Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016R0278

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/278 van de Commissie van 26 februari 2016 tot intrekking van het definitieve antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië

C/2016/1316

OJ L 52, 27.2.2016, p. 24–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2016/278/oj

27.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 52/24


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/278 VAN DE COMMISSIE

van 26 februari 2016

tot intrekking van het definitieve antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/476 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 inzake de maatregelen die de Unie kan nemen naar aanleiding van een rapport van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO betreffende antidumping- en antisubsidiemaatregelen (1) („de WTO-machtigingsverordening”), en met name artikel 1, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

A.   GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 91/2009 (2) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China („China”).

(2)

Op 28 juli 2011 heeft het Orgaan voor Geschillenbeslechting („het DSB”) van de Wereldhandelsorganisatie („WTO”) zijn goedkeuring gehecht aan het rapport van de beroepsinstantie en aan het panelrapport, zoals gewijzigd door de beroepsinstantie, in de zaak „European Communities — Definitive Anti-Dumping Measures on Certain Iron or Steel Fasteners from China” (Europese Gemeenschappen — Definitieve antidumpingmaatregelen voor bepaalde ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen uit China) (3) („oorspronkelijke rapporten”). Ingevolge een nieuw onderzoek om de oorspronkelijke rapporten uit te voeren, heeft de Raad Uitvoeringsverordening (EU) nr. 924/2012 (4) vastgesteld tot wijziging van Verordening (EG) nr. 91/2009.

(3)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/519 (5) heeft de Europese Commissie („de Commissie”), naar aanleiding van een op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (6) uitgevoerd nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 924/2012 gewijzigde maatregelen gehandhaafd.

(4)

De bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/519 gehandhaafde maatregelen namen de vorm aan van een ad valorem-recht dat voor individuele in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs was vastgesteld op een niveau variërend van 0,0 % tot en met 69,7 %. Tegelijkertijd werd het antidumpingrecht voor de medewerkende niet in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs vastgesteld op 54,1 %, terwijl het residuele recht voor niet-medewerkende Chinese producenten-exporteurs 74,1 % bedroeg.

(5)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 van de Raad (7), laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 693/2012 van de Raad (8), werden de maatregelen uitgebreid tot de invoer van bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië.

B.   NALEVINGSRAPPORTEN VAN HET DSB VAN HET WTO

(6)

Zoals vermeld in overweging 2 heeft de Raad de oorspronkelijke rapporten bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 924/2012 uitgevoerd.

(7)

China was echter van oordeel dat de door de Europese Unie bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 924/2012 genomen maatregel om de oorspronkelijke rapporten uit te voeren strijdig was met verschillende bepalingen van de Antidumpingovereenkomst en de GATT 1994. Op 30 oktober 2013 heeft China overeenkomstig de artikelen 4 en 21.5 van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen („het DSU”) om overleg met de Europese Unie verzocht. Op 5 december 2013 heeft China op grond van artikel 21.5 van het DSU om de instelling van een panel („nalevingspanel”) verzocht. Op 27 maart 2014 heeft de directeur-generaal van de WTO het nalevingspanel samengesteld.

(8)

Op 7 augustus 2015 is het rapport van het nalevingspanel (9) onder de leden van de WTO verspreid. Op 9 september 2015 heeft de Europese Unie het DSB op grond van de artikelen 16.4 en 17 van het DSU in kennis gesteld van haar beslissing om bij de beroepsinstantie een beroep in te stellen betreffende bepaalde rechtsvragen die in het rapport van het nalevingspanel waren behandeld alsook betreffende bepaalde juridische interpretaties door het panel. Op 14 september 2015 heeft China het DSB in kennis gesteld van zijn beslissing om incidenteel beroep aan te tekenen.

(9)

Op 18 januari 2016 is het nalevingsrapport van de beroepsinstantie (10) onder de leden van de WTO verspreid. Het rapport van het nalevingspanel dat op 7 augustus 2015 werd verspreid en het nalevingsrapport van de beroepsinstantie dat op 18 januari 2016 werd verspreid, worden hierna „nalevingsrapporten” genoemd.

(10)

In deze nalevingsrapporten werd onder meer vastgesteld dat de Unie zich niet hield aan:

artikel 2.4 van de Antidumpingovereenkomst betreffende de behandeling van bepaalde gegevens over de kenmerken van de producten van de producenten in het referentieland die werden gebruikt bij de vaststelling van de normale waarden; verschillen in belastingheffing; en verschillen die verband houden met de toegang tot grondstoffen, het gebruik van zelf opgewekte energie, de efficiëntie van het grondstoffenverbruik, de efficiëntie van het elektriciteitsverbruik en de productiviteit per werknemer;

artikel 2.4.2 van de Antidumpingovereenkomst betreffende uitvoertransacties waarvoor geen vergelijking mogelijk was met de verkoop van de producent in het referentieland;

de artikelen 4.1 en 3.1 van de Antidumpingovereenkomst betreffende de omschrijving van de binnenlandse bedrijfstak en schade;

artikel 6.1.2 van de Antidumpingovereenkomst betreffende het feit of de producent in het referentieland als een belanghebbende had moeten worden beschouwd en met betrekking tot de mededeling aan de Chinese producenten van gegevens die door de producent in het referentieland waren verstrekt over de lijst van zijn producten en de kenmerken ervan;

de artikelen 6.4, 6.2, 6.5 en 6.5.1 van de Antidumpingovereenkomst betreffende de behandeling van bepaalde gegevens over de kenmerken van de producten van de producent in het referentieland.

(11)

De beroepsinstantie heeft in haar nalevingsrapport aanbevolen dat het DSB de Europese Unie zou verzoeken de maatregelen die strijdig waren bevonden in overeenstemming te brengen met haar verplichtingen uit hoofde van de Antidumpingovereenkomst.

(12)

Op 12 februari 2016 heeft het DSB de nalevingsrapporten aangenomen.

(13)

Op grond van de in overweging 10 vermelde bevindingen is de Commissie van oordeel dat het passend is om in overeenstemming met artikel 1, lid 1, onder a), van de WTO-machtigingsovereenkomst de bij Verordening (EG) nr. 91/2009 (zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 924/2012) ingestelde en bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/519 gehandhaafde antidumpingmaatregelen („de betwiste maatregelen”) in te trekken.

(14)

De intrekking van de betwiste maatregelen moet van kracht worden op de datum van de inwerkingtreding ervan en kan dientengevolge geen aanleiding geven tot de terugbetaling van voor die datum ingevorderde rechten.

(15)

Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het definitieve antidumpingrecht ingesteld op bepaalde soorten ijzeren of stalen (met uitzondering van roestvrijstalen) bevestigingsmiddelen, d.w.z. houtschroeven (met uitzondering van kraagschroeven), zelftappende schroeven, andere schroeven en bouten met kop (ook indien met bijbehorende moeren of sluitringen, maar met uitzondering van schroeven, gedraaid of gedecolleteerd uit massief materiaal en waarvan de dikte van de schacht niet meer bedraagt dan 6 mm en met uitzondering van schroeven en bouten voor het bevestigen van bestanddelen van spoorbanen) alsmede sluitringen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7318 12 90, 7318 14 91, 7318 14 99, 7318 15 59, 7318 15 69, 7318 15 81, 7318 15 89, ex 7318 15 90, ex 7318 21 00 en ex 7318 22 00 (Taric-codes 7318159021, 7318159029, 7318159071, 7318159079, 7318159091, 7318159098, 7318210031, 7318210039, 7318210095, 7318210098, 7318220031, 7318220039, 7318220095 en 7318220098) worden hierbij ingetrokken en de procedure met betrekking tot deze invoer wordt hierbij beëindigd.

Artikel 2

De intrekking van de in artikel 1 bedoelde antidumpingrechten wordt van kracht op de datum van de inwerkingtreding van deze verordening zoals in artikel 3 is bepaald en geven geen aanleiding tot de terugbetaling van voor die datum ingevorderde rechten.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 februari 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 83 van 27.3.2015, blz. 6.

(2)  PB L 29 van 31.1.2009, blz. 1.

(3)  WTO, Rapport van de beroepsinstantie, AB-2011-2, WT/DS397/AB/R van 15 juli 2011. WTO, Rapport van het panel, WT/DS397/R van 3 december 2010.

(4)  PB L 275 van 10.10.2012, blz. 1.

(5)  PB L 82 van 27.3.2015, blz. 78.

(6)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(7)  PB L 194 van 26.7.2011, blz. 6.

(8)  PB L 203 van 31.7.2012, blz. 23.

(9)  WTO, Rapport van het panel, WT/DS397/R van 7 augustus 2015.

(10)  WTO, rapport van de beroepsinstantie, AB-2015-7, WT/DS397/AB/RW van 18 januari 2016.


Top