Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018D0299

Besluit (GBVB) 2018/299 van de Raad van 26 februari 2018 ter bevordering van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie en ontwapening, ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

PB L 56 van 28.2.2018, pp. 46–59 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 17/05/2022: This act has been changed. Current consolidated version: 16/04/2021

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/299/oj

28.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 56/46


BESLUIT (GBVB) 2018/299 VAN DE RAAD

van 26 februari 2018

ter bevordering van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie en ontwapening, ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens („de EU-MVW-non-proliferatiestrategie”) aangenomen, waarvan hoofdstuk III een lijst bevat van maatregelen die zowel in de Unie als in derde landen moeten worden getroffen.

(2)

De Unie geeft momenteel actief uitvoering aan de EU-MVW-non-proliferatiestrategie en aan de in hoofdstuk III ervan genoemde maatregelen, zoals het opzetten van de noodzakelijke structuren binnen de Unie.

(3)

De Raad heeft op 8 december 2008 conclusies aangenomen, alsmede een document getiteld „Nieuwe actielijnen voor de Europese Unie in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor” („de nieuwe actielijnen”) waarin gesteld wordt dat proliferatie van massavernietigingswapens („MVW”) nog steeds een van de grootste veiligheidsproblemen vormt en dat het non-proliferatiebeleid een essentieel onderdeel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) is.

(4)

In de nieuwe actielijnen verzoekt de Raad de bevoegde Raadsformaties en -organen, de Commissie, de overige instellingen en de lidstaten een concreet vervolg aan dat document te geven.

(5)

In de nieuwe actielijnen onderstreept de Raad dat het optreden van de Unie ter voorkoming van proliferatie baat kan hebben bij de ondersteuning door een niet-gouvernementeel netwerk inzake non-proliferatie, waarin instellingen voor buitenlands beleid en onderzoekscentra die gespecialiseerd zijn in de strategische domeinen van de Unie, worden samengebracht en dat verankerd is in reeds bestaande nuttige netwerken. Dit netwerk kan worden uitgebreid tot instellingen in derde landen waarmee de Unie een specifieke dialoog inzake non-proliferatie voert.

(6)

De Europese Raad heeft op 15 en 16 december 2005 de EU-strategie ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in SALW en munitie daarvoor („de EU-SALW-strategie”) aangenomen, waarin de richtsnoeren voor het optreden van de Unie op het gebied van handvuurwapens en lichte wapens („SALW”) staan. In het kader van de EU-SALW-strategie worden de illegale handel in en de buitensporige accumulatie van SALW en munitie daarvoor aangemerkt als een ernstige bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid.

(7)

Een van de doelstellingen van de EU-SALW-strategie is het in de hand werken van een echte multilaterale aanpak bij de ontwikkeling van internationale, regionale en interne mechanismen in de Unie en haar lidstaten tegen het aanbod en de destabiliserende verspreiding van SALW en munitie daarvoor.

(8)

Op 26 juli 2010 heeft de Raad Besluit 2010/430/GBVB (1) vastgesteld, waarbij een Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie in het leven werd geroepen, en waarin werd bepaald dat de technische uitvoering van dat besluit zal gebeuren door het EU-Consortium non-proliferatie (het „Consortium”).

(9)

De keuze voor het Consortium als enige ontvanger van een subsidie is in dit geval gerechtvaardigd omdat de Unie, evenals als haar lidstaten, de wens koestert om voort te gaan met de vruchtbare samenwerking met het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie welke bijdraagt tot de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese cultuur inzake non-proliferatie- en ontwapeningscultuur, alsmede de Unie helpt bij de uitwerking en vormgeving van haar beleid op die gebieden en bij de vergroting van de zichtbaarheid van de Unie. Gelet op het karakter van het Consortium, dat zijn bestaan dankt aan de Unie en geheel afhankelijk is van steun van de Unie, is een financiering van 100 % in dit geval vereist. Het Consortium beschikt niet over eigen financiële middelen of over de wettige bevoegdheid om andere middelen te verwerven. Daar komt bij dat het Consortium, los van de vier met het beheer belaste denktanks, een netwerk tot stand heeft gebracht van meer dan 70 denktanks en onderzoekscentra, waarin vrijwel de gehele niet-gouvernementele expertise inzake non-proliferatie en ontwapening in de Unie is gebundeld.

(10)

Op 10 maart 2014 heeft de Raad Besluit 2014/129/GBVB (2) vastgesteld, waarbij de verdere bevordering en ondersteuning van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie met drie jaar werd verlengd en het Consortium met de technische uitvoering van dat besluit werd belast.

(11)

Op 3 april 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/632/ (3) vastgesteld, waarbij de termijn van Besluit 2014/129/GBVB wordt verlengd, met het oog op de verdere uitvoering van de activiteiten tot en met 2 juli 2017.

(12)

Op 4 Op 4 juli 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/1195 (4) vastgesteld, waarbij de uitvoeringstermijn van Besluit 2014/129/GBVB wordt verlengd van 3 juli tot en met 31 december 2017 teneinde in 2017 één grote jaarlijkse conferentie over non-proliferatie en ontwapening te kunnen organiseren, en het onderhoud en de actualisering van het internetplatform van het EU-Consortium non-proliferatie te kunnen voortzetten.

(13)

Aan de namen van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie en het Consortium, zal ook de term „ontwapening” worden toegevoegd, overeenkomstig de aanbevelingen in de resolutie van het Europees Parlement van 27 oktober 2016 over nucleaire veiligheid en non-proliferatie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Met het oog op een betere uitvoering van de EU-MVW-non-proliferatiestrategie, die is gebaseerd op effectief multilateralisme, preventie en samenwerking met derde landen, wordt de verdere bevordering en ondersteuning van de activiteiten van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie met 42 maanden verlengd, met het oog op de volgende doelstellingen:

a)

bevorderen van de politieke en veiligheidsgerelateerde dialoog en de langetermijndiscussie over maatregelen voor de bestrijding van de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor in de civiele samenleving, en in het bijzonder onder deskundigen, onderzoekers en wetenschappers;

b)

de deelnemers aan de betrokken voorbereidende instanties van de Raad de gelegenheid bieden het netwerk te consulteren over met non-proliferatie en ontwapening verband houdende vraagstukken en de vertegenwoordigers van de lidstaten in staat te stellen aan de vergaderingen van het netwerk deel te nemen;

c)

een nuttige opstap vormen voor non-proliferatie- en ontwapeningsactiviteiten van de Unie en de internationale gemeenschap, met name door de vertegenwoordigers van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de „HV”) rapporten en/of aanbevelingen te verstrekken;

d)

derde landen meer bewust helpen maken van de problemen van proliferatie en ontwapening en van de noodzaak van samenwerking met de Unie en in multilaterale fora, met name de Verenigde Naties, teneinde zorgwekkende proliferatieprogramma's wereldwijd te voorkomen, te ontmoedigen, te stoppen en waar mogelijk geheel te elimineren;

e)

bijdragen tot de ontwikkeling van expertise en institutionele capaciteit op het gebied van non-proliferatie en ontwapening binnen denktanks en overheden in de Unie en in derde landen.

2.   In het licht van de EU-SALW-strategie beperken de werkzaamheden van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie zich niet tot vraagstukken in verband met de door de proliferatie van MVW en hun overbrengingsmiddelen veroorzaakte dreiging, maar hebben zij ook betrekking op kwesties die met conventionele wapens, zoals SALW, te maken hebben. Dat het netwerk zich ook met conventionele wapens zal bezighouden, biedt een uitstekend instrument voor dialoog en aanbevelingen voor optreden van de Unie op dit gebied, binnen het kader van de uitvoering van de EU-SALW-strategie en het Uniebeleid inzake conventionele wapens.

3.   De door de Unie te steunen projecten hebben betrekking op de volgende specifieke activiteiten:

a)

het verschaffen van middelen voor het houden van grote jaarlijkse non-proliferatie- en ontwapeningsconferenties samen met derde landen en het maatschappelijk middenveld, om verdere maatregelen te bespreken en in kaart te brengen ter bestrijding van de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor en de daarmee verbonden ontwapeningsdoelstellingen, alsmede om problemen in verband met conventionele wapens aan te pakken, onder meer het tegengaan van illegale handel en de buitensporige accumulatie van SALW en munitie daarvoor. De conferenties zullen ook de EU-WHV-non-proliferatiestrategie en de EU-SALW-strategie internationaal propageren, evenals de rol op dit gebied van de instellingen van de Unie en de denktanks in de Unie, met het oogmerk het Uniebeleid op dit gebied zichtbaarder te maken en rapporten en/of aanbevelingen aan de vertegenwoordigers van de HV voor te leggen;

b)

het verschaffen van middelen voor het organiseren van drie jaarlijkse consultatieve vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de instellingen van de Unie, vertegenwoordigers van de lidstaten en wetenschappelijke experts, om van gedachten te wisselen over de belangrijkste kwesties en ontwikkelingen op het gebied van ontwapening, non-proliferatie en exportcontrole, met het oog op het voorleggen van rapporten en/of aanbevelingen aan de vertegenwoordigers van de HV;

c)

het verschaffen van middelen voor de organisatie van maximaal negen ad-hocstudiebijeenkomsten voor deskundigen en praktijkmensen over de gehele non-proliferatie- en ontwapeningsproblematiek, met betrekking tot zowel niet-conventionele als conventionele wapens, met het oog op het indienen van rapporten en/of aanbevelingen bij de vertegenwoordigers van de HV;

d)

het verschaffen van middelen voor het opstellen en publiceren van maximaal 20 beleidsdocumenten over onderwerpen die onder het mandaat van het Consortium vallen en politieke en/of operationele beleidsopties aanreiken;

e)

het verschaffen van middelen voor het verder beheren en ontwikkelen van een helpdeskfaciliteit binnen het Consortium, om ad-hocexpertise aan te bieden inzake vragen met betrekking tot de gehele non-proliferatie- en ontwapeningsproblematiek, ten aanzien van zowel niet-conventionele als conventionele wapens, met een antwoordtermijn van twee tot drie weken, inclusief het opstellen van maximaal 18 werkstukken van deskundigen;

f)

het verschaffen van middelen voor volgehouden bewustmaking, educatie, en de ontwikkeling van deskundigheid en institutionele capaciteit op het gebied van non-proliferatie en ontwapening in denktanks en regeringen in de Unie en derde landen door:

de instandhouding en verdere ontwikkeling van een e-learningcursus over alle relevante aspecten van non-proliferatie en ontwapening;

het opzetten van maximaal 36 stages over non-proliferatie en ontwapening voor afgestudeerden of jonge diplomaten uit de EU en derde landen;

het organiseren van jaarlijkse Brusselse studiebezoeken voor deelnemers aan het fellowshipprogramma van de VN over ontwapening, met het oog op het propageren en zichtbaarder maken van het beleid van de Unie op het gebied van non-proliferatie, ontwapening en wapenexportcontrole;

het opzetten van een proefopleiding om mensen bewust te maken van de gevaren van proliferatie, met inbegrip van die welke voortkomen uit wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, voor afgestudeerden en postdoctorale studenten uit de natuurwetenschappen;

g)

het verschaffen van middelen voor het verder onderhouden, beheren en ontwikkelen van een internetplatform en daarmee verbonden sociale netwerken om contacten te vergemakkelijken, een uniek forum voor Europees onderzoek naar ontwapening en non-proliferatie te bieden, het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie te promoten, in contact te komen met de wereldwijde gemeenschap op het gebied van non-proliferatie en ontwapening en het educatieve aanbod van het Consortium op het gebied van opleidingscursussen ter plaatse en e-learning te promoten.

In de bijlage gaat een nadere omschrijving van bovenbedoelde projecten.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.

2.   Met de technische uitvoering van de projecten waarin de in artikel 1, lid 3, bedoelde activiteiten vorm krijgen is het Consortium belast, gebaseerd op de „Fondation pour la recherche stratégique” (FRS), het „Peace Research Institute Frankfurt” (HSFK/PRIF), het Internationaal Instituut voor strategische studies (IISS), het Internationaal Instituut voor vredesonderzoek van Stockholm (SIPRI), het „Istituto Affari Internazionali” (IAI) in Rome, en het „Vienna Center for Disarmament and Non-Proliferation” (VCDNP). Het Consortium voert deze taak uit onder verantwoordelijkheid van de HV. De HV treft daartoe de nodige voorzieningen met het Consortium.

3.   De lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) doen voorstellen met betrekking tot prioriteiten en punten van bijzonder belang die beoordeeld moeten worden in het kader van de onderzoeksprogramma's van het Consortium, welke behandeld moeten worden in werkdocumenten en tijdens studiebijeenkomsten, overeenkomstig het Uniebeleid.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de projecten waarin de in artikel 1, lid 3, bedoelde activiteiten vorm krijgen bedraagt 4 507 004,70 EUR.

2.   De financiering van de in lid 1 gespecificeerde uitgaven wordt beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Hiertoe sluit zij een financieringsovereenkomst met het Consortium. In de overeenkomst wordt bepaald dat het Consortium er zorg voor moet dragen dat de Uniebijdrage zichtbaar is in een mate die overeenstemt met haar omvang.

4.   De Commissie streeft ernaar de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

Artikel 4

1.   De HV brengt verslag uit aan de Raad over de toepassing van dit besluit op basis van de regelmatige rapporten van het Consortium. Deze rapporten vormen de basis voor de evaluatie door de Raad.

2.   De Commissie brengt verslag uit over de uitvoering van de in artikel 1, lid 3, bedoelde projecten.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

2.   Dit besluit vervalt 42 maanden na de sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde financieringsovereenkomst.

Het vervalt echter zes maanden nadat het in werking is getreden indien de financieringsovereenkomst niet voor die tijd is gesloten.

Gedaan te Brussel, 26 februari 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  Besluit 2010/430/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 tot instelling van een Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 202 van 4.8.2010, blz. 5).

(2)  Besluit 2014/129/GBVB van de Raad van 10 maart 2014 met het oog op de bevordering van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie, ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 3).

(3)  Besluit (GBVB) 2017/632 van de Raad van 3 april 2017 tot wijziging van Besluit 2014/129/GBVB met het oog op de bevordering van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie, ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 90 van 4.4.2017, blz. 10).

(4)  Besluit (GBVB) 2017/1195 van de Raad van 4 juli 2017 tot wijziging van Besluit 2014/129/GBVB met het oog op de bevordering van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie, ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 172 van 5.7.2017, blz. 14).


BIJLAGE

EUROPEES NETWERK VAN ONAFHANKELIJKE DENKTANKS INZAKE NON-PROLIFERATIE EN ONTWAPENING, TER ONDERSTEUNING VAN DE UITVOERING VAN EEN EU-STRATEGIE TER BESTRIJDING VAN VERSPREIDING VAN MASSAVERNIETIGINGSWAPENS (EU-MVW-NON-PROLIFERATIESTRATEGIE)

1.   Doelen

Doel van dit besluit is de „nieuwe actielijnen voor de Europese Unie in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor” (de „nieuwe actielijnen”), als vervat in de conclusies van de Raad van 8 december 2008 als uitwerking van de EU-MVW-non-proliferatiestrategie van 2003, nader uit te voeren. Overeenkomstig de „nieuwe actielijnen” kan de Unie baat hebben bij de ondersteuning door een niet-gouvernementeel netwerk van non-proliferatie denktanks in de strijd tegen de verspreiding van MVW. Het netwerk moet instellingen voor buitenlands beleid en onderzoekscentra die gespecialiseerd zijn in de strategische domeinen van de Unie bijeenbrengen. Dit netwerk kan worden uitgebreid tot instellingen in derde landen waarmee de Unie een specifieke dialoog inzake ontwapening en non-proliferatie voert.

Dit netwerk van onafhankelijke denktanks voor non-proliferatie en ontwapening (het „netwerk”) zou ook in de toekomst de politieke en veiligheidsgerelateerde dialoog bevorderen, en de langetermijndiscussie in de civiele samenleving, meer bepaald onder deskundigen, onderzoekers en wetenschappers, over maatregelen ter bestrijding van de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, een impuls geven.

De werkzaamheden van het netwerk worden uitgebreid tot kwesties die met conventionele wapens, waaronder SALW, te maken hebben, met bijzondere nadruk op maatregelen om de continue uitvoering van de EU-SALW-strategie van de EU te bewerkstelligen. Het netwerk zal nieuwe ideeën helpen aanbrengen in verband met het optreden van de Unie inzake conventionele wapens, onder meer de illegale handel in en de buitensporige accumulatie van SALW en munitie daarvoor. Dit geldt niet alleen voor de reactieve, maar ook voor de preventieve dimensie van veiligheidskwesties. Het voorkomen van de illegale en ongereguleerde handel in conventionele wapens, waaronder SALW, is onderkend als prioriteit van de Unie in het kader van het Wapenhandelsverdrag (WHV).

Het netwerk zal zich ook bezighouden met alle aspecten van de exportcontrole in verband met massavernietigingswapens of conventionele wapens, inclusief goederen voor tweeërlei gebruik, en met kwesties in verband met ruimteveiligheid.

Het netwerk wil derde landen beter bekendmaken met de problemen rond proliferatie van MVW en conventionele wapens, onder meer de illegale handel in en de buitensporige accumulatie van SALW en de munitie daarvoor, via publicaties, vergaderingen, conferenties, specifieke opleidings- en voorlichtingsprojecten. Het wil voorts meer bewustzijn creëren over de noodzaak van samenwerking met de Unie en in multilaterale fora, met name de Verenigde Naties, teneinde zorgwekkende proliferatieprogramma's en de illegale handel in en de buitensporige accumulatie van SALW en de munitie daarvoor wereldwijd te voorkomen, te ontmoedigen, te stoppen en waar mogelijk te elimineren.

De Unie wil dit netwerk als volgt ondersteunen:

door het organiseren van drie grote jaarlijkse conferenties en, als nevenevenement, „volgende generatie-werkgroepen” met het oog op de indiening van rapporten en/of aanbevelingen bij de vertegenwoordigers van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid (de „HV”);

door het organiseren van drie consultatieve vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de instellingen van de Unie, vertegenwoordigers van de lidstaten en wetenschappelijke experts om van gedachten te wisselen over de belangrijkste kwesties en kritieke ontwikkelingen op het gebied van ontwapening, non-proliferatie en exportcontrole, met het oog op het indienen van rapporten en/of aanbevelingen bij de vertegenwoordigers van de HV;

door het organiseren van maximaal negen ad-hocseminars voor deskundigen en praktijkbeoefenaars over de gehele non-proliferatie- en ontwapeningsproblematiek, met betrekking tot zowel niet-conventionele als conventionele wapens, met het oog op het indienen van rapporten en/of aanbevelingen bij de vertegenwoordigers van de HV;

door het opstellen en publiceren van maximaal 20 beleidsdocumenten die binnen de taakomschrijving van het Consortium vallende onderwerpen bestrijken en politieke en/of operationele beleidsopties aanreiken;

door het continu beheren en verder ontwikkelen van een helpdeskfaciliteit binnen het Consortium, om ad-hocexpertise aan te bieden inzake vragen met betrekking tot de gehele non-proliferatie- en ontwapeningsproblematiek, ten aanzien van zowel niet-conventionele als conventionele wapens, met een antwoordtermijn van twee tot drie weken, inclusief het opstellen van maximaal 18 deskundigenpapers;

door de instandhouding en verdere ontwikkeling van een e-learningcursus over alle relevante aspecten van non-proliferatie en ontwapening;

door het organiseren van maximaal 36 stages over non-proliferatie en ontwapening voor afgestudeerden of jonge diplomaten uit de Unie en derde landen;

door het organiseren van jaarlijkse Brusselse studiebezoeken voor deelnemers aan het fellowshipprogramma van de VN over ontwapening, met het oog op het propageren en zichtbaarder maken van het beleid van de Unie op het gebied van non-proliferatie, ontwapening en wapenexportcontrole;

door het opzetten van een proefopleiding om afgestudeerden en postdoctorale studenten uit de natuurwetenschappen meer bewust te maken van de gevaren van proliferatie, met inbegrip van die welke voortkomen uit wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen;

door het verder onderhouden, beheren en ontwikkelen van een internetplatform en daarmee verbonden sociale netwerken om contacten te vergemakkelijken, een uniek forum voor Europees onderzoek naar ontwapening en non-proliferatie te bieden, het netwerk te promoten, in contact te komen met de wereldwijde gemeenschap voor non-proliferatie en ontwapening en het onderwijsaanbod van het Consortium op het gebied van opleidingscursussen ter plaatse en e-learning te promoten.

2.   Organisatie van het netwerk

Het netwerk staat open voor alle betrokken denktanks en onderzoeksinstellingen van de Unie en de geassocieerde landen, en neemt de meningsverscheidenheid in de Unie volledig in acht. Het zal zo veel mogelijk betrokken worden bij alle activiteiten van het Consortium, met de bedoeling zijn leden een eigen inbreng en zichtbaarheid te geven.

Het netwerk zal zich blijven inzetten voor goede contacten binnen de Europese onderzoeksgemeenschap op het gebied van non-proliferatie en ontwapening, en met name in contact treden met natuurwetenschappers die werken op het gebied van CBRN-beveiliging. Het moet ook in de toekomst contacten tussen niet-gouvernementele deskundigen, vertegenwoordigers van de lidstaten en de instellingen van de Unie faciliteren. Het netwerk zal gereed zijn om samen te werken met niet-gouvernementele actoren uit derde landen, conform de EU-MVW-non-proliferatiestrategie en EU-SALW-strategie.

Tot de taakomschrijving van het netwerk behoren non-proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, ontwapening, en kwesties die met conventionele wapens, waaronder SALW, en met wapenexportcontrole en ruimteveiligheid te maken hebben.

De deelnemers aan de betrokken voorbereidende instanties van de Raad (CONOP/CODUN en COARM) zullen het netwerk kunnen consulteren over thema's die met ontwapening en non-proliferatie van niet-conventionele en conventionele wapens, waaronder SALW, verband houden, en hun vertegenwoordigers kunnen de vergaderingen van het netwerk bijwonen. Indien doenlijk, kunnen de vergaderingen van het netwerk in aansluiting op de vergaderingen van de werkgroepen worden gehouden.

Het netwerk zal ook in de toekomst onder leiding staan van het EU-Consortium non-proliferatie, dat gevormd wordt door FRS, HSFK/PRIF, IISS, SIPRI, IAI, en VCDNP en belast zal zijn met het beheer van de projecten, in nauwe samenwerking met de vertegenwoordigers van de HV.

In overleg met de vertegenwoordigers van de HV en de lidstaten zal het Consortium deelnemers die over expertise beschikken inzake het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid ten aanzien van MVW en conventionele wapens, uitnodigen voor seminars van deskundigen en voor grote jaarlijkse conferenties, alsmede tot het delen van hun publicaties en activiteiten op de speciale website. Het Consortium zal ook bijdragen tot de ontwikkeling van competenties op het gebied van non-proliferatie en ontwapening voor zowel ambtenaren als wetenschappers in de Unie en daarbuiten.

3.   Beschrijving van de projecten

3.1.   Project 1: Organisatie van een jaarlijkse grote conferentie, met een rapport en/of aanbevelingen

3.1.1.   Doel van het project

De bedoeling is dat in de grote jaarlijkse non-proliferatie- en ontwapeningconferenties, waaraan zal worden deelgenomen door overheidsexperts en onafhankelijke denktanks en andere specialisten uit de wetenschappelijke wereld van de Unie en de geassocieerde landen, en van derde landen, verdere maatregelen worden besproken en in kaart gebracht om de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor en de daarmee verbonden ontwapeningsdoelstellingen te bestrijden, en om problemen in verband met conventionele wapens aan te pakken, onder meer het tegengaan van illegale handel en de buitensporige accumulatie van SALW en munitie daarvoor. Als hoogtepunt van het project, zal de jaarlijkse conferentie voortgaan met het vergroten van de bekendheid van de EU-MVW-non-proliferatiestrategie en de EU-SALW-strategie en van de „nieuwe actielijnen” en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen van de instellingen.

De jaarlijkse conferenties zullen ook de gelegenheid bieden om de rol en de cohesie te bevorderen van de Europese denktanks die actief zijn op de gebieden die verband houden met non-proliferatie en ontwapening, en de capaciteit van deze en andere instellingen helpen vergroten, ook in delen van de wereld waar weinig deskundigheid met betrekking tot ontwapening en non-proliferatie voorhanden is.

Tijdens de jaarlijkse conferenties en de voorbereidende vergaderingen zal de aandacht uitgaan naar vraagstukken die verband houden met ontwapening en non-proliferatie vraagstukken die relevant zijn voor het werk van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). Op basis van deze besprekingen en andere werkzaamheden onder auspiciën van het Consortium, worden beleidsgerichte rapporten en een pakket actiegerichte aanbevelingen opgesteld ten behoeve van de vertegenwoordigers van de HV. Het rapport wordt verspreid onder de betrokken instellingen van de Unie en de lidstaten, en online beschikbaar gesteld.

3.1.2.   Resultaten van het project

Regelmatig houden van een grote, door Europa geleide internationale non-proliferatie- en ontwapeningsconferentie die het belangrijkste forum zal blijven voor het bevorderen van maatregelen ter bestrijding van de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor en van de daarmee verbonden ontwapeningsdoelstellingen met het oog op het aanpakken van problemen in verband met conventionele wapens, onder meer het tegengaan van illegale handel en de buitensporige accumulatie van SALW en munitie daarvoor;

Vergroten van de zichtbaarheid van en de bekendheid met het non-proliferatiebeleid van de Unie ten aanzien van MVW en SALW en van haar optreden ten aanzien van chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) middelen voor overheidsambtenaren, wetenschappers en het maatschappelijk middenveld van derde landen;

Bevorderen van de rol en de samenhang van het netwerk en van de rol van de Unie op dit gebied, en het opbouwen van non-proliferatie-expertise in landen waar die tekortschiet, onder meer in derde landen;

Indienen van beleidsgeoriënteerde rapporten en/of actiegerichte aanbevelingen die de uitvoering van de MVW- en -SALW-strategieën van de EU verbeteren en een nuttige opstap vormen voor activiteiten inzake non-proliferatie en conventionele wapens van de Unie en de internationale gemeenschap;

de instellingen van de Unie, de lidstaten, de civiele samenleving en derde landen meer besef en kennis bijbrengen van de dreiging die uitgaat van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, zodat zij beter kunnen anticiperen.

3.1.3.   Omschrijving van het project

Het project beoogt de organisatie van drie grote jaarlijkse conferenties, zo nodig met voorbereidende vergaderingen, en het opstellen van bijbehorende rapporten en/of aanbevelingen:

Een jaarlijkse conferentie van anderhalve dag in Brussel, waaraan wordt deelgenomen door maximaal driehonderd deskundigen afkomstig van denktanks en de academische wereld en de overheden van de Unie en van de geassocieerde staten en van derde landen, gespecialiseerd in non-proliferatie, ontwapening, wapenbeheersing en vraagstukken met betrekking tot conventionele wapens, met inbegrip van SALW;

Aandacht voor de opleiding van specialisten „van de volgende generatie”, ook uit landen buiten Europa en Noord-Amerika, die zullen worden uitgenodigd voor een extra dag voorafgaand aan of na afloop van de conferentie, voor gespecialiseerde opleiding en contacten met relevante instellingen van de Unie;

Beleidsgeoriënteerde rapporten en/of actiegerichte aanbevelingen om de uitvoering van de EU-MVW- en de EU-SALW-strategieën een impuls te geven.

3.2.   Project 2: Organisatie van de jaarlijkse consultatieve vergaderingen van de Unie

3.2.1.   Doel van het project

Het project beoogt de organisatie van jaarlijks drie consultatieve vergaderingen waarover rapporten en/of aanbevelingen worden opgesteld. Tijdens de studiebijeenkomsten moeten uitdagingen op zowel korte als middellange termijn op het gebied van non-proliferatie en ontwapening voor de Unie aan de orde komen, met name MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, conventionele wapens met inbegrip van SALW, nieuwe types wapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor. De bijeenkomsten moeten de besluitvormers van de Unie ook de gelegenheid bieden zich bezig te houden met de uitdagingen en ontwikkelingen met betrekking tot non-proliferatie en ontwapening op de langere termijn, en andere relevante kwesties, buiten het kader van hun dagelijkse activiteiten.

De consultatieve vergaderingen zullen ook de gelegenheid bieden om de rol en de cohesie te versterken van de Europese denktanks die actief zijn op gebieden die verband houden met non-proliferatie en ontwapening, en zullen helpen de capaciteit op deze gebieden te vergroten, met name in de delen van de Unie waar de deskundigheid met betrekking tot non-proliferatie voor verbetering vatbaar is.

3.2.2.   Resultaten van het project

Informatie-uitwisseling en analyse van de huidige proliferatietrends tussen mensen uit de beleidspraktijk en academische deskundigen uit de lidstaten, en gespecialiseerd personeel van de EDEO en andere instellingen van de Unie;

Bespreking van de beste manieren en middelen voor het uitvoeren van het Uniebeleid ter bestrijding van proliferatie;

Onafhankelijke Unie-denktanks geven constructieve feedback aan de Unie over haar strategieën ter bestrijding van de proliferatie van MVW en SALW, en mensen uit de praktijk doen suggesties aan de denktanks over de meest beleidsrelevante onderwerpen voor verder onderzoek;

Bepalen van de relevante vraagstukken op het gebied van non-proliferatie en ontwapening ten behoeve van beleidsgeoriënteerde rapporten;

Opstellen van beleidsgeoriënteerde rapporten, vergezeld van een reeks actiegerichte aanbevelingen aan de vertegenwoordigers van de HV.

3.2.3.   Omschrijving van het project

Het project beoogt de organisatie van jaarlijks drie consultatieve vergaderingen waarover rapporten en/of aanbevelingen worden opgesteld. De agenda voor deze evenementen wordt opgesteld in nauwe samenwerking met GBVB-groepen van de Raad op het gebied van non-proliferatie en ontwapening (CODUN/CONOP) en wapenexportcontrole (COARM). Tijdens de bijeenkomsten moeten uitdagingen voor de Unie op zowel de korte als de middellange termijn met betrekking tot non-proliferatie en ontwapening aan de orde komen, in de volgende wapencategorieën: MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, conventionele wapens met inbegrip van SALW, nieuwe types wapens en nieuwe overbrengingsmiddelen.

De jaarlijkse consultatieve vergaderingen duren anderhalve dag; verwacht wordt dat eraan zal worden deelgenomen door maximaal honderd personen uit denktanks van de Unie, lidstaten en instellingen van de Unie, gespecialiseerd in vraagstukken op het gebied van non-proliferatie en conventionele wapens, met inbegrip van SALW. Deze seminars zijn voornamelijk bedoeld als platform voor overleg tussen de denktanks van de Unie over non-proliferatie en ontwapening, de Unie en haar lidstaten. De jaarlijkse consultatieve vergaderingen moeten in Brussel worden gehouden.

3.3.   Project 3: Organisatie van ad-hocseminars

3.3.1.   Doel van het project

Het project beoogt de organisatie van maximaal negen ad-hocseminars, alsmede de opstelling van rapporten en/of aanbevelingen in dat verband. Deze seminars moeten vooral de gelegenheid bieden voor overleg tussen de non-proliferatiedenktanks van de Unie, de Unie en haar lidstaten om zich, op ad-hocbasis, te beraden op belangrijke evenementen en beleidsopties van de Unie; ook moeten zij de denktanks van de Unie, lidstaten en instellingen van de Unie de mogelijkheid bieden doelgroepen binnen en buiten de Unie te bereiken.

3.3.2.   Resultaten van het project

Uitwisseling van informatie en analyse betreffende de huidige proliferatietrends tussen mensen uit de beleidspraktijk en universitaire deskundigen uit de lidstaten, en tussen gespecialiseerd personeel van de EDEO en andere instellingen van de Unie;

Bespreking van de beste manieren en middelen voor het uitvoeren van het Uniebeleid ter bestrijding van proliferatie;

Onafhankelijke Unie-denktanks geven constructieve feedback aan de Unie over haar strategieën ter bestrijding van de proliferatie van MVW en SALW, en mensen uit de praktijk doen suggesties aan de denktanks over de meest beleidsrelevante onderwerpen voor verder onderzoek;

Bepalen van de relevante vraagstukken op het gebied van non-proliferatie en ontwapening ten behoeve van beleidsgeoriënteerde rapporten;

Opstellen van beleidsgeoriënteerde rapporten, vergezeld van een reeks actiegerichte aanbevelingen aan de vertegenwoordigers van de HV. Deze rapporten worden verspreid onder de betrokken instellingen van de Unie en de lidstaten.

3.3.3.   Omschrijving van het project

Het project beoogt de organisatie van maximaal negen ad-hocseminars, en de opstelling van rapporten en/of aanbevelingen in dat verband. De ad-hocseminars duren ten hoogste twee dagen en voorzien in deelname van maximaal 45 personenwaarover per geval wordt beslist.

3.4.   Project 4: Publicaties

3.4.1.   Doel van het project

Verstrekken van informatie en analyses over onderwerpen die verband houden met non-proliferatie van MVW, de overbrengingsmiddelen daarvoor, conventionele wapens met inbegrip van SALW, en ontwapening, ten behoeve van een politieke en veiligheidsgerelateerde dialoog over deze kwesties, met name door deskundigen, onderzoekers en wetenschappers;

Bieden van een hulpbron die de deelnemers in de betrokken voorbereidende instanties van de Raad kunnen gebruiken als inbreng voor hun besprekingen over het beleid en de praktijken van de Unie op het gebied van non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening;

Aandragen van ideeën, informatie en analyses die van nut kunnen zijn bij het ontwikkelen van maatregelen inzake non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening op Unieniveau.

3.4.2.   Resultaten van het project

Betere politieke en veiligheidsgerelateerde dialoog over maatregelen ter bestrijding van de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, wapenbeheersing en ontwapening, vooral door deskundigen, onderzoekers en wetenschappers;

Meer bewustzijn, kennis en begrip bij het maatschappelijk middenveld, met name het bredere netwerk van de Unie van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie, en bij overheden van vraagstukken met betrekking tot het beleid van de Unie op het gebied van non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening;

Politieke en/of operationele beleidsopties voor de HV, de instellingen van de Unie en de lidstaten;

Ontwikkeling van non-proliferatie-, wapenbeheersings- en ontwapeningsmaatregelen op Unieniveau, aan de hand van ideeën, informatie en analyse.

3.4.3.   Omschrijving van het project

Het project beoogt de opstelling en publicatie van maximaal 20 beleidsdocumenten. Deze beleidsdocumenten worden opgesteld door of in opdracht van het Consortium en geven niet noodzakelijk de standpunten weer van de instellingen van de Unie of de lidstaten. De beleidsdocumenten hebben betrekking op onderwerpen die onder de taakopdracht van het Consortium vallen. In elk document worden politieke en/of operationele beleidsopties geformuleerd. De beleidsdocumenten kunnen worden gepubliceerd op de website van het Consortium.

3.5.   Project 5: Beheren en verder ontwikkelen van het helpdeskfaciliteit

3.5.1.   Doel van het project

Het continu beheren en verder ontwikkelen van de helpdeskfaciliteit binnen het Consortium, om ad-hocexpertise te bieden inzake vragen met betrekking tot de gehele non-proliferatie- en ontwapeningsproblematiek, ten aanzien van zowel niet-conventionele als conventionele wapens, zal een bijdrage leveren tot en behulpzaam zijn bij de vormgeving van het beleidsoptreden van de Unie met betrekking tot specifieke en dringende aangelegenheden.

3.5.2.   Resultaten van het project

Beheren van ad-hoconderzoeksverzoeken, met een antwoordtermijn van twee tot drie weken, betreffende specifieke aangelegenheden, op verzoek van de EDEO;

Bevorderen van een ad-hocdialoog over specifieke onderwerpen tussen de denktanks van het Consortium en de EDEO;

Aldus de kennisbasis vergroten voor de zich ontwikkelende besprekingen over non-proliferatiekwesties in de Unie;

De EDEO ruime toegang bieden tot de expertise en de voor onderzoek beschikbare middelen van het Consortium voor verzoeken op korte termijn en incidentele verzoeken.

3.5.3.   Omschrijving van het project

Het project zal binnen een termijn van 2 à drie weken, te rekenen vanaf het verzoek van de EDEO, tot 18 5 à 10 bladzijden tellende deskundigenpapers over actuele vraagstukken op het gebied van non-proliferatie en ontwapening opleveren ten behoeve van de EDEO en de bevoegde groepen. Deze papers zijn gebaseerd op een overzicht van de bestaande wetenschappelijke literatuur en primaire bronnen (niet op oorspronkelijk onderzoek). Potentiële onderwerpen in het licht van de internationale agenda, komende evenementen op Unieniveau en beleidsdocumenten van de Unie zullen aan de hand van gedachtewisselingen met de EDEO in kaart worden gebracht. De EDEO kan om deze functie verzoeken a) middels een paper; en/of b) middels een briefing aan de Raadswerkgroep non-proliferatie (CONOP) of de Raadswerkgroep export van conventionele wapens (COARM); en/of c) in de vorm van input van deskundigen op afstand, indien het inwinnen van hun advies dringend is.

3.6.   Project 6: E-learning

3.6.1.   Doel van het project

Het opbouwen van capaciteit, bij de komende generatie wetenschappers en praktijkmensen, op de gebieden non-proliferatie en ontwapening;

Het vergroten van diepgaande kennis, in de Unie en in derde landen, van het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid van de Unie;

Het bijdragen tot wereldwijde initiatieven met het oog op het bevorderen van non-proliferatie- en ontwapeningsonderwijs;

Vernieuwing en verruiming van de expertise met betrekking tot MVW- en SALW-vraagstukken in de Unie en haar partnerlanden;

Het leveren, aan de instellingen van de Unie, de lidstaten en het Europees netwerk van denktanks, van op hun behoeften toegesneden geactualiseerde kennis over het volledige spectrum aan instrumenten voor conventionele en niet-conventionele wapenbeheersing.

3.6.2.   Resultaten van het project

Instandhouding en verbetering van een volledige e-learningcursus die alle relevante aspecten van non-proliferatie en ontwapening bestrijkt;

Voorlichting en bijstand voor vormingswerkers en opleiders met het oog op het gebruik van de door de Unie ter beschikking gestelde onderwijsmiddelen op het gebied van non-proliferatie en ontwapening;

Ondersteuning van de integratie van de middelen van de Unie op het gebied van e-learning in de curricula van de universitaire masteropleidingen;

Combinatie van e-learning en klassikaal leren („gemengd leren”) voor de opleiding bewustmaking proliferatie ten behoeve van het Consortium;

Grondiger kennis, in de gehele Unie en in derde landen, van het non-proliferatie- en het ontwapeningsbeleid van de Unie;

Aanreiken van een voortdurend geactualiseerde open onderwijsbron voor alle belanghebbenden die bij onderzoek en programmering op het gebied van non-proliferatie betrokken zijn;

Ontwikkeling van nieuwe online-inhoud ter verbetering van de syllabus van de cursus en ter verstrekking van kritische ondersteunende kennis voor praktijkbeoefenaars en wetenschappers op het gebied van non-proliferatie.

3.6.3.   Omschrijving van het project

Het project zal gericht zijn op de wereldwijde verspreiding en het gebruik van het uit hoofde van Besluit 2014/129/GBVB ontwikkelde instrument voor e-learning.

Daartoe zal de gebruiksvriendelijkheid van de site voor e-learning en de bijbehorende sectie certificaten voortdurend worden verbeterd op basis van de feedback van deelnemers en de evaluatie van het gebruiksgedrag aan de hand van diverse statistische instrumenten. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de uitbreiding van het e-learningaanbod voor gebruikers met een gezichts- of gehoorbeperking, teneinde eventuele belemmeringen voor gebruik van de cursus weg te werken en deze open te stellen voor zo veel mogelijk potentiële deelnemers. Voorts zal de volledige cursus begrijpelijker worden gemaakt door een omvattende evaluatie van taalgebruik door gespecialiseerde personen die Engels als moedertaal spreken.

Alle 15 leereenheden zullen worden geactualiseerd om de studenten de meest actuele feiten en cijfers ter beschikking te stellen. Contact met en ondersteuning van onderwijsinstellingen zullen een vlotte integratie van het e-learningprogramma in de curricula van universitaire masteropleidingen en ander onderwijsaanbod mogelijk maken en het wereldwijde gebruik van de e-learningcursus aanmoedigen.

Tussen 2018 en 2020 zullen hoogstens vijf bijkomende leereenheden worden ontwikkeld en aangeboden. De bijkomende e-learninginhoud zal in nauw overleg met de EDEO en de lidstaten worden ontwikkeld en kan worden ingedeeld in één van de volgende categorieën:

a)

Leereenheid voor gevorderden, waarin meer in detail wordt ingegaan op de bestaande cursusinhoud en het inzicht wordt verdiept;

b)

Praktische leereenheid, waarin de klemtoon ligt op vraagstukken in verband met de praktische toepassing van de non-proliferatie- of uitvoercontroleregelingen;

c)

Academische leereenheid, met theoretische beschouwingen over non-proliferatie-en ontwapening;

d)

Ondersteunende leereenheid, waarin kritische kennis wordt aangereikt met het oog op een beter begrip van de bredere problematiek van non-proliferatie en ontwapening (bijvoorbeeld de juridische, financiële of ethische aspecten).

e)

Gepersonaliseerde leereenheid, ter ondersteuning van specifieke klassikale opleidingscursussenen en voor gebruik in combinatie met die cursussen („gemengd leren”).

3.7.   Project 7: Stages

3.7.1.   Doel van het project

Het opbouwen van capaciteit, bij de volgende generatie van wetenschappers en praktijkbeoefenaars, op het gebied van non-proliferatiebeleid en -programmering;

Het vergroten van het begrip van en de eigen inbreng in het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid van de Unie in de gehele Unie;

Het verspreiden en vergroten van de kennis van het Uniebeleid inzake SALW en MVW ten aanzien van derde landen;

Het tot stand brengen van netwerken van opkomende deskundigen op regionaal niveau, daar waar de Unie veel belang heeft bij non-proliferatie;

Het versterken van de capaciteitsopbouw binnen het netwerk;

Het vernieuwen en verruimen van de expertise met betrekking tot MVW- en SALW-vraagstukken binnen de Unie en haar partnerlanden;

3.7.2.   Resultaten van het project

Een grotere capaciteit, bij de komende generatie van wetenschappers en praktijkbeoefenaars, op het gebied van non-proliferatiebeleid en -programmering;

Grondiger kennis van het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid van de Unie in de gehele Unie;

Beter begrip van de strategieën, beleid en aanpak van de Unie inzake non-proliferatie in derde landen;

Totstandbrenging van netwerken van jonge praktijkbeoefenaars en wetenschappers, en soepelere samenwerking in de praktijk;

Meer capaciteitsopbouw wat betreft het beleid van de Unie op de gebieden MVW en SALW binnen het netwerk.

3.7.3.   Omschrijving van het project

Het project voorziet in stages, voor een periode van ten hoogste drie maanden, op het gebied van non-proliferatie en ontwapening voor maximaal 36 afgestudeerden of jonge diplomaten. Het Consortium zal zorgen voor de organisatie van, het toezicht op en het cursusmateriaal van de stage, die bestaat uit lezingen, discussiebijeenkomsten en gestructureerd lezen („structured reading”), alsmede de integratie van de projecten.

Alle tot het netwerk behorende instituten komen in aanmerking als gastinstituut. 30 van de 36 stages worden voorbehouden voor Europese kandidaten, terwijl de resterende zes stages worden voorbehouden voor niet-Europese kandidaten, idealiter uit Zuid-Azië, Oost-Azië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Alle stagiairs zullen zo veel mogelijk worden uitgenodigd voor de lezingen en seminars die tijdens hun stage door het Consortium worden georganiseerd.

3.8.   Project 8: Studiebezoek aan de Unie voor de deelnemers aan het fellowshipprogramma van de VN over ontwapening

3.8.1.   Doel van het project

Grondiger begrip en betere zichtbaarheid van het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid van de Unie in derde landen;

Vernieuwen en verruimen van de expertise met betrekking tot MVW- en SALW-vraagstukken in derde landen, met name door de betrokkenen beter bewust te maken van de mogelijkheden die geboden worden door de programma's van de Unie voor capaciteitsopbouw op gebieden zoals wapenuitvoercontrole, non-proliferatie en ontwapening, en beperking van de CBRN-risico's;

De inspanningen van de VN ter verbetering van het onderwijs inzake ontwapening ondersteunen en multilateralisme bevorderen.

3.8.2.   Resultaten van het project

Grondiger begrip en betere zichtbaarheid van het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid van de Unie in derde landen;

Meer expertise op het gebied van MVW- en SALW-vraagstukken in de partnerlanden;

Beter VN-onderwijs inzake ontwapening.

3.8.3.   Omschrijving van het project

Het project omvat een twee à drie dagen durend studiebezoek van de deelnemers aan het VN-fellowshipprogramma over ontwapening aan Brussel, waaronder een seminar met sprekers van de instellingen van de Unie, deskundigen van het Consortiumnetwerk en een terreinbezoek op relevante locaties. Het bezoek zal zo worden gepland dat het past in het Europese onderdeel van het fellowshipprogramma, meestal vóór de algemene vergadering van de VN.

3.9.   Project 9: Opleiding bewustmaking proliferatie

3.9.1.   Doel van het project

In de natuurwetenschappen en op andere relevante gebieden actieve betrokkenen bewust maken van de gevaren van de proliferatie van MVW waarmee het gebruik van bepaalde materialen, software en technologie gepaard gaat, alsook van de toepasselijke internationale verdragen en mechanismen;

In deze groepen capaciteit opbouwen met het oog op het opstellen van interne nalevingsmechanismen in hun instellingen, teneinde toezicht te kunnen uitoefenen op de stromen gevoelige technologieën, alsook op de veiligheid en de beveiliging van materialen;

De instellingen van de Unie, de lidstaten en het non-proliferatienetwerk van de Unie nieuwe ideeën geven over de technologische ontwikkelingen en de mogelijke impact daarvan op non-proliferatie.

3.9.2.   Resultaten van het project

Een grotere capaciteit bij de volgende generatie natuurwetenschappers en op andere gebieden die voor de instrumenten en het beleid op het gebied van non-proliferatie relevant zijn;

Bijdrage tot de doelstellingen van Unie op het gebied van non-proliferatie door een beter bewustzijn van de gevaren van proliferatie in de vakgebieden met belangrijke proliferatierisico's en technologische ontwikkelingen;

Combinatie van leren op afstand (e-learning) en opleiding ter plaatse („gemengd leren”).

3.9.3.   Omschrijving van het project

In het kader van het project wordt een proefcursus ontwikkeld om studenten van de tweede en de derde cyclus in de natuurwetenschappen en in andere relevante vakgebieden bewuster te maken van de gevaren van proliferatie. Dat houdt onder meer in dat een op maat gesneden curriculum wordt ontwikkeld voor twee onderscheiden doelgroepen (zoals biomedische wetenschappen, ingenieurswetenschappen of kernwetenschappen) en dat elk van deze doelgroepen een proefcursus volgt.

3.10.   Project 10: Beheer van een internetplatform

3.10.1.   Doel van het project

Het onderhouden en ontwikkelen van een internetwebsite zal de contacten in de periode tussen de vergaderingen van het netwerk vergemakkelijken en de dialoog over onderzoek tussen de non-proliferatie-denktanks stimuleren. De instellingen van de Unie en de lidstaten kunnen ook baat hebben bij een gespecialiseerde website waar de deelnemers aan het netwerk vrijelijk informatie en ideeën kunnen uitwisselen, hun studies kunnen publiceren over thema's die verband houden met non-proliferatie van MVW en hun overbrengingsmiddelen en met conventionele wapens, waaronder SALW. Het project moet online een vervolg geven aan de evenementen en een venster voor Europees onderzoek bieden. Het moet mede leiden tot een efficiënte verspreiding van onderzoeksresultaten binnen de denktank-gemeenschap en in overheidskringen. Daardoor zal beter worden geanticipeerd op en zal er betere kennis zijn over de dreigingen die verband houden met de proliferatie van MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, en met conventionele wapens, onder meer de illegale handel in en de buitensporige accumulatie van SALW en de munitie daarvoor.

3.10.2.   Resultaten van het project

Beheer van een platform waar non-proliferatie-denktanks hun onafhankelijke standpunten en analyses over met de proliferatie van MVW en conventionele wapens, waaronder SALW, verband houdende thema's, te allen tijde kunnen delen;

Uitbouw, beheer en actualisering van het huidige netwerk van onafhankelijke denktanks;

Beter begrip van de EU-MVW-non-proliferatie-strategie en de EU-SALW-strategie bij het maatschappelijk middenveld bevorderen en een verbinding vormen tussen de Unie en het denktanknetwerk;

Mogelijk maken van het permanent en gratis downloaden van documenten over de vergaderingen van het netwerk en van onafhankelijke denktanks die hun onderzoeksresultaten willen delen zonder financiële tegenprestatie;

Meer besef en kennis, bij de instellingen van de Unie, de lidstaten, het maatschappelijk middenveld en derde landen, over de dreiging die uitgaat van conventionele wapens, MVW en de overbrengingsmiddelen daarvoor, zodat zij beter kunnen anticiperen.

3.10.3.   Omschrijving van het project

Indien doenlijk en wenselijk kan het gebruik van technologie van een sociaal-netwerk-type worden ontwikkeld, teneinde actieve onlinecommunicatie en de uitwisseling van informatie tussen de deelnemers aan het netwerk in een vertrouwd milieu mogelijk te maken.;

Het Consortium, dat de leiding over het project heeft, wordt belast met webhosting, webontwerp en het technische onderhoud van de website;

Het Uniebeleid betreffende vraagstukken op het gebied van MVW-proliferatie en conventionele wapens, met inbegrip van SALW, wordt gevolgd en gesteund met behulp van op regelmatige basis beschikbare passende documentatie;

Publicaties van het Consortium worden onder de aandacht gebracht en ondersteund door specifieke historische dossiers;

Aan door het Consortium georganiseerde conferenties wordt bekendheid gegeven op de website (achtergronddocumentatie, agenda, presentaties, indien mogelijk video-opname van openbare vergaderingen), via welke ook verspreiding plaatsvindt;

De e-laerningcursus van het Consortium wordt beschikbaar gemaakt via de website. Specifiek voor leden van het netwerk en ambtenaren van de Unie zal een intranettoegang worden ontwikkeld (geïntegreerd instrument voor de e-learningcursus).

Tweemaandelijks worden bijzondere gerichte pagina's gepubliceerd, over specifieke onderwerpen die verband houden met MVW-proliferatie en conventionele wapens, met inbegrip van SALW.

4.   Duur

De totale geschatte duur van de uitvoering van de projecten bedraagt 42 maanden.

5.   Begunstigden

5.1.   Directe begunstigden

De voorgestelde projecten dienen de doelstellingen van het GBVB en dragen bij tot het verwezenlijken van de in de EU-MVW-non-proliferatie-strategie en de EU-SALW-strategie vastgestelde doelstellingen.

5.2.   Indirecte begunstigden

De indirecte begunstigden van dit project zijn:

a)

onafhankelijke denktanks en wetenschappers uit de Unie en derde landen die gespecialiseerd zijn in met non-proliferatie, ontwapening en conventionele wapens verband houdende vraagstukken, waaronder SALW,;

b)

instellingen van de Unie, met inbegrip van onderwijsinstellingen, studenten en alle andere personen aan wie de e-learningcursus ter beschikking wordt gesteld;

c)

de lidstaten;

d)

derde landen.

6.   Deelneming door derde partijen

De projecten worden volledig gefinancierd krachtens dit besluit. Deskundigen van het netwerk mogen als deelnemende derde partijen worden beschouwd. Zij zullen hun werkzaamheden verrichten volgens hun standaardregels.

7.   Stuurcomité

Het Stuurcomité voor dit project is samengesteld uit vertegenwoordigers van de HV en van het in punt 8 van deze bijlage vermelde uitvoeringsorgaan. Het Stuurcomité zal de uitvoering van dit besluit regelmatig evalueren, ten minste eens per jaar, ook met behulp van elektronische communicatiemiddelen.

8.   Uitvoeringsorgaan

Met de technische uitvoering van dit besluit wordt het Consortium belast, dat zijn taken zal uitvoeren onder toezicht van de HV. Bij de uitvoering van zijn activiteiten werkt het Consortium samen met de HV, en de lidstaten en andere verdragsluitende staten en internationale organisaties, naargelang van het geval.


Top