EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0394

2014/394/EU: Besluit van de Raad van 23 juni 2014 betreffende het standpunt dat door de Europese Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds, wat betreft de vaststelling van besluiten van de Associatieraad inzake de reglementen van orde van de Associatieraad en van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling

PB L 186 van 26.6.2014, p. 75–102 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/394/oj

26.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 186/75


BESLUIT VAN DE RAAD

van 23 juni 2014

betreffende het standpunt dat door de Europese Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds, wat betreft de vaststelling van besluiten van de Associatieraad inzake de reglementen van orde van de Associatieraad en van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling

(2014/394/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 23 april 2007 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om namens de Europese Unie en haar lidstaten te onderhandelen over een associatieovereenkomst met Midden-Amerika. De onderhandelingsrichtsnoeren werden op 10 maart 2010 gewijzigd om Panama in het onderhandelingsproces te integreren.

(2)

De onderhandelingen zijn in mei 2010 afgesloten tijdens de te Madrid gehouden topontmoeting tussen de EU en Latijns-Amerika en het Caribische gebied.

(3)

De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (1) („de overeenkomst”) is op 22 maart 2011 geparafeerd en op 29 juni 2012 ondertekend.

(4)

Overeenkomstig artikel 353, lid 4, van de overeenkomst wordt de overeenkomst voorlopig toegepast, sinds 1 augustus 2013 wat Nicaragua, Honduras en Panama betreft, sinds 1 oktober 2013 wat El Salvador en Costa Rica betreft, en sinds 1 december 2013 wat Guatemala betreft.

(5)

Bij artikel 4 van de overeenkomst is een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst en de uitvoering daarvan.

(6)

In artikel 6 van de overeenkomst is bepaald dat de Associatieraad voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst beslissingsbevoegdheid heeft in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

(7)

Artikel 5, lid 2, van de overeenkomst bepaalt dat de Associatieraad zijn eigen reglement van orde vaststelt.

(8)

Artikel 7, lid 3, van de overeenkomst bepaalt dat de Associatieraad het reglement van orde van het Associatiecomité vaststelt.

(9)

Artikel 8, lid 6, van de overeenkomst bepaalt dat de Associatieraad het reglement van orde van de subcomités vaststelt.

(10)

Artikel 297, lid 2, bepaalt dat de Associatieraad een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van milieurecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten en een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van arbeidsrecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten bekrachtigt.

(11)

Artikel 325, lid 1, bepaalt dat de Associatieraad een lijst opstelt van zesendertig personen die bereid en in staat zijn om op te treden als panellid in de zin van titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst.

(12)

Artikel 328, lid 1, bepaalt dat de Associatieraad een reglement van orde en een gedragscode vaststelt voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst.

(13)

De Unie moet het standpunt bepalen dat zij zal innemen met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van de Associatieraad en dat van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat door de Europese Unie zal worden ingenomen in de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds, wat betreft de vaststelling van de reglementen van orde van de Associatieraad en van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling, wordt gebaseerd op de aan dit besluit gehechte ontwerpbesluiten van de Associatieraad.

Kleine technische correcties van de ontwerpbesluiten van de Associatieraad kunnen zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Unie in de Associatieraad.

Artikel 2

Na vaststelling wordt het besluit van de Associatieraad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 23 juni 2014.

Voor de Raad

De voorzitter

C. ASHTON


(1)  PB L 346 van 15.12.2012, blz. 3.


ONTWERP

BESLUIT Nr. 1/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA

van … 2014

tot vaststelling van zijn reglement van orde en van dat van het Associatiecomité

DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,

Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name artikel 4, artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 353, lid 4, is deel IV van de overeenkomst met betrekking tot de handel van toepassing sinds 1 augustus 2013 wat Nicaragua, Honduras en Panama betreft, sinds 1 oktober 2013 wat El Salvador en Costa Rica betreft, en sinds 1 december 2013 wat Guatemala betreft.

(2)

Om bij te dragen aan de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst, moet het institutionele kader zo snel mogelijk worden ingesteld.

(3)

Tenzij in de overeenkomst anders is bepaald, dient de Associatieraad toezicht te houden op de uitvoering van de overeenkomst, en zijn eigen reglement van orde, alsmede dat van het Associatiecomité en van de subcomités vast te stellen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Het reglement van orde van de Associatieraad en dat van het Associatiecomité en de subcomités worden vastgesteld overeenkomstig de bijlagen A en B.

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te …, 2014.

Voor de Associatieraad

Voor de republieken van de MA-partij

Voor de EU-partij

BIJLAGE A

Reglement van orde van de Associatieraad

Artikel 1

Algemene bepalingen

1.   De Associatieraad, die is ingesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), voert zijn taken uit zoals bepaald in artikel 4, lid 2, van de overeenkomst en is verantwoordelijk voor de algemene uitvoering van de overeenkomst en voor alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

2.   Overeenkomstig de artikelen 5 en 345 van de overeenkomst bestaat de Associatieraad uit vertegenwoordigers van de EU-partij en vertegenwoordigers van elk van de republieken van de MA-partij, op het toepasselijke ministeriële niveau en rekening houdend met de specifieke aangelegenheden die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld. In voorkomend geval en met wederzijds goedvinden komt de Associatieraad bijeen op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders.

3.   Overeenkomstig artikel 345 van de overeenkomst bestaat de Associatieraad, wanneer hij uitsluitend of hoofdzakelijk taken uitvoert die hem zijn toegekend op grond van deel IV van de overeenkomst, uit vertegenwoordigers van de EU-partij en uit de ministers van elk van de republieken van de MA-partij met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden.

4.   Overeenkomstig artikel 352, lid 3, van de overeenkomst treden de republieken van de MA-partij gezamenlijk op bij de besluitvorming in het institutioneel kader van de overeenkomst; voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen is hun consensus vereist.

5.   De verwijzing naar de partijen in dit reglement van orde is in overeenstemming met de definitie in artikel 352 van de overeenkomst.

Artikel 2

voorzitterschap

De Associatieraad wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en door een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van de MA-partij. De eerste voorzitterschapsperiode vangt aan op de datum van de eerste vergadering van de Associatieraad en loopt af op 31 december van hetzelfde jaar.

Artikel 3

Vergaderingen

1.   De Associatieraad komt op gezette tijden, met een tussenperiode van niet meer dan twee jaar, bijeen. Op verzoek van een partij kunnen bijzondere sessies van de Associatieraad belegd worden indien de partijen dat overeenkomen.

2.   Elke sessie van de Associatieraad wordt gehouden op een passende plaats en op een datum die door de partijen is overeengekomen.

3.   De vergaderingen van de Associatieraad worden door de secretarissen van de Associatieraad gezamenlijk in overleg met de voorzitter van de Associatieraad bijeengeroepen.

4.   Bij wijze van uitzondering en indien de partijen ermee instemmen, kunnen de vergaderingen van de Associatieraad per technologische middelen, zoals videoconferentie, plaatsvinden.

Artikel 4

Vertegenwoordiging

1.   De leden van de Associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen indien zij verhinderd zijn de zitting bij te wonen. Als een lid zich wenst te laten vertegenwoordigen, dient hij/zij de voorzitter vóór de zitting waar hij/zij vertegenwoordigd zal worden schriftelijk in kennis te stellen van de naam van zijn/haar vertegenwoordiger.

2.   De vertegenwoordiger van een lid van de Associatieraad oefent alle rechten van dat lid uit.

Artikel 5

Delegaties

1.   De leden van de Associatieraad mogen zich doen vergezellen door ambtenaren. Vóór elke vergadering wordt de voorzitter via het secretariaat in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen.

2.   De Associatieraad kan met instemming van de partijen niet-leden uitnodigen als waarnemers de vergaderingen bij te wonen om informatie te verstrekken over bijzondere onderwerpen.

Artikel 6

Secretariaat

Een ambtenaar van het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en een functionaris van de MA-partij treden gezamenlijk op als secretarissen van de Associatieraad.

Artikel 7

Correspondentie

1.   De voor de Associatieraad bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van de EU-partij of aan de secretaris van de republieken van de MA-partij, die op zijn beurt de andere secretaris verwittigt.

2.   Het secretariaat zorgt ervoor dat deze correspondentie wordt doorgestuurd aan de voorzitter en, in voorkomend geval, wordt verspreid onder de andere leden van de Associatieraad.

3.   Het secretariaat zendt de correspondentie aan het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten en het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, alsmede aan de ambassades van de republieken van de MA-partij in Brussel, België, in voorkomend geval met kopie aan de ministeries van Buitenlandse Zaken of de ministeries die verantwoordelijk zijn voor handelsgerelateerde aangelegenheden.

4.   Mededelingen van de voorzitter van de Associatieraad worden door het secretariaat aan de geadresseerden gericht en, in voorkomend geval, verspreid onder de andere leden van de Associatieraad met gebruik van de in lid 3 bedoelde adressen.

Artikel 8

Vertrouwelijkheid

1.   Vergaderingen van de Associatieraad zijn niet openbaar, tenzij anders wordt besloten.

2.   Wanneer een partij aan de Associatieraad informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie volgens de in artikel 336, lid 2, van de overeenkomst beschreven procedure.

3.   Elke partij kan besluiten de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad in haar publicatieblad of staatsblad bekend te maken.

Artikel 9

Agenda voor de vergaderingen

1.   De voorzitter stelt voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van de Associatieraad uiterlijk 15 kalenderdagen voor het begin van de vergadering naar de in artikel 7 bedoelde geadresseerden gezonden.

De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 kalenderdagen vóór het begin van de vergadering een verzoek heeft ontvangen om deze op de agenda te plaatsen. Een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, aan de secretarissen zijn toegezonden.

2.   De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door de Associatieraad goedgekeurd. Indien de partijen zulks overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat als agendapunt worden opgenomen.

3.   De voorzitter kan in overleg met de partijen de in lid 1 genoemde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.

Artikel 10

Notulen

1.   Van elke vergadering worden door de twee secretarissen gezamenlijk ontwerpnotulen opgesteld.

2.   Doorgaans bevatten de notulen voor elk agendapunt:

a)

de aan de Associatieraad voorgelegde documenten,

b)

verklaringen die op verzoek van een lid van de Associatieraad worden opgenomen, en

c)

door de partijen overeengekomen onderwerpen, zoals bijvoorbeeld besluiten, verklaringen en conclusies die zijn vastgesteld.

3.   De ontwerpnotulen worden ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd. Zij worden binnen 45 kalenderdagen na iedere vergadering van de Associatieraad goedgekeurd. Na goedkeuring worden de notulen door de voorzitter en de twee secretarissen ondertekend. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan elk van de in artikel 7 genoemde geadresseerden toegezonden.

Artikel 11

Besluiten en aanbevelingen

1.   De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen, die door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij worden ondertekend.

2.   Als de partijen dit overeenkomen, kan de Associatieraad besluiten of aanbevelingen bij schriftelijke procedure vaststellen. Te dien einde wordt de tekst van het voorstel overeenkomstig artikel 7 door de voorzitter van de Associatieraad schriftelijk meegedeeld aan de leden, onder mededeling van de gestelde termijn waarbinnen de voorbehouden of amendementen waartoe het voorstel eventueel aanleiding geeft, ter kennis moeten worden gebracht. Na goedkeuring van de tekst wordt het besluit of de aanbeveling los van elkaar en achtereenvolgens ondertekend door de vertegenwoordigers van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij.

3.   De handelingen van de Associatieraad worden voorzien van het opschrift „Besluit” dan wel „Aanbeveling” in de zin van artikel 6 van de overeenkomst. Het secretariaat van de Associatieraad voorziet besluiten of aanbevelingen van een volgnummer, vermeldt de datum van vaststelling en geeft een beschrijving van het onderwerp. Elk besluit vermeldt de datum van inwerkingtreding en wordt door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij ondertekend.

4.   De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden gewaarmerkt door de twee secretarissen.

5.   De besluiten en aanbevelingen worden toegezonden aan elk van de in artikel 7 van dit reglement van orde bedoelde geadresseerden.

6.   Elke partij kan besluiten de bekendmaking van de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad in haar publicatieblad of staatsblad te gelasten.

Artikel 12

Talen

1.   De officiële talen van de Associatieraad zijn het Spaans en een door de partijen overeengekomen andere authentieke taal van de overeenkomst.

2.   Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt de Associatieraad op basis van in deze talen opgestelde documenten.

Artikel 13

Kosten

1.   Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van de Associatieraad.

2.   Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt.

3.   De kosten voor de vertolking tijdens de vergaderingen en voor de vertaling van de documenten in of uit het Spaans en de andere officiële taal van de Associatieraad, bedoeld in artikel 12, lid 1, van dit reglement van orde, komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt. Kosten voor vertolking en vertaling in of uit andere talen komen rechtstreeks ten laste van de verzoekende partij.

Artikel 14

Associatiecomité

1.   Overeenkomstig artikel 7 van de overeenkomst wordt de Associatieraad bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door het Associatiecomité. Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de EU-partij, enerzijds, en vertegenwoordigers van de MA-partij, anderzijds, op het in de overeenkomst bepaalde niveau.

2.   Het Associatiecomité bereidt de vergaderingen en de beraadslagingen van de Associatieraad voor (1), voert in voorkomend geval de besluiten van de Associatieraad uit, en draagt in het algemeen zorg voor continuïteit in de associatiebetrekkingen en de goede werking van de overeenkomst. Het Associatiecomité behandelt alle zaken die de Associatieraad het comité voorlegt, evenals alle andere zaken die zich voordoen bij de dagelijkse uitvoering van de overeenkomst. Voorstellen of ontwerpbesluiten en — aanbevelingen worden door het Associatiecomité ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd. Overeenkomstig artikel 7, lid 4, van de overeenkomst kan de Associatieraad het Associatiecomité machtigen namens hem beslissingen te nemen.

3.   In de gevallen waarin de overeenkomst spreekt van een verplichting of een mogelijkheid tot raadpleging, of waarin de partijen na onderling overleg besluiten elkaar te raadplegen, kan deze raadpleging plaatsvinden in het Associatiecomité, tenzij in de overeenkomst anders is bepaald. Dit overleg kan, indien beide partijen daarmee instemmen, worden voortgezet in de Associatieraad.

Artikel 15

Wijziging van het reglement van orde

Het reglement van orde kan worden gewijzigd volgens het bepaalde in artikel 11.


(1)  Met betrekking tot deel IV van de overeenkomst vervult het Associatiecomité deze functie in nauwe coördinatie met de coördinatoren die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 347 van de overeenkomst.

BIJLAGE B

Reglement van orde van het Associatiecomité en de subcomités

Artikel 1

Algemene bepalingen

1.   Het Associatiecomité, dat is ingesteld overeenkomstig artikel 7 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), voert zijn taken uit zoals bepaald in de overeenkomst en is verantwoordelijk voor de algemene uitvoering van de overeenkomst.

2.   Overeenkomstig de artikelen 7, lid 1, en 346 van de overeenkomst bestaat het Associatiecomité uit vertegenwoordigers van de EU-partij en vertegenwoordigers van elk van de republieken van de MA-partij, op het niveau van hoge ambtenaren, die bevoegd zijn voor de specifieke aangelegenheden die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld.

3.   Overeenkomstig artikel 346 van de overeenkomst bestaat de Associatieraad, wanneer hij uitsluitend of hoofdzakelijk taken uitvoert die hem zijn toegekend op grond van deel IV van de overeenkomst, uit hoge ambtenaren van de Europese Commissie en van elk van de republieken van de MA-partij met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden. Een vertegenwoordiger van de partij die het Associatiecomité voorzit, fungeert als voorzitter.

4.   Overeenkomstig artikel 352, lid 3, van de overeenkomst treden de republieken van de MA-partij gezamenlijk op bij de besluitvorming in het institutioneel kader van de overeenkomst; voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen is hun consensus vereist.

5.   De verwijzing naar de partijen in dit reglement van orde is in overeenstemming met de definitie in artikel 352 van de overeenkomst.

Artikel 2

voorzitterschap

De EU-partij en de MA-partij zitten beurtelings voor een periode van twaalf maanden het Associatiecomité voor. De voorzitter is een lid van het Associatiecomité. De eerste voorzitterschapsperiode vangt aan op de datum van de eerste vergadering van het Associatiecomité en loopt af op 31 december van hetzelfde jaar.

Artikel 3

Vergaderingen

1.   Tenzij de partijen anders overeenkomen, vergadert het Associatiecomité regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar. Op verzoek van een partij kunnen in onderling overleg bijzondere sessies van het Associatiecomité belegd worden.

2.   Elke vergadering van het Associatiecomité wordt door de voorzitter bijeengeroepen op een door de partijen overeengekomen datum en plaats. De convocatie wordt uiterlijk 28 kalenderdagen voor het begin van de sessie door het secretariaat van het Associatiecomité aan de leden toegezonden, tenzij de partijen anders overeenkomen.

3.   Voor zover mogelijk wordt de jaarlijkse vergadering van het Associatiecomité vroeg genoeg vóór de jaarlijkse vergadering van de Associatieraad bijeengeroepen.

4.   Bij wijze van uitzondering en indien de partijen ermee instemmen, kunnen de vergaderingen van het Associatiecomité per daartoe overeengekomen technologische middelen plaatsvinden.

Artikel 4

Vertegenwoordiging

1.   Elke partij stelt de andere partijen in kennis van de lijst van haar vertegenwoordigers in het Associatiecomité („leden”) voor de verschillende te behandelen vraagstukken. De lijst wordt beheerd door het secretariaat van het Associatiecomité.

2.   Een lid dat zich voor een bepaalde vergadering door een plaatsvervanger wenst te doen vertegenwoordigen, deelt de andere partijen van het Associatiecomité vóór die vergadering schriftelijk de naam van zijn of haar vervanger mee. De vervanger van een lid oefent alle rechten van dat lid uit.

Artikel 5

Delegaties

De leden van het Associatiecomité mogen zich doen vergezellen door andere ambtenaren. Vóór elke vergadering worden de partijen via het secretariaat in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties die de vergadering bijwonen.

Artikel 6

Secretariaat

Een ambtenaar van de EU-partij en een ambtenaar van een republiek van de MA-partij, die roteert overeenkomstig richtsnoeren die daartoe worden opgesteld door de republieken van de MA-partij, fungeren gezamenlijk als secretarissen van het Associatiecomité.

Artikel 7

Correspondentie

1.   De voor het Associatiecomité bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van de EU-partij of van de republiek van de MA-partij, die op zijn beurt de andere secretaris verwittigt.

2.   Het secretariaat ziet erop toe dat de correspondentie die aan het Associatiecomité is gericht, naar de voorzitter van het comité wordt doorgestuurd, en in voorkomend geval als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoeld document wordt rondgezonden.

3.   De correspondentie van de voorzitter van het Associatiecomité wordt door het secretariaat naar de partijen gezonden en in voorkomend geval als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoeld document rondgezonden.

Artikel 8

Documenten

1.   Wanneer de beraadslagingen van het Associatiecomité gebaseerd zijn op schriftelijke documenten, worden deze door het secretariaat genummerd en onder de leden verspreid.

2.   Elke secretaris is verantwoordelijk voor de verspreiding van de documenten aan de leden van zijn kant in het Associatiecomité en voor het systematisch verstrekken van kopieën aan de andere secretaris.

Artikel 9

Vertrouwelijkheid

1.   Vergaderingen van het Associatiecomité zijn niet openbaar, tenzij anders wordt besloten.

2.   Wanneer een partij aan het Associatiecomité, subcomités, werkgroepen of andere organen informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie volgens de in artikel 336, lid 2, van de overeenkomst beschreven procedure.

3.   Elke partij kan besluiten de besluiten en aanbevelingen van het Associatiecomité in haar publicatieblad of staatsblad bekend te maken.

Artikel 10

Agenda voor de vergaderingen

1.   Het secretariaat van het Associatiecomité stelt op basis van voorstellen van de partijen voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Deze wordt, samen met de desbetreffende documenten, uiterlijk 15 kalenderdagen voor het begin van de vergadering als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoelde documenten toegezonden aan de voorzitter en de leden van het Associatiecomité.

2.   Op de voorlopige agenda staan de punten waarvoor het secretariaat van het Associatiecomité uiterlijk 21 kalenderdagen voor het begin van de vergadering een verzoek van een partij tot plaatsing op de agenda, samen met de desbetreffende documenten, heeft ontvangen.

3.   De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door het Associatiecomité goedgekeurd. Indien de partijen zulks overeenkomen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan als agendapunt worden opgenomen.

4.   De voorzitter van de sessie van het Associatiecomité kan met instemming op ad-hocbasis deskundigen uitnodigen om de vergaderingen bij te wonen of deskundigen uitnodigen om informatie over specifieke onderwerpen te verstrekken.

5.   De voorzitter van de sessie van het Associatiecomité kan in overleg met de partijen de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval vereist is.

Artikel 11

Notulen

1.   De twee secretarissen stellen gezamenlijk ontwerpnotulen van elke vergadering op, normaliter binnen 21 kalenderdagen na het eind van de vergadering.

2.   Doorgaans bevatten de notulen voor elk agendapunt:

a)

de aan het Associatiecomité voorgelegde documenten,

b)

verklaringen die op verzoek van een lid van het Associatiecomité worden opgenomen, en

c)

door de partijen overeengekomen onderwerpen, zoals bijvoorbeeld besluiten, aanbevelingen, verklaringen en conclusies over bepaalde onderwerpen die zijn vastgesteld.

3.   De notulen bevatten tevens een lijst van de leden of hun vervangers die aan de vergadering hebben deelgenomen, een lijst van de leden van de delegaties die hen vergezelden, en een lijst van eventuele waarnemers of deskundigen die de vergadering hebben bijgewoond.

4.   De notulen worden binnen 28 kalenderdagen na de datum van de vergadering door alle partijen schriftelijk goedgekeurd. Na goedkeuring worden de notulen door de voorzitter en de twee secretarissen van het Associatiecomité ondertekend. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan elk van de partijen toegezonden.

5.   Tenzij anders overeengekomen, stelt het Associatiecomité een actieplan op met de tijdens de vergadering overeengekomen acties; de uitvoering daarvan wordt in de volgende vergadering geëvalueerd.

Artikel 12

Besluiten en aanbevelingen

1.   In de specifieke gevallen waarin de overeenkomst beslissingsbevoegdheid verleent of wanneer die bevoegdheid door de Associatieraad aan het Associatiecomité is toegekend, stelt het Associatiecomité besluiten en aanbevelingen vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen, die tijdens de vergaderingen van het Associatiecomité door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij worden ondertekend.

2.   Als de partijen dit overeenkomen, kan het Associatiecomité besluiten of aanbevelingen bij schriftelijke procedure vaststellen. Te dien einde wordt de tekst van het voorstel overeenkomstig artikel 8 door de voorzitter van het Associatiecomité schriftelijk meegedeeld aan de leden, onder mededeling van de gestelde termijn waarbinnen de voorbehouden of amendementen waartoe het voorstel eventueel aanleiding geeft, ter kennis moeten worden gebracht. Na goedkeuring van de tekst wordt het besluit of de aanbeveling los van elkaar en achtereenvolgens ondertekend door de vertegenwoordigers van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij.

3.   De handelingen van het Associatiecomité worden voorzien van het opschrift „Besluit” dan wel „Aanbeveling”. Het secretariaat van het Associatiecomité voorziet besluiten of aanbevelingen van een volgnummer, vermeldt de datum van vaststelling en geeft een beschrijving van het onderwerp. Elk besluit vermeldt de datum van inwerkingtreding en wordt door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij ondertekend.

Artikel 13

Verslagen

Het Associatiecomité brengt tijdens elke gewone vergadering van de Associatieraad aan de Associatieraad verslag uit over zijn activiteiten en de activiteiten van zijn subcomités, werkgroepen en andere organen.

Artikel 14

Talen

1.   De officiële talen van het Associatiecomité zijn het Spaans en een door de partijen overeengekomen andere authentieke taal van de overeenkomst.

2.   Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt het Associatiecomité op basis van in deze talen opgestelde documenten.

Artikel 15

Kosten

1.   Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van het Associatiecomité.

2.   Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt.

3.   De kosten voor de vertolking tijdens de vergaderingen en voor de vertaling van de documenten in of uit het Spaans en de andere officiële taal van het Associatiecomité, bedoeld in artikel 14, lid 1, van dit reglement van orde, komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt. Kosten voor vertolking en vertaling in of uit andere talen komen rechtstreeks ten laste van de verzoekende partij.

Artikel 16

Wijziging van het reglement van orde

Het reglement van orde kan worden gewijzigd volgens het bepaalde in artikel 12.

Artikel 17

Subcomités en gespecialiseerde werkgroepen

1.   Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de overeenkomst kan het Associatiecomité besluiten tot instelling van subcomités of andere gespecialiseerde werkgroepen dan die waarin de overeenkomst voorziet om het comité bij de uitvoering van zijn taken bij te staan. Het Associatiecomité kan besluiten deze subcomités of werkgroepen op te heffen of hun mandaat vast te stellen of te wijzigen. Tenzij anders wordt besloten, werken deze subcomités onder het gezag van het Associatiecomité, waaraan zij na elke vergadering verslag uitbrengen.

2.   Tenzij in de overeenkomst anders is bepaald of in de Associatieraad anders is overeengekomen, is dit reglement van orde mutatis mutandis van toepassing op alle subcomités en gespecialiseerde werkgroepen, met de volgende aanpassingen:

a)

elke partij stelt de andere partijen schriftelijk in kennis van de lijst van haar leden van deze organen en hun respectieve functies. Het secretariaat van het Associatiecomité beheert deze lijsten;

b)

alle relevante correspondentie, documenten en mededelingen tussen de contactpunten worden tegelijkertijd ook toegezonden aan het secretariaat van het Associatiecomité;

c)

tenzij in de overeenkomst anders is bepaald of door de partijen anders is overeengekomen, kunnen de subcomités of werkgroepen alleen aanbevelingen doen.


ONTWERP

BESLUIT Nr. 2/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA

van … 2014

tot vaststelling van het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en van de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars

DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,

Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name de artikelen 6, lid 1, 319, 325 en 328,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 1, heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

(2)

Overeenkomstig artikel 328, lid 1, stelt de Associatieraad tijdens zijn eerste vergadering een reglement van orde en een gedragscode vast voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, worden hierbij vastgesteld overeenkomstig de bijlagen A en B.

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te …,

Voor de Associatieraad

Voor de republieken van de MA-partij

Voor de EU-partij

BIJLAGE A

Reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst

ALGEMENE BEPALINGEN

1.

In dit reglement is elke verwijzing naar een artikel of titel een verwijzing naar het desbetreffende artikel in de overeenkomst of naar titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst in haar geheel.

2.

Voor de toepassing van de titel wordt in dit reglement verstaan onder:

a)

„adviseur”: een persoon die door een partij is aangesteld of benoemd om haar in verband met de panelprocedure te adviseren of bij te staan;

b)

„overeenkomst”: de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds;

c)

„assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een panellid of het panel, voor het panellid of panel onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert in verband met het geschil;

d)

„klagende partij”: een partij die op grond van artikel 311 om de instelling van een panel verzoekt; zij kan uit één of meer republieken van de MA-partij bestaan;

e)

„dag”: een kalenderdag;

f)

„partijen bij het geschil”: de klagende partij en de partij waartegen de klacht gericht is;

g)

„partij bij het geschil”: de klagende partij of de partij waartegen de klacht gericht is;

h)

„wettelijke vrije dag”: zaterdagen en zondagen, alsmede alle andere dagen die door een partij als wettelijke feestdag zijn ingesteld (1);

i)

„panel”: een panel dat is ingesteld op grond van artikel 312;

j)

„panellid”: een lid van een panel dat is ingesteld op grond van artikel 312;

k)

„partij waartegen de klacht gericht is”: een partij die ervan beschuldigd wordt de in artikel 309 van de overeenkomst bedoelde bepalingen te schenden; zij kan uit één of meer republieken van de MA-partij bestaan;

l)

„vertegenwoordiger van een partij”: een werknemer van of een persoon aangewezen door een ministerie, een overheidsdienst of een ander overheidsorgaan van een partij.

3.

Tenzij anders wordt overeengekomen, is de partij waartegen de klacht gericht is belast met de logistieke organisatie van geschillenbeslechtingsprocedures, in het bijzonder met de organisatie van de hoorzittingen. De partijen bij het geschil delen evenwel de kosten die voortvloeien uit organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de kosten van de panelleden en de kosten van vertalingen.

INDIENING VAN DOCUMENTEN, KENNISGEVINGEN EN ANDERE MEDEDELINGEN

4.

De partijen bij het geschil en het panel versturen alle verzoeken, mededelingen, schriftelijk ingediende stukken of andere documenten door afgifte met ontvangstbewijs, als ingeschreven postzending, per koerier, fax, telex, telegram, e-mail, weblinks of door enige andere vorm van telecommunicatie waarbij de verzending of ontvangst wordt geregistreerd. Wat de partij betreft die het document indient, is de datum van aflevering de geregistreerde datum van verzending. Wat de partij betreft die het document ontvangt, is de datum van aflevering de geregistreerde datum van ontvangst van het document. De tijd die verstrijkt tussen de datum van aflevering van het document en de daadwerkelijke ontvangst ervan wordt niet meegenomen in de berekening van de proceduretermijnen (2).

5.

Een partij bij het geschil verstrekt tegelijkertijd een kopie van elk van haar schriftelijke stukken aan de andere partij bij het geschil op het in regel 67 bedoelde kantoor en aan alle panelleden. Er wordt eveneens een kopie van het document in elektronische vorm verstrekt. De partijen bij het geschil en het panel wanneer zulks in de titel is voorzien, verstrekken ook een kopie van de stukken aan het Associatiecomité.

6.

Alle kennisgevingen door het panel worden gericht aan de desbetreffende kantoren van de partijen bij de procedure.

7.

Kleine verschrijvingen in verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten in verband met de procedure bij het panel kunnen worden verbeterd door indiening van een nieuw document, waarin de wijzigingen duidelijk zijn aangegeven.

8.

Indien de laatste dag waarop een document kan worden ingediend, valt op een wettelijke vrije dag van een partij bij de procedure, of indien het betrokken kantoor op die dag ten gevolge van overmacht is gesloten, kan het document op de volgende werkdag van die partij worden ingediend.

INLEIDING VAN DE PANELPROCEDURE

9.

Wanneer een panellid is benoemd overeenkomstig artikel 312, heeft hij tien dagen de tijd om die benoeming te aanvaarden. De aanvaarding door het panellid moet vergezeld gaan van de in de gedragscode bedoelde initiële verklaring.

10.

Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, mogen personen die zijn opgetreden als bemiddelaar of in enige andere functie betreffende de beslechting van geschillen niet fungeren als panellid in een volgend geschil dat verband houdt met hetzelfde onderwerp.

11.

Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, overleggen zij met of komen zij samen met het panel binnen zeven dagen nadat het is ingesteld overeenkomstig artikel 312, lid 6, om te beslissen over aangelegenheden die de partijen bij het geschil of het panel passend achten, met inbegrip van maar niet uitsluitend de bezoldiging en de kostenvergoeding van de panelleden en andere personen zoals bedoeld in de regels 63, 64 en 65.

EERSTE INGEDIENDE STUKKEN

12.

Uiterlijk 20 dagen na de datum van instelling van het panel dient de klagende partij haar verzoekschrift in. Uiterlijk 20 dagen na de datum van indiening van het eerste schriftelijke stuk dient de partij waartegen de klacht gericht is haar verweerschrift in.

WERKWIJZE VAN HET PANEL

13.

Het panel stelt zijn werkschema vast, waarbij de partijen bij het geschil voldoende tijd krijgen voor alle stappen van de procedure. Het werkschema bevat precieze data en termijnen voor de indiening van alle relevante mededelingen, stukken en andere documenten, en voor eventuele hoorzittingen van het panel. Behoudens regel 19 kan het panel het werkschema op eigen initiatief of na overleg met de partijen wijzigen; het stelt in ieder geval de partijen bij het geschil onverwijld in kennis van elke wijziging van het werkschema.

14.

De voorzitter van het panel zit alle vergaderingen van het panel voor. Het panel kan de bevoegdheid tot het nemen van administratieve en procedurele besluiten aan de voorzitter overdragen.

15.

Tenzij in deel IV van de overeenkomst of elders anders is bepaald, kan het panel bij zijn werkzaamheden alle mogelijke middelen gebruiken, waaronder telefoon, faxberichten, aangetekende post, koeriers, telex, telegrammen, e-mail, videoconferenties of weblinks. Wanneer het panel besluit welke middelen het zal gebruiken, ziet het erop toe dat de middelen geen afbreuk doen aan het recht van een partij om volledig en effectief te participeren in de procedure.

16.

Alleen panelleden mogen aan de beraadslagingen van het panel deelnemen. Het panel kan evenwel toestaan dat assistenten, tolken of vertalers de beraadslagingen bijwonen.

17.

De vaststelling van procedurele besluiten, met inbegrip van de uitspraak van het panel ten gronde, is een exclusieve bevoegdheid van het panel, die niet mag worden overgedragen.

18.

Wanneer een procedurele vraag rijst die niet door de bepalingen van de titel of dit reglement van orde wordt bestreken, kan een panel voor het geschil in kwestie een passende, met die bepalingen verenigbare procedure vaststellen.

19.

Wanneer het panel van oordeel is dat een procedurele termijn moet worden gewijzigd of een andere procedurele of administratieve aanpassing nodig is, stelt het de partijen bij het geschil schriftelijk in kennis van de redenen voor de wijziging of aanpassing onder vermelding van de vereiste termijn of aanpassing. De termijnen van artikel 317, lid 3, kunnen niet worden gewijzigd, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden.

VERVANGING

20.

Indien een panellid niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen, wordt overeenkomstig artikel 312 een vervanger aangewezen.

21.

Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat een panellid de gedragscode schendt of niet voldoet aan de eisen van artikel 325, en om die reden moet worden vervangen, kan deze partij om de verwijdering van het panellid verzoeken door de andere partij bij het geschil daarvan kennis te geven binnen tien dagen nadat zij kennis heeft gekregen van de omstandigheden die schending van de gedragscode door het panellid opleveren.

22.

Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat een ander panellid dan de voorzitter de gedragscode schendt, voeren de partijen bij het geschil binnen tien dagen overleg en, indien zij dienaangaande tot overeenstemming komen, verwijderen zij het panellid en selecteren een vervanger overeenkomstig artikel 312.

Indien de partijen bij het geschil het niet eens worden over de vraag of een panellid moet worden vervangen, kan een partij bij het geschil verzoeken de aangelegenheid aan de voorzitter van het panel voor te leggen, wiens beslissing definitief is.

Indien de voorzitter concludeert dat een panellid de gedragscode schendt, wordt een vervanger aangewezen. De vervanger wordt geselecteerd overeenkomstig het lid van artikel 312 op grond waarvan het te vervangen panellid oorspronkelijk was geselecteerd. Indien binnen tien dagen na de mededeling van de voorzitter aan de partijen betreffende de schending van de gedragscode door een panellid geen vervanger is geselecteerd overeenkomstig het desbetreffende lid van artikel 312, selecteert de voorzitter het nieuwe panellid. Deze selectie vindt binnen vijf dagen plaats en wordt onverwijld meegedeeld aan de partijen bij het geschil.

23.

Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat de voorzitter van het panel de gedragscode schendt, voeren de partijen binnen tien dagen overleg en, indien zij dienaangaande tot overeenstemming komen, verwijderen zij de voorzitter en selecteren een vervanger overeenkomstig artikel 312.

Indien de partijen bij het geschil het niet eens worden over de vraag of de voorzitter moet worden vervangen, kan een partij bij het geschil verzoeken de aangelegenheid voor te leggen aan een van de resterende personen op de in artikel 325, lid 1, van de titel bedoelde lijst van personen die als voorzitter kunnen optreden. Zijn of haar naam wordt niet later dan vijf dagen na de datum van het verzoek door de voorzitter van het Associatiecomité of zijn vertegenwoordiger door loting aangewezen in aanwezigheid van de partijen als zij dat willen. De beslissing over de noodzaak tot vervanging van de voorzitter is definitief.

Indien deze persoon concludeert dat de oorspronkelijke voorzitter de gedragscode schendt, wijst hij of zij door loting een nieuwe voorzitter aan uit de resterende personen op de in artikel 325, lid 1, van de titel bedoelde lijst. Deze selectie geschiedt in aanwezigheid van de partijen bij het geschil, als zij dat willen, en vindt plaats binnen vijf dagen na de in de vorige alinea bedoelde aanwijzing bij loting.

24.

Een panellid dat vermoed wordt de gedragscode te schenden, kan ook ontslag nemen, zonder dat dit ontslag de erkenning inhoudt van de geldigheid van de redenen die de basis vormden voor het verzoek om vervanging.

25.

Bij de benoeming van de vervanger beslist het panel discretionair of alle of een deel van de hoorzittingen worden overgedaan.

26.

De panelprocedure wordt geschorst gedurende de termijn die nodig is om de procedures van de regels 20, 21, 22, 23 en 24 te doorlopen.

HOORZITTINGEN

27.

De voorzitter stelt in overleg (3) met de partijen bij het geschil en de overige leden van het panel de datum, de plaats en het tijdstip van de hoorzitting vast en zendt de partijen bij het geschil hiervan een schriftelijke kennisgeving. Tenzij de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvindt, wordt deze informatie door de partij bij het geschil die met de logistieke organisatie van de procedure belast is, ook openbaar gemaakt. Het panel kan besluiten geen hoorzitting bijeen te roepen, tenzij de partijen bij het geschil zich daartegen verzetten.

28.

Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, wordt de hoorzitting in Brussel gehouden als de partij waartegen de klacht gericht is de Europese Unie is en in de desbetreffende Midden-Amerikaanse hoofdstad indien de partij waartegen de klacht gericht is een republiek van de MA-partij is.

29.

Het panel kan aanvullende hoorzittingen bijeenroepen indien de partijen bij het geschil zulks overeenkomen.

30.

Alle panelleden zijn aanwezig tijdens de gehele duur van de hoorzittingen, zodat de effectieve beslechting van het geschil en de geldigheid van de handelingen, besluiten en uitspraken van het panel gewaarborgd is.

31.

De volgende personen kunnen een hoorzitting bijwonen, ongeacht of de procedure openstaat voor het publiek:

a)

vertegenwoordigers van de partijen bij het geschil;

b)

adviseurs van de partijen bij het geschil;

c)

administratief personeel, tolken, vertalers en rechtbankverslaggevers; en

d)

assistenten van panelleden.

Alleen de vertegenwoordigers en adviseurs van de partijen bij het geschil kunnen het woord richten tot het panel.

32.

Uiterlijk vijf dagen vóór de datum van een hoorzitting verstrekt elke partij bij het geschil het panel een lijst met de namen van de personen die namens die partij pleidooien of uiteenzettingen op de hoorzitting zullen houden en van andere vertegenwoordigers of adviseurs die de hoorzitting zullen bijwonen. De bij het geschil betrokken partijen nemen in hun delegaties geen personen op die een direct of indirect financieel of persoonlijk belang hebben bij de zaak. De partijen bij het geschil kunnen tegen de aanwezigheid van een van de bovengenoemde personen bezwaar maken, waarbij de redenen daarvoor worden vermeld. Het panel doet aan het begin van de hoorzitting uitspraak over het bezwaar.

33.

De hoorzittingen van het panel zijn toegankelijk voor het publiek, tenzij de partijen bij het geschil besluiten dat de hoorzittingen gedeeltelijk of geheel achter gesloten deuren zullen plaatsvinden. Het panel komt echter in besloten zitting bijeen wanneer de stukken en pleidooien van een partij bij het geschil vertrouwelijke informatie bevatten; dit omvat vertrouwelijke commerciële informatie maar is daar niet toe beperkt.

34.

De hoorzitting wordt door het panel op de volgende wijze geleid, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de klagende partij en de partij waartegen de klacht gericht is, evenveel tijd krijgen toegewezen:

Pleidooien

a)

pleidooi van de klagende partij

b)

pleidooi van de partij waartegen de klacht gericht is

Replieken

a)

repliek

b)

dupliek

35.

Het panel kan op elk ogenblik van de hoorzitting vragen stellen aan een van de partijen bij het geschil.

36.

Het panel laat van elke hoorzitting onverwijld een proces-verbaal opmaken en aan de partijen bij het geschil verstrekken.

37.

Binnen tien dagen na het einde van de hoorzitting kan elke partij bij het geschil een aanvullend schriftelijk stuk indienen over alle aspecten die tijdens de hoorzitting aan de orde zijn gekomen.

SCHRIFTELIJKE VRAGEN

38.

Het panel kan op elk moment van de procedure aan een partij of aan beide partijen schriftelijke vragen stellen. Elke bij het geschil betrokken partij ontvangt een kopie van de vragen van het panel.

39.

Een partij bij het geschil verstrekt de andere partij bij het geschil tegelijkertijd een kopie van haar schriftelijke antwoord op de vragen van het panel. Elke partij bij het geschil wordt in de gelegenheid gesteld binnen vijf dagen na de datum van ontvangst schriftelijke opmerkingen in te dienen over het antwoord van de andere partij bij het geschil.

BEWIJSMATERIAAL

40.

De partijen bij het geschil leggen samen met het verzoekschrift en het verweerschrift, tot staving van de daarin aangevoerde argumenten, in de mate van het mogelijke bewijsmateriaal voor. De partijen bij het geschil mogen ook aanvullend bewijsmateriaal voorleggen tot staving van de argumenten in hun repliek en dupliek. Bij wijze van uitzondering mogen de partijen bij het geschil aanvullend bewijsmateriaal indienen wanneer dat slechts beschikbaar is geworden of ter kennis van een partij bij het geschil is gekomen na de uitwisseling van de memories of wanneer het panel van oordeel is dat dat bewijsmateriaal relevant is en het de andere partij bij het geschil in de gelegenheid stelt daarover opmerkingen in te dienen.

VERTROUWELIJKHEID

41.

Wanneer een hoorzitting van het panel overeenkomstig regel 33 geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvindt, respecteren de partijen bij het geschil en hun adviseurs de vertrouwelijkheid van de zitting. Elke partij bij het geschil en haar adviseurs behandelen informatie die door de andere partij bij het geschil aan het panel is verstrekt en als vertrouwelijk is aangemerkt, vertrouwelijk. Wanneer een partij bij het geschil het panel een vertrouwelijke versie van haar memories verstrekt, dient zij op verzoek van de andere partij bij het geschil uiterlijk 15 dagen na de datum van het verzoek of, indien dit later is, na de datum van indiening van de memorie, tevens een niet-vertrouwelijke samenvatting van de informatie in de memorie in, die openbaar mag worden gemaakt. Geen enkele bepaling van dit reglement van orde belet een partij haar eigen standpunten openbaar te maken, voor zover deze geen vertrouwelijke commerciële informatie bevatten.

EENZIJDIGE CONTACTEN

42.

Het panel heeft geen ontmoetingen of contacten met een partij bij het geschil in afwezigheid van de andere partij.

43.

Het is de leden van het panel verboden enig aspect van de inhoud van de procedure met een partij bij het geschil of met beide partijen te bespreken in afwezigheid van de andere panelleden.

INLICHTINGEN EN TECHNISCH ADVIES

44.

Wanneer het panel overeenkomstig artikel 320, lid 2, inlichtingen en technisch advies inwint, doet het dat zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 15 dagen na de datum van de hoorzitting, tenzij het panel aantoont dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.

45.

Vóór het panel inlichtingen of technisch advies inwint, bepaalt het welke procedures het zal volgen om die inlichtingen te verkrijgen, en stelt het de partijen bij het geschil daarvan in kennis. Die procedures voorzien onder meer in:

a)

de gelegenheid voor de partijen bij het geschil om bij het panel schriftelijke opmerkingen in te dienen over de feitelijke kwesties die de deskundigen, instanties of andere bronnen worden verzocht te behandelen;

b)

de aanwijzing en benoeming van de deskundige of adviseur door het panel en de vaststelling van de tijdsspanne waarbinnen de inlichtingen of het technisch advies moeten worden verstrekt, en

c)

een toereikende tijdsspanne voor de partijen bij het geschil om commentaar te leveren op de inlichtingen of het technisch advies van de deskundige, instantie of andere bron.

46.

Het panel kan als technisch adviseur niemand aanwijzen die bij de procedure een financieel of persoonlijk belang heeft of van wie een werkgever, partner, vennoot of familielid soortgelijke belangen heeft. Hoe dan ook zijn de voorschriften van artikel 325, lid 2, van toepassing op de selectie van deskundigen, instanties of andere bronnen.

47.

Wanneer overeenkomstig artikel 320, lid 2, om inlichtingen en technisch advies is verzocht, bepaalt het panel of de termijnen in afwachting van de ontvangst van die inlichtingen worden geschorst.

MEMORIES VAN AMICI CURIAE

48.

Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, kan het panel van belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen die op het grondgebied van de partijen bij het geschil gevestigd zijn, memories als amicus curiae ontvangen, indien zij worden ingediend binnen tien dagen na de datum van instelling van het panel.

49.

De memories:

a)

moeten zijn gedateerd en ondertekend door de belanghebbende persoon of zijn vertegenwoordiger;

b)

moeten zijn opgesteld in de taal of talen die de partijen bij het geschil overeenkomstig regel 55 hebben gekozen;

c)

moeten beknopt zijn en mogen in geen geval langer zijn dan 15 getypte pagina's, inclusief eventuele bijlagen, en

d)

moeten direct relevant zijn voor de aan het panel voorgelegde feitelijke en rechtspunten.

50.

De memories gaan vergezeld van een schriftelijke verklaring waarin duidelijk wordt vermeld:

a)

een beschrijving van de belanghebbende personen die de memories indienen, met inbegrip van de plaats van oprichting en van vestiging, de aard van hun werkzaamheden, hun financieringsbronnen en, in voorkomend geval, documentatie die zulks bevestigt;

b)

of de belanghebbenden directe of indirecte banden hebben met een van de partijen bij het geschil dan wel algemeen of bij de voorbereiding van de memories financiële of andere ondersteuning hebben ontvangen of verwachten te ontvangen van een partij bij het geschil, een andere regering, persoon of organisatie, en

c)

een korte samenvatting van de wijze waarop de memories van de belanghebbenden ertoe zouden bijdragen het geschil te beslechten.

51.

De memories worden in de in regel 49 bedoelde talen gericht aan de voorzitter van het panel.

52.

Het panel neemt memories van amici curiae die niet aan de bovengenoemde regels beantwoorden, niet in overweging.

53.

Het panel geeft in zijn uitspraak ten gronde een overzicht van alle memories van amici curiae die het heeft ontvangen en die beantwoorden aan de bovengenoemde regels. Het panel is niet verplicht in zijn uitspraak ten gronde op de in die memories naar voren gebrachte feitelijke of juridische argumenten in te gaan. De memories die het Panel overeenkomstig dit reglement ontvangt, worden met het oog op eventuele opmerkingen medegedeeld aan de partijen bij het geschil.

DRINGENDE GEVALLEN

54.

In de in artikel 313, lid 3, bedoelde dringende gevallen past het panel in voorkomend geval de in dit reglement vastgestelde termijnen aan.

PROCEDURETAAL, VERTALING EN VERTOLKING

55.

Tijdens het in artikel 310 bedoelde overleg, en uiterlijk tijdens de in regel 11 bedoelde vergadering, pogen de partijen bij het geschil overeenstemming te bereiken over een werktaal of -talen voor de panelprocedure, namelijk Engels, Spaans of beide.

56.

De uitspraken van het panel, met inbegrip van de uitspraak ten gronde, worden opgesteld en betekend in de door de partijen bij het geschil gekozen talen. De kosten voor het vertalen van de uitspraken van het panel worden gelijkelijk door de partijen bij het geschil gedragen.

57.

Elke partij bij het geschil draagt de kosten voor eventuele andere vertalingen die zij noodzakelijk acht.

BEREKENING VAN DE PROCEDURETERMIJNEN

58.

Wanneer overeenkomstig de titel, dit reglement of bij besluit van het panel, een handeling, stap in de procedure of hoorzitting moet plaatsvinden vóór, op of na een bepaalde datum of gebeurtenis, wordt de aldus bepaalde datum of de datum van de gebeurtenis niet meegenomen in de berekening van de termijnen die worden gesteld in de titel of dit reglement of door het panel.

59.

Alle in de titel en in dit reglement gestelde termijnen worden berekend vanaf de dag nadat het verzoek, de mededeling, de memorie of een ander document is meegedeeld aan de partij die het document ontvangt.

60.

De tijd die verstrijkt tussen de datum van indiening van het document en de daadwerkelijke ontvangst ervan wordt niet meegenomen in de berekening van de proceduretermijnen overeenkomstig regel 4.

61.

Wanneer de partijen een document niet op dezelfde datum ontvangen, worden termijnen die ingaan vanaf de datum van ontvangst van dat document, vanaf de laatste datum van ontvangst berekend.

62.

Wanneer een termijn verstrijkt op een wettelijke vrije dag van een van de partijen bij het geschil of van beide, wordt deze termijn verlengd tot de volgende werkdag.

KOSTEN

63.

Tenzij het panel heeft vastgestelde dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, (4) worden de kosten voor de betaling van panelleden, assistenten, deskundigen, instanties of andere bronnen overeenkomstig artikel 320, hun vervoer, accommodatie en andere in aanmerking komende kosten, en de algemene administratieve kosten in verband met de panelprocedure in gelijke mate gedragen door de partijen bij het geschil, overeenkomstig de door het panel ingediende kostendeclaratie.

64.

De panelleden houden een volledige en gedetailleerde opgave van de relevante uitgaven bij en dienen bij het kantoor dat door de partijen overeenkomstig regel 67 is aangewezen een kostendeclaratie met bewijsstukken in, voor de betaling van hun bezoldiging en de vergoeding van hun kosten. Hetzelfde geldt voor assistenten en personen die overeenkomstig artikel 320 zijn aangewezen, voor zover het gaat om hun specifieke rol als assistent van een panellid of van het panel of om deskundigen, instanties of andere bronnen die inlichtingen en technisch advies verstrekken.

65.

De Associatieraad bepaalt welke kosten van de onder punt 63 genoemde personen voor vergoeding in aanmerking komen, alsmede de bezoldiging en de vergoedingen die betaald moeten worden, die zullen overeenstemmen met de WTO-normen.

66.

De bovenstaande regels zijn eveneens van toepassing op bemiddelaars in het kader van het bemiddelingsmechanisme.

AANGEWEZEN KANTOOR VOOR GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES EN HET BEMIDDELINGSMECHANISME

67.

Elke partij:

a)

wijst een kantoor aan dat de in de desbetreffende delen van dit reglement bedoelde taken uitvoert; en

b)

deelt het Associatiecomité het adres van dat kantoor mee.

68.

Elke kennisgeving en de aflevering van documenten bedoeld in de titel inzake geschillenbeslechting, het reglement van orde en de titel betreffende het bemiddelingsmechanisme gebeuren via dat kantoor.

OVERIGE PROCEDURES

69.

Dit reglement van orde is ook van toepassing op de procedures van artikel 315, lid 3, artikel 316, lid 2, artikel 317, lid 3, en artikel 318, lid 2. De in dit reglement van orde vermelde termijnen voor de vaststelling van een uitspraak door het panel worden in dat geval vervangen door de bijzondere termijnen die in die andere procedures zijn vastgesteld.

NALEVING VAN DE TITEL EN HET REGLEMENT

70.

De partijen en het panel zien erop toe dat hun vertegenwoordigers, adviseurs, assistenten en andere personen die deelnemen aan een procedure op grond van de titel en dit reglement de desbetreffende bepalingen en eventuele aanvullende regels die door de partijen zijn overeengekomen of door het panel zijn vastgesteld, naleven.


(1)  Dit omvat bestendige vrije dagen, met inbegrip van maar niet uitsluitend religieuze of historische feestdagen, en eventuele andere niet-bestendige feestdagen.

(2)  Opmerking van de onderhandelaars: MA zal zich verder buigen over de vraag of een alternatieve regel nodig kan zijn voor situaties waarin de verzending of ontvangst niet wordt geregistreerd.

(3)  Het resultaat van het in deze regel bedoelde overleg is niet bindend voor het panel.

(4)  Opmerking van de onderhandelaars: De onderhandelaars zijn het erover eens dat alle kosten die verband houden met het panel en de werkzaamheden van het panel in gelijke mate moeten worden gedragen door de partijen bij het geschil. De partijen bij het geschil komen verder overeen dat wanneer een partij opzettelijk heeft gepoogd de geschillenbeslechtingsprocedure te belemmeren of anderszins te misbruiken, het panel kan besluiten dat deze partij een groter aandeel moet betalen.

BIJLAGE B

Gedragscode voor panelleden en bemiddelaars

DEFINITIES

1.

Voor de toepassing van deze gedragscode wordt verstaan onder:

a)

„de overeenkomst”: de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds;

b)

„de titel”: Titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst;

c)

„artikel”: een verwijzing naar het desbetreffende artikel van de overeenkomst in haar geheel;

d)

„assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een panellid of het panel, voor het panellid of panel onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert in verband met het geschil;

e)

„kandidaat”: een persoon wiens selectie als lid van een panel krachtens artikel 310 wordt overwogen;

f)

„bemiddelaar”: een persoon die een bemiddelingsprocedure overeenkomstig titel XI (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen) van de overeenkomst leidt;

g)

„lid” of „panellid”: een lid van een panel dat is ingesteld op grond van artikel 312;

h)

„procedure”: tenzij anders gespecificeerd, een procedure van een panel krachtens de titel, en

i)

„personeel”: met betrekking tot een lid, personen die onder leiding en controle van het lid werkzaam zijn, met uitzondering van assistenten.

PLICHTEN IN HET KADER VAN DE PROCEDURE

2.

Elke kandidaat en elk lid vermijdt laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, is onafhankelijk en onpartijdig, vermijdt directe en indirecte belangenconflicten en neemt bij zijn gedrag de hoogste normen in acht, zodat de integriteit en onpartijdigheid van de geschillenbeslechtingsprocedure en de regeling inzake geschillenbeslechting is gegarandeerd. Voormalige leden leven de verplichtingen in de afdelingen Verplichtingen van voormalige leden en Vertrouwelijkheid van deze gedragscode na.

OPENBAARMAKINGSPLICHT

3.

Voorafgaand aan de kennisgeving van de aanvaarding van zijn of haar aanstelling tot panellid overweegt een kandidaat alle belangen, relaties of andere omstandigheden die van invloed kunnen zijn op zijn of haar onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij tijdens de procedure de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid kunnen wekken, en geeft hij of zij daar zo nodig opening van zaken over. Daartoe stelt de kandidaat al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt, in het werk om na te gaan of er sprake is van dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden.

4.

Onverminderd het algemene karakter van het bovenstaande, dienen de kandidaten te goeder trouw te vermelden:

a)

eventuele financiële of persoonlijke belangen:

i)

bij de procedure of het resultaat daarvan; en

ii)

bij een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke procedure die betrekking heeft op vraagstukken die direct of indirect worden beïnvloed door de procedure waarvoor de aanstelling van de kandidaat wordt overwogen;

b)

eventuele financiële belangen van een werkgever, partner, vennoot of familielid van de kandidaat:

i)

bij de procedure of het resultaat daarvan; en

ii)

bij een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke procedure die betrekking heeft op vraagstukken die direct of indirect worden beïnvloed door de procedure waarvoor de aanstelling van de kandidaat wordt overwogen;

c)

eventuele bestaande of eerdere financiële, zakelijke, professionele, familiale, sociale of werkrelaties met een van de partijen of hun vertegenwoordigers of adviseurs, dan wel dergelijke relaties waarbij een werkgever, partner, vennoot of familielid van de kandidaat betrokken zijn; en

d)

elke andere omstandigheid die kan resulteren in vooringenomenheid of partijdigheid, of de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid kan wekken.

5.

Voor de toepassing van de leden 3 en 4 dienen alle kandidaten die zijn geselecteerd als panelleden en hun benoeming hebben aanvaard, een initiële verklaring betreffende openbaarmaking in te vullen. De verklaring moet samen met de aanvaarding van hun aanstelling ter overweging aan de partijen worden toegezonden.

6.

Na hun benoeming blijven leden alles in het werk stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van de in de punten 3 en 4 van deze gedragscode bedoelde belangen, relaties of aangelegenheden en maken zij deze in voorkomend geval openbaar. De openbaarmakingsplicht is voor de leden een voortdurende plicht met betrekking tot dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden die zich tijdens de procedure voordoen. De leden geven opening van zaken over dergelijke belangen, relaties en andere omstandigheden door die de partijen schriftelijk ter overweging mee te delen, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité.

7.

De leden richten mededelingen betreffende feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode uitsluitend aan het Associatiecomité, ter overweging door de partijen.

TAKEN VAN LEDEN

8.

Na aanvaarding van zijn of haar benoeming zet een lid zich gedurende de hele procedure in om zijn of haar taken nauwgezet, snel en op billijke wijze te vervullen.

9.

Het lid onderzoekt en beoordeelt uitsluitend vragen die in de procedure aan de orde worden gesteld en voor de uitspraak noodzakelijk zijn, en draagt deze taak niet aan een andere persoon over.

10.

Het lid neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de afdelingen Plichten in het kader van de procedure, Openbaarmakingsplicht, Onafhankelijkheid, onpartijdigheid en rechten van leden, Verplichtingen van voormalige leden en Vertrouwelijkheid van deze gedragscode door hun assistenten en personeel worden gekend en nageleefd.

11.

Het lid onthoudt zich van eenzijdige contacten in verband met de procedure.

ONAFHANKELIJKHEID, ONPARTIJDIGHEID EN RECHTEN VAN LEDEN

12.

Leden zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden de schijn van laakbaar gedrag, partijdigheid of vooringenomenheid en laten zich niet leiden door eigenbelang of het belang van anderen, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, trouw aan een partij of vrees voor kritiek.

13.

Leden mogen noch direct noch indirect verplichtingen aangaan of voordelen accepteren die op welke wijze dan ook een belemmering vormen of lijken te vormen voor de correcte uitoefening van hun taken als lid.

14.

Leden gebruiken hun positie als lid van het panel niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen en onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat anderen in een bijzondere positie verkeren waardoor zij invloed op het lid kunnen uitoefenen.

15.

Leden laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door financiële, zakelijke, professionele, familiale of sociale relaties of verantwoordelijkheden.

16.

Leden gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële of andere persoonlijke belangen wanneer daardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag, partijdigheid of vooringenomenheid wordt gewekt.

17.

Geen enkel lid beperkt of ontneemt het recht en de verplichting van andere leden om volledig deel te nemen aan alle relevante aspecten van de procedure.

VERPLICHTINGEN VAN VOORMALIGE LEDEN

18.

Voormalige leden onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken vooringenomen waren of voordeel hebben gehad van het besluit of de uitspraak van het panel.

VERTROUWELIJKHEID

19.

Het lid of voormalige lid mag op geen enkel ogenblik niet-openbare, betreffende of tijdens de procedure verkregen informatie openbaar maken of gebruiken, behalve ten behoeve van de procedure, en mag deze informatie in geen geval openbaar maken of gebruiken om persoonlijk voordeel te behalen, anderen een voordeel te schenken of het belang van anderen in negatieve zin te beïnvloeden.

20.

De uitspraken ten gronde van het panel mogen door het lid niet geheel of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt voordat zij conform de titel bekend zijn gemaakt.

21.

Leden of voormalige leden mogen nooit informatie openbaar maken over de beraadslagingen van een panel, de standpunten van een lid, of een ander niet-openbaar aspect van de procedure.

BEMIDDELAARS

22.

De voorschriften van deze gedragscode die betrekking hebben op leden en voormalige leden, zijn van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars.


ONTWERP

BESLUIT Nr. 3/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA

van … 2014

tot vaststelling van de lijst van panelleden

DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,

Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name de artikelen 6 en 325,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 1, heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

(2)

Overeenkomstig artikel 325, lid 1, stelt de Associatieraad een lijst op van zesendertig personen die bereid en in staat zijn om als panellid op te treden in de zin van titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

De lijst van panelleden wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage.

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te …,

Voor de Associatieraad

Voor de republieken van de MA-partij

Voor de EU-partij

BIJLAGE

Lijst van panelleden

 

Door Costa Rica voorgestelde panelleden

1.

Ernesto Fernández Monge

2.

Federico Valerio de Ford

 

Door El Salvador voorgestelde panelleden

1.

Cesar Ernesto Salazar Grande

2.

Harold C. Lantan

 

Door Guatemala voorgestelde panelleden

1.

Ada Lissette Redondo Aguilera

2.

Julio Roberto Bermejo Quiñones

 

Door Honduras voorgestelde panelleden

1.

Ulises Mejía León-Gómez

2.

Roberto Herrera Cáceres

 

Door Nicaragua voorgestelde panelleden

1.

Mauricio Herdocia

2.

José René Orúe

 

Door Panama voorgestelde panelleden

1.

Yavel Francis Lanuza

2.

Carlos Ernesto González Ramirez

 

Door de EU voorgestelde panelleden

1.

Giorgio Sacerdoti (Italië)

2.

Ramon Torrent (Spanje)

3.

Jacques Bourgeois (België)

4.

Pieter Jan Kuijper (Nederland)

5.

Claus-Dieter Ehlermann (Duitsland)

6.

Jan Wouters (België)

7.

Laurence Boisson de Chazournes (Frankrijk)

8.

Hélène Ruiz Fabri (Frankrijk)

9.

Meinhard Hild (Duitsland)

10.

Claudio Dordi (Italië)

11.

Kim Van der Borght (België)

12.

Markus Krajewski (Duitsland)

 

Voorzitters

1.

Craig Van Graastek (VS)

2.

Miriam Mercedes Maroun Marun (Venezuela)

3.

Hugo Perezcano Díaz (Mexico)

4.

Ignacio Suárez Anzorena (Argentinië)

5.

Carlos Vejar (Mexico)

6.

Didier Chambovey (Zwitserland)

7.

Shotaro Oshima (Japan)

8.

Jenniffer Hilman (VS)

9.

Luiz Olavo Baptista (Brazilië)

10.

Kirsten Hilman (Canada)

11.

Juan Antonio Buencamino (Filipijnen)

12.

David Unterhalter (Zuid-Afrika)


ONTWERP

BESLUIT Nr. 4/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA

van … 2014

tot vaststelling van de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling

DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,

Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name de artikelen 6 en 297,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 1, heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

(2)

Overeenkomstig artikel 297, lid 2, bekrachtigt de Associatieraad een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van milieurecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, alsmede een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van arbeidsrecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

De lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling wordt bekrachtigd overeenkomstig de bijlage.

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te …,

Voor de Associatieraad

Voor de republieken van de MA-partij

Voor de EU-partij

BIJLAGE

Lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling

Deskundigen op het vlak van milieurecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten

 

Lijst van nationale deskundigen

1.

Marieta Lizano Martínez

2.

Alma Carolina Sánchez Fuentes

3.

Francisco Khalil de León Barrios

4.

Mario Noel Vallejo Larios

5.

Javier Guillermo Hernández Munguía

6.

Alexis Xavier Rodríguez Almanza

7.

Joost Pauwelyn

8.

Jorge Cardona

9.

Karin Lukas

10.

Helene Ruiz Fabri

11.

Laurence Boisson de Chazournes

12.

Geert Van Calster

 

Voorzitters (niet-onderdanen van de partijen)

1.

Claudia de Windt

2.

Juan Carlos Urquidi Fell

3.

Elizabeth Jaramillo Escobar

4.

Janice Bellace

5.

Arthur Appleton

Deskundigen op het vlak van arbeidsrecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten

 

Lijst van nationale deskundigen

1.

Manuel Francisco Umaña Soto

2.

Carolina Morán

3.

Mario Fuentes Destarac

4.

Arnando Urtecho López

5.

Adrián Meza

6.

Rolando Murgas Torraza

7.

Eddy Laurijssen

8.

Jorge Cardona

9.

Karin Lukas

10.

Helene Ruiz Fabri

11.

Laurence Boisson de Chazournes

12.

Geert Van Calster

 

Voorzitters (niet-onderdanen van de partijen)

1.

Emilio Morgado Velenzuela

2.

Juan Mailhos Gutiérrez

3.

Jill Murray

4.

Ross Wilson

5.

Janice Bellace


Top