EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021Q0611(01)

Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over een verplicht transparantieregister

OJ L 207, 11.6.2021, p. 1–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2021/611/oj

11.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 207/1


INTERINSTITUTIONEEL AKKOORD

van 20 mei 2021

tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over een verplicht transparantieregister

HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 295,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 11, leden 1 en 2, voeren het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie (hierna “de ondertekenende instellingen” genoemd) een open, transparante en regelmatige dialoog met representatieve organisaties en met het maatschappelijk middenveld.

(2)

Die dialoog stelt belanghebbenden in staat om hun standpunt kenbaar te maken over beslissingen die op hen van invloed kunnen zijn en draagt derhalve op doeltreffende wijze bij aan de empirische onderbouwing van beleidsvoorstellen. Het betrekken van belanghebbenden verhoogt de kwaliteit van de besluitvorming doordat communicatielijnen worden geboden via welke externe standpunten en deskundig advies kunnen worden verstrekt.

(3)

Transparantie en verantwoording zijn essentieel om het vertrouwen van de burgers van de Unie in de rechtmatigheid van de politieke, wetgevende en administratieve processen van de Unie te behouden.

(4)

De ondertekenende instellingen erkennen dat het van belang is hun aanpak te coördineren door middel van de vaststelling van een gezamenlijk kader voor samenwerking, teneinde transparante en ethische belangenvertegenwoordiging verder te bevorderen.

(5)

Transparantie met betrekking tot belangenvertegenwoordiging is in het bijzonder van belang om burgers in staat te stellen de activiteiten van belangenvertegenwoordigers te volgen en zich bewust te worden van de mogelijke invloed van deze vertegenwoordigers, met inbegrip van invloed die wordt uitgeoefend door middel van financiële steun en sponsoring. Dergelijke transparantie kan het best worden gewaarborgd door middel van een gedragscode met regels en beginselen die moeten worden nageleefd door belangenvertegenwoordigers die zich inschrijven in een transparantieregister (hierna “register” genoemd).

(6)

Gezien de positieve ervaring met het bij het Akkoord van het Europees Parlement en de Europese Commissie van 16 april 2014 (1) (hierna “het akkoord van 2014” genoemd) vastgestelde transparantieregister voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het EU-beleid, zijn de ondertekenende instellingen van mening dat het toepassingsgebied van het akkoord van 2014 moet worden uitgebreid.

(7)

Het is noodzakelijk het register verplicht te maken door maatregelen van gelijke werking in te voeren door middel van individuele besluiten die door elk van de ondertekenende instellingen worden vastgesteld, om ervoor te zorgen dat de inschrijving van belangenvertegenwoordigers in het register een noodzakelijke voorwaarde is voor het verrichten van bepaalde soorten belangenvertegenwoordigingsactiviteiten.

(8)

Teneinde het gezamenlijke kader verder te versterken en voort te bouwen op de vooruitgang die is geboekt bij de totstandbrenging van een gemeenschappelijke transparantiecultuur, moeten de ondertekenende instellingen op de website van het register conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen publiceren die zij invoeren om inschrijving aan te moedigen, zoals specifieke mailinglijsten, de aanbeveling dat bepaalde beleidsmakers alleen geregistreerde belangenvertegenwoordigers ontmoeten, of de publicatie van informatie over bijeenkomsten tussen bepaalde beleidsmakers en belangenvertegenwoordigers.

(9)

Teneinde dit akkoord buiten de ondertekenende instellingen te bevorderen, moeten hierin ook regelingen worden opgenomen om andere instellingen, organen of instanties van de Unie dan de ondertekenende instellingen, alsook permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten die de werkingsbeginselen van het gezamenlijke kader vrijwillig wensen toe te passen, in staat te stellen gebruik te maken van de bijstand en helpdeskondersteuning van het secretariaat van het register.

(10)

Met het oog op het vermijden van onnodige administratieve lasten en in overeenstemming met de huidige praktijk op het gebied van inschrijving, moeten activiteiten van belangenvertegenwoordigers die uitsluitend worden verricht namens een vereniging of netwerk waartoe zij behoren, worden beschouwd als activiteiten van dat netwerk of die vereniging.

(11)

Activiteiten van overheidsinstanties van de lidstaten, alsook van verenigingen of netwerken van zulke overheidsinstanties die namens hen optreden op Unie-, nationaal of subnationaal niveau, mogen niet onder dit akkoord vallen, maar verenigingen of netwerken van overheidsinstanties op Unie-, nationaal of subnationaal niveau die belangenvertegenwoordigingsactiviteiten ontplooien, moet wel worden toegestaan zich te registreren.

(12)

De praktijk om een jaarverslag vast te stellen over de werking van het register moet worden behouden als een instrument om de gecoördineerde aanpak van de ondertekenende instellingen de nodige zichtbaarheid te geven en het vertrouwen van de burger te vergroten. De reikwijdte van het jaarverslag moet worden uitgebreid tot de door de ondertekenende instellingen ingevoerde conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen.

(13)

De werking van het register mag geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de ondertekenende instellingen en mag hun respectieve interne organisatiebevoegdheden niet aantasten.

(14)

Bij de uitoefening van hun respectieve interne-organisatiebevoegdheden moeten de ondertekenende instellingen aan het secretariaat en het beheersorgaan van het register de bevoegdheid delegeren om namens hen op te treden met het oog op de vaststelling van individuele besluiten met betrekking tot verzoekers en inschrijvers, in overeenstemming met dit akkoord. De ondertekenende instellingen dienen medegedaagden te zijn in elke rechtszaak die voor het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt ingesteld tegen definitieve besluiten van het beheersorgaan van het register die negatieve gevolgen hebben voor verzoekers of inschrijvers.

(15)

De ondertekenende instellingen moeten loyaal samenwerken bij het uitvoeren van dit akkoord.

(16)

Elk van de ondertekenende instellingen moet de mogelijkheid hebben ander beleid inzake behoorlijk bestuur en transparantie na te streven buiten het kader van dit akkoord om, voor zover dit beleid de uitvoering en de doelstellingen van dit akkoord niet belemmert.

(17)

Dit akkoord doet geen afbreuk aan de uitoefening van rechten op grond van artikel 11, lid 4, VEU betreffende het Europees burgerinitiatief, en artikel 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betreffende het recht om een verzoekschrift in te dienen bij het Europees Parlement,

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:

Artikel 1

Doel en toepassingsgebied

Dit akkoord legt een kader en werkingsbeginselen vast voor een gecoördineerde aanpak door de ondertekenende instellingen met betrekking tot transparante en ethische belangenvertegenwoordiging.

Door middel van individuele besluiten die worden genomen op basis van hun respectieve interne organisatiebevoegdheden komen de ondertekenende instellingen overeen de in de eerste alinea bedoelde gecoördineerde aanpak te hanteren voor activiteiten die onder dit akkoord vallen (hierna “onder dit akkoord vallende activiteiten” genoemd) en vast te stellen welke onder dit akkoord vallende activiteiten zij afhankelijk stellen van inschrijving in het register.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit akkoord wordt verstaan onder:

a)

“belangenvertegenwoordiger”: een natuurlijke of rechtspersoon, dan wel formele of informele groeperingen, verenigingen of netwerken, die onder dit akkoord vallende activiteiten ontplooien;

b)

“verzoeker”: iedere belangenvertegenwoordiger die erom verzoekt in het register te worden ingeschreven;

c)

“inschrijver”: iedere in het register ingeschreven belangenvertegenwoordiger;

d)

“cliënt”: iedere belangenvertegenwoordiger die een contractuele relatie met een tussenpersoon is aangegaan met het oog op de bevordering door die tussenpersoon van de belangen van die belangenvertegenwoordiger door het verrichten van onder dit akkoord vallende activiteiten;

e)

“tussenpersoon”: iedere belangenvertegenwoordiger die de belangen van een cliënt bevordert door het verrichten van onder dit akkoord vallende activiteiten;

f)

“relatie cliënt-tussenpersoon”: iedere contractuele relatie tussen een cliënt en een tussenpersoon betreffende het verrichten van onder dit akkoord vallende activiteiten;

g)

“personeel”: personeelsleden die vallen onder het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, vastgesteld in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (2), en die in dienst zijn van een van de ondertekenende instellingen, ongeacht de categorie waartoe zij behoren;

h)

“conditionaliteit”: het beginsel op grond waarvan inschrijving in het register een noodzakelijke voorwaarde vormt voor belangenvertegenwoordigers om bepaalde onder dit akkoord vallende activiteiten te kunnen verrichten.

Artikel 3

Onder dit akkoord vallende activiteiten

1.   Dit akkoord is van toepassing op activiteiten die door belangenvertegenwoordigers worden verricht met als doel de ontwikkeling of uitvoering van beleid of wetgeving, dan wel het besluitvormingsproces van de ondertekenende instellingen of andere instellingen, organen of instanties van de Unie (hierna gezamenlijk “instellingen van de Unie” genoemd) te beïnvloeden, onverminderd artikel 4.

2.   De in lid 1 bedoelde onder dit akkoord vallende activiteiten omvatten onder meer:

a)

het organiseren van of deelnemen aan bijeenkomsten, conferenties of evenementen, evenals het ontplooien van soortgelijke contacten, met instellingen van de Unie;

b)

het leveren van een bijdrage of deelnemen aan raadplegingen, hoorzittingen of andere soortgelijke initiatieven;

c)

het organiseren van communicatiecampagnes, platforms, netwerken en grassrootsinitiatieven;

d)

het opstellen of laten opstellen van beleids- en standpuntnota’s, amendementen, opiniepeilingen en enquêtes, open brieven en ander communicatie- of informatiemateriaal, en het verrichten of laten verrichten van onderzoek.

Artikel 4

Niet onder dit akkoord vallende activiteiten

1.   Dit akkoord is niet van toepassing op de volgende activiteiten:

a)

het verstrekken van juridisch en ander professioneel advies, indien:

i)

dit betrekking heeft op de vertegenwoordiging van cliënten in het kader van een verzoenings- of bemiddelingsprocedure die erop gericht is voorlegging van een geschil aan een rechterlijke of administratieve instantie te voorkomen;

ii)

het advies wordt verstrekt aan cliënten om hen te helpen ervoor te zorgen dat zij bij hun activiteiten het bestaande rechtskader naleven, of

iii)

dit betrekking heeft op de vertegenwoordiging van cliënten en het vrijwaren van hun grond- en procedurele rechten, zoals het recht te worden gehoord, het recht op een onpartijdig gerecht en het recht op verdediging in administratieve procedures, en activiteiten omvat die worden uitgevoerd door advocaten of andere beroepsbeoefenaars die betrokken zijn bij de vertegenwoordiging van cliënten en het vrijwaren van hun grond- en procedurele rechten;

b)

het indienen van stukken als partij of als derde in het kader van een krachtens het Unierecht of op de Unie toepasselijk internationaal recht vastgestelde gerechtelijke of administratieve procedure, alsook het indienen van stukken op basis van een contractuele relatie met een van de ondertekenende instellingen dan wel op basis van een met Uniemiddelen gefinancierde subsidieovereenkomst;

c)

activiteiten van de sociale partners die optreden als deelnemers aan de sociale dialoog krachtens artikel 152 VWEU;

d)

het indienen van stukken naar aanleiding van directe en specifieke verzoeken van een van de instellingen van de Unie, hun vertegenwoordigers of personeel, om feitelijke informatie, gegevens of deskundig advies;

e)

activiteiten die door natuurlijke personen op strikt persoonlijke titel en niet samen met anderen worden verricht;

f)

spontane ontmoetingen, ontmoetingen die uitsluitend privé of sociaal van aard zijn en bijeenkomsten in het kader van een krachtens het VEU, het VWEU of rechtshandelingen van de Unie vastgestelde administratieve procedure.

2.   Dit akkoord is niet van toepassing op de activiteiten die door de volgende organen worden verricht:

a)

overheidsinstanties van de lidstaten, met inbegrip van hun permanente vertegenwoordigingen en ambassades, op nationaal en subnationaal niveau;

b)

verenigingen en netwerken van overheidsinstanties op Unie-, nationaal of subnationaal niveau, op voorwaarde dat zij uitsluitend namens de betrokken overheidsinstanties optreden;

c)

intergouvernementele organisaties, met inbegrip van daaruit voortkomende agentschappen en organen;

d)

overheidsinstanties van derde landen, met inbegrip van hun diplomatieke vertegenwoordigingen en ambassades, behalve wanneer dergelijke instanties door juridische entiteiten, kantoren of netwerken zonder diplomatieke status worden vertegenwoordigd of door een tussenpersoon worden vertegenwoordigd;

e)

politieke partijen, met uitzondering van door politieke partijen opgerichte of aan politieke partijen verbonden organisaties;

f)

kerken en religieuze verenigingen of gemeenschappen, alsook levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties als bedoeld in artikel 17 VWEU, met uitzondering van kantoren, juridische entiteiten of netwerken die zijn opgericht om kerken, religieuze gemeenschappen of levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties te vertegenwoordigen in hun betrekkingen met de instellingen van de Unie, alsook samenwerkingsverbanden daarvan.

Artikel 5

Conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen

1.   De ondertekenende instellingen verbinden zich tot het conditionaliteitsbeginsel, dat zij toepassen door middel van individuele besluiten op basis van hun interne organisatiebevoegdheden.

2.   Bij de vaststelling van conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen om inschrijving in het register aan te moedigen en het bij dit akkoord vastgestelde gezamenlijke kader te versterken, waarborgen de ondertekenende instellingen dat deze maatregelen in overeenstemming zijn met dit akkoord en dat deze een versterking inhouden van de doelstelling van de in artikel 1 bedoelde gecoördineerde aanpak, namelijk om op Unieniveau een hoge norm inzake transparante en ethische belangenvertegenwoordiging vast te stellen.

3.   Door de ondertekenende instellingen vastgestelde conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen worden gepubliceerd op de website van het register, die regelmatig wordt bijgewerkt.

Artikel 6

Vereisten om in aanmerking te komen en gedragscode

1.   Verzoekers die een volledig verzoek om inschrijving indienen, komen in aanmerking om te worden opgenomen in het register indien zij onder dit akkoord vallende activiteiten verrichten en de gedragscode als vastgesteld in bijlage I in acht nemen (hierna de “gedragscode” genoemd).

2.   Bij de indiening van een verzoek om inschrijving verstrekken de verzoekers de in bijlage II genoemde gegevens en stemmen zij ermee in dat deze gegevens openbaar worden gemaakt.

3.   De verzoekers kan worden verzocht te bewijzen dat zij voor inschrijving in het register in aanmerking komen en dat de ingediende gegevens juist zijn.

4.   Het secretariaat van het register (hierna “het Secretariaat” genoemd) activeert de inschrijving van een verzoeker zodra is vastgesteld dat de verzoeker in aanmerking komt en de inschrijving geacht wordt te voldoen aan de vereisten van bijlage II.

5.   Zodra de inschrijving van een verzoeker is geactiveerd, wordt de verzoeker een inschrijver.

6.   Het Secretariaat houdt toezicht op de inschrijvingen en evalueert of de inschrijvers in aanmerking blijven komen en de gedragscode in acht blijven nemen, overeenkomstig de procedures als vastgesteld in bijlage III.

7.   Het Secretariaat kan onderzoeken uitvoeren op basis van een klacht waarin wordt beweerd dat een inschrijver de gedragscode niet in acht heeft genomen, alsook op eigen initiatief in het geval het over gegevens beschikt waaruit blijkt dat de inschrijver mogelijk niet langer voldoet aan de in lid 1 bedoelde vereisten om in aanmerking te komen.

8.   In het kader van toezicht of een onderzoek door het Secretariaat moeten inschrijvers met name:

a)

op verzoek bewijzen overleggen die aantonen dat de gegevens met betrekking tot hun inschrijving nog steeds juist zijn, en

b)

loyaal en constructief meewerken volgens de procedures als vastgelegd in bijlage III.

Artikel 7

Beheersorgaan

1.   Het beheersorgaan van het register (hierna het “Beheersorgaan” genoemd) bestaat uit de secretarissen-generaal van de ondertekenende instellingen, die om de beurt het voorzitterschap waarnemen gedurende een periode van één jaar.

2.   Het Beheersorgaan:

a)

houdt toezicht op de algemene uitvoering van dit akkoord;

b)

stelt de jaarlijkse prioriteiten voor het register vast, alsook de begrotingsramingen, en bepaalt welk aandeel van de begroting noodzakelijk is voor de uitvoering van die prioriteiten;

c)

vaardigt algemene aanwijzingen uit voor het Secretariaat;

d)

stelt het in artikel 13 bedoelde jaarverslag vast;

e)

onderzoekt met redenen omklede verzoeken om herziening van besluiten van het Secretariaat overeenkomstig punt 9 van bijlage III en neemt een besluit hierover.

3.   Het Beheersorgaan komt ten minste eenmaal per jaar bijeen op initiatief van de voorzitter. Het kan tevens bijeenkomen op verzoek van een van zijn leden.

4.   Het Beheersorgaan besluit bij consensus.

Artikel 8

Secretariaat

1.   Het Secretariaat is een gezamenlijke operationele structuur die is opgericht om de werking van het register te beheren. Het bestaat uit de afdelingshoofden, of daarmee gelijkgestelden, die bevoegd zijn voor transparantiekwesties in elke ondertekenende instelling (hierna de “afdelingshoofden” genoemd) en hun respectieve personeelsleden.

2.   Een van de afdelingshoofden wordt door het Beheersorgaan aangewezen als “coördinator” voor een hernieuwbare periode van één jaar. De werkzaamheden van het Secretariaat worden gecoördineerd door de coördinator.

De coördinator vertegenwoordigt het Secretariaat en houdt toezicht op de dagelijkse werkzaamheden ervan, in het gemeenschappelijke belang van de ondertekenende instellingen.

3.   Het Secretariaat:

a)

brengt verslag uit aan het Beheersorgaan, bereidt de vergaderingen van het Beheersorgaan voor en biedt het Beheersorgaan bijstand bij het vervullen van zijn taken;

b)

stelt richtsnoeren voor inschrijvers op om ervoor te zorgen dat dit akkoord consistent wordt toegepast;

c)

besluit of verzoekers in aanmerking komen voor inschrijving en houdt toezicht op de inhoud van het register, teneinde een optimaal kwaliteitsniveau van de geregistreerde gegevens te verkrijgen, evenwel met dien verstande dat de inschrijvers de eindverantwoordelijkheid dragen voor de juistheid van de gegevens die zij hebben verstrekt;

d)

biedt helpdeskondersteuning aan verzoekers en inschrijvers;

e)

voert onderzoeken uit en past maatregelen toe overeenkomstig bijlage III;

f)

voert communicatie- en bewustmakingscampagnes gericht op belanghebbenden;

g)

stelt het in artikel 13 bedoelde jaarverslag op;

h)

is verantwoordelijk voor IT-ontwikkeling en -onderhoud van het register;

i)

zorgt ervoor dat beste praktijken en ervaring op het gebied van transparantie van belangenvertegenwoordiging worden uitgewisseld met soortgelijke organen;

j)

verricht alle overige voor de uitvoering van dit akkoord noodzakelijke activiteiten.

4.   Het Secretariaat besluit bij consensus van de afdelingshoofden.

Artikel 9

Bevoegdheid

Het Beheersorgaan en het Secretariaat vervullen de krachtens de artikelen 7 en 8 aan hen toegewezen taken, en krijgen de bevoegdheid om bij de uitvoering van die taken besluiten te nemen namens de ondertekenende instellingen.

Artikel 10

Middelen

1.   De ondertekenende instellingen waarborgen dat met het oog op de doeltreffende uitvoering van dit akkoord de noodzakelijke personele, administratieve, technische en financiële middelen beschikbaar worden gemaakt, met inbegrip van voldoende personeel voor het Secretariaat.

2.   Onverminderd artikel 7, lid 2, punt b), en met inachtneming van de verschillende omvang van de personeelsformatie van de instellingen, nemen de ondertekenende instellingen de nodige maatregelen om het onderhoud, de ontwikkeling en de bevordering van het register te financieren.

Artikel 11

Vrijwillige betrokkenheid van andere instellingen, organen en instanties van de Unie dan de ondertekenende instellingen

1.   Andere instellingen, organen en instanties van de Unie dan de ondertekenende instellingen kunnen het Beheersorgaan in kennis stellen van maatregelen aan de hand waarvan zij besluiten om bepaalde activiteiten voorwaardelijk te stellen aan inschrijving in het register, alsook van aanvullende transparantiemaatregelen die zij nemen.

2.   Indien het Beheersorgaan van oordeel is dat de in lid 1 bedoelde maatregelen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van dit akkoord, kan het met de instelling, het orgaan of de instantie van de Unie in kwestie voorwaarden afspreken waaronder die instelling, dat orgaan of die instantie mag gebruikmaken van de bijstand en helpdeskondersteuning van het Secretariaat. De uit hoofde van lid 1 meegedeelde maatregelen worden gepubliceerd op de website van het register.

Artikel 12

Vrijwillige betrokkenheid van de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten

De lidstaten kunnen het Beheersorgaan in kennis stellen van overeenkomstig hun nationale recht genomen maatregelen aan de hand waarvan zij besluiten om bepaalde op hun permanente vertegenwoordigingen gerichte activiteiten voorwaardelijk te stellen aan inschrijving in het register, alsook van aanvullende transparantiemaatregelen die zij nemen. De aldus meegedeelde maatregelen worden gepubliceerd op de website van het register.

Artikel 13

Jaarverslag

1.   Het Beheersorgaan stelt een jaarverslag vast over de werking van het register in het voorgaande jaar.

2.   Het jaarverslag omvat:

a)

een hoofdstuk over feitelijke gegevens over het register, de inhoud ervan en eventuele wijzigingen met betrekking tot het register;

b)

een hoofdstuk over de geldende conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen als bedoeld in artikel 5.

3.   Het Beheersorgaan dient het jaarverslag in bij de ondertekenende instellingen en zorgt voor publicatie ervan op de website van het register.

Artikel 14

Herziening

1.   Uiterlijk op 2 juli 2022, en vervolgens op regelmatige basis, beoordelen de ondertekenende instellingen de uitvoering van de krachtens artikel 5 genomen maatregelen, teneinde in voorkomend geval aanbevelingen te formuleren ter verbetering en versterking van die maatregelen.

2.   Uiterlijk op 2 juli 2025 wordt dit akkoord herzien.

Artikel 15

Slot- en overgangsbepalingen

1.   Dit akkoord is bindend voor de ondertekenende instellingen.

2.   Voor de toepassing van artikel 9 verbindt elke ondertekenende instelling zich ertoe een besluit vast te stellen dat als volgt luidt:

“Het Beheersorgaan en het Secretariaat krijgen de bevoegdheid om namens [naam van de instelling] individuele besluiten vast te stellen betreffende verzoekers en inschrijvers, in overeenstemming met het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 over een verplicht transparantieregister (PB L 207 van 11.6.2021, blz. 1).”

Die besluiten treden in werking op de datum van inwerkingtreding van dit akkoord.

3.   Dit akkoord vervangt het akkoord van 2014, dat geen effect meer sorteert vanaf de datum van inwerkingtreding van dit akkoord.

4.   Dit akkoord treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5.   Inschrijvers die vóór de datum van inwerkingtreding van dit akkoord waren ingeschreven, hebben gedurende een periode van zes maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit akkoord het recht om hun inschrijving aan te passen teneinde aan de nieuwe, uit dit akkoord voortvloeiende vereisten te voldoen en opgenomen te blijven in het register.

6.   Onderzoeken van meldingen of klachten die werden geopend uit hoofde van het akkoord van 2014, worden uitgevoerd overeenkomstig de in dat akkoord vastgelegde procedure.

Gedaan te Brussel, 20 mei 2021.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

David Maria SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

Ana Paula ZACARIAS

Voor de Commissie

Namens de voorzitter

Věra JOUROVÁ


(1)  Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie over het transparantieregister voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het EU-beleid (PB L 277 van 19.9.2014, blz. 11).

(2)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.


BIJLAGE I

GEDRAGSCODE

Inschrijvers handelen bij hun werkzaamheden in overeenstemming met de regels en beginselen als vastgesteld in deze bijlage. Inschrijvers nemen met name de volgende regels in acht:

a)

in hun betrekkingen met de ondertekenende instellingen en andere instellingen, organen of instanties van de Unie (hierna gezamenlijk “instellingen van de Unie” genoemd) identificeren zij zich te allen tijde met naam, inschrijfnummer en de entiteit(en) waarvoor zij werken of die zij vertegenwoordigen;

b)

zij vermelden de belangen die zij behartigen en de doeleinden die zij nastreven, en vermelden tevens welke cliënten of leden zij vertegenwoordigen, indien van toepassing met inbegrip van het inschrijfnummer van die cliënten of leden;

c)

zij onthouden zich ervan op een oneerlijke manier of met ongepaste druk, ongepast gedrag of beledigend taalgebruik informatie of beslissingen te verkrijgen dan wel te proberen te verkrijgen;

d)

zij maken geen misbruik van hun inschrijving voor commerciële doeleinden en geven geen verstoord of verkeerd beeld van de gevolgen van inschrijving;

e)

zij onthouden zich van handelingen die de reputatie van het register of de instellingen van de Unie kunnen schaden, en gebruiken geen logo’s daarvan zonder dat zij daartoe de uitdrukkelijke toestemming hebben verkregen;

f)

zij zorgen ervoor dat de gegevens die zij bij de inschrijving verstrekken en vervolgens in het kader van hun onder dit akkoord vallende activiteiten beheren, volledig, actueel, juist en niet misleidend zijn, en zij stemmen ermee in dat die gegevens openbaar worden gemaakt;

g)

zij eerbiedigen de uitvoering en toepassing van de door de instellingen van de Unie vastgestelde relevante regelingen, gedragscodes en richtsnoeren die beschikbaar zijn gesteld voor het publiek, en belemmeren deze niet;

h)

zij zetten de leden van het Europees Parlement, de leden van de Commissie of het personeel van de instellingen van de Unie er niet toe aan inbreuk te plegen op de voor hen geldende gedragsregels en -normen;

i)

wanneer zij voormalige leden van het Europees Parlement, leden van de Commissie of personeelsleden van een van de instellingen van de Unie in dienst hebben, nemen zij de voor deze personen na vertrek uit de respectieve instelling geldende vertrouwelijkheidsvereisten en regels in acht, met het oog op het voorkomen van belangenconflicten;

j)

indien er sprake is van een relatie cliënt-tussenpersoon:

i)

waarborgen zij dat de partijen in een dergelijke relatie in het register worden opgenomen, en

ii)

waarborgen zij als cliënten of tussenpersonen de publicatie van de relevante gegevens betreffende de relatie die overeenkomstig bijlage II in het register zijn opgenomen;

k)

wanneer zij voor het verrichten van onder dit akkoord vallende activiteiten bepaalde taken uitbesteden aan derden die niet in het register zijn opgenomen, waarborgen zij dat dergelijke partijen ethische normen naleven die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voor inschrijvers geldende normen;

l)

op verzoek dienen zij bij het Secretariaat bewijsstukken in waaruit blijkt dat zij in aanmerking komen voor inschrijving en dat de verstrekte gegevens juist zijn, en zij werken op loyale en constructieve wijze samen met het Secretariaat;

m)

zij zijn zich ervan bewust dat zij aan onderzoeksprocedures en, in voorkomend geval, aan de in bijlage III vastgestelde maatregelen kunnen worden onderworpen;

n)

zij nemen de nodige stappen om ervoor te zorgen dat hun werknemers die betrokken zijn bij onder dit akkoord vallende activiteiten, in kennis worden gesteld van hun verbintenis als inschrijvers om deze gedragscode in acht te nemen;

o)

zij stellen de cliënten of leden die zij in het kader van onder dit akkoord vallende activiteiten vertegenwoordigen in kennis van hun verbintenis als inschrijvers om deze gedragscode in acht te nemen;

p)

zij eerbiedigen de door de ondertekenende instellingen vastgestelde specifieke voorschriften en regelingen inzake toegang en veiligheid, en belemmeren deze niet.


BIJLAGE II

GEGEVENS DIE IN HET REGISTER MOETEN WORDEN OPGENOMEN

In deze bijlage is vastgesteld welke gegevens beschikbaar moeten zijn in het register. Die gegevens worden door de verzoekers of, naargelang het geval, de inschrijvers verstrekt, tenzij in het geval van gegevens die automatisch worden ingevoerd.

I.   ALGEMENE GEGEVENS

a)

naam van de entiteit; adres van het hoofdkantoor en van het voor de betrekkingen met de Unie verantwoordelijke kantoor, indien verschillend van het hoofdkantoor; telefoonnummer; e-mailadres (1); website;

b)

vorm van de entiteit;

c)

vertegenwoordigde belangen;

d)

bevestiging dat de verzoeker in overeenstemming met de gedragscode handelt;

e)

naam van de persoon die juridisch verantwoordelijk is voor de entiteit en van de persoon die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de Unie;

f)

een jaarlijkse raming van de vte’s (voltijdequivalenten) voor de personen die betrokken zijn bij onder dit akkoord vallende activiteiten, uitgedrukt in de volgende percentages van een voltijdse activiteit: 10 %, 25 %, 50 %, 75 % of 100 %;

g)

doelstellingen, taken, interessegebieden en geografisch niveau van betrokkenheid;

h)

organisaties waarvan de inschrijver lid is en entiteiten waarbij de inschrijver is aangesloten;

i)

leden van de inschrijver en/of de aansluiting van de inschrijver bij relevante netwerken en verenigingen.

II.   CONNECTIES MET INSTELLINGEN VAN DE UNIE

a)

wetgevingsvoorstellen, beleidslijnen of initiatieven van de Unie waarop de onder dit akkoord vallende activiteiten gericht zijn;

b)

lidmaatschap van deskundigengroepen van de Commissie (2) en andere door de Unie gesteunde fora en platforms;

c)

lidmaatschap of ondersteuning van, of deelname aan interfractiewerkgroepen en andere activiteiten van niet-officiële groeperingen in de gebouwen van het Europees Parlement;

d)

namen van de personen aan wie toegangsrechten tot de gebouwen van het Europees Parlement zijn verleend (3).

III.   FINANCIËLE GEGEVENS

De inschrijvers, met inbegrip van de tussenpersonen, doen aangifte van het bedrag en de bron van eventuele subsidies van de Unie die bijdragen aan hun werkingskosten. De aangegeven bedragen worden uitgedrukt in euro.

a)

Inschrijvers die hun eigen belangen of de collectieve belangen van hun leden behartigen ten aanzien van een van de ondertekenende instellingen, geven een actuele raming van hun jaarlijkse kosten in verband met onder dit akkoord vallende activiteiten, overeenkomstig onderstaande tabel. De geraamde jaarlijkse kosten betreffen een volledig jaar en hebben betrekking op het meest recente afgesloten boekjaar, gerekend vanaf de datum van inschrijving of de datum van de jaarlijkse actualisering van de inschrijvingsdetails.

Omvang van de schijf van jaarlijkse kosten, in euro:

< 10 000

10 000 – 24 999

25 000 – 49 999

50 000 – 99 999

100 000 – 199 999

200 000 – 299 999

300 000 – 399 999

400 000 – 499 999

500 000 – 599 999

600 000 – 699 999

700 000 – 799 999

800 000 – 899 999

900 000 – 999 999

1 000 000 – 1 249 999

1 250 000 – 1 499 999

1 500 000 – 1 749 999

1 750 000 – 1 999 999

2 000 000 – 2 249 999

2 250 000 – 2 499 999

2 500 000 – 2 749 999

2 750 000 – 2 999 999

3 000 000 – 3 499 999

3 500 000 – 3 999 999

4 000 000 – 4 499 999

4 500 000 – 4 999 999

5 000 000 – 5 499 999

5 500 000 – 5 999 999

6 000 000 – 6 499 999

6 500 000 – 6 999 999

7 000 000 – 7 999 999

8 000 000 – 8 999 999

9 000 000 – 9 999 999

≥ 10 000 000

Cliënten geven de tussenpersonen op die namens hen onder dit akkoord vallende activiteiten verrichten alsmede de met elke individuele tussenpersoon verbonden kosten overeenkomstig onderstaande tabel. De geraamde jaarlijkse kosten betreffen een volledig jaar en hebben betrekking op het meest recente afgesloten boekjaar, gerekend vanaf de datum van inschrijving of de datum van de jaarlijkse actualisering van de inschrijvingsdetails.

Huidige tussenpersonen die niet onder het meest recente afgesloten boekjaar vallen, worden afzonderlijk met naam vermeld.

Omvang van de schijf van representatiekosten per tussenpersoon, in euro:

< 10 000

10 000 – 24 999

25 000 – 49 999

50 000 – 99 999

100 000 – 199 999

200 000 – 299 999

300 000 – 399 999

400 000 – 499 999

500 000 – 599 999

600 000 – 699 999

700 000 – 799 999

800 000 – 899 999

900 000 – 999 999

≥ 1 000 000

b)

Tussenpersonen geven een raming op van de totale jaarlijks door hen gegenereerde inkomsten die kunnen worden toegeschreven aan onder dit akkoord vallende activiteiten, overeenkomstig onderstaande tabel. De geraamde totale jaarlijks door hen gegenereerde inkomsten betreffen een volledig jaar en hebben betrekking op het meest recente afgesloten boekjaar, gerekend vanaf de datum van inschrijving of de datum van de jaarlijkse actualisering van de inschrijvingsdetails.

Van individuele cliënten ontvangen inkomsten in verband met onder dit akkoord vallende activiteiten worden eveneens vermeld overeenkomstig onderstaande tabel, met vermelding van de wetgevingsvoorstellen, beleidslijnen of initiatieven van de Unie waarop de onder dit akkoord vallende activiteiten gericht zijn:

Omvang van de schijf van gegenereerde inkomsten per cliënt, in euro:

< 10 000

10 000 – 24 999

25 000 – 49 999

50 000 – 99 999

100 000 – 199 999

200 000 – 299 999

300 000 – 399 999

400 000 – 499 999

500 000 – 599 999

600 000 – 699 999

700 000 – 799 999

800 000 – 899 999

900 000 – 999 999

≥1 000 000

De geraamde totale jaarlijks gegenereerde inkomsten in verband met onder dit akkoord vallende activiteiten worden automatisch door het register berekend op basis van het totaal van de geraamde gegenereerde inkomsten per cliënt.

Tussenpersonen vermelden in het register de cliënten namens wie zij onder dit akkoord vallende activiteiten verrichten.

Huidige cliënten die niet onder het meest recente afgesloten boekjaar vallen, worden afzonderlijk met naam in het register vermeld.

c)

Inschrijvers die geen commerciële belangen vertegenwoordigen, verstrekken de volgende financiële gegevens:

i)

hun totale begroting voor het meest recente afgesloten boekjaar;

ii)

hun belangrijkste financieringsbronnen per categorie: financiering van de Unie, overheidsfinanciering, subsidies, schenkingen, bijdragen van hun leden enz.;

iii)

het bedrag van elke ontvangen bijdrage die meer dan 10 % van hun totale begroting bedraagt, indien het om bijdragen van meer dan 10 000 EUR gaat, en de naam van de contribuant.


(1)  Het opgegeven e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

(2)  Het lidmaatschap van deskundigengroepen wordt automatisch in het register opgenomen. Inschrijving in het register geeft geen automatisch recht op een dergelijk lidmaatschap.

(3)  Inschrijvers kunnen aan het einde van de inschrijvingsprocedure een toegangspasje voor de gebouwen van het Europees Parlement aanvragen. De namen van de personen die een toegangspasje voor de gebouwen van het Europees Parlement ontvangen, worden automatisch in het register opgenomen. Inschrijving in het register geeft geen automatisch recht op een toegangspasje.


BIJLAGE III

TOEZICHT, ONDERZOEKEN EN MAATREGELEN

1.   Algemene beginselen

1.1.

Het Secretariaat kan een onderzoek instellen op basis van een klacht waarin wordt beweerd dat een inschrijver de gedragscode niet in acht heeft genomen (“niet-naleving”), alsook op eigen initiatief in het geval het over gegevens beschikt waaruit blijkt dat de inschrijver mogelijk niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven.

1.2.

Een onderzoek is een administratieve procedure waarbij het Secretariaat en de inschrijver in kwestie betrokken zijn, alsook de derde partij die de klacht heeft ingediend (hierna “de klager” genoemd) indien het niet om een onderzoek op initiatief van het Secretariaat gaat.

1.3.

Wanneer een onderzoek is geopend, kan het Secretariaat de inschrijving in kwestie uit voorzorg opschorten. Het Secretariaat stelt de betrokken inschrijver onmiddellijk in kennis van zijn besluit tot opschorting van de inschrijving, vergezeld van een met redenen omklede uitleg.

2.   Ontvankelijkheid van klachten

2.1.

Elke natuurlijke of rechtspersoon kan een klacht indienen bij het Secretariaat met betrekking tot vermeende niet-naleving door een inschrijver. Klachten worden schriftelijk ingediend. Een klacht is pas ontvankelijk indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de naam van de betrokken inschrijver is vermeld en de details van de klacht zijn duidelijk omschreven;

b)

de naam en contactgegevens van de klager zijn vermeld;

c)

de klacht is binnen één jaar na de vermeende niet-naleving ingediend;

d)

de klacht is gestaafd met bewijzen op basis waarvan niet-naleving met redelijke waarschijnlijkheid wordt aangetoond.

2.2.

In het geval dat een klacht niet ontvankelijk is, stelt het Secretariaat de klager hiervan in kennis, vergezeld van een met redenen omklede uitleg.

3.   Klachtenprocedure

3.1.

Na ontvangst van een ontvankelijke klacht opent het Secretariaat een onderzoek en stelt het de klager en de betrokken inschrijver hiervan in kennis.

3.2.

De betrokken inschrijver ontvangt een afschrift van de klacht, met inbegrip van eventuele bijlagen, en wordt verzocht binnen 20 werkdagen een met redenen omkleed antwoord te geven.

3.3.

Het Secretariaat neemt elk met redenen omkleed antwoord in aanmerking dat het in het kader van punt 3.2 heeft ontvangen, verzamelt alle relevante informatie en stelt een verslag op met zijn bevindingen.

3.4.

Indien in dit verslag wordt geconcludeerd dat de betrokken inschrijver de gedragscode niet in acht heeft genomen, stelt het Secretariaat de inschrijver hiervan in kennis. Die kennisgeving kan ook het volgende omvatten:

a)

aanwijzingen om de niet-naleving binnen 20 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving te corrigeren, en

b)

een formele waarschuwing dat er mogelijk maatregelen volgen indien de niet-naleving niet wordt gecorrigeerd of indien deze zich herhaalt.

3.5.

Het Secretariaat verklaart dat de betrokken inschrijver voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven en sluit het onderzoek af indien:

a)

de vermeende niet-naleving voornamelijk betrekking heeft op punt f) van de gedragscode en binnen 20 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig punt 3.1, wordt gecorrigeerd;

b)

uit het verslag blijkt dat de inschrijver de gedragscode in acht heeft genomen;

c)

de inschrijver de niet-naleving heeft gecorrigeerd na de kennisgeving als bedoeld in punt 3.4, a), of

d)

een formele waarschuwing als bedoeld in punt 3.4, b), voldoende wordt geacht.

3.6.

Het Secretariaat verklaart dat de betrokken inschrijver niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven en sluit het onderzoek af indien uit het verslag blijkt dat de inschrijver de gedragscode niet in acht heeft genomen en indien:

a)

de inschrijver de niet-naleving niet heeft gecorrigeerd na de kennisgeving als bedoeld in punt 3.4, a), of

b)

een formele waarschuwing als bedoeld in punt 3.4, b), onvoldoende wordt geacht.

3.7.

Zodra het Secretariaat zijn verslag heeft opgesteld, doet het op verzoek een afschrift van dat verslag toekomen aan de betrokken inschrijver.

4.   Toezicht en onderzoeken op eigen initiatief

4.1.

Het Secretariaat kan inschrijvers verzoeken hun inschrijvingen te wijzigen als het redenen heeft om aan te nemen dat de in bijlage II gespecificeerde gegevens daarin niet juist zijn weergegeven.

4.2.

In het geval van een verzoek als bedoeld in punt 4.1 kan het Secretariaat de inschrijving in kwestie uit voorzorg opschorten.

4.3.

Indien de betrokken inschrijver niet loyaal en constructief meewerkt, kan het Secretariaat een inschrijving die het voorwerp is van een verzoek als bedoeld in punt 4.1 uit het register schrappen.

4.4.

Het Secretariaat kan op eigen initiatief een onderzoek instellen naar aanleiding van informatie waaruit blijkt dat een inschrijver mogelijk niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven.

4.5.

Indien het Secretariaat op eigen initiatief een onderzoek opent, stelt het de betrokken inschrijver hiervan in kennis en verzoekt het de inschrijver binnen 20 werkdagen een met redenen omkleed antwoord te geven.

4.6.

Het Secretariaat neemt elk met redenen omkleed antwoord in aanmerking dat het in het kader van punt 4.5 heeft ontvangen, verzamelt alle relevante informatie en stelt het een verslag op met zijn bevindingen.

4.7.

Indien in dit verslag wordt geconcludeerd dat de betrokken inschrijver niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven, stelt het Secretariaat de inschrijver hiervan in kennis. Die kennisgeving kan ook het volgende omvatten:

a)

aanwijzingen om deze situatie binnen 20 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving te corrigeren, en

b)

een formele waarschuwing dat er mogelijk maatregelen volgen indien de situatie niet wordt gecorrigeerd of indien deze zich herhaalt.

4.8.

Het Secretariaat verklaart dat de betrokken inschrijver voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven en sluit het onderzoek af indien:

a)

het onderzoek voornamelijk betrekking heeft op de vermeende afwezigheid van onder dit akkoord vallende activiteiten en de betrokken inschrijver binnen 20 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig punt 4.5 aantoont dat hij wel degelijk onder dit akkoord vallende activiteiten verricht;

b)

uit het verslag blijkt dat de inschrijver wel degelijk voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven;

c)

de inschrijver de situatie heeft gecorrigeerd na de kennisgeving als bedoeld in punt 4.7, a), of

d)

een formele waarschuwing als bedoeld in punt 4.7, b), voldoende wordt geacht.

4.9.

Het Secretariaat verklaart dat de betrokken inschrijver niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven en sluit het onderzoek af indien het onderzoek voornamelijk betrekking had op de vermeende afwezigheid van onder dit akkoord vallende activiteiten en de betrokken inschrijver binnen 20 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig punt 4.5 niet heeft aangetoond dat hij wel degelijk onder dit akkoord vallende activiteiten verricht.

4.10.

Het Secretariaat verklaart dat de betrokken inschrijver niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven en sluit het onderzoek af indien uit het in punt 4.6 bedoelde verslag blijkt dat de inschrijver niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven en indien:

a)

de inschrijver de situatie niet heeft gecorrigeerd na de kennisgeving als bedoeld in punt 4.7, a), of

b)

een formele waarschuwing als bedoeld in punt 4.7, b), onvoldoende wordt geacht.

4.11.

Zodra het Secretariaat zijn verslag heeft opgesteld, doet het op verzoek een afschrift van dat verslag toekomen aan de betrokken inschrijvers.

5.   Medewerking met het Secretariaat tijdens een onderzoek

5.1.

Waar nodig verzoekt het Secretariaat de partijen bij het onderzoek om binnen 20 werkdagen vanaf het verzoek informatie te verstrekken die relevant is voor het onderzoek. Indien de door de betrokken partijen verstrekte informatie gegevens bevat die als gevoelig moeten worden beschouwd, kunnen zij dit aangeven.

5.2.

Het Secretariaat kan besluiten om de partijen bij een onderzoek te horen.

5.3.

Het Secretariaat kan besluiten de overeenkomstig deze bijlage vastgestelde termijnen te verlengen indien inschrijvers hierom verzoeken en hiervoor redelijke gronden worden gegeven. Dat besluit kan ook de opschorting van de betrokken inschrijving voor de duur van het onderzoek inhouden.

5.4.

Indien het Secretariaat van oordeel is dat een bij een onderzoek betrokken inschrijver niet loyaal en constructief meewerkt bij het onderzoek, krijgt de inschrijver eerst de mogelijkheid zijn standpunt schriftelijk kenbaar te maken, waarna het Secretariaat het onderzoek kan afsluiten en de betrokken inschrijving kan schrappen uit het register.

6.   Recht om te worden gehoord

De inschrijver krijgt de mogelijkheid om zijn standpunt schriftelijk kenbaar te maken voordat een besluit wordt genomen dat de betrokken inschrijver niet in aanmerking komt voor inschrijving.

7.   Besluit

7.1.

Het Secretariaat sluit het onderzoek af met een met redenen omkleed besluit. Het Secretariaat stelt de betrokken partijen schriftelijk in kennis van dat besluit. In dat besluit wordt vermeld of is vastgesteld dat een inschrijver niet in aanmerking kwam voor inschrijving. In voorkomend geval wordt in het beluit ook vermeld welke vorm die situatie aanneemt en welke maatregelen het Secretariaat heeft genomen, met vermelding van de desbetreffende rechtsmiddelen.

7.2.

Indien het Secretariaat overeenkomstig punt 7.1 vaststelt dat een inschrijver niet langer voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te blijven, schrapt het de betrokken inschrijving uit het register.

7.3.

Gedurende een periode van maximaal 20 werkdagen nadat het Secretariaat de betrokken partijen in kennis heeft gesteld van zijn besluit, kan het Secretariaat een verzoek in overweging nemen om een onderzoek te heropenen.

7.4.

Een onderzoek kan alleen worden heropend indien het Secretariaat bij de vaststelling van zijn besluit geen rekening heeft gehouden met informatie die toen beschikbaar was en dit niet te wijten is aan een fout of nalatigheid van de partij die het verzoek overeenkomstig punt 7.3 heeft ingediend.

8.   Maatregelen

8.1.

Indien het Secretariaat een inschrijving overeenkomstig punt 7.2 uit het register schrapt nadat het heeft vastgesteld dat de inschrijver niet in aanmerking komt vanwege niet-naleving, kan het in voorkomend geval, in het licht van de ernst van de niet-naleving, ook:

a)

de betrokken belangenvertegenwoordiger een verbod van 20 werkdagen tot twee jaar opleggen om zich opnieuw te laten inschrijven in het register, en

b)

de genomen maatregel publiceren op de website van het register.

8.2.

Bij het nemen van een besluit over de strengheid van de overeenkomstig punt 8.1 genomen maatregel houdt het Secretariaat terdege rekening met de relevante omstandigheden van een onderzoek, in het licht van de doelstellingen van dit akkoord.

8.3.

Belangenvertegenwoordigers aan wie een verbod als bedoeld in punt 8.1, a), is opgelegd, kunnen zich pas opnieuw laten inschrijven als de schrappingsperiode is afgelopen en de inschrijver de omstandigheden die aanleiding gaven tot de schrapping op bevredigende wijze heeft gecorrigeerd.

9.   Herziening

9.1.

Inschrijvers die aan maatregelen als bedoeld in punt 8.1 zijn onderworpen, kunnen een met redenen omkleed verzoek om een herziening door het Beheersorgaan indienen.

9.2.

Zij doen het herzieningsverzoek toekomen aan het Secretariaat binnen 20 werkdagen nadat zij in kennis zijn gesteld van de maatregel die door het Secretariaat is genomen.

9.3.

Overeenkomstig de punten 9.1 en 9.2 ingediende herzieningsverzoeken worden doorgestuurd naar de voorzitter van het Beheersorgaan, die de zaak in voorkomend geval of op verzoek van een van de leden van het Beheersorgaan kan verwijzen naar het voltallige Beheersorgaan.

9.4.

Een herzieningsverzoek houdt geen opschorting in van de maatregel die door het Secretariaat is genomen, tenzij het Beheersorgaan anders besluit op basis van specifieke argumenten die in het herzieningsverzoek zijn aangevoerd.

9.5.

De voorzitter van het Beheersorgaan stelt de betrokken inschrijvers binnen 40 werkdagen na ontvangst van het herzieningsverzoek in kennis van het besluit van het Beheersorgaan over de herziening.

10.   Rechtsmiddelen

Inschrijvers die niet tevreden zijn met een besluit van het Beheersorgaan uit hoofde van punt 9, kunnen hiertegen overeenkomstig artikel 263 VWEU beroep instellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie of overeenkomstig artikel 228 VWEU een klacht indienen bij de Europese Ombudsman.


Top