EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022H1431

Aanbeveling (EU) 2022/1431 van de Commissie van 24 augustus 2022 betreffende de monitoring van perfluoralkylstoffen in levensmiddelen

C/2022/5001

PB L 221 van 26.8.2022, p. 105–109 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2022/1431/oj

26.8.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/105


AANBEVELING (EU) 2022/1431 VAN DE COMMISSIE

van 24 augustus 2022

betreffende de monitoring van perfluoralkylstoffen in levensmiddelen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Perfluoralkylstoffen (PFAS) werden, en sommige daarvan worden nog steeds, op grote schaal gebruikt in industriële en consumententoepassingen, waaronder vlekbestendige coatings voor weefsels en tapijten, oliebestendige coatings voor papieren en kartonnen materialen die met levensmiddelen in contact komen, blusschuim, oppervlakteactieve stoffen voor mijnbouw en oliebronnen, vloerwas en insecticideformuleringen. Het grootschalige gebruik van PFAS heeft, in combinatie met de persistentie ervan in het milieu, geleid tot wijdverbreide milieuverontreiniging. De verontreiniging van levensmiddelen met deze stoffen is voornamelijk het gevolg van bioaccumulatie in aquatische en terrestrische voedselketens en van het gebruik van materialen die met levensmiddelen in contact komen en PFAS bevatten. Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) en perfluoroctaanzuur (PFOA) en zouten daarvan zijn de PFAS die in de hoogste concentraties in levensmiddelen en mensen worden aangetroffen.

(2)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft daarom haar Panel voor contaminanten in de voedselketen gevraagd een advies op te stellen over het belang van levensmiddelen voor en de relatieve bijdrage van de verschillende levensmiddelen en materialen die met levensmiddelen in contact komen aan de menselijke blootstelling aan PFOS, PFOA en zouten daarvan en om advies uit te brengen over de verdere stappen in verband met de risicobeoordeling van PFAS.

(3)

Op 21 februari 2008 heeft het Panel voor contaminanten in de voedselketen een wetenschappelijk advies over PFOS, PFOA en zouten daarvan (1) uitgebracht, waarin wordt aanbevolen om verdere gegevens over PFAS-gehalten in levensmiddelen en mensen te verzamelen, met name met betrekking tot de monitoring van trends in de menselijke blootstelling.

(4)

Naar aanleiding van Aanbeveling 2010/161/EU van de Commissie (2) zijn extra gegevens over de aanwezigheid van verschillende PFAS in levensmiddelen verzameld.

(5)

In 2020 heeft de EFSA op verzoek van de Commissie haar risicobeoordeling van PFOS en PFOA bijgewerkt en uitgebreid tot perfluornonaanzuur (PFNA) en perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), rekening houdend met de meest recente wetenschappelijke informatie en de gegevens over de aanwezigheid die in het kader van Aanbeveling 2010/161/EU zijn verzameld. In haar advies over het risico van perfluoralkylstoffen voor de menselijke gezondheid (3) heeft de EFSA geconcludeerd dat delen van de Europese bevolking de toelaatbare wekelijkse inname overschrijden. De EFSA heeft echter opgemerkt dat er voor veel levensmiddelen nog steeds geen representatieve reeks gegevens over de aanwezigheid beschikbaar is en heeft daarom aanbevolen dergelijke gegevens te verzamelen voor een groot aantal PFAS in een breed scala van op grote schaal geconsumeerde levensmiddelen. Aangezien de gemeten concentraties van PFAS in bepaalde levensmiddelen uitsluitend werden verkregen met zeer gevoelige analysemethoden die momenteel in de meeste laboratoria niet beschikbaar zijn, heeft de EFSA aanbevolen om voor de analyse van PFAS gevoelige analysemethoden te gebruiken.

(6)

Gezien het advies van de EFSA moeten voor een groot aantal PFAS gegevens worden verzameld over de aanwezigheid in levensmiddelen die relevant zijn voor de menselijke blootstelling aan PFAS, zodat de blootstelling via de voeding kan worden beoordeeld en kan worden bepaald of de aanwezigheid van deze stoffen in specifieke producten moet worden gereguleerd. Daartoe moeten specifieke levensmiddelen die met specifieke productieprocessen worden vervaardigd of die specifieke kenmerken hebben en waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn, worden gemonitord en moet een raming van de verwerkingsfactoren voor verschillende verwerkte producten worden verricht.

(7)

Vervolgonderzoeken naar de bronnen van verontreiniging zijn nodig om de uitvoering van follow-upmaatregelen mogelijk te maken om de aanwezigheid van PFAS in levensmiddelen te voorkomen. Om in dit verband richtsnoeren te kunnen verstrekken, moeten indicatieve concentratieniveaus voor PFAS in levensmiddelen worden vastgesteld. Deze niveaus mogen het in de handel brengen van levensmiddelen niet verhinderen, maar wanneer de PFAS-concentratie in een levensmiddel deze niveaus overschrijdt, moet een onderzoek worden verricht. Om de concentraties van PFAS in de hoeveelheden waarin zij voorkomen te kunnen kwantificeren, moeten voldoende gevoelige methoden worden gebruikt. Dit moet worden aangemoedigd door doelwaarden voor de bepaalbaarheidsgrenzen aan te bevelen.

(8)

Levensmiddelen van dierlijke oorsprong dragen in belangrijke mate bij tot de blootstelling van de mens aan PFAS. De EFSA heeft geconcludeerd dat PFAS van diervoeders naar van dieren afkomstige levensmiddelen worden overgedragen, met duidelijke verschillen tussen diersoorten en het type PFAS. PFAS kunnen ook worden overgedragen via drinkwater voor dieren en via grond die landbouwhuisdieren bij het foerageren binnenkrijgen. Voor de vervolgonderzoeken om de oorzaken van verontreiniging vast te stellen wanneer de in Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (4) vastgestelde maximumgehalten voor PFAS in levensmiddelen van dierlijke oorsprong worden overschreden, is het derhalve van belang dat laboratoria ook diervoeders, drinkwater voor dieren en de bodem waarop dieren leven, kunnen controleren. Momenteel zijn er echter slechts weinig gegevens beschikbaar over de aanwezigheid van PFAS in diervoeders in de Unie aan de hand waarvan diervoeders als bron van PFAS in levensmiddelen van dierlijke oorsprong kunnen worden onderzocht. Aangezien slechts een beperkt aantal laboratoria PFAS in diervoeders kan analyseren, helpt het Europees referentielaboratorium voor gehalogeneerde persistente organische verontreinigende stoffen in diervoeders en levensmiddelen laboratoria bij de ontwikkeling van die capaciteit. Hoewel die werkzaamheden het mogelijk moeten maken in de toekomst verdere aanbevelingen betreffende PFAS in diervoeders vast te stellen zodra de laboratoria over voldoende analysecapaciteit beschikken, is het aan te bevelen dat in de lidstaten waarvan de laboratoria reeds in staat zijn PFAS in diervoeders te analyseren, dit reeds wordt gedaan en dat in de lidstaten die nog niet over de vereiste analytische capaciteit beschikken, de laboratoria reeds analysemethoden voor PFAS in diervoeders valideren.

(9)

Om ervoor te zorgen dat de monsters representatief zijn voor de bemonsterde partij, moeten de bemonsteringsprocedures zoals vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1428 van de Commissie (5) tot vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de controle op perfluoralkylstoffen in bepaalde levensmiddelen worden gevolgd,

BEVEELT AAN:

1.

De lidstaten zouden, in samenwerking met exploitanten van levensmiddelenbedrijven, in de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 de aanwezigheid van PFAS in levensmiddelen moeten monitoren.

De lidstaten zouden moeten testen op de aanwezigheid in levensmiddelen van de volgende PFAS:

a)

perfluoroctaansulfonzuur (PFOS),

b)

perfluoroctaanzuur (PFOA),

c)

perfluornonaanzuur (PFNA),

d)

perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS).

De lidstaten zouden indien mogelijk ook moeten testen op de aanwezigheid van verbindingen die op PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS lijken maar een andere alkylketen hebben en die in relevante hoeveelheden voorkomen in levensmiddelen, drinkwater en/of menselijk serum, zoals:

a)

perfluorbutaanzuur (PFBA),

b)

perfluorpentaanzuur (PFPeA),

c)

perfluorhexaanzuur (PFHxA),

d)

perfluorheptaanzuur (PFHpA),

e)

perfluordecaanzuur (PFDA),

f)

perfluorundecaanzuur (PFUnDA),

g)

perfluordodecaanzuur (PFDoDA),

h)

perfluortridecaanzuur (PFTrDA),

i)

perfluortetradecaanzuur (PFTeDA),

j)

perfluorbutaansulfonzuur (PFBS),

k)

perfluorpentaansulfonzuur (PFPS),

l)

perfluorheptaansulfonzuur (PFHpS),

m)

perfluornonaansulfonzuur (PFNS),

n)

perfluordecaansulfonzuur (PFDS),

o)

perfluorundecaansulfonzuur (PFUnDS),

p)

perfluordodecaansulfonzuur (PFDoDS),

q)

perfluortridecaansulfonzuur (PFTrDS),

r)

perfluoroctaansulfonamide (FOSA).

De lidstaten zouden ook moeten overwegen om te testen op de aanwezigheid in levensmiddelen van nieuwe PFAS zoals:

a)

2-[(6-chloor-1,1,2,2,3,3,4,4,5,5,6,6-dodecafluorhexyl)oxy]-1,1,2,2-tetrafluorethaansulfonzuur (de zuurvorm van F53B),

b)

2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluorpropoxy)-propionzuur (de zuurvorm van GenX),

c)

(2,2,3-trifluor-3-[1,1,2,2,3,3-hexafluor-3-(trifluormethoxy)propoxy]-propionzuur (de zuurvorm van Adona),

d)

1-propaanaminium, N,N-dimethyl-N-oxide-3-[[(3,3,4,4,5,5,6,6,7,7,8,8,8-tridecafluoroctyl)sulfonyl]amino]-, hydroxide (Capstone A),

e)

1-propaanaminium, N-(carboxymethyl)-N,N-dimethyl-3-[[(3,3,4,4,5,5,6,6,7,7,8,8,8-tridecafluoroctyl)sulfonyl]amino]-, hydroxide (Capstone B),

f)

fluortelomeeralcoholen en fluortelomeersulfonaten.

2.

De monitoring zou een grote verscheidenheid aan levensmiddelen moeten omvatten die de consumptiegewoonten weerspiegelen, waaronder fruit, groenten, zetmeelhoudende wortels en knollen, zeewier, granen, noten, oliehoudende zaden, voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong, niet-alcoholische dranken, wijn en bier.

Er zouden gegevens moeten worden verzameld met betrekking tot de volgende productietypen of productkenmerken:

a)

producten die het resultaat zijn van verschillende productietypen, met inbegrip van biologische productie;

b)

dierlijke producten, producten van dieren die in de open lucht toegang hebben tot grond of water, en producten van dieren die in geen toegang hebben tot grond of water in de open lucht;

c)

dierlijke producten, producten van een breed scala aan gekweekte en in het wild levende soorten, die representatief zijn voor de nationale consumptiegewoonten;

d)

aardappelen, geschilde aardappelen of, in het geval van aardappelrassen waarvan ook de schil wordt geconsumeerd, niet-geschilde aardappelen, op voorwaarde dat dit duidelijk wordt aangegeven bij de indiening van de gegevens;

e)

paddenstoelen, wilde en gekweekte paddenstoelen.

Alleen de eetbare delen van de levensmiddelen zouden mogen worden geanalyseerd. Fruit, groenten en zetmeelhoudende wortels en knollen zouden voor de bemonstering moeten worden gewassen, waarbij ervoor zou moeten worden gezorgd dat het daarvoor gebruikte water geen extra PFAS-verontreiniging veroorzaakt. Naar gelang de vorm waarin voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen worden verkocht, zouden zij in droge of vloeibare vorm moeten worden geanalyseerd.

Er zouden gegevens moeten worden verzameld over levensmiddelen die in niet-verontreinigde regio’s worden geproduceerd, maar ook gegevens over uit verontreinigde regio’s afkomstige levensmiddelen mogen worden gerapporteerd, op voorwaarde dat dit duidelijk wordt aangegeven bij de indiening van de gegevens bij de EFSA.

3.

De lidstaten zouden in samenwerking met exploitanten van levensmiddelenbedrijven gegevens moeten verzamelen over de PFAS-concentraties in onverwerkte en verwerkte producten van dezelfde partij onverwerkte producten en zouden verwerkingsfactoren moeten bepalen voor verschillende verwerkte producten, met name kaas, weipoeder, eigeel, banketbakkerswaren met een hoog eigehalte en vleesproducten die lever bevatten.

4.

Lidstaten die over de analytische capaciteit beschikken om PFAS in diervoeders te analyseren, zouden ook toezicht op PFAS in diervoeders moeten houden. lidstaten die nog niet over die vereiste analytische capaciteit beschikken, zouden analysemethoden voor PFAS in diervoeders moeten valideren.

5.

De lidstaten zouden de bemonsteringsprocedures zoals vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1428 tot vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de controle op perfluoralkylstoffen in bepaalde levensmiddelen moeten volgen.

6.

De analysen zouden moeten worden verricht overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (6) met behulp van een analysemethode waarvan is bewezen dat zij betrouwbare resultaten oplevert. De bepaalbaarheidsgrenzen van de analysemethoden zouden lager moeten zijn dan of gelijk moeten zijn aan:

a)

0,002 μg/kg voor PFOS, 0,001 μg/kg voor PFOA, 0,001 μg/kg voor PFNA en 0,004 μg/kg voor PFHxS in fruit, groenten, zetmeelhoudende wortels en knollen, en voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen;

b)

0,010 μg/kg voor PFOS, 0,010 μg/kg voor PFOA, 0,020 μg/kg voor PFNA en 0,040 μg/kg voor PFHxS in melk;

c)

0,10 μg/kg voor PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS in vlees van vissen en landdieren;

d)

0,30 μg/kg voor PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS in eieren, schaaldieren en weekdieren;

e)

0,50 μg/kg voor PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS in eetbaar slachtafval van landdieren en in visolie.

Lidstaten die methoden gebruiken die deze bepaalbaarheidsgrenzen niet kunnen bereiken, kunnen resultaten indienen die zijn verkregen met behulp van methoden met hogere bepaalbaarheidsgrenzen. Die lidstaten zouden echter de nodige maatregelen moeten nemen om de beoogde bepaalbaarheidsgrenzen zo snel mogelijk te bereiken.

7.

Wanneer de volgende indicatieve niveaus worden overschreden, zouden de oorzaken van de verontreiniging verder moeten worden onderzocht:

a)

0,010 μg/kg voor PFOS, 0,010 μg/kg voor PFOA, 0,005 μg/kg voor PFNA en 0,015 μg/kg voor PFHxS in fruit, groenten (met uitzondering van wilde paddenstoelen), en zetmeelhoudende wortels en knollen;

b)

1,5 μg/kg voor PFOS, 0,010 μg/kg voor PFOA, 0,005 μg/kg voor PFNA en 0,015 μg/kg voor PFHxS in wilde paddenstoelen;

c)

0,020 μg/kg voor PFOS, 0,010 μg/kg voor PFOA, 0,050 μg/kg voor PFNA en 0,060 μg/kg voor PFHxS in melk;

d)

0,050 μg/kg voor PFOS, 0,050 μg/kg voor PFOA, 0,050 μg/kg voor PFNA en 0,050 μg/kg voor PFHxS in babyvoeding (7).

8.

De lidstaten zouden de monitoringgegevens regelmatig aan de EFSA moeten verstrekken, samen met de informatie en in het elektronische verslagleggingsformaat zoals bepaald door de EFSA, zodat deze in één databank kunnen worden opgenomen. De lidstaten:

a)

zouden gegevens voor regio’s waarvan bekend is dat het milieu er in grote mate verontreinigd is, als verdachte monsters moeten rapporteren, met name voor vis, wild, pluimvee met vrije uitloop en pluimvee dat in de open lucht wordt gehouden, en in de open lucht geteelde groenten en fruit;

b)

zouden het productietype moeten specificeren, met name voor dierlijke producten (in het wild gevangen of geoogst of afkomstig van de jacht versus niet-biologische kweek of biologische kweek; productie met vrije uitloop of productie in de open lucht versus overdekte productie) en paddenstoelen (in het wild geplukt versus gekweekt);

c)

zouden voor vlees en slachtafval van wild indien mogelijk de leeftijd van de dieren moeten rapporteren, en

d)

zouden de voornaamste ingrediënten van voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen (koemelk, sojabonen, vis, vlees van landdieren, granen, groenten of fruit) moeten rapporteren.

Gedaan te Brussel, 24 augustus 2022.

Voor de Commissie

Stella KYRIAKIDES

Lid van de Commissie


(1)  Opinion of the Scientific Panel on Contaminants in the Food chain on Perfluorooctane sulfonate (PFOS), perfluorooctanoic acid (PFOA) and their salts, EFSA Journal (2008) 653, blz. 1-131.

(2)  Aanbeveling 2010/161/EU van de Commissie van 17 maart 2010 betreffende de monitoring van perfluoralkylverbindingen in levensmiddelen (PB L 68 van 18.3.2010, blz. 22).

(3)  EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam), Scientific opinion on the risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food, EFSA Journal 2020;18(9):6223.

(4)  Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1428 van de Commissie van 24 augustus 2022 tot vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de controle op perfluoralkylstoffen in bepaalde levensmiddelen (zie bladzijde 66 van dit Publicatieblad).

(6)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).

(7)  Babyvoeding zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).


Top