EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010D0573

Besluit 2010/573/GBVB van de Raad van 27 september 2010 inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië

OJ L 253, 28.9.2010, p. 54–57 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 18 Volume 006 P. 160 - 163

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 30/10/2021

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/573/oj

28.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 253/54


BESLUIT 2010/573/GBVB VAN DE RAAD

van 27 september 2010

inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 29,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 25 februari 2008 Gemeenschappelijk Standpunt 2008/160/GBVB inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië in de Republiek Moldavië (1) vastgesteld. Bij Besluit 2010/105/GBVB van de Raad (2) zijn deze beperkende maatregelen verlengd tot en met 27 februari 2011 maar werd de toepassing ervan opgeschort tot en met 30 september 2010.

(2)

Na een nieuwe evaluatie van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/160/GBVB wordt het wenselijk geacht de toepassing van de beperkende maatregelen tot en met 30 september 2011 te verlengen.

(3)

Om de partijen echter te stimuleren vooruitgang te boeken bij het vinden van een politieke oplossing voor het Transnistrische conflict — het uit de weg ruimen van de resterende problemen in verband met de scholen waar het Latijnse schrift wordt gebruikt, en het herstel van het vrij verkeer van personen —, is het wenselijk om de beperkende maatregelen op te schorten tot en met 31 maart 2011. Aan het eind van die periode zal de Raad de beperkende maatregelen opnieuw bezien in het licht van de ontwikkelingen, met name op de hierboven vermelde gebieden. De Raad kan te allen tijde besluiten de reisbeperkingen opnieuw toe te passen of in te trekken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:

i)

de in bijlage I vermelde personen, die vooruitgang bij het zoeken naar een politieke oplossing voor het Transnistrische conflict in de Republiek Moldavië onmogelijk maken;

ii)

de in bijlage II vermelde personen, die verantwoordelijk zijn voor het bedenken en uitvoeren van de intimidatie- en sluitingscampagne tegen Moldavische scholen in de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië die het Latijnse schrift gebruiken.

2.   Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.

3.   Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin de lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, met name:

i)

als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

ii)

als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;

iii)

krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent;

of

iv)

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929, dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

4.   Lid 3 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

5.   De Raad wordt naar behoren geïnformeerd over alle gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een ontheffing verleent.

6.   De lidstaten kunnen ontheffingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om vergaderingen van intergouvernementele instanties, met inbegrip van door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, bij te wonen waar een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in de Republiek Moldavië rechtstreeks worden bevorderd.

7.   Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde ontheffingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing, schriftelijk bezwaar maken. Indien één of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.

8.   In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 6 en 7, machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlagen I en II vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor ze is verleend, en alleen voor de daarbij betrokken personen.

Artikel 2

De Raad stelt op basis van een voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger voor buitenlands en veiligheidsbeleid de wijzigingen van de lijsten in bijlage I en bijlage II vast die op grond van de politieke ontwikkelingen in de Republiek Moldavië nodig zijn.

Artikel 3

Besluit 2010/105/GBVB wordt ingetrokken.

Artikel 4

1.   Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

2.   Dit besluit is van toepassing tot en met 30 september 2011. Het wordt voortdurend getoetst. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad oordeelt dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.

3.   De in dit besluit vervatte beperkende maatregelen worden opgeschort tot en met 31 maart 2011. Aan het slot van die termijn beziet de Raad de beperkende maatregelen opnieuw.

Gedaan te Brussel, 27 september 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

K. PEETERS


(1)  PB L 51 van 26.2.2008, blz. 23.

(2)  PB L 46 van 23.2.2010, blz. 3.


BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 1, lid 1, onder i), bedoelde personen

1.

SMIRNOV, Igor Nikolajevitsj, „president”, geboren op 23 oktober 1941 in Chabarovsk, Russische Federatie, Russisch paspoort nr. 50No0337530.

2.

SMIRNOV, Vladimir Igorjevitsj, zoon van nr. 1, „voorzitter van het Staatscomité voor douanezaken”, geboren op 3 april 1961 in Koepiansk, oblast Charkov, of Novaja Kachovka, oblast Cherson, Oekraïne, Russisch paspoort nr. 50No00337016.

3.

SMIRNOV, Oleg Igorjevitsj, zoon van nr. 1, „adviseur van het Staatscomité voor douanezaken”, „lid van de Opperste Sovjet”, geboren op 8 augustus 1967 in Novaja Kachovka, oblast Cherson, Oekraïne, Russisch paspoort nr. 60No1907537.

4.

LITSKAJ, Valerij Anatoljevitsj, voormalig „minister van Buitenlandse Zaken”, geboren op 13 februari 1949 in Tver, Russische Federatie, Russisch paspoort nr. 51No0076099, afgegeven op 9 augustus 2000.

5.

CHAZJEJEV, Stanislav Galimovitsj, „minister van Defensie”, geboren op 28 december 1941 in Tsjeljabinsk, Russische Federatie.

6.

ANTYOEFEJEV, Vladimir Joerjevitsj, alias SJEVTSOV, Vadim, „minister van Staatsveiligheid”, geboren in 1951 in Novosibirsk, Russische Federatie, Russisch paspoort.

7.

KOROLJOV, Aleksandr Ivanovitsj, „vice-president”, geboren op 24 oktober 1958 in Wroclaw, Polen, Russisch paspoort.

8.

BALALA, Viktor Aleksejevitsj, voormalig „minister van Justitie”, geboren in 1961 in Vinnitsa, Oekraïne.

9.

GOEDYMO, Oleg Andrejevitsj, „lid van de Opperste Sovjet”, „voorzitter van het Comité voor veiligheid, defensie en vredeshandhaving van de Opperste Sovjet”, voormalige „onderminister van Veiligheid”, geboren op 11 september 1944 in Almaty, Kazachstan, Russisch paspoort nr. 51No0592094.

10.

KRASNOSELSKIJ, Vadim Nikolajevitsj, „minister van Binnenlandse Zaken”, geboren op 14 april 1970 in Daurija, rayon Trans-Baikal, oblast Tsjita, Russische Federatie.

11.

ATAMANIOEK, Vladimir, „onderminister van Defensie”.


BIJLAGE II

Lijst van de in artikel 1, lid 1, onder ii), bedoelde personen

1.

MAZOER, Igor Leonidovitsj, „hoofd overheidsdiensten van de rayon Dubăsari”, geboren op 29 januari 1967 in Dubăsari, Republiek Moldavië.

2.

PLATONOV, Joerij Michajlovitsj, bekend als Joerij PLATONOV, „hoofd overheidsdiensten van het rayon Rybnitsa en de stad Rybnitsa”, geboren op 16 januari 1948 in Klimkovo, rayon Poddorje, oblast Novgorod, Russisch paspoort nr. 51No0527002, afgegeven door de Russische ambassade in Chisinau op 4 mei 2001.

3.

TSJERBOELENKO, Alla Viktorovna, „plaatsvervangend hoofd van de overheidsdiensten van Rybnitsa”, bevoegd voor onderwijsvraagstukken.

4.

KOGOET, Vjetsjeslav Vasiljevitsj, „hoofd van de overheidsdiensten in Bender”, geboren op 16 februari 1950 in Taraclia, rayon Ceadir-Lunga, Republiek Moldavië.

5.

KOSTIRKO, Viktor Ivanovitsj, „hoofd van de overheidsdiensten in Tiraspol”, geboren op 24 mei 1948, Komsomolsk aan de Amoer, kraj Chabarovsk, Russische Federatie.


Top