This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 22016A0528(02)
Agreement between the Kingdom of Norway and the European Union on a Norwegian Financial Mechanism for the period 2014-2021
Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021
Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021
PB L 141 van 28.5.2016, pp. 11–17
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Date of entry into force unknown (pending notification) or not yet in force.
ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2016/837(2)/oj
|
28.5.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 141/11 |
OVEREENKOMST
tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2014-2021
Artikel 1
1. Het Koninkrijk Noorwegen verbindt zich ertoe bij te dragen tot de vermindering van economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte en de versterking van zijn betrekkingen met de begunstigde staten door middel van een afzonderlijk financieel mechanisme van Noorwegen ten gunste van de in artikel 3 vermelde prioritaire sectoren.
2. Alle programma's en activiteiten die met middelen uit het financieel mechanisme van Noorwegen (2014-2021) worden gefinancierd, zijn gebaseerd op de gemeenschappelijke waarden van eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren.
Artikel 2
1. De in artikel 1 bedoelde financiële bijdrage bedraagt in totaal 1 253,7 miljoen EUR, waarvan over de periode 1 mei 2014 tot en met 30 april 2021 jaarlijkse tranches van 179,1 miljoen EUR beschikbaar worden gemaakt voor het aangaan van betalingsverplichtingen.
2. Het totale bedrag bestaat uit de in artikel 6 bedoelde landspecifieke toewijzingen en het in artikel 7 bedoelde algemene fonds voor regionale samenwerking.
Artikel 3
1. De landspecifieke toewijzingen worden ter beschikking gesteld van de volgende prioritaire sectoren:
|
a) |
innovatie, onderzoek, onderwijs en concurrentievermogen; |
|
b) |
sociale inclusie, jeugdwerkloosheid en armoedebestrijding; |
|
c) |
milieu, energie, klimaatverandering en koolstofarme economie; |
|
d) |
cultuur, het maatschappelijk middenveld, behoorlijk bestuur, grondrechten en fundamentele vrijheden; |
|
e) |
justitie en binnenlandse zaken. |
De programmagebieden binnen de prioritaire sectoren waarin de doelstellingen en steungebieden worden vermeld, zijn opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst.
|
2. |
|
Artikel 4
1. Om te garanderen dat de middelen toegespitst worden op de prioritaire sectoren en te zorgen voor een efficiënte tenuitvoerlegging, overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde algemene doelstellingen en rekening houdende met de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, met inbegrip van een focus op werkgelegenheid, nationale prioriteiten, landspecifieke aanbevelingen en met de Europese Commissie gesloten partnerschapsovereenkomsten in het kader van het cohesiebeleid van de EU, sluit het Koninkrijk Noorwegen overeenkomstig artikel 10, lid 3, met elke begunstigde staat een memorandum van overeenstemming.
2. Overleg met de Europese Commissie vindt plaats op strategisch niveau en komt tot stand tijdens de onderhandelingen over de in artikel 10, lid 3, bedoelde memoranda van overeenstemming om complementariteit en synergie-effecten met het cohesiebeleid van de EU te bevorderen en om na te gaan welke de mogelijkheden zijn voor sterkere effecten van de financiële bijdragen bij de toepassing van de financiële instrumenten.
Artikel 5
1. Met inachtneming van de programma's in het kader van de landspecifieke toewijzingen waarvan de uitvoering is toevertrouwd aan de begunstigde landen, bedraagt de bijdrage van het Koninkrijk Noorwegen maximaal 85 % van de programmakosten, tenzij anders bepaald door het Koninkrijk Noorwegen.
2. De toepasselijke voorschriften inzake overheidssteun worden nageleefd.
3. De verantwoordelijkheid van het Koninkrijk Noorwegen voor de projecten beperkt zich tot het verstrekken van middelen volgens het overeengekomen plan. Aansprakelijkheid ten aanzien van derden wordt niet aanvaard.
Artikel 6
De landspecifieke toewijzingen worden ter beschikking gesteld van de volgende begunstigde staten: Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slowakije en Slovenië overeenkomstig de volgende verdeelsleutel:
|
Begunstigde staat |
Middelen (in miljoen EUR) |
|
Bulgarije |
95,1 |
|
Kroatië |
46,6 |
|
Cyprus |
5,1 |
|
Tsjechië |
89,0 |
|
Estland |
35,7 |
|
Hongarije |
105,7 |
|
Letland |
51,9 |
|
Litouwen |
61,4 |
|
Malta |
3,6 |
|
Polen |
411,5 |
|
Roemenië |
227,3 |
|
Slowakije |
58,2 |
|
Slovenië |
17,8 |
Artikel 7
1. Uit het algemene fonds voor regionale ontwikkeling worden middelen ten belope van 44,75 miljoen EUR ter beschikking gesteld. Hiermee wordt bijgedragen tot de totstandkoming van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen van het financieel mechanisme van Noorwegen.
2. 60 % van het fonds wordt ter beschikking gesteld voor de bevordering van duurzame en hoogwaardige banen voor jongeren, met bijzondere aandacht voor de volgende punten:
|
a) |
programma's inzake arbeids- en opleidingsmobiliteit voor jongeren, vooral voor diegenen die geen baan hebben en geen onderwijs of opleiding volgen; |
|
b) |
programma's voor duaal leren, leerlingplaatsen, jongerenintegratie; |
|
c) |
kennisuitwisseling, beleidsuitwisseling van beste praktijken en wederzijds leren tussen dienstverlenende organisaties/instellingen op het vlak van jongerenwerkgelegenheid. |
Dit onderdeel van het fonds wordt ter beschikking gesteld van projecten die betrekking hebben op begunstigde staten en andere EU-lidstaten die kampen met een jongerenwerkloosheid van meer dan 25 % (referentiejaar Eurostat 2013) en heeft betrekking op ten minste twee landen, waaronder in ieder geval één begunstigde staat. Noorse organisaties kunnen als partners deelnemen.
3. 40 % van het fonds wordt ter beschikking gesteld van regionale samenwerking binnen de in artikel 3 bedoelde prioritaire sectoren, met name kennisuitwisseling, beleidsuitwisseling van beste praktijken en institutionele opbouw.
Dit onderdeel van het fonds wordt ter beschikking gesteld van projecten die betrekking hebben op begunstigde staten en aangrenzende derde landen. Projecten hebben betrekking op ten minste drie landen, met inbegrip van ten minste twee begunstigde staten. Noorse organisaties kunnen als partners deelnemen.
Artikel 8
Een tussentijdse evaluatie wordt tegen 2020 uitgevoerd door het Koninkrijk Noorwegen met het oog op het opnieuw toewijzen van beschikbare, maar niet-vastgelegde middelen binnen de toewijzingen aan de desbetreffende individuele begunstigde staten.
Artikel 9
1. De in artikel 1 bedoelde financiële bijdrage wordt zorgvuldig gecoördineerd met de bijdrage van de EVA-staten waarin het financieel mechanisme van de EER voorziet.
2. Het Koninkrijk Noorwegen ziet er in het bijzonder op toe dat voor beide in het voorgaande lid bedoelde financiële mechanismen in wezen dezelfde aanvraagprocedures en uitvoeringsprocedures worden toegepast.
3. Met alle relevante wijzigingen van het cohesiebeleid van de Europese Unie wordt de nodige rekening gehouden.
Artikel 10
Voor de tenuitvoerlegging van het financieel mechanisme van Noorwegen geldt het volgende:
|
1. |
In alle uitvoeringsfasen wordt de hoogste mate van transparantie, verantwoording en kosteneffectiviteit in acht genomen, evenals de beginselen van goed bestuur, partnerschap en meerlagig bestuur, duurzame ontwikkeling, gelijke behandeling van mannen en vrouwen en non-discriminatie. De doelstellingen van het financieel mechanisme van Noorwegen worden nagestreefd in het kader van nauwe samenwerking tussen de begunstigde staten en het Koninkrijk Noorwegen. |
|
2. |
Het Koninkrijk Noorwegen is belast met de werking en de uitvoering, inclusief beheer en controle, van de volgende fondsen:
|
|
3. |
Het Koninkrijk Noorwegen sluit met elke begunstigde staat een memorandum van overeenstemming met betrekking tot de respectieve landspecifieke toewijzing, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde fondsen, waarin het meerjarige programmeringskader en de structuren voor beheer en controle worden vastgelegd.
|
|
4. |
De beheerskosten van het Koninkrijk Noorwegen worden bekostigd uit het in artikel 2, lid 1, bedoelde totaalbedrag en worden gespecificeerd in de in lid 5 van onderhavig artikel bedoelde uitvoeringsbepalingen. |
|
5. |
Het Koninkrijk Noorwegen of een door het Koninkrijk Noorwegen aangewezen organisatie is verantwoordelijk voor het algemene beheer van het financieel mechanisme van Noorwegen. Nadere uitvoeringsbepalingen betreffende het financieel mechanisme van Noorwegen worden door het Koninkrijk Noorwegen vastgesteld na overleg met de begunstigde staten, die kunnen rekenen op assistentie van de Europese Commissie. Het Koninkrijk Noorwegen streeft ernaar deze bepalingen vast te stellen vóór de ondertekening van de memoranda van overeenstemming. |
|
6. |
Het Koninkrijk Noorwegen brengt verslag uit over zijn bijdragen aan de doelstellingen van het financieel mechanisme van Noorwegen en in voorkomend geval aan de elf thematische doelstellingen van de Europese structuur- en investeringsfondsen in 2014-2020 (1). |
Artikel 11
1. Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures bekrachtigd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
2. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.
3. In afwachting van de voltooiing van de in de leden 1 en 2 bedoelde procedures, wordt deze overeenkomst op voorlopige basis toegepast vanaf de eerste dag van de eerste maand volgend op de neerlegging van de laatste kennisgeving.
Artikel 12
Deze overeenkomst, opgesteld in één exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan doet toekomen aan elk van de partijen bij deze overeenkomst.
Съставено в Брюксел на трети май две хиляди и шестнадесета година.
Hecho en Bruselas, el tres de mayo de dos mil dieciséis.
V Bruselu dne třetího května dva tisíce šestnáct.
Udfærdiget i Bruxelles den tredje maj to tusind og seksten.
Geschehen zu Brüssel am dritten Mai zweitausendsechzehn.
Kahe tuhande kuueteistkümnenda aasta maikuu kolmandal päeval Brüsselis.
Έγινε στις Βρυξέλλες, στις τρεις Μαΐου δύο χιλιάδες δεκαέξι.
Done at Brussels on the third day of May in the year two thousand and sixteen.
Fait à Bruxelles, le trois mai deux mille seize.
Sastavljeno u Bruxellesu trećeg svibnja godine dvije tisuće šesnaeste.
Fatto a Bruxelles, addì tre maggio duemilasedici.
Briselē, divi tūkstoši sešpadsmitā gada trešajā maijā.
Priimta du tūkstančiai šešioliktų metų gegužės trečią dieną Briuselyje.
Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizenhatodik év május havának harmadik napján.
Magħmul fi Brussell, fit-tielet jum ta' Mejju fis-sena elfejn u sittax.
Gedaan te Brussel, drie mei tweeduizend zestien.
Sporządzono w Brukseli dnia trzeciego maja roku dwa tysiące szesnastego.
Feito em Bruxelas, em três de maio de dois mil e dezasseis.
Întocmit la Bruxelles la trei mai două mii șaisprezece.
V Bruseli tretieho mája dvetisícšestnásť.
V Bruslju, dne tretjega maja leta dva tisoč šestnajst.
Tehty Brysselissä kolmantena päivänä toukokuuta vuonna kaksituhattakuusitoista.
Som skedde i Bryssel den tredje maj år tjugohundrasexton.
Utferdiget i Brussel den tredje mai to tusen og seksten.
За Европейския съюз
Рог la Unión Europea
Za Evropskou unii
For Den Europæiske Union
Für die Europäische Union
Euroopa Liidu nimel
Για την Ευρωπαϊκή Ένωση
For the European Union
Pour l'Union européenne
Za Europsku uniju
Per l'Unione europea
Eiropas Savienības vārdā –
Europos Sąjungos vardu
Az Európai Unió részéről
Għall-Unjoni Ewropea
Voor de Europese Unie
W imieniu Unii Europejskiej
Pela União Europeia
Pentru Uniunea Europeană
Za Európsku úniu
Za Evropsko unijo
Euroopan unionin puolesta
För Europeiska unionen
For Kongeriket Norge
(1) 1) Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie; 2) verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van informatie- en communicatietechnologie; 3) vergroting van de concurrentiekracht van kleine en middelgrote ondernemingen („kmo's”) alsmede van de landbouwsector en van de visserij- en aquacultuursector; 4) ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken; 5) bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en -beheer; 6) behoud en bescherming van het milieu en bevordering van efficiënt gebruik van hulpbronnen; 7) bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren; 8) bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit; 9) bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie; 10) investering in onderwijs, opleiding en beroepsopleiding voor vaardigheden en een leven lang leren; 11) vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden en een doelmatig openbaar bestuur.
BIJLAGE
BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN HET KONINKRIJK NOORWEGEN EN DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE EEN FINANCIEEL MECHANISME VAN NOORWEGEN VOOR DE PERIODE 2014-2021
Innovatie, onderzoek, onderwijs en concurrentievermogen
|
1. |
Stimulansen voor het bedrijfsleven, innovatie en kmo's |
|
2. |
Onderzoek |
|
3. |
Onderwijs, beurzen, leerlingplaatsen en ondernemerschap bij jongeren |
|
4. |
Evenwicht tussen werk en privéleven |
|
5. |
Sociaal overleg — Fatsoenlijk werk |
Sociale inclusie, jeugdwerkloosheid en armoedebestrijding
|
6. |
Uitdagingen voor de Europese volksgezondheid |
|
7. |
Roma-integratie en empowerment |
|
8. |
Kinderen en jongeren die zich in de gevarenzone bevinden |
|
9. |
Participatie van jongeren op de arbeidsmarkt |
|
10. |
Plaatselijke ontwikkeling en armoedebestrijding |
Milieu, energie, klimaatverandering en een koolstofarme economie
|
11. |
Milieu en ecosystemen |
|
12. |
Hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en energiezekerheid |
|
13. |
Matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering |
Cultuur, het maatschappelijk middenveld, behoorlijk bestuur, grondrechten en fundamentele vrijheden
|
14. |
Cultureel ondernemerschap, cultureel erfgoed en culturele samenwerking |
|
15. |
Maatschappelijk middenveld |
|
16. |
Behoorlijk bestuur, aansprakelijke instellingen, transparantie |
|
17. |
Mensenrechten — Nationale uitvoering |
Justitie en binnenlandse zaken
|
18. |
Asiel en migratie |
|
19. |
Penitentiaire diensten en voorlopige hechtenis |
|
20. |
Internationale politiesamenwerking en misdaadbestrijding |
|
21. |
Effectiviteit en efficiëntie van het rechtsstelsel, versterking van de rechtsstaat |
|
22. |
Huiselijk en gendergerelateerd geweld |
|
23. |
Rampenpreventie en rampenparaatheid |