EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006R1981

Verordening (EG) nr. 1981/2006 van de Commissie van 22 december 2006 tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat het communautaire referentielaboratorium voor genetisch gemodificeerde organismen betreft (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 368, 23.12.2006, p. 99–109 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 314M , 1.12.2007, p. 641–651 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 058 P. 26 - 36
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 058 P. 26 - 36
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 029 P. 92 - 102

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 28/02/2014

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1981/oj

23.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 368/99


VERORDENING (EG) Nr. 1981/2006 VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2006

tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat het communautaire referentielaboratorium voor genetisch gemodificeerde organismen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name op artikel 32, vijfde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1829/2003 voorziet in een communautair referentielaboratorium (CRL) voor de uitvoering van bepaalde in die verordening vastgestelde bevoegdheden en taken. Zij bepaalt ook dat het CRL door nationale referentielaboratoria moet worden bijgestaan.

(2)

De detectie- en identificatiemethoden die door het CRL moeten worden getest en gevalideerd en de monsters en controlemonsters moeten voldoen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 641/2004 van de Commissie van 6 april 2004 tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft vergunningaanvragen voor nieuwe genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, kennisgevingen van bestaande producten en de onvoorziene of technisch niet te voorkomen aanwezigheid van genetisch gemodificeerd materiaal waarvoor de risicobeoordeling tot een gunstig resultaat heeft geleid (2).

(3)

Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld voor de uitvoering van artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1829/2003.

(4)

De overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 door de aanvragers te betalen financiële bijdrage mag uitsluitend worden gebruikt ter ondersteuning van de kosten voor de in de bijlage bij die verordening vastgestelde verantwoordelijkheden en taken. Het CRL moet worden gemachtigd van de aanvragers een financiële bijdrage te verlangen voor nieuwe vergunningen, voor de verlenging van vergunningen en voor de wijziging van vergunningen, naargelang het geval.

(5)

Bij de bepaling van het bedrag van de financiële bijdrage moet rekening worden gehouden met de door het CRL in elk afzonderlijk geval uit te voeren werklast, afhankelijk van het niveau van de reeds vóór de indiening van de vergunningaanvraag uitgevoerde werkzaamheden voor het testen en valideren van de methode.

(6)

De aanvragers wordt aangeraden gegevens te verstrekken die betrekking hebben op modules die reeds door het CRL zijn gevalideerd en gepubliceerd om zowel de samenstelling van het aanvraagdossier als de validatie van de detectiemethode te vergemakkelijken.

(7)

Er moet een financiële bijdrage op forfaitaire basis worden geheven om bij te dragen aan de kosten die worden gemaakt voor de door het CRL uit te voeren omvattende gegevensanalyse en verificatie in het eigen laboratorium van de methode en de ontvangen monsters, in alle gevallen waarin een nieuwe methode ter goedkeuring wordt voorgelegd.

(8)

Van de aanvragers moet een extra financiële bijdrage worden verlangd, wanneer de validatie van de voorgestelde methode de uitvoering vereist van een ringonderzoek waarbij nationale referentielaboratoria zijn betrokken, om te voldoen aan de criteria van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 641/2004.

(9)

Het bedrag van de financiële bijdragen moet de kosten dekken die rechtstreeks verband houden met de uit te voeren validatietaken. Deze omvatten met name het personeel, de reagentia en ander bijbehorend verbruiksmateriaal, de eventuele distributie van materiaal aan de leden van het Europees Netwerk van GGO-laboratoria (ENGL) en de administratiekosten. Zij moeten worden berekend op grond van de door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie opgedane ervaring bij de uitvoering van validaties van detectiemethoden, inclusief eventuele samenwerking met leden van ENGL, en zij mogen de bij de uitvoering van de validatie daadwerkelijk gemaakte kosten niet overschrijden.

(10)

Wanneer de validatiekosten voor een specifieke vergunningaanvraag het bedrag van de in deze verordening vastgestelde financiële bijdragen aanzienlijk overschrijden, moet het CRL in staat zijn van de aanvrager een extra bijdrage te verlangen. In dat geval moet de aanvrager het recht hebben van de betaling van de extra bijdrage te worden vrijgesteld, als hij zijn aanvraag binnen een bepaalde termijn intrekt.

(11)

Er moet de nodige aandacht worden besteed aan het specifieke geval van het biotechnologische onderzoek in ontwikkelingslanden. Er moet daarom worden voorzien in een vermindering van het bedrag van de financiële bijdrage wanneer het hoofdkantoor van de aanvrager van de vergunning in een ontwikkelingsland is gevestigd.

(12)

Om de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo) aan de communautaire vergunningsprocedure voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een verlaagde financiële bijdrage wanneer de aanvragers kleine en middelgrote ondernemingen zijn. De voorbeeldverklaring aangaande de inlichtingen over het kmo-karakter van een onderneming (3) zou kunnen dienen als door de aanvragers te verstrekken schriftelijk bewijs van hun kmo-status.

(13)

In Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt reeds bepaald dat aanvragers een financiële bijdrage moeten doen. Aanvragers die een aanvraag hebben ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, zijn daarom reeds van deze bepaling op de hoogte. De financiële bijdrage moet bijgevolg ook worden verlangd voor vergunningaanvragen die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend.

(14)

De nationale referentielaboratoria die het CRL bijstaan voor de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 vastgestelde bevoegdheden en taken moeten deel uitmaken van het Europees Netwerk van GGO-laboratoria (ENGL), waarvan de leden de huidige stand van de techniek op het gebied van GGO-detectie vertegenwoordigen, met inbegrip van expertise inzake de ontwikkeling, prestatie en validatie van detectiemethoden, de bemonstering en het management van biologische en analytische onzekerheden. Zij moeten ook voldoen aan specifieke eisen wanneer zij het CRL met name moeten bijstaan bij het testen en valideren van detectiemethoden in de context van ringonderzoeken overeenkomstig internationale normen.

(15)

Omwille van de stabiliteit en de doeltreffendheid en om de validatieprocedure operationeel te maken overeenkomstig deze verordening moeten de nationale referentielaboratoria worden aangewezen die geschikt zijn om het CRL bij te staan bij het testen en valideren van detectiemethoden.

(16)

De relatie tussen de nationale referentielaboratoria die het CRL bijstaan bij het testen en valideren van detectiemethoden en tussen deze laboratoria en het CRL moet in een schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd.

(17)

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

In deze verordening worden nadere bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft:

a)

de bijdrage aan de kosten van de taken van het communautair referentielaboratorium (CRL) en de nationale referentielaboratoria, als bedoeld in de bijlage bij voornoemde verordening; en

b)

de aanwijzing van nationale referentielaboratoria.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening:

a)

wordt onder „volledige validatieprocedure” verstaan de beoordeling via een ringonderzoek, waarbij nationale referentielaboratoria zijn betrokken, van de door de aanvrager vastgestelde prestatiecriteria van de detectiemethode als zijnde in overeenstemming met het in punt 1, onder B), van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 641/2004 bedoelde document, getiteld „Definition of minimum performance requirements for analytical methods of GMO testing”, en beoordeling van de herhaalbaarheid en juistheid van de door de aanvrager ter beoordeling voorgelegde methode;

b)

wordt onder „kleine en middelgrote ondernemingen (kmo)” verstaan kleine en middelgrote ondernemingen, als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (4);

c)

wordt onder „ontwikkelingslanden” verstaan de begunstigde landen, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 980/2005 van de Raad van 27 juni 2005 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties (5);

d)

wordt onder „aanvraag”, wanneer gebruikt zonder verdere specificatie, verstaan een vergunningaanvraag die overeenkomstig artikel 5 of 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt ingediend, met inbegrip van uit hoofde van andere Gemeenschapswetgeving ingediende aanvragen die overeenkomstig artikel 46 van die verordening worden omgezet of aangevuld. Zij verwijst ook naar aanvragen voor de verlenging van vergunningen overeenkomstig artikel 11 of 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 en wijzigingen van vergunningen overeenkomstig artikel 9, lid 2, artikel 10, artikel 21, lid 2, of artikel 22 van die verordening, wanneer het CRL gevraagd wordt een detectie- en identificatiemethode te testen en te valideren.

Artikel 3

Bijdragen

1.   Voor elke aanvraag wordt door de aanvrager aan het CRL een forfaitaire bijdrage van 30 000 EUR betaald.

2.   Wanneer een volledige validatieprocedure voor een detectie- en identificatiemethode voor één enkel GGO-event overeenkomstig de voorschriften van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 641/2004 moet worden uitgevoerd, verlangt het CRL van de aanvrager een extra bijdrage van 60 000 EUR.

Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal volledig te valideren GGO-events.

Het CRL vermindert het bedrag van de extra bijdrage in verhouding tot de uitgespaarde kosten:

a)

wanneer het materiaal dat nodig is voor de uitvoering van de volledige validatieprocedure door de aanvrager wordt geleverd, en/of

b)

wanneer de aanvrager gegevens verstrekt die betrekking hebben op modules, zoals DNA-extractieprotocollen en soortspecifieke referentiesystemen, die reeds door het CRL zijn gevalideerd en gepubliceerd.

3.   Wanneer de kosten van de validatie van de door de aanvrager voorgestelde methode het bedrag van de in de leden 1 en 2 vermelde financiële bijdragen aanzienlijk overschrijden, wordt een extra bijdrage verlangd.

De extra bijdrage bedraagt 50 % van het deel van de kosten dat het bedrag van de in de leden 1 en 2 bedoelde bijdragen overschrijdt.

4.   De in de leden 1 en 2 bedoelde bijdragen blijven verschuldigd in geval van intrekking van de aanvraag.

Artikel 4

Verminderingen en vrijstellingen

1.   Wanneer de aanvrager een kmo is of wanneer het hoofdkantoor van de aanvrager in een ontwikkelingsland is gevestigd, worden de in artikel 3, leden 1 en 2, bedoelde financiële bijdragen met 50 % verminderd.

2.   Wanneer dezelfde detectie- en identificatiemethode reeds voorkomt in een vorige aanvraag van dezelfde aanvrager voor producten in verband met hetzelfde GGO en wanneer die methode door het CRL is gevalideerd en gepubliceerd of de validatie daarvan hangende is, wordt die aanvrager vrijgesteld van de betaling van de in artikel 3 bedoelde financiële bijdragen.

Wanneer door het CRL kosten worden gemaakt bij de uitvoering van de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 vastgestelde validatietaken, kan het CRL van de aanvrager echter een maximale bijdrage van 30 000 EUR verlangen.

3.   Artikel 3, lid 3, is niet van toepassing wanneer de aanvrager een kmo is of wanneer het hoofdkantoor van de aanvrager in een ontwikkelingsland is gevestigd. Het is evenmin van toepassing op aanvragen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend.

Artikel 5

Procedure

1.   De aanvrager legt bewijsstukken over waaruit blijkt dat hij de in artikel 3, lid 1, bedoelde forfaitaire bijdrage van 30 000 EUR heeft betaald, wanneer hij de monsters van de levensmiddelen en diervoeders en de controlemonsters daarvan bij het CRL indient overeenkomstig artikel 5, lid 3, onder j), of artikel 17, lid 3, onder j), van Verordening (EG) nr. 1829/2003.

2.   Wanneer een volledige validatieprocedure moet worden uitgevoerd, zoals bepaald in artikel 3, lid 2, stelt het CRL de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis en verlangt het de betaling van het overeenkomstig die bepaling verschuldigde bedrag.

3.   Wanneer het CRL verwacht dat de kosten van de validatie van de door de aanvrager voorgestelde detectiemethode het bedrag van de in artikel 3, leden 1 en 2, bedoelde financiële bijdragen aanzienlijk zullen overschrijden, zoals bepaald in artikel 3, lid 3, stelt het de aanvrager schriftelijk in kennis van het geraamde bedrag van de extra kosten.

Als de aanvrager zijn aanvraag binnen een maand na de datum van ontvangst van de kennisgeving intrekt, hoeft de in artikel 3, lid 3, bedoelde extra bijdrage niet te worden betaald.

Na voltooiing van de validatie van de detectiemethode stelt het CRL de aanvrager schriftelijk in kennis van de daadwerkelijke en naar behoren gemotiveerde kosten die bij de uitvoering van de validatie van de detectiemethode zijn gemaakt en verlangt het de betaling van de verschuldigde bijdrage overeenkomstig artikel 3, lid 3.

4.   Wanneer kosten worden gemaakt, zoals bepaald in artikel 4, lid 2, stelt het CRL de aanvrager schriftelijk in kennis van het bedrag van de verschuldigde bijdrage, vergezeld van een motivering van dat bedrag.

5.   Wanneer een aanvraag vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, stelt het CRL de aanvrager binnen drie maanden na die datum schriftelijk in kennis van het bedrag van de financiële bijdrage die moet worden betaald overeenkomstig artikel 3, lid 1 of 2, naargelang het geval.

6.   Wanneer overeenkomstig artikel 4, lid 1, aanspraak op een vermindering van de bijdrage wordt gemaakt, moet de aanvraag vergezeld gaan van schriftelijke bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel wordt voldaan. Het CRL kan zo nodig aanvullende gegevens verlangen.

7.   De in de leden 2 tot en met 5 vermelde bijdragen moeten door de aanvrager worden betaald binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.

Wanneer de aanvrager niet binnen de vastgestelde termijn een bewijs van betaling heeft verstrekt en wanneer het in punt 3, onder e), van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde evaluatieverslag nog niet aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid („de Autoriteit”) is toegezonden, dient het CRL dit niet bij de Autoriteit in zolang het verschuldigde bedrag niet is ontvangen. Het CRL deelt aan de Autoriteit onverwijld mee dat zijn verslag later zal worden toegezonden, om de Autoriteit in staat te stellen de aanvrager te informeren en verdere stappen te ondernemen overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 2, en artikel 18, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003.

Artikel 6

Nationale referentielaboratoria die het CRL bijstaan bij het testen en valideren van de detectie- en identificatiemethoden

1.   De laboratoria die het CRL bijstaan bij het testen en valideren van de detectie- en identificatiemethode, als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder d), en artikel 18, lid 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 1829/2003, moeten voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde minimumvoorschriften.

De in bijlage II opgenomen laboratoria voldoen aan deze voorschriften en worden aangewezen als nationale referentielaboratoria uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om het CRL bij te staan bij het testen en valideren van de detectiemethode.

2.   Het CRL en de in bijlage II opgenomen nationale referentielaboratoria sluiten een schriftelijke overeenkomst om hun onderlinge relaties vast te stellen, met name in financiële aangelegenheden. In de schriftelijke overeenkomst wordt met name bepaald dat het CRL een deel van de financiële bijdragen die het ontvangt onder de nationale referentielaboratoria moet verdelen.

Artikel 7

Verslaglegging

Het CRL is verantwoordelijk voor de opstelling van een jaarverslag over de elk jaar voor de uitvoering van deze verordening verrichte werkzaamheden en dient dit verslag bij de Commissie in. De nationale referentielaboratoria uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 dragen bij aan de opstelling van dit jaarverslag.

Het CRL kan ook een jaarlijkse vergadering met de nationale referentielaboratoria organiseren met het oog op de opstelling van het jaarverslag.

Artikel 8

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2006.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(2)  PB L 102 van 7.4.2004, blz. 14.

(3)  Mededeling van de Commissie 2003/C 118/03 (PB C 118 van 20.5.2003, blz. 5). Gerectificeerd in PB C 156 van 4.7.2003, blz. 14.

(4)  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.

(5)  PB L 169 van 30.6.2005, blz. 1.


BIJLAGE I

Voorschriften voor de laboratoria die het communautaire referentielaboratorium bijstaan bij het testen en valideren van detectie- en identificatiemethoden, als bedoeld in artikel 6, lid 1

De laboratoria die het communautaire referentielaboratorium bijstaan bij het testen en valideren van de detectie- en identificatiemethode, als bedoeld in punt 3, onder d), van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1829/2003, moeten:

a)

geaccrediteerd zijn, of spoedig geaccrediteerd worden, overeenkomstig EN ISO/IEC 17025 inzake „General requirements for the competence of testing and calibration laboratories” of een gelijkwaardige internationale norm die garandeert dat de laboratoria:

beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel met een passende opleiding op het gebied van analysemethoden die worden gebruikt voor de detectie en identificatie van GGO's en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders;

beschikken over de nodige uitrusting voor de uitvoering van de analyse van GGO's en genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders;

beschikken over een adequate administratieve infrastructuur;

beschikken over voldoende gegevensverwerkingscapaciteit voor het opstellen van technische verslagen en om een snelle communicatie met de andere laboratoria die aan het testen en valideren van detectiemethoden deelnemen, mogelijk te maken;

b)

de garantie bieden dat het laboratoriumpersoneel de vertrouwelijke aspecten van de dossiers, gegevens, resultaten of mededelingen in verband met de verwerking van de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 ingediende vergunningaanvragen, aanvragen voor de verlenging van vergunningen of aanvragen voor de wijziging van vergunningen respecteert, en met name de in artikel 30 van die verordening bedoelde vertrouwelijke informatie.


BIJLAGE II

Nationale referentielaboratoria die het communautaire referentielaboratorium bijstaan bij het testen en valideren van detectiemethoden, als bedoeld in artikel 6, lid 1

Belgique/België

Centre wallon de Recherches agronomiques (CRA-W),

Institut Scientifique de Santé Publique (ISP) — Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV),

Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO);

Česká republika

Státní veterinární ústav Jihlava (SVU Jihlava),

Státní zdravotní ústav (SZÚ), Laboratoř pro molekulárně biologické metody (LMBM), Centrum hygieny potravinových řetězců v Brně,

Státní zemědělská a potravinářská inspekce (SZPI),

Vysoká škola chemicko-technologická v Praze (VŠCHT),

Výzkumný ústav rostlinné výroby (VÚRV), Praha;

Danmark

Danmarks Fødevareforskning (DFVF),

Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri, Plantedirektoratet, Laboratorium for Diagnostik i Planter, Frø og Foder;

Deutschland

Bayerisches Landesamt für Gesundheit und Lebensmittelsicherheit (LGL),

Berliner Betrieb für Zentrale Gesundheitliche Aufgaben (BBGes) — Institut für Lebensmittel, Arzneimittel und Tierseuchen (ILAT),

Bundesinstitut für Risikobewertung,

Chemisches und Veterinäruntersuchungsamt (CVUA) Freiburg,

Chemisches und Veterinäruntersuchungsamt Ostwestfalen-Lippe,

Institut für Hygiene und Umwelt der Hansestadt Hamburg,

Landesamt für Landwirtschaft, Lebensmittelsicherheit und Fischerei — Mecklenburg-Vorpommern (LALLF MV),

Landesamt für Soziales, Gesundheits- und Verbraucherschutz — Abteilung F: Verbraucherschutz, Veterinärmedizin, Lebensmittelhygiene und Molekularbiologie,

Landesamt für Umweltschutz Sachsen-Anhalt,

Landesamt für Verbraucherschutz Sachsen-Anhalt — Fachbereich Lebensmittelsicherheit,

Landesbetrieb Hessisches Landeslabor — Standort Kassel,

Landeslabor Brandenburg,

Landeslabor Schleswig-Holstein,

Landesuntersuchungsamt Rheinland-Pfalz — Institut für Lebensmittelchemie Trier,

Landesuntersuchungsanstalt für das Gesundheits- und Veterinärwesen Sachsen (LUA),

Landwirtschaftliche Untersuchungs- und Forschungsanstalt Rostock der LMS Mecklenburg-Vorpommern,

Niedersächsisches Landesamt für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (LAVES) — Lebensmittelinstitut (LI) Braunschweig,

Sächsische Landesanstalt für Landwirtschaft — Fachbereich Landwirtschaftliches Untersuchungswesen,

Staatliche Landwirtschaftliche Untersuchungs- und Forschungsanstalt Augustenberg (Baden-Württemberg),

Thüringer Landesamt für Lebensmittelsicherheit und Verbraucherschutz (TLLV);

Eesti

DNA analüüsi laboratoorium, Geenitehnoloogia Instituut (GTI), Tallinna Tehnikaülikool (TTÜ),

Keemilise ja Bioloogilise Füüsika Instituut (KBFI), Molekulaargeneetika laboratoorium (MG),

Veterinaar-ja Toidulaboratoorium (VTL);

Elláda

Εθνικό Ίδρυμα Αγροτικής Έρευνας Εργαστήριο Γενετικής Ταυτοποίησης Γεωργικών Προϊόντων, Μικροοργανισμών και Ελέγχου Σπόρων Σποράς για την Ανίχνευση, Γενετικών Τροποποιήσεων,

Υπουργείο Οικονομίας και Οικονομικών, Γενική Διεύθυνση Γενικού Χημείου του Κράτους (ΓΧΚ), Διεύθυνση Τροφίμων — Αθήνα;

España

Centro Nacional de Alimentación, Agencia Española de Seguridad Alimentartia (CNA-AESA),

Laboratorio Arbitral Agroalimentario del Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación (LAA-MAPA);

France

Groupement d’Intérêt Public — Groupe d’Etude et de contrôle des Variétés et des Semences (GIP-GEVES),

Laboratoire de Phytopathologie et de méthodologies de la détection (INRA Versailles),

Laboratoire Direction Générale de la Consommation, de la Concurrence et de la Répression des Fraudes de Strasbourg (Laboratoire de la DGCCRF de Strasbourg),

Laboratoire National de la Protection des Végétaux d'Orléans (LNPV Orléans);

Ireland

The State Laboratory (SL), Celbridge;

Italia

Ente Nazionale Sementi Elette (E.N.S.E.), Laboratorio Analisi Sementi,

Istituto Superiore di Sanità, Centro Nazionale per la Qualità degli Alimenti e per i Rischi Alimentari (CNQARA),

Istituto Zooprofilattico Sperimentale delle Regioni Lazio e Toscana, Centro di Referenza Nazionale per la Ricerca di OGM (CROGM);

Kypros

Γενικό χημείο του κράτους (γχκ);

Latvija

Pārtikas un veterinārā dienesta Nacionālais diagnostikas centrs (PVD NDC);

Lietuva

Nacionalinė Veterinarijos Laboratorija, GMO Tyrimų Skyrius;

Luxembourg

Laboratoire National de Santé (LNS), Division du contrôle des denrées alimentaires;

Magyarország

Országos Élelmiszerbiztonsági és Táplálkozástudományi Intézet (OÉTI),

Országos Mezőgazdasági Minősítő Intézet, Központi Laboratórium (OMMI);

Nederland

RIKILT Instituut voor Voedselveiligheid,

Voedsel en Waren Autoriteit (VWA);

Österreich

Österreichische Agentur für Gesundheit und Ernährungssicherheit GmbH — Kompetenzzentrum Biochemie (AGES - CC BIOC),

Umweltbundesamt GmbH;

Polska

Instytut Biochemii i Biofizyki Polskiej Akademii Nauk, Laboratorium Analiz Modyfikacji Genetycznych Instytutu Biochemii i Biofizyki Polskiej Akademii Nauk (GMOIBB), Warszawa,

Instytut Hodowli i Aklimatyzacji Roślin (IHAR); Laboratorium Kontroli Genetycznie Modyfikowanych Organizmów, Błonie,

Instytut Zootechniki (National Feed Laboratory – NFL), Lublin,

Państwowego Instytutu Weterynaryjnego – Państwowego Instytutu Badawczego w Puławach, Puławy,

Regionalne Laboratorium Badań Żywności Genetycznie Modyfikowanej (RLG);

Portugal

Direcção-Geral de Protecção das Culturas (DGPC), Laboratório de Caracterização de Materiais de Multiplicação de Plantas (LCMMP),

Instituto Nacional de Engenharia Tecnologia e Inovação (INETI), Laboratório para a Indústria Alimentar (LIA);

Slovenija

Kmetijski inštitut Slovenije (KIS), Ljubljana,

Nacionalni inštitut za biologijo (National institute of Biology, NIB), Ljubljana;

Slovensko

Štátny veterinárny a potravinový ústav, Dolný Kubín (State Veterinary and Food Institute Dolný Kubín),

Ústav molekulárnej biológie SAV (Molecular Biology Institute of the Slovak Academy of Slovakia),

Ústredný kontrolný a skúšobný ústav poľnohospodársky, Oddelenie molekulárnej biológie Bratislava, (Central Control and Testing Institute of Agriculture);

Suomi/Finland

Tullilaboratorio

Sverige

Livsmedelsverket (SLV)

United Kingdom

Central Science Laboratory (CSL),

LGC Limited (LGC),

Scottish Agricultural Science Agency (SASA).


BIJLAGE III

Wijzigingen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1829/2003

De punten 2, 3 en 4 worden vervangen door:

„2.

Voor de in deze bijlage genoemde bevoegdheden en taken wordt het communautaire referentielaboratorium bijgestaan door de in artikel 32 bedoelde nationale referentielaboratoria, die bijgevolg moeten worden beschouwd als de leden van het consortium, „Europees netwerk van GGO-laboratoria” genoemd.

3.

Het communautaire referentielaboratorium is met name verantwoordelijk voor:

a)

de ontvangst, voorbereiding, bewaring, instandhouding en verspreiding onder de leden van het Europees Netwerk van GGO-laboratoria van de positieve en negatieve controlemonsters, mits door deze leden de garantie wordt gegeven dat zij in voorkomend geval de vertrouwelijke aard van de ontvangen gegevens respecteren;

b)

onverminderd de verantwoordelijkheden van de communautaire referentielaboratoria, als vastgesteld in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (1), verspreiding onder de nationale referentielaboratoria in de zin van artikel 33 van die verordening van de positieve en negatieve controlemonsters, mits door deze laboratoria de garantie wordt gegeven dat zij in voorkomend geval de vertrouwelijke aard van de ontvangen gegevens respecteren;

c)

de evaluatie van de gegevens die door de aanvrager van de vergunning voor het in de handel brengen van het levensmiddel of diervoeder zijn verstrekt met het oog op het testen en valideren van de bemonsterings- en detectiemethode;

d)

het testen en valideren van de methode voor de detectie, met inbegrip van de bemonstering, en de identificatie van de „transformation event” en, indien van toepassing, voor de detectie en identificatie van de „transformation event” in het levensmiddel of diervoeder;

e)

het indienen van uitvoerige evaluatieverslagen bij de Autoriteit.

4.

Het communautaire referentielaboratorium speelt een rol bij de regeling van geschillen in verband met de resultaten van de in deze bijlage genoemde taken, onverminderd de verantwoordelijkheden van de communautaire referentielaboratoria, als vastgesteld in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 882/2004.


(1)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1.”.


Top