemen van _ of moet spreken over _ GKE met rubriceringsgraden Eura - Zeer geheim en Eura - Geheim , welke berust onder een ander lichaam dan dat waarvan hij deel uitmaakt of onder een persoon die aan de rechtsmacht van een andere Lid-Staat is onderworpen , wordt tussen die lichamen of die personen tevoren een regeling getroffen . Bij deze regeling moet in elk geval worden voorzien , dat door het hoofd van het lichaam waarvan de bezoeker deel uitmaakt , of , indien hij niet deel uitmaakt van enig lichaam , door het staatsorgaan bedoeld in artikel 7 , tijdig een eventueel door de beveiligingsambtenaar voor gezien getekend document wordt toegezonden waarin het doel van het bezoek en alle persoonlijke gegevens welke de vaststelling van de identiteit van de bezoeker mogelijk maken , worden vermeld . Eventueel geeft dit document eveneens de rubriceringsgraad aan waarvoor de bezoeker gemachtigd is .

2 ) De beveiligingsambtenaar van het bezochte lichaam staat de bezoeker tijdens het bezoek terzijde .

DERDE DEEL

MATERIELE BEVEILIGING VAN GKE

Hoofdstuk I : Kentekenen en reproduceren van GKE

Artikel 19

Kentekenen

1 ) De rubriceringsgraden Eura - Zeer geheim , Eura - Geheim en Eura - Vertrouwelijk moeten door middel van stempeling zeer duidelijk worden aangegeven boven - en onderaan elke bladzijde van elk document dat op GKE betrekking heeft .

Voor GKE met de rubriceringsgraad Eura - Dienstgeheim is het voldoende deze aanduiding , hetzij door een stempel , hetzij in machineschrift , bovenaan elke bladzijde van de betreffende documenten te plaatsen . Wanneer het om een ingebonden document gaat , wordt deze aanduiding slechts bovenaan de eerste bladzijde daarvan geplaatst .

2 ) Elke bladzijde van een document dat betrekking heeft op GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk alsmede met een hogere rubriceringsgraad , moet worden genummerd . Voor GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim moet het totale aantal bladzijden op de eerste bladzijde worden vermeld ; elk exemplaar van een zodanig document moet een volgnummer dragen . Het codenummer van een document dat op GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim betrekking heeft , moet op elke beschreven bladzijde voorkomen .

3 ) In geval van wijziging van de rubriceringsgraad van GKE dienen op de betreffende documenten de kentekenen vermeld te worden welke op de nieuwe rubriceringsgraad die op die GKE wordt toegepast betrekking hebben .

Artikel 20

Vermenigvuldiging

1 ) Volledige of gedeeltelijke vermenigvuldiging van GKE , op welke wijze en met welke middelen ook , moet wat haar aantal betreft strikt beperkt worden tot voorziening in de volstrekt noodzakelijke behoeften van het ogenblik .

2 ) Vermenigvuldiging ( bijv . afdrukken , kopieën , uittreksels , vertalingen , enz . ) van GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim mag , in het geval van GKE medegedeeld ingevolge artikel 24 van het Verdrag , slechts met toestemming van het beveiligingsbureau en , in het geval van GKE medegedeeld ingevolge artikel 25 van het Verdrag , slechts met toestemming van de Lid-Staat waarvan deze GKE afkomstig is , geschieden .

3 ) Voordat enige vermenigvuldiging van GKE met de rubriceringsgraad Eura - Geheim plaatsheeft , dient de beveiligingsambtenaar van de onderneming of het lichaam dat de GKE onder zich heeft , te worden gewaarschuwd .

4 ) Alle kentekenen welke een GKE op het moment waarop zij vermenigvuldigd wordt aanduiden , moeten in elk geval op de vermenigvuldigde exemplaren voorkomen .

5 ) Op elk vermenigvuldigd exemplaar dient het eigen kenmerk van de persoon die , of het lichaam dat het initiatief tot de vermenigvuldiging heeft genomen aangebracht te worden ; betreft het GKE met de rubriceringsgraden Eura - Zeer geheim of Eura - Geheim , dan worden bovendien het totale aantal der vervaardigde exemplaren en het eigen nummer van elk exemplaar vermeld .

Hoofdstuk II : Bewaring van geheime kennis in gebouwen

Artikel 21

1 ) De diensten der Gemeenschap of der Lid-Staten moeten ervoor zorg dragen dat de gebouwen of gedeelten van gebouwen , waarin GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en hogere rubriceringsgraden is ondergebracht , gemakkelijk kunnen worden bewaakt en slechts voor bevoegde personen toegankelijk zijn .

2 ) Om de toegang van personen tot zodanige gebouwen of gedeelten van gebouwen te controleren , nemen de betrokken diensten maatregelen , welke het mogelijk maken met zekerheid de identiteit van de leden van het personeel en van de bezoekers vast te stellen . Bezoekers mogen in lokaliteiten waarin GKE aanwezig is , niet alleen worden gelaten .

3 ) Na afloop van de gewone diensttijden moeten de gebouwen of gedeelten van gebouwen , waarin de GKE bedoeld in lid 1 ) wordt bewaard , worden gecontroleerd ten einde na te gaan of de brandkasten , de dossierkasten , enz . goed gesloten zijn en de GKE veilig is opgeborgen .

4 ) De gebouwen of gedeelten van gebouwen waarin GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim bewaard wordt , moeten door bewakingspersoneel en door een alarmsysteem worden beveiligd .

Hoofdstuk III : Opberging van GKE

Artikel 22

Brandkasten

1 ) GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim wordt bewaard in brandkasten voorzien van een slot met drievoudige combinatie .

De geheime combinaties moeten worden vernieuwd bij elke wijziging in het personeel , dat van de combinatie op de hoogte is , en telkenmale als de combinatie feitelijk of mogelijkerwijze aan derden bekend geworden is ; in elk geval worden zij om de zes maanden vernieuwd .

2 ) GKE met de rubriceringsgraden Eura - Geheim en Eura - Vertrouwelijk wordt bewaard in brandkasten of in stalen kasten , waarvan de afsluiting regelmatig wordt gecontroleerd en als veilig bekend staat .

3 ) GKE met de rubriceringsgraad Eura - Dienstgeheim wordt zodanig bewaard dat onbevoegden daartoe geen toegang kunnen verkrijgen .

Hoofdstuk IV : Registratie van GKE

Artikel 23

Alle GKE met de rubriceringsgraden Eura - Zeer geheim en Eura - Geheim moet op bijzondere wijze geregistreerd worden .

Deze registratie moet het mogelijk maken

_ onmiddellijk de lijst van personen vast te stellen , die zodanige documenten hebben geraadpleegd of onder zich hebben gehad ,

_ onmiddellijk vast te stellen wie de houder van elk der exemplaren en van de kopieën daarvan is

Hoofdstuk V : Verplaatsing van GKE

Artikel 24

Maatregelen van materiële aard

1 ) Verplaatsing van GKE binnen een gebouw of binnen een blok gebouwen geschiedt op zodanige wijze dat elke kennisneming door onbevoegden wordt voorkomen .

2 ) Wordt GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en met een hogere rubriceringsgraad buiten een gebouw of blok gebouwen gebracht , dan wordt zij in dubbele envelop gestoken . De rubriceringsgraad wordt op de binnenste envelop aangegeven . In geen geval wordt de rubriceringsgraad op de buitenste envelop aangegeven .

Ieder die GKE ontvangt , moet de ontvangst onmiddellijk door middel van een ontvangstbewijs bevestigen . Op dit ontvangstbewijs , dat aan generlei rubricering is onderworpen , worden het nummer van de GKE , het nummer van het exemplaar en de datum daarvan vermeld , maar noch de inhoud daarvan noch de rubriceringsgraad van de GKE . De geadresseerde moet dit ontvangstbewijs onmiddellijk terugzenden aan de afzender , die verplicht is zich van de naleving van dit voorschrift te vergewissen .

3 ) GKE met de rubriceringsgraad Eura - Dienstgeheim wordt zodanig behandeld dat de veiligheid daarvan is gewaarborgd .

Artikel 25

Verplaatsing van GKE binnen de Gemeenschap

1 ) GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim wordt in het grensoverschrijdend verkeer verzonden als diplomatieke zending , begeleid door een koerier en een andere persoon .

GKE met de rubriceringsgraad Eura - Geheim en Eura - Vertrouwelijk wordt in het grensoverschrijdend verkeer verzonden als diplomatieke zending .

Deze maatregelen zijn evenzeer van toepassing indien de verzending plaatsheeft volgens de artikelen 4 en 5 van het Protocol betreffende de Voorrechten en Immuniteiten van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie .

2 ) Bij wijze van uitzondering kan de in lid 1 vermelde GKE eveneens door een andere persoon worden vervoerd , mits

a ) deze persoon bevoegd is toegang te hebben tot GKE , met die rubriceringsgraad ;

b ) de zendingen welke GKE inhouden , voorzien zijn van een officieel zegel dat ze vrijstelt van douanecontrole ;

c ) de genoemde persoon is voorzien van een certificaat dat in alle landen waardoor hij reist wordt erkend en dat hem machtigt de zending tot de aangegeven plaats van bestemming te vergezellen ;

d ) deze persoon behoorlijk is onderricht omtrent de verplichtingen die tijdens het vervoer van GKE op hem rusten .

3 ) De verplaatsing van GKE met de rubriceringsgraad Eura - Dienstgeheim is niet aan enig bijzonder voorschrift gebonden . Er dient echter op te worden toegezien dat onbevoegden hiervan geen kennis nemen .

Artikel 26

Verplaatsing van GKE binnen een Lid-Staat

1 ) GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en een hogere rubriceringsgraad wordt door een bode overgebracht . Deze moet voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 25 , lid 2 ) , sub a ) en d ) .

Betreft het GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim , dan wordt degene die de GKE overbrengt door een tweede persoon vergezeld .

2 ) Evenwel kan GKE met de rubriceringsgraad Eura - Geheim als zending met aangegeven waarde per post verzonden worden . GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk kan ook als aangetekend stuk verzonden worden .

3 ) De verplaatsing van GKE met de rubriceringsgraad Eura - Dienstgeheim geschiedt overeenkomstig artikel 25 , lid 3 ) .

Artikel 27

Medeneming van GKE op dienstreizen of naar vergaderingen

1 ) Het medenemen van GKE op dienstreizen of naar vergaderingen buiten de gebouwen , waar zij bewaard wordt , moet tot het volstrekt noodzakelijke beperkt blijven .

2 ) GKE op dienstreis medegenomen , moet , wanneer zij niet wordt gebruikt , worden opgeborgen op een plaats die alle waarborgen van beveiliging in de zin van de artikelen 21 en 22 biedt . De diensten van de Lid-Staat op wiens grondgebied de vergadering of de dienstreis plaatsvindt , verlenen te dien einde de nodige medewerking . Indien het aldus opbergen onmogelijk blijkt , blijft degene die op reis is persoonlijk aansprakelijk voor de beveiliging van de betreffende GKE , onverschillig tot welke beveiligingsmaatregelen hij zijn toevlucht neemt . Hij houdt de GKE onder zijn persoonlijk toezicht , wanneer het onmogelijk is deze onder voldoende waarborgen op te bergen .

Met name is het verboden dergelijke GKE zelfs voor korte duur in hotelsafes of in voertuigen achter te laten .

3 ) Documenten die op GKE betrekking hebben , mogen niet in het openbaar worden gelezen .

Artikel 28

Overbrenging van GKE door middel van tele-verbindingen

1 ) GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en met een hogere rubriceringsgraad kan per telegraaf , radio , telefoon of telex worden overgebracht , mits gecodeerd op de wijze die met de rubriceringsgraad van het betreffende document overeenstemt .

2 ) Voor GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim mag van deze wijze van overbrenging slechts in dringende gevallen en als dit volstrekt noodzakelijk is gebruik worden gemaakt .

3 ) Niet-gecodeerde telefoongesprekken aangaande GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en een hogere rubriceringsgraad zijn te allen tijde verboden .

Hoofdstuk VI : Vernietiging van GKE

Artikel 29

Stelselmatige vernietiging

1 ) Ten einde onnodige ophoping van GKE te vermijden , worden verouderde of overtollige exemplaren vernietigd .

Documenten met de rubriceringsgraad Eura - Geheim en Eura - Zeer geheim mogen slechts worden vernietigd met machtiging van de autoriteit , bevoegd om ze te rubriceren .

2 ) De vernietiging vindt plaats door verbranden , fijnstampen of versnipperen , en wel als het GKE met de rubriceringsgraad Eura - Zeer geheim en Eura - Geheim betreft in tegenwoordigheid van de beveiligingsambtenaar of een daartoe door hem gemachtigde die daarvan procesverbaal opmaakt .

3 ) Alle vermenigvuldigingsmiddelen van welke aard ook , bijv . stencils , carbonpapier , linten , met de hand geschreven aantekeningen , negatieven van films , welke voor de vervaardiging of vermenigvuldiging gediend hebben , moeten na de vervaardiging van de te bewaren exemplaren in elk geval worden vernietigd overeenkomstig de aanwijzingen van de beveiligingsambtenaar .

Artikel 30

Vernietiging in geval van nood

Iedere persoon of elk lichaam dat GKE onder zich heeft , is verplicht een vernietigingsplan voor noodgevallen op te stellen , waardoor het mogelijk is in buitengewone omstandigheden te verhinderen dat GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en een hogere rubriceringsgraad in handen van onbevoegden valt .

Hoofdstuk VII : Bijzondere voorschriften

Artikel 31

Indien de eigen aard van de GKE het onmogelijk maakt sommige van de bovenstaande voorschriften toe te passen , worden door of in opdracht van de beveiligingsambtenaar passende maatregelen genomen , ten einde deze GKE te beveiligen op een wijze welke gelijkwaardige waarborgen biedt als die , welke in deze verordening zijn voorzien .

VIERDE DEEL

MAATREGELEN IN GEVAL VAN INBREUK

OP DE BEVEILIGINGSVERORDENING

Artikel 32

Mededelingsplicht

1 ) Ieder die volgens de voorschriften van deze verordening is onderricht en die een overtreding van de beveiligingsverordening of de beveiligingsmaatregelen constateert of vermoedt , is verplicht onmiddellijk hetzij de beveiligingsambtenaar , hetzij zijn hoofd van dienst daarvan in kennis te stellen .

2 ) Zodra , in geval van een dergelijke overtreding of dusdanig vermoeden in de zin van lid 1 , de inlichtingen doen veronderstellen , dat GKE met de rubriceringsgraad Eura - Vertrouwelijk en een hogere rubriceringsgraad ter kennis van onbevoegden is gekomen , moet het beveiligingsbureau of het staatsorgaan bedoeld in artikel 7 onmiddellijk worden ingeschakeld ; dit dient de betekenis der gemelde feiten vast te stellen .

3 ) Indien de veronderstelling in de zin van lid 2 bevestigd wordt , stelt het beveiligingsbureau de in artikel 7 bedoelde staatsorganen van alle Lid-Staten op de hoogte ; of is een der staatsorganen ingeschakeld , dan stelt dit het beveiligingsbureau op de hoogte ; elk van hen neemt binnen het terrein van zijn bevoegdheid alle maatregelen om

a ) het veroorzaakte nadeel tot een minimum te beperken ;

b ) herhaling te voorkomen .

Artikel 33

Kennisgeving aan de Lid-Staten en procedure

Het beveiligingsbureau geeft van de vastgestelde feiten kennis aan de Lid-Staten door bemiddeling van de staatsorganen bedoeld in artikel 7 .

De betrokken Staat of Staten doen , indien zij het nodig oordelen , bij het bevoegde Staatsorgaan de vereiste stappen om de procedure bedoeld in artikel 194 , lid 1 , tweede alinea van het Verdrag in te leiden .

VIJFDE DEEL

SLOTBEPALINGEN

Artikel 34

Verdragen , Akkoorden of Overeenkomsten met derde Staten

Deze bepalingen doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voor de Gemeenschap en / of voor de Lid-Staten ter zake voortvloeien uit Verdragen , Akkoorden of Overeenkomsten gesloten met derde Staten , een internationale organisatie of een onderdaan van een derde Staat .

Artikel 35

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de 40ste dag na haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , de 31ste juli 1958 .

Door de Raad

De Voorzitter

BALKE

Top