EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013R0456

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 456/2013 van de Commissie van 16 mei 2013 tot vaststelling van overgangsmaatregelen inzake invoercontingenten voor melk uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2535/2001 en voor rundvlees uit hoofde van Verordening (EG) nr. 412/2008 en (EG) nr. 431/2008 wegens de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie

OJ L 133, 17.5.2013, p. 13–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 02 Volume 024 P. 143 - 144

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/456/oj

17.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 133/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 456/2013 VAN DE COMMISSIE

van 16 mei 2013

tot vaststelling van overgangsmaatregelen inzake invoercontingenten voor melk uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2535/2001 en voor rundvlees uit hoofde van Verordening (EG) nr. 412/2008 en (EG) nr. 431/2008 wegens de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië, en met name artikel 3, lid 4,

Gezien de Akte van toetreding van Kroatië, en met name artikel 41,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het licht van de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013 is het noodzakelijk te voorzien in overgangsmaatregelen voor bepaalde invoercontingenten in de sectoren melk en rundvlees, zodat importeurs uit Kroatië kunnen deelnemen aan deze contingenten.

(2)

In titel 2, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten en houdende opening van tariefcontingenten (1) is bepaald dat de aanvrager van een invoercertificaat van tevoren moet zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij is gevestigd. Om te waarborgen dat marktdeelnemers uit Kroatië met ingang van 1 januari 2014 toegang hebben tot de invoercontingenten uit hoofde van titel 2, hoofdstuk I, en titel 2, hoofdstuk III, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 2535/2001, moet worden toegestaan dat deze marktdeelnemers de aanvraag tot erkenning en het vereiste bewijs vóór 1 oktober 2013 indienen, in plaats van vóór 1 april 2013. De autoriteiten van Kroatië stellen de aanvragers in kennis van het resultaat van de erkenningsprocedure vóór 1 november 2013 in plaats van vóór 1 mei 2013 en zij delen de Commissie de lijst van erkende marktdeelnemers mee vóór 15 november 2013 in plaats van vóór 20 mei 2013.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 412/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees (2) is een jaarlijks tariefcontingent geopend voor de invoer van 63 703 ton voor verwerking in de Unie bestemd bevroren rundvlees, uitgedrukt in vlees met been, voor de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 412/2008 moet de aanvrager van invoerrechten aantonen dat hij als verwerkingsinrichting is erkend overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3) en dat hij rundvlees bevattende verwerkte producten heeft geproduceerd in elk van de twee referentieperioden als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (4). Wat de eerste voorwaarde betreft, dient de aanvrager van invoerrechten uit Kroatië, om in de periode van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014 te kunnen importeren, aan te tonen dat hij als verwerkingsinrichting voor export naar de Unie is erkend overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (5). Aan de vereiste dat de aanvrager activiteiten in het verleden moet kunnen aantonen om in aanmerking te komen voor invoerrechten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 412/2008, moet kunnen worden voldaan als de aanvrager aantoont dat hij in 2011 en 2012 in Kroatië overeenkomstig de Kroatische wetgeving producten heeft geproduceerd die rundvlees bevatten.

(4)

Bij Verordening (EG) nr. 431/2008 van de Commissie van 19 mei 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van bevroren rundvlees van GN-code 0202 en producten van GN-code 0206 29 91 (6) is een jaarlijks tariefcontingent geopend voor de invoer van 53 000 ton bevroren rundvlees voor de periode die loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar. Wat de contingentperiode van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014 betreft, dient te worden verduidelijkt dat het bewijs dat de marktdeelnemers uit Kroatië moeten indienen voor de aanvraag van invoerrechten, geen betrekking mag hebben op invoer vanuit lidstaten.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Overgangsmaatregelen betreffende Verordening (EG) nr. 2535/2001

1.   In afwijking van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2535/2001 wordt voor invoer in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2014 die onder de in titel 2, hoofdstuk I, en titel 2, hoofdstuk III, afdeling 2, van die verordening bedoelde contingenten valt, erkenning verleend aan aanvragers die daartoe vóór 1 oktober 2013 een aanvraag indienen bij de bevoegde autoriteiten van Kroatië, waar zij zijn gevestigd en waar zij voor btw-doeleinden zijn geregistreerd, welke aanvraag vergezeld gaat van het bewijs dat zij zowel in 2011 als in 2012 ten minste 25 ton zuivelproducten van hoofdstuk 04 van de gecombineerde nomenclatuur vanuit Kroatië hebben uitgevoerd of in Kroatië hebben ingevoerd.

2.   Voor de toepassing van lid 1 worden transacties in het kader van de regeling actieve of passieve veredeling niet als invoer of uitvoer aangezien.

3.   In afwijking van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2535/2001 stelt de bevoegde autoriteit van Kroatië de aanvragers vóór 1 november 2013 in kennis van het resultaat van de erkenningsprocedure en, in voorkomend geval, van het erkenningsnummer. De erkenning is geldig tot en met 30 juni 2014.

4.   In afwijking van artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2535/2001 deelt de bevoegde autoriteit van Kroatië vóór 15 november 2013 overeenkomstig lid 3 van dat artikel de lijst van erkende marktdeelnemers mee aan de Commissie, die deze lijst doorgeeft aan de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten.

Alleen de marktdeelnemers die op de lijst staan vermeld, mogen van 20 tot en met 30 november 2013 certificaataanvragen voor invoer gedurende de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2014 indienen overeenkomstig de artikelen 11 tot en met 14 van Verordening (EG) nr. 2535/2001.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen betreffende Verordening (EG) nr. 412/2008

In afwijking van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 412/2008 toont de aanvrager van invoerrechten uit Kroatië, met betrekking tot het tariefcontingent voor de invoer van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014, aan dat hij als verwerkingsinrichting voor export naar de Unie is erkend overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 854/2004 en bewijst hij aan de bevoegde autoriteiten in Kroatië dat hij overeenkomstig de Kroatische wetgeving rundvlees bevattende verwerkte producten heeft geproduceerd in elk van de twee in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde referentieperioden.

Artikel 3

Overgangsmaatregelen betreffende Verordening (EG) nr. 431/2008

In afwijking van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 431/2008 tonen aanvragers van invoerrechten uit Kroatië voor de contingentperiode die aanvangt op 1 juli 2013, aan de bevoegde autoriteiten in Kroatië aan dat in de periode van 1 mei 2012 tot en met 30 april 2013 hoeveelheden rundvlees van GN-code 0201, 0202, 0206 10 95 of 0206 29 91 overeenkomstig de betrokken Kroatische douanebepalingen door henzelf of voor hun rekening zijn ingevoerd, zonder daarbij echter invoer uit de lidstaten mee te rekenen. Deze hoeveelheden gelden als de referentiehoeveelheden.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 341 van 22.12.2001, blz. 29.

(2)  PB L 125 van 9.5.2008, blz. 7.

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(4)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.

(5)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206.

(6)  PB L 130 van 20.5.2008, blz. 3.


Top