EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011D0328

2011/328/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 1 juni 2011 betreffende de niet-opneming van flurprimidol in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 3733) Voor de EER relevante tekst

OJ L 153, 11.6.2011, p. 192–193 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 047 P. 183 - 184

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2011/328/oj

11.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 153/192


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2011

betreffende de niet-opneming van flurprimidol in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 3733)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/328/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 (2) en (EG) nr. 1490/2002 (3) van de Commissie zijn de bepalingen voor de uitvoering van de tweede en derde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgesteld en is een lijst opgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht met het oog op hun opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Flurprimidol is in die lijst opgenomen.

(2)

Overeenkomstig artikel 11 septies van Verordening (EG) nr. 1490/2002 en artikel 12, lid 1, onder a), en artikel 12, lid 2, onder b), van die verordening werd Beschikking 2009/28/EG van de Commissie van 13 januari 2009 betreffende de niet-opneming van flurprimidol in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten (4) vastgesteld.

(3)

De oorspronkelijke kennisgever („de aanvrager”) heeft overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG een nieuwe aanvraag ingediend om toepassing van de versnelde procedure zoals vastgesteld in de artikelen 14 tot en met 19 van Verordening (EG) nr. 33/2008 van de Commissie van 17 januari 2008 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de uitvoering van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad met betrekking tot een normale en een versnelde procedure voor de beoordeling van werkzame stoffen die deel uitmaakten van het in artikel 8, lid 2, van die richtlijn bedoelde werkprogramma, maar niet in bijlage I ervan zijn opgenomen (5).

(4)

De aanvraag is ingediend bij Finland, dat bij Verordening (EG) nr. 1490/2002 was aangewezen als lidstaat die als rapporteur optreedt. De termijn voor de versnelde procedure is nageleefd. De specificatie van de werkzame stof en de ondersteunde toepassingen zijn dezelfde als voor Beschikking 2009/28/EG. Die aanvraag voldoet ook aan de overige materiële en procedurele voorschriften van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 33/2008.

(5)

Finland heeft de door de aanvrager ingediende aanvullende gegevens onderzocht en een aanvullend verslag opgesteld. Het heeft dat verslag op 10 maart 2010 aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie toegezonden. De EFSA heeft het aanvullende verslag aan de overige lidstaten en aan de aanvrager voor commentaar meegedeeld en de ontvangen opmerkingen naar de Commissie doorgestuurd. Overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 33/2008 en op verzoek van de Commissie heeft de EFSA haar conclusie over flurprimidol op 16 december 2010 aan de Commissie overgelegd (6). Het ontwerpevaluatieverslag, het aanvullende verslag en de conclusie van de EFSA zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 5 mei 2011 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor flurprimidol.

(6)

Het aanvullende verslag van de als rapporteur optredende lidstaat en de conclusie van de EFSA hebben betrekking op de problemen die tot de niet-opneming leiden. Die problemen betreffen het risico voor de toedieners en werknemers in alle geëvalueerde scenario’s en onder alle gebruiksvoorwaarden, omdat de blootstelling groter was dan 100 % van het aanvaardbaar niveau van blootstelling van de toediener (AOEL), en het gebrek aan gegevens over het onzuiverheidsprofiel van de in toxicologische studies gebruikte partijen.

(7)

Door de aanvrager werd aanvullende informatie verstrekt, met name wat betreft nieuwe berekeningen betreffende de ricicobeoordeling van de blootstelling van toedieners en werknemers. Voorts heeft de aanvrager om het risico voor het milieu te verminderen zijn ondersteuning beperkt tot toepassingen voor hoogwaardige technologische kasproductiesystemen met waterbeheerssystemen voor irrigatie-/overtollig water die garanderen dat er geen verontreinigd water in het milieu vrijkomt.

(8)

De door de aanvrager verstrekte aanvullende informatie kon evenwel niet alle specifieke problemen met betrekking tot flurprimidol wegnemen.

(9)

Met name overschrijdt de geschatte blootstelling van de werknemers - volgens de beschikbare informatie en berekend aan de hand van de door de aanvrager ondersteunde toepassingen - nog steeds het AOEL, ongeacht het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. De gezamenlijke milieugegevens waren niet voldoende om een milieurisicobeoordeling uit te voeren voor realistische scenario’s en gebruiksvoorwaarden. De beschreven toepassingen in broeikassen, waarvoor blootstelling aanvaardbaar zou zijn, komen niet overeen met de gangbare praktijk in broeikassen en kunnen daarom niet als representatief worden beschouwd.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen over de conclusie van de EFSA in te dienen. Bovendien heeft de Commissie de aanvrager overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 33/2008 verzocht zijn opmerkingen over het ontwerpevaluatieverslag in te dienen. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(11)

Ondanks de door de aanvrager aangevoerde argumenten blijven de hierboven vermelde problemen echter bestaan en de evaluaties op basis van de verstrekte en tijdens de vergaderingen van deskundigen van de EFSA beoordeelde gegevens hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die flurprimidol bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden in het algemeen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen.

(12)

Flurprimidol mag daarom niet in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen.

(13)

Beschikking 2009/28/EG moet worden ingetrokken.

(14)

Dit besluit laat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG en hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 33/2008 de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag voor flurprimidol in te dienen onverlet.

(15)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Flurprimidol wordt niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen.

Artikel 2

Beschikking 2009/28/EG wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(2)  PB L 55 van 29.2.2000, blz. 25.

(3)  PB L 224 van 21.8.2002, blz. 23.

(4)  PB L 10 van 15.1.2009, blz. 25.

(5)  PB L 15 van 18.1.2008, blz. 5.

(6)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid: Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance fluometuron. EFSA Journal 2011; 9(1):1962. [60 blz.] doi:10.2903/j.efsa.2011.1962. Online te vinden op: www.efsa.europa.eu/efsajournal.htm.


Top