EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006R2008

Verordening (EG) nr. 2008/2006 van de Commissie van 22 december 2006 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor de toepassing van de tariefcontingenten voor 2007 voor Baby beef - producten van oorsprong uit Kroatië, Bosnië en Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Servië, Montenegro en Kosovo

OJ L 379, 28.12.2006, p. 105–116 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 338M , 17.12.2008, p. 834–847 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 080 P. 264 - 275
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 080 P. 264 - 275

No longer in force, Date of end of validity: 12/03/2014

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/2008/oj

28.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 379/105


VERORDENING (EG) Nr. 2008/2006 VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2006

tot vaststelling van gedetailleerde regels voor de toepassing van de tariefcontingenten voor 2007 voor „Baby beef”- producten van oorsprong uit Kroatië, Bosnië en Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Servië, Montenegro en Kosovo

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), en met name op artikel 32, lid 1, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2820/98 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1763/1999 en (EG) nr. 6/2000 (2) is voorzien in een preferentieel jaarlijks tariefcontingent van 11 475 ton „Baby beef”, verdeeld over Bosnië en Herzegovina en Servië, Montenegro en Kosovo.

(2)

In het kader van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië anderzijds die werd goedgekeurd bij besluit van de Raad en de Commissie 2005/40/EG, Euratom (3) en de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, die werd goedgekeurd bij besluit van de Raad en de Commissie 2004/239/EG, Euratom (4) worden jaarlijkse preferentiële tariefcontingenten voor „Baby beef” van respectievelijk 9 400 ton en 1 650 ton vastgesteld.

(3)

In artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2248/2001 van de Raad van 19 november 2001 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, en de interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds (5) en in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 153/2002 van de Raad van 21 januari 2002 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, en de interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds (6) is bepaald dat gedetailleerde uitvoeringsbepalingen voor de concessies inzake „baby beef” moeten worden vastgesteld.

(4)

Voor controledoeleinden is in Verordening (EG) nr. 2007/2000 bepaald dat voor invoer in het kader van de „Baby beef”-contingenten voor Bosnië en Herzegovina en Servië, Montenegro en Kosovo, een echtheidscertificaat moet worden overgelegd waarin wordt verklaard dat de goederen van oorsprong zijn uit het land van afgifte en dat zij volkomen beantwoorden aan de definitie in bijlage II bij die verordening. Met het oog op harmonisatie moet ook voor invoer in het kader van de contingenten „Baby beef” van oorsprong uit Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden bepaald dat een echtheidscertificaat moet worden overgelegd waarin wordt verklaard dat de goederen van oorsprong zijn uit het land van afgifte en dat zij volkomen beantwoorden aan de definitie in bijlage III bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst met Kroatië en met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Voorts dienen het model voor deze echtheidscertificaten en de voorwaarden voor het gebruik daarvan te worden vastgesteld.

(5)

Kosovo, zoals omschreven in Resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999, is onder internationaal civiel bestuur van de Missie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK) geplaatst en Montenegro heeft ook een afzonderlijke douaneadministratie opgezet. Derhalve moet ook een specifiek echtheidscertificaat voor goederen van oorsprong uit het douanegebied Montenegro of Kosovo worden voorgeschreven.

(6)

Voor het beheer van de betrokken contingenten moet gebruik worden gemaakt van invoercertificaten. Daartoe zijn, behoudens andersluidende bepalingen in de onderhavige verordening, de bepalingen van toepassing die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (7) en bij Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80 (8).

(7)

Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (9) is van toepassing op de invoercertificaten voor de invoertariefcontingentsperioden die op en na 1 januari 2007 beginnen. Bij Verordening (EG) nr. 1301/2006 zijn met name uitvoeringsbepalingen vastgesteld inzake invoercertificaataanvragen, de status van de aanvragers en de afgifte van certificaten. In die verordening is bepaald dat certificaten uiterlijk tot en met de laatste dag van de invoertariefcontingentsperiode geldig zijn. Verordening (EG) nr. 1301/2006 is van toepassing op de op grond van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten, onverminderd de bij de onderhavige verordening vastgestelde aanvullende voorschriften en afwijkingen. De bepalingen van de onderhavige verordening moeten waar nodig op die van Verordening (EG) nr. 1301/2006 worden afgestemd.

(8)

Met het oog op een deugdelijk beheer van de invoer van de betrokken producten worden de invoercertificaten pas afgegeven na verificatie van met name de gegevens op de echtheidscertificaten.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007 worden de volgende tariefcontingenten geopend:

a)

9 400 ton „Baby beef”, uitgedrukt in geslacht gewicht, van oorsprong uit Kroatië,

b)

1 500 ton „Baby beef”, uitgedrukt in geslacht gewicht, van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina,

c)

1 650 ton „Baby beef”, uitgedrukt in geslacht gewicht, van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

d)

9 975 ton „Baby beef”, uitgedrukt in geslacht gewicht, van oorsprong uit Servië, Montenegro en Kosovo.

De volgnummers van de in de eerste alinea genoemde contingenten zijn respectievelijk 09.4503, 09.4504, 09.4505 en 09.4506.

Voor de afboeking op deze contingenten wordt 100 kg levend gewicht gelijkgesteld met 50 kg geslacht gewicht.

2.   Bij invoer in het kader van de in lid 1 bedoelde contingenten bedraagt het douanerecht 20 % van het ad-valoremrecht en 20 % van het specifieke recht, zoals vastgesteld in het gemeenschappelijk douanetarief.

3.   In het kader van de in lid 1 bedoelde contingenten kunnen uitsluitend de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2007/2000, in bijlage III bij de met Kroatië gesloten Stabilisatie- en associatieovereenkomst en in bijlage III bij de met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gesloten Stabilisatie- en associatieovereenkomst bedoelde levende dieren en aanbiedingsvormen van vlees van de volgende GN-codes worden ingevoerd:

ex 0102 90 51, ex 0102 90 59, ex 0102 90 71 en ex 0102 90 79,

ex 0201 10 00 en ex 0201 20 20,

ex 0201 20 30,

ex 0201 20 50.

Artikel 2

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, zijn de Verordeningen (EG) nr. 1445/95, (EG) nr. 1291/2000 en de hoofdstukken I en III van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van toepassing op invoer die plaatsvindt in het kader van de in artikel 1 vermelde contingenten.

Artikel 3

1.   In vak 8 van de certificaataanvraag en het certificaat moet het land of het douanegebied van oorsprong worden vermeld en het woord „ja” worden aangekruist. Het certificaat verplicht tot invoer uit dat land of douanegebied.

In vak 20 van de certificaataanvraag en het certificaat moet een van de vermeldingen worden aangebracht als vermeld in bijlage I.

2.   Het originele exemplaar van het overeenkomstig artikel 4 opgestelde echtheidscertificaat en een afschrift ervan worden aan de bevoegde autoriteit overgelegd op het ogenblik waarop het eerste invoercertificaat met betrekking tot dit echtheidscertificaat wordt aangevraagd.

Binnen de grenzen van de in het echtheidscertificaat vermelde hoeveelheid kan dit certificaat voor de afgifte van verschillende invoercertificaten worden gebruikt. In dat geval boekt de bevoegde autoriteit telkens de toegewezen hoeveelheden op het echtheidscertificaat af.

3.   De bevoegde autoriteiten mogen het invoercertificaat pas afgeven nadat zij zich ervan hebben vergewist dat alle gegevens op het echtheidscertificaat overeenstemmen met de van de Commissie in de desbetreffende wekelijkse mededelingen ontvangen informatie. Na deze verificatie wordt het invoercertificaat onverwijld afgegeven.

Artikel 4

1.   Elke invoercertificaataanvraag in het kader van de in artikel 1 bedoelde contingenten moet vergezeld gaan van een door de in bijlage II vermelde autoriteiten van het land of douanegebied van uitvoer afgegeven echtheidscertificaat waarin wordt verklaard dat de producten van oorsprong zijn uit het betrokken land of douanegebied en dat zij beantwoorden aan de definitie in, naar gelang van het geval, bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2007/2000, bijlage III bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst met Kroatië of bijlage III bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2.   De echtheidscertificaten worden, overeenkomstig het in de bijlagen III tot en met VIII vastgestelde model voor het betrokken land of het betrokken douanegebied van uitvoer, opgesteld in de vorm van een origineel met twee afschriften, die worden gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Europese Gemeenschap. Bovendien mogen ze worden gedrukt en ingevuld in de officiële taal of één van de officiële talen van het land of douanegebied van uitvoer.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de invoercertificaataanvraag wordt ingediend, kunnen een vertaling van het certificaat verlangen.

3.   Het origineel en de afschriften van het echtheidscertificaat worden met de schrijfmachine of met de hand ingevuld. In dit laatste geval, moeten ze worden ingevuld met zwarte inkt en in drukletters.

Het certificaat meet 210 bij 297 millimeter. Het te gebruiken papier weegt minstens 40 g per m2. De kleur van het origineel is wit, die van het eerste afschrift roze en die van het tweede afschrift geel.

4.   Elk certificaat draagt een individueel volgnummer, gevolgd door de naam van het land of douanegebied van afgifte.

Op de afschriften moeten hetzelfde volgnummer en dezelfde landnaam voorkomen als op het origineel.

5.   De certificaten zijn alleen geldig als ze naar behoren zijn geviseerd door de in bijlage II vermelde instantie van afgifte.

6.   Het certificaat is naar behoren geviseerd wanneer datum en plaats van afgifte zijn vermeld, het stempel van de instantie van afgifte is aangebracht en het is ondertekend door de daartoe gemachtigde persoon of personen.

Artikel 5

1.   Een instantie van afgifte kan alleen in de in bijlage II opgenomen lijst voorkomen als:

a)

zij als zodanig is erkend door het land of douanegebied van uitvoer;

b)

zij zich ertoe verbindt de in de certificaten vermelde gegevens te verifiëren;

c)

zij zich ertoe verbindt de Commissie ten minste wekelijks de informatie te verstrekken die nodig is voor de verificatie van de in de echtheidscertificaten vermelde gegevens, met name het certificaatnummer, de exporteur, de geadresseerde, het land van bestemming, het product (levende dieren/vlees), het nettogewicht en de datum van ondertekening.

2.   De lijst in bijlage II wordt door de Commissie herzien wanneer niet meer aan de in lid 1, onder a), vermelde voorwaarde is voldaan of wanneer een instantie van afgifte een of meer van de door haar aangegane verplichtingen niet nakomt of wanneer een nieuwe instantie van afgifte wordt aangewezen.

Artikel 6

De geldigheidsduur van de echtheids- en de invoercertificaten bedraagt drie maanden, te rekenen vanaf de respectieve data van afgifte.

Artikel 7

Het betrokken land of douanegebied van uitvoer verstrekt de Commissie een specimen van de afdruk van de door hun instanties van afgifte gebruikte stempels, alsook naam en handtekening van de voor het ondertekenen van de echtheidscertificaten gemachtigde personen. De Commissie geeft deze informatie door aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)  PB L 240 van 23.9.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1946/2005 (PB L 312 van 29.11.2005, blz. 1).

(3)  PB L 26 van 28.1.2005, blz. 1.

(4)  PB L 84 van 20.3.2004, blz. 1.

(5)  PB L 304 van 21.11.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2/2003 (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 26).

(6)  PB L 25 van 29.1.2002, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3/2003 (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 30).

(7)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 410/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 7).

(8)  PB L 143 van 27.6.1995, blz. 35. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1713/2006 (PB L 321 van 21.11.2006, blz. 11).

(9)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.


BIJLAGE I

In artikel 3, lid 1, bedoelde vermeldingen

:

in het Bulgaars

:

„Baby beef” (Регламент (ЕО) № 2008/2006)

:

in het Spaans

:

„Baby beef” (Reglamento (CE) no 2008/2006)

:

in het Tsjechisch

:

„Baby beef” (Nařízení (ES) č. 2008/2006)

:

in het Deens

:

„Baby beef” (Forordning (EF) nr. 2008/2006)

:

in het Duits

:

„Baby beef” (Verordnung (EG) Nr. 2008/2006)

:

in het Ests

:

„Baby beef” (Määrus (EÜ) nr 2008/2006)

:

in het Grieks

:

„Baby beef” (Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 2008/2006)

:

in het Engels

:

„Baby beef” (Regulation (EC) No 2008/2006)

:

in het Frans

:

„Baby beef” (Règlement (CE) no 2008/2006)

:

in het Italiaans

:

„Baby beef” (Regolamento (CE) n. 2008/2006)

:

in het Lets

:

„Baby beef” (Regula (EK) Nr. 2008/2006)

:

in het Litouws

:

„Baby beef” (Reglamentas (EB) Nr. 2008/2006)

:

in het Hongaars

:

„Baby beef” (2008/2006/EK rendelet)

:

in het Maltees

:

„Baby beef” (Regolament (KE) Nru 2008/2006)

:

in het Nederlands

:

„Baby beef” (Verordening (EG) nr 2008/2006)

:

in het Pools

:

„Baby beef” (Rozporządzenie (WE) nr 2008/2006)

:

in het Portugees

:

„Baby beef” (Regulamento (CE) n.o 2008/2006)

:

in het Roemeens

:

„Baby beef” (Regulamentul (CE) nr. 2008/2006)

:

in het Slowaaks

:

„Baby beef” (Nariadenie (ES) č. 2008/2006)

:

in het Sloveens

:

„Baby beef” (Uredba (ES) št. 2008/2006)

:

in het Fins

:

„Baby beef” (Asetus (EY) N:o 2008/2006)

:

in het Zweeds

:

„Baby beef” (Förordning (EG) nr 2008/2006)


BIJLAGE II

Instanties van afgifte:

Republiek Kroatië: Croatian Livestock Center, Zagreb, Croatia.

Bosnië en Herzegovina

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Servië (1): „YU Institute for Meat Hygiene and Technology, Kacanskog 13, Belgrade, Yugoslavia.”

Montenegro

Servië/Kosovo:


(1)  Zonder Kosovo zoals vastgesteld bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.


BIJLAGE III

Image


BIJLAGE IV

Image


BIJLAGE V

Image


BIJLAGE VI

Image


BIJLAGE VII

Image


BIJLAGE VIII

Image


Top