EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017R2168

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2168 van de Commissie van 20 september 2017 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 589/2008 wat betreft de handelsnormen voor eieren van hennen met vrije uitloop wanneer de toegang van de hennen tot de uitloop in de openlucht is beperkt

C/2017/6214

OJ L 306, 22.11.2017, p. 6–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/2168/oj

22.11.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 306/6


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/2168 VAN DE COMMISSIE

van 20 september 2017

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 589/2008 wat betreft de handelsnormen voor eieren van hennen met vrije uitloop wanneer de toegang van de hennen tot de uitloop in de openlucht is beperkt

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1) en met name artikel 75, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie (2) zijn bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (3) vastgesteld wat betreft de handelsnormen voor eieren. Met name zijn in punt 1 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 589/2008 minimumeisen vastgesteld voor „eieren van hennen met vrije uitloop”.

(2)

Verordening (EU) nr. 1308/2013 is in de plaats gekomen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en verleent de Commissie de bevoegdheid om in dit verband gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 227 van die verordening.

(3)

Punt 1, onder a), van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 589/2008 voorziet in een afwijkingsperiode voor het in de handel brengen van eieren als „eieren van hennen met vrije uitloop” wanneer de toegang van de hennen tot de uitloop in de openlucht is beperkt op grond van het EU-recht, waaronder veterinaire beperkingen ter bescherming van de gezondheid van mens en dier, voor zover die afwijkingsperiode niet langer dan twaalf weken duurt. In het licht van ernstige uitbraken van aviaire influenza in de Unie blijkt het noodzakelijk om in een langere afwijkingsperiode te voorzien en de regels te verduidelijken zodat deze in de hele Unie op uniforme wijze worden toegepast, met name wat de aanvang van de afwijkingsperiode betreft.

(4)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 589/2008 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Om de onmiddellijke toepassing van deze maatregel te waarborgen, moet deze verordening in werking treden op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 589/2008 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 september 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie van 23 juni 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor eieren (PB L 163 van 24.6.2008, blz. 6).

(3)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).


BIJLAGE

Minimumeisen waaraan de productie-inrichtingen voor de verschillende methoden voor het aanduiden van het houderijsysteem van leghennen moeten voldoen

1.

„Eieren van hennen met vrije uitloop” moeten afkomstig zijn van inrichtingen die ten minste aan de voorwaarden van artikel 4 van Richtlijn 1999/74/EG van de Raad (1) voldoen.

Met name de volgende voorwaarden moeten worden vervuld:

a)

de hennen moeten de hele dag door over vrije uitloop in de openlucht beschikken. Dit belet evenwel niet dat een producent de toegang tijdens de ochtenduren voor een bepaalde tijd kan beperken in overeenstemming met de gebruikelijke goede landbouwmethoden, inclusief goede dierhouderijmethoden.

Indien op grond van het EU-recht vastgestelde maatregelen voorzien in een beperking van de toegang van hennen tot de uitloop in de openlucht om de gezondheid van mens of dier te beschermen, mogen de eieren van die hennen ondanks die beperking toch als „eieren van hennen met vrije uitloop” in de handel worden gebracht op voorwaarde dat de toegang van de leghennen tot hun uitloop in de openlucht niet werd beperkt gedurende een ononderbroken periode van meer dan 16 weken. Die maximale termijn vangt aan op de datum waarop de toegang tot de uitloop in de openlucht van de groep hennen in kwestie die op hetzelfde tijdstip zijn opgezet daadwerkelijk werd beperkt.

b)

de voor de hennen toegankelijke uitloop in de openlucht is grotendeels begroeid en wordt niet gebruikt voor andere doeleinden, behalve als boomgaard, bosterrein en grasland, voor zover dit laatste gebruik door de bevoegde autoriteiten is toegestaan;

c)

de maximale bezetting van de uitloop bedraagt niet meer dan 2 500 hennen per hectare terrein dat voor de hennen toegankelijk is, d.w.z. nooit meer dan één hen per 4 m2. Indien echter per hen 10 m2 beschikbaar is en een rotatiesysteem wordt toegepast, en alle dieren tijdens de gehele levensduur van het bestand in gelijke mate toegang hebben tot de gehele uitloopruimte, mag de bezetting per uitloopruimte op geen enkel moment meer dan één hen per 2,5 m2 bedragen;

d)

de uitloop in de openlucht mag zich niet verder uitstrekken dan 150 m van de dichtstbijgelegen uitgang van het gebouw. De uitloop mag zich tot 350 m van de dichtstbijgelegen uitgang van het gebouw uitstrekken, wanneer voldoende schuilplaatsen als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 3, onder b), ii), van Richtlijn 1999/74/EG gelijkmatig over de uitloopruimte verdeeld zijn, met een minimum van vier schuilplaatsen per hectare.

2.

„Scharreleieren” moeten afkomstig zijn van inrichtingen die ten minste aan de voorwaarden van artikel 4 van Richtlijn 1999/74/EG voldoen.

3.

„Kooi-eieren” moeten afkomstig zijn van bedrijven die ten minste:

a)

tot en met 31 december 2011 voldoen aan de voorschriften van artikel 5 van Richtlijn 1999/74/EG, of

b)

voldoen aan de voorschriften van artikel 6 van Richtlijn 1999/74/EG.

4.

De lidstaten mogen afwijkingen toestaan ten aanzien van de punten 1 en 2 van deze bijlage voor bedrijven met minder dan 350 legkippen of voor vermeerderingsbedrijven van legkippen, wat betreft de verplichtingen als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 1, onder d), tweede zin, artikel 4, lid 1, punt 1, onder e), artikel 4, lid 1, punt 2, artikel 4, lid 1, punt 3, onder a), i), en artikel 4, lid 1, punt 3, onder b), i), van Richtlijn 1999/74/EG.


(1)  Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PB L 203 van 3.8.1999, blz. 53).


Top