EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R1247

Verordening (EU) nr. 1247/2009 van de Commissie van 17 december 2009 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op molybdeendraad van oorsprong uit de Volksrepubliek China

OJ L 336, 18.12.2009, p. 16–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1247/oj

18.12.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 336/16


VERORDENING (EU) Nr. 1247/2009 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2009

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op molybdeendraad van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie en op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (‘de basisverordening’), en met name op artikel 7,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Inleiding van de procedure

(1)

Op 23 februari 2009 heeft de Europese Commissie (Commissie) een klacht ontvangen betreffende de invoer van molybdeendraad van oorsprong uit de Volksrepubliek China (‘China’ of ‘het betrokken land’).

(2)

De klacht werd overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening ingediend door de European Association of Metals (Eurometaux) (‘de klager’) namens een producent die een groot deel, in dit geval meer dan 25 %, van de totale productie van molybdeendraad in de Gemeenschap voor zijn rekening neemt.

(3)

Het bij de klacht gevoegde voorlopige bewijsmateriaal inzake dumping en daardoor veroorzaakte aanmerkelijke schade werd voldoende geacht om tot inleiding van een procedure over te gaan.

(4)

Op 8 april 2009 werd een procedure ingeleid met de publicatie van een bericht van inleiding in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2).

1.2.   Bij de procedure betrokken partijen

(5)

De Commissie heeft de haar bekende betrokken producenten-exporteurs in China, importeurs, handelaren, gebruikers en verenigingen in de Gemeenschap, de Chinese autoriteiten, de klager en andere haar bekende betrokken communautaire producenten officieel van de inleiding van de procedure in kennis gesteld. Belanghebbenden kregen de gelegenheid om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

(6)

Om de producenten-exporteurs in staat te stellen desgewenst om een behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) of een individuele behandeling (IB) te verzoeken, heeft de Commissie de haar bekende betrokken producenten-exporteurs en de Chinese autoriteiten de desbetreffende formulieren toegezonden. Slechts één groep ondernemingen, bestaande uit Jinduicheng Molybdenum Co., Ltd en zijn verbonden onderneming Jinduicheng Molybdenum Mining Guangming Co., Ltd (‘Jinduicheng-groep’), heeft zich gemeld en om een IB verzocht.

(7)

Gezien het kennelijk grote aantal producenten-exporteurs in China en importeurs in de Gemeenschap heeft de Commissie in het bericht van inleiding aangegeven dat overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening gebruik kon worden gemaakt van steekproeven.

(8)

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was – en, zo ja, deze ook samen te stellen – werd aan alle bekende producenten-exporteurs in China en importeurs in de Gemeenschap gevraagd zich bij de Commissie kenbaar te maken en haar, zoals vermeld in het bericht van inleiding, basisinformatie te verstrekken over hun activiteiten in verband met het betrokken product.

(9)

Gezien het beperkte aantal reacties bij de steekproefprocedure werd besloten dat steekproeven voor de Chinese producenten-exporteurs en voor de importeurs in de Gemeenschap niet nodig waren.

(10)

Er werden speciale vragenlijsten toegezonden aan alle bekende betrokken partijen, namelijk de bekende producenten-exporteurs in China en de producenten, importeurs, handelaren en gebruikers in de Gemeenschap. Er zijn antwoorden ontvangen van één groep producenten-exporteurs in China, de klagende communautaire producent, één importeur/handelaar en één gebruiker.

(11)

De Commissie heeft alle gegevens die voor een voorlopige vaststelling van dumping, schade als gevolg hiervan en het belang van de Gemeenschap nodig werden geacht, ingewonnen en gecontroleerd. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle uitgevoerd:

a)

Producenten-exporteurs in China

Jinduicheng-groep:

Jinduicheng Molybdenum Co., Ltd, Xi'an,

Jinduicheng Molybdenum Mining Guangming Co., Ltd, Zibo;

b)

Producent in de Gemeenschap

Plansee Metall GmbH, Reutte, Oostenrijk;

c)

Gebruiker in de Gemeenschap

Praxair Surface Technologies Srl, Fornovo Taro, Italië.

(12)

Daar voor het vaststellen van de normale waarde voor Chinese producenten-exporteurs, die geen van alle om een BMO hebben verzocht, gebruik moet worden gemaakt van de gegevens van een referentieland, in dit geval de VS, heeft bij onderstaande onderneming een controlebezoek plaatsgevonden:

Global Tungsten & Powders Corp, Towanda.

1.3.   Onderzoektijdvak

(13)

Het onderzoek naar de dumping en schade had betrekking op de periode van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2009 (‘het onderzoektijdvak’ of ‘OT’). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die van belang zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van maart 2005 tot het eind van het onderzoektijdvak (‘de beoordelingsperiode’).

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Betrokken product

(14)

Bij het product gaat het om molybdeendraad met ten minste 99,5 gewichtspercenten molybdeen en een grootste afmeting der dwarsdoorsnede van meer dan 1,35 mm doch niet meer dan 4,0 mm in diameter, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (‘het betrokken product’ of ‘molybdeendraad’), momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8102 96 00.

(15)

Molybdeendraad wordt hoofdzakelijk gebruikt in de automobielindustrie voor het thermisch opspuiten van een metaallaag op motoronderdelen die aan sterke slijtage onderhevig zijn, zoals zuigerveren, synchronisatieringen of transmissieonderdelen, ter vergroting van hun slijtvastheid.

2.2.   Soortgelijk product

(16)

Er werden geen verschillen geconstateerd tussen het betrokken product en het door de bedrijfstak van de Gemeenschap geproduceerde en op de communautaire markt verkochte molybdeendraad. Daar China een overgangseconomie heeft en geen enkele exporteur om een BMO heeft verzocht, zoals in overweging 6 vermeld, diende de normale waarde te worden vastgesteld aan de hand van de gegevens uit een derde land met markteconomie, i.c. de VS. Volgens de beschikbare informatie heeft het molybdeendraad dat op de Amerikaanse binnenlandse markt wordt geproduceerd en verkocht, en het molybdeendraad dat uit de VS naar andere markten wordt geëxporteerd, dezelfde fundamentele fysische en chemische eigenschappen als het molybdeendraad dat in China wordt geproduceerd en naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd.

(17)

Daarom luidt de voorlopige conclusie dat alle soorten molybdeendraad als gelijk worden beschouwd in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   DUMPING

3.1.   Behandeling als marktgerichte onderneming (BMO)

(18)

Krachtens artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening moet bij antidumpingonderzoeken naar producten van oorsprong uit China de normale waarde voor producenten-exporteurs die aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening voldoen, overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 van dat artikel worden vastgesteld.

(19)

Zoals in overweging 6 hierboven vermeld, heeft de Jinduicheng-groep echter alleen om een individuele behandeling (IB) verzocht. Deze criteria werden daarom niet onderzocht.

3.2.   Individuele behandeling (IB)

(20)

Gewoonlijk wordt overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening voor landen waarop dat artikel van toepassing is, in voorkomend geval een voor het gehele land geldend recht vastgesteld, maar kunnen ondernemingen die kunnen aantonen dat zij aan de criteria van artikel 9, lid 5, van de basisverordening voldoen en voor een IB in aanmerking komen, daarvan worden uitgezonderd.

(21)

Voor de duidelijkheid zijn deze criteria hieronder nog eens kort samengevat:

a)

zij zijn geheel of gedeeltelijk in buitenlandse handen zijnde ondernemingen of joint ventures die vrij zijn kapitaal en winsten te repatriëren;

b)

zij zijn vrij de exportprijzen en -hoeveelheden en de verkoopvoorwaarden vast te stellen;

c)

de meerderheid van de aandeelhouders zijn particulieren. Staatsambtenaren die deel uitmaken van de raad van bestuur of die leidinggevende functies vervullen, moeten in de minderheid zijn of er moet worden aangetoond dat de onderneming niettemin voldoende vrij is van staatsinmenging;

d)

zij gebruiken bij de omrekening van valuta’s marktkoersen;

e)

de staatsinmenging is niet dusdanig dat maatregelen ontweken kunnen worden indien voor individuele exporteurs een ander recht wordt vastgesteld.

(22)

Wat criterium c) betreft, bleek dat de moederonderneming, Jingduicheng Molybdenum Co., Ltd, staatseigendom was. Gebleken was immers dat tijdens het OT slechts 20 % van de aandelen in particuliere handen was en dat deze aandelen slechts 2,4 % van de stemrechten vertegenwoordigden. De overige 80 % van de aandelen, goed voor 97,6 % van de stemrechten, was in het bezit van staatsondernemingen.

(23)

Op grond van bovenstaande bevindingen werd voorlopig vastgesteld dat aan de Jinduicheng-groep geen IB kon worden toegekend zoals vermeld in artikel 9, lid 5, van de basisverordening.

3.3.   Normale waarde

(24)

In het bericht van inleiding werd overwogen de VS als referentieland te gebruiken. Een Amerikaanse producent, Global Tungsten & Powders Corp (‘Global Tungsten’), zegde medewerking toe en heeft alle voor de vaststelling van de normale waarde voor China benodigde informatie verstrekt. De Jinduicheng-groep betwistte deze keuze en stelde producenten in Mexico en India voor. De ondernemingen waarmee in deze landen contact werd opgenomen, weigerden echter mee te werken, zoals in het geval van India, of gaven te kennen dat zij niet het soortgelijk product vervaardigden. Daarom werden de VS bevestigd als geschikt referentieland voor de vaststelling van de normale waarde voor China.

(25)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening zij opgemerkt dat, aangezien de producent in het referentieland slechts marginaal op de Amerikaanse binnenlandse markt verkoopt, het onredelijk werd gevonden deze verkoopgegevens te gebruiken voor de vaststelling of berekening van de normale waarde. Bijgevolg werd de normale waarde voor China voorlopig vastgesteld aan de hand van de prijzen bij uitvoer uit de VS naar andere derde landen, waaronder de Gemeenschap.

3.4.   Uitvoerprijs

(26)

Zoals in overweging 9 reeds gezegd, verleende slechts één groep ondernemingen, de Jinduicheng-groep, die tussen 60 en 75 % (3) van de invoer uit China in de Gemeenschap voor haar rekening neemt, medewerking aan het onderzoek. Op grond daarvan werd de mate van medewerking als laag beschouwd. Bijgevolg werden de uitvoerprijzen voor alle Chinese exporteurs voorlopig vastgesteld aan de hand van de door de medewerkende groep verstrekte cijfers, aangevuld met invoergegevens van Eurostat, naar behoren gecorrigeerd zoals toegelicht in overweging 34 hieronder.

3.5.   Vergelijking

(27)

De normale waarde en de uitvoerprijs werden vergeleken in het stadium af fabriek. Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs te kunnen maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Op grond hiervan werden in voorkomend geval correcties toegepast voor de kosten van vervoer, zeevracht, verzekering, lading, overlading, lossing en aanverwante kosten, en indirecte belastingen, waar die gerechtvaardigd waren.

3.6.   Dumpingmarge

(28)

Zoals in overweging 23 hierboven uiteengezet, voldeed de Jinduicheng-groep niet aan de voorwaarden voor een IB als vermeld in artikel 9, lid 5, van de basisverordening. Bijgevolg werd voor China een voor het gehele land geldende dumpingmarge vastgesteld.

(29)

De voor het gehele land geldende dumpingmarge voor China werd voorlopig vastgesteld op 68,4 % van de cif-prijs, grens Gemeenschap, vóór inklaring.

4.   SCHADE

4.1.   Communautaire productie

(30)

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de Gemeenschap twee producenten telt die het soortgelijke product voor de vrije markt vervaardigen. Eén producent verklaarde zich in deze procedure neutraal op te stellen en verstrekte algemene gegevens over zijn productie en verkoop. De andere producent, namens wie de klacht werd ingediend, werkte volledig aan het onderzoek mee en beantwoordde de vragenlijst volledig. Teneinde de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van die producent te beschermen, worden hieronder alle cijfers betreffende gevoelige gegevens in geïndexeerde vorm of als orde van grootte gepresenteerd. De cijfers tussen haakjes zijn negatieve cijfers.

(31)

Gezien het bovenstaande werd de omvang van de communautaire productie voor de toepassing van artikel 4, lid 1, van de basisverordening berekend door bij de productie van de volledig medewerkende communautaire producent het door de andere communautaire producent opgegeven productievolume op te tellen.

4.2.   Definitie van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(32)

Het onderzoek wees uit dat de productie van de communautaire producent die volledig aan het onderzoek heeft meegewerkt, meer dan 80 % uitmaakte van het tijdens het OT in de Gemeenschap geproduceerde molybdeendraad. Deze producent kan derhalve worden geacht „de bedrijfstak van de Gemeenschap” te vormen in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening.

(33)

Daar die communautaire producent werkt met een boekjaar dat loopt van 1 maart tot en met 28 februari van het volgende jaar, worden alle cijfers hierna weergegeven voor boekjaren (BJ) in plaats van kalenderjaren (bv. BJ2005 betreft de periode van 1 maart 2004 tot en met 28 februari 2005). De gegevens echter die voor het OT zijn gebruikt, hebben, zoals vermeld in overweging 13, betrekking op de periode van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2009. De gegevens over de invoer zijn op dezelfde basis vastgesteld.

4.3.   Verbruik in de Gemeenschap

(34)

Het verbruik in de Gemeenschap werd vastgesteld door bij het verkoopvolume van de bekende producenten in de Gemeenschap alle uit Eurostat-gegevens geëxtraheerde importen uit derde landen op te tellen. Er zij aan herinnerd dat de GN-code waaronder het betrokken product wordt aangegeven, ook andere producten dan het betrokken product omvat. Bij gebrek aan specifieke invoerstatistieken voor het betrokken product werden de Eurostat-gegevens gecorrigeerd volgens de in de klacht voorgestelde methode. Deze methode bleek betrouwbaar voor het verkrijgen van gegevens betreffende het betrokken product.

(35)

Uit de gegevens in tabel 1 hieronder blijkt dat de vraag naar het betrokken product in de Gemeenschap in de beoordelingsperiode met 10 % is gedaald. Tot 2008 steeg de vraag met 4 %, waarna zij terugviel als gevolg van de economische crisis, die vooral de automobielsector treft.

Tabel 1

Verbruik in de Gemeenschap

2005

2006

2007

2008

OT

Ton

397

405

412

411

358

Index

100

102

104

104

90

Bron: Eurostat, gegevens in de klacht en antwoorden op de vragenlijst

4.4.   Invoer in de Gemeenschap uit China

4.4.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit China

(36)

Om de in overweging 34 hierboven vermelde redenen werd de omvang van de invoer van het betrokken product uit China tijdens de beoordelingsperiode gebaseerd op gegevens van Eurostat, gecorrigeerd volgens de in de klacht voorgestelde methode. Op grond daarvan was de ontwikkeling van de invoer uit China als volgt:

Tabel 2

 

2005

2006

2007

2008

OT

Hoeveelheid (ton)

36

65

69

116

97

Index

100

181

192

322

269

Marktaandeel

 

 

 

 

 

Index

100

176

184

310

297

Prijzen (euro/ton)

46 712

62 644

56 236

53 019

50 892

Index

100

134

120

114

109

Bron:: Eurostat, gegevens in de klacht

(37)

De invoer met dumping uit China is aanmerkelijk toegenomen van 36 ton in 2005 tot 116 ton in 2008, d.w.z. meer dan verdrievoudigd. Na een piek in 2008 is deze invoer in het OT gedaald in overeenstemming met de ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap. Niettemin is het marktaandeel van de invoer met dumping op de communautaire markt tussen 2005 en het OT bijna verdrievoudigd.

(38)

De gemiddelde prijs bij invoer uit China lag in 2005 op zijn laagste niveau. Hij bereikte een piek in 2006 en daalde vervolgens tussen 2006 en het OT geleidelijk met 19 %.

4.4.2.   Prijsonderbieding

(39)

Voor de beoordeling van de prijsonderbieding werden de gewogen gemiddelde verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap voor niet-verbonden afnemers op de communautaire markt, af fabriek, vergeleken met de gewogen gemiddelde prijzen van de invoer uit China aan de eerste onafhankelijke afnemer, op cif-niveau, gecorrigeerd voor de kosten na invoer.

(40)

Uit de vergelijking is gebleken dat tijdens het OT de prijzen bij invoer uit China de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap, uitgedrukt als percentage van deze laatste, met 30 tot 35 % onderboden.

4.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap

4.5.1.   Opmerkingen vooraf

(41)

Ingevolge artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Gemeenschap een evaluatie van alle economische indicatoren die een beoordeling van de situatie van deze bedrijfstak vanaf 2005 tot het eind van het OT mogelijk maken.

4.5.2.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

Tabel 3

 

2005

2006

2007

2008

OT

Productie Index

100

98

96

73

67

Capaciteit Index

100

100

100

100

100

Bezettingsgraad Index

100

98

96

73

67

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

(42)

Zoals bovenstaande tabel laat zien, is de productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap tijdens de beoordelingsperiode geleidelijk met 33 % gedaald, parallel aan een aanzienlijke stijging van de invoer uit China met meer dan drie keer tijdens dezelfde periode. In eerste instantie werd de productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap tussen 2005 en 2008 met 27 % verlaagd. Deze dalende tendens zette tussen 2008 en het OT door met een productiedaling van nog eens 8 %.

(43)

Aangezien de productiecapaciteit onveranderd bleef, volgde de bezettingsgraad tijdens de beoordelingsperiode dezelfde dalende tendens als de productie.

4.5.3.   Verkoop, marktaandeel, groei en gemiddelde prijs per eenheid in de Gemeenschap

(44)

De cijfers hieronder geven in geïndexeerde vorm de verkoop weer van de bedrijfstak van de Gemeenschap aan onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap.

Tabel 4

 

2005

2006

2007

2008

OT

Verkoopvolume op de communautaire markt Index

100

99

92

75

68

Marktaandeel Index

100

97

89

72

76

Gemiddelde verkoopprijzen Index

100

86

96

95

92

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

(45)

De omvang van de verkoop door de bedrijfstak van de Gemeenschap aan onafhankelijke afnemers op de communautaire markt is tijdens de beoordelingsperiode met 32 % aanmerkelijk gedaald. Deze daling was veel groter dan de daling van het verbruik (– 10 %) in dezelfde periode. Bijgevolg heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap in dezelfde periode ook een aanzienlijk marktaandeel verloren.

(46)

De gemiddelde verkoopprijs af fabriek van de bedrijfstak van de Gemeenschap aan niet-verbonden afnemers op de communautaire markt vertoonde in de beoordelingsperiode een dalende tendens. Tijdens deze periode werd in 2007 een lichte stijging geconstateerd ten opzichte van 2006 in overeenstemming met de stijging van de grondstoffenprijzen in dat jaar, waarna de verkoopprijzen opnieuw daalden. Over het geheel genomen moest de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn gemiddelde verkoopprijzen op de communautaire markt met 8 % verlagen.

4.5.4.   Voorraden

(47)

Onderstaande cijfers geven de omvang van de voorraden aan het einde van elke periode weer.

Tabel 5

 

2005

2006

2007

2008

OT

Voorraden Index

100

179

72

253

233

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

(48)

De voorraden groeiden tijdens de beoordelingsperiode met 133 % fors aan; dat wijst erop dat de bedrijfstak zijn producten op de Gemeenschapsmarkt steeds moeilijker kan verkopen. De waargenomen daling van de voorraden tussen 2006 en 2007 volgde de ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap tijdens dezelfde periode.

4.5.5.   Werkgelegenheid, lonen en productiviteit

(49)

In de tabel hierna wordt de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de loonkosten en de productiviteit in de bedrijfstak van de Gemeenschap weergegeven:

Tabel 6

 

2005

2006

2007

2008

OT

Werkgelegenheid — voltijdequivalent (VTE) Index

100

109

100

73

68

Arbeidskosten (euro/VTE) Index

100

106

109

106

106

Productiviteit Index

100

90

96

100

98

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

(50)

Het aantal werknemers in de bedrijfstak van de Gemeenschap daalde sterk tussen 2005 en het onderzoektijdvak. Dat kwam enerzijds door een daling van de output en anderzijds door de inspanningen van de bedrijfstak van de Gemeenschap om de productie te rationaliseren en de productiviteit op te drijven. Dat rationaliseringproces in de bedrijfstak van de Gemeenschap had dus tot gevolg dat de productiviteit tijdens de beoordelingsperiode eerder stabiel is gebleven.

(51)

Het gemiddelde loonniveau steeg aan het begin van de beoordelingsperiode maar daalde vervolgens tussen 2007 en het OT.

4.5.6.   Winstgevendheid en kasstroom

(52)

Het winstpeil en de kasstroom uit de verkoop van molybdeendraad door de bedrijfstak van de Gemeenschap vertoonde tijdens de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling, met uitzondering van het jaar 2007.

Tabel 7

 

2005

2006

2007

2008

OT

Winstgevendheid Index

(100)

(214)

190

(117)

(151)

Kasstroom Index

(100)

(344)

838

(41)

(97)

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

(53)

De winstgevendheid verslechterde tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk, met name tussen 2007 en het OT, toen zij op het laagste niveau lag. Het onderzoek wees uit dat de verbeterde winstgevendheid in 2007 verband hield met de positieve ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap, de rationalisatie-inspanningen van de bedrijfstak van de Gemeenschap en het feit dat de bedrijfstak van de Gemeenschap erin geslaagd was dat jaar zijn verkoopprijzen te verhogen.

(54)

De trend van de kasstroom, die het vermogen van de bedrijfstak om haar activiteiten zelf te financieren weergeeft, weerspiegelde in grote mate de ontwikkeling van winstgevendheid. Over het geheel genomen bleek uit het onderzoek dat de kasstroom in de beoordelingsperiode verslechterde.

4.5.7.   Investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(55)

Aan het begin van de beoordelingsperiode heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijk in de betrokken productsector geïnvesteerd. Maar vanaf 2006 moesten de investeringen worden verminderd.

(56)

Uit het onderzoek bleek dat het vermogen van de bedrijfstak van de Gemeenschap om kapitaal aan te trekken, dezelfde ontwikkeling volgde als de winstgevendheid.

Tabel 8

 

2005

2006

2007

2008

OT

Investeringen Index

100

41

6

5

6

Rendement van de investeringen Index

(100)

(102)

158

(87)

(106)

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

4.5.8.   Hoogte van de werkelijke dumpingmarge

(57)

De vastgestelde dumpingmarge, vermeld in overweging 32 hierboven, lag aanmerkelijk boven de de minimis-drempel. Bovendien kunnen de gevolgen van de werkelijke dumpingmarge voor de communautaire markt, gezien de omvang van de invoer met dumping en de prijzen van de ingevoerde producten, met name tijdens het OT, niet als te verwaarlozen worden beschouwd.

4.6.   Conclusie inzake schade

(58)

Tussen 2005 en OT is het volume van de invoer met dumping van het betrokken product uit China met meer dan 150 % gestegen tot een marktaandeel van 27,0 % tegen het einde van de beoordelingsperiode. Tijdens het OT onderbood de laaggeprijsde invoer met dumping uit China de verkoopprijzen in de Gemeenschap aanzienlijk. De gewogen gemiddelde onderbiedingsmarge lag tijdens het OT maar liefst tussen de 30 en 35 %.

(59)

Tijdens dezelfde periode daalde het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Gemeenschap met 32 %, terwijl het verbruik in de Gemeenschap met 10 % daalde. De bedrijfstak van de Gemeenschap zag zijn marktaandeel met 17 procentpunten slinken en zag zich genoodzaakt zijn verkoopprijzen met 8 % te verlagen om de afbrokkeling van de verkoop en het marktaandeel te beperken.

(60)

Bijgevolg is de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de beoordelingsperiode sterk verslechterd. De productie daalde in het OT, net als de bezettingsgraad, met 33 % tot een zeer laag niveau terwijl de voorraden meer dan verdubbelden. De verslechterende situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de beoordelingsperiode werd overigens mede bevestigd door de negatieve ontwikkeling van de winstgevendheid, de kasstroom, de werkgelegenheid en de investeringen.

(61)

Gezien het bovenstaande, werd voorlopig geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Gemeenschap aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3 van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

5.1.   Inleiding

(62)

Overeenkomstig artikel 3, leden 6 en 7, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Gemeenschap door de invoer met dumping van het betrokken product uit China zodanige schade heeft geleden dat deze als aanmerkelijk kan worden beschouwd. Andere bekende factoren dan de invoer met dumping waardoor de bedrijfstak van de Gemeenschap terzelfder tijd schade kon hebben geleden, werden eveneens onderzocht, om te voorkomen dat mogelijke schade door deze andere factoren aan de invoer met dumping wordt toegeschreven.

5.2.   Gevolgen van de invoer met dumping

(63)

De verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap viel samen met de sterke stijging van de invoer met dumping uit China. Die nam tussen 2005 en het OT met meer dan 150 % toe en het marktaandeel verdrievoudigde bijna tijdens de beoordelingsperiode. In die periode daalde het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Gemeenschap fors met 32 %. Tegelijkertijd ging een aanzienlijk deel van het marktaandeel verloren en bijna alle andere schade-indicatoren, zoals productie, bezettingsgraad, investeringen, winstgevendheid, kasstroom en werkgelegenheid, vertoonden tijdens de beoordelingsperiode een aanzienlijke negatieve ontwikkeling.

(64)

Hoewel de prijzen van de invoer met dumping aan het begin van de beoordelingsperiode stegen, daalden zij in de resterende periode gestaag en fors met 19 %. Ofschoon de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn prijzen met 8 % heeft verlaagd, bleef de invoer met dumping uit China constant onder de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap en onderbood die tijdens het OT met 30 tot 35 %.

(65)

Tegen de achtergrond van een negatieve economische situatie, met name tijdens het OT, die verband houdt met de economische crisis die vooral de automobielindustrie heeft getroffen, daalden de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Gemeenschap drie keer zoveel als het verbruik in de Gemeenschap. Dit heeft geleid tot een scherpe daling van het marktaandeel, dat volledig werd ingenomen door de invoer uit China. Tegelijkertijd liepen ook de productie en bezettingsgraad sterk terug en namen de voorraden met meer dan 100 % toe.

(66)

De conclusie luidt dan ook dat in de negatieve economische context het grote volume aan laaggeprijsde invoer met dumping uit China een aanzienlijke negatieve invloed heeft gehad op de economische situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap tijdens het OT.

5.3.   Gevolgen van andere factoren

(67)

De andere factoren die bij de analyse van het oorzakelijk verband zijn onderzocht, waren de ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap, de kostenontwikkeling binnen de bedrijfstak van de Gemeenschap en met name van de grondstoffenprijzen (molybdeenoxyde), zijn uitvoerprestaties en de invoer uit andere derde landen tijdens de beoordelingsperiode.

5.3.1.   Ontwikkeling van de vraag

(68)

Uit het onderzoek bleek dat de vraag op de communautaire markt tijdens de beoordelingsperiode met 10 % is teruggelopen. In eerste instantie steeg het verbruik tussen 2005 en 2008 met 4 %, om vervolgens in de context van de economische crisis en de gevolgen daarvan voor de automobielsector, tussen 2008 en het OT met 14 % te dalen.

(69)

Zoals uitgelegd in overweging 65 hierboven, daalden de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Gemeenschap veel meer (- 32 %) dan het verbruik in de Gemeenschap (- 10 %) toen de invoer uit China in de beoordelingsperiode spectaculair toenam. Het door de bedrijfstak van de Gemeenschap verloren marktaandeel werd volledig ingenomen door de invoer uit China. Vandaar dat de negatieve ontwikkeling van het verbruik de spectaculaire verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap tijdens het OT niet kan verklaren.

5.3.2.   Grondstofprijzen op de communautaire markt

(70)

Tijdens de beoordelingsperiode slaagde de bedrijfstak van de Gemeenschap erin zijn kostprijs per eenheid met 6 % te verlagen. Opgemerkt zij dat de prijs van molybdeenoxide, de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het betrokken product, tijdens de beoordelingsperiode een dalende tendens vertoonde. Daarom moeten de negatieve economische situatie en de tijdens het OT geleden financiële verliezen niet aan de hogere kosten worden toegeschreven, maar eerder aan de daling van de verkoopprijzen in die periode (- 8 %).

5.3.3.   Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(71)

Het schadeonderzoek richtte zich op de analyse van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap op de communautaire markt, de kernmarkt van die bedrijfstak. De analyse van zijn uitvoerprestaties als factor die schade zou kunnen hebben veroorzaakt, wees uit dat de verkoop door de bedrijfstak van de Gemeenschap in het buitenland tijdens de beoordelingsperiode betrekkelijk bescheiden is gebleven. Deze uitvoer maakte minder dan 10 % van de totale verkoop in het OT uit.

Tabel 9

 

2005

2006

2007

2008

OT

Uitvoervolume Index

100

88

105

50

45

Gemiddelde uitvoerprijzen Index

100

89

86

93

91

Bron: Antwoorden op de vragenlijst

(72)

Ofschoon er tijdens de beoordelingsperiode sprake was van een dalende ontwikkeling van de uitvoer in overeenstemming met de wereldwijde negatieve situatie in de automobielsector vanaf 2008, is de communautaire markt altijd de kernmarkt van de bedrijfstak van de Gemeenschap gebleven. Vandaar dat een negatief effect van de daling van het exportvolume op de economische situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap slechts te verwaarlozen kon zijn.

5.3.4.   Invoer uit andere derde landen

(73)

Wereldwijd is het aantal producenten van molybdeendraad zeer beperkt. Naast China zijn de VS de belangrijkste exporteur naar de Gemeenschap. Verder was er tijdens de beoordelingsperiode sprake van een te verwaarlozen invoer uit India en Japan.

(74)

Uit de exportgegevens die werden ingediend door de enige producent van het soortgelijke product in de VS die zijn medewerking aan het onderzoek verleende, bleek dat de invoer van het betrokken product uit de VS tijdens het OT tussen 15 en 20 % uitmaakte van de communautaire markt, maar dat deze invoer tijdens de beoordelingsperiode met 21 % was afgenomen. De grootste daling, met maar liefst 17 %, deed zich voor tussen 2008 en het OT. Om redenen van vertrouwelijkheid worden de gegevens in tabel 9 hieronder in geïndexeerde vorm gegeven.

Tabel 10

Verenigde Staten van Amerika

2005

2006

2007

2008

OT

Invoer (ton) Index

100

67

81

96

79

Marktaandeel Index

100

66

78

92

88

Gemiddelde invoerprijsIndex

100

91

81

87

84

Bron: Gegevens van de enige exporteur in de VS

(75)

Het onderzoek wees ook uit dat tijdens het OT de prijzen bij invoer uit de VS niet alleen aanzienlijk hoger waren dan de Chinese dumpingprijzen maar ook in dezelfde orde van grootte lagen als de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap, wat erop duidt dat ook de Amerikaanse invoerprijzen door de invoer met dumping uit China zijn getroffen. Een negatief effect van de invoer uit de VS op de communautaire markt is daarom niet van dien aard dat het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit China en de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade wordt verbroken.

5.3.5.   Andere communautaire producent

(76)

Uit de beschikbare informatie bleek dat de andere communautaire producent slechts een beperkte afzet op de communautaire markt had. Daarom kan de aanwezigheid van die producent op de communautaire markt niet de oorzaak zijn van de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade.

5.4.   Conclusie inzake het oorzakelijk verband

(77)

De door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade kwam hoofdzakelijk tot uiting in verliezen aan productie, verkoopvolume en marktaandeel. De door de lage bezettingsgraad verloren gegane schaalvoordelen leidden tot een algemene negatieve situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Uit het onderzoek bleek ook dat de door de invoer met dumping uitgeoefende prijsdruk de bedrijfstak van de Gemeenschap ertoe noopte zijn prijzen met 8 % te verlagen en zo zijn financiële situatie met name tijdens het OT verzwakte.

(78)

De verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap viel samen met een sterke stijging van de uit China ingevoerde hoeveelheden tegen prijzen die de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap voortdurend onderboden. Dit verklaart waarom de invoer uit China een aanzienlijk marktaandeel op de communautaire markt innam.

(79)

Het onderzoek van de andere bekende factoren die schade hadden kunnen veroorzaken aan de bedrijfstak van de Gemeenschap wees uit dat geen daarvan een aanzienlijk effect had kunnen hebben op die bedrijfstak en het oorzakelijk verband tussen invoer met dumping en de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap niet zou kunnen verbreken, met name tijdens het OT.

(80)

Op grond van bovenstaande analyse, waarbij de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap werden onderscheiden van de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping, was de voorlopige conclusie dat de bedrijfstak van de Gemeenschap door de invoer met dumping uit China aanmerkelijke schade in de zin van artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft geleden.

6.   BELANG VAN DE GEMEENSCHAP

6.1.   Opmerking vooraf

(81)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of er dwingende redenen waren die tot de conclusie konden leiden dat het niet in het belang van de Gemeenschap is om antidumpingrechten op de invoer uit het betrokken land in te stellen. De Commissie heeft vragenlijsten verzonden naar alle in de klacht vermelde importeurs, handelaren en gebruikers. De vragenlijst werd door één handelaar en één gebruiker beantwoord.

(82)

Op basis van de aldus ingewonnen gegevens werden de volgende voorlopige conclusies getrokken.

6.2.   Belang van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(83)

Molybdeendraad is een essentieel product in alle commerciële activiteiten van de klagende producent. In wezen moet dit bedrijf voldoende produceren om de productie van hoogwaardigere producten in dezelfde productieketen, die bijvoorbeeld in de verlichtingsindustrie gebruikt worden, te ondersteunen. Zulks voornamelijk om de vaste kosten per eenheid laag te houden.

(84)

Gezien het bovenstaande zou niet-instelling van antidumpingrechten nog meer negatieve gevolgen voor de handel in molybdeendraad hebben en tot een situatie kunnen leiden waarin de invoer uit China de bedrijfstak van de Gemeenschap voor molybdeendraad uit de markt drukt.

(85)

Geconcludeerd wordt dat instelling van de voorgestelde maatregelen de bedrijfstak van de Gemeenschap in de gelegenheid stelt de productievolumes te vergroten, een deel van het door dumping verloren marktaandeel terug te veroveren en zo van de schade veroorzakende dumping te herstellen.

(86)

Daarom wordt geconcludeerd dat de instelling van voorlopige antidumpingmaatregelen de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat zal stellen de levensvatbaarheid van zijn molybdeendraadsector en bijgevolg van de hele sector die van dit belangrijke product afhankelijk is, veilig te stellen.

6.3.   Belang van de importeurs, handelaren en gebruikers in de Gemeenschap

(87)

Hoewel met tal van partijen, waaronder verenigingen van importeurs en gebruikers alsook individuele ondernemingen contact werd opgenomen, was de medewerking zeer gering.

(88)

Uit het onderzoek bleek dat er handelaren zijn die molybdeendraad hetzij van de bedrijfstak van de Gemeenschap, hetzij van Chinese producenten betrekken en het direct doorverkopen aan de automobielindustrie. Enkele andere ondernemingen leveren diensten aan de automobielindustrie. Overigens had niet één gebruiker binnen de automobielindustrie zich in het onderzoek gemeld. Dit leek het argument van de bedrijfstak van de Gemeenschap te staven dat het aandeel van de kosten van het betrokken product in de totale kosten van de automobielindustrie uiterst gering is.

(89)

Aan de drie in de klacht genoemde bekende importeurs werden vragenlijsten toegezonden. Eén importeur verklaarde uitdrukkelijk dat hij geen medewerking aan het onderzoek wilde verlenen en een andere importeur reageerde niet op ons verzoek. Slechts één handelaar, gevestigd in Duitsland, meldde zich en verleende medewerking.

(90)

De vragenlijsten werden ook opgestuurd aan de 18 in de klacht genoemde gebruikers. Slechts één gebruiker echter, gevestigd in Italië en tijdens het OT goed voor tussen de 35 en 50 % van de invoer van molybdeendraad uit China, verleende medewerking aan het onderzoek.

(91)

De importeurs en handelaren betrokken hun molybdeendraad volgens de door de medewerkende handelaar verstrekte gegevens uitsluitend van communautaire producenten. Vandaar dat instelling van de voorgestelde maatregelen niet op hun activiteiten van invloed zal zijn.

(92)

De geringe belangstelling die door de communautaire importeurs van en handelaren in het betrokken product voor dit onderzoek aan de dag is gelegd, doet vermoeden dat instelling van de voorgestelde voorlopige antidumpingmaatregelen geen aanmerkelijk effect op hun activiteiten zal hebben.

(93)

Wat de medewerkende gebruiker in Italië betreft, heeft het onderzoek uitgewezen dat die grote hoeveelheden molybdeendraad uit China heeft ingevoerd. Deze onderneming voert oppervlaktebehandelingen uit, voornamelijk voor de automobielindustrie. De handel in het betrokken product maakt tussen de 15 en 25 % van de totale omzet uit.

(94)

Instelling van het voorgestelde antidumpingrecht zal dus waarschijnlijk tot hogere kosten bij de coatingdivisie van die gebruiker leiden. Dit zou echter niet significant van invloed zijn op de totale winst van de onderneming. In het slechtste geval, aangenomen dat deze gebruiker niet in staat zou een deel van de kostenstijging aan zijn klanten door te berekenen, zou de tijdens het OT op divisieniveau gemaakte winst enigszins negatief uitvallen en op ondernemingsniveau enkele procentpunten lager.

(95)

Gelet op het bovenstaande is het duidelijk dat instelling van antidumpingmaatregelen een negatief effect zal hebben op de coatingdivisie van deze specifieke gebruiker, die zijn producten uitsluitend van China betrekt. Aangezien deze gebruiker echter qua betrouwbaarheid en aanbodzekerheid voor zijn klanten een sterke positie in deze nichemarkt inneemt, zou hij in staat moeten zijn althans een deel van de kostenstijging aan zijn klanten door te berekenen en/of molybdeendraad van andere bronnen te betrekken. Dit zou het negatieve effect van de voorgestelde maatregelen deels beperken.

(96)

Daarom luidde de voorlopige conclusie dat, alles in aanmerking genomen, de antidumpingmaatregelen hoogstwaarschijnlijk geen significante gevolgen zullen hebben voor algemene situatie van de gebruikers van het betrokken product in de Gemeenschap.

6.4.   Verstoring van concurrentie en handel

(97)

Uit het onderzoek is gebleken dat er wereldwijd een beperkt aantal ondernemingen is die het betrokken product vervaardigen en verkopen. Daarom werd onderzocht of het gevaar bestaat dat de instelling van antidumpingmaatregelen leidt tot verstoring van de handel op de communautaire markt en met name tot tekorten. Ofschoon het waarschijnlijk is dat de invoer van molybdeendraad uit China met de instelling van antidumpingmaatregelen zal dalen, ziet het ernaar uit dat er geen tekort op de communautaire markt zal ontstaan aangezien het onderzoek heeft uitgewezen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap capaciteit beschikbaar heeft om aan de vraag te voldoen. Daarnaast zijn er enkele alternatieve leveranciers, zoals de VS.

(98)

Aangezien het voorgestelde antidumpingrecht opnieuw gelijke spelregels tot stand zou brengen, valt te verwachten dat de Chinese producenten-exporteurs in de Gemeenschap molybdeendraad zullen kunnen blijven verkopen, zij het tegen geen schade veroorzakende prijzen.

(99)

Anderzijds zal, indien geen antidumpingmaatregelen worden ingesteld, de bedrijfstak van de Gemeenschap, zoals uiteengezet in overweging 86 hierboven, niet in staat zijn verdere verliezen aan productie en verkoopvolume op zijn kernmarkt te dragen. Het overleven van de bedrijfstak in een sector die verder gaat dan het soortgelijk product, zou daarom op het spel staan. Aangezien de bedrijfstak van de Gemeenschap meer dan 50 % van de communautaire markt belevert, zou het verdwijnen ervan zeer waarschijnlijk leiden tot een tekort aan molybdeendraad op de communautaire markt, in ieder geval tot wanneer de invoer de verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft vervangen.

6.5.   Conclusie inzake het belang van de Gemeenschap

(100)

Gezien deze overwegingen luidt de voorlopige conclusie dat er, gezien de beschikbare informatie over het belang van de Gemeenschap, over het geheel genomen geen dwingende redenen zijn die tegen de instelling van voorlopige maatregelen op de invoer van molybdeendraad van oorsprong uit China pleiten.

7.   VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

7.1.   Schademarge

(101)

Gezien de conclusies inzake dumping, de door die dumping veroorzaakte schade, het oorzakelijk verband en het belang van de Gemeenschap moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap nog meer schade lijdt door de invoer met dumping uit China.

(102)

Om de hoogte van de voorlopige rechten te bepalen, werd rekening gehouden met de vastgestelde dumpingmarges en het bedrag aan rechten dat noodzakelijk is om de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap op te heffen.

(103)

Bij de berekening van het recht dat nodig is om de gevolgen van de schade veroorzakende dumping op te heffen, werd ervan uitgegaan dat de maatregelen de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat moeten stellen om de productiekosten te dekken en een winst vóór belasting te maken die bij normale concurrentie, dat wil zeggen in afwezigheid van invoer met dumping, redelijkerwijs op de verkoop van het soortgelijke product in de Gemeenschap door een dergelijke bedrijfstak kan worden behaald. Er zij aan herinnerd dat 2007 een jaar in de beoordelingsperiode was waarin de bedrijfstak van de Gemeenschap winst maakte. De winstmarge vóór belasting die voor deze berekening is gebruikt, ligt derhalve in de orde van grootte van 0-5 %; dit percentage is gebaseerd op de in bovengenoemd jaar gemaakte winst. Op basis hiervan werd voor het soortgelijke product een prijs berekend waarbij de bedrijfstak van de Gemeenschap geen schade lijdt.

(104)

De noodzakelijke prijsverhoging werd vervolgens berekend door vergelijking van de gewogen gemiddelde invoerprijs, gecorrigeerd voor de kosten na invoer en de douanerechten, die bij de berekening van de prijsonderbieding was vastgesteld, met de geen schade veroorzakende prijs van producten die door de bedrijfstak van de Gemeenschap op de communautaire markt worden verkocht. Het verschil dat deze vergelijking opleverde, werd vervolgens uitgedrukt als percentage van de totale waarde bij invoer.

7.2.   Voorlopige maatregelen

(105)

Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de basisverordening, een voorlopig antidumpingrecht moet worden ingesteld op invoer uit China die overeen moeten stemmen met de dumpingmarge of met de schademarge indien deze lager is. In dit geval moet het recht bijgevolg worden vastgesteld op het niveau van de vastgestelde schademarge.

(106)

Het voorgestelde antidumpingrecht is als volgt:

China

Schademarge

Dumpingmarge

Antidumpingrecht

Alle ondernemingen

64,3 %

68,4 %

64,3 %

8.   MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN

(107)

Bovenstaande voorlopige bevindingen worden meegedeeld aan alle belanghebbenden, die de gelegenheid zullen krijgen hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te vragen te worden gehoord. Hun opmerkingen worden geanalyseerd en, wanneer dat gerechtvaardigd is, in aanmerking genomen vooraleer tot een definitieve vaststelling wordt overgegaan. Voorts dient te worden vermeld dat alle bevindingen betreffende de instelling van antidumpingrechten in het kader van deze verordening voorlopig zijn en bij de vaststelling van definitieve bevindingen kunnen worden herzien,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op molybdeendraad met ten minste 99,5 gewichtspercenten molybdeen en een grootste afmeting der dwarsdoorsnede van meer dan 1,35 mm doch niet meer dan 4,0 mm in diameter, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8102 96 00 (TARIC-code 8102960010).

2.   Het voorlopige antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, grens Gemeenschap, voor inklaring, van het in lid 1 genoemde product bedraagt 64,3 %.

3.   Bij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de in lid 1 genoemde producten moet een zekerheid worden gesteld ten bedrage van het voorlopige recht.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen betreffende douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Onverminderd artikel 20 van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening verzoeken in kennis te worden gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan deze verordening werd vastgesteld, schriftelijk opmerkingen maken en vragen door de Commissie te worden gehoord.

Overeenkomstig artikel 21, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden, binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening, opmerkingen maken over de toepassing van deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 van deze verordening is gedurende een periode van zes maanden van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2009.

Voor de Commissie

De Voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2)  PB C 84 van 8.4.2009, blz. 5.

(3)  Gebaseerd op een vergelijking van de totale uitvoer van de Jinduicheng-groep met gecorrigeerde Eurostat-gegevens over de desbetreffende GN-code. Om redenen van vertrouwelijkheid wordt het aandeel van haar uitvoer in de totale uit China geïmporteerde hoeveelheid als orde van grootte gegeven.


Top