EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013R0149

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende indirecte clearingregelingen, de clearingverplichting, het openbaar register, toegang tot een handelsplatform, niet-financiële tegenpartijen, risico-inperkingstechnieken voor niet door een CTP geclearde otc-derivatencontracten Voor de EER relevante tekst

OJ L 52, 23.2.2013, p. 11–24 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 06 Volume 014 P. 26 - 39

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 03/01/2018

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2013/149/oj

23.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 52/11


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 149/2013 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2012

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende indirecte clearingregelingen, de clearingverplichting, het openbaar register, toegang tot een handelsplatform, niet-financiële tegenpartijen, risico-inperkingstechnieken voor niet door een CTP geclearde otc-derivatencontracten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (2), en met name artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 1, artikel 6, lid 4, artikel 8, lid 5, artikel 10, lid 4 en artikel 11, lid 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er moet een kader worden verschaft dat regels omvat die gelden voor de clearingverplichting, de toepassing ervan, mogelijke vrijstellingen en risico-inperkingstechnieken die moeten worden ingesteld wanneer geen clearing met een CTP kan plaatsvinden Om de samenhang tussen die bepalingen te garanderen, die op hetzelfde moment in werking moeten treden, en om de stakeholders en met name de aan de verplichtingen onderworpen personen een volledig beeld van en een efficiënte toegang tot deze bepalingen te bieden, is het wenselijk de meeste op grond van titel II van Verordening (EU) nr. 648/2012 vereiste technische reguleringsnormen in één enkele verordening op te nemen.

(2)

Gezien het mondiale karakter van de over the counter (otc) -derivatenmarkt moet deze verordening rekening houden met de betrokken internationaal aanvaarde richtsnoeren en aanbevelingen inzake hervormingen van de otc-derivatenmarkten en verplichte clearing alsmede met de desbetreffende regels die in andere jurisdicties zijn ontwikkeld. Met name houdt het kader voor de bepaling van een clearingverplichting rekening met de bindende clearingvereisten die door de Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders zijn gepubliceerd. Hierdoor zal convergentie met de aanpak in andere jurisdicties zoveel mogelijk worden ondersteund.

(3)

Om een beperkt aantal concepten die uit Verordening (EU) nr. 648/2012 voortkomen duidelijk te identificeren alsook technische termen te bepalen die noodzakelijk zijn voor het ontwikkelen van deze technische norm, moeten een aantal termen worden gedefinieerd.

(4)

Een indirecte clearingregeling mag een CTP, clearinglid, cliënt of indirecte cliënt niet aan bijkomend tegenpartijrisico blootstellen en de activa en posities van de indirecte cliënt moeten een passend niveau van bescherming genieten. Het is derhalve van essentieel belang dat elk soort indirecte clearingregeling aan minimumvoorwaarden voldoet om de veiligheid ervan te garanderen. Daartoe worden de bij indirecte clearingregelingen betrokken partijen aan specifieke verplichtingen onderworpen. Die regelingen gaan verder dan de contractuele relatie tussen de indirecte cliënten en de cliënt van een clearinglid die indirecte clearingdiensten aanbiedt.

(5)

Verordening (EU) nr. 648/2012 vereist dat een CTP als een systeem wordt aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (3). Dit houdt in dat clearingleden van CTP’s als deelnemer moeten kwalificeren in de zin van die richtlijn. Derhalve is het, om voor indirecte cliënten een equivalent niveau van bescherming te garanderen als overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt verleend, noodzakelijk te garanderen dat cliënten die indirecte clearingdiensten aanbieden kredietinstellingen, beleggingsondernemingen of equivalente kredietinstellingen of beleggingsondernemingen van derde landen zijn.

(6)

Er moeten indirecte clearingregelingen worden ingesteld om te garanderen dat bij een verzuim indirecte cliënten bescherming genieten die equivalent is aan de bescherming die directe cliënten genieten. Na het faillissement van een clearinglid dat een indirecte clearingregeling faciliteert, moeten posities van indirecte cliënten eveneens aan een alternatief clearinglid worden overgedragen zoals dat voor cliëntenposities het geval is overeenkomstig de bij de artikelen 39 en 48 van Verordening (EU) nr. 648/2012 ingestelde overdraagbaarheidsvereisten. In het kader van indirecte clearingregelingen moet eveneens passende beveiliging tegen het faillissement van een cliënt bestaan en moet uit hoofde daarvan de overdracht van indirecte cliëntenposities aan een alternatieve aanbieder van clearingdiensten mogelijk zijn.

(7)

Aangezien indirecte clearingregelingen aanleiding kunnen geven tot specifieke risico’s moeten alle partijen die betrokken zijn bij een indirecte clearingregeling, inclusief clearingleden en CTP’s, alle materiële risico’s als gevolg van de regeling stelselmatig identificeren, monitoren en beheren. In deze context is passende deling van informatie tussen cliënten die indirecte clearingdiensten aanbieden en clearingleden welke die diensten faciliteren zeer belangrijk. Clearingleden dienen door cliënten verstrekte informatie alleen voor risicobeheerdoeleinden te gebruiken en moeten het misbruik van commercieel gevoelige informatie voorkomen, inclusief middels het gebruik van doeltreffende barrières tussen verschillende afdelingen van een financiële instelling om belangenconflicten te vermijden.

(8)

Wanneer de bevoegde autoriteit aan een CTP een vergunning verleent om een klasse van otc-derivaten te clearen, is zij verplicht de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) in kennis te stellen. In deze kennisgeving moet gedetailleerde informatie worden opgenomen die de ESMA nodig heeft om haar beoordelingen uit te voeren, inclusief informatie over liquiditeit en volume van de betrokken klasse van otc-derivaten. Hoewel de informatiestroom van de bevoegde autoriteit naar de ESMA loopt, moet de CTP die de vergunning heeft aangevraagd eerst de vereiste informatie aan de bevoegde autoriteiten verstrekken, die deze vervolgens mogen aanvullen.

(9)

Hoewel, vooral als het om nieuwe producten gaat, mogelijk niet alle informatie die voor de toepassing van de clearingverplichting in de kennisgeving van de bevoegde autoriteit aan de ESMA moet worden opgenomen voorhanden is, moeten voorhanden ramingen worden verstrekt, waarbij duidelijk wordt vermeld van welke veronderstellingen is uitgegaan. De kennisgeving moet eveneens informatie over tegenpartijen bevatten, zoals het type en het aantal tegenpartijen, de stappen die vereist zijn om met een CTP te beginnen clearen, de juridische en operationele capaciteit ervan of het risicobeheerkader ervan, teneinde de ESMA in staat te stellen te beoordelen of de actieve tegenpartijen zonder verstoring van de markt aan de clearingverplichting kunnen voldoen.

(10)

De kennisgeving van de bevoegde autoriteit aan de ESMA moet informatie over de mate van standaardisatie, liquiditeit en prijsbeschikbaarheid bevatten opdat de ESMA kan beoordelen of een klasse van otc-derivaten aan de clearingverplichting is onderworpen. De criteria betreffende de standaardisatie van de contractuele voorwaarden en operationele processen van een betrokken klasse van otc-derivaten zijn een indicator van de mate van standaardisatie van de economische voorwaarden van een klasse van otc-derivaten omdat de contractuele voorwaarden en operationele processen slechts kunnen worden gestandaardiseerd wanneer die economische voorwaarden dat zijn. De afwegingen die de ESMA bij het toetsen aan de criteria betreffende liquiditeit en prijsbeschikbaarheid maakt, verschillen van de afwegingen die de bevoegde autoriteit in het kader van de vergunningaanvraag van een CTP maakt. Liquiditeit in deze context wordt vanuit een breder perspectief beoordeeld en verschilt van liquiditeit nadat de clearingverplichting geldt. Met name houdt het feit dat een contract voldoende liquide is om door een CTP te worden gecleard niet noodzakelijk in dat het aan de clearingverplichting moet worden onderworpen. Met haar beoordeling mag de ESMA het door de bevoegde autoriteit verrichte onderzoek niet repliceren of dupliceren.

(11)

De informatie die door de bevoegde autoriteit voor de toepassing van de clearingverplichting moet worden verstrekt, moet de ESMA in staat stellen de beschikbaarheid van prijsstellingsinformatie te beoordelen. In dat verband betekent het feit dat een CTP op een bepaald tijdstip toegang tot prijsstellingsinformatie heeft niet dat de marktdeelnemers er in de toekomst toegang toe hebben. Bijgevolg impliceert het feit dat een CTP toegang heeft tot de noodzakelijke prijsinformatie om de risico’s van het clearen van derivatencontracten binnen een bepaalde klasse van otc-derivaten te beheren niet automatisch dat deze klasse van otc-derivaten aan de clearingverplichting moet worden onderworpen.

(12)

De omvang van de gegevens die beschikbaar zijn in het register van de klassen van otc-derivatencontracten die aan de clearingverplichting zijn onderworpen, hangt af van de relevantie van die gegevens om elke klasse van otc-derivatencontracten te identificeren. Bijgevolg kan de omvang van de gegevens in het register voor de verschillende klassen van otc-derivaten verschillen.

(13)

Het toestaan van toegang van meerdere CTP’s tot een handelsplatform kan de toegang van deelnemers tot dat platform verbreden en derhalve de totale liquiditeit verhogen. Het is niettemin noodzakelijk in die omstandigheden het begrip liquiditeitsfragmentatie binnen een platform te bepalen ingeval dit voor de klasse van financiële instrumenten waarvoor het verzoek is gedaan de vlotte en ordelijke werking van de markten kan bedreigen.

(14)

De beoordeling van de bevoegde autoriteit van het handelsplatform waartoe een CTP om toegang heeft verzocht en van de bevoegde autoriteit van de CTP moet gebaseerd zijn op de mechanismen die voorhanden zijn om liquiditeitsfragmentatie binnen een handelsplatform te voorkomen.

(15)

Om liquiditeitsfragmentatie te voorkomen, moeten alle deelnemers aan een handelsplatform in staat zijn alle tussen hen uitgevoerde transacties te clearen. Het vereiste dat alle clearingleden van een bestaande CTP eveneens clearinglid worden van elke nieuwe CTP die dat handelsplatform bedient, zou echter niet evenredig zijn. Indien entiteiten clearinglid zijn van beide CTP’s, mogen zij de overdracht en clearing faciliteren van transacties die worden uitgevoerd door marktdeelnemers welke afzonderlijk door de twee CTP’s worden bediend, teneinde het risico van liquiditeitsfragmentatie te beperken. Niettemin is het belangrijk dat een verzoek om toegang tot een handelsplatform door een CTP niet derwijze liquiditeit fragmenterend werkt dat daardoor de risico’s verhogen waaraan de bestaande CTP blootstaat.

(16)

Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 mag in het kader van een verzoek om toegang door een CTP tot een handelsplatform niet worden vereist dat een interoperabiliteitsregeling wordt getroffen en mag deze verordening niet als enige methode om liquiditeitsfragmentatie op te lossen vereisen dat een interoperabiliteitsregeling wordt getroffen. Deze verordening mag evenwel niet uitsluiten dat CTP’s vrijwillig een dergelijke regeling treffen als de noodzakelijke voorwaarden voor het treffen ervan zijn vervuld.

(17)

Om te bepalen van welke otc-derivatencontracten objectief kan worden vastgesteld dat zij risico’s die rechtstreeks verband houden met commerciële activiteiten of met treasuryfinancieringsactiviteiten verminderen, moeten niet-financiële tegenpartijen een van de criteria waarin deze verordening voorziet, toepassen inclusief de boekhoudkundige definitie op basis van de regels van de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS). De boekhoudkundige definitie kan door tegenpartijen worden gebruikt, ook al passen zij de IFRS-regels niet toe. Voor die niet-financiële tegenpartijen welke plaatselijke boekhoudregels gebruiken, is het de verwachting dat de meeste van de contracten die overeenkomstig die plaatselijke boekhoudregels als hedging worden geclassificeerd binnen de algemene definitie vallen van contracten die risico’s verminderen welke rechtstreeks verband houden met commerciële activiteiten of treasuryfinancieringsactiviteiten waarin deze verordening voorziet.

(18)

In bepaalde omstandigheden is het misschien niet mogelijk een risico te hedgen door een direct gerelateerd derivatencontract te gebruiken, dit wil zeggen een contract met precies dezelfde onderliggende waarde en afwikkelingsdatum als het gedekte risico. In een dergelijk geval mag de niet-financiële tegenpartij middels een sterk gecorreleerd instrument indirecte hedging gebruiken om haar blootsteling te dekken, zoals een instrument met een andere onderliggende waarde die sterk vergelijkbaar economisch gedrag vertoont. Bovendien mogen bepaalde groepen niet-financiële tegenpartijen die via een afzonderlijke entiteit otc-derivatencontracten aangaan om hun risico met betrekking tot de algemene risico’s van de groep te hedgen, macro- of portefeuillehedging gebruiken. Die otc-derivatencontracten voor macro-, portefeuille of indirecte hedging kunnen hedging uitmaken voor de toepassing van deze verordening en moeten worden getoetst aan de criteria voor het bepalen van welke otc-derivatencontracten objectief kan worden vastgesteld dat zij risico’s verminderen.

(19)

Een risico kan in de loop van de tijd evolueren, en ter aanpassing aan de evolutie van het risico kan het zich voordoen dat derivatencontracten die oorspronkelijk zijn uitgevoerd om het risico in verband met commerciële activiteiten of treasuryfinancieringsactiviteiten te verminderen, moeten worden geneutraliseerd middels het gebruik van bijkomende otc-derivatencontracten. Hedging van een risico kan bijgevolg tot stand worden gebracht door een combinatie van otc-derivatencontracten inclusief neutraliserende otc-derivatencontracten waarmee die otc-derivatencontracten worden beëindigd welke geen verband meer houden met het risico van commerciële activiteiten of treasuryfinancieringsactiviteiten.

(20)

Het scala van risico’s dat rechtstreeks verband houdt met commerciële activiteiten of treasuryfinancieringsactiviteiten is zeer breed en varieert per economische sector. Risico’s in verband met commerciële activiteiten houden gewoonlijk verband met inputs in de productiefunctie van de onderneming alsook producten en diensten die zij verkoopt of verleent. Treasuryfinancieringsactiviteiten hebben gewoonlijk betrekking op het beheer van de korte en lange financiering van een entiteit, inclusief haar schuld, en de manieren waarop zij de door haar gegenereerde of aangehouden financiële middelen belegt, inclusief kasbeheer. Op activiteiten in verband met treasuryfinancieringsactiviteiten en commerciële activiteiten kunnen gemeenschappelijke risicobronnen van invloed zijn zoals vreemde valuta, grondstoffenprijzen, inflatie of kredietrisico. Aangezien otc-derivaten worden aangegaan om een bepaald risico te hedgen, moeten, bij de analyse van de risico’s die direct verband houden met commerciële of treasuryfinancieringsactiviteiten, die risico’s consistent voor beide activiteiten worden bepaald. Bovendien kan het scheiden van de twee concepten onbedoelde gevolgen hebben doordat een bepaald risico, afhankelijk van de sector waarin niet-financiële tegenpartijen opereren, in het kader van treasuryfinancieringsactiviteiten dan wel van commerciële activiteiten wordt gehedged.

(21)

Hoewel de clearingdrempels moeten worden vastgesteld rekening houdend met de systeemrelevantie van de desbetreffende risico’s, is het belangrijk in aanmerking te nemen dat de otc-derivaten die risico’s verminderen voor de clearingdrempels niet worden meegerekend en dat in verband met clearingdrempels een uitzondering mogelijk is op het beginsel dat de clearingverplichting geldt voor die otc-derivatencontracten welke geacht kunnen worden niet voor hedgingdoeleinden te zijn afgesloten. Meer bepaald moet de waarde van de clearingdrempels periodiek worden onderzocht en per klasse van otc-derivatencontracten worden vastgesteld. De klassen van otc-derivaten die voor de toepassing van de clearingdrempels zijn vastgesteld, kunnen verschillen van de klassen van otc-derivaten die voor de toepassing van de clearingverplichting zijn vastgesteld. Bij het vaststellen van de waarde van de clearingdrempels moet gepaste aandacht worden geschonken aan de noodzaak om één indicator te bepalen die de systeemrelevantie van de som van nettoposities en blootstellingen per tegenpartij en per activaklasse van otc-derivaten weergeeft. Voorts moeten de door niet-financiële tegenpartijen gebruikte clearingdrempels eenvoudig te implementeren zijn.

(22)

Bij de bepaling van de waarde van de clearingdrempels moet rekening worden gehouden met de systeemrelevantie van de som van nettoposities en blootstellingen per tegenpartij en per klasse van otc-derivaten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012. Aangenomen moet echter worden dat deze nettoposities en blootstellingen verschillen van een nettoblootstelling aan alle tegenpartijen en activaklassen. Voorts moeten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 deze nettoposities worden opgeteld om te bepalen welke gegevens in aanmerking moeten worden genomen voor de vaststelling van de clearingdrempels. Bij de vaststelling van de clearingdrempels moet de totale brutosom die het resultaat is van de opstelling van deze nettoposities in aanmerking worden genomen. Als referentie voor de vaststelling van de clearingdrempels moet de bruto notionele waarde die het resultaat is van die opstelling in aanmerking worden genomen.

(23)

Bovendien leidt de structuur van de otc-derivatenactiviteit van niet-financiële tegenpartijen gewoonlijk tot een laag niveau van saldering omdat otc-derivatencontracten in dezelfde richting worden gesloten. Bijgevolg ligt het verschil tussen de som van de nettoposities en blootstellingen per tegenpartij en per klasse van otc-derivaten zeer dicht bij de brutowaarde van contracten. Bijgevolg moet eenvoudigheidshalve de brutowaarde van otc-derivatencontracten worden gebruikt als deugdelijke indirecte maatstaf die in aanmerking moet worden genomen bij de bepaling van de clearingdrempel.

(24)

Aangezien niet-financiële tegenpartijen die de clearingdrempel niet overschrijden hun otc-derivatencontracten niet tegen marktwaarde hoeven te waarderen, zou het niet redelijk zijn deze maatstaf te gebruiken om de clearingdrempels te bepalen omdat dit op niet-financiële tegenpartijen een zware last zou leggen die niet evenredig zou zijn met het risico dat wordt aangepakt. In plaats daarvan is door het gebruik van de notionele waarde van otc-derivatencontracten een eenvoudige benadering mogelijk die ten aanzien van niet-financiële tegenpartijen niet aan externe gebeurtenissen onderhevig is.

(25)

Het overschrijden van een van de voor een klasse otc-derivaten vastgestelde waarden moet de overschrijding van de clearingdrempel voor alle klassen teweegbrengen aangezien otc-derivatencontracten die risico’s verminderen niet meegerekend worden voor de clearingdrempel, de gevolgen van overschrijding van de clearingdrempel niet alleen met de clearingverplichting, maar ook met risico-inperkingstechnieken verband houden en de aanpak voor de betrokken verplichtingen die uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012 voor niet-financiële otc-derivatencontracten gelden eenvoudig moet zijn omdat de meeste ervan niet gesofisticeerd zijn.

(26)

Voor die otc-derivatencontracten welke niet worden gecleard moeten risico-inperkingstechnieken zoals tijdige bevestiging gelden. De bevestiging van otc-derivatencontracten kan op een of meer raamovereenkomsten, raambevestigingsovereenkomsten of andere standaardvoorwaarden betrekking hebben. Zij kan de vorm aannemen van een elektronisch uitgevoerd contract of een door beide tegenpartijen ondertekend document.

(27)

Het is essentieel dat tegenpartijen de voorwaarden van hun transacties zo spoedig mogelijk na de uitvoering van de transactie bevestigen, vooral wanneer de transactie elektronisch wordt uitgevoerd of verwerkt, teneinde gemeenschappelijk inzicht in en rechtszekerheid over de voorwaarden van de transactie te garanderen. Vooral tegenpartijen die niet gestandaardiseerde of complexe otc-derivatencontracten aangaan, kunnen het nodig vinden instrumenten te implementeren om te voldoen aan het vereiste van tijdige bevestiging van hun otc-derivatencontracten. Met de tijdige bevestiging wordt er tevens op vooruit gelopen dat de betrokken marktpraktijken op dit gebied evolueren.

(28)

Om de risico’s verder in te perken, stelt reconciliëren van portefeuilles elke tegenpartij in staat een grondig onderzoek van een portefeuille van transacties als door haar tegenpartij gezien te verrichten teneinde direct alle misverstanden over kerntransactievoorwaarden te identificeren. Daartoe behoren voorwaarden betreffende de waardering van elke transactie en eventueel ook andere betrokken informatie zoals de ingangsdatum, de geplande vervaldag, alle betalings- of afwikkelingsdatums, de notionele waarde van het contract en de valuta van de transactie, het onderliggende instrument, de positie van de tegenpartijen, usances voor betalingen indien een vervaldag geen werkdag is en alle betrokken vaste of variabele prijzen van het otc-derivatencontract.

(29)

Gezien de verschillende risicoprofielen en opdat het reconciliëren van portefeuilles een evenredige risico-inperkingstechniek kan zijn, moeten, afhankelijk van de aard van de tegenpartijen, de in aanmerking te nemen frequentie van de reconciliëring en de grootte van de portefeuille verschillend zijn. Strengere vereisten moeten zowel gelden voor financiële als niet-financiële tegenpartijen die de clearingdrempel overschrijden, terwijl een lagere reconciliëringsfrequentie moet gelden voor niet-financiële tegenpartijen die de clearingdrempel niet overschrijden, ongeacht de categorie van hun tegenpartij waarvoor voor dat deel van hun portefeuille eveneens die lagere reconciliëringsfrequentie zou gelden.

(30)

Comprimeren van portefeuilles kan, afhankelijk van omstandigheden zoals omvang van de portefeuille met een tegenpartij, looptijd, doel en mate van standaardisatie van otc-derivatencontracten, eveneens een efficiënt instrument zijn voor risico-inperkingsdoeleinden. Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die een niet door een CTP geclearde portefeuille van otc-derivatencontracten boven het in deze verordening bepaald niveau hebben, moeten over operationele procedures beschikken om de mogelijkheid te analyseren comprimeren van portefeuilles te gebruiken waarmee zij hun tegenpartijkredietrisico kunnen verminderen.

(31)

Geschillenoplossing is gericht op het inperken van risico’s die voortkomen uit contracten die niet centraal worden gecleard. Wanneer tegenpartijen otc-derivatentransacties met elkaar aangaan, moeten zij een overeengekomen kader hebben om alle desbetreffende geschillen op te lossen. Het kader moet betrekking hebben op oplossingsmechanismen zoals arbitrage of marktbevraging. Het kader is erop gericht te vermijden dat onopgeloste geschillen escaleren en tegenpartijen aan bijkomende risico’s worden blootgesteld. Geschillen moeten worden geïdentificeerd, beheerd en op passende wijze openbaargemaakt.

(32)

Om te bepalen wat marktomstandigheden zijn waaronder niet tegen marktwaarde mag worden gewaardeerd, is het noodzakelijk te bepalen wat inactieve markten zijn. Een markt kan om verschillende redenen inactief zijn, onder meer wanneer er niet regelmatig zakelijke, objectieve transacties tussen onafhankelijke partijen in de zin van de standaarden voor jaarrekeningen plaatsvinden.

(33)

Deze verordening geldt voor financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen boven de clearingdrempel en houdt rekening met Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (4), die tevens vereisten vaststelt die moeten worden nageleefd wanneer modelmatig wordt gewaardeerd.

(34)

Hoewel het opzetten van het model voor de modelmatige waardering intern of extern kan plaatsvinden is, teneinde passende verantwoordingsplicht te garanderen, de goedkeuring van het model de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur of het gedelegeerd comité ervan.

(35)

Wanneer tegenpartijen na hun kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten, maar zonder het einde van de termijn waarbinnen de bevoegde autoriteiten bewaar kunnen maken af te wachten de intragroepvrijstelling kunnen aanvragen, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten tijdig passende en voldoende informatie ontvangen om te beoordelen of zij tegen het gebruik van de vrijstelling bezwaar moeten maken.

(36)

De verwachte omvang, volumes en frequentie van intragroep-otc-derivatencontracten mag worden bepaald op basis van de historische intragroeptransacties van de tegenpartijen alsook het verwachte model en de voor de toekomst verwachte activiteit.

(37)

Wanneer tegenpartijen een intragroepvrijstelling aanvragen, moeten zij informatie openbaarmaken om transparantie tegenover marktdeelnemers en potentiële crediteuren te garanderen. Dit is voor potentiële crediteuren van de tegenpartijen bijzonder belangrijk om risico’s te beoordelen. De openbaarmaking is gericht op het voorkomen van de verkeerde perceptie dat otc-derivatencontracten centraal worden gecleard of aan risico-inperkingstechnieken onderworpen zijn wanneer dat niet het geval is.

(38)

Het tijdsbestek om tijdige bevestiging tot stand te brengen, vereist inspanningen om aanpassingen door te voeren inclusief wijzigingen van de marktpraktijk en verbetering van IT-systemen. Aangezien het tempo van aanpassing om de vereisten na te leven afhankelijk van de categorie van tegenpartijen en de activaklasse van otc-derivaten kan verschillen, kan door de vaststelling van progressieve toepassingsdatums die met deze verschillen rekening houden de bevestigingstermijn voor die tegenpartijen en producten welke sneller gereed kunnen zijn, worden verlengd.

(39)

De inzake reconciliëren van portefeuilles, comprimeren van portefeuilles of geschillenoplossing vastgestelde normen vereisen dat tegenpartijen procedures, gedragslijnen, processen en documentatiewijzigingen invoeren, hetgeen tijd vereist. De inwerkingtreding van de desbetreffende vereisten moet worden uitgesteld om de tegenpartijen de tijd te verlenen om de voor nalevingsdoeleinden noodzakelijke stappen te ondernemen.

(40)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten aan de Commissie heeft voorgelegd.

(41)

In overeenstemming met artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de ESMA openbare raadplegingen over de ontwerpen van technische reguleringsnormen gehouden, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte Stakeholdergroep Effecten en Markten om advies verzocht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMEEN

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   „indirecte cliënt”: de cliënt van een cliënt van een clearinglid;

b)   „indirecte clearingregeling”: het geheel van contractuele relaties tussen de centrale tegenpartij (CTP), het clearinglid, de cliënt van een clearinglid en de indirecte cliënt op grond waarvan de cliënt van een clearinglid clearingdiensten aan een indirecte cliënt kan verlenen;

c)   „bevestiging”: de bewijsstukken van het akkoord van de tegenpartijen met alle voorwaarden van een over the counter (otc)-derivatencontract.

HOOFDSTUK II

INDIRECTE CLEARINGREGELINGEN

(Artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Artikel 2

Structuur van indirecte clearingregelingen

1.   Indien een clearinglid bereid is indirecte clearing te faciliteren, mag elke cliënt van een dergelijk clearinglid indirecte clearingdiensten aan een of meer van zijn eigen cliënten aanbieden, mits de cliënt van het clearinglid een vergunning houdende kredietinstelling, beleggingsonderneming of een equivalente kredietinstelling of beleggingsonderneming van een derde land is.

2.   De contractuele voorwaarden van een indirecte clearingregeling worden tussen de cliënt van een clearinglid en de indirecte cliënt overeengekomen na overleg met het clearinglid over aspecten die van invloed kunnen zijn op bedrijfsactiviteiten van het clearinglid. Daartoe behoren contractuele vereisten betreffende de cliënt om alle verplichtingen van de indirecte cliënt tegenover het clearinglid na te komen. Deze vereisten hebben enkel betrekking op transacties in het kader van de indirecte clearingregeling, waarvan het toepassingsgebied in de overeengekomen contracten duidelijk wordt vastgelegd.

Artikel 3

Verplichtingen van CTP’s

1.   Indirecte clearingregelingen zijn niet onderworpen aan de zakelijke praktijken van de CTP die er een belemmering voor vormen dat zij op redelijke commerciële voorwaarden worden ingesteld. Op verzoek van een clearinglid houdt de CTP afzonderlijke vastleggingen en rekeningen bij aan de hand waarvan elke cliënt in bij de CTP aangehouden rekeningen de activa en posities van de cliënt kan onderscheiden van die welke voor rekening van de indirecte cliënten van de cliënt worden aangehouden.

2.   Een CTP belast zich met het identificeren, monitoren en beheren van alle materiële risico’s van indirecte clearingregelingen die van invloed kunnen zijn op de veerkracht van de CTP.

Artikel 4

Verplichtingen van clearingleden

1.   Een clearinglid dat aanbiedt indirecte clearingdiensten te faciliteren, doet dit onder redelijke commerciële voorwaarden. Onverminderd de vertrouwelijkheid van contractuele regelingen met individuele cliënten, maakt het clearinglid de algemene voorwaarden openbaar waaronder het bereid is indirecte clearingdiensten te faciliteren. Deze voorwaarden kunnen minimale operationele vereisten voor cliënten die indirecte clearingdiensten aanbieden, omvatten.

2.   Bij het faciliteren van indirecte clearingregelingen geeft een clearinglid uitvoering aan elk van de volgende scheidingsregelingen als vermeld door de cliënt:

a)

bijhouden van afzonderlijke vastleggingen en rekeningen aan de hand waarvan elke cliënt in bij het clearinglid aangehouden rekeningen de activa en posities van de cliënt kan onderscheiden van die welke voor rekening van zijn indirecte cliënten worden aangehouden;

b)

bijhouden van afzonderlijke vastleggingen en rekeningen aan de hand waarvan elke cliënt in rekeningen bij het clearinglid de activa en posities die voor rekening van een indirecte cliënt worden aangehouden kan onderscheiden van die welke voor rekening van andere indirecte cliënten worden aangehouden.

3.   Aan het vereiste om activa en posities bij het clearinglid te onderscheiden, wordt geacht te zijn voldaan als de in artikel 39, lid 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bepaalde voorwaarden zijn vervuld.

4.   Een clearinglid stelt robuuste procedures in om het verzuim te beheren van een cliënt die indirecte clearingdiensten aanbiedt. Die procedures omvatten een geloofwaardig mechanisme voor het overdragen van posities en activa aan een alternatieve cliënt of een alternatief clearinglid, behoudens het akkoord van de betrokken indirecte cliënten. Een cliënt of een clearinglid is niet verplicht deze posities te aanvaarden tenzij hij een voorafgaande contractuele overeenkomst is aangegaan om dit te doen.

5.   Het clearinglid zorgt er eveneens voor dat zijn procedures de onverwijlde liquidatie van activa en posities van indirecte cliënten mogelijk maken en mogelijk maken dat het clearinglid alle gelden betaalt die aan indirecte cliënten verschuldigd zijn na het verzuim van de cliënt.

6.   Een clearinglid belast zich met het identificeren, monitoren en beheren van alle risico’s van het faciliteren van indirecte clearingregelingen, inclusief het gebruiken van door cliënten op grond van artikel 4, lid 3, verstrekte informatie. Het clearinglid stelt robuuste interne procedures in om te garanderen dat deze informatie niet voor commerciële doeleinden kan worden gebruikt.

Artikel 5

Verplichtingen van cliënten

1.   Een cliënt die indirecte clearingdiensten aanbiedt, houdt afzonderlijke vastleggingen en rekeningen bij aan de hand waarvan hij zijn eigen activa en posities kan onderscheiden van die welke voor rekening van zijn indirecte cliënten worden aangehouden. Hij biedt indirecte cliënten een keuze tussen de in artikel 4, lid 2, bepaalde alternatieve rekeningscheidingsopties en zorgt ervoor dat indirecte cliënten volledig worden geïnformeerd over de risico’s van elke scheidingsoptie. De door de cliënt aan indirecte cliënten verstrekte informatie omvat gegevens over regelingen inzake het overdragen van posities en rekeningen aan een alternatieve cliënt.

2.   Een cliënt die indirecte clearingdiensten aanbiedt, verzoekt het clearinglid een gescheiden rekening bij de CTP te openen. De rekening dient uitsluitend voor het aanhouden van activa en posities van zijn indirecte cliënten.

3.   Een cliënt verstrekt het clearinglid voldoende informatie om alle risico’s van het faciliteren van indirecte clearingregelingen te identificeren, te monitoren en te beheren. In geval van verzuim van de cliënt wordt alle door de cliënt met betrekking tot zijn indirecte cliënten bijgehouden informatie onmiddellijk ter beschikking gesteld van het clearinglid.

HOOFDSTUK III

KENNISGEVING AAN DE ESMA VOOR DE TOEPASSING VAN DE CLEARINGVERPLICHTING

(Artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Artikel 6

In de kennisgeving op te nemen gegevens

1.   De kennisgeving voor de toepassing van de clearingverplichting omvat de volgende informatie:

a)

de identificatie van de klasse van otc-derivatencontracten;

b)

de identificatie van de otc-derivatencontracten binnen de klasse van otc-derivatencontracten;

c)

andere informatie die in het openbaar register moet worden opgenomen overeenkomstig artikel 8;

d)

alle verdere kenmerken noodzakelijk om otc-derivatencontracten binnen de klasse van otc-derivatencontracten te onderscheiden van otc-derivatencontracten buiten die klasse;

e)

bewijs van de mate van standaardisatie van de contractuele voorwaarden en operationele processen met betrekking tot de betrokken klasse van otc-derivaten;

f)

gegevens over het volume van de klasse van otc-derivatencontracten;

g)

gegevens over de liquiditeit van de klasse van otc-derivatencontracten;

h)

bewijs van de beschikbaarheid voor de marktdeelnemers van eerlijke, betrouwbare en algemeen aanvaarde informatie over de prijsstelling voor contracten in de klasse van otc-derivatencontracten;

i)

bewijs van de impact van de clearingverplichting op de beschikbaarheid voor de marktdeelnemers van prijsstellingsinformatie.

2.   Voor het beoordelen van de datum(s) met ingang waarvan de clearingverplichting in werking treedt, met inbegrip van een eventuele gefaseerde invoering en de categorieën van tegenpartijen waarvoor de verplichting geldt, omvat de kennisgeving voor de toepassing van de clearingverplichting:

a)

gegevens die relevant zijn voor het beoordelen van het verwachte volume van de klasse van otc-derivatencontracten als deze onder de clearingverplichting komt te vallen;

b)

bewijs van het vermogen van de CTP om het verwachte volume van de klasse van otc-derivatencontracten te behandelen als deze onder de clearingverplichting komt te vallen en om het risico van de clearing van de betrokken klasse van otc-derivatencontracten te beheren, inclusief middels directe of indirecte clearingregelingen;

c)

het type en het aantal tegenpartijen dat actief is en verwacht wordt actief te zijn binnen de markt voor de klasse van otc-derivatencontracten als deze onder de clearingverplichting komt te vallen;

d)

een overzicht van de verschillende taken die moeten worden verricht om met de CTP te beginnen clearen, alsook de bepaling van de tijd vereist om elke taak te vervullen;

e)

informatie over het risicobeheer, de juridische en de operationele capaciteit van de scala van op de markt actieve tegenpartijen voor de klasse van otc-derivatencontracten als deze onder de clearingverplichting komt te vallen.

3.   De gegevens over het volume en de liquiditeit bevatten voor de klasse van otc-derivatencontracten en voor elk derivatencontract binnen de klasse de betrokken marktinformatie, inclusief historische gegevens, actuele gegevens alsmede elke wijziging die intreedt als de klasse van otc-derivatencontracten onder de clearingverplichting komt te vallen, inclusief:

a)

het aantal transacties;

b)

het totale volume;

c)

het totale aantal uitstaande contracten;

d)

de diepte van orders, inclusief het gemiddelde aantal orders en verzoeken tot aanbod;

e)

de nauwheid van de spreads;

f)

de maatstaven voor liquiditeit onder gespannen marktomstandigheden;

g)

de maatstaven voor liquiditeit voor de uitvoering van verzuimprocedures.

4.   De informatie over de mate van standaardisatie van de contractuele voorwaarden en operationele processen voor de betrokken klasse van otc-derivatencontracten waarin lid 1, punt e), voorziet, omvat, voor de klasse van otc-derivatencontracten en voor elk derivatencontract binnen de klasse, gegevens over de dagelijkse referentieprijs alsmede het aantal dagen per jaar met een als betrouwbaar beschouwde referentieprijs gedurende ten minste de voorafgaande twaalf maanden.

HOOFDSTUK IV

CRITERIA VOOR HET BEPALEN VAN DE KLASSEN VAN OTC-DERIVATENCONTRACTEN DIE AAN DE CLEARINGVERPLICHTING ONDERWORPEN ZIJN

(Artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Artikel 7

Door de ESMA te hanteren criteria

1.   Met betrekking tot de mate van standaardisatie van de contractuele voorwaarden en operationele processen van de betrokken klasse van otc-derivatencontracten neemt de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) in aanmerking:

a)

of de contractuele voorwaarden van de betrokken klasse van otc-derivatencontracten gemeenschappelijke juridische documentatie omvatten, inclusief raamsalderingsovereenkomsten, definities, standaardvoorwaarden en standaardbevestigingen waarin door tegenpartijen vaak gebruikte contractbepalingen worden aangegeven;

b)

of de operationele processen van die betrokken klasse van otc-derivatencontracten onderworpen zijn aan geautomatiseerde transactieverwerking en levenscyclusgebeurtenissen die op een gangbare wijze worden beheerd volgens een tijdschema waarover onder tegenpartijen op grote schaal overeenstemming bestaat.

2.   Met betrekking tot het volume en de liquiditeit van de betrokken klasse van otc-derivatencontracten neemt de ESMA in aanmerking:

a)

of de margins of de financiële vereisten van de CTP evenredig zijn met het risico dat de clearingverplichting tot doel heeft in te perken;

b)

de stabiliteit van de marktgrootte en de marktdiepte met betrekking tot het product in de loop van de tijd;

c)

de waarschijnlijkheid dat de marktspreiding voldoende blijft in geval van verzuim van een clearinglid;

d)

het aantal en de waarde van de transacties.

3.   Met betrekking tot de beschikbaarheid van eerlijke, betrouwbare en algemeen aanvaarde prijsstellingsinformatie in de betrokken klasse van otc-derivatencontracten neemt de ESMA in aanmerking of de informatie die nodig is om nauwkeurig de prijs van contracten binnen de betrokken klasse van otc-derivatencontracten vast te stellen op redelijke commerciële basis gemakkelijk toegankelijk is voor marktdeelnemers en of zij gemakkelijk toegankelijk blijft als de betrokken klasse van otc-derivatencontracten onder de clearingverplichting zou komen te vallen.

HOOFDSTUK V

OPENBAAR REGISTER

(Artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Artikel 8

In het register van de ESMA op te nemen gegevens

1.   Het openbaar register van de ESMA omvat voor elke klasse van aan de clearingverplichting onderworpen otc-derivatencontracten:

a)

de activaklasse van de otc-derivatencontracten;

b)

het type van otc-derivatencontracten binnen de klasse;

c)

de onderliggende waarden van de otc-derivatencontracten binnen de klasse;

d)

voor onderliggende waarden die financiële instrumenten zijn, een aanduiding of de onderliggende waarde één financieel instrument of emittent of een index of een portefeuille betreft;

e)

voor andere onderliggende waarden een aanduiding van de categorie van de onderliggende waarde;

f)

de valuta van het notionele bedrag en van de afwikkeling van de otc-derivatencontracten binnen de klasse;

g)

de bandbreedte van de looptijden van de otc-derivatencontracten binnen de klasse;

h)

de afwikkelingsvoorwaarden voor de otc-derivatencontracten binnen de klasse;

i)

de bandbreedte van de betalingsfrequenties van de otc-derivatencontracten binnen de klasse;

j)

de productidentificatiecode van de betrokken klasse van otc-derivatencontracten;

k)

enig ander kenmerk dat vereist is om in de betrokken klasse van otc-derivatencontracten het ene contract van het andere te onderscheiden.

2.   Met betrekking tot CTP’s die over een vergunning of erkenning voor de toepassing van de clearingverplichting beschikken, omvat het openbaar register van de ESMA voor elke CTP:

a)

de identificatiecode, overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie (6);

b)

de volledige naam;

c)

het land van vestiging;

d)

de overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) nr. 648/2012 aangewezen bevoegde autoriteit.

3.   Ten aanzien van de datums vanaf welke de clearingverplichting in werking treedt, met inbegrip van een eventuele gefaseerde invoering, omvat het openbaar register van de ESMA:

a)

de identificatie van de categorieën van tegenpartijen waarvoor elke infaseringsperiode geldt;

b)

enige andere voorwaarde die gesteld wordt ingevolge de uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde technische reguleringsnormen opdat de infaseringsperiode van toepassing kan zijn.

4.   Het openbaar register van de ESMA omvat de vermelding van de uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde technische reguleringsnormen overeenkomstig welke elke clearingverplichting is ingesteld.

5.   Ten aanzien van de CTP waarvan door de bevoegde autoriteit aan de ESMA kennisgeving is gedaan, omvat het openbaar register van de ESMA ten minste:

a)

de identificatie van de CTP;

b)

de activaklasse van de otc-derivatencontracten waarvan wordt kennisgegeven;

c)

het type van otc-derivatencontracten;

d)

de datum van de kennisgeving;

e)

de identificatie van de kennisgevende bevoegde autoriteit.

HOOFDSTUK VI

LIQUIDITEITSFRAGMENTATIE

(Artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Artikel 9

Bepaling van het begrip liquiditeitsfragmentatie

1.   Liquiditeitsfragmentatie wordt geacht op te treden wanneer de deelnemers aan een handelsplatform niet in staat zijn een transactie met een of meer andere deelnemers aan dat platform af te sluiten wegens het ontbreken van clearingregelingen waartoe alle deelnemers toegang hebben.

2.   Toegang door een CTP tot een handelsplatform dat reeds door een andere CTP wordt bediend, wordt niet geacht tot liquiditeitsfragmentatie binnen het handelsplatform aanleiding te geven als, zonder dat clearingleden van de CTP die het verzoek om toegang ontvangt verplicht hoeven te worden clearinglid te worden van de CTP die het verzoek om toegang doet, alle deelnemers aan het handelsplatform rechtstreeks of onrechtstreeks via een van de volgende mogelijkheden kunnen clearen:

a)

ten minste één gemeenschappelijke CTP;

b)

door CTP’s ingestelde clearingregelingen.

3.   De regelingen voor de vervulling van de voorwaarden in lid 2, onder a) of b), worden ingesteld alvorens de CTP die het verzoek om toegang doet met het aanbieden van clearingdiensten aan het betrokken handelsplatform begint.

4.   Toegang tot een gemeenschappelijke CTP als bedoeld in lid 2, onder a), mag worden ingesteld via twee of meer clearingleden, dan wel twee of meer cliënten of via indirecte clearingregelingen.

5.   In lid 2 onder punt b), bedoelde clearingregelingen mogen voorzien in de overdracht van door die marktdeelnemers uitgevoerde transacties aan clearingleden van andere CTP’s. Hoewel voor toegang door een CTP tot een handelsplatform niet mag worden vereist dat een interoperabiliteitsregeling wordt getroffen, mag van een door de betrokken CTP’s overeengekomen en door de betrokken bevoegde autoriteiten goedgekeurde interoperabiliteitsregeling gebruik worden gemaakt om aan het vereiste van toegang tot gemeenschappelijke clearingregelingen te voldoen.

HOOFDSTUK VII

NIET-FINANCIËLE TEGENPARTIJEN

Artikel 10

(Artikel 10, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Criteria om te bepalen van welke otc-derivatencontracten objectief kan worden vastgesteld dat zij risico’s verminderen

1.   Een otc-derivatencontract kan objectief geacht worden de risico’s te verminderen die rechtstreeks verband houden met commerciële activiteiten of treasuryfinancieringsactiviteiten van de niet-financiële tegenpartij of van die groep wanneer het, als zodanig of in combinatie met andere derivatencontracten, rechtstreeks of via sterk gecorreleerde instrumenten, een van de volgende criteria vervult:

a)

het dekt de risico’s die voortkomen uit de potentiële wijziging van de waarde van activa, diensten, inputs, producten, grondstoffen of passiva die de niet-financiële tegenpartij of haar eigen groep in de normale loop van haar bedrijfsuitoefening in eigendom heeft, produceert, vervaardigt, verwerkt, aanbiedt, aankoopt, verhandelt, least, verkoopt of oploopt of redelijkerwijs verwacht in eigendom te zullen hebben, te zullen produceren, te zullen vervaardigen, te zullen verwerken, te zullen aanbieden, te zullen aankopen, te zullen verhandelen, te zullen leasen, te zullen verkopen of te zullen oplopen;

b)

het dekt de risico’s die voortkomen uit de potentiële indirecte impact op de waarde van activa, diensten, inputs, producten, grondstoffen of passiva als bedoeld in punt a), als gevolg van schommeling van rentevoeten, inflatiepercentages, wisselkoersen of kredietrisico;

c)

het kwalificeert als een hedgingcontract ingevolge internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) die overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (7) zijn goedgekeurd.

Artikel 11

(Artikel 10, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Clearingdrempels

De clearingdrempelwaarden voor de toepassing van de clearingverplichting zijn:

a)

1 miljard EUR in bruto notionele waarde voor otc-kredietderivatencontracten;

b)

1 miljard EUR in bruto notionele waarde voor otc-aandelenderivatencontracten;

c)

3 miljard EUR in bruto notionele waarde voor otc-rentederivatencontracten;

d)

3 miljard EUR in bruto notionele waarde voor otc-valutaderivatencontracten;

e)

3 miljard EUR in bruto notionele waarde voor otc-grondstoffenderivatencontracten en andere otc-derivatencontracten waarin onder de punten a) tot en met d) niet is voorzien.

HOOFDSTUK VIII

RISICO-INPERKINGSTECHNIEKEN VOOR NIET DOOR EEN CTP GECLEARDE OTC-DERIVATENCONTRACTEN

Artikel 12

(Artikel 11, lid 14, onder a), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Tijdige bevestiging

1.   Een otc-derivatencontract dat wordt afgesloten tussen financiële tegenpartijen of niet-financiële tegenpartijen als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en dat niet door een CTP wordt gecleard, wordt, indien mogelijk op elektronische wijze, zo spoedig mogelijk bevestigd:

a)

ten aanzien van tot en met 28 februari 2014 afgesloten credit default swaps en renteswaps, tegen het einde van de tweede werkdag volgend op de datum van uitvoering van het otc-derivatencontract;

b)

ten aanzien van na 28 februari 2014 afgesloten credit default swaps en renteswaps, tegen het einde van de werkdag volgend op de datum van uitvoering van het otc-derivatencontract;

c)

ten aanzien van tot en met 31 augustus 2013 afgesloten aandelenswaps, valutaswaps, grondstoffenswaps en alle andere derivaten waarin punt a) niet voorziet, tegen het einde van de derde werkdag volgend op de datum van uitvoering van het derivatencontract;

d)

ten aanzien van na 31 augustus 2013 tot en met 31 augustus 2014 afgesloten aandelenswaps, valutaswaps, grondstoffenswaps en alle andere derivaten waarin punt a) niet voorziet, tegen het einde van de tweede werkdag volgend op de datum van uitvoering van het derivatencontract;

e)

ten aanzien van na 31 augustus 2014 afgesloten aandelenswaps, valutaswaps, grondstoffenswaps en alle andere derivaten waarin punt a) niet voorziet, tegen het einde van de werkdag volgend op de datum van uitvoering van het derivatencontract.

2.   Een otc-derivatencontract dat wordt afgesloten met een niet-financiële tegenpartij welke niet bedoeld wordt in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt, indien mogelijk op elektronische wijze, zo spoedig mogelijk bevestigd:

a)

ten aanzien van tot en met 31 augustus 2013 afgesloten credit default swaps en renteswaps, tegen het einde van de vijfde werkdag volgend op de datum van uitvoering van het otc-derivatencontract;

b)

ten aanzien van na 31 augustus 2013 tot en met 31 augustus 2014 afgesloten credit default swaps en renteswaps, tegen het einde van de derde werkdag volgend op de datum van uitvoering van het otc-derivatencontract;

c)

ten aanzien van na 31 augustus 2014 afgesloten credit default swaps en renteswaps, tegen het einde van de tweede werkdag volgend op de datum van uitvoering van het otc-derivatencontract;

d)

ten aanzien van tot en met 31 augustus 2013 afgesloten aandelenswaps, valutaswaps, grondstoffenswaps en alle andere derivaten waarin punt a) niet voorziet, tegen het einde van de zevende werkdag volgend op de datum van uitvoering van het derivatencontract;

e)

ten aanzien van na 31 augustus 2013 tot en met 31 augustus 2014 afgesloten aandelenswaps, valutaswaps, grondstoffenswaps en alle andere derivaten waarin punt a) niet voorziet, tegen het einde van de vierde werkdag volgend op de datum van uitvoering van het derivatencontract;

f)

ten aanzien van na 31 augustus 2014 afgesloten aandelenswaps, valutaswaps, grondstoffenswaps en alle andere derivaten waarin punt a) niet voorziet, tegen het einde van de tweede werkdag volgend op de datum van uitvoering.

3.   Indien een in de leden 1 of 2 bedoelde transactie na 16.00 uur lokale tijd of met een tegenpartij die zich in andere tijdzone bevindt, wordt afgesloten, waardoor bevestiging binnen de vastgestelde termijn niet mogelijk is, vindt de bevestiging zo spoedig mogelijk plaats en uiterlijk één werkdag na de, afhankelijk van het geval, in lid 1 of lid 2 vastgestelde termijn.

4.   Financiële tegenpartijen hebben de noodzakelijke procedure om maandelijks aan de overeenkomstig artikel 48 van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) aangewezen autoriteit verslag uit te brengen over het aantal in de leden 1 en 2 bedoelde niet-bevestigde otc-derivatentransacties die meer dan vijf werkdagen uitstaan.

Artikel 13

(Artikel 11, lid 14, onder a), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Reconciliëren van portefeuilles

1.   Financiële en niet-financiële tegenpartijen bij een otc-derivatencontract komen schriftelijk of op andere equivalente elektronische wijze met elk van hun tegenpartijen overeen onder welke regelingen portefeuilles zullen worden aangesloten. Dat akkoord wordt bereikt alvorens het otc-derivatencontract aan te gaan.

2.   Reconciliëren van portefeuilles gebeurt door tegenpartijen bij otc-derivatencontracten met elkaar of door een gekwalificeerde derde die door een tegenpartij naar behoren daartoe gemachtigd is. Het reconciliëren van portefeuilles heeft betrekking op de kerntransactievoorwaarden aan de hand waarvan elk afzonderlijk derivatencontract kan worden geïdentificeerd en omvat ten minste de overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 aan elk contract toegekende waardering.

3.   Om in een vroeg stadium enige discrepantie in een materiële voorwaarde van het otc-derivatencontract, inclusief de waardering ervan, te identificeren, wordt het reconciliëren van portefeuilles uitgevoerd:

a)

ten aanzien van een in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde financiële tegenpartij of een niet-financiële tegenpartij:

i)

elke werkdag waarop tegenpartijen 500 of meer otc-derivatencontracten op elkaar hebben uitstaan;

ii)

eenmaal per week wanneer tegenpartijen op enig tijdstip gedurende de week 51 tot 499 otc-derivatencontracten op elkaar hebben uitstaan;

iii)

eenmaal per kwartaal wanneer tegenpartijen op enig tijdstip gedurende het kwartaal 50 of minder otc-derivatencontracten op elkaar hebben uitstaan;

b)

ten aanzien van een niet in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde niet-financiële tegenpartij:

i)

eenmaal per kwartaal wanneer tegenpartijen op enig tijdstip gedurende het kwartaal meer dan 100 otc-derivatencontracten op elkaar hebben uitstaan;

ii)

eenmaal per jaar wanneer tegenpartijen 100 of minder otc-derivatencontracten op elkaar hebben uitstaan.

Artikel 14

(Artikel 11, lid 14, onder a), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Comprimeren van portefeuilles

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die op een tegenpartij 500 of meer otc-derivatencontracten hebben uitstaan welke niet centraal worden gecleard, beschikken over operationele procedures om regelmatig, en ten minste tweemaal per jaar, de mogelijkheid te analyseren om een oefening op het gebied van comprimeren van portefeuilles te houden teneinde hun tegenpartijkredietrisico te verminderen en gaan tot zulk een oefening op het gebied van comprimeren van portefeuilles over.

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen zorgen ervoor dat zij in staat zijn aan de betrokken autoriteit een redelijke en geldige verklaring te verstrekken voor de conclusie dat een oefening op het gebied van comprimeren van portefeuilles niet passend is.

Artikel 15

(Artikel 11, lid 14, onder a), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Geschillenoplossing

1.   Wanneer financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen otc-derivatencontracten met elkaar afsluiten, zijn zij gedetailleerde procedures en processen overeengekomen met betrekking tot:

a)

de identificatie, registratie en monitoring van geschillen betreffende de erkenning of de waardering van het contract en de uitwisseling van zekerheid tussen tegenpartijen. In het kader van die procedures worden ten minste de duur van het onopgeloste geschil, de tegenpartij en het betwiste bedrag geregistreerd;

b)

de tijdige oplossing van geschillen, met een specifiek proces voor die geschillen welke niet binnen vijf werkdagen opgelost zijn.

2.   Financiële tegenpartijen rapporteren aan de overeenkomstig artikel 48 van Richtlijn 2004/39/EG aangewezen autoriteit alle geschillen tussen tegenpartijen met betrekking tot een otc-derivatencontract, de waardering ervan of de uitwisseling van zekerheid voor een bedrag of een waarde hoger dan 15 miljoen EUR die ten minste 15 werkdagen onopgelost zijn.

Artikel 16

(Artikel 11, lid 14, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Marktomstandigheden die waardering tegen marktwaarde beletten

1.   Markomstandigheden die waardering tegen marktwaarde van een otc-derivatencontract beletten worden geacht in beide volgende situaties op te treden:

a)

wanneer de markt inactief is;

b)

wanneer de bandbreedte van redelijke schattingen van de reële waarde significant is en de waarschijnlijkheid van de verschillende schattingen redelijkerwijs niet kan worden ingeschat.

2.   Een markt voor een otc-derivatencontract geldt als inactief wanneer er niet op eenvoudige wijze en regelmatig prijsnoteringen beschikbaar zijn en deze prijzen geen werkelijke en regelmatig optredende markttransacties tussen onafhankelijke partijen vertegenwoordigen.

Artikel 17

(Artikel 11, lid 14, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Criteria voor modelmatige waardering

Voor modelmatige waardering beschikken financiële en niet-financiële tegenpartijen over een model dat:

a)

alle factoren omvat die tegenpartijen in aanmerking zouden nemen bij de vaststelling van een prijs, inclusief gebruik van zoveel mogelijk aan waardering tegen marktwaarde ontleende informatie;

b)

consistent is met aanvaarde economische methoden voor het waarderen van financiële instrumenten;

c)

wordt aangepast en getoetst op zijn werking aan de hand van prijzen uit alle waarneembare actuele markttransacties in hetzelfde financieel instrument of op basis van alle beschikbare waarneembare marktgegevens;

d)

door een andere afdeling dan de afdeling die het risico neemt, wordt gevalideerd en gemonitord;

e)

behoorlijk gedocumenteerd is en, volgend op enige materiële wijziging, door de raad van bestuur zo vaak als noodzakelijk en ten minste jaarlijks wordt goedgekeurd. Deze goedkeuring mag aan een comité worden gedelegeerd.

Artikel 18

(Artikel 11, lid 14, onder c), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Gegevens inzake de kennisgeving van de intragroeptransactie aan de bevoegde autoriteit

1.   De aanvraag bij of de kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van de gegevens van de intragroeptransactie vindt schriftelijk plaats en bevat:

a)

gegevens over de juridische tegenpartijen bij de transacties inclusief de betrokken identificatiecodes overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012;

b)

gegevens betreffende de bedrijfsmatige relatie tussen de tegenpartijen;

c)

gegevens betreffende de ondersteunende contractuele relaties tussen de partijen;

d)

gegevens betreffende de categorie van intragroeptransactie als bepaald in artikel 3, lid 1 en lid 2, onder a) tot en met d), van Verordening (EU) nr. 648/2012;

e)

gegevens betreffende de transacties waarvoor de tegenpartij vrijstelling vraagt, inclusief:

i)

de activaklasse van de otc-derivatencontracten;

ii)

het type van otc-derivatencontracten;

iii)

het type van onderliggende waarden;

iv)

de valuta van het notionele bedrag en de afwikkeling;

v)

de bandbreedte van de overeengekomen duur van de contracten;

vi)

het type van afwikkeling;

vii)

de verwachte omvang, volumes en frequentie van otc-derivatencontracten per jaar.

2.   In het kader van haar aanvraag bij of kennisgeving aan de betrokken bevoegde autoriteit legt een tegenpartij eveneens stukken voor die aantonen dat de voorwaarden van artikel 11, leden 6 tot en met 10, van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vervuld. De bewijsstukken omvatten kopieën van gedocumenteerde risicobeheerprocedures, historische transactie-informatie, kopieën van de betrokken contracten tussen de partijen, en mogen op verzoek van de bevoegde autoriteit een juridisch advies omvatten.

Artikel 19

(Artikel 11, lid 14, onder d), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Gegevens inzake de kennisgeving van de intragroeptransactie aan de ESMA

1.   De kennisgeving door een bevoegde autoriteit van de gegevens van de intragroeptransactie wordt schriftelijk aan de ESMA gedaan:

a)

binnen één maand na de ontvangst van de kennisgeving ten aanzien van een kennisgeving op grond van artikel 11, lid 7, of artikel 11, lid 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012;

b)

binnen één maand na het aan de tegenpartij voorgelegde besluit ten aanzien van een besluit van de bevoegde autoriteit op grond van artikel 11, leden 6, 8 of 10, van Verordening (EU) nr. 648/2012.

2.   De kennisgeving aan de ESMA bevat:

a)

de in artikel 18 bedoelde informatie;

b)

vermelding of het besluit positief dan wel negatief is;

c)

ingeval van een positief besluit:

i)

een samenvatting van de reden om aan te nemen dat de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 11, leden 6, 7, 8, 9 of 10, van Verordening (EU) nr. 648/2012, als van toepassing, zijn vervuld;

ii)

vermelding of het om een volledige dan wel een gedeeltelijke vrijstelling gaat ten aanzien van een kennisgeving betreffende artikel 11, leden 6, 8 of 10 van Verordening (EU) nr. 648/2012;

d)

ingeval van een negatief besluit:

i)

de identificatie van de voorwaarden van artikel 11, leden 6, 7, 8, 9 of 10, van Verordening (EU) nr. 648/2012, als van toepassing, die niet zijn vervuld;

ii)

een samenvatting van de reden om aan te nemen dat die voorwaarden niet zijn vervuld.

Artikel 20

(Artikel 11, lid 14, onder d), van Verordening (EU) nr. 648/2012)

Informatie over de openbaar te maken intragroepvrijstelling

De informatie over een openbaar te maken intragroepvrijstelling omvat:

a)

gegevens over de juridische tegenpartijen bij de transacties inclusief de betrokken identificatiecodes overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012;

b)

gegevens betreffende de relatie tussen de tegenpartijen;

c)

vermelding of het om een volledige dan wel een gedeeltelijke vrijstelling gaat;

d)

vermelding van het notionele totaalbedrag van de otc-derivatencontracten waarvoor de intragroepvrijstelling geldt.

Artikel 21

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De artikelen 13, 14 en 15 zijn van toepassing zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(3)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.

(4)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 201.

(5)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(6)  PB L 352 van 21.12.2012, blz. 20.

(7)  PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(8)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.


Top