EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020D1584

Besluit (EU) 2020/1584 van de Raad van 26 oktober 2020 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie in de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie moet worden ingenomen ten aanzien van de vaststelling van amendement 46 van bijlage 6, deel I, en amendement 39 van bijlage 6, deel II, bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart wat betreft het uitstel van de toekomstige vereiste om uitgerust te zijn met een 25-uurscockpitgeluidsrecorder teneinde onbedoelde gevolgen van de COVID-19-pandemie te voorkomen

OJ L 362, 30.10.2020, p. 25–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1584/oj

30.10.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 362/25


BESLUIT (EU) 2020/1584 VAN DE RAAD

van 26 oktober 2020

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie in de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie moet worden ingenomen ten aanzien van de vaststelling van amendement 46 van bijlage 6, deel I, en amendement 39 van bijlage 6, deel II, bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart wat betreft het uitstel van de toekomstige vereiste om uitgerust te zijn met een 25-uurscockpitgeluidsrecorder teneinde onbedoelde gevolgen van de COVID-19-pandemie te voorkomen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (“het Verdrag van Chicago”), waarbij het internationale luchtvervoer wordt geregeld, is op 4 april 1947 in werking getreden. Bij dat verdrag is de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) opgericht.

(2)

De lidstaten zijn overeenkomstsluitende partijen bij het Verdrag van Chicago en leden van de ICAO, terwijl de Unie de status van waarnemer heeft in bepaalde organen van de ICAO. Zeven lidstaten zijn vertegenwoordigd in de ICAO-Raad.

(3)

Overeenkomstig artikel 54 van het Verdrag van Chicago kan de ICAO-Raad internationale normen en aanbevolen praktijken vaststellen; deze worden vastgelegd in de bijlagen bij het Verdrag van Chicago.

(4)

Overeenkomstig artikel 90 van het Verdrag van Chicago treden de bijlagen of een wijziging van een bijlage in werking binnen drie maanden na de voorlegging ervan aan de ICAO-verdragsstaten of na afloop van een zodanige langere termijn als de ICAO-Raad kan voorschrijven, tenzij in de tussentijd een meerderheid van de ICAO-verdragsstaten hun afkeuring kenbaar maakt.

(5)

Overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag van Chicago moet elke staat die vindt dat het in de praktijk onmogelijk is om in alle opzichten te voldoen aan een internationale norm of procedure of om zijn eigen regels of praktijken volledig in overeenstemming te brengen met een internationale norm of procedure, als bedoeld in artikel 37 van dat verdrag, of die het nodig acht om regels of praktijken vast te stellen die in enig specifiek opzicht verschillen van die welke bij een internationale norm zijn vastgesteld, de ICAO onmiddellijk in kennis stellen van de verschillen tussen zijn eigen praktijk en die welke bij de internationale norm is vastgesteld.

(6)

De COVID-19-pandemie heeft negatieve gevolgen voor exploitanten en fabrikanten van luchtvaartuigen en toeleveranciers van fabrikanten van apparatuur, en heeft de ontwikkeling van nieuwe systemen vertraagd. Exploitanten van luchtvaartuigen annuleren de levering van luchtvaartuigen, of stellen die uit waardoor de levering van luchtvaartuigen die bestemd zijn voor 2020 wordt uitgesteld tot 2021. Een nieuw gebouwd luchtvaartuig dat is geconfigureerd voor 2020 en waarvan de levering is uitgesteld tot 2021, moet worden geherconfigureerd overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn na 1 januari 2021. Exploitanten en fabrikanten van luchtvaartuigen worden met extra financiële lasten geconfronteerd als die luchtvaartuigen moeten worden aangepast. Daarom is de Commissie doende het uitstel van die datum op het niveau van de Unie vast te stellen door middel van wijzigingen van Verordening (EU) nr. 965/2012. De cockpitgeluidsrecorder (“cockpit voice recorder — CVR”) wordt gebruikt voor onderzoek naar ongevallen en incidenten. Uitstel van de verlenging van de opnameduur van de CVR van twee uur tot 25 uur brengt geen significant veiligheidsrisico mee, maar brengt het veiligheidsvoordeel van een langere cockpitgeluidsopname in overeenstemming met de huidige realiteit van de luchtvaartsector. De Unie is een groot voorstander van de inspanningen van de ICAO om de veiligheid van de luchtvaart te verbeteren. Omdat de situatie als gevolg van de COVID-19-pandemie ongekend is en een significant veiligheidsrisico ontbreekt, moet de Unie die amendementen steunen.

(7)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen op de 221e vergadering van de ICAO-Raad ten aanzien van het geplande amendement 46 van bijlage 6, deel I, en het geplande amendement 39 van bijlage 6, deel II. Dat standpunt is dat die amendementen moeten worden gesteund en moet tot uitdrukking worden gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de ICAO-Raad en die gezamenlijk optreden namens de Unie.

(8)

Het standpunt van de Unie na vaststelling, zonder ingrijpende wijzigingen, door de ICAO-Raad van amendement 46 van bijlage 6, deel I, en amendement 39 van bijlage 6, deel II, die zal worden aangekondigd door de secretaris-generaal van de ICAO via een brief aan de ICAO-staten, is dat geen afkeuring moet worden kenbaar gemaakt en dat kennisgeving moet worden gedaan van de naleving van die amendementen; dat standpunt moet door alle lidstaten van de Unie tot uitdrukking worden gebracht.,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen op de 221e vergadering van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), is dat het voorgestelde amendement 46 van bijlage 6, deel I, en het voorgestelde amendement 39 van bijlage 6, deel II, bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart in hun geheel worden gesteund.

2.   Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen, mits de ICAO-Raad de in lid 1 bedoelde amendementen zonder ingrijpende wijzigingen vaststelt, is dat geen afkeuring moet worden kenbaar gemaakt en dat in antwoord op de ICAO-brieven kennisgeving moet worden gedaan van de naleving van de vastgestelde wijzigingen.

Artikel 2

1.   Het in artikel 1, lid 1, bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de ICAO-Raad en gezamenlijk optreden.

2.   Het in artikel 1, lid 2, bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door alle lidstaten van de Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 26 oktober 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

M. ROTH


Top