EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016R1167

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1167 van de Commissie van 18 juli 2016 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit onder meer de Republiek Korea en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit dat land

C/2016/4482

OJ L 193, 19.7.2016, p. 19–24 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 20/04/2018

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2016/1167/oj

19.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 193/19


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1167 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2016

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit onder meer de Republiek Korea en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit dat land

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (de „basisverordening”), en met name artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 van de Raad (2) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China. Na twee nieuwe onderzoeken bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werden de antidumpingmaatregelen bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 van de Raad (3) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad (4) gehandhaafd.

(2)

Na een anti-ontwijkingsonderzoek op grond van artikel 13 van de basisverordening heeft de Raad het antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad (5) uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea. Bij dezelfde verordening werden bepaalde Koreaanse producenten-exporteurs van die uitgebreide maatregelen vrijgesteld.

(3)

Momenteel is een antidumpingrecht van toepassing dat bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 is ingesteld op de invoer van stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot de invoer van stalen kabels verzonden uit onder meer de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit dat land, laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/90 van de Commissie (6) („de geldende maatregelen”). Voor de invoer in de Unie van het onderzochte product verzonden uit de Republiek Korea geldt een recht van 60,4 %, met uitzondering van het product dat wordt vervaardigd door ondernemingen die vrijstelling hebben gekregen.

B.   PROCEDURE

1.   Inleiding

(4)

De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een verzoek ontvangen om vrijstelling van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot de invoer verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea, overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening.

(5)

Het verzoek is op 7 september 2015 ingediend door Daechang Steel Co. Ltd („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur van stalen kabels in de Republiek Korea („het betrokken land”) en betreft enkel de indiener van het verzoek.

(6)

De indiener van het verzoek heeft voorlopig bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat hij het onderzochte product in het onderzoektijdvak dat is gebruikt bij het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid (1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009) niet naar de Unie heeft uitgevoerd, dat hij geen banden heeft met de producenten-exporteurs van het onderzochte product die aan de geldende antidumpingrechten onderworpen zijn, dat hij de maatregelen ten aanzien van stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China niet heeft ontweken en dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren.

(7)

Na onderzoek van het door de indiener van het verzoek verstrekte bewijsmateriaal, na raadpleging van de lidstaten en nadat de bedrijfstak van de Unie de kans had gehad om opmerkingen in te dienen, heeft de Commissie het onderzoek op 26 november 2015 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2179 (7) geopend. Voorts heeft de Commissie de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 3 van die verordening en artikel 14, lid 5, van de basisverordening opgedragen de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie te registreren van het uit de Republiek Korea verzonden onderzochte product dat door de indiener van het verzoek wordt geproduceerd en naar de Unie wordt uitgevoerd.

2.   Onderzocht product

(8)

Dit nieuwe onderzoek heeft betrekking op stalen kabels (gesloten kabels daaronder begrepen), met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea („het onderzochte product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81, ex 7312 10 83, ex 7312 10 85, ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 (Taric-codes 7312108113, 7312108313, 7312108513, 7312108913 en 7312109813).

3.   Verslagperiode

(9)

De verslagperiode betrof de periode van 1 oktober 2014 tot en met 30 september 2015. Er werden gegevens verzameld van 2008 tot het einde van de verslagperiode („het onderzoektijdvak”).

4.   Onderzoek

(10)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek en de vertegenwoordigers van de Republiek Korea formeel in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek. Belanghebbenden werd verzocht hun standpunt kenbaar te maken; zij werden ook ingelicht over de mogelijkheid om te verzoeken te worden gehoord. De Commissie heeft geen verzoeken ontvangen.

(11)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek een vragenlijst toegezonden en heeft binnen de gestelde termijn een volledig antwoord ontvangen. De Commissie heeft alle informatie ingewonnen en ter plaatse gecontroleerd die zij voor het nieuwe onderzoek nodig achtte. Bij de indiener van het verzoek is een controle ter plaatse verricht.

(12)

De Commissie heeft onderzocht of de voorwaarden waren vervuld om een vrijstelling overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, te verlenen, namelijk of:

de indiener van het verzoek het onderzochte product in het onderzoektijdvak dat is gebruikt voor het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid, namelijk de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009, niet naar de Unie heeft uitgevoerd;

de indiener van het verzoek het onderzochte product na afloop van het onderzoektijdvak van het anti-ontwijkingsonderzoek is beginnen uitvoeren;

de indiener van het verzoek geen banden heeft met de producenten-exporteurs van het onderzochte product die aan de geldende antidumpingrechten onderworpen zijn, en de maatregelen ten aanzien van stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China niet heeft ontweken.

C.   BEVINDINGEN

(13)

Het onderzoek heeft bevestigd dat de indiener van het verzoek het product waarop het nieuwe onderzoek betrekking heeft, niet naar de Unie heeft uitgevoerd tijdens het tijdvak van het anti-ontwijkingsonderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid, namelijk van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009. De indiener van het verzoek heeft het onderzochte product voor het eerst uitgevoerd na de uitbreiding van de maatregelen tot de Republiek Korea, meer precies tijdens de tweede helft van 2015.

(14)

Uit het onderzoek is tevens gebleken dat de indiener van het verzoek niet verbonden was met enige Chinese exporteur of producent op wie de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 ingestelde antidumpingmaatregelen van toepassing waren.

(15)

Het onderzoek heeft voorts uitgewezen dat de indiener van het verzoek het onderzochte product werkelijk produceert en niet betrokken is bij enige ontwijking. De indiener van het verzoek koopt in de Republiek Korea geproduceerde stalen walsdraad en submaterialen (zoals zink en lood) aan en voert ook stalen walsdraad uit de Volksrepubliek China in, dat vervolgens wordt gebeitst, getrokken, gegalvaniseerd, nagetrokken en ineengedraaid tot strengen en ten slotte tot kabels in zijn fabrieken in de Republiek Korea. Het afgewerkte product wordt verkocht in de Republiek Korea en ook uitgevoerd naar de Verenigde Staten, Azië en de Unie.

(16)

De productieactiviteiten kunnen worden beschouwd als assemblage- of voltooiingswerkzaamheden. Artikel 13, lid 2, van de basisverordening stelt vast onder welke voorwaarden assemblage wordt geacht ontwijking van de maatregelen in te houden. Eén van de voorwaarden (onder b) van dat artikel) is dat de desbetreffende delen 60 % of meer uitmaken van de totale waarde van de delen van het geassembleerde product. Tijdens het onderzoek is gebleken dat het aandeel van de Chinese grondstoffen die de indiener van het verzoek gebruikte, ruim onder de drempel van 60 % bleef waarin artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening voorziet. De Chinese delen (in dit geval grondstoffen) die werden gebruikt, vertegenwoordigden 38 %. Artikel 13, lid 2, onder b), bepaalt dat wanneer deze drempel wordt overschreden, er moet worden vastgesteld of de drempel van 25 % toegevoegde waarde is gehaald (de „toets van de toegevoegde waarde”). De drempel van 60 % van de totale waarde van de delen werd niet overschreden. Daarom was het, gezien de tijdens de verslagperiode werkelijk gemaakte kosten, niet noodzakelijk om na te gaan of de toegevoegde waarde ten minste 25 % bedroeg in de zin van artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening.

(17)

De indiener van het verzoek is het onderzochte product midden 2015 beginnen te produceren. Gezien de uitzonderlijk hoge productiekosten tijdens de fase waarin de productie werd opgestart, werd een andere berekeningswijze toegepast die gebaseerd was op de standaardproductiekosten (zonder de start-upkosten en anticiperend op een hoge bezettingsgraad). Volgens die berekening vertegenwoordigde het aandeel van de grondstoffen van Chinese oorsprong meer dan 60 % van de totale waarde van de delen van het eindproduct (69 %). Om die reden werd de toets van de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de basisverordening uitgevoerd. Uit die toets is gebleken dat de waarde die aan de uit de Volksrepubliek China ingevoerde delen werd toegevoegd, aanzienlijk boven de in artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening vastgestelde drempel van 25 % van de productiekosten lag. Bijgevolg worden de productieactiviteiten van de indiener van het verzoek niet beschouwd als ontwijking in de zin van artikel 13, lid 2, van de basisverordening.

(18)

Tot slot heeft het onderzoek bevestigd dat de indiener van het verzoek het onderzochte afgewerkte product niet vanuit de Volksrepubliek China aankocht met als doel het door te verkopen of over te schepen naar de Unie, en dat de onderneming haar volledige uitvoer tijdens de verslagperiode kan rechtvaardigen.

(19)

In het licht van de in de overwegingen 13 tot en met 18 beschreven bevindingen concludeert de Commissie dat de indiener van het verzoek voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening.

(20)

De bovenstaande bevindingen zijn meegedeeld aan de indiener van het verzoek en de bedrijfstak van de Unie, die de kans hebben gekregen om opmerkingen in te dienen. De indiener van het verzoek heeft meegedeeld dat hij instemde met de bevindingen van de Commissie. De Commissie heeft verder geen opmerkingen ontvangen.

D.   WIJZIGING VAN DE LIJST VAN ONDERNEMINGEN DIE EEN VRIJSTELLING VAN DE GELDENDE MAATREGELEN GENIETEN

(21)

Overeenkomstig de bovenstaande bevindingen moet de indiener van het verzoek worden toegevoegd aan de lijst van ondernemingen die zijn vrijgesteld van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 ingestelde antidumpingrecht.

(22)

Zoals vastgesteld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 400/2010, geldt de vrijstelling alleen indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die voldoet aan de in de bijlage bij die verordening vermelde vereisten. Indien geen dergelijke factuur wordt overgelegd, blijft het ingestelde antidumpingrecht gelden.

(23)

Daarnaast blijft de vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor de invoer van stalen kabels geproduceerd door de indiener van het verzoek, in overeenstemming met artikel 13, lid 4, van de basisverordening, geldig op voorwaarde dat de definitief vastgestelde feiten de vrijstelling rechtvaardigen. Mocht uit nieuw voorlopig bewijsmateriaal het tegenovergestelde blijken, dan kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de intrekking van de vrijstelling gerechtvaardigd is.

(24)

De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor de invoer van stalen kabels geproduceerd door de indiener van het verzoek is gebaseerd op de bevindingen van dit nieuwe onderzoek. Die vrijstelling is bijgevolg uitsluitend van toepassing op de invoer van stalen kabels verzonden uit de Republiek Korea en geproduceerd door de hierboven vermelde specifieke rechtspersoon. Ingevoerde stalen kabels die zijn geproduceerd door een onderneming die niet uitdrukkelijk wordt genoemd in artikel 1, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012, met inbegrip van ondernemingen die banden hebben met de uitdrukkelijk vermelde ondernemingen, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling en zijn onderworpen aan het bij die verordening ingestelde residuele recht.

(25)

Daechang Steel Co. Ltd moet worden opgenomen in de tabel in artikel 1, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012, zoals laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/90.

(26)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De tabel in artikel 1, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012, zoals laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/90, wordt vervangen door de volgende tabel:

Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Republiek Korea

Bosung Wire Rope Co., Ltd, 568,Yongdeok-ri, Hallim-myeon, Gimae-si, Gyeongsangnam-do, 621-872

A969

Chung Woo Rope Co., Ltd, 1682-4, Songjung-Dong, Gangseo-Gu, Busan

A969

CS Co., Ltd, 287-6 Soju-Dong Yangsan-City, Kyoungnam

A969

Cosmo Wire Ltd, 4-10, Koyeon-Ri, Woong Chon-Myon Ulju-Kun, Ulsan

A969

Dae Heung Industrial Co., Ltd, 185 Pyunglim — Ri, Daesan-Myun, Haman — Gun, Gyungnam

A969

Daechang Steel Co., Ltd, 1213, Aam-daero, Namdong-gu, Incheon

C057

DSR Wire Corp., 291, Seonpyong-Ri, Seo-Myon, Suncheon-City, Jeonnam

A969

Goodwire MFG. Co. Ltd, 984-23, Maegok-Dong, Yangsan-City, Kyungnam

B955

Kiswire Ltd, 20th Fl. Jangkyo Bldg, 1, Jangkyo-Dong, Chung-Ku, Seoul

A969

Manho Rope & Wire Ltd, Dongho Bldg, 85-2 4 Street Joongang-Dong, Jong-gu, Busan

A969

Line Metal Co. Ltd, 1259 Boncho-ri, Daeji-Myeon, Changnyeong-gun, Gyeongnam

B926

Seil Wire and Cable, 47-4, Soju-Dong, Yangsan-Si, Kyungsangnamdo

A994

Shin Han Rope Co., Ltd, 715-8, Gojan-Dong, Namdong-gu, Incheon

A969

Ssang YONG Cable Mfg. Co., Ltd, 1559-4 Song-Jeong Dong, Gang-Seo Gu, Busan

A969

Young Heung Iron & Steel Co., Ltd, 71-1 Sin-Chon Dong, Changwon City, Gyungnam

A969

Artikel 2

De douaneautoriteiten wordt opgedragen de registratie van de invoer uit hoofde van artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2179 te beëindigen. Er wordt geen antidumpingrecht geïnd op de reeds geregistreerde invoer.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  Verordening (EG) nr. 1796/1999 van de Raad van 12 augustus 1999 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, Hongarije, India, Mexico, Polen, Zuid-Afrika en Oekraïne, tot definitieve inning van het op deze invoer ingestelde voorlopige antidumpingrecht en tot beëindiging van de antidumpingprocedure in verband met deze invoer uit de Republiek Korea (PB L 217 van 17.8.1999, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1858/2005 van de Raad van 8 november 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne naar aanleiding van een herzieningsonderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 (PB L 299 van 16.11.2005, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad van 27 januari 2012 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Oekraïne, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit Marokko, Moldavië en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 en tot beëindiging van de procedure van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen betreffende de invoer van stalen kabels uit Zuid-Afrika overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 36 van 9.2.2012, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad van 26 april 2010 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de invoer van stalen kabels verzonden vanuit Maleisië (PB L 117 van 11.5.2010, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/90 van de Commissie van 26 januari 2016 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EG) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit onder meer Oekraïne naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek uit hoofde van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 19 van 27.1.2016, blz. 22).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2179 van de Commissie van 25 november 2015 tot opening van een nieuw onderzoek ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea, met het oog op de vaststelling of een Koreaanse exporteur van die maatregelen kan worden vrijgesteld, of het antidumpingrecht ten aanzien van de invoer afkomstig van die exporteur kan worden ingetrokken en of die invoer moet worden geregistreerd (PB L 309 van 26.11.2015, blz. 3).


Top