EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document JOL_2008_053_R_0003_01

2008/147/EG: Besluit van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

OJ L 53, 27.2.2008, p. 3–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 53/3


BESLUIT VAN DE RAAD

van 28 januari 2008

betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

(2008/147/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 63, lid 1, onder a), junctis artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Na de op 17 juni 2002 aan de Commissie verleende machtiging zijn de met de Zwitserse autoriteiten gevoerde onderhandelingen over de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, afgerond.

(2)

Behoudens definitieve sluiting op een later tijdstip, is de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend overeenkomstig het besluit van de Raad van 25 oktober 2004, op 26 oktober 2004 namens de Europese Gemeenschap ondertekend.

(3)

Deze overeenkomst dient thans te worden goedgekeurd.

(4)

Bij de overeenkomst wordt een gemengd comité ingesteld, dat beslissingsbevoegdheden heeft op bepaalde gebieden, en het is derhalve noodzakelijk te bepalen wie de Gemeenschap in dat comité vertegenwoordigt.

(5)

Voorts dient een procedure te worden vastgesteld waarin wordt vastgelegd hoe een communautair standpunt tot stand komt.

(6)

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland deel aan de aanneming en de toepassing van dit besluit.

(7)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit besluit, dat bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend en de daarmee verband houdende documenten — de slotakte en de gemeenschappelijke verklaring over gezamenlijke vergaderingen van de gemengde comités — worden hierbij namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

De overeenkomst, de slotakte en de gemeenschappelijke verklaring zijn aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om namens de Europese Gemeenschap de in artikel 12 van de overeenkomst genoemde akte van goedkeuring neer te leggen, waarmee de instemming van de Gemeenschap om door de overeenkomst gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht.

Artikel 3

De Commissie zal de Gemeenschap vertegenwoordigen in het bij artikel 3 van de overeenkomst ingestelde gemengd comité.

Artikel 4

1.   In het gemengd comité zal het standpunt van de Gemeenschap met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het comité, zoals bepaald in artikel 3, lid 2, van de overeenkomst, worden vertolkt door de Commissie, na raadpleging van een door de Raad aangewezen bijzonder comité.

2.   Voor alle andere besluiten van het gemengd comité zal het standpunt van de Gemeenschap bij gekwalificeerde meerderheid worden vastgesteld door de Raad, op voorstel van de Commissie.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

D. RUPEL


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

DE EUROPESE GEMEENSCHAP

en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT,

hierna de „overeenkomstsluitende partijen” te noemen,

OVERWEGENDE dat de Raad van de Europese Unie Verordening (EG) nr. 343/2003 van 18 februari 2003 heeft aangenomen tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (1) („de Dublin-verordening”), die in de plaats is gekomen van de op 15 juni 1990 te Dublin ondertekende Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend (2) („de overeenkomst van Dublin”), en dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen Verordening (EG) nr. 1560/2003 van 2 september 2003 heeft aangenomen houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (3) („de verordening met uitvoeringsbepalingen voor Dublin”);

OVERWEGENDE dat de Raad van de Europese Unie Verordening (EG) nr. 2725/2000 van 11 december 2000 heeft aangenomen betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de overeenkomst van Dublin teneinde te helpen vaststellen welke overeenkomstsluitende partij krachtens de overeenkomst van Dublin verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek (4) („de Eurodac-verordening”), alsmede Verordening (EG) nr. 407/2002 van 28 februari 2002 tot vaststelling van sommige uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de overeenkomst van Dublin (5) („de verordening met uitvoeringsbepalingen voor Eurodac”),

OVERWEGENDE dat Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (6) („de richtlijn gegevensbescherming”) door de Zwitserse Bondsstaat moet worden toegepast zoals zij door de lidstaten van de Europese Unie wordt toegepast, wanneer deze gegevens verwerken in het kader van de in deze overeenkomst beschreven doeleinden,

GELET OP de geografische positie van de Zwitserse Bondsstaat,

OVERWEGENDE dat de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan het onder de Dublin- en Eurodac-verordeningen vallende acquis communautaire (het „Dublin/Eurodac-acquis”) het mogelijk zal maken de samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat te versterken,

OVERWEGENDE dat de Europese Gemeenschap een overeenkomst heeft gesloten met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (7), die is gebaseerd op de overeenkomst van Dublin,

OVERWEGENDE dat het wenselijk is de Zwitserse Bondsstaat op voet van gelijkheid met IJsland en Noorwegen te betrekken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis,

OVERWEGENDE dat het passend is tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat een overeenkomst te sluiten die soortgelijke rechten en verplichtingen bevat als die welke zijn overeengekomen tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en IJsland en Noorwegen anderzijds,

ERVAN OVERTUIGD dat het noodzakelijk is de samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat met betrekking tot de uitvoering, de praktische toepassing en de verdere ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis te organiseren,

OVERWEGENDE dat, om de Zwitserse Bondsstaat te betrekken bij de werkzaamheden van de Europese Gemeenschap op de door deze overeenkomst bestreken gebieden en om zijn deelneming aan deze werkzaamheden mogelijk te maken, een comité moet worden ingesteld volgens het institutionele model dat ook voor IJsland en Noorwegen werd ingevoerd,

OVERWEGENDE dat de samenwerking op de door de Dublin- en Eurodac-verordeningen bestreken gebieden berust op de beginselen van vrijheid, democratie, rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, zoals die met name gewaarborgd worden door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950,

OVERWEGENDE dat de bepalingen van Titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap alsmede de besluiten die op grond van die titel zijn aangenomen, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat bij het Verdrag van Amsterdam aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken, maar dat het voor de Zwitserse Bondsstaat en Denemarken mogelijk moet worden gemaakt in hun onderlinge betrekkingen de materiële bepalingen van deze overeenkomst toe te passen,

OVERWEGENDE dat het noodzakelijk is ervoor te zorgen dat de staten die de Europese Gemeenschap heeft betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis, dit acquis ook toepassen in hun onderlinge betrekkingen,

OVERWEGENDE dat het voor de goede werking van het Dublin/Eurodac-acquis vereist is dat deze overeenkomst gelijktijdig wordt toegepast met de overeenkomsten tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij de uitvoering en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis ter regeling van hun onderlinge betrekkingen,

GELET OP het feit dat de Zwitserse Bondsstaat betrokken is bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat er een verband bestaat tussen het Schengenacquis en het Dublin/Eurodac-acquis,

OVERWEGENDE dat dit verband vereist dat het Dublin/Eurodac-acquis gelijktijdig wordt toegepast met het Schengenacquis,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

1.   De bepalingen van

de Dublin-verordening,

de Eurodac-verordening,

de verordening met uitvoeringsbepalingen voor Eurodac, en

de verordening met uitvoeringsbepalingen voor Dublin

worden door de Zwitserse Bondsstaat („Zwitserland”) uitgevoerd en in zijn betrekkingen met de lidstaten van de Europese Unie („de lidstaten”) toegepast.

2.   De lidstaten passen de in lid 1 bedoelde verordeningen toe ten aanzien van Zwitserland.

3.   Onverminderd artikel 4 worden de besluiten en maatregelen van de Europese Gemeenschap tot wijziging of aanvulling van de in lid 1 bedoelde bepalingen alsmede de beslissingen die overeenkomstig de in deze bepalingen vastgestelde procedures worden genomen, ook aanvaard, uitgevoerd en toegepast door Zwitserland.

4.   De bepalingen van de richtlijn gegevensbescherming, zoals zij van toepassing zijn op de lidstaten in verband met de verwerking van gegevens met het oog op de uitvoering en de toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen, worden mutatis mutandis uitgevoerd en toegepast door Zwitserland.

5.   Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden verwijzingen naar de lidstaten in de in lid 1 bedoelde bepalingen geacht ook Zwitserland te omvatten.

Artikel 2

1.   Bij het uitwerken van nieuwe wettelijke bepalingen tot wijziging of aanvulling van de bepalingen van artikel 1 wint de Commissie van de Europese Gemeenschappen („de Commissie”) informeel het advies in van deskundigen uit Zwitserland op dezelfde wijze als waarop zij deskundigen van de lidstaten voor de uitwerking van haar voorstellen raadpleegt.

2.   Wanneer de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie („de Raad”) voorstellen in de zin van lid 1 toezendt, doet zij een afschrift ervan toekomen aan Zwitserland.

Op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen kan een voorafgaande gedachtewisseling plaatsvinden in het gemengd comité dat is ingesteld bij artikel 3.

3.   Op belangrijke momenten van de fase die voorafgaat aan de vaststelling van de in lid 1 bedoelde wettelijke bepalingen plegen de overeenkomstsluitende partijen, in een voortdurend informatie- en raadplegingsproces, op verzoek van een hunner opnieuw overleg met elkaar in het gemengd comité.

4.   De overeenkomstsluitende partijen werken in de informatie- en raadplegingsfase te goeder trouw samen met het uiteindelijke oogmerk de uit deze overeenkomst voortvloeiende werkzaamheden van het gemengd comité te vergemakkelijken.

5.   De vertegenwoordigers van de Zwitserse regering hebben het recht in het gemengd comité suggesties betreffende de in lid 1 bedoelde aangelegenheden te doen.

6.   De Commissie zorgt, naar gelang van de betrokken terreinen, voor een zo ruim mogelijke deelneming van deskundigen van Zwitserland aan de voorbereiding van ontwerp-maatregelen die vervolgens worden voorgelegd aan de comités die de Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden. Bij de uitwerking van haar maatregelen raadpleegt de Commissie derhalve de deskundigen van Zwitserland op dezelfde wijze als waarop zij de deskundigen van de lidstaten raadpleegt.

7.   In de gevallen waarin het voorstel bij de Raad wordt ingediend volgens de procedure die van toepassing is op het betrokken soort comité, deelt de Commissie aan de Raad de standpunten van de deskundigen van Zwitserland mee.

Artikel 3

1.   Er wordt een gemengd comité ingesteld, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen.

2.   Het gemengd comité stelt in onderlinge overeenstemming zijn reglement van orde vast.

3.   Het gemengd comité komt bijeen op initiatief van zijn voorzitter/voorzitster of op verzoek van een van zijn leden.

4.   Het gemengd comité komt bijeen op het passende niveau, naar gelang van de behoeften, om toezicht te houden op de praktische tenuitvoerlegging en toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen en om van gedachten te wisselen over de uitwerking van besluiten en maatregelen tot wijziging of aanvulling van de in artikel 1 bedoelde bepalingen.

Elke gedachtewisseling over deze overeenkomst wordt geacht te worden gevoerd in het kader van het mandaat van het gemengd comité.

5.   Het voorzitterschap van het gemengd comité wordt afwisselend voor een periode van zes maanden uitgeoefend door de vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en de vertegenwoordiger van de Zwitserse regering.

Artikel 4

1.   Wanneer de Raad besluiten of maatregelen tot wijziging of aanvulling van de bepalingen in de zin van artikel 1 aanneemt en wanneer besluiten of maatregelen overeenkomstig de in deze bepalingen vastgestelde procedures worden aangenomen, worden deze besluiten of maatregelen — onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2 — gelijktijdig door de lidstaten en Zwitserland toegepast, tenzij in die besluiten of maatregelen uitdrukkelijk anders is bepaald.

2.   De Commissie stelt Zwitserland onverwijld in kennis van de aanneming van de in lid 1 bedoelde besluiten of maatregelen. Zwitserland beslist of het de inhoud ervan aanvaardt en of het die in zijn interne rechtsorde omzet. Deze beslissing worden binnen dertig dagen na de aanneming van de betrokken besluiten of maatregelen ter kennis gebracht van de Commissie.

3.   Indien de inhoud van dergelijke besluiten of maatregelen voor Zwitserland pas bindend kan worden nadat aan zijn grondwettelijke verplichtingen is voldaan, deelt Zwitserland de Commissie zulks bij zijn kennisgeving mee. Zwitserland deelt de Commissie onverwijld schriftelijk mee wanneer aan zijn grondwettelijke verplichtingen is voldaan. Wanneer geen referendum vereist is, vindt de kennisgeving plaats onmiddellijk na het verstrijken van de referendumtermijn. Indien een referendum vereist is, beschikt Zwitserland voor het verrichten van de kennisgeving over een termijn van ten hoogste twee jaar vanaf de kennisgeving aan de Commissie. Vanaf de datum waarop het besluit of de maatregel voor Zwitserland in werking moet treden, tot de mededeling dat aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan, past Zwitserland, voor zover mogelijk, de inhoud van het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig toe.

4.   Indien Zwitserland het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig niet kan toepassen en dit problemen oplevert voor de werking van de Dublin/Eurodac-samenwerking, wordt de situatie door het gemengd comité onderzocht. De Europese Gemeenschap kan ten aanzien van Zwitserland evenredige en noodzakelijke maatregelen nemen om de goede werking van de Dublin/Eurodac-samenwerking te waarborgen.

5.   De aanvaarding door Zwitserland van de in lid 1 bedoelde besluiten en maatregelen schept rechten en verplichtingen tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Unie.

6.   Indien:

a)

Zwitserland kennis geeft van zijn beslissing om de inhoud van een besluit of maatregel in de zin van lid 1 waarop de in deze overeenkomst vastgestelde procedures zijn toegepast, niet te aanvaarden, of

b)

Zwitserland geen kennisgeving doet binnen de in lid 2 bedoelde termijn van dertig dagen, of

c)

Zwitserland geen kennisgeving doet na het verstrijken van de referendumtermijn of, in geval van een referendum, binnen de in lid 3 bepaalde termijn van twee jaar, dan wel niet voorziet in de in datzelfde lid bedoelde voorlopige toepassing vanaf de datum waarop het besluit of de maatregel in werking moet treden,

wordt deze overeenkomst geacht te zijn opgeschort.

7.   Het gemengd comité onderzoekt de kwestie die tot de opschorting heeft geleid en tracht binnen een termijn van negentig dagen de oorzaken voor de niet-aanvaarding of de niet-bekrachtiging weg te nemen. Nadat alle andere mogelijkheden om de goede werking van deze overeenkomst te handhaven zijn onderzocht, inclusief de mogelijkheid om de gelijkwaardigheid van wettelijke bepalingen vast te stellen, kan het comité met eenparigheid van stemmen besluiten de overeenkomst weer in werking te laten treden. Indien deze overeenkomst na negentig dagen opgeschort blijft, wordt zij geacht te zijn beëindigd.

Artikel 5

1.   Ter verwezenlijking van het streven van de overeenkomstsluitende partijen om tot een zo uniform mogelijke toepassing en uitlegging van de in artikel 1 bedoelde bepalingen te komen, volgt het gemengd comité voortdurend de ontwikkeling van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen („het Hof van Justitie”) alsook de ontwikkeling van de jurisprudentie van de bevoegde rechterlijke instanties van Zwitserland betreffende deze bepalingen. Met het oog daarop komen de overeenkomstsluitende partijen overeen ervoor te zorgen dat die jurisprudentie wederzijds onverwijld wordt medegedeeld.

2.   Zwitserland heeft het recht memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen bij het Hof van Justitie wanneer een rechterlijke instantie van een lidstaat het Hof van Justitie een prejudiciële vraag stelt over de uitlegging van een in artikel 1 bedoelde bepaling.

Artikel 6

1.   Zwitserland brengt jaarlijks verslag uit aan het gemengd comité over de wijze waarop zijn administratieve autoriteiten en rechterlijke instanties de in artikel 1 bedoelde bepalingen, in voorkomend geval zoals uitgelegd door het Hof van Justitie, hebben toegepast en uitgelegd.

2.   Indien het gemengd comité binnen twee maanden nadat het in kennis is gesteld van een wezenlijk verschil tussen de jurisprudentie van het Hof van Justitie en die van de rechterlijke instanties van Zwitserland, of van een wezenlijk verschil in de toepassing van de in artikel 1 bedoelde bepalingen door de autoriteiten van de betrokken lidstaten en die van Zwitserland, er niet in is geslaagd de uniforme toepassing en uitlegging te verzekeren, wordt de procedure van artikel 7 toegepast.

Artikel 7

1.   Ingeval van een geschil over de toepassing of uitlegging van deze overeenkomst of indien de in artikel 6, lid 2, bedoelde situatie ontstaat, wordt de aangelegenheid officieel als geschil op de agenda van het gemengd comité geplaatst.

2.   Het gemengd comité beschikt over negentig dagen, vanaf de datum van aanneming van de agenda waarop het geschil is geplaatst, om het geschil te regelen.

3.   Indien het geschil niet binnen de in lid 2 vermelde termijn van negentig dagen door het gemengd comité kan worden geregeld, wordt deze termijn verlengd met nog eens negentig dagen om tot een definitieve regeling te komen. Indien het gemengd comité bij het verstrijken van die termijn geen beslissing heeft genomen, wordt deze overeenkomst aan het einde van de laatste dag van die termijn geacht te zijn beëindigd.

Artikel 8

1.   Voor de administratieve en operationele kosten in verband met de installatie en de werking van de centrale eenheid van Eurodac draagt Zwitserland jaarlijks aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een bedrag bij van 7,286 % van het oorspronkelijke referentiebedrag van 11 675 000 EUR en vanaf het begrotingsjaar 2004 een jaarlijkse bijdrage van 7,286 % van de overeenkomstige begrotingskredieten voor het betrokken begrotingsjaar.

Voor de andere administratieve of operationele kosten in verband met de toepassing van deze overeenkomst draagt Zwitserland jaarlijks bij aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig zijn bruto binnenlands product in verhouding tot het bruto binnenlands product van alle deelnemende staten.

2.   Zwitserland heeft het recht om de documenten betreffende deze overeenkomst te ontvangen en om op vergaderingen van het gemengd comité simultaanvertaling te verlangen in een officiële taal van de instellingen van de Europese Gemeenschappen naar keuze.

Artikel 9

Het nationale controleorgaan van Zwitserland op het gebied van gegevensbescherming en het onafhankelijke controleorgaan dat krachtens artikel 286, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is ingesteld, werken samen voor zover dit voor de uitoefening van hun taken noodzakelijk is, met name door het uitwisselen van alle dienstige informatie. Deze beide organen regelen in onderlinge overeenstemming op welke wijze zij samenwerken.

Artikel 10

1.   Deze overeenkomst laat de andere overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland onverlet.

2.   Deze overeenkomst laat alle eventuele toekomstige overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland onverlet.

Artikel 11

1.   Het Koninkrijk Denemarken kan verzoeken om deelneming aan deze overeenkomst. De voorwaarden voor deze deelneming zullen worden vastgelegd door de overeenkomstsluitende partijen, met de instemming van Denemarken, in een protocol bij deze overeenkomst.

2.   Zwitserland zal een overeenkomst met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen sluiten betreffende de totstandbrenging van wederzijdse rechten en verplichtingen uit hoofde van hun respectievelijke deelneming aan de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis.

Artikel 12

1.   Deze overeenkomst dient te worden bekrachtigd of goedgekeurd door de overeenkomstsluitende partijen. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij de secretaris-generaal van de Raad, die als depositaris zal optreden.

2.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de mededeling door de depositaris aan de overeenkomstsluitende partijen dat de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.

3.   De artikelen 2 en 3, en artikel 4, lid 2, eerste zin, zijn vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst voorlopig van toepassing.

Artikel 13

Wat betreft de na de ondertekening, doch vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst aangenomen besluiten of maatregelen, gaat de in artikel 4, lid 2, laatste zin, bedoelde termijn van dertig dagen in op de dag van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 14

1.   Deze overeenkomst wordt slechts toegepast indien ook de overeenkomsten in de zin van artikel 11 ten uitvoer worden gelegd.

2.   Bovendien wordt deze overeenkomst slechts toegepast indien tevens de overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en Zwitserland inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 15

1.   Liechtenstein kan tot deze overeenkomst toetreden.

2.   De toetreding van Liechtenstein wordt opgenomen in een protocol bij deze overeenkomst, waarin de gevolgen van deze toetreding worden vastgesteld, met inbegrip van de totstandbrenging van rechten en verplichtingen tussen Liechtenstein en Zwitserland, alsmede tussen Liechtenstein enerzijds en de Europese Gemeenschap en de door deze overeenkomst gebonden lidstaten anderzijds.

Artikel 16

1.   Elke overeenkomstsluitende partij kan deze overeenkomst opzeggen door neerlegging van een schriftelijke verklaring bij de depositaris. Deze verklaring wordt zes maanden na de neerlegging ervan van kracht.

2.   Deze overeenkomst wordt geacht te zijn opgezegd wanneer Zwitserland een van de overeenkomsten in de zin van artikel 11 of de overeenkomst in de zin van artikel 14, lid 2, opzegt.

Artikel 17

1.   Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

2.   De versie van deze overeenkomst in de Maltese taal wordt op basis van een briefwisseling authentiek verklaard door de overeenkomstsluitende partijen. Die versie zal gelijkelijk authentiek zijn, op dezelfde wijze als de in lid 1 genoemde talen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze overeenkomst hebben geplaatst.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizend vier.

Sporządzono w Luksemburgu dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri.

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image


(1)  PB L 50 van 25.2.2003, blz. 1.

(2)  PB C 254 van 19.8.1997, blz. 1.

(3)  PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3.

(4)  PB L 316 van 15.12.2000, blz. 1.

(5)  PB L 62 van 5.3.2002, blz. 1.

(6)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(7)  PB L 93 van 3.4.2001, blz. 38.


SLOTAKTE


De gevolmachtigden hebben hun goedkeuring gehecht aan de volgende gemeenschappelijke verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht:

1.

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende een nauwe dialoog;

2.

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

De gevolmachtigden hebben ook kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

1.

Verklaring van Zwitserland betreffende artikel 4, lid 3, over de termijn voor aanvaarding van nieuwe ontwikkelingen van het Dublin/Eurodac-acquis;

2.

Verklaring van de Europese Commissie over de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizend vier.

Sporządzono w Luksemburgu dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri.

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN

 

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE EEN NAUWE DIALOOG

De overeenkomstsluitende partijen onderstrepen het belang van een nauwe en productieve dialoog tussen alle partijen die deelnemen aan de tenuitvoerlegging van de in artikel 1, lid 1, van de overeenkomst opgesomde bepalingen.

Met inachtneming van artikel 3, lid 1, van de overeenkomst, zal de Commissie deskundigen van de lidstaten uitnodigen op vergaderingen van het gemengd comité om van gedachten te wisselen met Zwitserland over alle aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen.

De overeenkomstsluitende partijen nemen kennis van de bereidheid van de lidstaten om op dergelijke uitnodigingen in te gaan en deel te nemen aan dergelijke gedachtewisselingen met Zwitserland over alle aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE RICHTLIJN 95/46/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst komen de overeenkomstsluitende partijen overeen dat wat betreft Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, de deelneming van de vertegenwoordigers van de Zwitserse Bondsstaat plaatsvindt volgens de regeling die is vastgelegd in de briefwisseling over de comités die de Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden, die is gehecht aan de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

ANDERE VERKLARINGEN

 

VERKLARING VAN ZWITSERLAND BETREFFENDE ARTIKEL 4, LID 3, OVER DE TERMIJN VOOR AANVAARDING VAN NIEUWE ONTWIKKELINGEN VAN HET DUBLIN/EURODAC-ACQUIS

De maximumtermijn van twee jaar in artikel 4, lid 3, heeft betrekking op de goedkeuring en de uitvoering van het besluit of de maatregel. Hij omvat de volgende fasen:

de voorbereidende fase,

de parlementaire procedure,

de referendumtermijn (100 dagen vanaf de officiële bekendmaking van het besluit) en, in voorkomend geval,

het referendum (organisatie en stemming).

De Bondsraad stelt de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van de beëindiging van elk van deze fasen.

De Bondsraad verbindt zich ertoe alle hem ter beschikking staande middelen aan te wenden om ervoor te zorgen dat de bovenvermelde fasen zo snel mogelijk verlopen.

VERKLARING VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER DE COMITÉS DIE DE EUROPESE COMMISSIE BIJSTAAN BIJ DE UITOEFENING VAN HAAR UITVOERENDE BEVOEGDHEDEN

Momenteel staan de volgende comités de Commissie bij in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis:

het comité ingesteld bij artikel 27 van Verordening (EG) nr. 343/2003 („Dublin-comité”) en

het comité ingesteld bij artikel 23 van Verordening (EG) nr. 2725/2000 („Eurodac-comité”).


GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER GEZAMENLIJKE VERGADERINGEN VAN DE GEMENGDE COMITÉS

De delegatie van de Commissie,

De delegaties van de regeringen van de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen,

De delegatie van de regering van de Zwitserse Bondsstaat,

hebben besloten de vergaderingen van de gemengde comités die zijn ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend enerzijds en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend anderzijds, gezamenlijk te organiseren;

stellen vast dat voor het gezamenlijk beleggen van deze vergaderingen een praktische regeling met betrekking tot het voorzitterschap van deze vergaderingen vereist is wanneer dat voorzitterschap door de betrokken staten moet worden uitgeoefend krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend;

nemen kennis van de wens van de betrokken staten om, indien zulks nodig is, de uitoefening van hun voorzitterschap af te staan en het tussen hen te laten rouleren in alfabetische volgorde op naam, vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend.


Top