EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010D0024

2011/10/EU: Besluit van de Europese Centrale Bank van 25 november 2010 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (herschikking) (ECB/2010/24)

PB L 6 van 11.1.2011, p. 35–36 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (HR)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 30/12/2014; opgeheven door 32014D0057(01)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/10(1)/oj

11.1.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/35


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 25 november 2010

inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten

(herschikking)

(ECB/2010/24)

(2011/10/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”), inzonderheid artikel 33,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit ECB/2005/11 van 17 november 2005 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (1) dient aanzienlijk te worden gewijzigd om de verdeling in aanmerking te nemen van de inkomsten van de Europese Centrale Bank (ECB) uit waardepapieren die zijn aangekocht overeenkomstig Besluit ECB/2010/5 van 14 mei 2010 houdende vaststelling van een programma voor de effectenmarkten (2). Duidelijkheidshalve dient een herschikking plaats te vinden.

(2)

Besluit ECB/2010/29 van 13 december 2010 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten (3) stelt de toedeling van in omloop zijnde eurobankbiljetten aan de NCB’s vast naar rato van hun gestorte aandeel in het kapitaal van de ECB. Artikel 4 van Besluit ECB/2010/29 en de bijlage bij dat besluit deelt 8 % van de totale waarde van in omloop zijnde eurobankbiljetten toe aan de ECB. Binnen het Eurosysteem houdt de ECB vorderingen ter waarde van de door haar uitgegeven eurobankbiljetten op de NCB’s naar rato van hun aandeel in de verdeelsleutel voor het geplaatste kapitaal.

(3)

Krachtens artikel 2, lid 2 van Besluit ECB/2010/23 van 25 november 2010 inzake de toedeling van monetaire inkomsten van de nationale centrale banken van lidstaten die de euro als munt hebben (4), wordt op de tegoeden binnen het Eurosysteem betreffende eurobankbiljetten in omloop een rente vergoed tegen de referentierente. Krachtens artikel 2, lid 3 van Besluit ECB/2010/23 wordt deze vergoeding verrekend door middel van betalingen via TARGET2.

(4)

Overweging 7 van Besluit ECB/2010/23 stelt dat de inkomsten die de ECB in verband met haar aandeel in eurobankbiljetten in omloop verkrijgt uit de vergoeding op haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB’s, in beginsel in hetzelfde boekjaar waarin de inkomsten worden verkregen, overeenkomstig de besluiten van de Raad van bestuur aan de NCB’s dienen te worden uitgedeeld naar rato van hun aandeel in de verdeelsleutel voor het geplaatste kapitaal.

(5)

Op dezelfde manier dienen de inkomsten van de ECB uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (PEM), in beginsel in hetzelfde boekjaar waarin de inkomsten worden verkregen, aan de NCB’s te worden uitgedeeld naar rato van hun aandeel in de verdeelsleutel voor het geplaatste kapitaal.

(6)

Bij het verdelen van de inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten in omloop en de inkomsten van de ECB uit PEM-waardepapieren, dient de ECB een raming van haar financieel resultaat voor het betreffende jaar in aanmerking te nemen, rekening houdende met de noodzaak middelen toe te delen aan een voorziening voor wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s, en tevens rekening houdende met de beschikbaarheid van voorzieningen die kunnen worden aangewend ter verrekening van verwachte onkosten.

(7)

Bij het bepalen van het bedrag van de nettowinst van de ECB dat op grond van artikel 33.1 van de ESCB-statuten moet worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, dient de Raad van bestuur te overwegen dat het gedeelte van de winst dat gelijk is aan de inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en aan de inkomsten uit PEM-waardepapieren, volledig onder de NCB’s dient te worden verdeeld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a)   „NCB”: de nationale centrale bank van een lidstaat die de euro als munt heeft;

b)   „tegoeden binnen het Eurosysteem betreffende eurobankbiljetten in omloop”: de vorderingen en verplichtingen tussen een NCB en de ECB en tussen een NCB en de andere NCB’s die voortvloeien uit de toepassing van artikel 4 van ECB/2010/29;

c)   „inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten”: de inkomsten die de ECB in verband met haar aandeel in in omloop zijnde eurobankbiljetten verkrijgt uit de rentevergoeding op haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB’s als gevolg van de toepassing van artikel 2 van Besluit ECB/2010/23;

d)   „inkomsten van de ECB uit PEM-waardepapieren”: de netto-inkomsten uit door de ECB uit hoofde van het PEM overeenkomstig Besluit ECB/2010/5 aangekochte waardepapieren.

Artikel 2

Tussentijdse verdeling van de inkomsten van de ECB uit bankbiljetten in omloop en de inkomsten van de ECB uit PEM-waardepapieren

1.   De inkomsten van de ECB uit bankbiljetten in omloop en de inkomsten van de ECB uit PEM-waardepapieren zijn volledig verschuldigd aan de NCB’s in hetzelfde boekjaar waarin ze worden verkregen, en worden uitgedeeld aan de NCB’s naar rato van hun gestorte aandeel in het geplaatste kapitaal van de ECB.

2.   Op de tweede werkdag van het jaar volgende op het boekjaar waarin de inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten werden verkregen, verdeelt de ECB die inkomsten onder de NCB’s.

3.   Op de laatste werkdag in januari van het jaar volgende op het boekjaar waarin de inkomsten uit PEM-waardepapieren werden verkregen, verdeelt de ECB die inkomsten onder de NCB’s.

4.   Overeenkomstig een besluit van de Raad van bestuur op basis van de ESCB-statuten kunnen de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten worden verminderd met door de ECB in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten gemaakte kosten.

Artikel 3

Afwijking van artikel 2

In afwijking van artikel 2:

1.

Besluit de Raad van bestuur voor het einde van het boekjaar of de inkomsten van de ECB uit PEM-waardepapieren en, indien nodig, de inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten in omloop geheel of gedeeltelijk dienen te worden ingehouden voor zover dat nodig is om te verzekeren dat de verdeelde inkomsten de nettowinst van de ECB voor dat jaar niet overschrijden. Een dergelijk besluit wordt genomen indien de Raad van bestuur, op basis van een door de directie opgestelde met redenen omklede raming, verwacht dat de ECB over het gehele jaar genomen verlies zal lijden of een netto jaarwinst zal behalen die lager is dan haar geraamde inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en haar geraamde inkomsten uit PEM-waardepapieren.

2.

Kan de Raad van bestuur voor het einde van het boekjaar besluiten zowel de inkomsten van de ECB uit PEM-waardepapieren alsook, indien nodig, de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten geheel of gedeeltelijk over te dragen naar een voorziening voor wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s.

Artikel 4

Intrekking

Besluit ECB/2005/11 wordt hierbij ingetrokken. Verwijzingen naar het ingetrokken besluit gelden als verwijzingen naar dit besluit.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 31 december 2010.

Gedaan te Frankfurt am Main, 25 november 2010.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 311 van 26.11.2005, blz. 41.

(2)  PB L 124 van 20.5.2010, blz. 8.

(3)  Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad.

(4)  Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad.


Top