EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0070

Verordening (EG) nr. 70/2009 van de Commissie van 23 januari 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verbeteringen in International Financial Reporting Standards (IFRSs) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 21, 24.1.2009, p. 16–37 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 058 P. 289 - 310

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/70/oj

24.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 21/16


VERORDENING (EG) Nr. 70/2009 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2009

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verbeteringen in International Financial Reporting Standards (IFRSs)

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

In mei 2008 is de International Accounting Standards Board (IASB) in het kader van zijn jaarlijkse verbeteringsproces dat erop gericht is de internationale standaarden voor jaarrekeningen te stroomlijnen en te verduidelijken, overgegaan tot de publicatie van Verbeteringen in International Financial Reporting Standards, hierna „de verbeteringen” genoemd. De verbeteringen omvatten 35 wijzigingen in de bestaande internationale standaarden voor jaarrekeningen. Deze wijzigingen zijn in twee delen onderverdeeld: deel I behelst wijzigingen die resulteren in aanpassingen in de financiële verslaggeving op het gebied van presentatie, opname en waardering, terwijl deel II betrekking heeft op wijzigingen van terminologische of redactionele aard.

(3)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft bevestigd dat de verbeteringen beantwoorden aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria. In overeenstemming met Besluit 2006/505/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot oprichting van een werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden om de Commissie van advies te dienen over de objectiviteit en neutraliteit van de adviezen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (3) heeft de werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden het goedkeuringsadvies van EFRAG bestudeerd en in haar advies aan de Commissie verklaard dat het EFRAG-advies evenwichtig en objectief is.

(4)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1.

International Financial Reporting Standard (IFRS) 5 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening;

2.

International Accounting Standard (IAS) 1, IAS 8, IAS 10, IAS 16, IAS 19, IAS 20, IAS 23, IAS 27, IAS 28, IAS 29, IAS 31, IAS 34, IAS 36, IAS 38, IAS 39, IAS 40 en IAS 41 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening;

3.

IFRS 1 wordt gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte wijzigingen in IFRS 5;

4.

IAS 7 wordt gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte wijzigingen in IAS 16;

5.

IFRS 7 en IAS 32 worden gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte wijzigingen in IAS 28 en IAS 31;

6.

IAS 16 wordt gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte wijzigingen in IAS 40;

7.

IAS 41 wordt gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte wijzigingen in IAS 20;

8.

IFRS 5, IAS 2 en IAS 36 worden gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte wijzigingen in IAS 41.

Artikel 2

Elke onderneming past de in artikel 1, punt 2. en punten 4. tot en met 8., bedoelde wijzigingen in de standaarden toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 31 december 2008 van start gaat.

Elke onderneming past de in artikel 1, punten 1. en 3., bedoelde wijzigingen in de standaarden toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 30 juni 2009 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2009.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

(3)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 33.


BIJLAGE

INTERNATIONAL ACCOUNTING STANDARDS

 

Verbeteringen in International Financial Reporting Standards

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org

VERBETERINGEN IN IFRSs

DEEL I

Wijzigingen in International Financial Reporting Standard 5

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

De alinea's 8A, 36A en 44C worden toegevoegd.

CLASSIFICATIE VAN VASTE ACTIVA (OF GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN) ALS AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP

8A

Een entiteit die zich heeft verbonden tot een plan tot verkoop van een dochteronderneming waarbij sprake zal zijn van verlies van zeggenschap, moet alle activa en verplichtingen van de betrokken dochteronderneming classificeren als aangehouden voor verkoop wanneer aan de in de alinea's 6, 7 en 8 vermelde criteria wordt voldaan, ook als de entiteit na de verkoop een minderheidsbelang in haar voormalige dochteronderneming behoudt.

Presentatie van beëindigde bedrijfsactiviteiten

36A

Een entiteit die zich heeft verbonden tot een plan tot verkoop van een dochteronderneming waarbij sprake zal zijn van verlies van zeggenschap, moet de overeenkomstig de alinea's 33 tot en met 36 te verschaffen informatie vermelden wanneer de dochteronderneming voldoet aan de definitie van een groep activa die wordt afgestoten en die voldoet aan de in alinea 32 vervatte definitie van een beëindigde bedrijfsactiviteit.

INGANGSDATUM

44C

De alinea's 8A en 36A zijn toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Een entiteit mag de wijzigingen echter niet toepassen op jaarperioden die vóór 1 juli 2009 aanvangen, tenzij zij ook IAS 27 (herziene versie van mei 2008) toepast. Als een entiteit de wijzigingen vóór 1 juli 2009 toepast, moet zij dit feit vermelden. Een entiteit moet de wijzigingen prospectief toepassen vanaf de datum waarop zij voor het eerst IFRS 5 toepaste, met inachtneming van de overgangsbepalingen van alinea 45 van IAS 27 (herziene versie van mei 2008).

Bijlage bij Wijzigingen in IFRS 5

Wijzigingen in IFRS 1

Entiteiten moeten deze wijzigingen in IFRS 1 toepassen wanneer zij de gerelateerde wijzigingen in IFRS 5 toepassen.

IFRS 1    Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards

Alinea 34C(c) wordt gewijzigd en alinea 47L wordt toegevoegd.

OPNAME EN WAARDERING

Uitzonderingen op de retroactieve toepassing van andere IFRSs

Minderheidsbelangen

34C

Een eerste toepasser moet de volgende vereisten van IAS 27 De geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (herziene versie van 2008) prospectief toepassen vanaf de datum van de overgang naar de IFRSs:

(a)

(c)

de vereisten in de alinea's 34 tot en met 37 met betrekking tot de administratieve verwerking van een verlies van zeggenschap over een dochteronderneming, en de gerelateerde vereisten van alinea 8A van IFRS 5.

INGANGSDATUM

47L

Alinea 34C is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Indien een entiteit IAS 27 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moeten ook de wijzigingen op die eerdere periode worden toegepast.

Wijzigingen in International Accounting Standard 1

Presentatie van de jaarrekening (herziene versie van 2007)

De alinea's 68 en 71 worden gewijzigd. Alinea 139C wordt toegevoegd.

Balans

Vlottende activa

68

De exploitatiecyclus van een entiteit is de tijdspanne tussen de verwerving van activa voor verwerking en het moment waarop zij in geldmiddelen of kasequivalenten worden gerealiseerd. Als de normale exploitatiecyclus van een entiteit niet duidelijk identificeerbaar is, wordt deze geacht twaalf maanden te duren. Vlottende activa omvatten activa (zoals voorraden en handelsvorderingen) die in de normale exploitatiecyclus worden verkocht, verbruikt of gerealiseerd, zelfs indien niet verwacht wordt dat ze binnen twaalf maanden na de verslagperiode zullen worden gerealiseerd. Vlottende activa omvatten ook activa die voornamelijk worden aangehouden om te worden verhandeld (voorbeelden zijn sommige financiële activa geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden overeenkomstig IAS 39) en het kortlopende gedeelte van financiële vaste activa.

Kortlopende verplichtingen

71

Andere kortlopende verplichtingen worden niet afgewikkeld in de normale exploitatiecyclus, maar moeten binnen twaalf maanden na de verslagperiode worden afgewikkeld of worden voornamelijk voor handelsdoeleinden aangehouden. Voorbeelden zijn sommige financiële verplichtingen geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden overeenkomstig IAS 39, voorschotten in rekening-courant en het kortlopende gedeelte van langlopende financiële verplichtingen, uit te keren dividenden, winstbelastingen en andere schulden die geen handelsschulden zijn. Financiële verplichtingen die voor financiering op lange termijn zorgen (dat wil zeggen dat ze geen deel uitmaken van het werkkapitaal dat in de normale exploitatiecyclus van de entiteit wordt gebruikt) en die niet binnen twaalf maanden na de verslagperiode moeten worden afgewikkeld, zijn langlopende verplichtingen en zijn onderworpen aan de bepalingen in de alinea's 74 en 75.

OVERGANG EN INGANGSDATUM

139C

De alinea's 68 en 71 zijn gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijzigingen in International Accounting Standard 16

Materiële vaste activa

De alinea's 6 en 69 worden gewijzigd. De alinea's 68A en 81D worden toegevoegd.

DEFINITIES

6

De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:

De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde minus verkoopkosten van een actief en de bedrijfswaarde van een actief.

NIET LANGER OPNEMEN IN DE BALANS

68A

Een entiteit die in het kader van haar normale bedrijfsactiviteiten stelselmatig overgaat tot de verkoop van materiële vaste activa die zij heeft aangehouden voor verhuur aan derden, moet dergelijke activa evenwel tegen hun boekwaarde naar voorraden overboeken wanneer deze activa niet meer worden verhuurd maar voor verkoop worden aangehouden. De opbrengsten van de verkoop van dergelijke activa moeten overeenkomstig IAS 18 Opbrengsten als opbrengsten worden opgenomen. IFRS 5 is niet van toepassing wanneer activa die in het kader van de normale bedrijfsactiviteiten voor verkoop worden aangehouden, naar voorraden worden overgeboekt.

69

De vervreemding van een materieel vast actief kan op verschillende wijzen plaatsvinden (bijvoorbeeld door verkoop, door het afsluiten van een financiële lease of via donatie). Bij de bepaling van het moment van vervreemding van een actief past de entiteit de criteria in IAS 18 toe voor de opname van opbrengsten uit de verkoop van goederen. IAS 17 is van toepassing op vervreemding via „sale and leaseback”.

INGANGSDATUM

81D

De alinea's 6 en 69 zijn gewijzigd en alinea 68A is toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en tegelijkertijd de gerelateerde wijzigingen in IAS 7 Het kasstroomoverzicht toepassen.

Bijlage bij Wijzigingen in IAS 16

Wijzigingen in IAS 7

Entiteiten moeten deze wijzigingen in IAS 7 toepassen wanneer zij de gerelateerde wijzigingen in IAS 16 toepassen.

IAS 7    Het kasstroomoverzicht

Alinea 14 wordt gewijzigd. Alinea 55 wordt toegevoegd.

14

Kasstromen …

Sommige transacties, zoals de verkoop van een fabrieksonderdeel, kunnen leiden tot een winst die of verlies dat wordt opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies. De kasstromen die verband houden met dergelijke transacties zijn kasstromen uit investeringsactiviteiten. Contante betalingen voor de vervaardiging of verwerving van activa die voor verhuur aan derden worden aangehouden en later voor verkoop worden aangehouden als beschreven in alinea 68A van IAS 16 Materiële vaste activa zijn echter kasstromen uit operationele activiteiten. De contante ontvangsten uit de verhuur en latere verkoop van dergelijke activa zijn eveneens kasstromen uit operationele activiteiten.

INGANGSDATUM

55

Alinea 14 is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en alinea 68A van IAS 16 toepassen.

Wijzigingen in International Accounting Standard 19

Personeelsbeloningen

De alinea's 7, 8(b), 32B, 97, 98, 111 en 160 worden gewijzigd. De alinea's 111A en 159D worden toegevoegd.

DEFINITIES

7

Kortetermijnpersoneelsbeloningen zijn personeelsbeloningen (met uitzondering van ontslagvergoedingen) die betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na het einde van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn personeelsbeloningen (met uitzondering van vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen) die niet betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na het einde van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.

Het rendement op fondsbeleggingen verwijst naar rente, dividenden en andere opbrengsten die van de fondsbeleggingen afkomstig zijn, samen met de gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten of verliezen op de fondsbeleggingen, en verminderd met enige beheerskosten van het fonds (met uitzondering van de beheerskosten die zijn opgenomen in de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor de waardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten) en eventuele belastingen die door het fonds zelf zijn verschuldigd.

Pensioenkosten van verstreken diensttijd verwijst naar de toename van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor prestaties die in voorgaande perioden door werknemers zijn verricht, en die in de lopende periode resulteren uit de introductie van of wijzigingen in vergoedingen na uitdiensttreding of andere langetermijnpersoneelsbeloningen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd kunnen zowel positief (als beloningen worden geïntroduceerd of zodanig worden gewijzigd dat de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten toeneemt) als negatief (als bestaande personeelsbeloningen zodanig worden gewijzigd dat de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten afneemt) zijn.

KORTETERMIJNPERSONEELSBELONINGEN

8

Kortetermijnpersoneelsbeloningen omvatten onder meer:

(b)

kort betaald verlof (zoals betaalde jaarlijkse vakantie en de doorbetaling van loon bij ziekte) indien de vergoeding voor de afwezigheden betaalbaar is binnen twaalf maanden na het einde van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten;

VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING: ONDERSCHEID TUSSEN TOEGEZEGDE-BIJDRAGENREGELINGEN EN TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Collectieve regelingen van meer werkgevers

32B

IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa vereist dat een entiteit informatie over bepaalde voorwaardelijke verplichtingen verstrekt. In de context van een collectieve regeling van meer werkgevers kan een voorwaardelijke verplichting bijvoorbeeld ontstaan uit:

(a)

VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING: TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Pensioenkosten van verstreken diensttijd

97

Pensioenkosten van verstreken diensttijd ontstaan wanneer een entiteit een toegezegd-pensioenregeling introduceert die vergoedingen toerekent aan prestaties die in het verleden zijn verricht, of veranderingen aanbrengt aan de vergoedingen die uit hoofde van een bestaande toegezegd-pensioenregeling verschuldigd zijn voor prestaties die in het verleden zijn verricht. Dergelijke wijzigingen worden aangebracht in ruil voor prestaties van werknemers over de periode tot de desbetreffende vergoedingen onvoorwaardelijk worden toegezegd. Bijgevolg neemt de entiteit pensioenkosten van verstreken diensttijd over die periode op, ongeacht of de kosten betrekking hebben op prestaties van werknemers in voorgaande perioden. De entiteit waardeert pensioenkosten van verstreken diensttijd als de wijziging in de verplichting die uit de aanpassing voortvloeit (zie alinea 64). Negatieve pensioenkosten van verstreken diensttijd ontstaan wanneer een entiteit veranderingen aanbrengt aan de aan prestaties in het verleden toe te rekenen vergoedingen waardoor de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten afneemt.

98

Pensioenkosten van verstreken diensttijd omvatten niet:

(a)

het gevolg van verschillen tussen de eigenlijke en voorheen veronderstelde loonsverhogingen voor de verplichting om vergoedingen te betalen voor in voorgaande jaren verrichte prestaties (er zijn geen pensioenkosten van verstreken diensttijd omdat vooraf geschatte salarissen door actuariële veronderstellingen zijn toegestaan);

(b)

onderschattingen en overschattingen van vrijwillige pensioenverhogingen als een entiteit een feitelijke verplichting heeft om dergelijke verhogingen toe te kennen (er zijn geen pensioenkosten van verstreken diensttijd omdat dergelijke verhogingen door actuariële veronderstellingen zijn toegestaan);

(c)

schattingen van verhogingen van vergoedingen die het resultaat zijn van actuariële winsten die in de jaarrekening zijn opgenomen als de entiteit op grond van de formele voorwaarden van een regeling (of een feitelijke verplichting die voorrang heeft op deze voorwaarden) of op grond van de wetgeving verplicht is om enig surplus in de regeling aan te wenden ten gunste van deelnemers aan de regeling, zelfs indien de verhoging van de vergoeding nog niet formeel is toegekend (de resulterende toename van de verplichting is een actuarieel verlies en leidt niet tot pensioenkosten van verstreken diensttijd, zie alinea 85(b));

(d)

de toename van onvoorwaardelijk toegezegde beloningen indien werknemers, bij ontstentenis van nieuwe of verhoogde vergoedingen, voldoen aan de voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezegging (er zijn geen pensioenkosten van verstreken diensttijd omdat de entiteit de geschatte kosten van de vergoedingen als aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten heeft opgenomen op het moment dat de prestaties werden verricht); en

(e)

het gevolg van wijzigingen aan de regeling die vergoedingen voor toekomstige prestaties verlagen (een inperking).

Inperkingen en afwikkelingen

111

Een inperking vindt plaats indien een entiteit ofwel:

(a)

zich aantoonbaar heeft verbonden om het aantal werknemers dat door een regeling wordt gedekt aanzienlijk te verminderen; dan wel

(b)

de voorwaarden van een toegezegd-pensioenregeling zodanig wijzigt dat een significant deel van de prestaties die door huidige werknemers in de toekomst zullen worden verricht, niet langer in aanmerking komt voor vergoedingen of slechts in aanmerking komt voor verlaagde vergoedingen.

Een inperking kan het gevolg zijn van een op zichzelf staande gebeurtenis, zoals de sluiting van een fabriek, de beëindiging van een activiteit, de beëindiging of opschorting van een regeling, dan wel een vermindering van de mate waarin toekomstige loonsverhogingen verbonden zijn aan de vergoedingen die verschuldigd zijn voor prestaties die in het verleden zijn verricht. Inperkingen gaan vaak gepaard met een reorganisatie. Wanneer dit het geval is, verwerkt een entiteit een inperking op hetzelfde moment als de gerelateerde reorganisatie.

111A

Wanneer wijzigingen aan een regeling vergoedingen verlagen, is alleen het gevolg van de verlaging voor toekomstige prestaties een inperking. Een verlaging voor prestaties in het verleden heeft negatieve pensioenkosten van verstreken diensttijd tot gevolg.

INGANGSDATUM

159D

De alinea's 7, 8(b), 32B, 97, 98 en 111 zijn gewijzigd en alinea 111A is toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 7, 8(b) en 32B toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 97, 98, 111 en 111A toepassen op wijzigingen van vergoedingen die op of na 1 januari 2009 plaatsvinden.

160

Wanneer een entiteit haar grondslagen voor financiële verslaggeving wijzigt om de in alinea's 159 tot en met 159D vermelde wijzigingen te weerspiegelen, geldt IAS 8. Bij de retroactieve toepassing van deze wijzigingen behandelt de entiteit, zoals voorgeschreven op grond van IAS 8, deze wijzigingen alsof ze op hetzelfde moment als de rest van deze standaard waren toegepast. De uitzondering is dat een entiteit de op grond van alinea 120A(p), vereiste bedragen mag vermelden aangezien de bedragen voor iedere jaarperiode prospectief worden bepaald vanaf de eerste jaarperiode die wordt gepresenteerd in de jaarrekening waarin de entiteit de wijzigingen in alinea 120A voor het eerst toepast.

Wijzigingen in International Accounting Standard 20

Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun

Alinea 37 wordt verwijderd. De alinea's 10A en 43 worden toegevoegd.

OVERHEIDSSUBSIDIES

10A

Het voordeel dat verbonden is aan een overheidslening die tegen een lagere rentevoet dan de marktrente wordt verstrekt, wordt als een overheidssubsidie behandeld. De lening moet worden opgenomen en gewaardeerd in overeenstemming met IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering. De waarde van het voordeel dat voortvloeit uit het feit dat de rentevoet lager is dan de marktrente, moet worden bepaald als het verschil tussen de in overeenstemming met IAS 39 bepaalde initiële boekwaarde van de lening en de ontvangen opbrengsten. Het voordeel wordt administratief verwerkt in overeenstemming met deze standaard. De entiteit moet de voorwaarden en verplichtingen die zijn of moeten worden vervuld in aanmerking nemen wanneer zij de kosten identificeert die het aan de lening verbonden voordeel beoogt te compenseren.

OVERHEIDSSTEUN

37

[verwijderd]

INGANGSDATUM

43

Alinea 37 is verwijderd en alinea 10A is toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op overheidsleningen ontvangen in perioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in International Accounting Standard 23

Financieringskosten (herziene versie van 2007)

Alinea 6 wordt gewijzigd. Alinea 29A wordt toegevoegd.

DEFINITIES

6

Financieringskosten kunnen het volgende omvatten:

(a)

rentelasten die volgens de in IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering beschreven effectieve-rentemethode zijn berekend;

(b)

[verwijderd]

(c)

[verwijderd]

(d)

financieringskosten met betrekking tot financiële leases die zijn opgenomen in overeenstemming met IAS 17 Leaseovereenkomsten; en

(e)

valutakoersverschillen die voortvloeien uit leningen in vreemde valuta, in zoverre zij als een aanpassing van de rentekosten worden beschouwd.

INGANGSDATUM

29A

Alinea 6 is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in International Accounting Standard 27

De geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (herziene versie van januari 2008)

Alinea 37 wordt gewijzigd. Alinea 43A wordt toegevoegd.

ADMINISTRATIEVE VERWERKING VAN INVESTERINGEN IN DOCHTERONDERNEMINGEN, ENTITEITEN WAAROVER GEZAMENLIJK DE ZEGGENSCHAP WORDT UITGEOEFEND EN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN IN DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING

37

Wanneer een entiteit een enkelvoudige jaarrekening opstelt, moet zij investeringen in dochterondernemingen, entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend en geassocieerde deelnemingen administratief verwerken:

(a)

tegen kostprijs, of

(b)

in overeenstemming met IAS 39.

De entiteit moet op elke categorie investeringen dezelfde administratieve verwerking toepassen. Investeringen die administratief zijn verwerkt tegen kostprijs, moeten administratief worden verwerkt in overeenstemming met IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten wanneer zij overeenkomstig IFRS 5 als aangehouden voor verkoop zijn geclassificeerd (of zijn opgenomen in een groep activa die wordt afgestoten en die als aangehouden voor verkoop is geclassificeerd). In dergelijke omstandigheden blijft de waardering van in overeenstemming met IAS 39 administratief verwerkte investeringen ongewijzigd.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

43A

Alinea 37 is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen vanaf de datum waarop zij voor het eerst IFRS 5 heeft toegepast. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijzigingen in International Accounting Standard 28

Investeringen in geassocieerde deelnemingen

De alinea's 1 en 33 en het kopje boven alinea 41 worden gewijzigd. Alinea 41C wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

1

Deze standaard moet worden toegepast bij de administratieve verwerking van investeringen in geassocieerde deelnemingen. Deze standaard is echter niet van toepassing op investeringen in geassocieerde deelnemingen die gehouden worden door:

(a)

organisaties die durfkapitaal verstrekken; of

(b)

gemeenschappelijke beleggingsfondsen, beleggingsfondsen en soortgelijke entiteiten, met inbegrip van verzekeringsfondsen met beleggingscomponent

die bij eerste opname worden aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, of die worden geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden en administratief worden verwerkt in overeenstemming met IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering. Dergelijke investeringen moeten volgens IAS 39 tegen reële waarde worden gewaardeerd, waarbij veranderingen in deze waarde in winst of verlies worden opgenomen in de periode waarin de verandering plaatsvindt. Een entiteit die een dergelijke investering houdt, moet de in alinea 37(f) bedoelde informatie verstrekken.

TOEPASSING VAN DE „EQUITY”-METHODE

Bijzondere waardeverminderingsverliezen

33

Aangezien goodwill die deel uitmaakt van de boekwaarde van een investering in een geassocieerde deelneming niet gescheiden wordt opgenomen, wordt goodwill niet afzonderlijk op bijzondere waardevermindering getoetst onder toepassing van de vereisten voor het toetsen van goodwill op bijzondere waardevermindering in IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa. In plaats daarvan wordt de totale boekwaarde van de investering als één enkel actief getoetst op bijzondere waardevermindering op grond van IAS 36, door haar realiseerbare waarde (de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten) met haar boekwaarde te vergelijken, wanneer bij toepassing van de vereisten in IAS 39 blijkt dat de investering mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een in die omstandigheden opgenomen waardeverminderingsverlies wordt niet toegerekend aan een actief, inclusief goodwill, dat deel uitmaakt van de boekwaarde van de investering in de geassocieerde deelneming. Evenzo wordt een terugboeking van dat bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen in overeenstemming met IAS 36 indien de realiseerbare waarde van de investering later toeneemt. Bij de bepaling van de bedrijfswaarde van de investering schat een entiteit:

(a)

INGANGSDATUM EN OVERGANG

41C

De alinea's 1 en 33 zijn gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en op de eerdere periode ook de wijzigingen in alinea 3 van IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing, alinea 1 van IAS 31 en alinea 4 van IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie, uitgegeven in mei 2008, toepassen. Een entiteit mag de wijzigingen prospectief toepassen.

Wijziging in International Accounting Standard 31

Belangen in joint ventures

Alinea 1 en het kopje boven alinea 58 worden gewijzigd. Alinea 58B wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

1

Deze standaard moet worden toegepast bij de administratieve verwerking van belangen in joint ventures en de verslaggeving van activa, verplichtingen, baten en lasten van een joint venture in de jaarrekening van deelnemers in een joint venture en investeerders, ongeacht de structuur of vorm waarin de bedrijfsactiviteiten van de joint venture plaatsvinden. Deze standaard is echter niet van toepassing op belangen van deelnemers in een joint venture in entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend, die gehouden worden door:

(a)

organisaties die durfkapitaal verstrekken; of

(b)

gemeenschappelijke beleggingsfondsen, beleggingsfondsen en soortgelijke entiteiten, met inbegrip van verzekeringsfondsen met beleggingscomponent

die bij eerste opname worden aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, of die worden geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden en administratief worden verwerkt in overeenstemming met IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering. Dergelijke investeringen moeten volgens IAS 39 tegen reële waarde worden gewaardeerd, waarbij veranderingen in deze waarde in winst of verlies worden opgenomen in de periode waarin de verandering plaatsvindt. Een deelnemer in een joint venture die een dergelijke investering houdt, moet de in alinea 55 en 56 bedoelde informatie verstrekken.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

58B

Alinea 1 is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en op de eerdere periode ook de wijzigingen in alinea 3 van IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing, alinea 1 van IAS 28 en alinea 4 van IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie, uitgegeven in mei 2008, toepassen. Een entiteit mag de wijziging prospectief toepassen.

Bijlage bij Wijzigingen in IAS 28 en IAS 31

Wijzigingen in andere IFRSs

Entiteiten moeten de in deze bijlage opgenomen wijzigingen in IFRS 7 en IAS 32 toepassen wanneer zij de gerelateerde wijzigingen in IAS 28 en IAS 31 toepassen.

IFRS 7    Financiële instrumenten: informatieverschaffing

Alinea 3(a) wordt gewijzigd. Alinea 44D wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

3

Deze IFRS moet door alle entiteiten worden toegepast op alle soorten financiële instrumenten, met uitzondering van:

(a)

belangen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures die worden verwerkt overeenkomstig IAS 27 De geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening, IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen of IAS 31 Belangen in joint ventures. In bepaalde gevallen staan IAS 27, IAS 28 of IAS 31 echter toe dat een entiteit een belang in een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture administratief verwerkt overeenkomstig IAS 39; in deze gevallen moeten entiteiten aan de vereisten in deze IFRS voldoen. Entiteiten moeten deze IFRS eveneens toepassen op alle derivaten gekoppeld aan belangen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen of joint ventures, tenzij de derivaten voldoen aan de in IAS 32 opgenomen definitie van een eigen-vermogensinstrument.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

44D

Alinea 3(a) is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en op de eerdere periode ook de wijzigingen in alinea 1 van IAS 28, alinea 1 van IAS 31 en alinea 4 van IAS 32, uitgegeven in mei 2008, toepassen. Een entiteit mag de wijziging prospectief toepassen.

IAS 32    Financiële instrumenten: presentatie

Alinea 4(a) en het kopje boven alinea 96 worden gewijzigd. Alinea 97D wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

4

Deze standaard moet door alle entiteiten worden toegepast op alle soorten financiële instrumenten, met uitzondering van:

(a)

belangen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures die worden verwerkt overeenkomstig IAS 27 De geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening, IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen of IAS 31 Belangen in joint ventures. In bepaalde gevallen staan IAS 27, IAS 28 of IAS 31 echter toe dat een entiteit een belang in een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture administratief verwerkt overeenkomstig IAS 39; in deze gevallen moeten entiteiten aan de vereisten in deze standaard voldoen. Entiteiten moeten deze standaard eveneens toepassen op alle derivaten gekoppeld aan belangen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen of joint ventures.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

97D

Alinea 4 is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en op de eerdere periode ook de wijzigingen in alinea 3 van IFRS 7, alinea 1 van IAS 28 en alinea 1 van IAS 31, uitgegeven in mei 2008, toepassen. Een entiteit mag de wijziging prospectief toepassen.

Wijzigingen in International Accounting Standard 29

Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie

De alinea's 6, 15 en 19 worden gewijzigd. Deze wijzigingen moeten worden toegepast op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan.

DE AANPASSING VAN DE JAARREKENING

6

Entiteiten die jaarrekeningen opstellen op basis van de historische kostprijs doen dit zonder rekening te houden met wijzigingen van het algemene prijsniveau of prijsstijgingen van specifieke opgenomen activa of verplichtingen. De uitzonderingen hierop worden gevormd door de activa en de verplichtingen die de entiteit verplicht is of verkiest tegen reële waarde te waarderen. Zo kunnen materiële vaste activa en investeringen worden geherwaardeerd tegen reële waarde en moeten biologische activa doorgaans worden gewaardeerd tegen reële waarde. Sommige entiteiten presenteren echter jaarrekeningen die zijn gebaseerd op een actuele-waardebenadering die de gevolgen van wijzigingen in de specifieke prijzen van aangehouden activa weerspiegelt.

15

De meeste niet-monetaire posten worden geboekt tegen kostprijs of tegen de kostprijs na aftrek van afschrijvingen. Bijgevolg worden deze posten uitgedrukt in de bedragen die gelden op hun overnamedatum. De aangepaste kostprijs, of kostprijs na aftrek van afschrijvingen, van elke post wordt bepaald door de wijziging in een algemene prijsindex tussen de verwervingsdatum en het einde van de verslagperiode toe te passen op de historische kostprijs en geaccumuleerde afschrijvingen van die post. Zo worden materiële vaste activa, voorraden van grondstoffen en handelswaren, goodwill, octrooien, handelsmerken en gelijkaardige activa aangepast vanaf hun aankoopdata. Voorraden van halffabricaten en gereed product worden aangepast vanaf de data waarop de aankoopkosten en de conversiekosten werden gemaakt.

19

In overeenstemming met de desbetreffende IFRSs wordt het aangepaste bedrag van een niet-monetaire post verlaagd als het groter is dan de realiseerbare waarde van de post. Zo worden de aangepaste bedragen van materiële vaste activa, goodwill, octrooien en handelsmerken verlaagd tot hun realiseerbare waarde en worden aangepaste bedragen van voorraden verlaagd tot hun opbrengstwaarde.

Wijziging in International Accounting Standard 36

Bijzondere waardevermindering van activa

Alinea 134(e) wordt gewijzigd. Alinea 140C wordt toegevoegd.

INFORMATIEVERSCHAFFING

Gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen van kasstroomgenererende eenheden waarin goodwill of immateriële activa met een onbeperkte gebruiksduur zijn opgenomen

134

Een entiteit moet de onder (a) tot en met (f) vereiste informatie vermelden voor elke kasstroom-genererende eenheid (groep eenheden) waarvoor de boekwaarde van de aan die eenheid (groep eenheden) toegerekende goodwill of immateriële activa met een onbeperkte gebruiksduur significant is in vergelijking met de totale boekwaarde van goodwill of immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur van de entiteit:

(e)

indien de realiseerbare waarde van de eenheid (groep eenheden) gebaseerd is op de reële waarde minus verkoopkosten, de methode die gebruikt is om de reële waarde minus verkoopkosten te bepalen. Indien de reële waarde minus verkoopkosten niet bepaald is aan de hand van een waarneembare marktprijs voor de eenheid (groep eenheden), moet ook de volgende informatie worden verstrekt:

(i)

een beschrijving van elke belangrijke veronderstelling waarop het management zijn bepaling van de reële waarde minus verkoopkosten heeft gebaseerd. Belangrijke veronderstellingen zijn die veronderstellingen waarop de realiseerbare waarde van de eenheid (groep eenheden) snel reageert;

(ii)

een beschrijving van de methode van het management om de aan elke belangrijke veronderstelling toegewezen waarde(n) te bepalen, of (een) dergelijke waarde(n) de ervaring uit het verleden weergeeft (weergeven) en of, in voorkomend geval, ze consistent zijn met externe informatiebronnen en zo niet, op welke wijze en waarom ze afwijken van ervaringen uit het verleden of van externe informatiebronnen.

Indien de reële waarde minus verkoopkosten wordt bepaald aan de hand van gedisconteerde kasstroomprognoses, moet ook de volgende informatie worden verstrekt:

(iii)

de periode waarover het management kasstromen heeft geraamd;

(iv)

het groeipercentage dat toegepast wordt bij de extrapolatie van kasstroomramingen;

(v)

de op de kasstroomramingen toegepaste disconteringsvoet(en).

OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM

140C

Alinea 134(e) is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijzigingen in International Accounting Standard 38

Immateriële activa

De alinea's 69, 70 en 98 worden gewijzigd. De alinea's 69A en 130D worden toegevoegd.

OPNAME VAN EEN LAST

69

In sommige gevallen worden uitgaven gedaan om toekomstige economische voordelen te behalen voor een entiteit, terwijl geen immaterieel actief of ander actief wordt verworven of gecreëerd dat kan worden opgenomen. Bij een levering van goederen neemt de entiteit dergelijke uitgaven op als last wanneer zij een recht van toegang tot de goederen heeft. Bij een levering van diensten neemt de entiteit de uitgaven op als last wanneer zij de diensten ontvangt. Uitgaven voor onderzoek worden bijvoorbeeld als last opgenomen op het moment dat ze gedaan worden (zie alinea 54), behalve wanneer ze deel uitmaken van een bedrijfscombinatie. Andere voorbeelden van uitgaven die worden opgenomen als last wanneer ze worden gedaan, zijn:

(a)

(c)

uitgaven voor reclame en promotie (inclusief postordercatalogi);

(d)

69A

Een entiteit heeft een recht van toegang tot goederen wanneer zij er eigenaar van is. Evenzo heeft zij een recht van toegang tot goederen wanneer deze zijn vervaardigd door een leverancier volgens de voorwaarden van een leveringsovereenkomst en de entiteit de levering ervan kan eisen tegen betaling. Diensten worden ontvangen wanneer zij worden verricht door een leverancier in overeenstemming met een overeenkomst voor de levering ervan aan de entiteit en niet wanneer de entiteit er gebruik van maakt voor de levering van een andere dienst, zoals het bezorgen van reclame aan klanten.

70

Alinea 68 sluit niet uit dat een entiteit een vooruitbetaling als een actief opneemt indien de betaling voor de goederen is verricht voordat de entiteit een recht van toegang tot deze goederen heeft verkregen. Evenzo sluit alinea 68 niet uit dat een entiteit een vooruitbetaling als een actief opneemt indien de betaling voor de diensten is verricht voordat de entiteit deze diensten heeft ontvangen.

IMMATERIËLE ACTIVA MET EEN BEPERKTE GEBRUIKSDUUR

Afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode

98

Er kunnen diverse afschrijvingsmethoden worden gehanteerd om het af te schrijven bedrag van een actief stelselmatig te spreiden over zijn gebruiksduur. Deze methoden omvatten de lineaire afschrijvingsmethode, de degressieve afschrijvingsmethode en de afschrijvingsmethode op basis van verbruikte werkeenheden. De toegepaste methode wordt gekozen op basis van het verwachte patroon volgens welk de verwachte toekomstige economische voordelen die het actief in zich bergt verbruikt zullen worden. Deze methode wordt in elke periode consistent toegepast, tenzij het verwachte verbruikspatroon van deze toekomstige economische voordelen verandert.

OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM

130D

De alinea's 69, 70 en 98 zijn gewijzigd en alinea 69A is toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijzigingen in International Accounting Standard 39

Financiële instrumenten: opname en waardering

De alinea's 9, 73 en TL8 worden gewijzigd. De alinea's 50A en 108C worden toegevoegd.

DEFINITIES

9

De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:

Definities van vier categorieën van financiële instrumenten

Een financieel actief of financiële verplichting tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening is een financieel actief dat, of een financiële verplichting die, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

(a)

het financiële actief of de financiële verplichting wordt geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden. Een financieel actief of een financiële verplichting wordt geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden indien:

(i)

het financiële actief of de financiële verplichting hoofdzakelijk wordt verworven of aangegaan met het doel dit actief of deze verplichting op korte termijn te verkopen of terug te kopen;

(ii)

het financiële actief of de financiële verplichting bij eerste opname deel uitmaakt van een portefeuille van geïdentificeerde financiële instrumenten die gezamenlijk worden beheerd en waarvoor aanwijzingen bestaan van een recent, feitelijk patroon van winstnemingen op korte termijn; dan wel

(iii)

het financiële actief of de financiële verplichting een derivaat is (behalve een derivaat dat een financiële-garantiecontract is of dat wordt aangemerkt als een afdekkingsinstrument en effectief is);

(b)

WAARDERING

Herclassificaties

50A

De volgende veranderingen in omstandigheden zijn geen herclassificaties in de zin van alinea 50:

(a)

een derivaat dat voorheen was aangemerkt als een afdekkingsinstrument en effectief was bij een kasstroomafdekking of afdekking van een netto-investering , maar dat niet langer is;

(b)

een derivaat wordt aangemerkt als een afdekkingsinstrument en is effectief bij een kasstroomafdekking of afdekking van een netto-investering;

(c)

herclassificatie van financiële activa wanneer een verzekeringsmaatschappij haar grondslagen voor financiële verslaggeving wijzigt in overeenstemming met alinea 45 van IFRS 4.

AFDEKKING

Afdekkingsinstrumenten

In aanmerking komende instrumenten

73

Ten behoeve van hedge accounting kunnen alleen instrumenten als afdekkingsinstrument worden aangemerkt waarbij een partij buiten de verslaggevende entiteit (dat wil zeggen buiten de groep of de individuele entiteit waarover wordt gerapporteerd) is betrokken. Hoewel individuele entiteiten binnen een geconsolideerde groep, of divisies binnen een entiteit, individueel afdekkingstransacties kunnen sluiten met andere entiteiten binnen de groep, of andere divisies binnen de entiteit, worden eventuele winsten en verliezen op dergelijke transacties binnen een groep bij consolidatie geëlimineerd. Dergelijke afdekkingstransacties komen derhalve niet in aanmerking voor hedge accounting in de geconsolideerde jaarrekening van de groep. Zij kunnen echter wel voor hedge accounting in aanmerking komen in de individuele of enkelvoudige jaarrekening van individuele entiteiten binnen de groep, mits deze transacties partijen betreffen buiten de individuele entiteit waarover wordt gerapporteerd.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

108C

De alinea's 9, 73 en TL8 zijn gewijzigd en alinea 50A is toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 9 en 50A toepassen vanaf dezelfde datum en op dezelfde wijze als de in 2005 aangebrachte wijzigingen die in alinea 105A worden beschreven. Eerdere toepassing van alle wijzigingen is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in de toepassingsleidraad bij IAS 39

Financiële instrumenten: opname en waardering

DEFINITIES (ALINEA'S 8 EN 9)

Effectieve rentevoet

TL8

Herziet een entiteit haar schattingen van betalingen of ontvangsten, dan moet zij de boekwaarde van het financieel actief of de financiële verplichting (of groep financiële instrumenten) aanpassen teneinde rekening te houden met de werkelijke en herziene geschatte kasstromen. De entiteit herberekent de boekwaarde door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen te berekenen tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet of, in voorkomend geval, de overeenkomstig alinea 92 berekende herziene effectieve rentevoet. De aanpassing wordt als bate of last in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Indien een financieel actief overeenkomstig alinea 50B, 50D of 50E wordt geherclassificeerd en de entiteit vervolgens haar schattingen van toekomstige kasontvangsten verhoogt als gevolg van de toegenomen realiseerbaarheid van deze kasontvangsten, wordt het effect van die verhoging vanaf de datum van de schattingswijziging als een aanpassing van de effectieve rentevoet opgenomen in plaats van als een aanpassing van de boekwaarde van het actief op de datum van de schattingswijziging.

Wijzigingen in International Accounting Standard 40

Vastgoedbeleggingen

De alinea's 8, 9, 48, 53, 54 en 57 worden gewijzigd. Alinea 22 wordt verwijderd en de alinea's 53A, 53B en 85B worden toegevoegd.

DEFINITIES

8

Voorbeelden van vastgoedbeleggingen zijn:

(a)

(e)

vastgoed in aanbouw of ontwikkeling voor toekomstig gebruik als vastgoedbelegging.

9

De volgende lijst bevat voorbeelden van zaken die niet worden beschouwd als vastgoedbeleggingen en die derhalve buiten het toepassingsgebied van deze standaard vallen:

(a)

(d)

[verwijderd]

(e)

WAARDERING BIJ EERSTE OPNAME

22

[Verwijderd]

Reële-waardemodel

48

Wanneer een entiteit een vastgoedbelegging voor het eerst verwerft (of wanneer een bestaande onroerende zaak voor het eerst een vastgoedbelegging wordt na een wijziging in het gebruik), zijn er in uitzonderlijke gevallen duidelijke indicaties dat de variabiliteit in de redelijke schattingen van de reële waarde dermate groot zal zijn, en de waarschijnlijkheid van de verschillende resultaten zo moeilijk te beoordelen is, dat één enkele schatting van de reële waarde geen nut heeft. Dit kan erop wijzen dat de reële waarde van de onroerende zaak nu en in de toekomst niet betrouwbaar kan worden bepaald (zie alinea 53).

Onvermogen om de reële waarde betrouwbaar te bepalen

53

Er is een weerlegbaar vermoeden dat een entiteit de reële waarde van een vastgoedbelegging nu en in de toekomst op betrouwbare wijze kan bepalen. In uitzonderlijke gevallen zijn er echter duidelijke aanwijzingen dat bij eerste verwerving door een entiteit van een vastgoedbelegging (of wanneer een bestaande onroerende zaak voor het eerst een vastgoedbelegging wordt na een wijziging in het gebruik) het niet mogelijk is de reële waarde van de vastgoedbelegging op dat moment en in de toekomst betrouwbaar te bepalen. Dit is het geval als en alleen als vergelijkbare markttransacties niet frequent voorkomen en alternatieve betrouwbare schattingen van de reële waarde (bijvoorbeeld op basis van ramingen van de gedisconteerde kasstromen) niet beschikbaar zijn. Indien een entiteit vaststelt dat het niet mogelijk is de reële waarde van een vastgoedbelegging in aanbouw betrouwbaar te bepalen, maar verwacht dat de reële waarde van het vastgoed op betrouwbare wijze zal kunnen worden bepaald wanneer de bouw daarvan is voltooid, moet zij de vastgoedbelegging in aanbouw tegen kostprijs waarderen totdat de reële waarde daarvan op betrouwbare wijze kan worden bepaald of, indien dit vroeger is, de bouw is voltooid. Indien een entiteit vaststelt dat het niet mogelijk is de reële waarde van een vastgoedbelegging (die geen vastgoedbelegging in aanbouw is) nu en in de toekomst betrouwbaar te bepalen, moet de entiteit die vastgoedbelegging waarderen met behulp van het kostprijsmodel in IAS 16. Er moet van worden uitgegaan dat de restwaarde van de vastgoedbelegging gelijk is aan nul. De entiteit moet IAS 16 toepassen tot de vastgoedbelegging wordt vervreemd.

53A

Zodra een entiteit in staat is de reële waarde van een voorheen tegen kostprijs gewaardeerde vastgoedbelegging in aanbouw op betrouwbare wijze te bepalen, moet zij het vastgoed tegen reële waarde waarderen. Als de bouw van dat vastgoed is voltooid, wordt aangenomen dat het mogelijk is de reële waarde ervan betrouwbaar te bepalen. Indien dit niet het geval is, moet het vastgoed in overeenstemming met alinea 53 met behulp van het kostprijsmodel in IAS 16 administratief worden verwerkt.

53B

Het vermoeden dat de reële waarde van een vastgoedbelegging in aanbouw op betrouwbare wijze kan worden bepaald, kan alleen bij eerste opname worden weerlegd. Een entiteit die een vastgoedbelegging in aanbouw tegen reële waarde heeft gewaardeerd, mag niet concluderen dat het niet mogelijk is de reële waarde van de voltooide vastgoedbelegging betrouwbaar te bepalen.

54

In de uitzonderlijke gevallen dat een entiteit verplicht is, om de reden die in alinea 53 is vermeld, om een vastgoedbelegging te waarderen met behulp van het kostprijsmodel in IAS 16, waardeert de entiteit al haar andere vastgoedbeleggingen, inclusief vastgoedbeleggingen in aanbouw, tegen reële waarde. In deze gevallen moet de entiteit elk van de overige vastgoedbeleggingen blijven verwerken met behulp van het reële-waardemodel, ook al mag een entiteit voor één vastgoedbelegging het kostprijsmodel toepassen.

HERCLASSIFICATIE

57

Herclassificatie van of naar een vastgoedbelegging moet plaatsvinden als en alleen als er sprake is van een wijziging van het gebruik die blijkt uit:

(a)

(c)

de beëindiging van het eigen gebruik, in geval van een herclassificatie van vastgoed voor eigen gebruik naar vastgoedbelegging; dan wel

(d)

de aanvang van een operationele lease met een andere partij, in geval van een herclassificatie van voorraden naar vastgoedbelegging.

(e)

[verwijderd]

INGANGSDATUM

85B

De alinea's 8, 9, 48, 53, 54 en 57 zijn gewijzigd, alinea 22 is verwijderd en de alinea's 53A en 53B zijn toegevoegd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Een entiteit mag de wijzigingen die op vastgoedbeleggingen in aanbouw betrekking hebben vanaf eerdere data dan 1 januari 2009 toepassen, mits de reële waarden van vastgoedbeleggingen in aanbouw op die data zijn bepaald. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden en tegelijkertijd de wijzigingen in de alinea's 5 en 81E van IAS 16 Materiële vaste activa toepassen.

Bijlage bij Wijzigingen in IAS 40

Wijziging in IAS 16

Entiteiten moeten de in deze bijlage vervatte wijziging in IAS 16 toepassen wanneer zij de gerelateerde wijzigingen in IAS 40 toepassen.

IAS 16    Materiële vaste activa

Alinea 5 wordt gewijzigd. Alinea 81E wordt toegevoegd.

5

Een entiteit die overeenkomstig IAS 40 Vastgoedbeleggingen het kostprijsmodel voor vastgoedbeleggingen hanteert, moet het kostprijsmodel in deze standaard gebruiken.

INGANGSDATUM

81E

Alinea 5 is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan indien een entiteit tegelijkertijd ook de wijzigingen in de alinea's 8, 9, 22, 48, 53, 53A, 53B, 54, 57 en 85B van IAS 40 toepast. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijzigingen in International Accounting Standard 41

Landbouw

De alinea's 5, 6, 17, 20 en 21 worden gewijzigd. Alinea 60 wordt toegevoegd.

DEFINITIES

Definities in verband met landbouw

5

De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:

Agrarische activiteit is het beheer door een entiteit van de biologische transformatie en oogst van biologische activa voor verkoop of voor conversie in agrarische producten of in additionele biologische activa.

6

Agrarische activiteiten bestrijken een gevarieerde reeks van activiteiten, bijvoorbeeld veeteelt, bosbouw, jaarlijkse of herhalende oogsten, de cultuur van boomgaarden en plantages, bloementeelt en hydrocultuur (met inbegrip van viskweek). Binnen deze diversiteit bestaan bepaalde gemeenschappelijke kenmerken:

(a)

(c)

waardering van veranderingen. De wijziging in kwaliteit (bijvoorbeeld genetische verdienste, dichtheid, rijpheid, vetbedekking, proteïnegehalte en vezelsterkte) of in kwantiteit (bijvoorbeeld nageslacht, gewicht, kubieke meters, vezellengte of -diameter, en aantal kiemen) die uit de biologische transformatie of oogst resulteert, wordt als een courant onderdeel van het beheer gewaardeerd en opgevolgd.

OPNAME EN WAARDERING

17

Indien voor een biologisch actief of een agrarisch product in zijn huidige locatie en toestand een actieve markt bestaat, is de genoteerde prijs op deze markt de geëigende basis voor het bepalen van de reële waarde van dat actief. Indien een entiteit toegang heeft tot verschillende actieve markten, gebruikt een entiteit de meest relevante. Indien een entiteit bijvoorbeeld toegang heeft tot twee actieve markten, zou zij de prijs gebruiken die bestaat in de markt die zij verwacht te gebruiken.

20

In sommige omstandigheden kunnen voor een biologisch actief in zijn huidige toestand geen door de markt bepaalde prijzen of waarden beschikbaar zijn. In deze omstandigheden gebruikt een entiteit bij de bepaling van de reële waarde de contante waarde van verwachte nettokasstromen uit het actief, gedisconteerd tegen een door de huidige markt bepaald tarief.

21

Het doel van een berekening van de contante waarde van verwachte nettokasstromen is het bepalen van de reële waarde van een biologisch actief in zijn huidige locatie en toestand. Een entiteit neemt dit in beschouwing bij het bepalen van een gepaste disconteringsvoet die moet worden gebruikt en bij het schatten van verwachte nettokasstromen. Bij de bepaling van de contante waarde van verwachte nettokasstromen houdt een entiteit rekening met de nettokasstromen die het actief volgens marktdeelnemers op de meest relevante markt zou genereren.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

60

De alinea's 5, 6, 17, 20 en 21 zijn gewijzigd en alinea 14 is verwijderd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

DEEL II

De wijzigingen in deel II moeten worden toegepast op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan.

Wijzigingen in International Accounting Standard 8

Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten

De alinea's 7, 9 en 11 worden gewijzigd.

GRONDSLAGEN VOOR DE FINANCIËLE VERSLAGGEVING

Keuze en toepassing van grondslagen voor financiële verslaggeving

7

Wanneer een IFRS specifiek van toepassing is op een transactie of op een andere gebeurtenis of omstandigheid, moet(en) de grondslag(en) voor financiële verslaggeving die op die post wordt (worden) toegepast, worden vastgesteld door toepassing van de IFRS.

9

IFRSs gaan vergezeld van leidraden om entiteiten te helpen bij de toepassing van de vereisten in de IFRSs. In al die leidraden wordt vermeld of deze integraal deel uitmaken van de IFRSs. Leidraden die integraal deel uitmaken van de IFRSs zijn dwingend. Leidraden die geen integraal deel uitmaken van de IFRSs bevatten geen vereisten voor de jaarrekening.

11

Bij de oordeelsvorming zoals die in alinea 10 is beschreven, moet het management gebruikmaken, en de toepasbaarheid beoordelen, van de volgende bronnen (in afnemende volgorde van betekenis):

(a)

de vereisten in IFRSs waarin soortgelijke en verwante kwesties worden behandeld; en

(b)

de definities, opnamecriteria en waarderingsbegrippen voor activa, verplichtingen, baten en lasten in het Raamwerk.

Wijziging in International Accounting Standard 10

Gebeurtenissen na de verslagperiode

Alinea 13 wordt gewijzigd.

13

Als dividenden worden gedeclareerd (dat wil zeggen dividenden die op de juiste wijze zijn goedgekeurd en waarover de entiteit niet langer beschikt) na de verslagperiode maar vóór de datum waarop de jaarrekening wordt goedgekeurd voor publicatie, worden de dividenden niet als een verplichting aan het einde van de verslagperiode opgenomen omdat er op dat moment geen verplichting bestaat. Deze dividenden worden vermeld in de toelichting in overeenstemming met IAS 1 Presentatie van de jaarrekening.

Wijzigingen in International Accounting Standard 20

Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun

Aan de titel van de standaard wordt boven alinea 1 een voetnoot toegevoegd en de alinea's 2(b), 12–18, 20–22, 26, 27 en 32 worden gewijzigd.

Voetnoot bij de titel

*

In het kader van Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008, heeft de Board de in deze standaard gehanteerde terminologie als volgt gewijzigd zodat deze in overeenstemming is met die in andere IFRSs:

(a)

„belastbare winst” is gewijzigd in „fiscale winst of fiscaal verlies”;

(b)

„opgenomen als baten/lasten” is gewijzigd in „opgenomen in winst of verlies”;

(c)

„direct opgenomen in het eigen vermogen” is gewijzigd in „niet opgenomen in winst of verlies”; en

(d)

„herziening van een schatting” is gewijzigd in „schattingswijziging”.

TOEPASSINGSGEBIED

2

Deze standaard behandelt niet:

(a)

de speciale problemen … soortgelijke aard;

(b)

overheidssteun die aan een entiteit wordt verleend in de vorm van voordelen die beschikbaar zijn voor het bepalen van de fiscale winst of het fiscale verlies, of die worden bepaald of beperkt op basis van belastingverplichtingen. Voorbeelden van dergelijke voordelen zijn belastingvrijstellingen, investeringsaftrekken, versnelde fiscaal toegestane afschrijvingen en verlaagde belastingtarieven;

(c)

overheidsparticipaties … de entiteit;

(d)

OVERHEIDSSUBSIDIES

12

Overheidssubsidies moeten systematisch in winst of verlies worden opgenomen over de perioden waarin de entiteit de gerelateerde kosten die de subsidies beogen te compenseren als lasten opneemt.

13

Er bestaan twee ruime benaderingen voor de administratieve verwerking van overheidssubsidies: de vermogensbenadering, volgens welke een subsidie niet in winst of verlies wordt opgenomen, en de batenbenadering, volgens welke een subsidie over een of meer perioden in winst of verlies wordt opgenomen.

14

Zij die de vermogensbenadering bepleiten, hanteren de volgende argumenten:

(a)

overheidssubsidies zijn een financieringsmiddel en moeten als zodanig worden behandeld in de balans in plaats van in winst of verlies te worden opgenomen ter compensatie van de lasten die ze financieren. Aangezien geen terugbetaling wordt verwacht, mogen deze subsidies niet in winst of verlies worden opgenomen;

(b)

het is niet geëigend om overheidssubsidies in winst of verlies op te nemen omdat ze niet worden verdiend maar een stimulans vanwege de overheid vertegenwoordigen zonder dat er kosten aan zijn verbonden.

15

Zij die de batenbenadering bepleiten, hanteren de volgende argumenten:

(a)

aangezien overheidssubsidies ontvangsten zijn uit een andere bron dan aandeelhouders, mogen ze niet direct in het eigen vermogen worden opgenomen maar moeten ze in de juiste periode in winst of verlies worden opgenomen;

(b)

overheidssubsidies zijn zelden gratis. De entiteit verdient ze door de aan de subsidies gekoppelde voorwaarden na te leven en de vooropgestelde verplichtingen na te komen. Daarom moeten ze in winst of verlies worden opgenomen over de perioden waarin de entiteit de gerelateerde kosten die de subsidies beogen te compenseren als lasten opneemt;

(c)

aangezien winstbelastingen en andere belastingen lasten zijn, is het logisch om ook overheidssubsidies, die een verlengstuk van het fiscaal beleid vormen, in winst of verlies op te nemen.

16

Het is fundamenteel voor de batenbenadering dat overheidssubsidies systematisch in winst of verlies worden opgenomen over de perioden waarin de entiteit de gerelateerde kosten die de subsidies beogen te compenseren als lasten opneemt. De opname van overheidssubsidies in winst of verlies naarmate ze worden ontvangen is niet in overeenstemming met het toerekeningsbeginsel (zie IAS 1 Presentatie van de jaarrekening) en zou enkel aanvaardbaar zijn als er geen basis bestond voor de toerekening van een subsidie aan andere perioden dan de periode waarin ze werd ontvangen.

17

In de meeste gevallen kunnen de perioden waarover een entiteit de kosten of lasten met betrekking tot een overheidssubsidie opneemt gemakkelijk worden bepaald. Bijgevolg worden subsidies voor specifieke lasten in winst of verlies opgenomen in dezelfde periode als de desbetreffende lasten. Zo ook worden subsidies met betrekking tot af te schrijven activa gewoonlijk in winst of verlies opgenomen over de perioden en in de verhoudingen waarin de afschrijvingskosten van deze activa worden opgenomen.

18

Subsidies met betrekking tot niet af te schrijven activa kunnen ook de vervulling van bepaalde verplichtingen vereisen, en zouden dan in winst of verlies worden opgenomen over de perioden waaraan de kosten voor het vervullen van de verplichtingen worden toegerekend. Een toekenning van grond bijvoorbeeld kan worden onderworpen aan de voorwaarde dat er op die locatie een gebouw wordt opgericht, en het kan geëigend zijn om deze toekenning over de gebruiksduur van het gebouw in winst of verlies op te nemen.

20

Een overheidssubsidie die kan worden ontvangen als compensatie voor reeds opgelopen lasten of verliezen of met het oog op het verlenen van onmiddellijke financiële steun aan de entiteit zonder toekomstige gerelateerde kosten, moet in winst of verlies worden opgenomen in de periode waarin ze te ontvangen is.

21

In sommige gevallen kan een overheidssubsidie worden toegekend met het oog op het verlenen van onmiddellijke financiële steun aan een entiteit in plaats van als een stimulans om specifieke uitgaven te doen. Dergelijke subsidies kunnen beperkt zijn tot een individuele entiteit en zijn mogelijk niet beschikbaar voor een hele categorie van begunstigden. Deze omstandigheden kunnen rechtvaardigen dat een subsidie in winst of verlies wordt opgenomen in de periode waarin de entiteit in aanmerking komt voor het ontvangen van de subsidie, met informatieverschaffing om ervoor te zorgen dat het effect ervan duidelijk wordt begrepen.

22

Een entiteit kan in aanmerking komen voor het ontvangen van een overheidssubsidie als compensatie voor lasten of verliezen die werden opgelopen in een voorgaande verslagperiode. Een dergelijke subsidie wordt in winst of verlies opgenomen in de periode waarin deze invorderbaar is, met informatieverschaffing om ervoor te zorgen dat het effect ervan duidelijk wordt begrepen.

Presentatie van investeringssubsidies

26

De ene methode beschouwt de subsidie als uitgestelde bate die systematisch in winst of verlies wordt opgenomen over de gebruiksduur van het actief.

27

De andere methode brengt de subsidie in mindering bij de berekening van de boekwaarde van het actief. De subsidie wordt als verlaagde afschrijvingskosten in winst of verlies opgenomen over de gebruiksduur van een af te schrijven actief.

Terugbetaling van overheidssubsidies

32

Een overheidssubsidie die terugbetaalbaar wordt, moet worden verwerkt als een schattingswijziging (zie IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten). De terugbetaling van een exploitatiesubsidie moet eerst worden verrekend met elke nog niet-afgeschreven uitgestelde bate die met betrekking tot de subsidie is opgenomen. In zoverre de terugbetaling groter is dan een dergelijke uitgestelde bate, of indien er geen uitgestelde bate bestaat, moet de terugbetaling onmiddellijk in winst of verlies worden opgenomen. De terugbetaling van een investeringssubsidie moet worden opgenomen door de boekwaarde van het actief te verhogen of door het terug te betalen bedrag in mindering te brengen van het saldo van de uitgestelde baten. De cumulatieve aanvullende afschrijving die tot dan toe in winst of verlies zou zijn opgenomen indien er geen subsidie zou zijn, moet onmiddellijk in winst of verlies worden opgenomen.

Bijlage bij Wijzigingen in IAS 20

Wijzigingen in IAS 41

Entiteiten moeten de in deze bijlage vervatte wijzigingen in IAS 41 toepassen wanneer zij de gerelateerde wijzigingen in de in IAS 20 gehanteerde terminologie toepassen.

IAS 41    Landbouw

De alinea's 34, 35 en 36 worden gewijzigd.

OVERHEIDSSUBSIDIES

34

Een onvoorwaardelijke overheidssubsidie met betrekking tot een biologisch actief gewaardeerd tegen zijn reële waarde minus verkoopkosten moet in winst of verlies worden opgenomen als en alleen als de overheidssubsidie opeisbaar wordt.

35

Indien een overheidssubsidie met betrekking tot een biologisch actief gewaardeerd tegen zijn reële waarde minus verkoopkosten voorwaardelijk is, of indien een overheidssubsidie vereist dat een entiteit zich niet aan een bepaalde agrarische activiteit wijdt, moet een entiteit de overheidssubsidie in winst of verlies opnemen als en alleen als de aan de overheidssubsidie verbonden voorwaarden zijn vervuld.

36

De algemene bepalingen van overheidssubsidies variëren. Zo kan een subsidie vereisen dat een entiteit gedurende vijf jaar op een bepaalde locatie agrarische activiteiten uitoefent en dat de entiteit de subsidie volledig terugbetaalt indien zij gedurende een periode van minder dan vijf jaar agrarische activiteiten uitoefent. In dit geval wordt de subsidie niet in winst of verlies opgenomen tot de vijf jaar zijn verstreken. Indien de bepalingen van de subsidie echter toestaan dat een deel van de subsidie wordt behouden in verhouding tot de tijd die is verstreken, neemt de entiteit het desbetreffende deel op in winst of verlies telkens wanneer het behoud ervan wordt toegestaan.

Wijzigingen in International Accounting Standard 29

Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie

Aan de titel van de standaard wordt boven alinea 1 een voetnoot toegevoegd en de alinea's 8, 14, 20, 28 en 34 worden gewijzigd.

Voetnoot bij de titel

*

In het kader van Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008, heeft de Board de in IAS 29 gehanteerde terminologie als volgt gewijzigd zodat deze in overeenstemming is met die in andere IFRSs: (a) „marktwaarde” is gewijzigd in „reële waarde”, en (b) „bedrijfsresultaten” en „nettoresultaat” zijn gewijzigd in „winst of verlies”.

DE AANPASSING VAN DE JAARREKENING

8

De jaarrekening van een entiteit waarvan de functionele valuta de valuta is van een economie met hyperinflatie, of ze nu is gebaseerd op de historische-kostprijsbenadering of de actuele-waardebenadering, moet worden gepresenteerd in termen van de maateenheid die aan het einde van de verslagperiode wordt gebruikt. De overeenkomstige cijfers voor de voorgaande periode vereist door IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (herziene versie van 2007) en alle informatie met betrekking tot vroegere perioden moeten ook worden gepresenteerd in termen van de maateenheid die aan het einde van de verslagperiode wordt gebruikt. Voor de presentatie van vergelijkende bedragen in een andere presentatievaluta zijn de alinea's 42(b) en 43 van IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen van toepassing.

Jaarrekeningen gebaseerd op de historische-kostprijsbenadering

Balans

14

Alle andere activa en verplichtingen zijn niet-monetair. Sommige niet-monetaire posten worden geboekt tegen de bedragen die gelden aan het einde van de verslagperiode, zoals de opbrengstwaarde en reële waarde, en worden dus niet aangepast. Alle andere niet-monetaire activa en verplichtingen worden aangepast.

20

Een deelneming die administratief wordt verwerkt volgens de „equity”-methode mag rapporteren in de valuta van een economie met hyperinflatie. De balans en het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van een dergelijke deelneming worden in overeenstemming met deze standaard aangepast om het aandeel van de investeerder in de nettoactiva en de winst of het verlies van deze deelneming te berekenen. Indien de aangepaste jaarrekening van de deelneming wordt uitgedrukt in een vreemde valuta, wordt de jaarrekening omgerekend tegen de slotkoersen.

Winst of verlies op de netto monetaire positie

28

De winst of het verlies uit de netto monetaire positie wordt in winst of verlies opgenomen. De overeenkomstig alinea 13 uitgevoerde aanpassing aan de activa en verplichtingen die op basis van een overeenkomst zijn gekoppeld aan prijswijzigingen, wordt gesaldeerd met de winst of het verlies uit de netto monetaire positie. Andere baten en lasten, zoals rentebaten en -lasten en wisselkoersverschillen met betrekking tot geïnvesteerde of geleende middelen, houden ook verband met de netto monetaire positie. Hoewel dergelijke posten afzonderlijk worden vermeld, kan het nuttig zijn om ze samen met de winst of het verlies uit de netto monetaire positie te presenteren in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.

Overeenkomstige cijfers

34

Overeenkomstige cijfers voor de voorgaande verslagperiode, of ze nu waren gebaseerd op de historische-kostprijsbenadering of de actuele-waardebenadering, worden aangepast door een algemene prijsindex toe te passen zodat de vergelijkende jaarrekening wordt gepresenteerd in termen van de maateenheid die geldt aan het einde van de verslagperiode. Informatie die wordt vermeld met betrekking tot vroegere perioden wordt eveneens uitgedrukt in termen van de maateenheid die geldt aan het einde van de verslagperiode. Voor de presentatie van vergelijkende bedragen in een verschillende presentatievaluta zijn de alinea's 42(b) en 43 van IAS 21 van toepassing.

Wijziging in International Accounting Standard 34

Tussentijdse financiële verslaggeving

Alinea 11 wordt gewijzigd en een voetnoot wordt toegevoegd.

VORM EN INHOUD VAN TUSSENTIJDSE FINANCIËLE OVERZICHTEN

11

In het overzicht waarin de componenten van winst of verlies voor een tussentijdse periode worden gepresenteerd, moet een entiteit de gewone en verwaterde winst per aandeel voor de betrokken periode presenteren wanneer zij onder het toepassingsgebied van IAS 33 Winst per aandeel valt (1).

Wijzigingen in International Accounting Standard 40

Vastgoedbeleggingen

De alinea's 31 en 50 worden gewijzigd.

WAARDERING NA OPNAME

Grondslag voor financiële verslaggeving

31

In IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten wordt vermeld dat een vrijwillige wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving alleen mag worden doorgevoerd indien de wijziging leidt tot een jaarrekening die betrouwbare en meer relevante informatie verstrekt over de gevolgen van transacties en andere gebeurtenissen en omstandigheden voor de financiële positie, financiële prestatie of kasstromen van de entiteit. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een overstap van het reële-waardemodel naar het kostprijsmodel zal resulteren in een meer relevante presentatie.

Reële-waardemodel

50

Bij het bepalen van de boekwaarde van vastgoedbeleggingen volgens het reële-waardemodel vermijdt een entiteit dubbeltellingen van activa of verplichtingen die als afzonderlijke activa of verplichtingen op de balans zijn opgenomen. Bijvoorbeeld:

(a)

(d)

de reële waarde van vastgoedbeleggingen die op grond van een leaseovereenkomst worden aangehouden, geeft de verwachte kasstromen weer (inclusief de voorwaardelijke, naar verwachting te betalen huur). Indien bij de bepaling van een voor een onroerende zaak verkregen waardering alle naar verwachting te verrichten betalingen in mindering zijn gebracht, is het derhalve noodzakelijk om deze waardering te verhogen met enige opgenomen leaseverplichting om de boekwaarde van de vastgoedbelegging volgens het reële-waardemodel te bepalen.

Wijzigingen in International Accounting Standard 41

Landbouw

De alinea's 4 en 5 worden gewijzigd en alinea 14 wordt verwijderd. De termen „geschatte kosten van het verkooppunt” en „kosten van het verkooppunt” worden vervangen door „verkoopkosten” op de volgende plaatsen waar zij voorkomen:

de standaard (alinea's 12, 13, 26–28, 30–32, 34, 35, 38, 40, 48, 50 en 51)

TOEPASSINGSGEBIED

4

De onderstaande tabel geeft voorbeelden van biologische activa, agrarische producten en producten die het resultaat zijn van verwerking na de oogst:

Biologische activa

Agrarische producten

Producten die het resultaat zijn van verwerking na de oogst

 

 

Bomen in een bosaanplanting

Boomstammen

Houtblokken, timmerhout

 

 

DEFINITIES

Definities in verband met landbouw

5

De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:

Verkoopkosten zijn de marginale kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de vervreemding van een actief, met uitzondering van financieringskosten en winstbelastingen.

OPNAME EN WAARDERING

14

[Verwijderd]

Bijlage bij Wijzigingen in IAS 41

Wijzigingen in andere IFRSs

Entiteiten moeten deze wijzigingen in IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, IAS 2 Voorraden en IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa toepassen wanneer zij de gerelateerde wijzigingen in IAS 41 toepassen.

IFRS 5    Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Alinea 5 wordt gewijzigd.

TOEPASSINGSGEBIED

5

De bepalingen van deze IFRS ten aanzien van de waardering (2) zijn niet van toepassing op de volgende activa, die worden behandeld in de vermelde IFRSs, hetzij als individuele activa, hetzij als onderdeel van een groep activa die wordt afgestoten:

(a)

(e)

vaste activa die gewaardeerd worden tegen reële waarde minus verkoopkosten overeenkomstig IAS 41 Landbouw.

(f)

IAS 2    Voorraden

Alinea 20 wordt gewijzigd.

20

In overeenstemming met IAS 41 Landbouw worden voorraden die agrarische producten omvatten die een entiteit heeft geoogst van haar biologische activa, bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde minus verkoopkosten op het ogenblik waarop ze worden geoogst. Dit is voor toepassing van deze standaard de kostprijs van de voorraden op die datum.

IAS 36    Bijzondere waardevermindering van activa

De alinea's 2 en 5 worden gewijzigd.

TOEPASSINGSGEBIED

2

Deze standaard moet worden toegepast bij de administratieve verwerking van alle activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, met uitzondering van:

(a)

(g)

biologische activa die verband houden met agrarische activiteiten en die worden gewaardeerd tegen reële waarde minus verkoopkosten (zie IAS 41 Landbouw);

(h)

5

Deze standaard is niet van toepassing op financiële activa die binnen het toepassingsgebied van IAS 39 vallen, noch op vastgoedbeleggingen gewaardeerd tegen reële waarde overeenkomstig IAS 40 en evenmin op met een agrarische activiteit verband houdende biologische activa die overeenkomstig IAS 41 worden gewaardeerd tegen reële waarde minus verkoopkosten. Deze standaard is echter van toepassing op activa die tegen het geherwaardeerde bedrag (dat wil zeggen de reële waarde) worden geboekt overeenkomstig andere IFRSs, zoals het herwaarderingsmodel in IAS 16 Materiële vaste activa. De bepaling of een geherwaardeerd actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, is afhankelijk van de grondslag die werd gehanteerd om de reële waarde te bepalen:

(a)


(1)  Deze alinea is gewijzigd bij Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008, met de bedoeling het toepassingsgebied van IAS 34 te verduidelijken.

(2)  Behalve de alinea's 18 en 19, die vereisen dat de desbetreffende activa worden gewaardeerd in overeenstemming met andere van toepassing zijnde IFRSs.


Top