EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document JOL_2008_307_R_0015_01

Besluit 2008/868/GBVB van de Raad van 13 oktober 2008 betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie inzake de deelneming van de Russische Federatie aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (operatie EUFOR Tsjaad/CAR)
Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie inzake de deelneming van de Russische Federatie aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR Tsjaad/CAR)

OJ L 307, 18.11.2008, p. 15–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

18.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 307/15


BESLUIT 2008/868/GBVB VAN DE RAAD

van 13 oktober 2008

betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie inzake de deelneming van de Russische Federatie aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (operatie EUFOR Tsjaad/CAR)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name op artikel 24,

Gezien de aanbeveling van het voorzitterschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 15 oktober 2007 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2007/677/GBVB inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (1) (operatie EUFOR Tsjaad/CAR) vastgesteld.

(2)

In artikel 10, lid 3, van dat gemeenschappelijk optreden is bepaald dat gedetailleerde regelingen betreffende de deelneming van derde landen worden vastgesteld in een overeenkomst op grond van artikel 24 van het Verdrag.

(3)

Hiertoe op 13 september 2004 door de Raad gemachtigd, heeft het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, onderhandeld over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie over de deelneming van de Russische Federatie aan operatie EUFOR Tsjaad/CAR, hierna „de overeenkomst” genoemd.

(4)

De overeenkomst moet namens de Europese Unie worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie inzake de deelneming van de Russische Federatie aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (operatie EUFOR Tsjaad/CAR) wordt namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon/personen aan te wijzen die bevoegd is/zijn de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Europese Unie te binden.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 13 oktober 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

B. KOUCHNER


(1)  PB L 279 van 23.10.2007, blz. 21.


VERTALING

OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Russische Federatie inzake de deelneming van de Russische Federatie aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR Tsjaad/CAR)

DE EUROPESE UNIE (EU),

enerzijds, en

DE RUSSISCHE FEDERATIE

anderzijds,

hierna de „partijen” te noemen,

REKENING HOUDEND MET:

Resolutie 1778 (2007) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 25 september 2007, waarbij de Europese Unie is gemachtigd om troepen in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek in te zetten,

de vaststelling door de Raad van de Europese Unie, op 15 oktober 2007, van Gemeenschappelijk Optreden 2007/677/GBVB inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR Tsjaad/CAR),

Besluit CHAD/1/2008 van het Politiek en Veiligheidscomité van 13 februari 2008 inzake de aanvaarding van bijdragen van derde staten aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek, en Besluit CHAD/2/2008 van het Politiek en Veiligheidscomité van 18 maart 2008 tot instelling van het Comité van contribuanten aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek, beide gewijzigd bij Besluit CHAD/3/2008 van het Politiek en Veiligheidscomité van 14 mei 2008,

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

(1)

De secretaris-generaal van de Europese Unie/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid heeft bij brief van 7 december 2007 de Russische Federatie verzocht een eventuele deelneming aan de EU-operatie in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek te overwegen.

(2)

De Russische Federatie heeft bij brief van 23 april 2008 verklaard bereid te zijn een eventuele participatie te overwegen.

(3)

De secretaris-generaal van de Europese Unie/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de minister van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie hebben op 29 april 2008 een gemeenschappelijke verklaring inzake de onderlinge samenwerking in crisisbeheersoperaties uitgebracht,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Deelneming aan de operatie

1.   De Russische partij zal deelnemen aan de operatie die de Europese Unie uitvoert op grond van resolutie 1778 (2007) van de VN-Veiligheidsraad en overeenkomstig Gemeenschappelijk Optreden 2007/677/GBVB van 15 oktober 2007 inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR Tsjaad/CAR) (hierna de „EU-operatie” genoemd) en het operatieplan van 18 januari 2008, en zal daartoe het militaire contingent van de strijdkrachten van de Russische Federatie (hierna „het Russische militaire contingent” genoemd) leveren ter ondersteuning van de EU-operatie door middel van luchtvervoer, onder voorbehoud van de uitvoeringsvoorwaarden neergelegd in de uitvoeringsregelingen bedoeld in artikel 6. Het vervoer door de lucht geschiedt met vliegtuigen van het Russische militaire contingent en heeft tot doel om door middel van het vervoer van het personeel van EUFOR en MINURCAT, het vervoer van vracht en door opsporings- en reddingswerkzaamheden met betrekking tot het EUFOR- en MINURCAT-personeel het leven en de veiligheid van personeelsleden van de door de Europese Unie geleide troepenmacht (EUFOR) en de missie van de Verenigde Naties in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Tsjaad (MINURCAT) veilig te stellen.

2.   De deelneming van de Russische partij aan de EU-operatie doet geen afbreuk aan de autonome besluitvorming van de Europese Unie.

3.   De Russische partij draagt er zorg voor dat de het Russische militaire contingent zijn taak uitoefent overeenkomstig:

Gemeenschappelijk Optreden 2007/677/GBVB als bedoeld in lid 1;

eventuele door beide partijen overeen te komen uitvoeringsregelingen.

4.   Het personeel van het Russische militaire contingent past de inzetregels van de EU-operatie toe, voor zover die niet strijdig zijn met de Russische wetgeving. Eventuele voorbehouden/beperkingen die worden opgelegd door de Russische partij ten aanzien van de inzetregels worden ten behoeve van de operationeel commandant van de Europese Unie officieel gespecificeerd.

5.   Het Russische militaire contingent laat zich bij de uitvoering van zijn taken en in zijn gedrag leiden door de doelstellingen en het mandaat van de EU-operatie, als neergelegd in resolutie 1778 (2007) van de VN-Veiligheidsraad.

6.   De Russische partij kan haar bijdrage te allen tijde stopzetten, hetzij op verzoek van de operationeel commandant van de Europese Unie, hetzij bij eigen besluit, na overleg tussen de partijen. De Russische partij informeert de operationeel commandant van de Europese Unie tijdig over elke wijziging in haar deelneming aan de operatie.

Artikel 2

Status van de strijdkrachten

1.   De status van het Russische militaire contingent wordt geregeld in de overeenkomsten betreffende de status van de strijdkrachten tussen de Europese Unie en de Republiek Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek, en de Republiek Kameroen, bij aankomst in het inzetgebied.

2.   Onverminderd de in lid 1 bedoelde overeenkomsten betreffende de status van de strijdkrachten, oefent de Russische partij bevoegdheid uit ten aanzien van het Russische militaire contingent.

3.   Een vertegenwoordiger van de Russische partij neemt deel aan de procedures voor de beslechting van eventuele schadevorderingen waar het Russische militaire contingent bij betrokken is, zoals geregeld in de in lid 1 bedoelde overeenkomsten betreffende de status van de strijdkrachten.

4.   De Russische partij is verantwoordelijk voor de afwikkeling van schadevorderingen van of aangaande leden van het militaire personeel van het Russische militaire contingent, met betrekking tot de deelname van het Russische militaire contingent aan de EU-operatie. De Russische partij stelt overeenkomstig haar wet- en regelgeving in voorkomend geval een vordering, inzonderheid een rechtsvordering of tuchtproces, in tegen het militaire personeel van het Russische militaire contingent.

5.   De Europese Unie draagt er zorg voor dat haar lidstaten bij de ondertekening van deze overeenkomst een verklaring afleggen inzake het afzien van schadevorderingen, wat betreft de deelneming van de Russische Federatie aan de EU-operatie. Deze verklaring is aan de overeenkomst gehecht.

6.   De Russische partij legt bij de ondertekening van deze overeenkomst een verklaring af inzake het afzien van schadevorderingen tegen een aan de EU-operatie deelnemend land. Deze verklaring is aan de overeenkomst gehecht.

7.   De status van de personeelsleden die worden uitgezonden naar het operationele hoofdkwartier van de Europese Unie in Parijs (Frankrijk) wordt bepaald middels regelingen tussen de bevoegde autoriteiten van de Franse Republiek en de Russische Federatie.

Artikel 3

Gerubriceerde informatie

1.   De Russische partij beschermt de in het kader van de EU-operatie aan haar verstrekte gerubriceerde EU-informatie overeenkomstig de vereisten voor de bescherming van gerubriceerde informatie die zijn neergelegd in de wetgeving van de Russische Federatie. Daartoe komen de beveiligingsrubriceringen van de partijen overeen met:

EU

Russian Federation

SECRET UE

СОВЕРШЕННО СЕКРЕТНО

CONFIDENTIEL UE

СЕКРЕТНО

De aanduiding inzake de beperkte verspreiding van de Russische Federatie „ДЛЯ СЛУЖЕБНОГО ПОЛЬЗОВАНИЯ” komt overeen met de beveiligingsrubricering RESTREINT UE van de EU.

2.   De Russische partij neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in het kader van de EU-operatie aan Rusland verstrekte gerubriceerde EU-informatie wordt beschermd op een niveau dat gelijkwaardig is aan het niveau dat de in de Europese Unie geldende basisbeginselen en minimumnormen vereisen voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie; met name zal de Russische partij:

de aan haar verstrekte gerubriceerde informatie niet gebruiken voor andere doelen dan die waarvoor de gerubriceerde informatie door de Europese Unie is vrijgegeven;

de bedoelde gegevens niet openbaar maken aan derden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de Europese Unie;

erop toezien dat toegang tot gerubriceerde informatie die aan haar wordt vrijgegeven alleen wordt verleend aan personen voor wie kennis van die informatie noodzakelijk is om hun officiële werkzaamheden te kunnen uitvoeren en, wanneer het gaat om als CONFIDENTIEL UE of hoger gerubriceerde informatie, een veiligheidsmachtiging hebben;

erop toezien dat, vooraleer toegang wordt verleend tot gerubriceerde informatie, alle personen die toegang tot die informatie vragen, instructies hebben gekregen over en voldoen aan de vereisten van de beveiligingsregelingen die gelden op grond van de rubricering van de informatie waartoe zij toegang zullen krijgen;

erop toezien dat alle locaties, zones, gebouwen, bureaus, kamers, communicatie- en informatiesystemen, waarin gerubriceerde informatie en documenten bewaard en/of verwerkt worden, beschermd worden door passende fysieke beveiligingsmaatregelen;

erop toezien dat de gerubriceerde documenten die aan haar worden vrijgegeven, bij ontvangst ervan in een speciaal bestand worden geregistreerd;

de Europese Unie op de hoogte stellen van elke vaststaande of vermoedelijke inbreuk op de beveiliging of compromittering van de gerubriceerde informatie die aan haar is vrijgegeven. In geval van compromittering stelt de Russische partij een onderzoek in en neemt zij de passende maatregelen om herhaling te voorkomen.

3.   Gerubriceerde informatie wordt, rekening houdend met de rubriceringsgraad ervan, verstuurd langs diplomatieke weg, via beveiligde postdiensten of persoonlijk vervoer.

4.   Indien de Europese Unie en de Russische Federatie een overeenkomst zijn aangegaan over de bescherming van gerubriceerde informatie, gelden de bepalingen daarvan ook voor de EU-operatie.

Artikel 4

Commandostructuur

1.   Het Russische militaire contingent valt geheel onder het bevel van de Russische partij.

2.   De bevoegde Russische autoriteiten verlenen de operationeel commandant bij aankomst van het Russische militaire contingent in het inzetgebied de bevoegdheid taken op te dragen aan het Russische militaire contingent voor de uitvoering van de missie omschreven in artikel 1, lid 1. De planning van een vluchtopdracht of van enig ander besluit dat gevolgen heeft voor het Russische militaire contingent, verloopt in volledige coördinatie met de hoge militaire vertegenwoordigers van het Russische militaire contingent. De Russische federatie heeft bij de dagelijkse aansturing van de operatie dezelfde rechten en verplichtingen als de deelnemende lidstaten van de EU.

3.   De Russische partij benoemt hoge militaire vertegenwoordigers om het Russische militaire contingent in EUFOR te vertegenwoordigen, zowel in het operationele hoofdkwartier van de Europese Unie in Parijs (Frankrijk) als in het hoofdkwartier van de strijdkrachten van de Europese Unie in Abéché (Tsjaad). Elke hoge militaire vertegenwoordiger kan assistentie krijgen. De hoge militaire vertegenwoordigers overleggen met de EU-commandostructuur over alle aangelegenheden die van invloed zijn op EUFOR. De operationeel commandant van het Russische militaire contingent is verantwoordelijk voor de dagelijkse discipline van het contingent.

Artikel 5

Financiële aspecten

1.   De Russische partij draagt alle kosten in verband met haar deelname aan de EU-operatie, tenzij de kosten vallen onder de gemeenschappelijke financiering die is gespecificeerd in de in artikel 6 bedoelde uitvoeringsregelingen.

2.   EUFOR Tsjaad/CAR verleent logistieke steun aan het Russische militaire contingent op basis van kostenvergoeding, onder de voorwaarden neergelegd in de uitvoeringsregelingen bedoeld in artikel 6.

3.   De Europese Unie stelt de Russische partij vrij van elke financiële bijdrage in de gemeenschappelijke kosten.

4.   Schadevergoeding bij overlijden, lichamelijk letsel, verlies of schade geleden door natuurlijke personen of rechtspersonen van het land/de landen waar de EU-operatie plaatsvindt, wordt afgewikkeld conform het bepaalde in de overeenkomsten betreffende de status van de strijdkrachten, als bedoeld in artikel 2, lid 1.

5.   Het administratieve beheer van de uitgaven, als gespecificeerd in de in artikel 6 bedoelde uitvoeringsregelingen, wordt toevertrouwd aan het EU-mechanisme dat de gemeenschappelijke kosten en de door de staten gedragen kosten in de operatie beheert.

Artikel 6

Regelingen voor de uitvoering van de overeenkomst

De deelname van de Russische partij aan de EU-operatie wordt geïmplementeerd volgens technische en administratieve regels, vervat in door het ministerie van Defensie van de Russische Federatie en de operationeel commandant van de Europese Unie te sluiten regelingen tot uitvoering van de onderhavige overeenkomst.

Artikel 7

Niet-naleving

Indien een van de partijen de in de artikelen 1 tot en met 6 neergelegde verplichtingen niet nakomt, heeft de andere partij het recht deze overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand.

Artikel 8

Geschillenbeslechting

1.   Geschillen tussen de partijen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst en de uitvoeringsregelingen daarbij worden door de bevoegde autoriteiten van de partijen op het passende niveau of langs diplomatieke weg opgelost.

2.   Financiële aanspraken of geschillen die niet zijn geregeld conform lid 1, kunnen worden voorgelegd aan een in onderlinge overeenstemming gekozen verzoener of bemiddelaar.

Aanspraken of geschillen die niet zijn geregeld in het kader van een dergelijke verzoenings- of bemiddelingsprocedure, kunnen door elk der partijen aan een scheidsgerecht worden voorgelegd. Elke partij wijst een arbiter bij het scheidsgerecht aan. De twee aldus aangewezen arbiters wijzen een derde arbiter aan, die als voorzitter zal fungeren. Wanneer een van de partijen nalaat een arbiter aan te wijzen binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving door de andere partij dat het geschil aan een scheidsgerecht is voorgelegd, of wanneer de twee arbiters binnen twee maanden na hun aanwijzing niet tot overeenstemming kunnen komen over de aanwijzing van de derde arbiter, kan elke partij de president van het Internationaal Gerechtshof verzoeken een arbiter aan te wijzen. Wanneer de president van het Internationaal Gerechtshof onderdaan is van een van de partijen of anderszins niet in staat is bedoelde functie toe te wijzen, zullen de noodzakelijke aanwijzingen verricht worden door het oudste lid van het Internationaal Gerechtshof dat geen onderdaan van een van de partijen is. Het scheidsgerecht neemt een besluit naar billijkheid. De arbiters zijn niet bevoegd een schadevergoeding met een punitief karakter toe te kennen. De arbiters komen tot overeenstemming over de arbitrageprocedures. De zetel van het scheidsgerecht is gevestigd in Brussel en de taal van arbitrage is het Engels. De scheidsrechterlijke uitspraak bevat een motivering en wordt door de partijen aanvaard als de definitieve beslechting van het geschil. Elke partij draagt haar eigen kosten, en alle gemeenschappelijke kosten worden gelijkelijk over de partijen verdeeld.

Artikel 9

Inwerkingtreding

1.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de wederzijdse kennisgeving van de partijen dat de voor dit doel noodzakelijke interne procedures zijn afgerond.

2.   Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van de ondertekening.

3.   Deze overeenkomst blijft van kracht zolang de deelname van de Russische partij aan de EU-operatie duurt. De opzegging van deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit de uitvoering van de overeenkomst vóór de opzegging ervan.

Gedaan te Brussel op 5 november 2008 in tweevoud in de Engelse en de Russische taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Europese Unie

Voor de Russische Federatie

BIJLAGE

VERKLARINGEN

als bedoeld in artikel 2, leden 5 en 6, van de overeenkomst

Verklaring van de lidstaten van de Europese Unie:

„De lidstaten van de Europese Unie die Gemeenschappelijk Optreden 2007/677/GBVB van 15 oktober 2007 inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (Operatie EUFOR Tsjaad/CAR) uitvoeren, zullen, voor zover hun nationale rechtsstelsel dit toelaat, zoveel mogelijk afzien van schadevorderingen tegen de Russische Federatie wegens lichamelijk letsel of dood van een lid van hun personeel, c.q. schade aan of verlies van middelen die hun eigendom zijn en die door de operatie van de Europese Unie zijn gebruikt, dan wel die schadevorderingen behandelen, wanneer het letsel, het overlijden, de schade of het verlies:

veroorzaakt is door personeel van de Russische Federatie bij de uitvoering van zijn taken in het kader van de EU-operatie, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag;

voortvloeide uit het gebruik van middelen van de Russische Federatie, mits die middelen gebruikt werden in het kader van de EU-operatie, en behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van het uit de Russische Federatie afkomstige personeel van de operatie van de Europese Unie dat die middelen gebruikte.”.

Verklaring van de Russische Federatie:

„De Russische Federatie draagt bij aan de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (Operatie EUFOR Tsjaad/CAR) die wordt uitgevoerd conform Gemeenschappelijk Optreden 2007/677/GBVB van 15 oktober 2007 en zal, voor zover haar nationale rechtsstelsel dit toelaat, zoveel mogelijk afzien van schadevorderingen tegen elk ander aan de EU-operatie deelnemend land wegens lichamelijk letsel of dood van een lid van haar personeel, c.q. schade aan of verlies van middelen die haar eigendom zijn en die door de operatie van de Europese Unie zijn gebruikt, wanneer het letsel, het overlijden, de schade of het verlies:

veroorzaakt is door personeel bij de uitvoering van zijn taken in het kader van de EU-operatie, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag;

voortvloeide uit het gebruik van middelen die eigendom zijn van aan de operaties van de Europese Unie deelnemende landen, op voorwaarde dat deze middelen ten behoeve van de operatie zijn gebruikt, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van het personeel van de operatie van de Europese Unie dat die middelen gebruikte.”.


Top