EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006R1966R(01)

Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1966/2006 van de Raad van 21 december 2006 betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie ( PB L 409 van 30.12.2006 )

OJ L 36, 8.2.2007, p. 3–5 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1966/corrigendum/2007-02-08/oj

8.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 36/3


Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1966/2006 van de Raad van 21 december 2006 betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie

( Publicatieblad van de Europese Unie L 409 van 30 december 2006 )

Verordening (EG) nr. 1966/2006 komt als volgt te luiden:

VERORDENING (EG) Nr. 1966/2006 VAN DE RAAD

van 21 december 2006

betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad (1) is een kader voor de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid vastgesteld.

(2)

De doelstellingen van de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden worden bereikt via voorwaarden voor de toegang tot de wateren en de bestanden, met name door de vangsten en de visserijinspanning te beperken en door technische maatregelen betreffende visserijtechnieken, vistuig en vangsthoeveelheden vast te stellen.

(3)

Met het oog op een deugdelijk beheer van de vangstmogelijkheden en het bereiken van deze doelstellingen moeten de visserijactiviteiten dan ook met de meest adequate middelen worden gecontroleerd. Voor de vangsthoeveelheden gebeurt dit hoofdzakelijk door gegevens te verzamelen over vangsten, aanlandingen, overladingen, vervoer en verkoop, voor de visserijinspanning hoofdzakelijk door gegevens te verzamelen over de kenmerken van het vaartuig, de aan visserij bestede tijd en het gebruikte tuig. Voorts kunnen de voor de visserijcontroles verantwoordelijke autoriteiten aan de hand van technologieën voor controle op afstand de aanwezigheid van vaartuigen in een bepaald gebied controleren. De combinatie van al deze middelen verhoogt de nauwkeurigheid van de gegevens.

(4)

In artikel 22, lid 1, en artikel 23, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 is respectievelijk bepaald dat de Raad in 2004 een besluit moet nemen over de verplichting om relevante informatie betreffende visserijactiviteiten, met inbegrip van aanlandingen en overladingen van vangsten, en betreffende verkoopdocumenten elektronisch door te geven, alsook over de verplichting om een systeem voor teledetectie in te stellen.

(5)

In de afgelopen jaren zijn door de lidstaten en door andere landen proefprojecten inzake elektronische registratie en melding, alsook inzake teledetectie uitgevoerd. Deze zijn waardevol en kosteneffectief gebleken.

(6)

In artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) is bepaald dat de kapiteins van communautaire vissersvaartuigen een logboek van hun activiteiten bijhouden.

(7)

In artikel 22 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 is bepaald dat visserijproducten vanaf een vissersvaartuig uitsluitend mogen worden verkocht aan geregistreerde kopers of in geregistreerde afslagen.

(8)

In artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 is bepaald dat de visafslagen of de door de lidstaten gemachtigde instanties of personen onder de verantwoordelijkheid waarvan visserijproducten de eerste keer op de markt worden gebracht, bij de eerste verkoop, aan de bevoegde autoriteiten op wier grondgebied de producten de eerste keer op de markt worden gebracht, een verkoopdocument doen toekomen.

(9)

Artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 bepaalt dat de kapitein van een vissersvaartuig uit de Gemeenschap met een totale lengte van 10 m of meer, of zijn gemachtigde, telkens na een visreis binnen 48 uur na de aanvoer een aangifte indient bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de aanvoer plaatsvindt.

(10)

Voorts bepaalt artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 dat wanneer visserijproducten niet voor de eerste maal op de markt worden gebracht in de lidstaat waar de producten zijn aangevoerd, de lidstaat die verantwoordelijk is voor de controle op de eerste verkoop ervoor zorgt dat zo spoedig mogelijk een kopie van het verkoopdocument wordt overgelegd aan de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de controle op de aanvoer van deze producten.

(11)

In artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 is bepaald dat iedere lidstaat een geautomatiseerd gegevensbestand moet aanleggen en een validatieregeling moet instellen die met name voorziet in vergelijkende controles en verificatie van de gegevens.

(12)

In artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 is ook bepaald dat een overnameverklaring, waarvoor de houder van die verklaring verantwoordelijk is, aan de bevoegde autoriteiten wordt overgelegd, wanneer de producten niet te koop worden aangeboden of bestemd zijn om later te koop te worden aangeboden.

(13)

Van teledetectie dient uitsluitend te worden gebruikgemaakt wanneer duidelijk blijkt dat er een kostenvoordeel is ten opzichte van het gebruik van uitsluitend traditionele controlemiddelen, zoals patrouillevaartuigen en -vliegtuigen, bij de detectie van vissersvaartuigen die illegaal vissen.

(14)

Bijgevolg moeten er voorwaarden worden vastgesteld voor het gebruik van elektronische registratie en melding, alsmede van een systeem voor teledetectie voor controledoeleinden.

(15)

De formaten die door de nationale bevoegde instanties zullen worden gebruikt voor de uitwisseling van informatie met het oog op controle en inspectie, moeten in gedetailleerde uitvoeringsbepalingen worden vastgelegd.

(16)

De lidstaten moeten vrij kunnen beslissen over de formaten voor gegevenstransmissie welke worden gebruikt door vaartuigen die hun vlag voeren.

(17)

Investeringen in verband met de implementatie van controletechnologieën zijn subsidiabel in het kader van Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht (3).

(18)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Elektronische registratie en melding

1.   De gegevens betreffende visserijactiviteiten die overeenkomstig de desbetreffende communautaire regelgeving moeten worden genoteerd in een logboek, en een aangifte van overlading worden door kapiteins van communautaire vissersvaartuigen elektronisch geregistreerd en elektronisch aan de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat toegezonden.

2.   De gegevens betreffende visserijactiviteiten die overeenkomstig de desbetreffende communautaire regelgeving moeten worden genoteerd in een aangifte van aanlanding, worden door kapiteins van communautaire vissersvaartuigen of door hun gemachtigden elektronisch geregistreerd en elektronisch aan de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat toegezonden.

3.   Het eerste verkoopdocument en, indien van toepassing, de overnameverklaring worden elektronisch geregistreerd en toegezonden aan de bevoegde autoriteiten op wier grondgebied de visserijproducten voor de eerste keer op de markt worden gebracht door een geregistreerde koper, een geregistreerde visafslag of een door de lidstaten gemachtigde andere instantie of persoon die verantwoordelijk is voor de eerste verkoop van visserijproducten.

4.   De lidstaten beschikken over de nodige administratieve en technische structuren om de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde gegevens van — ten minste — het logboek, de aangifte van overlading, de aangifte van aanlanding, het verkoopdocument en de overnameverklaring te ontvangen, te behandelen, te vergelijken en door te zenden langs elektronische weg.

Artikel 2

Periodiciteit en authenticiteit van de gegevens

1.   De kapitein van het vissersvaartuig verstrekt relevante gegevens uit het logboek ten minste eenmaal per dag. Hij zendt de gegevens ook toe op verzoek van de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat. Hij verstrekt de relevante gegevens uit het logboek in elk geval na beëindiging van de laatste visserijactiviteit en voor het binnenlopen in de haven.

2.   De door de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat geregistreerde gegevens uit het logboek, de aangifte van overlading en de aangifte van aanlanding worden onder de door de nationale wetgeving gestelde voorwaarden als authentiek beschouwd.

3.   De door de bevoegde autoriteit van een lidstaat geregistreerde informatie en gegevens uit het eerste verkoopdocument en de overnameverklaring worden onder de door de nationale wetgeving gestelde voorwaarden als authentiek beschouwd.

Artikel 3

Geleidelijke invoering

1.   De verplichting om de in artikel 1, leden 1 en 2, genoemde gegevens elektronisch te registreren en door te geven, gaat voor kapiteins van vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 24 m in binnen 24 maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 5 bedoelde uitvoeringsbepalingen en voor kapiteins van vissersvaartuigen met een lengte over alles van 15 m binnen 42 maanden na de inwerkingtreding van de uitvoeringsbepalingen.

2.   Niettegenstaande het bepaalde in lid 1 kan een lidstaat vanaf de datum die twaalf maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 5 bedoelde uitvoeringsbepalingen valt, kapiteins van vissersvaartuigen, bedoeld in lid 1 en met een lengte over alles van ten hoogste 15 m die zijn vlag voeren, verplichten of machtigen de in artikel 1, leden 1 en 2, genoemde gegevens elektronisch te registreren en door te geven.

3.   De bevoegde autoriteiten van een kustlidstaat aanvaarden elektronische meldingen van de vlaggenlidstaat die de gegevens van de in lid 2 bedoelde vissersvaartuigen bevatten.

4.   De verplichting inzake elektronische registratie en doorgifte van verkoopdocumenten en, indien van toepassing, overnameverklaringen gaat op 1 januari 2009 in voor geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen of andere door de lidstaten gemachtigde instanties of personen die verantwoordelijk zijn voor de eerste verkoop van visserijproducten en die met de eerste verkoop van visserijproducten een jaaromzet van meer dan 400 000 EUR realiseren.

Artikel 4

Teledetectie

Wanneer duidelijk blijkt dat er een kostenvoordeel is ten opzichte van traditionele controlemiddelen bij de detectie van vissersvaartuigen die illegaal vissen, zorgen de lidstaten er vanaf 1 januari 2009 voor dat hun visserijcontrolecentra over de nodige technische capaciteit beschikken om de posities die worden afgeleid uit de door satellieten of gelijkwaardige systemen via teledetectie verkregen beelden te vergelijken met de gegevens van het volgsysteem voor vissersvaartuigen, teneinde de aanwezigheid van vissersvaartuigen in een bepaald gebied vast te stellen.

Artikel 5

Uitvoeringsbepalingen

Nadere bepalingen voor de uitvoering van deze verordening worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002. In deze bepalingen worden met name vastgesteld:

1.

De voorwaarden waaronder de nationale bevoegde autoriteiten met het oog op controle en inspectie informatie zullen uitwisselen, waarbij de vertrouwelijkheid wordt gewaarborgd en wordt gewaarborgd dat de kustlidstaten toegang tot die informatie kunnen verkrijgen.

2.

De inhoud van de door te zenden berichten.

3.

De formaten die door de nationale bevoegde autoriteiten zullen worden gebruikt voor de uitwisseling van informatie met het oog op controle en inspectie.

4.

De voorwaarden voor de registratie en de overlegging van gegevens uit verkoopdocumenten en overnameverklaringen.

5.

Bepalingen op grond waarvan een lidstaat de verplichting inzake elektronische melding kan uitbreiden tot vissersvaartuigen zoals bedoeld in artikel 3, lid 2.

6.

Vrijstellingen van de eis om elektronische aangiften van aanlandingen te doen, en voorwaarden en kennisgevingsvereisten om de kuststaat te informeren over dergelijke vrijstellingen.

7.

Vrijstellingen, ter vermindering van de administratieve last voor de exploitanten, van bepaalde controlebepalingen in de communautaire voorschriften voor vissersvaartuigen die de in artikel 1, leden 1 en 2, bedoelde informatie elektronisch registreren en doorgeven.

8.

Bepalingen voor registratie en doorgifte van gegevens, als vermeld in artikel 1, in geval van een technische storing.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 december 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

J. KORKEAOJA


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 768/2005 (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

(3)  PB L 160 van 14.6.2006, blz. 1.

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).


Top