EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023D0236

Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/236 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de aangifte tot tijdelijke opslag van niet-Uniegoederen die bij de douane worden aangebracht (Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 664) (Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Kroatische, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal zijn authentiek)

C/2023/664

PB L 32 van 3.2.2023, p. 223–225 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/236/oj

3.2.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 32/223


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2023/236 VAN DE COMMISSIE

van 1 februari 2023

tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de aangifte tot tijdelijke opslag van niet-Uniegoederen die bij de douane worden aangebracht

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 664)

(Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Kroatische, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 6, lid 4, in samenhang met artikel 8, lid 2,

Na raadpleging van het Comité douanewetboek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 vereist dat alle uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, alsmede de door de douanewetgeving vereiste opslag van die informatie, geschieden met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken. Met het oog daarop stelt de Commissie overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 gemeenschappelijke gegevensvereisten op.

(2)

Artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 geeft de Commissie de mogelijkheid in uitzonderlijke gevallen besluiten vast te stellen om een of meer lidstaten toe te staan af te wijken van het gebruik van elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie indien een dergelijke afwijking gerechtvaardigd wordt door de specifieke situatie in de verzoekende lidstaat en wordt toegestaan voor een bepaalde periode.

(3)

In Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie (2) is het werkprogramma vastgesteld voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (hierna “het werkprogramma” genoemd). Het werkprogramma bevat een lijst van de te ontwikkelen elektronische systemen en de data waarop die systemen operationeel moeten worden. Het programma specificeert onder meer de implementatie en de uitroltermijn voor de aangiften tot tijdelijke opslag overeenkomstig artikel 6, lid 1, en de artikelen 16, 145 en 146 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

(4)

Voorts is in artikel 278, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 952/2013 de uiterste datum bepaald tot wanneer bij wijze van overgangsmaatregel andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken mogen worden gebruikt om uitvoering te geven aan de bepalingen inzake de aangifte tot tijdelijke opslag.

(5)

Gezien het belang van tijdelijke opslag voor het toezicht op goederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen, hebben sommige lidstaten al elektronische systemen ontwikkeld om dergelijke aangiften tot tijdelijke opslag te beheren. Die systemen moeten worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 en de daarmee samenhangende handelingen van de Commissie, met name wat de gemeenschappelijke gegevensvereisten betreft. Overeenkomstig artikel 278, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 952/2013 moeten die aanpassingen op 31 december 2022 voltooid zijn.

(6)

Er hebben zich evenwel drie grote en deels onvoorziene gebeurtenissen voorgedaan, die elk een aanzienlijke impact hebben op en aanvullende uitdagingen met zich meebrengen voor de middelen waarover de lidstaten beschikken: de COVID-19-pandemie heeft geleid tot aanzienlijke vertragingen bij de IT-ontwikkelingen in België, Frankrijk, Griekenland, Litouwen, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje en Tsjechië. Door de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de daaruit voortvloeiende toename van het aantal douaneaangiften moesten België, Frankrijk, Litouwen, Nederland en Spanje middelen en prioriteiten herschikken. De financiële gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne voor de douaneactiviteiten in de buur- of nabijgelegen landen hebben de situatie nog verergerd waardoor extra middelen nodig waren in Litouwen, Oostenrijk en Polen. Met name moeilijkheden bij overheidsaankopen en -opdrachten en problemen op het gebied van begrotings- en personeelsmiddelen als gevolg van de bovengenoemde gebeurtenissen maakten het de lidstaten moeilijk om de termijnen na te leven, zoals werd aangegeven door Cyprus, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

(7)

Deze specifieke gebeurtenissen hebben tot aanzienlijke vertragingen bij de lopende IT-ontwikkelingen geleid en bepaalde lidstaten verhinderd om de uitrol van de IT-middelen voor de verwerking van de aangiften tot tijdelijke opslag uiterlijk op 31 december 2022 te voltooien. Daarom hebben Oostenrijk op 21 april 2022, Cyprus op 3 mei 2022, Litouwen op 3 mei 2022, Spanje op 6 mei 2022, Slovenië op 23 mei 2022, Griekenland op 3 juni 2022, Frankrijk op 7 juni 2022, Portugal op 7 juni 2022, België op 24 juni 2022, Zweden op 24 juni 2022, Denemarken op 29 juni 2022, Slowakije op 4 juli 2022, Nederland op 4 juli 2022, Estland op 6 juli 2022, Polen op 7 juli 2022, Malta op 13 juli 2022, Kroatië op 19 juli 2022, Hongarije op 22 juli 2022, Luxemburg op 22 juli 2022, Tsjechië op 10 oktober 2022 en Roemenië op 17 oktober 2022 verzocht om voor de uitwisseling en de opslag van informatie andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken te mogen gebruiken overeenkomstig artikel 6, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Overeenkomstig artikel 6, lid 4, derde alinea, zullen deze afwijkingen geen afbreuk doen aan de uitwisseling van informatie tussen de geadresseerde lidstaat en de overige lidstaten, en ook niet aan de uitwisseling met en opslag van informatie in andere lidstaten ten behoeve van de toepassing van de douanewetgeving.

(8)

Het is daarom passend die lidstaten toe te staan hun bestaande procedures, met inbegrip van de desbetreffende IT-systemen, gedurende een beperkte periode te blijven gebruiken overeenkomstig de door de lidstaten vastgestelde gegevensvereisten als bedoeld in artikel 2, lid 4, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (3).

(9)

België, Cyprus, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden moeten de Commissie in kennis stellen van de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van het elektronische systeem voor tijdelijke opslag als onderdeel van het in artikel 278 bis van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde proces van voortgangsrapportage. De communicatie en de uitwisseling van informatie over de nationale planning als bedoeld in artikel 4 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 moeten worden gewaarborgd.

(10)

Gezien de gevolgen van de uitzonderlijke gebeurtenissen die hebben geleid tot vertragingen in de lopende IT-ontwikkelingen voor tijdelijke opslag in de lidstaten, de huidige stand van die ontwikkelingen in de lidstaten en de noodzaak om verdere aanzienlijke vertragingen te voorkomen, mag de afwijking niet langer gelden dan tot en met 31 december 2023 voor goederen die het douanegebied van de Unie door de lucht worden binnengebracht, en niet langer dan tot en met 29 februari 2024 voor goederen die het douanegebied van de Unie met een andere vervoerswijze worden binnengebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De lidstaten mogen voor de uitwisseling en de opslag van informatie andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken gebruiken voor de overeenkomstig artikel 145 van Verordening (EU) nr. 952/2013 vereiste aangifte tot tijdelijke opslag ter zake van goederen die het douanegebied van de Unie door de lucht worden binnengebracht, tot en met 31 december 2023, en ter zake van goederen die het douanegebied van de Unie met een andere vervoerswijze worden binnengebracht, tot en met 29 februari 2024.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing van 1 januari 2023 tot en met uiterlijk 31 december 2023 voor goederen die het douanegebied van de Unie door de lucht worden binnengebracht, en tot en met uiterlijk 29 februari 2024 voor goederen die het douanegebied van de Unie met een andere vervoerswijze worden binnengebracht.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Republiek Cyprus, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 1 februari 2023.

Voor de Commissie

Paolo GENTILONI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie van 13 december 2019 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 168).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).


Top